PDF van tekst

Commentaires

Transcription

PDF van tekst
Viertalig aanvullend hulpwoordenboek
voor Groot-Nederland
F.P.H. Prick van Wely
bron
F.P.H. Prick van Wely, Viertalig aanvullend hulpwoordenboek voor Groot-Nederland. G.B. van
Goor Zonen's N.V. Boekh. Visser & Co, Weltevreden 1910
Zie voor verantwoording: http://www.dbnl.org/tekst/pric005vier01_01/colofon.htm
© 2006 dbnl / erven F.P.H. Prick van Wely
π2r
Voorrede.
Op verzoek van den schrijver is ondergeteekende gaarne bereid om over aard en
strekking van 't voorliggende werk een meening uit te spreken.
Het doel, dat de schrijver zich gesteld heeft, is de aanvulling en verbetering van
alle in Nederland verschenen geschriften, waarin de Indische en in
Nederlandsch-Indië gebruikelijke Nederlandsche woorden of geheel ontbreken of
onjuist opgegeven zijn. Tevens moet de toevoeging van een vertaling van zulke
woorden in 't Fransch, Duitsch en Engelsch dienen om den beoefenaars dezer talen
hulp te bieden.
Vergelijkt men dit Hulpwoordenboek met vroegere uitgaven van den schrijver van
denzelfden aard, met Veth's ‘Uit Oost en West’, en met hetgeen in de Encyclopaedie
van Nederlandsch-Indië, enz., te vinden is, dan ziet men reeds op den eersten blik,
hoeveel rijker de hier verzamelde stof is. Hiervoor verdient de heer Prick van Wely
den dank van alle belangstellenden, maar nog veel meer voor de groote moeite die
hij zich gegeven heeft voor de juiste vertolking der woorden. Hiervoor had hij slechts
over uiterst weinig hulpmiddelen te beschikken en kon alleen zijn groote belezenheid
hem hulp verschaffen, waar andere bronnen hem in den steek lieten. Ieder, die het
Hulpwoordenboek ter hand neemt, zal erkennen dat de schrijver geen moeite ontzien
heeft om zijne taak nauwgezet te volbrengen.
Behalve de in Nederlandsch-Indië gebruikelijke uitdrukkingen zijn in het werk ook
opgenomen een aantal Zuid-Afrikaansche en West-Indische woorden en verouderde
termen.
Alles te zamen genomen, is het Hulpwoordenboek een nuttig werk voor
verschillende klassen van lezers, en daarom wenschen wij het in veler handen.
H. KERN.
F.P.H. Prick van Wely, Viertalig aanvullend hulpwoordenboek voor Groot-Nederland
I
Voorrede.
Hunc [libellum] obtrectare si volet malignitas,
Imitari dum non possit, obtrectet licet.
(Phaedrus).
Dit is de derde uitgave van mijn op bescheiden wijze begonnen Indische Woorden
en hunne Equivalenten in de Moderne Talen, van een vijftigtal bladzijden thans
uitgedijd tot een aardig boekdeel.
Om te beginnen moet ik den gebruiker of beoordeelaar verzoeken eerst de
correcties aan te brengen die in het verbeterblad opgegeven zijn. Ondanks alle
moeite die schrijver en prote zich gegeven hebben om den drukfoutenduivel te
bezweren, zijn toch eenige ongewenschte errata in het werkje binnengeslopen,
deels slips of the pen, deels zetfouten en ook, helaas, enkele blunders waarvoor
ondergeteekende alleen aansprakelijk is. Heeft men echter bovenbedoelde correcties
aangebracht, die ik hoofdzakelijk te danken heb aan de professoren Dr. Frantzen,
Dr. Salverda de Grave en Dr. Snouck Hurgronje, dan is men in bezit van een zoo
betrouwbaar mogelijk - geheel betrouwbaar - lexicographisch werk bestaat nergens
- speciaalwoordenboek, waarin nu ruim 3500 artikelen opgenomen zijn met de
vertaling in het Fransch, Duitsch en Engelsch en bovendien vele bewijsplaatsen,
die om de een of andere reden interessant genoemd mogen worden. In meer dan
10.000 gevallen vindt men dus hier iets, waar men de gewone woordenboeken de grootste niet uitgezonderd - te vergeefs naslaat of op een dwaalspoor wordt
gebracht, zoo niet geheel misleid, door de onmogelijkste of althans onvoldoende
vertalingen. Gedurende eenige jaren heb ik vlijtig alle woorden, zoowel Hollandsche
die in Indië veel gebruikt worden als zuiver Indische, verzameld en lexicographisch
behandeld voor zoover ze in de gewone woordenboeken niet te vinden waren,
waarbij ik in de eerste plaats ben uitgegaan van de Engelsche dictionnaire van Ten
Bruggencate als zijnde het minst up to date in den woordenschat. Slechts enkele
gevallen zijn ten overvloede opgenomen ter wille van een zekere volledigheid.
Doodgewone woorden als bijv. allerlei, evenmin enz. die nu nog na een twaalfjarige
bewerking in T.B. ontbreken, heb ik natuurlijk weggelaten. Andere, waarmee men
om bijzondere redenen voorzichtig moet zijn, heb ik met een sterretje geteekend.
Enkele daarvan zijn in Holland absoluut onbekende Indiïsmen van slechte herkomst,
zooals bijv. aankeeren, andere Indiïsmen, die een heel andere beteekenis hebben
dan de gelijkluidende Hollandsche termen, zooals bijv. rijden, dat hier in de schooltaal
precies het omgekeerde beteekent van het Hollandsche rijden enz. Een paar woorden
moest ik ook opnemen omdat ze in het koloniale
F.P.H. Prick van Wely, Viertalig aanvullend hulpwoordenboek voor Groot-Nederland
II
idioom anders weer te geven zijn dan in het Europeesche, zooals bijv. uitslapen,
bedrijfsbelasting, sprei, enz.
Volledig is dit hulpwoordenboek natuurlijk ook nu nog niet, evenmin als welk ander
lexicon. Zoo heb ik nog niet onder dak kunnen brengen: afpatrouilleeren,
arbeidsinspectie, bestuursindeeling, blauwpijp, comptabiliteitswet, dagvuurwerk,
etensblik, frikadellenbuurt, garantiekoelie, huurplankje, introducé, kasstaat,
koffertjesleven, koffiepas, koortsnest, landschapskas, leestafel, Mongolenvlek,
muskaatduif, nestvaren, nekken (v. een voorstel), ondergraving (bij diefstal),
pensioenraad, quarantaine arts, speenbed, toop (soort schip), topbibit,
valorisatiekoffie (Brazilië), verflensloods, visscherijstation, vuurgevecht en
wapencontroleur. Op de blanco vellen achterin vindt men gelegenheid om hierbij
hoorende en andere vondsten op te teekenen. Voor toezending houd ik mij ten
zeerste aanbevolen. Wie zich even een idee wil vormen van de moeielijkheden bij
het zoeken en werken op zoo'n buitenissig terrein als het hier ontgonnene, beproeve
maar eens zijn krachten aan enkele van die woorden voor de drie talen. Dat zal
hem zeker wat meer manis maken in zijn oordeelen waar ik gefaald mocht hebben,
want dat ik niet overal het juiste of het beste equivalent getroffen heb, moest ik reeds
boven terloops bekennen. Eensdeels kon ik dat niet, omdat vaak een equivalent
eenvoudig niet bestaat, zooals voor de woorden landsadvokaat - wat men in Holland
noemt rijksadvokaat - en subsistentenkader - doorgangshuis voor wegens vertrek
afgevoerde of anders moeilijk in te deelen militairen - of, om eens een ander terrein
te betreden, gemas, anderdeels omdat ik ondanks alle zoeken en informatie toch
tot geen bevredigende oplossing komen kon. Ik zou mijn werk dan ook niet weer
1)
uitgegeven hebben, ware het niet dat niemand mijner confraters of voorwerkers
zonder zonde is en mij de overweging moed gaf, dat, zooals Sweet zegt, zelfs a
good dicitionary is necessarily a bad one. Bovendien bedacht ik ook dat he who
never makes mistakes never makes anything. In elk geval heb ik mijn best gedaan
om zelfs de allernieuwste boeken en bronnen te raadplegen, zooals men uit de
aangehaalde plaatsen gemakkelijk zien kan. Waar mijn materiaal mij voor de dubbele
moeielijkheid plaatste om van zooveel ‘onmogelijke’ woorden een vertaling te geven,
die tegelijkertijd een equivalent moest zijn met het eigenaardige slang-achtig cachet
dat zooveel Indische woorden aankleeft, zal men mij wel vergeven, dat ik een beroep
doe op de welwillendheid van allen die mij terecht kunnen wijzen, waar ik er naast
of te hoog ben. Wie daarentegen van mij iets overnemen wil, zooals reeds gebeurd
is o.a. in de woordenboeken van Gallas, van Gelderen, Koenen, van Malssen, mag
met zaakkundige omzichtigheid en inachtneming der vormen gerust zijn gang gaan:
alléén teeken ik bij voorbaat protest aan tegen de evenzoo domme als brutale soort
van letterdieverij, waaraan een zekere L. van der Wal bij de herziening van het
Engelsch Woordenboek van Ten Bruggencate zich ten bate van de firma Wolters
schuldig heeft gemaakt.
1)
Zelfs sommige mijner critici sloegen de plank geheel mis. Zoo wilde collega D.A. Westerveld
o.a. voor: postquitantie Postquittung, wat geheel iets anders is, en een zekere zich nog steeds
schuilhoudende dame met middelbare bevoegdheid voor het Engelsch toonde niet eens te
weten dat clericál ook is: schrijvers..., klerken... en pest ook: plaag enz. enz. Moge het publiek
verder verschoond blijven van bevoegde voorlichters van deze soort!
F.P.H. Prick van Wely, Viertalig aanvullend hulpwoordenboek voor Groot-Nederland
III
Ten slotte zij het mij vergund mijn hartelijken dank te betuigen aan de reeds
genoemde professoren, aan mijn vriend C.A. Backer te Buitenzorg voor inlichtingen
op botanisch gebied, aan A. Bruant te Parijs voor zijne argot-aanwijzingen, waarvan
men de meeste terug zal vinden in zijn bekende dictionnaire, aan Mr. Dr. Schumann
alhier voor zijn uiterst leerzame critiek, aan Prof. Logeman te Gent voor zijn
nauwlettende herziening van den tweeden druk en verder aan allen die iets
bijgedragen hebben tot verbetering of uitbreiding van mijn boek, inzonderheid aan
Prof. Kern en Dr. Ph. van Ronkel, zonder wier belangelooze hulp en gewaardeerde
voorlichting ik het etymologisch gedeelte - waarin enkele latere bijvoegingen van
1)
mijne hand zijn - zeker niet in 't licht zou hebben kunnen geven.
P.v.W.
Mr. Cornelis, Juni 1910.
1)
Ook moet ik er hier op wijzen, dat de in het M.S. voorkomende diacritische teekens niet voor
de gebruikte lettersoort op de drukkerij voorhanden waren.
F.P.H. Prick van Wely, Viertalig aanvullend hulpwoordenboek voor Groot-Nederland
V
Inleiding.
Indië en de Nederlandsche lexicographie.
Tot de ‘Indische’ woorden in den uitgebreidsten zin zijn niet enkel Maleische,
Javaansche, Soendaneesche, Atjehsche, Madoereesche, Dajaksche en andere
ontleeningen uit inlandsche en uitheemsche Oostersche talen te rekenen, die in het
Indisch spraakgebruik min of meer burgerrecht verkregen hebben, maar ook de
Hollandsche die onder den invloed van een geheel nieuwe omgeving en door hun
aanpassing aan zoo geheel vreemde omstandigheden hun moederlandsche
beteekenis gewijzigd hebben of uitgebreid of beperkt of wel, door de behoefte van
het oogenblik in het leven geroepen, later bestendigd zijn in den tropischen
woordenschat: Nood leert niet alleen bidden maar ook spreken, zooals verderop uit
eenige voorbeelden blijken zal.
Zoo er nog een vergrootende trap bestond van den boven gebruikten superlatief,
zou ik willen zeggen, dat ‘Indische’ woorden in het algemeen woorden zijn in Indië
aan de orde van den dag of in verband met Indië veel gebruikt, hetzij in de
omgangstaal of in boeken van allerlei aard, vlugschriften, verslagen, dagbladen,
enz. Vele daarvan zijn ook in Nederland bekend; andere zijn uitsluitend in Indië in
gebruik en in Nederland zoo goed als onbekend; sommige worden daar gebruikt in
afwijkende beteekenis, terwijl met een enkel juist het tegendeel wordt aangeduid
van 't in patria gangbare begrip.
Zonder alweer de aloude klacht over het ‘verwaarloosd Insulind'’ te herhalen,
moet ik er toch nogmaals op wijzen, dat aan die woorden niet de aandacht wordt
geschonken, die zij even goed verdienen als het vreemde taalmateriaal, dat wij uit
andere landen - hoe noodeloos vaak! - betrekken en met de uiterste voorzichtigheid
behandelen, voor zoover wij tot het beschaafde deel der natie gerekend willen
worden.
Om maar eens iets te noemen van den laatsten tijd, daar hebt ge Outlanders,
Foreign Words used in Dutch and their English Equivalents, een zeer verdienstelijk
werkje van de heeren P. Fijn van Draat en J. De Josselin de Jong, welkom als een
van nauwgezette studie getuigende aanvulling en verbetering van wat men nu
eenmaal noemt ons beste Engelsch Woordenboek. Ofschoon de Indische ‘uitlanders’
dikwijls oudere rechten hebben en bij dozijnen in de omgangstaal der Nederlanders
te tellen zijn, zoodat sommige zich zelfs een vaste plaats veroverd hebben in den
volksmond, ook daar waar Indië slechts een droombeeld is en tegelijkertijd een
wanbegrip of minder nog; ofschoon er al gevonden worden die, volksetymologisch
verbasterd, nauwelijks meer te herkennen zijn, staan er in dit boekje toch slechts
een paar opgeteekend zooals amok, bandjir en mandoer onder de voornamere
Europeesche mededingers. Die Indische ‘uitlanders’ nu moesten ons, Hollanders,
met méér dan ééne ‘eereschuld’ - het vaderland kan ruhig zijn, want het woord staat
niet in Van Dale - zeker wat nader aan het hart liggen dan nu meestal het geval is
en minder
F.P.H. Prick van Wely, Viertalig aanvullend hulpwoordenboek voor Groot-Nederland
VI
als te verwaarloozen kleinigheid behandeld worden, wanneer de een of andere
lexicograaf eens aan hen denkt in een verloren oogenblik - om ze maar gauw te
vergeten.
Op dit punt schijnt men behalve Oost-Indisch doof ook wetenschappelijk blind te
zijn in patria, ondanks Dozy's Oosterlingen (1876); ondanks het opstel van Mr.
Piepers in De Gids III van 1875, gevolgd door de aanvulling van een zekere(n) J.
de G.H. in den jaargang 1876; ondanks Prof. Veth Uit Oost en West (1889) met zijn
daaraan voorafgaande aankondiging van Prof. Dozy's Oosterlingen in De Gids van
1876 en ondanks de vele novellen, reisbeschrijvingen en romans, waarin zulke
woorden in het juiste verband en soms nog met een verklarende omschrijving er bij
gebruikt zijn, zooals bijv. reeds in De Gids van 1865.
Het is toch werkelijk onbegrijpelijk, hoe het nu al ruim dertig jaar geleden zijnde,
dat bijvoorbeeld den Nederlanders is uitgelegd, wat nu eigenlijk ‘opiumschuiven’ en
een ‘opiumschuiver’, kortweg ‘schuiven’ en ‘schuiver’, is (zie De Gids 1876), sommige
woordenboekschrijvers zich daarvan toch maar niets schijnen aan te trekken. Met
hartroerende éénstemmigheid zitten ze nog altijd vast aan de uitgave van 1862 van
het Fransche Woordenboek van Kramers-Bonte, dat toen gaf: opium schuiven,
mâcher, manger de l'opium. Zoo vindt men op het oogenblik nog in de uitgave van
het jaar onzes Heeren 1904 van Valkhoffs Nouveau Dictionnaire Français II:
amfioenschuiven = manger, mâcher de l'opium en amfioenschuiver = opiophage,
een tegenhanger van opiophage = opiumrooker of -eter, amfioenschuiver in Deel
I. Één voldoening is het ten minste voor mij, dat hier nu geboekstaafd worden kan,
dat de nieuwste Fransche woordenboeken, die van Gallas en Herckenrath namelijk,
eindelijk het in dezen eenig goede geven en den man laten rooken. De heer Ten
Bruggencate was Valkhoff voorgegaan met opium schuiven = to eat (chew) opium
e
en heeft dit eenvoudig laten staan in het 16 duizendtal van zijn Engelsch
Woordenboek (1903), terwijl als derde in dezen bond de heer Servaas de Bruin
optreedt met zijn Opium kauen in de uitgave van 1897 van zijn Duitsch Woordenboek.
Om een enkele fout kan men menschen, die zich met zulk ondankbaar en nooit
algeheele bevrediging schenkend of definitief afgedaan koeliewerk als het schrijven
van een woordenboek belasten, moeielijk een trio de baudets noemen, waartoe
een prikkelbaar beoordeelaar allicht geneigd zou zijn, te meer waar het blijkt dat
lotgenooten wel ter dege rekening hielden met de verschenen opheldering. Maar
waarom blijven zij achter bij hun voorwerkers, de Neerlandici? In het Verklarend
Handwoordenboek der Nederlandsche Taal toch van M.J. Koenen staat behoorlijk
omschreven: Opiumschuiver = rooker van opium, zooals Van Dale het trouwens
ook al heeft in de uitgave van 1898. Als er maar genoeg op het Indisch aanbeeld
gehamerd wordt en dikwijls haro geroepen over zulke ongerechtigheden van de
oppermannen der philologie, is er - het blijkt zoo af en toe - wel kans, dat men
eindelijk tot betere inzichten komen zal. De waarheid is al op weg en als ik haar hier
een klein duwtje geven kan, zal men mij dat ten slotte niet kwalijk nemen, al vindt
de patiënt het voor 't oogenblik misschien onaangenaam.
In zake nauwkeurigheid in de omschrijving hebben de Neerlandici hier
F.P.H. Prick van Wely, Viertalig aanvullend hulpwoordenboek voor Groot-Nederland
VII
dus al wat voor op hun vakgenooten voor de vreemde talen, maar ook in andere
opzichten staan zij hooger en in de eerste plaats wel wat de volledigheid betreft.
Het volmaakte is hier natuurlijk nooit te bereiken en wordt niet gevergd ook. Waar
een Murray met over de duizend medewerkers nog door een enkeling als Dr. C.
Stoffel op leemten moet gewezen worden, is iedere woordenboekschrijver te
verontschuldigen. Wel kan meer naar volledigheid gestreefd worden en dat zulk
een streven reeds bij de Neerlandici bestaat, blijkt ten duidelijkste uit Koenen's reeds
genoemd handwoordenboek, dat ofschoon veel geringer van omvang dan de zooveel
grootere Van Dale op het gebied der Indische woorden heel wat meer geeft, al viel
van genen uit den aard der zaak minder te verwachten.
Wat het Hollandsche (een enkele maal verhollandschte) materiaal aangaat, mist
men in Van Dale o.a.: achtererf, achtergalerij, apenpokken, avondtafel, Batakker,
bergklimaat, besmetverklaring, binnenjongen, binnenmeid, bittertafel, blauwe,
blikopener, brandspuitmeester, buiklijder, buikziekte, chemiker, chevelure,
contractkoelie, copra, cultuurdwang, cultuurmaatschappij, cultuurtuin, dienstpet,
dispenskast, dokter-djawa, élève administrateur, emigratie-kantoor, etensdrager,
hoofdenschool, huisbediende, huisjongen, hulpleeraar, hulppriester (= kapelaan),
ijsfabriek, ijshuisje, ijstang, indigo-boer, jakkepoes (d.i. vuilik, vuilpoes), kettingjongen
of kettingganger, klamboehaak, klappertor, Kling, knokkelkoorts, koeliewerk,
koelieordonnantie, kokkin, koolboom, kustboot, kustplaats, landsdienaar,
landsdrukkerij, leestrommel, legercommandant, maalfeest, mailsluiting, Mekkaganger,
mijnbouw, moskee-kas, na-avond (wel vooravond), opium-aanhaling, opiumverbruik,
pandhuis, paviljoen-systeem, posthouder, prauwenveer, receptieavond, receptiegeld,
regeeringsalmanak, regeeringsbesluit, reisdeclaratie, rekeninglooper, rijksbestuurder,
rijstchristenen (van Kol!), rijsttafelen (het zelfst. nw. rijsttafel wèl!) roetmop,
spoedcertificaat, stadsverband (= stadshospitaal), tabakker, toelatingskaart, toetje
o
o
(1 . dessertschotel, 2 . toegift na het terugroepen van een zanger bijv.), tokohouder,
tusschenbestuur, uitkrijgen (= uit Holland gezonden krijgen - vgl. uitzenden),
vingerkom, waschman, wipstoel, zendingswerk, ziekteverlof.
Onvolledig ten opzichte van Indië, zijn in het Groot Woordenboek van Van Dale
behandeld: afkomen (gepubliceerd worden van oficeele stukken); bank = Eng.
settee, soms = divan; binnenplaats = plaats in de binnenlanden; bruidstranen = 'n
soort roode of witte klimplant; boei = gevangenis; boorwater = artesisch water;
daggelder = ambtenaar die op non-activiteitstraktement of pensioen gesteld voor
een zeker daggeld werkt; dienstdoener = paard voor dagelijksch gebruik uitstekend
geschikt; handwagentje - cabriolet om zelf te mennen; herplaatsing = aanstelling in
gouvernementsdienst na verlof of ontslag; hardlooper = snelvarende boot behalve
goed loopend paard; helmhoed = tropisch hoofddeksel voor iedereen in den vorm
van een helm; Hollander = Hollandsche sigaar tegenover de Manilla; kampement
= de verzameling van gouvernementswoningen voor officieren; kettingganger = tot
krakallen veroordeelde inlander; kanarievogel (of geelvink) = de in een met veel
geel uitgemonsterde uniform uitgedoste inlandsche politiedienaar; labaar = lange
gekleede jas; landraad = rechtbank voor inlanders; looper = soort van palfrenier
F.P.H. Prick van Wely, Viertalig aanvullend hulpwoordenboek voor Groot-Nederland
VIII
achter op het rijtuig staand; maaltijd = tijd waarin men het suikerriet maalt; ménagère
= huishoudster-bijzit; nalezer = minder betalende abonné op een leestrommel, die
de boeken en tijdschriften pas krijgt nadat ze door de handen zijn geweest van de
gewone lezers; ☐ pot = groene kelderflesch; rechercheur = douane-beambte; revisor
= controleur van de tram; ronzebons = samengeraapt inlandsch harmonie- of
fanfaregezelschap; schilderij = iedere schilderij of gravure; schutsel = paravent;
slaapbroek = de gebatikte of katoenen négligé-schuifbroek, waarmee men ook
slaapt en die bij de kabaja hoort; soldatenkind = kind van een gehuwd soldaat;
spekkoek = soort van gebak uit verschillend gekleurde lagen bestaande; speelplaats
= gelegenheid tot hazardspelen van regeeringswege erkend; sprei = het beddelaken
e
waar men op ligt; tuin = buitenplaats in de 18 eeuw; tentwagen = soort van vis-à-vis
met leeren tent, terwijl tent zelf ook is, wat wij in Holland de hemel noemen van een
bed; theehuis = Japansche inrichting, waar thee geschonken wordt; tuinwerk = het
werk in de plantages; venduhouder = particulier, die voor vertrekkenden de vendutie
regelt en houdt; vendumeester = de ambtenaar, die bij de venduties aanwezig moet
zijn; verlofganger = iedere ambtenaar of door het gouvernement aangestelde, die
met verlof gaat; waschmeid = de inlandsche vrouw, die aan huis de wasch komt
doen enz.
Dat men althans volgens de woordenboeken in Nederland niet schijnt te weten
dat ‘kamp’ ook vrouwelijk is in de beteekenis van stadswijk, bijv. de Chineesch kamp
en dat ‘malloot’ ook zeer dikwijls als adjectief gebruikt wordt, is te vergeven, maar
niet dat er van hooggeleerde zijde aanmerking gemaakt werd op ‘den-Oost’, wat
men in Indië dagelijks hoort en in de literatuur om de haverklap ontmoet tot bij
Couperus toe. Zoo ziet men dat er ook grammaticale afwijkingen zijn, waarop de
aandacht moet gevestigd worden en wil men heel uitvoerig het Indisch Nederlándsch
behandelen, dan kan men de zeer gemeenzame spreektaal en het slang met zijn
rijkdom van uitdrukkingen en afkortingen niet links laten liggen. Enkele daarvan zijn
min of meer bekend, zooals ‘naar boven gaan’ = naar de bergen gaan tot herstel,
anders gezegd ‘een kouwe neus gaan halen’ en ‘de Chineesche kerk’ = de alwetende
men, maar wat zegt u, totok, bijv. een roman-titel als Nummer Elf van Maurits of de
afkorting A O = arak obat = medicinale arak, ook wel genoemd 1, 15,2 naar de
volgorde der letters A O B in het alphabet? Wat beteekenen afkortingen als B.B.
(binnenlandsch bestuur) en wat zijn ambtenaren die de BéBé-koorts hebben? Wie
is de geheimzinnige B.V. (buitenlandsche vijand), waarover men het altijd zoo druk
heeft in de dagbladen? zal de Hollandsche krantenlezer mogelijk vragen. En is het
geen vermelding waard voor de paroemiologie, dat men te Batavia van iets zegt,
dat het zoo oud is als de weg van Jacatra of dat er nog heel wat water door de
Tjiliwong zal moeten loopen eer dit of dat gebeurt?
Deze korte aanduidingen mogen hier volstaan wat het Hollandsche element
1)
betreft , thans een enkel woord over de ontleeningen uit het Maleisch-Polynesisch,
waarvan het Indisch Hollandsch wemelt.
1)
Vollediger vindt men dit alles behandeld in mijn Neerlands Taal in 't verre Oosten (Semarang,
Van Dorp).
F.P.H. Prick van Wely, Viertalig aanvullend hulpwoordenboek voor Groot-Nederland
IX
Het aantal dier woorden, waarmee de baar ‘uitkomt’, is niet groot. Zonder zelf te
weten waar die woorden vandaan komen, heeft hij in Holland misschien gesproken
van: baadje, bakkeleien, bamboe, brani, gladekker, de ware pisang of een leuke
pisang, rotting, soebatten, voor tjomme (van per tjoema = te vergeefs, om niet >
gratis), maar al spoedig zal hij zich in 't land der Zonne zulk een aantal Oosterlingen
eigen gemaakt hebben, dat ze hier niet anders dan rubrieksgewijze te vermelden
zijn. Namen van Indische ambten en bedieningen of eeretitels; namen van dieren,
boomen, planten, bloemen en vruchten; namen voor spijzen en wat daarbij hoort;
namen voor munten, maten en gewichten; namen voor kleedingstukken en sieraden;
namen voor werktuigen en gereedschappen enz., haast alle ontleend aan de meest
gesproken Inlandsche talen. Doet hij mee aan de hebbelijkheid van sommigen om
ook nog voor de geur of uit geestigheid hun Hollandsch te verindischen, dan zal
een later uitkomende zijn taal haast niet meer herkennen (Vgl. De Gids III 1876, p.
299). Natuurlijk komen niet al deze woorden in aanmerking voor een lexicographische
beurt in de gewone Hollandsche lexica, tenzij in de Encyclopedie van Ned. O. Indië,
waar ze echter ook nog niet alle te vinden zijn, maar er zijn er toch genoeg, die men
nu noode mist. Met genoegen kan echter de belangstellende waarnemen, dat er
langzamerhand méér werk gemaakt wordt ook van deze soort van woorden. Voor
een Indischman is het zelfs verrassend, als hij in het beknopte etymologicon van
den Belgischen hoogleeraar Vercoullie, als uit het Maleisch vindt opgegeven: arèn,
baadje, baar, bakkeleien, banjir, beri-beri, gladakker, guttapercha, jutte, kakketoe,
karbouw, kasuaris, klapper, kris, lorre, moeson, negerij, orang-oetang, papegaai,
pinang, pinter, pisang, prauw, rotting, soebatten, slendang, gezwegen nog van
verouderde termen als: orimbaar, kaalkop, krab en pitsjaar. En is 't niet voor velen
beschamend, dat in het niet eens den gewonen omvang van een school-dictionnaire
overschrijdend Deensch-Engelsch Woordenboek van Larsen o.a. artikelen als
babirussa, dammar, kakerlak in zijn twee beteekenissen, kalong, pompelmus in zijn
juiste spelling, siamang en zelfs vauvau te vinden zijn?
Waar in de Woordenlijst van De Vries en Te Winkel van 1879 de oogst van meer
speciaal Indische woorden nog maar schraal is, niettegenstaande protesten en
verlanglijstjes bijv. in De Spectator, zien we in de uitgave door Dr. A. Kluyver in 1898
bezorgd al een merkbaren vooruitgang, al missen wij noode batikken, sambal enz.
Onder dit enz. zelfs woorden, die de bovengenoemde Deen wel een plaatsje geeft!
Evenmin echter is het Groot Woordenboek van Van Dale hier volledig. Zoo geeft
het, om maar eens een greep te doen, niet: lombok, tjitjak, toewak, warong enz. De
heer Koenen gaf vroeger ook hier al meer dan Van Dale, zelfs loemboeng (=
rijstschuur) en samenstellingen als: waronghouder en warong-houdster. Nog grootere
vooruitgang valt waar te nemen in de in 1903 verschenen Nederlandsche
Woordenlijst volgens de beginselen van de ‘Vereeniging tot Vereenvoudiging van
onze Schrijftaal’, waaruit ik opteekende: baboe, batikken, berri-berri, djatihout,
gamelan, goedang, hadjie, kabaai, kajoepoetolie, kampong, ladang, mandiën, minjak,
missigit, nènè,
F.P.H. Prick van Wely, Viertalig aanvullend hulpwoordenboek voor Groot-Nederland
X
njonja, nonna, paddi, pajong, pasar, passer, patjol, piedjitten, pikeren, pisang, radja,
sampan, siri, soesoehoenan, soeza - wat al heel wat is voor een boekje, dat volstrekt
niet als volledig bedoeld is. Wie had de nè-nè bijv. reeds verwacht als een bekende
der Hollandsche vereenvoudigers? Eenigszins teleurstellend is daarom niet alleen
het in 1906 verschenen kleine Vreemde Woordenboek van P.M. Wink, waarin de
meeste omschrijvingen onjuist zijn - bijv. kotta = dorp (op Sumatra), kris = getande
dolk, missighit = inlandsche moskee op Sumatra enz., - maar ook het groote
standaardwerk van L.M. Baale en Mr. Dr. C.H. Baale, nog wel uitsluitend een
Handboek van vreemde woorden en uitdrukkingen . Onvolledig is het, om te
beginnen, in zulke mate, dat zelfs heel gewone woorden als kabaai of pantoen er
niet in voorkomen. Wat echter onbegrijpelijk blijft en zeker ongelooflijk klinken zal,
is, dat in dit door gestudeerde menschen uitgegeven lexicon, waarvoor toch de
nieuwste bronnen geraadpleegd hadden kunnen worden, fouten aan te wijzen zijn,
die den Indischman doen vragen of er dan nooit een Indië heeft bestaan, al is 't dan
ook maar in naam. Een paar voorbeelden zullen voldoende zijn om aan te toonen,
dat de bokken van de Baale's in evenredigheid zijn met de dikte van hun litterair
product. Op kleinigheden als bijv. papayaceeën = kalebassen, pompoenen of krissen
eenvoudig: dooden, wordt hierbij niet eens gelet. Maar, waarde lezer, hebt ge ooit
gehoord van een boom op de Molukken van wiens vruchten brood gebakken wordt?
Dat is ... de kanarieboom, volgens Koenen weer: een boom op de Molukken met
vruchten als ... blauwe pruimen! Als tegenhanger zij hier enkel uit het Handboek
nog vermeld de mangouste, waarmee, zooals men weet, in het Fransch de
ichneumon en ook soms onze manggistan aangeduid wordt, bij de Heeren Baale
echter: vruchten van den mangostan, een boom ... die op de Molukken voorkomt.
Over het algemeen wint Koenen het nog altijd van Van Dale op dit gebied, niet
alleen wat de volledigheid, maar ook wat de juistheid van omschrijving betreft. Waar
bijvoorbeeld Van Dale toean besar vermeldt als de naam door de inlanders aan den
G.G. (Gouverneur Generaal) gegeven, is Koenen juister door eenvoudig te zeggen
- groote heer, gouverneur-generaal, want ook de Europeanen gebruiken dit woord
nog al eens. Jammer echter was, dat Koenen in vroegere edities in dezen veel te
ver ging en allerlei woorden opnam uit ethnographische en aardrijkskundige werken,
die men in Indië nooit ofte nimmer hoort of zelfs niet onder de oogen krijgt, zooals
amben, bebed, betoeng, datoe, gadok, garoe, kendang, ranggon, saboek, tjoepoe
enz. Met loffelijke royaliteit echter heeft de firma Wolters den heer Koenen in de
gelegenheid gesteld zich de medewerking te verzekeren van een deskundig
Indischman, zoodat de hoop gekoesterd worden kon, dat binnen eenige jaren althans
één Nederlandsch Woordenboek in dezen het ééne noodige en ook niet meer of
niet minder geven zou. Helaas, het heeft, vermoedelijk door inmenging van een
ongenoemden derde, niet zoo mogen zijn. In de uitgave toch van 1909 wemelt het
nog steeds van grootere en kleinere onnauwkeurigheden behalve de overtollige
addenda door een Hollandschen beoordeelaar aan de hand gedaan. Zelfs in een
speciaal woordenboek voor Indië zouden
F.P.H. Prick van Wely, Viertalig aanvullend hulpwoordenboek voor Groot-Nederland
XI
bijv. ajer ijs, angoer, miloe, panewoe, Soekoe of toekang medja best gemist kunnen
worden, waar tegenover staat dat bijv. kates en njai niet te vinden zijn. Mogelijk is
het laatste uit 'n valsch gevoel van preutschheid geschrapt. Zou het echter minder
fatsoenlijk zijn dan kweesterij? En heeft Shakespeare dan voor niets gezegd: to
gain the Language, 't is needfull, that the most immodest word be look'd upon, and
learned? Het ergerlijkste is wel in Koenen de ongelijke behandeling van één en
hetzelfde woord. Zoo is bijv. angkloeng: een soort van muziekinstrument hangende
in een bamboeraam, maar ankloeng: muziekinstrument; roosterachtig toestel van
bamboezen kokertjes in opklimmende lengte! Zie ook loemboeng en lombong,
pantoen en panton enz., waarbij minstens op één plaats des Guten zullen we maar
zeggen te veel gegeven wordt.
Bevreemdend is het zeker, dat tegenover een teveel in een kleiner woordenboek
een flagrant tekort staat aan beide categorieën van woorden in het allergrootste
onzer lexica: het, helaas, nog maar steeds niet voltooide reuzenwerk door De Vries
en Te Winkel op touw gezet. In de door mij hier te bereiken deelen a-aju, g-gitz en
o-ooiev mist men reeds zuiver Nederlandsche woorden als: aanboren, achtererf,
achtergalerij, advokaat (vrucht), ommekomst (van verlof), ontevredenheidsbetuiging
en ontvang-avond, alsmede zeer dikwijls gebruikte leenwoorden als: administrateur,
administratief en adviseur, om van zuiver Indische als, adat, gamelang, gekko, obat
enz. niet eens te spreken. Verder kent dit Woordenboek-fragment ‘aanplant’ alleen
als de daad van aanplanten; ‘onderneming’ alleen in zijn Hollandsche en
‘onderpastoor’ alleen in zijn Vlaamsch-Belgische beteekenis; ‘onderschout’ enkel
als een historische term voor een zeker rechterlijk ambtenaar en ‘ondercollecteurs’
of ‘onderluitenants’ natuurlijk in het geheel niet. Enkele dezer verschovelingen heeft
het grootste complete Nederlandsch Woordenboek, dat van Kuipers van 1901
namelijk, al op zijn creditzijde, hoewel ook hier een niet onaardig debet te
constateeren valt, dat niet aangezuiverd wordt door overtolligheden als kendak q.v.
of ketapan, rijstblok. Over 't algemeen echter is Kuipers te prijzen en wel om zijn
streven naar zelfstandige, op eigen onderzoek berustende bewerking. Waar zoo
vele zijner voorgangers tegen de klippen der onbenulligste naschrijverij op maar
wat neerpennen en zoodoende van den wal in de sloot raken, gaat hij ad fontes
zooals het hoort. Sommige zijner artikelen zijn dan ook waarlijk een lust voor den
Indischen lezer, en des te meer is het daarom te betreuren, dat hij hier en daar er
zoo schromelijk naast is. Om nog eens een paar k-woorden te nemen, hoe kan men
nog in 1901 laten drukken, dat kabaai is: een soort van kamerjapon of dat de
kanarie-boom thuishoort ... op de Molukken alweer?
De onkritische behandeling der Indische woorden in de ‘verklarende’
(hand)woordenboeken en woordentolken heeft vèrstrekkende gevolgen vooral in
de dictionnaires voor de vreemde talen. Als voorbeeld van wat ik bedoel, neem ik
het woord banana in het Engelsch Woordenboek van Ten Bruggencate 1902:
banana, zegt de schrijver, is een tropisch gewas (verwant aan de plantain) met zeer
voedzame vruchten, een soort van vijgeboom. Had hij eenvoudig gezet banana =
pisang, dan was zeker een even groote duidelijkheid bereikt als bij zijn plantain =
pisang.
F.P.H. Prick van Wely, Viertalig aanvullend hulpwoordenboek voor Groot-Nederland
XII
De verwantschap, waarop hij wijst, is in de praktijk een algeheele identiteit. In
Hobson-Jobson, A Glossary of Anglo-Indian Colloquial Words and Phrases door
Yule en Burnell vindt men hierover i.v. plantain:
‘This is the name by which the Musa sapientum is universally known to Anglo-India.
Books distinguish between the Musa sapientum or plantain, and the Musa paradisaica
or banana but is hard to understand where the line is supposed to be drawn. Variation
is gradual and infinite’. De tweede omschrijving ‘een soort van vijgeboom’, zal wel
ontstaan zijn door verwarring van banana met banian of banyan, welke laatste twee
woorden, ofschoon hetzelfde beteekenende, door Ten Bruggencate op geheel
verschillende boomen toegepast werden. Achter banyan gaf hij o.a. banaan, en
achter banyan Indische vijgeboom, waarvan de takken (!) zoo ze den grond raken,
wortel schieten en weer stammen vormen. Ieder Indischman herkent natuurlijk de
waringinsoort die luchtwortels uitzendt, in het Latijn Ficus indica, verwant met den
waringin = Ficus benjaminea. Ook de bekende mang(g)a heeft in de woordenboeken
heel wat verwarring gesticht. Ter verduidelijking gaf Ten Bruggencate achter mango
tusschen haakjes: soort vanmeloen. De meloen schijnt een breeden rug te hebben,
want achter papaw, de bekende papaija, staat nog altijd ‘meloenboom’, waar Valkhoff
ten minste ‘papaya-boom, Amerikaansche meloenboom’ zet. Erger nog echter was
het bij het op mango volgende woord, namelijk mangrove, waarvoor gegeven werd:
tropische boom, mangoboom. De mangrove heeft met de manga niets te maken behalve in het Engelsche woordenboek van Picard, waar we precies dezelfde
verwarring vinden. Susan-Poser's Taschenwörterbuch maakt het alweer bonter,
door Mangelbaum = mangelstok ook dienst te laten doen voor Mangobaum. De
derde in den bond ontbreekt ook hier weer niet, want Valkhoff, Dict.
Français-Hollandais vertaalt mangue, vrucht van den wortelboom en manguier,
wortelboom met verwijzing maar manglier.
Het bekende teak of teak-wood is, voor zoover het gegeven wordt, ook een hard
nut to crack. Ten Bruggencate maakte ervan ‘tek’ soort van hout, en Valkhoff zet
i.v. teck (tek) het Engelsche ‘teak-’ of theka-houtboom, waar het Indische djati(e)
voor de hand lag, dat door Van Dale zelfs in niet minder dan vier spelvormen gegeven
wordt: jati, jatti, djati en djatii, gezwegen nog van de verouderde benamingen
kajaten-hout of kiaten-hout.
Voor de Indische leerlingen der middelbare school en voor de andere beoefenaren
der moderne talen, die heel wat woordenboeken noodig hebben - pour si peu de
connaissance! - is het verder een onafwijsbare eisch, dat de dictionnaires de Indische
equivalenten geven en niet de Hollandsche benamingen of omschrijvingen, die
slechts door enkelen begrepen worden. Daar Indische menschen voor bepaalde
ook in Europa bekende dingen nooit anders dan woorden uit het
Maleisch-Polynesisch gebruiken, zooals djagoeng voor maïs en bedak voor
poudre-de-riz, zullen zij aan sommige overigens goede vertalingen in hun
woordenboek niets of weinig hebben. Zoo zegt bijv. aubergine = eierdragende
nachtschade hun evenmin iets als mélongène - eierplant, daar het hier bedoelde
gewas alléén als terong in Indië bekend is. Verder kent men in Indië geen
F.P.H. Prick van Wely, Viertalig aanvullend hulpwoordenboek voor Groot-Nederland
XIII
‘fleschappel’ (zie corossol), maar wel den ‘zuurzak’ en noemt men de piment of
poivron = Spaansche peper, vrucht der Spaansche peper altijd ‘lombok’, ricin niet:
wonderboom die de ricinusolie oplevert, maar djarak die de castorolie oplevert enz.
Waarom pisang als ‘adamsvijgeboom’ omschreven wordt, is niet duidelijk, aangezien
1)
pisang toch nu bekend genoeg is, evenals het woord klamboe voor moustiquaire
= muskietennet, bedgordijn of net ter beschutting tegen den steek der muskieten
enz.
Van minder belang is de spelling der Indische woorden, maar daarom mag ze
nog niet zóó verwaarloosd worden als nu meestal het geval is. Krampachtig houdt
men vast aan schrijfwijzen, die geheel in strijd zijn met de uitspraak zooals die in
Indië gangbaar is. Afgezien van Van Dale's siampan, dat wel een drukfout voor
sampan zal zijn, vindt men nog haast altijd bamboes in plaats van bamboe, gorami
voor goerami, gonje voor goenie, hadschi (Valkhoff) voor hadjie, kajepoet of kajeput
voor kajoepoetie, mangostan (bij Van Dale en zelfs in het Nieuw Plantkundig Wdbk.
voor N.I. van De Clercq-Greshoff) voor mangistan, mousson voor moeson, moskiet
voor muskiet, pampelmoes voor pompelmoes, rottang voor rottan en upas (Ten
Bruggencate) voor oepas, terwijl orang-oetang eigenlijk orang oetan moest zijn.
Ook op dit punt had men in Holland al lang beter ingelicht kunnen zijn, want een
zekere A.C. Oudemans vraagt bijv. in het oude Magazijn van Nederlandsche
Taalkunde van 1847 (pag. 33) reeds, waartoe die sluit-s van bamboes toch dient,
en wat verder protesteert hij tegen de Bilderdijksche schrijfwijze Maleitsch in plaats
van Maleisch.
Een andere fout van onze woordenboeken voor de vreemde talen van vóór of
even na 1900 is hun onvolledigheid wat aangaat het tweede deel, hetzij
Hollandsch-Fransch, Hollandsch-Duitsch of Hollandsch-Engelsch, in welke leemte
dit Hulpwoordenboek tracht te voorzien. Hier zijn natuurlijk niet dezelfde eischen te
stellen als aan een Nederlandsch verklarend woordenboek en moet men al heel
tevreden zijn, als men die Indische uitlanders vindt, die in Nederland burgerrecht
verkregen hebben. Zoo vinden we dan ook in Ten Bruggencate's dictionnaire (1903)
amok, arak, dessa, gladakker, kapok, karbouw, kraton, kris, orang-oetan(g), prauw,
radjah, saroeng en toko, maar bijv. niet adat, waarvan Prof. Veth in zijn Uit Oost en
West zei, dat het meer recht heeft dan dessa en evenveel als prauw om in een
Nederlandsch woordenboek te worden opgenomen. Evenmin akal, niettegenstaande
in het pas genoemde boek te lezen staat: ‘Het zal dus noodig worden ook dit woord
onder de aanwinsten onzer taal in Indië op te nemen.’
Voorzeker zal het moeielijk zijn hier de grenslijn te trekken tusschen wat als
aanwinst te beschouwen is en wat niet, doch liever zondige men door overmaat
dan door te weinig. Met een gerust geweten zal men dat al vast kunnen doen ten
aanzien van de Hollandsche woorden die wij in Indië dagelijks bezigen en die men
even goed buiten Indië noodig heeft, zoodra men wat hooger komt dan de gewone
engere kringen van het leven in het moederland. Het leven in de tropen, van huis
uit anders, materiëel ruimer en in maatschappelijken zin intiemer dan de zoo
1)
Helaas, neen! In de laatste uitgave van Koenen staat nog: banaan (Port. banana): W.-I.; in
O.-I. altijd: pisang; soort van palmboom!
F.P.H. Prick van Wely, Viertalig aanvullend hulpwoordenboek voor Groot-Nederland
XIV
gelijkvloersche sleurgang van het ondanks alles onvergetelijk moederland, brengt
den kolonialen gelukzoeker in onmiddellijke aanraking met menschen en dingen,
waarmee hij vroeger nooit te maken had. Hoeveel Hollanders bijv. hebben een
koortsthermometer - óók een weeldeartikel - in huis of weten van een ijsbal, ijsbon,
ijsdepot, ijsemmertje, ijsfabriek, ijshuisje, ijskan, ijskast, ijskist, ijsmachine, ijstang?
Treffend is het toch wel, dat een goed Hollandsch woord als bijv. achtererf noch bij
Ten Bruggencate, noch bij Servaas de Bruin, noch bij Picard, noch bij Kramer, noch
bij de Jaeger, noch bij Valkhoff, noch bij Gallas, noch bij Herckenrath, noch bij Borlé
& Nolen, noch bij Susan-Poser, noch bij Kramers-Scholte, noch bij van Gelderen,
noch bij Calisch, noch bij van Malssen, ja, niet eens in Van Dale te vinden is.
Met één groep dier Hollandsche woorden zij men vooral op zijn hoede: die
namelijk, welke te voren als onvolledig door Van Dale behandeld aangeduid zijn.
Soortelijk zuiver Hollandsch, hebben ze een specifiek Indische beteekenis
aangenomen of een oud-Nederlandsche bewaard. Daar is bijv. het nog altijd wat
duistere amper. In Holland beteekent dat in sommige streken: eventjes, net, precies,
op het kantje af - in Indië in aansluiting bij het Maleische amper: bijna. Verder
buitenpost = poste avancé, avant-poste (Valkhoff), maar in Indië wat de Engelschen
noemen een out-station en niet = out-post. Dat tentwagen niet gelijk is aan tilt carriage
of hooded carriage blijkt uit het voorafgaande en zoo is er evenmin rekening
gehouden met Indië wat betreft wagenpaard, als men 't vertaalt door carthorse, dus
karrepaard, waar een Indischman altijd denkt aan een rijtuig-of koetspaard. Op rijen
wees ik reeds in de voorrede, terwijl Koenen o.a. nog gewezen moet worden op
spekkoek, hier te lande absoluut niet = pannekoek met spek. Verdere gevallen zal
men wel vanzelf ontdekken in mijn boekje.
Het ergerlijkst van wege de onwetenschappelijkheid echter is in die klasse van
woordenboeken voor de vreemde talen de behandeling der echt Malayopolynesische
woorden, voor zoover zij opgenomen zijn, want de meesten schitteren door hun
afwezigheid. De alleen aan zijn te vullen kous denkende ‘trekker’, die taalhistorie
en wat dies meer zij lekkertjes aan zijn laars lapt, vindt het natuurlijk niets of er nu
staat: prauw = Indian vessel, dan wel proa of prahu; pikol = quantity of rather more
than sixty kilogrammes dan wel picul of pecul enz. Helaas, blijkens een beoordeeling
- van doctorale zijde nog wel - van mijn Indische Woorden staat die nuchtere
tropenbewoner niet alléén. Men zal zich wel weten te redden, wordt daarin gezegd.
Zeker, ook de dief weet zich te redden, maar dat is de quaestie niet. De vraag is,
welke redmiddelen de philologie aan de hand kan doen. Wie nog eenig
wetenschappelijk eergevoel behouden heeft, al heeft hij wat lang onder de palmen
gewandeld, kan geen vrede hebben met de onbeholpen foefjes en de
demoraliseerende ontduikingen der moeielijkheid, zooals die bij hoogere burgers
in zwang gekomen zijn, maar gaat zoeken en nasnuffelen en, hoe meer hij zoekt,
hoe meer hij vindt en hoe helderder zijn inzicht wordt in de ontwikkelingsgeschiedenis
der menschheid, waarvan de philologie ook één der eerste voorlichtsters is. Zich er
uit te redden, kan wel het grondbeginsel der advokatenwijsheid
F.P.H. Prick van Wely, Viertalig aanvullend hulpwoordenboek voor Groot-Nederland
XV
zijn of van een school voor zakkenrollers, maar niet gehuldigd worden in den dienst
der kundigheden die strekken moeten tot hoogere beschaving of ontwikkeling. Waar
men bijv. in beknopte Engelsche afleidkundige en andere woordenboeken als dat
van Skeat of dat van Chambers reeds zoo ver is, dat van woorden als proa, penuang
en pecul etymologische verklaringen gegeven worden, gaat het toch niet aan Jan
Kalebas-vertalingen te geven als de boven aangehaalde. Wie zulk maakwerk op
de markt brengt, geeft den gebruiker van zijn boek meer dan één koopje: hij
verdonkeremaant een taalhistorisch feit en levert ten slotte toch niets bruikbaars,
want aan omschrijvende vertalingen heeft men voor de practijk weinig. Reeds in de
moedertaal is omschrijving in de meeste gevallen een kunststukje van kennis en
schakeering, dat maar weinigen klaar kunnen spelen. Een paar voorbeelden nog.
Wat zal de Hollander zich moeten denken bij Van Dale's sarong = een huiskleed
der vrouwen in Oost-Indië: veelkleurige, korte rok die nauw om het lichaam sluit?
Aan dergelijke onjuiste of onduidelijke omschrijvingen ligt het, dat men in de
woordenboeken voor de vreemde talen ontdekkingen doet als: baboe = nourrice,
snaar (bijzit) = sister-in-law, oudgast = late official in India, the Indies, enz.
Hiermee (h)abis perkara. Het bovengezegde zal, naar ik vertrouw, wel voldoende
zijn om bij nauwgezette werkers op het gebied der lexicographie de overtuiging te
vestigen, dat er nog een groot en rijk arbeidsveld voor hen open ligt, terwijl het reeds
ontgonnen gedeelte zorgvuldige herziening vereischt en om te beginnen kennisneming van het goede dat ook uit de Europeesche bronnen te halen is. In dit
boek nu is een poging gedaan om hun den weg daarheen te wijzen, méér niet: Feci
quid potui, facient meliora potentes.
F.P.H. Prick van Wely, Viertalig aanvullend hulpwoordenboek voor Groot-Nederland
XVII
Lexicographisch gedeelte.
F.P.H. Prick van Wely, Viertalig aanvullend hulpwoordenboek voor Groot-Nederland
XVIII
Afkortingen en teekens.
An. = Annandale, Concise Dictionary.
B. = Bouillet, Dictionnaire des Sciences, des Lettres et des Arts.
Br. = Brockhaus, Conversationslexikon.
Ch. = Chambers, Twentieth Century Dictionary.
Ch. B. = Chailley-Bert, Java et ses Habitants.
D.D. = Dennys, A descriptive Dictionary of British Malaya.
C.I. = Cyclopaedia of India.
D.K.K. = Deutscher Kolonial-Kalender.
D.K.Z. = Deutsche Kolonial Zeitung.
F. = Flügel, Allgemeines Englisch-Deutsches Wörterbuch.
Favre = Favre, Dictionnaire malais-français.
F. & H. = Farmer & Henley, Slang Dictionary.
G. = Gerstäcker, Reisen II.
G.I.N. = Guide à travers la Section des Indes Neérlandaises (Exposition
universelle à Paris, 1900).
H.D. = Hatzfeld-Darmesteter, Dictionnaire général de la langue française.
H.J. = Yule & Burnell, Hobson-Jobson.
L. = Larousse, Dictionnaire complet.
Li. = Littré, Dictionnaire.
M. = Murray, Oxford Dictionary.
Mr. = Meyer, Conversationslexicon.
M.S. = Muret-Sanders, Encyclopädisches Wörterbuch der englischen und
deutschen Sprache.
M.V.E. = Marre, Vocabulaire explicatif des mots de provenance malaise et
javanaise usités dans la langue française.
N.L.I. = Nouveau Larousse Illustré.
Sc. = Ch. P.G. Scott, The Malayan Words in English.
S.T. = Straits Times.
S.V. = Sachs-Villatte, Encyclopädisches Wörterbuch der französischen und
deutschen Sprache & Parisismen.
T. = Times.
W. = Webster, International Dictionary.
Wh. = Whitney, The Century Dictionary.
W.S. = Supplement to Webster's International Dictionary.
Wt. = Watt, The Commercial Products of India.
spr. = spreek uit.
† = niet meer in gebruik of verouderd.
* = zie voorrede.
[N] = in Nederland in gebruik.
[Z.A.] = in Zuid-Afrika in gebruik.
[Inl. spr.] = inlandsch spraakgebruik overgegaan in 't Europeesch dito.
F.P.H. Prick van Wely, Viertalig aanvullend hulpwoordenboek voor Groot-Nederland
1
A.
AO:
zie arak obat .
aaltjesziekte
[van het suikerriet].
e tylenchus disease.
f maladie causée par le tylenchus.
d Tylenchus-Krankheit.
aan
[De mail is -].
e i n , bijv. t h e m a i l i s (n o t y e t ) i n .
f a r r i v é (e).
d angekommen.
aanboren
[petroleum, etc.]
e t o s t r i k e , bijv. t o s t r i k e o i l , o r e . Ook t o g e t (a t ).
f trouver, découvrir.
d anbohren.
* aanhoogte
e (s t e e p ) i n c l i n e , a s c e n t , a c c l i v i t y , s l o p e .
f montée, pente, rampe.
d Anhöhe, Auffahrt.
aanhoorigheden
F.P.H. Prick van Wely, Viertalig aanvullend hulpwoordenboek voor Groot-Nederland
[v. een huis]
e (a l l ) t h e a p p u r t e n a n c e s .
f l'appartenance, les dépendances.
d die Pertinenz(i)en.
aankap
e 1. f e l l i n g ; 2. zie houtaankap .
f 1. c o u p e ; 2. zie houtaankap .
d 1. H o l z u n g ; 2. zie houtaankap .
* aankeeren
e d r o p i n , l o o k u p , l o o k (c a l l ) i n .
f passer chez qqn.
d v o r s p r e c h e n (a n t r e t e n ) b e i j e m a n d .
aanleggen
[de thermometer]
e apply.
f appliquer.
d einlegen, ansetzen.
aanlegsteiger
e jetty, landing-stage.
f débarcadère.
d Landungsbrücke.
aanpassingsvermogen
e adaptability, adaptive power.
f faculté de s'adapter.
d Anpassungsvermögen.
aanplant
F.P.H. Prick van Wely, Viertalig aanvullend hulpwoordenboek voor Groot-Nederland
e plantation; growth, planting.
f plantation; jeunes plantes.
d (An)pflanzung; Anbau.
aanstelling
e (d e e d o f ) a p p o i n t m e n t .
f nomination.
d Bestallungsbrief.
aanvraag
[- om woeste gronden]
e a p p l i c a t i o n f o r (g o v e r n m e n t ) w a s t e l a n d .
f d e m a n d e d e t e r r e s v a c a n t e s (v a g u e s ).
d Gesuch um unkultiviertes Land.
aanvullingsexamen
e complementary examination.
f examen complémentaire.
d Ergänzungsprüfung.
F.P.H. Prick van Wely, Viertalig aanvullend hulpwoordenboek voor Groot-Nederland
2
aardstoot
e s h o c k o f (a n ) e a r t h q u a k e .
f s e c o u s s e (d e t r e m b l e m e n t d e t e r r e ), s e c o u s s e s i s m i q u e .
d E r d s t o s z (S.V.).
aard(ver)schuiving
e l a n d - s l i p , ook l a n d - s l i d e , e a r t h - s l i p , e a r t h - s h o o t .
f d i s l o c a t i o n d e t e r r e ; é b o u l e m e n t (d e t e r r e ), ook g l i s s e m e n t
(d e t e r r a i n ).
d [d e r ] E r d r u t s c h , -s c h l i p f , B e r g r u t s c h .
abis perkara
e t h e r e (i s ) a n e n d (o f t h e m a t t e r ); d o n e ; f i n i s h e d ; e t c .
f fini; assez! baste!
d d a m i t i s t d i e S a c h e a u s (z u E n d e ), f e r t i g ; P u n k t u m ;
Schwamm drüber.
acclimatisatie
e a c c l i m a t i z a t i o n , a c c l i m a t i o n , a c c l i m a t a t i o n . M. citeert: The
words a c c l i m a t i o n and a c c l i m a t i z a t i o n are not synonymous. The
former is understood of the spontaneous and natural accommodation to new
climatic conditions, the latter of the intervention of man in this accommodation.
f acclimatation, acclimatement.
d A k k l i m a t i s i e r u n g , A k k l i m a t i s a t i o n , A k k l i m a t i o n (D.K.Z.).
acclimatisatie-proces
e acclimatization process.
f procès d'acclimatation.
d [d e r ] A k k l i m a t i s a t i o n s - v o r g a n g .
acclimatisatie-station
F.P.H. Prick van Wely, Viertalig aanvullend hulpwoordenboek voor Groot-Nederland
e acclimatization station.
f station d'acclimatation.
d Akklimatisierungsort.
acclimatiseeren
e t o ( a c ) c l i m a t i s e of a c c l i m a t i z e .
f acclimater; s'acclimater.
d (s i c h ) a k k l i m a t i s i e r e n , (s i c h ) a n e i n K l i m a g e w ö h n e n .
achtererf
e back-yard, back premises.
f a r r i è r e - c l o s , a r r i è r e - c o u r , c o u r d e d e r r i è r e (De Lenthiolle,
Relation, p. 19).
d [d e r ] H i n t e r h o f .
achtergalerij
e back-veranda(h).
f véranda(h) de derrière.
d hintere Veranda.
achterland
e hinterland.
f arrière-pays.
d Hinterland.
achterstand
[van bureauwerk]
e a r r e a r s , bijv. t o p o l i s h o f f en b r i n g u p a r r e a r s .
f arrières, arrérage(s).
d Rückstand.
adat
F.P.H. Prick van Wely, Viertalig aanvullend hulpwoordenboek voor Groot-Nederland
e a d a t = the immemorial law of courtesy, which, in Java, regulates all things,
from matters of life and death down to the arrangement of a girl's scarf and the
games which children play. (A. de Wit, Facts and Fancies, p. 144). U s a g e of
customary law, consue-
F.P.H. Prick van Wely, Viertalig aanvullend hulpwoordenboek voor Groot-Nederland
3
t u d i n a r y l a w (als omschrijving) en soms n a t i v e c u s t o m . In E.I.
dustur.
f ( h ) a d a t = loi traditionelle en ce qui concerne les personnes et les biens. Ook
d r o i t c o u t u m i e r en c o n s u é t u d e .
d A d a t = Gewohnheitsrecht: Die Malaier bezeichnen dieses uralte
Gewohnheitsrecht mit dem Namen A d a t (A. Maasz, Quer durch Sumatra, p.
46). Ook L a n d r e c h t .
adé
e l i t t l e (y o u n g e r ) b r o t h e r (s i s t e r ).
f f r è r e (s o e u r ) p l u s j e u n e ; p e t i t f r è r e , p e t i t e s o e u r ; f r é r o t ,
soeurette.
d jüngerer Bruder, jüngere Schwester; Brüderchen,
Schwesterchen.
adenoïden
e adenoid growths.
f tumeurs adénoïdes.
d adenoïde Vegetationen.
adipati
e adipati.
f adipati.
d Adipati.
adjunct-houtvester
e assistant forester.
f agent forestier adjoint.
d Förster.
administrateur
e e s t a t e - m a n a g e r (van een land of onderneming); p u r s e r (boot).
F.P.H. Prick van Wely, Viertalig aanvullend hulpwoordenboek voor Groot-Nederland
f administrateur, régisseur.
d P l a n t a g e n l e i t e r (D.K.Z.), P f l a n z u n g s l e i t e r ; V e r w a l t e r , soms
Manager.
administrateurswoning
e m a n a g e r ' s h o u s e ; schertsend g o v e r n m e n t - h o u s e .
f maison d'administrateur.
d M a n a g e r h a u s (E. Otto, Pflanzer- und Jägerleben, p. 102).
administratief
e administrative.
f administratif.
d administrativ.
adoeh!
[uitroep van pijn en bewondering]
e 1. a h ! o h ! en a ï e ! 2. o h !
f 1. a ï e ! 2. ô!
d 1. a i ! a u ! a u a ! a u w e h ! 2. o!
adressant
e applicant; petitioner.
f pétitionnaire.
d Bittsteller; Supplikant.
adviseur
[- voor Chineesche zaken]
e a d v i s e r f o r C h i n e s e a f f a i r s (Swettenham, The Real Malay, p. 29).
In de F.M.S. (Federated Malay States) heeft men ook een S e c r e t a r y f o r
Chinese Affairs.
f conseiller pour les affaires chinoises.
d A v i s o r , K o m m i s s a r , R a t -(g e b e r ) f ü r c h i n e s i s c h e
Angelegenheiten.
F.P.H. Prick van Wely, Viertalig aanvullend hulpwoordenboek voor Groot-Nederland
advokaat
[vrucht]
e a l l i g a t o r - p e a r , in E. Guyana a v o c a d o . Soms v e g e t a b l e m a r r o w
en ook m i d s h i p m e n ' s b u t t e r . Vgl. Marryat, F. Mildmay XVIII:
A b b o g a d a p e a r s (better known by the name of subaltern's butter).
F.P.H. Prick van Wely, Viertalig aanvullend hulpwoordenboek voor Groot-Nederland
4
f (p o i r e ) a v o c a t (B). Les termes d ' a v o c a t i e r et d ' a v o c a t sont une
corruption des noms américains a h u a c a (au Mexique), a o u a c a (en caraïbé)
et a g u a c a t e (au Brésil et au Pérou) zegt Jumelle Cult. Coloniales, I, p. 172.
d A d v o k a t - B i r n e , A v o g a t o - B i r n e ; A b a r a t e (Kerner, Pflansenleben).
afbellen
[bij de telephoon]
e ring off.
f faire couper le circuit.
d abläuten.
afbouw
e working.
f ouvre, pourchasse.
d Abbau.
afdeelingschef
e h e a d o f a d i v i s i o n (M. S).
f chef de division.
d Abteilungschef.
afkloppen
e t o u c h w o o d : ‘One morning a week ago Bijou was frisking around her, so
strong and happy and aunt Jane said out loud: How well and young my darling
is looking! She was never better in all her life! And she forgot t o t o u c h
w o o d !’ I looked a question? ‘Run over by a horrid, horrid motor-car within the
week’ (Punch, 1907, p. 14c).
f t o u c h e r d u b o i s : Un jour, M. Jules Claretie, constatant la prospérité de
la Comédie, se frotta les mains et s'écria: ‘Touchons du Bois!’ - woordspeling
uit 't Journal Amusant (1909, pag. 11) op Jules Bois. De Vie Parisienne, 909,
p. 288a heeft nog duidelijker: Depuis trente-huit ans que nous vivons en paix
(je t o u c h e d u b o i s ) le prestige etc. Vgl. ook La Rivale, II, 2:
Jane. - Pontecroyx, il y a du malheur pas loin d'ici ... Pontecroyx. - Quelle
idée!... Pourquoi? Surtout ne jamais dire cela!... T o u c h e z d u b o i s , vite!
et soyez optimiste.
d u n b e r u f e n , u n b e s c h r i e e n zegt men onder 't afkloppen.
F.P.H. Prick van Wely, Viertalig aanvullend hulpwoordenboek voor Groot-Nederland
afkomen
[v. een benoeming]
e to be gazetted.
f ê t r e a u M o n i t e u r , ê t r e p u b l i é o f f i c i e l l e m e n t , ook paraître.
d offiziell werden.
afloopen
['n schip]
e loot, plunder.
f piller.
d plündern.
Afrikaantjes
e African marigolds.
f souci d'Afrique.
d afrikanische Ringelblume.
afscheep
e 1. s h i p p i n g , s h i p m e n t ; 2. s h i p p i n g - s t a g e .
f 1. e x p é d i t i o n ; 2. a p p o n t e m e n t .
d V e r s c h i f f u n g , V e r l a d u n g ; 2. V e r s c h i f f u n g s b r ü c k e .
afscheidsreceptie
e farewell reception.
f réception d'adieu.
d Abschiedsempfang.
afscheidsvisite
e f a r e w e l l c a l l , -v i s i t .
f visite d'adieu, visite de congé.
F.P.H. Prick van Wely, Viertalig aanvullend hulpwoordenboek voor Groot-Nederland
d Abschiedsbesuch.
F.P.H. Prick van Wely, Viertalig aanvullend hulpwoordenboek voor Groot-Nederland
5
afsteken
['n visite]
e pay a visit.
f pousser une visite à qqn.
d einen Besuch machen.
aftelefoneeren
e say off by telephone, phone an excuse.
f t é l é p h o n e r p o u r s e d é g a g e r ,c o n t r e m a n d e r p a r t é l é p h o n e .
d telephonisch absagen.
aftikken:
zie afkloppen en overchineezen .
afvoerkanaal
e conduit.
f canal d'écoulement.
d [d e r ] A b z u g s k a n a l .
agar-agar
e a g a r - a g a r , an edible seaweed, used in the East for jelly and glue and for
dressing silks. Soms a g a l - a g a l , volgens M.S., wat wel de Chineesche
uitspraak zal zijn.
f a g a r - a g a r , espèce d'algue marine (N.L.I.).
d A g a r - A g a r (G., p. 533).
ajer blanda
e s o d a w a t e r , a e r a t e d w a t e r ; A p o l l i n a r i s ; P o l l y (Slang).
f eau de Seltz, eau gazeuse.
F.P.H. Prick van Wely, Viertalig aanvullend hulpwoordenboek voor Groot-Nederland
d M i n e r a l w a s s e r , S e l t e r s - w a s s e r . Vgl. ook Prof. Haberlandt, Bot.
Tropenreise, pag. 84: Abends trinkt man ein Glas ‘A p o l l i n a r i s ’ oder sonst
ein Sauerwasser.
ajer djeroek:
zie kwast .
ajo
e j e l d y j o w (E. Indië); ook c o m e (g e t ) a l o n g .
f allons; allez.
d fort, nur zu! los denn!
akal
e dodge, trick, shift, artifice, fake.
f truc, ruse, expédient, ficelle.
d Kniff, Pfiff, Kunstgriff, List, Feinheit.
akar wangi
e beardgrass root, ginger grass root, khuskhus grass.
f racine de barbon, vétiver.
d Bartgraswurzel, Iwarancusawurzel.
*al!
e 1. y e s ; 2. r e a d y , f i n i s h e d !
f 1. o u i ; 2. f i n i !
d 1. j a . Vgl. Schuchardt, Kreol. Studien, IX, pag. 150: Unvollkommen holländisch
sprechende Kinder (lees: bijna alle k.) antworten auf die Frage ‘hast du das
oder jenes schon gethan?’ durchgehends nur a l für j a , entsprechend dem
mal. s u d a h ; 2. f e r t i g !
alang-alang
F.P.H. Prick van Wely, Viertalig aanvullend hulpwoordenboek voor Groot-Nederland
e I n d i a n r e e d g r a s s . Soms reeds l a l a n g of a l a n g - a l a n g , zooals blijkt
uit Scott, The Malayan Words in English.
f a l a n g - a l a n g (Lahure, Souvenirs, p. 69).
d (i n d i s c h e s ) R o h r g r a s . Ook L a l a n g en L a l a n g g r a s volgens E. Otto,
Pflanzer- und Jägerleben, p. 24 en A l a n g - A l a n g - G r a s (D.K.Z.).
F.P.H. Prick van Wely, Viertalig aanvullend hulpwoordenboek voor Groot-Nederland
6
alcatief
e rug, square of carpet.
f p e t i t t a p i s (à h a u t p o i l ).
d (F u s z -) T e p p i c h .
Alfoeren
e the Alfurs, Alfuros.
f [l e s ] A l f o u r á s , A l f o u r o u s (Album Veth, p. 1211).
d [d i e ] A l f u r e n , A r a f u r a s .
alfoersch
e Alfurese.
f a l f o u r ( i e n ) in de G.I.N. pp. 208 en 209.
d alfurisch.
alg. st.:
zie stamboek .
alla(h)!
e g o o d g r a c i o u s ! m y g r a c i o u s ! (o h ) d e a r ! d e a r m e !
f m o n D i e u ! (j u s t e ) c i e l !
d gütiger Himmel! du meine Güte!
aloen-aloen
e a l o o n - a l o o n = e s p l a n a d e , c o u r t - y a r d . In Eng. Indië m y d a n of
m e i d a u n = any open plain with grass on it. (H.J.) Vgl.: There are no historic
spots nor show-places of native recreation in Batavia; no k r a t o n s , or
a l o o n - a l o o n s , as their palaces and courtyards are called. (E.R. Scidmore,
Java, p. 47).
f a l o u n - a l o u n = esplanade devant la résidence d'un régent.
F.P.H. Prick van Wely, Viertalig aanvullend hulpwoordenboek voor Groot-Nederland
d A l u n - A l u n = die Esplanade, der offene freie Rasenplatz vor der Residenz
eines Regenten.
amalgamatie
e amalgamation.
f amalgamation.
d [d a s ] A m a l g a m i e r e n .
amalgameeren
e amalgamate.
f amalgamer.
d amalgamieren.
Amboina:
zie Ambon .
amboineesch:
zie ambonsch .
Ambon
e Amboyna.
f A m b o i n e (Li.)
d Amboina.
Ambonees
e Amboynese.
f Amboinais.
d Amboinese.
ambonsch
F.P.H. Prick van Wely, Viertalig aanvullend hulpwoordenboek voor Groot-Nederland
e Amboynese.
f amboinais.
d a m b o i n e s i s c h , a m b o i n i s c h . Dit laatste in a m b o i n i s c h e P o c k e n .
ambtenaar
e o f f i c e r ; o f f i c i a l ; f u n c t i o n a r y . Ambtenaar ter beschikking functionary at the disposal of the Governor-General
(Kipling, The Day's Work, p. 175). Ambtenaar met verlof - f u n c t i o n a r y o n
leave.
f f o n c t i o n n a i r e . Ambtenaar ter beschikking - a g e n t e n d i s p o n i b i l i t é .
Ambtenaar met verlof - f o n c t i o n n a i r e e n c o n g é .
d B e a m t e r , R e g i e r u n g s b e a m t e r . Ambtenaar ter beschikking B e a m t e r z u r V e r f ü g u n g d e s G.G. Ambtenaar met verlof - B e a m t e r
auf Urlaub.
ambtenaar
[van het openbaar ministerie]
e public prosecutor.
F.P.H. Prick van Wely, Viertalig aanvullend hulpwoordenboek voor Groot-Nederland
7
f le ministère public.
d Staatsanwalt.
ambtsbrief
e official letter.
f l e t t r e of d é p ê c h e o f f i c i e l l e .
d Amtsschreiben, Amtsbrief.
ambtsressort
e jurisdiction, province, department.
f ressort.
d [d e r ] A m t s b e z i r k .
americaine
e Americaine.
f a m é r i c a i n e (H.D.)
d [d i e ]. A m e r i c a i n e , leichter vierrädriger Wagen für zwei Personen mit
Bedientensitz (M.S.)
ameublement(je)
e s u i t e (o f f u r n i t u r e ), s e t o f f u r n i t u r e .
f garniture.
d Garnitur.
amfioen
e o p i u m . Amfioen schuiven - t o s m o k e o p i u m .
f o p i u m (spr. opiòme). Men zegt f u m e r d e l ' o p i u m , niet m a n g e r ,
mâcher de l'opium.
d [d a s ] O p i u m . Men heeft O p i u m r a u c h e n , niet O p i u m k a u e n .
F.P.H. Prick van Wely, Viertalig aanvullend hulpwoordenboek voor Groot-Nederland
† Amme:
zie baboe .
amok & amok maken
e a m o k , vroeger a m u c k en zelfs a m u c k in de uitdrukking t o r u n a m u c k
of t o r u n a m u c k zooals Dryden en Pope hebben. In The Hind and Panther
van Dryden vindt men:
Frontless and satire-proof he scours the streets,
And runs an Indian muck at all he meets.
Vgl. voor het moderne gebruik in de fig. taal: What the Markiss would like above
all things would be to run a m o k among the Bishops (Punch, Essence of
Parliament van 29 Mei 1901). Een variant is: t o r u n a m o k a g a i n s t of
a t . Verder nog t o g o a m o k en t o a m o k (M.)
f (f a i r e , c o u r i r ) l ' a m o k (Favre).
d A m o k (l a u f e n ): Ein eigentümlicher Ausflusz plötzlich ausbrechender
wahnsinniger Wildheit ist das A m o k l a u f e n , das sich darin äuszert, dasz
jemand mit einem Male von fanatischer Mordgier ergriffen wird und blindlings
dahinstürmend alles niedersäbelt, was ihm in den Weg kommt (Sievers, Asien,
p. 604). Ook A m o k m a c h e n . Vgl. nog Preyer, Indo-Malayische Streifzüge,
p. 208: Das A m o k l a u f e n hat in der Gegenwart sehr abgenommen... Alles
flieht beim Herannahen eines A m o k l ä u f e r s . Mr. heeft verder
Amucklaufen.
amokmaker
e a m o k - r u n n e r (H.J., pag. 22 b.), a m o k e r (D.D., p. 5).
f qui fait amok, court l'amok.
d A m o k l ä u f e r (E. Otto, Pflanzer- und Jägerleben, p. 55).
amokpartij
e a m o k - r u n n i n g (c a s e ).
f cas d'amok.
d Amuckanfall.
F.P.H. Prick van Wely, Viertalig aanvullend hulpwoordenboek voor Groot-Nederland
8
† amokroeper:
zie amokmaker .
† amokschreeuwer:
zie amokmaker .
amoksignaal
e amok-alarm.
f signal d'amok.
d Amoksignal.
† amokspe(e)l(d)er:
zie amokmaker .
† amokspoeger:
zie amokmaker .
† amokspuwer:
zie amokmaker .
ampas
e b a g a s s e , c a n e t r a s h (F.). Ook m e g a s s ( e ) of m e g a s s f u e l .
f bagace, bagasse.
d B a g a s s e : Zuckerrohr-Rückstände nach dem Pressen als Feuerungsmaterial
verwendet.
ampas-oven
F.P.H. Prick van Wely, Viertalig aanvullend hulpwoordenboek voor Groot-Nederland
e b a g a s s e - b u r n e r (M.).
f f o u r à b a g a s s e (advertentie).
d Bagassen-Brennofen.
* amper
e nearly, almost.
f presque.
d beinahe, fast.
anak mas
e native foster-child.
f enfant indigène adoptif.
d inländisches Pflegekind.
ananas
e a n a n a s . De soms voorkomende vorm a n a n a , ook n a n a , is ontstaan,
doordat men de s aangezien heeft voor den meer-voudsuitgang. Ook vindt
men p i n e - a p p l e en gemeenzaam p i n e . Vgl.: The first a n a n a s or
p i n e - a p p l e that was brought to perfection in England, grew in Sir Decker's
garden at Richmond (M.).
f a n a n a s (spr. anana). Reeds aangetroffen in 1667.
d A n a n a s , mv. A n a n a s ( s e ) .
ananastaart
e ananas-cake.
f t a r t e à l ' a n a n a s . Favre vertaalt g a n t i r a s a = sorte de tourte à l'ananas.
d Ananastorte.
ancienniteit
e s e n i o r i t y : The first and paramount condition of appointment in every case
is absolute and proved fitness for the post, and apart from such fitness,
s e n i o r i t y gives no claim (Sir John Strachey, India, p. 69). Vgl. p r o m o t i o n
by seniority.
f a n c i e n n e t é , bijv. a v a n c e m e n t p a r a n c i e n n e t é of à
l'ancienneté.
F.P.H. Prick van Wely, Viertalig aanvullend hulpwoordenboek voor Groot-Nederland
d A n c i e n n e t ä t , of A n c i e n n i t ä t , maar in het Duitsche leger is
D i e n s t a l t e r of A m t s a l t e r voorgeschreven. Vgl.
Anciennetätsbeförderung.
andjing tanah
e mole-cricket.
f c o u r t i l i è r e , t a u p e - g r i l l o n . H.D. zegt hiervan: Insecte de la famille des
grillons, dit plus communément c o u r t i l i è r e .
d [d i e ] M a u l w u r f s g r i l l e .
andong
[Djokja]: zie kosong .
F.P.H. Prick van Wely, Viertalig aanvullend hulpwoordenboek voor Groot-Nederland
9
angkin
e w a i s t b a n d (worn with the sarong).
f ceinture.
d Leibgürtel.
angkloeng
e a n g k l o o n g = a rude instrument, made of five or eight graduated bamboo
tubes, cut like organ pipes, and hung loosely in a frame, which, shaken by a
master hand, or swinging in the breeze from some tree-branch, produces the
strangest, most weird and fascinating melodies in all the East (E.R. Scidmore,
Java, p. 143).
f a n k l o u n g = instrument de musique: bambous de longueurs diverses donnant
des notes de la gamme (cinq notes), et que l'on agite (René Ghil, Le Pantoun
des Pantoun).
d [d e r ] A n k l u n g . De beschrijving is te vinden in Dr. Breitenstein, Ein und
zwanzig Jahre in Indien.
animisme
e animism.
f animisme.
d Animismus.
ankong
[Atjeh]: zie ricksha
anopheles
e anopheles.
f (m o u s t i q u e d u g e n r e ) a n o p h è l e : Les m o u s t i q u e s d u g e n r e
a n o p h è l e transmettent le parasite de la fièvre paludéenne (N.L.I.). Ce n'est
pas à l'anéantissement des a n o p h è l e s qu'il faut attribuer la disparition de
la malaria des Dombes et du nord des dép. de l'Isère (Rev. Sc. 1906 Dec.).
d A n o p h e l e s , G a b e l m ü c k e (Br.).
F.P.H. Prick van Wely, Viertalig aanvullend hulpwoordenboek voor Groot-Nederland
antecedent
e p r é c e d e n t (voor enk. en mv.).
f p r é c é d e n t , mv. - s.
d P r ä c e d e n z f a l l , mv. ook P r ä c e d e n z i e n .
antecedenten
[van iemand]
e antecedents.
f antécédents.
d Antecedentien, Antezedenzien.
antimakassar
e anti-macassar.
f dessus de fauteuil.
d [d e r ] A n t i m a c a s s a r , kleine (gehäkelte) Sophadecke zum Schutze gegen
Haarölflecke (Flügel).
antipyrine
e antipyrin(e).
f antipyrine.
d [d a s ] A n t i p y r i n (M.S.).
1)
antjar
e a n t i a r , a n c h i a r , M a c a s s a r p o i s o n t r e e ; t h e u p a s t r e e . Vgl.: E.
Darwin immortalized the deadly u p a s , or a n t i a r , in his poem; ‘The Botanic
Garden’ and this antiar is the only actual and accepted upas-tree of the tropics
(E.R. Scidmore, Java, p. 321). De wetenschappelijke naam is A n t i a r i s
toxicaria Leschen.
f u n u p a s (spr. upace).
d A n t s c h a r b a u m of U p a s - b a u m (M.S.).
1)
In Indië is dit woord zoo goed als onbekend.
F.P.H. Prick van Wely, Viertalig aanvullend hulpwoordenboek voor Groot-Nederland
10
apenbroodboom
e monkey-bread tree, baobab.
f baobab.
d Affenbrotbaum.
1)
apenland
e ‘M o n k e y l a n d .’
f pays de singes, patelin de moricauds.
d Affenland.
apennoot
[N]: zie katjang 2 en Atchinnoot .
apenpokken
e swine-pox.
f [l a ] v a r i c e l l e , p e t i t e v é r o l e v o l a n t e .
d [d i e ] S c h a f s p o c k e n , S c h a f p o c k e n .
Arab
[scheldnaam]
e Arab.
f A r a b e , a r b i (S.V.).
d Araber.
arak
e á r r a c k , an ardent spirit used in the East, procured from the fermented juice
of the cocoa and other palms, as well as from rice and jaggery sugar. Soms
r a c k . Vroeger (1652) a r a c en a r a k (M.).
f a r a c k of r a c k . La plus estimée [eau-de-vie] est l ' a r a c k de Batavia
(Jumelle, Cult. Col., I, p. 241).
1)
= Indië. Reiding spreekt in zijn Wereldroes p. 166 reeds van apentaaltje (Boegineesch).
F.P.H. Prick van Wely, Viertalig aanvullend hulpwoordenboek voor Groot-Nederland
d [d e r ] A r r a k , soms A r a k . Durch Gärung des Reises in Mischung mit
Palmensaft stellt man den A r a k dar (Br.). Mr. vermeldt reeds K ü s t e n a r r a k .
arak obat
e medicinal arrack.
f arack médicinal.
d Medizinalarrak.
arakstokerij
e arrack distillery.
f d i s t i l l e r i e of b r ü l e r i e d ' a r a c k .
d Arrak-Brennerei.
arang
e charcoal.
f charbon de bois.
d Holzkohle.
areaal
e area, surface.
f superficie.
d Flächeninhalt, Areal.
areka:
zie pinang .
arenpalm
e a r e n g a (- p a l m ), a r e n g , g o m u t i (M.S.), s u g a r - p a l m .
f palmier-areng.
d Z u c k e r p a l m e , S a g u w e e r - p a l m e (Rumphius-Gedenkboek). Ook
Arengapalme.
F.P.H. Prick van Wely, Viertalig aanvullend hulpwoordenboek voor Groot-Nederland
arensuiker:
zie goela djawa .
arit
e s a b e t s i c k l e (catalogus - Katz Brothers).
f faucille.
d Sichel.
Armeniaan
e Armenian.
f Arménien.
d Armenier.
armeniaansch
e Armenian.
f arménien.
d armenisch.
F.P.H. Prick van Wely, Viertalig aanvullend hulpwoordenboek voor Groot-Nederland
11
armenzorg
e poor relief.
f l'assistance publique.
d Armenpflege.
armwezen
e administration of public charities.
f l'assistance publique.
d Armenwesen.
arrow-root
e arrow-root.
f a r r o w - r o o t (B.). De plant heet m a r a n t a of h e r b e à l a f l ê c h e .
d A r r o w r o o t (-M e h l ), P f e i l - w u r z e l m e h l .
artillerie constructiewinkel
e artillery arsenal.
f atelier de construction de l'artillerie.
d Artilleriewerkstätte.
aschregen
e shower of ashes.
f p l u i e d e c e n d r e s (Flammarion, L'Eruption du Krakatoa, p. 6).
d Aschenfall, Aschenregen.
asem(boom)
e Indian date; tamarind.
f t a m a r i n d i e n , t a m a r i n ; t a m a r i n ( i e r ) heet de boom.
d T a m a r i n d e ; S a u e r d a t t e l (-B a u m ).
F.P.H. Prick van Wely, Viertalig aanvullend hulpwoordenboek voor Groot-Nederland
asemstroop
e tamarind syrup.
f sirop de tamarin.
d Tamarindensirup.
asphalt
e asphalt, bitumen.
f asphalte, bitume, goudron minéral.
d [d e r ] A s p h a l t , [d a s ] B i t u m e n , [d a s ] E r d p e c h .
asphalteeren
e asphalt, bituminize.
f asphalter.
d asphaltieren, mit Asphalt pflastern.
aspirant-controleur
e assistant district officer.
f a s s i s t a n t - c o n t r ô l e u r (G.I.N., p. 8).
d Kontrolleur-Aspirant.
aspirine
e aspirin.
f aspirine.
d [d a s ] A s p i r i n = die Acetyl-salizylsäure (Mr.).
assistente
e assistant.
f aide.
d Gehilfin.
F.P.H. Prick van Wely, Viertalig aanvullend hulpwoordenboek voor Groot-Nederland
assistent-resident
e a s s i s t a n t - r e s i d e n t : To Perak were appointed a Resident and
A s s i s t a n t - R e s i d e n t (Swettenham, The Real Malay, p. 19).
f a s s i s t a n t - r é s i d e n t (Ch.B.).
d Assistenz-Resident.
assurantiepenningen
e i n s u r a n c e - r a t e s , -d u e s .
f primes d'assurance.
d Versicherungsgebühren.
atap
e a t ( t ) a p , palm-fronds used for thatch by the Javanese (Ch.). Ook p a l m - l e a f
thatch.
F.P.H. Prick van Wely, Viertalig aanvullend hulpwoordenboek voor Groot-Nederland
12
f a t a p = feuilles séchées de nipah ou d'alang-alang.
d A t a p = Dachdeckung von Nipablättern oder Lalanggras.
Atchinnoot
[N]: zie djamboe monjet .
atjar
e a c h a r , adopted in nearly all the vernaculars of India for acid and salt relishes.
By the Europeans it is used as the equivalent of pickles and applied to all the
stores of Crosse and Blackwell in that kind (H.J.). Ook a c h i a ( r ) zegt M.S.
f p i c k l e s , d e s a c h a r s (Favre), a c h a r d s (Li). Dit is reeds zoo ingeburgerd
in het Fransch, dat S.V. B a m b u s e n k o n f e k t vertaalt door a c h i a ( r ) .
d Pic(k)les, Pickels, Achia.
atjar-bamboe
e b a m b o o - a c h a r (M.S.).
f b a m b o u e n a c h a r s naar Favre's a t j a r m a n g g a = des mangues en
achars.
d B a m b u (s e n )k o n f e k t (S.V.).
Atjeh
e A c h i n of A c h e e n , nieuwste spelling A c h e h .
f l'Atchin.
d Atschin, Atjeh.
Atjeher
e A c h i n e s e of A c h e e n e s e .
f Atchinois.
d A t s c h i n e s e ; - e s i n is het vrouwelijk.
F.P.H. Prick van Wely, Viertalig aanvullend hulpwoordenboek voor Groot-Nederland
atjehjas
e shut up coat.
f v e s t o n m o n t a n t . Vgl.: Madrolle, Indo-Chine, II, p. 11: les hommes revêtent
le plus ordinairement la tenue de toile blanche sous forme de v e s t o n
montant.
d geschlossenes Jackett.
atjehsch
e Achinese, Acheenese.
f atchinois.
d atschinesisch, atjehisch.
atlasvlinder
e atlas moth.
f saturnie atlas.
d Atlasspinner, - falter.
atoeran
e arrangement.
f arrangement.
d Regelung.
attestatie de vita
e affidavit, certificate of existence.
f certificat de vie.
d Daseinsbescheinigung.
Australiër
e A u s t r a l i a n h o r s e , W a l e r : Horses are exported largely from Australia
to India even. I have heard men from Bengal talk of the W a l e r s , meaning
horses from New South Wales (Swaen, Selection, I, p. 60).
f (c h e v a l ) a u s t r a l i e n : La voiture de Malais les suivait, un splendide attelage
d ' a u s t r a l i e n s (Farrère, Les Civilisés, p. 125). La victoria est signée Binder,
F.P.H. Prick van Wely, Viertalig aanvullend hulpwoordenboek voor Groot-Nederland
les chevaux sont deux A u s t r a l i e n s , la race superbe qui ne vit qu'un an
sous le ciel d'Indo-Chine (Farrère, Fumées d'Opium, p. 127).
d australisches Pferd.
F.P.H. Prick van Wely, Viertalig aanvullend hulpwoordenboek voor Groot-Nederland
13
autolet(te)
e autolette.
f autolette.
d [d a s ] A u t o l e t .
1)
avondschot
e e v e n i n g g u n , in E.I. h a l f p a s t n i n e - g u n .
f coup de canon de retraite.
d [d e r ] A b e n d - S i g n a l s c h u s z , A b e n d s c h u s z .
1)
avondtafel
e evening-meal.
f repas du soir.
d Abendtisch, Abendessen.
avondtoilet
e evening dress.
f toitette de soirée.
d Gesellschaftsanzug.
B.
B.O.W.:
zie departement 4 .
B.V.
= buitenlandsche vijand.
e foreign enemy, enemy from without.
1)
1)
Het avondschot is sedert eenige jaren afgeschaft. Evenzoo het morgenschot.
De avondtafel (8 uur, half 9) vervangt het Europeesche diner en is dus tegelijk souper.
F.P.H. Prick van Wely, Viertalig aanvullend hulpwoordenboek voor Groot-Nederland
f e n n e m i e x t é r i e u r : le véritable rôle de notre armée consiste à ... assurer
la défense du pays contre un e n n e m i e x t é r i e u r , zegt generaal Gallieni.
d [d e r ] a u s l ä n d i s c h e (a u s w ä r t i g e ) F e i n d (D.K.Z.).
baadje
e 1. b a ( d ) j o o , the Malay jacket. Ook b a j u (H.J.); 2. a g i r l ' s (u n d r e s s )
f r o c k . Iemand op zijn baadje komen, iemand wat op zijn baadje geven - t o
dust one's jacket, to give it one.
f 1. v e s t e i n d i g è n e (pour hommes); c a r a c o (pour femmes); 2. r o b e .
Iemand op zijn baadje komen, wat op zijn baadje geven - d o n n e r à q q n .
sur le casaquin.
d 1. (i n l ä n d i s c h e ) J a c k e ; 2. M ä d c h e n - R o c k . Iemand op zijn baadje
komen, wat op zijn baadje geven - e i n e m a u f s W a m s k l o p f e n , e t w a s
a u f d i e J a c k e g e b e n ,d u r c h - w a m s e n ,d i e J a c k e a u s k l o p f e n .
† baaitje:
zie baadje .
baantjesjager
e p l a c e - h u n t e r (M S.).
f coureur de places, pilier d'antichambre.
d Stellenjäger.
baanverschuiving:
zie aardverschuiving .
baar
e g r i f f i n of g r i f f , n e w c h u m , l i m e - j u i c e (in Eng.-Indië); n e w c o m e r ;
(fig.) n o v i c e , g r e e n - h o r n , f r e s h y . Bewijsplaatsen: A young man newly
arrived in the colonies from the old country is styled a n e w c h u m or a
l i m e - j u i c e (F. en H.). It seems really strange to a g r i f f i n - the cant word
for a European just arrived (Lord Minto, In India). In de 18e eeuw
orombarros
F.P.H. Prick van Wely, Viertalig aanvullend hulpwoordenboek voor Groot-Nederland
14
van o r a n g b e h a r o e . H.J. zegt: ‘O r o m b a r r o s seems to have been used
as g r i f f i n now is’. In Australië heet de baar j a c k a r o o of B l a c k h a t = a
newly-arrived immigrant (M.), in Canada t e n d e r - f o o t , in Japan weer
g r i f f i n : Supposing you to be a foreigner who has just arrived, and therefore
a ‘griffin’ in Yokohama Slang (C.L. Brownell, The Heart of Japan, p. 24).
f n o u v e a u - d é b a r q u é ; n o u v e a u v e n u ; (fig.) n o v i c e , b l e u .
d N e u a n k ö m m l i n g , A n k ö m m l i n g , N e u l i n g in den Tropen (Dr. Martin,
Unsere Kolonien, p. 6); (fig.) G r ü n s c h n a b e l .
baardvogel
e barbet, coppersmith, puff bird.
f barbu.
d Bartvogel.
baarsch
e t e n d e r f o o t e d , g r i f f i n i s h , g r i f f i s h (M.).
f neuf, novice, gauche, bleu.
d unerfahren, grün.
baba
e I n d i a b o r n C h i n a m a n . Ook b a b a , vgl. de Hongkong Daily Press, 30
Nov. 1903: If ‘sons of the soil’ are ‘waxing fat’ in Hongkong, their progress is
insignificant as compared with the B a b a s in the Straits. B a b a , by the way,
is the term generally used in Malaya for a Straits or Malaya born Chinaman.
f Chinois né aux Indes.
d in Indien geborener Chinese.
babi
e 1. h o g , p i g ; p o r k ; 2. f a t t y .
f 1. c o c h o n ; p o r c ; 2. p a t a p o u f .
d 1. S c h w e i n ; S c h w e i n e - f l e i s c h 2. D i c k w a n s t .
babichinees:
F.P.H. Prick van Wely, Viertalig aanvullend hulpwoordenboek voor Groot-Nederland
zie spekchinees .
babiroesa
e b a b i r ( o ) u s s a (H.J.), p i g - d e e r (Wallace). Vgl. M.: I n d i a n h o g , a
name for the B a b i r o u s s a . Ook h o g - d e e r en h o r n e d h o g .
f c o c h o n - c e r f , c e r f - c o c h o n , c h o i r ê l a p h u s . Ook b a b i - r o u s s a ,
dat reeds in kleinere woordenboeken voorkomt.
d [d e r ] B a b i r u s s a , H i r s c h - E b e r (M.S.), E b e r h i r s c h .
baboe
e a y a h 1), het Engelsch-Indische woord voor: a native Indian waiting-maid (Ch.);
van Chineesche afkomst heet zij a m a h (E.I.); ook n a t i v e n u r s e of
n u r s e - m a i d . Vgl. H.J.: In Java and the farther East b â b û means a nurse
or female servant.
f servante, bonne indigène.
d (i n l ä n d i s c h e ) K i n d e r w ä r t e r i n , D i e n s t m a g d ; Z o f e .
2)
bacove :
zie banaan .
badak
e b a d a g , a b a d a (Sc.), r h i n ó c e r o s .
1)
2)
Dit woord komt in Indië nog voor (als a a i j a ) in het Portugeesch-Maleisch van Toegoe (vgl.
H. Schuchardt, Kreol. Studien, IX, p. 115).
Dit West-Indische woord komt ook hier in de kranten wel eens voor.
F.P.H. Prick van Wely, Viertalig aanvullend hulpwoordenboek voor Groot-Nederland
15
f [l e ] r h i n o c é r o s (spr. roce).
d [d a s ] N a s h o r n , R h i n o c e r o s .
badhanddoek
e bath towel, Turkish towel.
f e s s u i e - m a i n (p o u r l e b a i n ), s e r v i e t t e é p o n g e .
d Bade-Handtuch.
badjing
e p a l m - s q u i r r e l : the trees slipped past quickly, the p a l m - s q u i r r e l s fled
chirrupping (F.A. Steel, On the Face of the Waters, Ch. V).
f écureuil javanais.
d [d a s ] i n d i s c h e E i c h h ö r n c h e n .
badklompen
e bath-room clogs.
f s o c q u e s (d e b o i s ) - zie Willy, Claudine s'en va, p. 114.
d Badepantinen.
badwater
e b a t h w a t e r (Kipling).
f eau pour le bain.
d Badewasser.
badzeep
e bath-soap.
f savon pour le bain.
d Badeseife.
F.P.H. Prick van Wely, Viertalig aanvullend hulpwoordenboek voor Groot-Nederland
bahoe:
zie bouw .
bajem
e Indian amarant(h).
f amarante des Indes.
d indische Amarant.
bak
[soldaten slang]
e joke, lark.
f bourde, blague, farce.
d Witz, Spasz.
bakkeleien
e to tussle, fight, clapper-claw, be at loggerheads, have a
set-to.
f b a t a i l l e r ; s e c h a m a i l l e r , s e c o l l e t e r . Van vrouwen s e c r ê p e r
le chignon, se peigner.
d sich balgen, sich raufen, sich inden Haaren liegen, sich
kabbeln.
bakoe bakoe
e b â k a u : the mangrove forests which cover these sea swamps (of Perak) are
called b â k a u by the Malays (Singapore en Straits Directory i.v. Perak).
f bois de mangliers sur la côte marécageuse.
d Mangrove-Sumpfwald.
bal costumé
e f a n c y (d r e s s ) b a l l .
f bal costumé.
d [d e r ] K o s t ü m b a l l .
F.P.H. Prick van Wely, Viertalig aanvullend hulpwoordenboek voor Groot-Nederland
bale-bale
e (b a m b o o ) d i v a n .
f d i v a n (d e b a m b o u ).
d [d e r ] D i w a n of D i v a n .
Balinees(ch)
e B a l i n e s e - zie Sasak .
f B a l i n o i s en B a l i n a i s ; b a l i n o i s , b a l i n a i s .
d Balier; balinesisch.
* balsemiek
e beastly hot.
f chaud à étouffer.
d barbarisch heisz.
F.P.H. Prick van Wely, Viertalig aanvullend hulpwoordenboek voor Groot-Nederland
16
bamboe
[subst. en adj.]
e bamboo, Indian cane.
f bambou; de bambou.
d B a m b u s (r o h r ).
bamboe doeri
e thorny bamboo.
f bambou épineux.
d [d e r ] D o r n b a m b u s .
bamboestoel
e stool of a bamboo.
f souche, pied de bambou.
d Stock des Bambusrohrs.
1)
bami
e bahmi.
f bami.
d Bami.
† banaan:
zie pisang .
† bananier:
zie pisang .
1)
Chineesche macaroni met varkens-vleesch, garnalen en groenten. Dit moet dus als
omschrijving achter de equivalenten gevoegd worden.
F.P.H. Prick van Wely, Viertalig aanvullend hulpwoordenboek voor Groot-Nederland
bandeng
e b a n d e n g . De C.I. geeft: At the change of the east and west-monsoon, the
coast is yearly visited by Madurese fishers, who come to catch the young
b a n d e n g for the fish-ponds. Ook e l o p s . In W.I. s e a g a l l i w a s p . In de
tropische zeeën komt ook voor de b o n e - f i s h of l a d y f i s h , 'n andere
elops-soort: Verder wordt hiermee bedoeld C h a n o s o r i e n t a l i s en A l b u l a
bananus.
f é l o p e , enz. - zie 't Engelsch.
d E i d e c h s e n f i s c h (M.S.) - zie verder het Engelsch.
bandjir
e f l o o d , l a n d - f l o o d , i n u n d a t i o n . Soms s p a t e . Vgl. When they got to
the Clyde, they found it in full f l o o d , heavy and sudden rains at the head of
the water having brought it down in a wild s p a t e . (Brown, Horae Subsecivae).
f i n o n d a t i o n , c r u e s o u d a i n e . In Le Mouvement Socialiste van 5 April
1902 vindt men reeds het Maleische woord onvertaald.
d Reiszflut, Hochwasser, Ueberschwemmung.
bandjiren [van 'n rivier]
e b e i n f l o o d ; het bandjirt - t h e w a t e r s a r e o u t .
f d é b o r d e r ; het bandjirt - l a r i v i è r e e s t d é b o r d é e , a d é b o r d é .
d ü b e r d a s U f e r t r e t e n ; het bandjirt - d a s W a s s e r i s t
ausgetreten.
1)
bank
e settee; divan.
f canapé; divan.
d L e h n b a n k , [d a s ] K a n a p e e ; D i w a n .
bankzaken
e banking-transactions.
f affaires de banque.
d Bankgeschäfte.
1)
De hieronder gegeven beteekenissen komen bij de gewone Hollandsche.
F.P.H. Prick van Wely, Viertalig aanvullend hulpwoordenboek voor Groot-Nederland
Bantammer
e Bantam man.
f habitant de la résidence de Bantam, Bantamois.
d Einwohner von Bantam.
banteng
e b a n t e n g (M.S.) It was almost dusk..., when the b a n t e n g ,
F.P.H. Prick van Wely, Viertalig aanvullend hulpwoordenboek voor Groot-Nederland
17
or wild cow, was trotted out - a clumsy, dun coloured creature, with a strange,
musky odour (E.R. Scidmore, Java, p. 133).
f v a c h e , t a u r e a u s a u v a g e . Vgl. b a n t i n g = boeuf sauvage (N.L.I.).
d [d e r ] B a n t e n g , das javanische Rind (M.S.).
barang
e luggage; goods; things; belongings.
f bagages; effets; hardes.
d Gepäck, Sachen; Habseligkeiten.
baris(s)an
e native troops.
f troupes indigènes.
d inländische Truppen.
barouchet(te)
e light barouche.
f b i r o u c h e t t e (Mr.)
d l e i c h t e B a r u t s c h e of B i r u t s c h e .
bastionsgroenten
e wild-growing vegetables.
f légumes sauvages.
d wildwachsende Gemüse.
bataljonscommandant
e c o m m a n d e r o f t h e [a] b a t t a l i o n .
f chef de bataillon.
d Bataillonskommandeur.
F.P.H. Prick van Wely, Viertalig aanvullend hulpwoordenboek voor Groot-Nederland
Bataviaan
e Batavian.
f Batavien.
d Batavier.
bataviaasch
e B a t a v i a n ; B a t a v i a ....
f batavien, de Batavia.
d bataviasche.
batig slot
e surplus revenue.
f reliquat, excédent, surplus, plus-value.
d Ueberschusz.
batik
e b a t i k , b a t t i c k , b a t t y (Sc.).
f b a t i k (M.V.E.). Marre zegt: Le b a t i c a g e est exclusivement propre à
l'archipel Malais.... Les femmes Javanaises surtout sont très habiles dans l'art
d'orner leurs b a t i k s de jolis dessins de fleurs.
d B a t i k , B a t t i k en B a t t i c k . Vgl. Metzger, Viersig Jahre, p. 25: g e b a t i k t e
Sarongs.
batikken
e to batick.
f b a t i q u e r (M.V.E.).
d b a t i k k i e r e n (Mr.).
batok:
zie klapperdop .
F.P.H. Prick van Wely, Viertalig aanvullend hulpwoordenboek voor Groot-Nederland
Bat(t)akker
e 1. B a t t a ( h ) ; 2. B a t t a h p o n y .
f 1. B a t t a ( k ) , B a t a k (Favre); 2. p o n e y d e s p a y s B a t t a s .
d 1. [d e r ] en [d i e ] B a t t a ( k ) ; 2. B a t t a k - P o n y . Vgl.: die
menschenfressenden B a t t a k (Br. s.v. Malaio-Polynesische Sprachen); verder
een opstel van Ködding in de Globus LIII: Die B a t t a k e r auf Sumatra.
bat(t)aksch
e Batta(k).
f batta.
d B a t t a ( k ) . Men spreekt van de B a t t a l ä n d e r , B a t t a t y p u s enz.
F.P.H. Prick van Wely, Viertalig aanvullend hulpwoordenboek voor Groot-Nederland
18
† battoor:
zie boedjang .
bavetje
e bib, feeder.
f bavette.
d G e i f e r l ä p p c h e n , -t u c h .
bawal
e p o m f r e t . Er zijn twee soorten: de S t r o m a t e u s n i g e r en de
Stromateus argenteus.
f [l e ] s t r o m a t é e n o i r , s. a r g e n t é .
d S t r o m a t e u s n i g e r , S. a r g e n t e u s .
bawang
e onion.
f oignon.
d Zwiebel.
Beaumontgeweer
e Beaumont rifle.
f [l e ] B e a u m o n t .
d Beaumont-Gewehr.
bebakening
e beaconage.
f balisage.
d Betonnung.
F.P.H. Prick van Wely, Viertalig aanvullend hulpwoordenboek voor Groot-Nederland
bébé
e morning-gown, baby-frock for ladies.
f b é b é Vgl. Willy, La Môme Picrate, p. 91: la chemise élue par Picrate... s'avère
de forme b é b é . Ook r o b e b é b é (Jules Bois, Le Vaisseau des Caresses,
p. 3).
d Hänger, Hängerkleid.
bedak
e r i c e - p o w d e r o f f a c e p o w d e r : A very free use of p o w d e r is affected
by ladies of colour (A. Forbes, Insulinde, p. 224). Ook s p l a s h (Slang).
f poudre de riz, du rouge.
d [d a s ] R e i s p u l v e r : Das R e i s p u l v e r wird zu kosmetischen Zwecken [als
Schminke] angewandt (Br.).
bedakken
[zich]
e to powder; to rouge.
f s e p o u d r e r , m e t t r e d e l a p o u d r e , s ' e n f a r i n e r , s e f a r d e r ; in
Frankrijk gewoonlijk: m e t t r e d u r o u g e o f d u b l a n c . Ook s e
poudrederiser.
d s i c h p u d e r n (s c h m i n k e n ), S c h m i n k e a u f l e g e n .
bedakkwast
e powder-puff, powder dab.
f houppe, houppette.
d Puderquaste.
bedakpot
e p o w d e r - b o x , p o w d e r - p o t . Vgl. r o u g e - p o t .
f b o î t e à p o u d r e (d e r i z ).
d R e i s p u l v e r b ü c h s e . Ook S c h m i n k b ü c h s e , -t o p f .
bediendenbelasting
F.P.H. Prick van Wely, Viertalig aanvullend hulpwoordenboek voor Groot-Nederland
e house-servants' tax.
f taxe sur les domestiques.
d B e d i e n t e n s t e u e r : Steuer von männlichen Dienstboten in Groszbritannien
seit 1777,... ist seit 1889 Gemeindesteuer, zegt Mr.
bediendenkamer
e s e r v a n t ' s r o o m , mv. s e r v a n t s ' r o o m s (q u a r t e r s ); mv. d o m e s t i c
o f f i c e s , in E.I. t h e s e r v a n t s ' l i n e s .
f c h a m b r e d e d o m e s t i q u e (A. D a u d e t , Soutien de Famille, p. 171);
mv. l e s l o g e m e n t s d e s s e r v i t e u r s , l e s o f f i c e s .
F.P.H. Prick van Wely, Viertalig aanvullend hulpwoordenboek voor Groot-Nederland
19
d Bedientenstube, Gesinde-Stube, Dienerwohnung.
bediendenkantoor
e r e g i s t r y o f f i c e (f o r s e r v a n t s ).
f bureau de placement.
d G e s i n d e - A m tG
, e s i n d e - B u r e a uS, t e l l e n v e r m i t t - l u n g s b u r e a u .
bediendenpersoneel
e servants; servantdom.
f domesticité, gens de maison, valetaille.
d D i e n e r s c h a f t ,D i e n s t - p e r s o n a l ,G e s i n d e ,[d i e ]B e d i e n s t e t e n .
bedoek
e mosque tabour, tom-tom.
f tambour de mosquée.
d Moschee-Handtrommel.
bedrijfsbelasting
[voor inlanders]
e income-tax.
f (i m p ô t d e l a ) p a t e n t e , c o n t r i b u t i o n p e r s o n e l l e m o b i l i è r e .
d Einkommensteuer.
beëindiging
e expiration, expiry.
f expiration.
d Beendigung.
begintraktement
F.P.H. Prick van Wely, Viertalig aanvullend hulpwoordenboek voor Groot-Nederland
e initial of commencing salary.
f traitement de début, traitement initial.
d Anfangsgehalt, Gehalt im Anfangssatze.
begrafenisfonds
e burial society, burial-fund, burial club.
f caisse d'enterrement.
d Leichenkasse, Leichen-bestattungsverein.
begrootingsjaar
e financial year.
f année budgétaire.
d Etatsjahr.
behoud
[met - van traktement]
e on full pay.
f avec solde entière.
d auf vollem Sold.
be(j)o
e m a i n a , m i n a of m i n a - b i r d : the common talking starling or religious grackle
of India is Eulabes [formerly Gracula] religiosa, of a purplish-black colour, with
yellow bill and feet, and curious leafy lappets of a yellow or orange colour on
the head. It is easily tamed and taught to speak with singular distinctness (Wh.).
f béo = étourneau des Indes.
d [d e r ] M i n o , M e i n a t e (M.S.).
bek
- vert.: inlandsclie wijkmeester.
bekel:
F.P.H. Prick van Wely, Viertalig aanvullend hulpwoordenboek voor Groot-Nederland
zie kepala kampong .
bekendheid
[akte van -]
e attestation of notoriety.
f acte de notoriété.
d Bekanntheits bescheinigung.
* bekend stellen:
zie stellen .
belanghebbenden
e those interested, the party of parties concerned.
F.P.H. Prick van Wely, Viertalig aanvullend hulpwoordenboek voor Groot-Nederland
20
f les intéressés.
d [d i e ] I n t e r é s s e n t e n .
belastingjaar:
zie dienstjaar .
beleeningsbriefje
e pawn ticket.
f récépissé.
d Pfandschein.
belle:
zie snaar .
bendehoofd
e leader of a gang, ring-leader.
f chef de bande.
d Bandenführer.
bendie
e b a n d y : A buggy being a one-horse vehicle.... at Madras they call it a b a n d y
(M.).
f bandy.
d Bandy.
beneden
e i n t h e P l a i n s , b a c k f r o m t h e h i l l s e n b e l o w (E. In-dië). Vgl.
Compton, Indian Life, p. 192: I do not know any sense of relief and delight
greater than that of breathing in the mountain air after a long spell of the stifling
heat b e l o w . Vgl. boven.
F.P.H. Prick van Wely, Viertalig aanvullend hulpwoordenboek voor Groot-Nederland
f sur la côte; de retour des montagnes.
d an der Küste, im Niederlande; zurück von den Bergen.
benedenlanden
[De Padangsche -]
e the Padang lowlands.
f l e s B a s P a y s d e P a d a n g (G.I.N., p. 20).
d das Unterland von Padang.
benedenstad
e lower town, down-town.
f ville basse.
d niedere Stadt, Unterstadt.
Bengalees
e Bengalese, Bengalee.
f B e n g a l a i s (L.).
d Bengale, Bengalese.
benting
e (m u d ) f o r t ; f o r t i f i c a t i o n , f o r t r e s s .
f fortification.
d Fort, befestigter Posten.
benzoë:
zie menjan .
beoordeelingslijst:
zie conduitestaat .
F.P.H. Prick van Wely, Viertalig aanvullend hulpwoordenboek voor Groot-Nederland
bepekken
[schooltaal]
e to cop, nab, pinch.
f pincer, piper, poisser, piger.
d erwischen, ertappen.
bergbatterij
e mountain battery.
f batterie de montagne.
d Gebirgsbatterie.
bergcultuur
e upland culture.
f culture dans les montagnes.
d B e r g k u l t u r (D.K.Z.).
bergeend:
zie meliwis .
bergklimaat
e h i l l c l i m a t e (E. Indië). Ook m o u n t a i n c l i m a t e .
f climat de montagne.
d [d a s ] B e r g k l i m a (A. Maasz, Quer durch Sumatra, p. 37).
F.P.H. Prick van Wely, Viertalig aanvullend hulpwoordenboek voor Groot-Nederland
21
bergland
e hilly country.
f terrain en montagne, pays montagneux.
d hügeliges Gelände, gebirgiges Land.
berglucht
e m o u n t a i n - a i r (M.S.). Ook: a i r o f t h e m o u n t a i n s . Zie beneden .
f air des montagnes.
d B e r g l u f t (M.S.).
bergmeer
e mountain-lake.
f lac dans les montagnes.
d Bergsee.
bergpaard
e hill-pony.
f poney des montagnes.
d Bergpferd.
bergrijst
e u p l a n d r i c e . Vgl. Brownell, The Heart of Japan, Ch. I: Kono Hito grew
swamp rice only. He said there was no money in u p l a n d r i c e . Ook
m o u n t a i n - r i c e = an upland rice grown without irrigation in the Himalayas,
Cochin-China, some districts of the United States and Europe (Wh.).
f r i z d e m o n t a g n e : Ce riz est encore appelé r i z d e c h a m p et r i z s e c
(Jumelle, Cult. Col., I, p. 88).
d B e r g r e i s : d e r B e r g r e i s hat sich in Europa nicht bewährt (Mr.).
bergschoenen
F.P.H. Prick van Wely, Viertalig aanvullend hulpwoordenboek voor Groot-Nederland
e mountaineering boots.
f souliers pour la montagne.
d B e r g s t e i g e r (s c h u h e ).
bergspoorweg
e mountain-railway.
f chemin de fer dans les montagnes.
d Bergbahn, Gebirgsbahn, Steilbahn.
bergstorting:
zie aardschuiving .
bergstreek
e mountainous region.
f contrée montagneuse.
d Berggegend, Gebirgsgegend.
bergterrein
e hilly ground.
f terrain en montagne.
d Gebirgsterrain, hügeliges Gelände.
bergtocht
e m o u n t a i n - e x c u r s i o n . Ook m o u n t a i n t r i p .
f excursion dans les montagnes.
d Bergexkursion.
bergtuin
e m o u n t a i n g a r d e n : The m o u n t a i n - g a r d e n of Tjibodas ... is well worth
a visit (S.T.).
f jardin dans les montagnes.
F.P.H. Prick van Wely, Viertalig aanvullend hulpwoordenboek voor Groot-Nederland
d B e r g g a r t e n : Der B e r g g a r t e n ist seiner Anlage nach ein schöner Park
(Giesenhagen, Auf Java und Sumatra, p. 71).
† bergwilden:
zie Alfoeren .
bergwind
e mountain-wind.
f vent de la montagne.
d Bergwind.
F.P.H. Prick van Wely, Viertalig aanvullend hulpwoordenboek voor Groot-Nederland
22
beri-beri
e b e r i - b e r i : The attention of the Royal College of Physicians has been drawn
to the ravages of b e r i - b e r i (Uit The Straits Time, 23 Dec. '02)
f [l e ] b é r i b é r i .
d [d i e ] B e r i - B e r i . Er wordt in de D.K.Z. van 1903 pag. 404 b melding gemaakt
van ‘Pathogenese der B e r i b e r i und der indischen Sprüw.’
beri-berilijder
e beri-beri-patient.
f qui souffre du béribéri.
d Beriberikranker.
besmetverklaring
[is opgeheven]
e c l e a n b i l l s of h e a l t h i s s u e d a g a i n of r e s u m e d .
f des patentes nettes sont données.
d Quarantäne aufgehoben.
bestelloon
e c a r r i a g e , c a r r i e r ' s f e e [s], p o r t e r a g e .
f factage, port.
d B e s t e l l g e b ü h r , -g e l d , Z u s t e l l u n g s g e b ü h r voor telegrammen.
bestuur
[plaatselijk]
e local authorities, local board.
f les autorités municipales.
d Ortsbehörde, Lokalver-waltung.
Bestuursacademie
F.P.H. Prick van Wely, Viertalig aanvullend hulpwoordenboek voor Groot-Nederland
e Civil Service academy.
f académie pour administrateurs coloniaux.
d Kolonialverwaltungs-hochschule.
bestuursambtenaar
e administrative officer.
f fonctionnaire administratif.
d Verwaltungsbeamte(r), Regierungsbeamte(r).
bestuurskamer
e board-room.
f s a l l e [d u c o n s e i l ] d e d i r e c t i o n .
d Direktionszimmer.
bestuurslid
e member of the board.
f m e m b r e d u c o m i t é (d e d i r e c t i o n ).
d Vorstandsmitglied, Ausschuszmitglied.
bestuurstafel
e board, ook board table..
f table de la direction.
d Ausschusztisch.
bestuurstelsel
e system of administration.
f système administratif.
d Verwaltungssystem.
bestuurswege
[van-]: zie landswege .
F.P.H. Prick van Wely, Viertalig aanvullend hulpwoordenboek voor Groot-Nederland
betalingstaat
e pay sheet, pay-roll.
f état, feuille de paye.
d S o l d -, A u s z a h l u n g s l i s t e .
† betel:
zie sirih .
† beteldoos:
zie sirihdoos .
† betelkistje:
zie sirihdoos .
F.P.H. Prick van Wely, Viertalig aanvullend hulpwoordenboek voor Groot-Nederland
23
† betelnoot:
zie pinang .
bet(t)et
e parrakeet.
f perruche d' Alexandre.
d Sittich.
Betje post
[Slang]
e the post.
f [l a ] p o s t e .
d [d i e ] P o s t . In Duitschland spreekt men wel eens familiaar van H a n s P o s t .
betoel
[adj. en adv.]
e t r u e ; f a c t ! r e a l l y (a n d r e a l l y )!
f vrai; vrai de vrai, vraiment.
d w a h r (h a f t i g ); w i r k l i c h . Vgl. H. Schuchardt, Kreol. Studien, IX, p. 150: So
hört man zu Batavia ‘het is b e t o e l waar’, mit einem ähnlichen Pleonasmus
wie er in unserem ‘es ist wirklich wahr’ liegt.
bevloeiingswerken
e irrigation works.
f travaux d'irrigation.
d Berieselungswerke, Bewässerungswerke.
bevorderen
e t o p r o m o t e [t o b e ], p r o m o t e t o , bijv. h e w a s p r o m o t e d [t o b e ]
lieutenant, t o lieutenant.
f fair avancer, promouvoir.
F.P.H. Prick van Wely, Viertalig aanvullend hulpwoordenboek voor Groot-Nederland
d b e f ö r d e r e n [z u m ].
bezuinigingsmaatregelen
e retrenching measures.
f mesures économiques.
d Einschränkungsmaszregeln.
bezwaar
[buiten - van den lande]
e at one's own expenses.
f s a n s s o l d e (van militairen); s a n s p r é j u d i c e a u t r é s o r .
d ohne Schaden für die Staatskasse, auf eigne Kosten.
bibit
e 1. s e e d ; 2. s e e d l i n g .
f 1. s e m e n c e ; 2. p l a n t , s e m i s . Vgl. Jumelle, Cult. Col., I, p. 267: les cannes
à sucre qui proviennent de s e m i s (ou s e e d l i n g s ) ne mûrissent qu'au bout
de trois ou quatre ans.
d 1. S a m e n (k ö r n e r ); 2. S ä m l i n g , S e t z l i n g ; S t e c k l i n g , P f l ä n z l i n g .
bibitaanplant
e nursery of seedlings.
f pépinière pour semis.
d S a a t s c h u l e , -b e e t .
bibittuin:
zie bibitaanplant .
bidmatje
e prayer-mat.
f tapis de prière.
d Betteppich.
F.P.H. Prick van Wely, Viertalig aanvullend hulpwoordenboek voor Groot-Nederland
biek(je)
e old crock, knacker, nag.
f b i d e t , c a r c a n , c a n a s s o n , ook b i q u e : nous voilà partis, dans le coupé
numéro un, et toujours avec les rosettes blanches au frontail des b i q u e s
(Lavedan, Nouveau Jeu, Ch. VIII).
d S c h i n d m ä h r e , [d i e ] Z i c k e ; soms [d e r ] N i c k e l .
bierhal
e beer house, pub.
F.P.H. Prick van Wely, Viertalig aanvullend hulpwoordenboek voor Groot-Nederland
24
f débit de bière, café.
d Bierhaus, Bierschenke.
bijbaantje
e extra billet, by-job, by-employment.
f emploi accessoire.
d Nebenamt.
bijcultuur
e accessory cultivation.
f c u l t u r e a n n e x é e (a c c e s s o i r e ).
d N e b e n k u l t u r (D.K.Z.).
bijgebouwen
e o u t h o u s e s , o u t b u i l d i n g s : Not only the king, but all his brothers and
sons ... lived in this wooden palace or its o u t b u i l d i n g s (Annie Linden, Gold,
p. 195).
f l e s a n n e x e s : Les cuisines sont situées dans les a n n e x e s (J. Leclercq,
Un Séjour dans l'île de Java). Soms l e s c o m m u n s .
d Nebengebäude, Seiten-gebäude, Nebenbauten.
bijkantoor
e branch-office, branch.
f succursale.
d F i l i a l e , Z w e i g s t e l l e (bij de post).
bijlage
e 1. a n n e x ( e ) , e n c l o s u r e , a c c o m p a n y i n g p a p e r ; 2. zie snaar .
f 1. a n n e x e ; 2. zie snaar .
d 1. B e i l a g e , E i n l a g e ; 2. zie snaar .
F.P.H. Prick van Wely, Viertalig aanvullend hulpwoordenboek voor Groot-Nederland
bijprodukt
e b y - p r o d u c t , s u b - p r o d u c t , m i n o r p r o d u c t : it is constantly the case
that the b y e - p r o d u c t s of a complex industry are found to be the sole source
of business profits (Wh.).
f sous-produit.
d Nebenprodukt, Seiten-produkt.
bijverdienste
e extra profit, extra, by-gains.
f p r o f i t a c c e s s o i r e , [l e ] c a s u e l , r e v e n a n t - b o n .
d [d e r ] N e b e n v e r d i e n s t .
bijwerken
[v. achterstand]
e get up, polish off.
f expédier.
d nachholen.
bikoe-bikoe
e lace-edging.
f bordure en dents de scie.
d Spitzenband.
bilak
e s p l i t b a m b o o : A rude wall of s p l i t b a m b o o and branches had been
built near it (A. Linden, Gold, p. 267).
f bambou fendu.
d gespaltener Bambus.
Bimanees
e 1. i n h a b i t a n t o f B i m a ; 2. B i m a p o n y .
f 1. h a b i t a n t d e B i m a ; 2. c h e v a l d e B i m a .
d 1. B i m a n e s e ; 2. B i m a - P f e r d .
F.P.H. Prick van Wely, Viertalig aanvullend hulpwoordenboek voor Groot-Nederland
bindrotting:
zie rotan .
bingoeng
e bewildered, confused, flurried, dumbfounded.
F.P.H. Prick van Wely, Viertalig aanvullend hulpwoordenboek voor Groot-Nederland
25
f déconcerté, ahuri, démonté, désorienté.
d verwirrt, auszer Fassung.
binnengalerij
e i n n e r h a l l , i n n e r g a l l e r y . Vgl. A. Linden, Gold, p. 82: Here a door led
into an i n n e r - g a l l e r y or corridor.
f h a l l i n t é r i e u r , g a l é r i e i n t é r i e u r e (Quenedy, Java-Birmanie, p. 16).
d Mittelzimmer; innere Gallerie.
binnenjongen:
zie huisjongen .
binnenland(en)
e t h e i n t e r i o r . In Eng. Indië heeten de binnenlanden t h e m o f u s s i l . Zoo
heeft Kipling in zijn From Sea to Sea, I, p. 225, Tauchn.: You know our
ineradicable tendency to damn everything i n t h e m o f u s s i l .
f l'intérieur.
d I n l a n d , B i n n e n l a n d of [d a s ] I n n e r e : Es fehlte nicht an den bekannten
militärischen Promenaden in's I n n e r e (Martin, Unsere Kolonien).
binnenlander
e i n h a b i t a n t o f t h e i n t e r i o r ; m o f u s s i l i t e (Eng. Indië). Vgl. ook Melati
van Java, The Resident's Daughter, p. 61: Mrs. V. and her husband were
i n l a n d e r s of the most uncompromising description.
f habitant de l'intérieur.
d Einwohner des Inlandes.
binnenlandsch
[- verlof]
e s h o r t l e a v e of soms t e m p o r a r y l e a v e . Vgl. Reith, Padre in Partibus,
p. 52: Malacca. ... never sees a soldier except when an officer spends s h o r t
l e a v e in wading through the padyfields after snipe.
f permission.
F.P.H. Prick van Wely, Viertalig aanvullend hulpwoordenboek voor Groot-Nederland
d Urlaub fürs Inland.
binnenmeid
e housemaid.
f servante.
d Hausmagd.
binnenplaats
e i n l a n d p l a c e (s t a t i o n ).
f ville de l'intérieur.
d B i n n e n s t a t i o n - zie de Verkehrsnachrichten. der, D.K.Z. Ook
Innenstation.
binnenprauw
e river proa.
f pirogue de rivière.
d Fluszproa.
bintang
[Slang]
e decoration.
f décoration.
d Dekoration.
bioscoop:
zie cinematograaf .
bisbilles
e bickerings, squabbles.
f b i s b i l l e s , bijv. a v o i r d e s b i s b i l l e s , maar ê t r e e n b i s b i l l e .
d Zänkereien; Häkeleien; Kampelei.
F.P.H. Prick van Wely, Viertalig aanvullend hulpwoordenboek voor Groot-Nederland
bitteren:
zie pai(h)ten .
F.P.H. Prick van Wely, Viertalig aanvullend hulpwoordenboek voor Groot-Nederland
26
bitterpraatjes
e gossip, teatable talk, tittle-tattle.
f cancans, racontars, potins.
d Klatschgeschichten, Gewäsch.
bitterflesch
e gin-bottle.
f bouteille à genièvre.
d Schnapsflasche.
bitterglas
e l i q u e u r g l a s s f o r ‘b i t t e r .’
f verre à bitter, verre pour l'apéritif.
d Schnapsglas.
Bittermeren
[de -]
e the Bitter Lakes.
f les Lacs amers.
d die Bitterseen.
bittertafel
e l a r g e t a b l e i n t h e c l u b s w h e r e m e m b e r s h a v e t h e i r ‘b i t t e r ’.
f table où l'on prend l'apéritif.
d S t a m m t i s c h (ongeveer).
1)
bitteruur
e t i m e f o r a ‘b i t t e r ’ b e f o r e d i n n e r .
f l'heure de l'apéritif.
1)
Tusschen zeven en acht des namiddags.
F.P.H. Prick van Wely, Viertalig aanvullend hulpwoordenboek voor Groot-Nederland
d Zeit des Schnapstrinkens vor dem Essen.
bitterwater
e a p e r i e n t w a t e r ,b i t t e r w a t e r ,p u r g i n g w a t e r ,H u n y a d i J a n o s
water.
f eau purgative.
d B i t t e r w a s s e r : Hunyadi Janos, das vollkommenste, beliebteste
B i t t e r w a s s e r (advertentie).
2)
bladziekte
e l e a f - b l i g h t , l e a f - d i s e a s e (M.). Wt. zegt: This fungal disease appears
to have been first observed on coffee in Ceylon, about the year 1869, and in
South India two years later. It has since appeared in Burma, China, Java,
Sumatra, and been identified as met with in the coffee districts of Africa.
f m a l a d i e d e l a f e u i l l e (A. Delmas, Java, p. 97).
d B l a t t (f l e c k e n ) k r a n k h e i t , L a u b k r a n k h e i t .
blanda
e D u t c h m a n ; algemeen w h i t e m a n , in E.-Indië: F e r i n g h e e , eigenlijk =
Frank.
f Hollandais; blanc.
d Holländer; Weiszer.
blandja:
zie pasargeld.
blank
e w h i t e . Een blanke - a w h i t e m a n .
f blanc; un blanc.
d weisz; ein Weiszer.
blankofficier
2)
Van de koffie namelijk = H e m i l e i a v a s t a t r i x .
F.P.H. Prick van Wely, Viertalig aanvullend hulpwoordenboek voor Groot-Nederland
e nigger driver, overseer, hard-master.
f surveillant d'esclaves, négrier.
d S k l a v e n a u f s e h e r , -t r e i b e r .
blauwe:
zie sinjo .
* blazen
e break wind, fart.
f péter, fuser, lâcher le gaz, se lâcher.
d furzen, einen streichen lassen.
blijvers
e fixed settlers, permanent residents.
f résidents fixes.
d Festangesessenen.
F.P.H. Prick van Wely, Viertalig aanvullend hulpwoordenboek voor Groot-Nederland
27
blik
[breede -]
e breadth of view, largeness of mind, large-mindedness.
f l a r g e u r of o u v e r t u r e d ' e s p r i t .
d Weitsehendheit.
blik(je)
e t i n ; c a n (Amerikaansch).
f boîte de conserves.
d Konservenbüchse.
blikkenmelk
e preserved milk, tinned milk.
f lait en boîte, lait conservé.
d Büchsenmilch, kondensierte Milch.
blikopener
e t i n - o p e n e r . Vgl. Steevens, With Kitchener, p. 14: The old campaigner starts
out with the clothes he stands up in and a t i n - o p e n e r . In Amerika c a n
opener.
f ouvre boîte(s) de conserves.
d Büchsenöffner.
blikverpakking
[in -]
e p a c k e d i n t i n of t i n - l i n e d c a s e s .
f emballage en fer blanc.
d verpackt in Blech.
blimbing
F.P.H. Prick van Wely, Viertalig aanvullend hulpwoordenboek voor Groot-Nederland
e b l i m b e e , fruit of the c u c u m b e r - t r e e . Verder b i l i m b i , b i l i m b i n g en
b l i m b i n g (W.) en c a r a m b o l a .
f a v e r r h o a . Ook c a r a m b o l i e r en p o m m i e r d e G o a . Zie Jumelle,
Cult. Col., I, p. 198: Le c a r a m b o l i e r ou p o m m e d e G o a est un
arbrisseau de l'Inde où il est tres cultivé sous les noms de b i l i m b i n g ,
t a m a r a t o n g a et c a m r u n g a . Ook c a r a m b o l e .
d B l i m b i n g (Sanders, Fremdwörterbuch); ook A v e r r h o a (b a u m ).
† bloedloop:
zie dysenterie .
bloemencorso
e floral procession.
f c o r t è g e of c o r s o f l e u r i , c o n c o u r s d ' a t t e l a g e s f l e u r i s .
d [d e r ] B l u m e n k o r s o .
blok:
zie boei .
bobo
[kindertaal]
e 1. s l e e p ; 2. b y e - b y e , bijv. t o g o t o b y e - b y e , in E.I. g o t o b y e - l o .
f d o d o , bijv. f a i r e d o d o en a l l e r a u d o d o .
d 1. S c h l a f ; 2. B a b a , bijv. i n d i e B a b a of B u g e b e i g e h e n .
boea nona:
zie boewa nonna .
boeboek
e wood-fretters, dry rot.
f pou de bois.
d Holzwurm, Holzbohrer.
F.P.H. Prick van Wely, Viertalig aanvullend hulpwoordenboek voor Groot-Nederland
boeboer
e porridge.
f bouillie.
d Mehlbrei; Brei.
boeboerlap
[soldatenslang]
e s u r g e o n ' s o r d e r l y (a s s i s t a n t ). In Eng.-Indië p o u l t i c e w a l l a h (F.
en H.). Ook p o u l t i c e - m i x e r bij de marine.
F.P.H. Prick van Wely, Viertalig aanvullend hulpwoordenboek voor Groot-Nederland
28
f cousse de castu, vise au trèfle, canonnier de la pièce
h u m i d e , l i m o n a d i e r d e p o s t é r i e u r , alle dienende tot aanduiding
van den Franschen i n f i r m i e r d ' h ô p i t a l of i n f i r m i e r m i l i t a i r e .
d Lazarettgehülfe.
Boeddhabeeld
e i m a g e o f B u d d h a , B u d d h a f i g u r e of s t a t u e .
f image, statue de Bouddha.
d Buddha-Bild.
Boeddhist
e Buddhist.
f bouddhiste.
d Buddhist.
boeddhistisch
e Buddhistic(al).
f bouddhique.
d buddhistisch.
boedel
[failliete -]
e bankrupt's estate.
f masse.
d Konkursmasse.
boedjang
e servant, fag.
f garçon de peine.
d Diener.
F.P.H. Prick van Wely, Viertalig aanvullend hulpwoordenboek voor Groot-Nederland
Boeginees(ch)
e B u g i ; B u g i n e s e - zie Makassar .
f Bougui(s); le bougui(s), boughinais.
d [d e r ] en [d i e ] B u g i , mv. ook B u g i s e n en B u g i n e s e n (Mr.);
B u g i n e s i s c h (taal).
boejongen
[soldatenslang]: zie boedjang .
boei
e l o c k - u p , j a i l , t r o n k en c o n j e e - h o u s e = a military lock-up. In Eng.-Indië
c h o k e y , in Australië t h e l o g s .
f prison, bloc, poste, violon.
d Keiche, Gefängnis, Stockhaus.
boeloe ajam:
zie boeloe-boeloe .
boeloe-boeloe
e f e a t h e r d u s t e r , -b r o o m .
f plumeau, plumail, plumart, plumet.
d Federbesen, Abstäuber.
boemboe-boemboe
e spices.
f épices, épicerie.
d Gewürze, Gewürzwaren.
boengkoes(an)
e bundle.
f b a l u c h o n , p a q u e t , t a p o n (van kleeren).
F.P.H. Prick van Wely, Viertalig aanvullend hulpwoordenboek voor Groot-Nederland
d Bündel.
de boer met zijn varkens
e s h o a l o f p o r p o i s e s of s e a - h o g s .
f b a n c d e m a r s o u i n s of c o c h o n s d e m e r .
d Zug Meerschweine.
boe(w)a nonna
e b u l l o c k ' s - h e a r t , in W.-I. c u s t a r d - a p p l e , waarmee echter in Eng.-Indië
de serikaja aangeduid wordt.
f a n o n e r é t i c u l é e ou C o e u r d e b o e u f (B.). Ook c a c h i m a n ( t ) en
mamellier.
d Ochsenherz.
boe(w)aja
e 1. c r o c o d i l e ; (fig.) g l u t t o n ;
F.P.H. Prick van Wely, Viertalig aanvullend hulpwoordenboek voor Groot-Nederland
29
2. l o a f e r , p r o w l e r , k i d d y . In Londen: H o o l i g a n . N.B. In Engelsch-Indië
wordt c r o c o d i l e zelden gebruikt, maar bijna altijd a l l i g a t o r , volgens H.J.
f 1. c r o c o d i l e of c a ï m a n ; fig.: g o u l u , g u e u l a r d ; 2. Ook A p a c h e
(slang) en g o u a p e .
d 1. [d a s ] K r o k o d i l ; fig.: V i e l f r a s z ; 2. s c h u r k i s c h e r B u m m l e r .
boffer
e l a l l y c o d l e r , one eminently successful in any particular line (F. en H.). Ook
flukist, lucky dog.
f b i d a r d = homme chançard à qui tout réussit; de Bidard ... emballeur qui
gagna le gros lot au tirage de la loterie qui suivit l'Exposition de 1878 (N.L.I.).
d G l ü c k s p i l z ; vgl. ook: e r h a t e i n e n f u r c h t b a r e n T o r k e l , e r h a t
Sau.
Bogor:
vert. Buitenzorg.
Bogoriaan:
vert. inwoner van Buitenzorg.
bombardeeren
[iemand - tot]
e to kick one into an office.
f b o m b a r d e r , bijv. b o m b a r d e r qqn. général.
d bombardieren zum.
Bombayer:
zie Bombaykerel .
Bombaykerel
e B o m b a y (t r a d e s ) m a n , s e l l e r o f B o m b a y g o o d s .
F.P.H. Prick van Wely, Viertalig aanvullend hulpwoordenboek voor Groot-Nederland
f marchand d'articles de Bombay.
d Verkäufer von Bombay-Waren.
bon(netje)
e v o u c h e r ; c h e c k ; t i c k e t ; c h i t ( t y ) . In Kipling, The Gadsbys, p. 54, vindt
men deze aanwijzing: signing v o u c h e r for four drinks en op p. 40: Here is
a p e g v o u c h e r = bon voor 'n whiskey-soda. C h i t schijnt echter het woord
te zijn - vgl. Brownell, The Heart of Japan, p. 47: at the clubs or in the great
hotels... c h i t signing is indulged in as a liberal art.... Railway people and
beggars are the only people who don't take c h i t s .
f bon.
d Bon, Schein, Gutschein.
bonboekje
e check-book, ticket-pad.
f carnet de bons.
d Scheinheft.
† bonk
[betaalmiddel]
e copper lump.
f lingot de cuivre.
d Kupferbarren.
a) boom
e custom house.
f le contrôle, les bâtiments de la douane.
d E i n - u n d A u s g a n g s z o l l (a m t ), Z o l l s t a t i o n .
b) boom:
zie boomen .
boomen
F.P.H. Prick van Wely, Viertalig aanvullend hulpwoordenboek voor Groot-Nederland
[= een boom opzetten]
e t o c h a t ; t o h a v e (s p i n ) a y a r n w i t h ..., t o y a r n . Vgl. Hichens, The
Woman with the Fan, p. 115: I'd rather have gone on y a r n i n g with y o u ...
We did have a talk!
f t a i l l e r u n e b a v e t t e (d e s b.), f a i r e l a c a u s e t t e .
d plaudern, schwatzen.
F.P.H. Prick van Wely, Viertalig aanvullend hulpwoordenboek voor Groot-Nederland
30
boomhagedis
e tree-lizard.
f lézard d'arbre.
d Baumeidechse.
boomklerk
e customs-clerk.
f commis d'expédition en douane.
d Verzollungsabfertiger.
boomorchidee
e tree-orchis.
f orchidée d'arbre.
d [d i e ] B a u m o r c h i d e e , - o r c h i s .
boomslang
e tree-snake, tree-serpent.
f s e r p e n t d ' a r b r e , [l e ] d e n d r o p h i d e (N.L.I.).
d Baumschlange.
boomvaren
e tree-fern.
f f o u g è r e a r b o r e s c e n t e , f o u g è r e e n a r b r e (B.).
d Baumfarn.
boomzaken
e custom-house work.
f affaires de la douane, du contrôle.
d Verzollungsgeschäfte.
F.P.H. Prick van Wely, Viertalig aanvullend hulpwoordenboek voor Groot-Nederland
boorgat
e bore-hole.
f forure.
d Bohrloch.
boormachine
e boring machine; drill.
f m a c h i n e , o u t i l d e s o n d a g e (f o r a g e ).
d Bohrapparat, Bohrmaschine, Bohrer.
boormeester
e driller, boring-engineer.
f m a î t r e - s o n d e u r (G.I.N., p. 356), i n g é n i e u r d e f o r a g e .
d B o h r m e i s t e r (D.K.Z.).
a) boorwater
e boracic water, boracic acid solution.
f eau boriquée.
d borsaures Wasser.
1)
b) boorwater
e Artesian water.
f eau artésienne.
d artesisches Wasser.
boorzalf
e boracic ointment.
f vaseline boriquée.
d Borsalbe.
1)
In de hier gegeven beteekenis komt dit woord - 'n vertaling van a j e r b o o r - 'n enkele maal
voor.
F.P.H. Prick van Wely, Viertalig aanvullend hulpwoordenboek voor Groot-Nederland
bootgelegenheid
[per eerste -]
e by first steamer.
f par le premier navire.
d b e i (m i t ) d e r e r s t e n S c h i f f s g e l e g e n h e i t .
boreh
e curcuma.
f curcuma, safran de l'Inde.
d gepulverte Gilbwurz.
boschbedrijf:
zie boschexploitatie .
boschbeheer
e forest administration, forest management.
f administration des forêts.
d Forstverwaltung.
boschcultuur
e forest-culture, sylviculture, forestry.
F.P.H. Prick van Wely, Viertalig aanvullend hulpwoordenboek voor Groot-Nederland
31
f sylviculture.
d W a l d b a u , W a l d p f l e g e , F o r s t k u l t u r , -w i r t s c h a f t .
boschdistrict
e forest district.
f district forestier.
d [d e r ] F o r s t b e z i r k .
boschexploitant:
zie houtaankapondernemer .
boschexploitatie
e forest exploitation.
f exploitation forestière.
d Waldbetrieb.
boschflora
e forest flora.
f flore forestière.
d Waldflora.
† boschganger:
zie houtvester .
boschinrichting
e forest régime.
f régime forestier.
d F o r s t e i n r i c h t u n g (Mr.).
F.P.H. Prick van Wely, Viertalig aanvullend hulpwoordenboek voor Groot-Nederland
boschkip
e jungle-cock, jungle-fowl.
f poule des bois.
d B a n k i v a - H u h n - vgl. het Jav. b e n k i w o .
Boschneger
[W.I.]
e maroon.
f nègre des bois.
d Buschneger.
boschperceel
e forest section.
f parcelle de forêt.
d Forstrevier, Holzparzelle.
boschproduct
e forest produce, jungle produce.
f produit forestier.
d Forsterzeugnisse, Waldprodukte.
boschreglement
e forest regulations.
f code forestier.
d Forstordnung.
boschwezen
e F o r e s t S e r v i c e : Engineers and the superior officers in the Public Works,
Telegraph, and F o r e s t s e r v i c e s are chosen in England by competitive
examination, open to all classes without distinction of race (Strachey, India, p.
70). Ook heeft men in Eng.-Indië een D e p a r t m e n t o f W o o d s a n d
F o r e s t s . Minder officieel is f o r e s t m a t t e r s , f o r e s t r y .
f les eaux et forêts; l'administration des forêts.
F.P.H. Prick van Wely, Viertalig aanvullend hulpwoordenboek voor Groot-Nederland
d Forstwesen; Forstverwaltung.
bosen
[- van iets zijn]
e b e t i r e d (o f ), s i c k (o f ), f u l l u p o f i t .
f être las, dégoûté, avoir soupé de qqch.
d e t w a s m ü d e , ü b e r d r ü s z i g s e i n , e t w a s (r e c h t ) s a t t h a b e n .
boterbriefje
[een - krijgen]
e t o g e t a y e l l o w c o v e r = to get a notice of dismissal from government
employment (F. en H.). De uitdr. is oorspronkelijk Amerikaansch en wordt
y a l l e r k i v e r uitgesproken [from being usually enclosed in a yellow envelope].
F.P.H. Prick van Wely, Viertalig aanvullend hulpwoordenboek voor Groot-Nederland
32
f ong. a v o i r l ' o r e i l l e f e n d u e , a p p r e n d r e s a p r o c h a i n e m i s e
à l a r e t r a i t e . Vgl. Daudet, Soutien de Famille, p. 367: Comprends-tu qu'ils
m'ont f e n d u l ' o r e i l l e ? A moi! Oui, la session terminée, je prendrai ma
retraite.... C'était le jour même... que le vieux sténographe avait appris sa
prochaine mise à la retraite.
d e i n e n b l a u e n B r i e f b e k o m m e n = einen amtlichen
Dienstentlassungswink bekommen.
1)
bougainville
e bougainvillea.
f [l a ] b o u g a i n v i l l é e .
d B o u g a i n v i l l e a s p e c t a b i l i s , ein herrlicher Zierbaum der wärmern
Gegenden mit verlängerten Zweigen an denen seitlich die rötlichen
Blütengruppen stehen (Mr.).
bouw
e b a h u = 7096,5 ☐ M. Let us suppose that the village had 100 b a h u s or 150
acres of rice-land (Money, Java, I, p. 115). Ook b a u (S.T.).
f b o w = 7096,5 mètres carrés.
d B a h u = 7096,5 ☐ M. De D.K.Z.v. 1903 (zie p. 59a) geeft B a u : Als Erbpacht
vergebene Ländereien dürfen nicht mehr gröszeren Umfang haben als 5000
Baus.
bouwmaatschappij
e building company.
f société de construction.
d Baugesellschaft.
boven
e i n t h e h i l l s . Soms o n t h e h i l l s . M. citeert uit de Times van 1879: Every
lady o n the hills keeps her jampan and jampanees... just as in the plains she
keeps her carriage and footman. Naar boven gaan - t o g o t o t h e h i l l s ;
soms (t o g o ) u p c o u n t r y . ‘G o i n g t o t h e h i l l s ’ means migrating for
the hot season to Simla or Murree (Grove, Geography Primer, p. 84). Vgl. ook
1)
De I. Gids 1889 p. 494 zegt: Een ware sierplant van den nieuweren tijd... Een tiental jaren
geleden te Batavia nog geheel onbekend, heeft zij daar thans algemeen ingang gevonden.
F.P.H. Prick van Wely, Viertalig aanvullend hulpwoordenboek voor Groot-Nederland
nog: .. after the wedding Slane was g o i n g u p t o t h e h i l l s with the bride
(Kipling, Soldiers Three, p. 78). Men bedenke dat: in India ranges of 5000 and
even 10000 feet are commonly called h i l l s , in contrast with the Himalaya
mountains... The pl. h i l l s is often applied to a region of hills or highland (M.).
f aller dans les montagnes.
d in die Berge reisen.
Bovenlanden
[de Padangsche -]
e the Padang uplands.
f le haut pays, les plateaux de Padang.
d d i e P a d a n g s c h e n H o c h l a n d e (Mr.), d a s O b e r l a n d v o n
Padang.
bovenstad
e upper town.
f ville haute.
d Oberstadt.
boy:
zie jongen .
brabbelmaleisch:
zie passer-maleisch .
F.P.H. Prick van Wely, Viertalig aanvullend hulpwoordenboek voor Groot-Nederland
33
Brahmanisme
e Brahmanism.
f Brahmanisme.
d Brahmanismus.
brandal
e r e b e l ; fig. r o g u e (o f a c h i l d ), m o n k e y , l i t t l e r a s c a l , y o u n g
Turk, pickle.
f r e b e l l e ; fig. g a l o p i n , l u t i n , g a r n e m e n t , p e t i t e c a n a i l l e .
d R e b e l , M e u t e r e r ; fig. B e n g e l , R a c k e r .
brandmeester
e fire-master.
f préposé au service des pompes à feu.
d Brandmeister.
brandspuitmeester
e fire engine master.
f maître des pompiers.
d Spritzenmeister.
brandy
e brandy.
f cognac.
d [d e r ] C o g n a c of K o g n a k ; B r a n n t w e i n .
brandy-soda
e b r a n d y a n d s o d a ; B. a n d S.; b r a n d y - p e g (Kipling, Gadsbys, p. 122).
f b r a n d y - s o d a = g r o g à l ' e a u d e S e l t z . Vgl. Bernstein, Israël, I, 2:
Mauve. - Qu'en dis-tu, Hector? Hector. - B r a n d y - s o d a .
F.P.H. Prick van Wely, Viertalig aanvullend hulpwoordenboek voor Groot-Nederland
d Brandy-Soda.
brani
e plucky, brave; bold; daring; dashing, game, gamy.
f c o u r a g e u x , h a r d i , b r a v e ; v a i l l a n t . Ook ê t r e d ' a t t a q u e = brani
zijn.
d kühn; tapfer; unverfroren.
bras
e h u s k e d a n d c l e a n e d (u n c o o k e d ) r i c e .
f r i z m o n d é . Vgl. Favre: Le riz mondé se nomme bras. In den handel r i z
c a r g o : Le paddy, séparé de son enveloppe est appelé r i z c a r g o (Cat.
Indo-Chine, 1900, pag. 152).
d d e r w e i s z e (u n g e k o c h t e ) R e i s . Vgl. Otto, Pflanzer- und Jägerleben,
pag. 83: die Frauen ernten den gereiften Reis, den P a d d i , indem sie die
Aehren abschneiden und durch Schwingen in Körben die Körner mit der Hülse,
den G a b a - g a b a , gewinnen, diesen wieder auf Matten den Sonnenstrahlen
aussetzen und den geschätzten weiszen Reis, den B r a s s , gewinnen, und
durch Kochen dieses endlich in N a s s i zum Essen verwandlen.
breng(-breng)
e (k i n d o f ) c y m b a l .
f (e s p è c e d e ) c y m b a l e .
d Schallbecken, Schlagbecken.
brief
[een Engelschen - schrijven]
e to take a nap, to have one's forty winks.
f faire sa méridienne.
d ein Mittagsschläfchen halten.
briefje
[van 'n bediende]
e c h a r a c t e r , c h i t : Never mind, I'll give you a good c h i t , though your services
are dispended with (N. Stevens, Perils of Sympathy, p. 195).
F.P.H. Prick van Wely, Viertalig aanvullend hulpwoordenboek voor Groot-Nederland
34
f certificat.
d (Dienst)-Zeugnis.
brigges
[soldatenslang]
e corporal.
f caporal.
d Gefreiter.
broeder
[bruine -]: zie inlander .
brom
[Celebes]
e spirit distilled from rice.
f boisson alcoolique distillée de riz.
d aus Reis destilliertes alkoholisches Getränk.
* brood
[schooltaal]
e bread and butter.
f tartine, pain beurré, déjeuner.
d B u t t e r b r o t , F r ü h s t ü c k s b r o t (Sudermann, Frau Sorge, p. 26).
broodwortel
[N]: zie cassave .
broomkali
e b r o m i d e (o f p o t a s s i u m ).
F.P.H. Prick van Wely, Viertalig aanvullend hulpwoordenboek voor Groot-Nederland
f [l e ] b r o m u r e d e p o t a s s i u m est utilisé en médecine comme sédatif du
système nerveux (N.L.I.).
d B r o m k a l i u m (M.S.).
bruidstranen
[1. roode -; 2. witte -]
e b r i d e t e a r s = climbing plant with pink or white blossoms.
f 1. a n t i g o n e ; 2. v o l u b i l i s .
d B r a u t t r ä n e n = ind. Kletterpflanze mit roter oder weiszer Blüte.
bruggenbouw
e bridge-construction.
f construction de(s) ponts.
d Brückenbau.
bufferstaat
e b u f f e r - s t a t e (M.).
f é t a t - t a m p o n :... les Anglo-Indiens ont fait prévaloir le système des
E t a t s - t a m p o n s (Aubin, Les Anglais aux Indes, p. 74).
d P u f f e r - S t a a t (franz. état-tampon nach einer Bezeichnung Thiers') ein
zwischen zwei mit einander rivalisierenden Staaten liegender dritter Staat (Mr.).
buggy
e b u g g y : a name given to several species of carriages or gigs; a. in India, a
gig with a large hood to screen those who travel in it from the sun's rays; b. in
England, a light, one-horse, two-wheeled vehicle without a hood; c. in the U.S.,
a light, one-horse, four-wheeled vehicle with one seat, and either with or without
a hood or top (Wh.).
f [l e ] b o g h e i , voiture légère, petit cabriolet découvert (Li). In Tartarin de
Tarascon schrijft Daudet b o g h e y : tout un peuple... de portefaix avec leurs
b o g h e y s attelés de petits chevaux corses. Gyp en S.V. houden zich aan de
Engelsche spelling. Ook vindt men b o g g y .
d B u g g y (Sanders, Fremdwörterbuch).
buik
F.P.H. Prick van Wely, Viertalig aanvullend hulpwoordenboek voor Groot-Nederland
[het in den - hebben]
e to have diarrhoea.
f avoir la diarrhée,avoir un cours de ventre,avoir le corps
dérangé, être dérangé, avoir le dévoiement, être dévoyé.
d Diarrhöe haben.
buikaandoening:
zie buikziekte .
F.P.H. Prick van Wely, Viertalig aanvullend hulpwoordenboek voor Groot-Nederland
35
buiklijder
e one suffering from a bowel complaint.
f qui a une maladie de ventre.
d Bauchkranker.
buikziekte
e bowel complaint.
f maladie de ventre; maux de ventre.
d Bauchkrankheit, Bauchbeschwerde, Unterleibskrankheit.
buisleiding:
zie petroleumleiding .
buitenbezittingen
e t h e o u t e r p o s s e s s i o n s (Day, The Dutch in Java, p. 380).
f p o s s e s s i o n s e x t é r i e u r e s , c.-à-d. hors de Java et de Madoura.
d [d i e ] A u s z e n b e s i t z u n g e n (D.K.Z.).
buitenbus
e pillar-box.
f borne-boîte.
d Straszen-Briefkasten.
buitenkamer
e o u t - r o o m (F.), o u t e r r o o m .
f chambre extérieure.
d Auszenzimmer, äuszere Stube.
F.P.H. Prick van Wely, Viertalig aanvullend hulpwoordenboek voor Groot-Nederland
buitenlandsch verlof
e h o m e l e a v e , f u r l o u g h en l e a v e t o E u r o p e . Vgl. o n h o m e l e a v e
(f u r l o u g h ) en t o a p p l y f o r l e a v e .
f c o n g é d ' E u r o p e . Vgl. e n c o n g é en d e m a n d e r u n c o n g é .
d Heimatsurlaub, Urlaub nach der Heimat.
buitenlandsche vijand:
zie B.V.
buitenplaats:
zie buitenpost .
buitenpost
e out-station.
f station éloignée.
d A u s z e n s t a t i o n (M.S.).
Buitenzorg
[rijp voor -]
e f i t f o r C o l n e y H a t c h , deftiger b e d l a m - r i p e .
f digne d'aller à Charenton.
d reif für das Tollhaus.
bullen
e things.
f affaires.
d Sachen, Plunder.
* bultzak
e capoc mattress.
f matelas bourré de capoc.
d Kapockmatratze.
F.P.H. Prick van Wely, Viertalig aanvullend hulpwoordenboek voor Groot-Nederland
bureau-ambtenaar
e functionary for office-work.
f r o n d - d e - c u i r (verachtelijk).
d Bureaubeamter.
bureaucratisme
e bureaucracy, red-tapism.
f bureaucratie.
d Bureaukratie.
bureauman
e red tape official, red tapist.
f r o n d - d e - c u i r , ook letterlijk h o m m e d e b u r e a u (N.L.I.).
d B u r e a u m e n s c h (S.V.), minachtend F o r m e n m e n s c h .
bureau-ministre
e knee hole writing-table, pedestal writing-table.
f bureau-ministre.
F.P.H. Prick van Wely, Viertalig aanvullend hulpwoordenboek voor Groot-Nederland
36
d Bureau-ministre, Diplomatenschreibtisch.
1)
bureau-oppasser
e office-boy.
f garçon de bureau.
d Bureaudiener.
bureauwerk
e office-work, clerical labour.
f travail de bureau.
d Bureau-Arbeit.
burger
[Ceylon]: zie kleurling .
burgerlid
[van 'n societeit enz.]
e non-military member.
f membre civil.
d nicht militärisches Mitglied.
burgerschrijver
e n o n - m i l i t a r y (c o p y i n g ) c l e r k .
f copiste civil.
d Zivilschreiber.
burgerziekenverpleger
e non-military infirmarian.
1)
Altijd een inlander.
F.P.H. Prick van Wely, Viertalig aanvullend hulpwoordenboek voor Groot-Nederland
f infirmier civil.
d nicht militärischer Krankenpfleger.
bussen
[soldatenslang]
e to sack, cashier, retire.
f sacquer, scier.
d absägen.
C.
caban
e caban.
f caban.
d Kaban: Regenmantel mit Kapuze und Aermeln.
cacao-cultuur
e cacao-culture.
f culture du cacaoyer.
d Kakaokultur.
cacao-planter
e cacao-planter.
f planteur de cacao.
d Kakaopflanzer.
cafeine
e caffeine.
f caféine.
d [d a s ] K a f f e i n , C o f f e ï n .
F.P.H. Prick van Wely, Viertalig aanvullend hulpwoordenboek voor Groot-Nederland
caladium.
e caladium.
f c a l a d i o n (B.).
d Caladium.
† calappus:
zie klapper .
calcarium
e calcarium.
f calcarium.
d calcarium.
calmans
e s e d a t i v e , gemeemzaam ook a c a l m e r , a q u i e t e r .
f sédatif, calmant.
d Beruhigungsmittel.
calomel
e calomel.
f calomel, mercure doux, calomélas.
d [d a s ] K a l o m e l .
campagne
e working-season, campaign.
F.P.H. Prick van Wely, Viertalig aanvullend hulpwoordenboek voor Groot-Nederland
37
f c a m p a g n e . Vgl. Jumelle, Cult. Col.,, I, p. 264: La récolte a lieu néanmoins
pendant la même c a m p a g n e .
d K a m p a g n e . Zie M.S., die voor dit woord in het Eng. geeft: season for the
manufacture of beetroot sugar. Verder bestaat de samenstelling
Zuckerkampagne.
candidaat-ambtenaar
e candidate Civilian.
f fonctionnaire-candidat.
d Zivilverwaltungsanwärter.
canna
e c a n n a ; I n d i a n s h o t of I n d i a n r e e d . Ook p l a n t a i n s h o t en w i l d
plantain.
f balisier, canne d'Inde.
d indisches Blumenrohr.
cannetillewerk
e f i l i g r e e (-w o r k ).
f cannetille, filigrane.
d [d i e ] K a n t i l l e , [d a s ] F i l i g r a n , D r a h t a r b e i t .
canon
e c a n o n , q u i t - r e n t : On condition that the Tenant shall improve the Lands,
and pay a yearly C a n o n or Q u i t - r e n t to the Proprietor (M.).
f c a n o n : redevance ou prestation payable à des époques régulières et
généralement annuelles (N.L.I.).
d K a n o n : Bezeichnung für eine jährliche Geldabgabe von Grundstücken,
Häusern, also soviel wie Erb-, Grundzins, Gült, etc. (Mr.).
† capock:
zie kapok .
F.P.H. Prick van Wely, Viertalig aanvullend hulpwoordenboek voor Groot-Nederland
caramboleeren
e t o c o l l i d e [w i t h ], t o c a n n o n [a g a i n s t , w i t h ].
f c a r a m b o l e r : se heurter (N.L.I.).
d karambolieren, kollidieren, sich anrennen.
carbol
e c a r b o l i c = solution of carbolic acid.
f acide phénique.
d K a r b o l s ä u r e , [d a s ] P h e n o l .
carbolzeep
e carbolic soap.
f savon phéniqué.
d karbolsaure Seife.
cardamom
e cardamom.
f [l e ] c a r d a m o m e .
d [d i e ] K a r d a m o m e .
carrière
[- maken]
e c a r e e r . Vgl. G. Eliot, F. Holt, p. 20: Harold must go and m a k e a c a r e e r
for himself. Ook t o m a k e h e a d w a y .
f c a r r i è r e , bijv. f a i r e u n e b e l l e c a r r i è r e .
d Karriere machen.
cascara
e cascara.
f [l a ] c a s c a r a s a g r a d a .
d Cascara.
F.P.H. Prick van Wely, Viertalig aanvullend hulpwoordenboek voor Groot-Nederland
cassave
e b i t t e r c a s s a v a ; m à n i o c , a tropical plant from which c a s s a v a and
tapioca are obtained. (Ch.).
f [l a ] c a s s a v e , [l e ] m a n i o c .
d [d i e ] K a s s á w a of K a s s á w e en M a n i o k , B r o t w u r z e l .
F.P.H. Prick van Wely, Viertalig aanvullend hulpwoordenboek voor Groot-Nederland
38
castor-olie
e castor-oil.
f h u i l e d e r i c i n . Vgl. B.: l ' h u i l e dite d e c a s t o r n'est autre chose que
l ' h u i l e d e r i c i n . Ook h u i l e d e P a l m a C h r i s t i en h u i l e d e
C a r a p a t (N.L.I.).
d Kastoröl, Ricinusöl.
† catsjoe:
zie djamboe monjet .
ceintuurbaan
e belt-railway.
f chemin de fer de ceinture.
d Ringbahn.
Celebes
e C é l e b e s , t h e C e l e b e s I s l a n d s . Swettenham, The Real Malay, p. 239,
heeft: t h e C e l e b e s .
f l e s C é l è b e s (Ch. B.). Ook C é l è b e s .
d Celébes.
cementtegel
e cement paving-tile.
f dalle de ciment, carreau en ciment.
d Zementziegelfliese.
centrale
e power-station.
f station centrale, usine génératrice.
d (e l e c t r i s c h e ) Z e n t r a l e .
F.P.H. Prick van Wely, Viertalig aanvullend hulpwoordenboek voor Groot-Nederland
certificaat
e d o c t o r ' s c e r t i f i c a t e en m e d i c a l c e r t i f i c a t e : You must have had
a touch of the sun. Look here: if I write you a swingeing m e d i c a l
c e r t i f i c a t e , will you apply for leave on the spot? (Kipling, Mine Own People,
p. 82). Ook nog s i c k c e r t i f i c a t e bij Kipling.
f c e r t i f i c a t d ' o f f i c i e r d e s a n t é (S.V.).
d Krankheitsattest, Krankenschein, ärztliches Attest,
ärztliche Bescheinigung.
† chacrelat:
zie kakkerlak .
champy
e c h a m , s h a m in Engeland; s i m ( p ) k i n in Eng.-Indië. Ook nog f i z z en t h e
Boy.
f champ(e).
d S c h a m p u s : die beiden merken erst am andern Tag, dasz der Köhm und
die Tasse Kaffee recht teuer bezahlt wurden. Hier macht man das m i t
S c h a m p u s (A. Funke, Grundsätze des Herrn Josias). Ook
Schlampanjer.
chassinet
e screen blind.
f chassis, écran de fenêtre.
d F e n s t e r v o r s a t z , -v o r s e t z e r (Hoppe, Supplement Lex.).
chemicaliënhandel
e dry-saltery.
f maison de produits chimiques.
d Chemikalienhandlung.
chemicus:
zie chemiker .
F.P.H. Prick van Wely, Viertalig aanvullend hulpwoordenboek voor Groot-Nederland
chemiker
e c h e m i s t , c h e m i s t r y e n g i n e e r . Vgl. A Handbook for
sugar-manufacturers and their chemists.
f c h i m i s t e (d e f a b r i q u e d e s u c r e ).
d Zuckerfabrikschemiker.
F.P.H. Prick van Wely, Viertalig aanvullend hulpwoordenboek voor Groot-Nederland
39
chevelure
e a d i a n t u m . Ook m a i d e n - h a i r , -(f e r n ), L a d y ' s h a i r en V e n u s h a i r .
f adiante; capillaire, cheveux de Vénus.
d Haarfarn, Frauenhaar.
Chinees
[rare -]
e rum customer, odd fish.
f drôle de corps, drôle de paroissien, drôle de pistolet.
d wunderlicher Kauz, eine putzige Kruke, ein sonderbarer
Knopf.
chinine:
zie kinine .
chloras calicus
e chlorate of potash.
f chlorate de potasse.
d chlorsaures Kali.
* chocoladebloempje
e z e p h y r a n t e s , in Amerika vaak s w a m p l i l y ; 't Europeesch bloempje is
'n N i g r i t e l l a .
f [l e ] z é p h y r a n t e ; 't Europeesch bloempje heet n i g r i t e l l e à f e u i l l e s
étroites.
d Z e p h y r a n t h e s ; 't Europeesch bloempje heet behalve
S c h o k o l a d e n b l ü m c h e n ook S c h w a r z s t ä n d e l .
chocoladekleurig
e b l a c k - a n d - t a n : The larger portion of the guests were of this
b l a c k - a n d - t a n complexion; of varying shades, however, from the
F.P.H. Prick van Wely, Viertalig aanvullend hulpwoordenboek voor Groot-Nederland
unmistakably pure-blooded native Christian, to the pasty-faced baby with all
the yellow tones of skin due to its pretty languid mother, emphasised by the
ruddiness of the English father who carried it (F.A. Steel, On the Face of the
Waters, Ch. III). Ook h a v i n g a l i c k o f t h e t a r b r u s h .
f chocolat; café.
d schokoladenfarbig.
cholera-drank
e c h o l e r a p o t i o n , c h o l e r a m i x t u r e (Kipling, The Day's Work, p. 174).
f potion anticholérique.
d Choleratrank.
cholera-epidemie
e c h o l e r a e p i d e m y of e p i d e m i c .
f épidémie de choléra.
d Cholera-Epidemie.
cholera geval
e cholera case, case of cholera.
f cas de choléra.
d Cholerafall.
cholera-lijder
e cholera-patient.
f cholérique.
d Cholerakranker.
cholerine
e cholerine.
f cholérine, faux choléra.
d [d i e ] C h o l e r i n e .
F.P.H. Prick van Wely, Viertalig aanvullend hulpwoordenboek voor Groot-Nederland
christengemeente
e Christian community.
f communauté chrétienne.
d Christengemeinde.
chutney
e chutney, chutnee.
F.P.H. Prick van Wely, Viertalig aanvullend hulpwoordenboek voor Groot-Nederland
40
f chutney.
d Chutney.
cinematograaf
e cinematograph.
f cinématographe.
d Kinematograph.
cireeren
[van meubelen]
e to wax.
f cirer.
d bohnen, polieren.
Çiva
e Siva.
f Siva, Shiva.
d Siwa, Schiwa.
clandestien
[opium]
e c o n t r a b a n d c h a n d u (o p i u m ). Ook i l l i c i t c h a n d u .
f opium de contrebande.
d Schmuggelopium.
† clappus:
zie klapper .
† clappusolie:
F.P.H. Prick van Wely, Viertalig aanvullend hulpwoordenboek voor Groot-Nederland
zie klapperolie .
clematis
e c l e m a t i s , l a d i e s ' b o w e r . Vgl. W. Scott, Lady of the Lake, I, 21:
The c l e m a t i s , the favoured flower
Which boasts the name of v i r g i n - b o w e r .
f clématite, herbe aux gueux.
d Waldrebe.
coca
e c o c a : The c o c a p l a n t was introduced into Ceylon from Kew in 1870 (Wt.).
f [l e ] c o c a .
d [d i e ] K o k a ( p f l a n z e ) .
Cochin-China
e Cochin-China.
f la Cochinchine.
d Kotschinchina.
codewoord
e code word.
f terme du code.
d Codewort, Sprachschlüsselwort.
collecteur
e n a t i v e t a x - c o l l e c t o r of t a x - g a t h e r e r .
f percepteur indigène.
d inländischer Steuereinnehmer.
comfort
e comfort.
F.P.H. Prick van Wely, Viertalig aanvullend hulpwoordenboek voor Groot-Nederland
f confort, aisance, bien-être.
d [d e r ] K o m f o r t .
commensalenhuis
e boarding-house.
f pension.
d Pension.
commissie
[geneeskundige -]
e medical board.
f conseil de santé.
d G e s u n d h e i t s k o m m i s s i o n , die echter in Duitschland 'n andere taak
heeft dan de keuring van ambtenaren.
commissie van toezicht
e School Board.
f commission scolaire.
d Schulaufsichtsbehörde, Schulkommission.
compagnie
[de]
e c o m p a n y . De Oost-Indische Compagnie - t h e E a s t I n d i a
F.P.H. Prick van Wely, Viertalig aanvullend hulpwoordenboek voor Groot-Nederland
41
C o m p a n y . Gemeenzaam J o h n C o m p a n y en t h e K o o m p a n i : He
was a very old man, and his manners belonged to the days of the J o h n
C o m p a n y Bahadur (N. Stevens, Perils of Sympathy, p. 261).
f la Compagnie des Indes.
d d i e O s t i n d i s c h e K o m p a n i e (C o m p a g n i e ).
comptabelen
['s lands -]
e financially responsible functionaries.
f fonctionnaires comptables.
d rechnungspflichtige Beamten.
concessie
e c o n c e s s i o n , bijv., to hold a c o n c e s s i o n .
f concession.
d Konzession.
concessie-aanvraag
e application for a concession.
f demande en concession.
d Konzessionsgesuch, Mutung.
concessie-jager
e c o n c e s s i o n - h u n t e r . Vgl. den roman van H. Bindloss: The Concession
Hunters, in 1902 bij Chatto and Windus uitgegeven.
f qui fait la chasse aux concessions.
d Konzessionsjäger.
concessionaris
e c o n c é s s i o n a r y , ook c o n c e s s i o n a i r e .
f concessionnaire.
d [d e r ] K o n z e s s i o n i e r t e , K o n z e s s i o n ä r .
F.P.H. Prick van Wely, Viertalig aanvullend hulpwoordenboek voor Groot-Nederland
concubinaat
e concubinage.
f concubinage.
d Konkubinat.
concubine
e concubine.
f concubine.
d Konkubine, Kebsche.
† condé:
zie kondeh .
conduite(-staat)
e conduct register, confidential-report.
f état de conduite.
d K o n d u i t e n - L i s t e , in Sanders Fremdwörterbuch. Ook F ü h r u n g s l i s t e .
Mr. zegt: für Offiziere sind die P e r s o n a l - u n d
Q u a l i f i k a t i o n s b e r i c h t e an Stelle der geheimen Konduitenliste getreten.
In Oostenrijk heeft men Q u a l i f i k a t i o n s b e r i c h t e voor de kadetten, opperen stafofficieren, maar voor de hoogere rangen H a u p t b e r i c h t e .
confetti
e confetti.
f des confetti.
d Confetti.
congreslid
e m e m b e r o f a [t h e ] c o n g r e s s .
f congressiste.
d Kongreszmitglied.
F.P.H. Prick van Wely, Viertalig aanvullend hulpwoordenboek voor Groot-Nederland
conservenfabriek
e f a c t o r y o f p r e s e r v e d p r o v i s i o n s , c a n n e r y (Amerika).
f fabrique de conserves.
d Konservenfabrik.
F.P.H. Prick van Wely, Viertalig aanvullend hulpwoordenboek voor Groot-Nederland
42
constipatie
e constipation.
f constipation.
d Stuhlverhärtung.
consulaat
e consul's office, consulate.
f consulat.
d [d a s ] K o n s u l a t .
consulair
[verslag enz.]
e consular.
f consulaire.
d K o n s u l a r ...
consul-generaal
e c o n s u l - g e n e r a l , afgekort C.G.
f consul général.
d Generalkonsul.
contractant:
zie contract-koelie .
contract-koelie
e e m i g r a n t : Under the latest Indian Emigration Act (1883) an Indian ‘emigrant’
is one who goes by sea under contract to labour for hire to some country other
than Ceylon and the Straits Settlements (Regeeringsverslag E.-I. 1890-91).
Verder i n d e n t u r e d c o o l i e : all coolies are indentured under advances
(Singapore & Straits Directory i.v. Deli). Ook i n d e n t u r e d l a b o u r e r s wordt
vaak gebruikt. In het slang heeten ze b l a c k b i r d s .
F.P.H. Prick van Wely, Viertalig aanvullend hulpwoordenboek voor Groot-Nederland
f c o o l i e e n g a g é p a r c o n t r a t . Vgl. Girault, Législation coloniale, II, p.
454: On désigne dans nos colonies de plantation sous le nom d ' i m m i g r a n t s
un certain nombre d'étrangers, africains ou asiatiques, qui par un contrat
librement débattu en principe, se sont engagés à y venir travailler pendant un
certain nombre d'années.
d K o n t r a k t - K u l i (E. Otto, Pflanzer- und Jägerleben, p. 28).
contractvrouw
e indentured female labourer, female emigrant.
f o u v r i è r e e n g a g é e p a r c o n t r a t , ook i m m i g r a n t e : Quand une
i m m i g r a n t e se marie, son contrat d'engagement est rompu de plein droit,
sauf indemnité (Girault, Législation coloniale, II, pag. 463). Vgl. contract-koelie.
d kontraktlich verdingte Arbeiterin.
contravisite
e return-visit, return-call.
f contre-visite.
d Gegenbesuch.
controleur
e c o n t r o l e u r . Deze ambtenaren heeten in E.-Indië a s s i s t a n t C o l l e c t o r s ,
maar zijn daar meest inboorlingen.
f c o n t r ô l e u r : Le collaborateur véritable du résident, c'est le c o n t r ô l e u r
établi dans les villes de l'intérieur (Gonnaud, Colonisation hollandaise, p. 458).
d K o n t r o l l e u r : An der Spitze jeder Residentschaft steht ... ein Resident mit
Assistent-Residenten und K o n t r o l l e u r e n , sämtlich Niederländer (Mr.). In
Duitsch Z.W. Afrika D i s t r i k t s c h e f .
convocatiebiljet
e convocation, summons.
f billet de convocation.
d E i n b e r u f u n g s z e t t e l , of -S c h r e i b e n .
F.P.H. Prick van Wely, Viertalig aanvullend hulpwoordenboek voor Groot-Nederland
43
coprah
e c o p r a ( h ) , the dried kernel of the cocoa-nut (Ch.).
f [l e ] c o p r a h .
d [d e r ] soms [d i e ] K o p r a , getrockneter Kokoskern. Ook K o p p e r a h .
couchette
e berth, ship berth.
f couchette, lit.
d Schlafkoje.
coupon-boekje
e c o u p o n b o o k . Vgl. Cook's Excursionist, 25 April 1864: The railway tickets
are..... in the shape of small b o o k s o f c o u p o n s (M.).
f carnet de coupons.
d Couponheft, Fahrscheinheft.
credietbank
e loan-society.
f banque de prêts.
d Kreditbank.
credietbrief
e letter of credit.
f lettre de crédit.
d Kreditbrief.
crime
[het is een -]
e shame.
f crime.
F.P.H. Prick van Wely, Viertalig aanvullend hulpwoordenboek voor Groot-Nederland
d Schande.
† cri(t)s:
zie kris .
1)
croton
e croton.
f [l e ] c r o t o n .
d [d e r ] K r o t o n (M.S.).
† crijs:
zie kris .
cultuur
e c u l t i v a t i o n ; ook g r o w i n g , c u l t u r e .
f c u l t u r e . Vgl. Les c u l t u r e s industrielles en: une terre impropre à la
culture.
d [d i e ] K u l t u r , bijv. T a b a k s - k u l t u r .
cultuurdienst
e c u l t i v a t i o n c o r v é e . De Cycl. Brit. schrijft ‘c u l t u r e ’ - s e r v i c e .
f c o r v é e s o u s l e r é g i m e d u s y s t è m e d e c u l t u r e s van den Bosch.
d Kulturzwangsdienst.
cultuurdwang
e enforced cultivation.
f culture forcée.
d Kulturzwang.
1)
Vooral in 1882 heeft op Java een aan den tulpenhandel herinnerende manie voor deze planten
geheerscht (zie Ind. Gids, 1889, p. 493).
F.P.H. Prick van Wely, Viertalig aanvullend hulpwoordenboek voor Groot-Nederland
cultuurmaatschappij
e cultivation company.
f s o c i é t é d e c u l t u r e ( s ) of s o c i é t é a g r i c o l e .
d Pflanzungsgesellschaft, Plantagengesellschaft.
cultuuronderneming
e plantation.
f plantation.
d Pflanzung.
cultuurplant
e plant for cultivation.
f plante de culture.
d Kulturpflanze, Kulturgewächs.
cultuurplichtig
e liable to enforced labour services.
F.P.H. Prick van Wely, Viertalig aanvullend hulpwoordenboek voor Groot-Nederland
44
f sujet à la plantation obligatoire.
d kulturzwangspflichtig.
cultuurstelsel
e c u l t u r e s y s t e m , eigenlijk = ( e n ) f o r c e d l a b o u r s y s t e m : The
Government of [British] India is not inexperienced in the c u l t u r e s y s t e m
(H. Scott Boys, Some Notes on Java, p. 66).
f s y s t è m e d e c u l t u r e s f o r c é e s . O o k s y s t è m e d e c u l t u r e (van
den Bosch).
d K u l t u r s y s t e m - vgl. Prof. Anton in De Economist 1906, pag. 345: ich will
die Netto-überschüsse der Kolonialverwaltung, die vorwiegend dem
K u l t u r s y s t e m (worunter ich hier dem deutschen nicht ganz exacten
Sprachgebrauch gemäsz die durch van den Bosch im Anfange der dreissiger
Jahre eingeführten Regierungskulturen und die als solche viel ältere
Regierungskaffeekultur verstehe) zu danken sind etc.
cultuurtuin
e culture garden.
f champ de culture(s).
d Kulturgarten.
cyanide
e cyanite.
f cyanite, sapare de Saussure.
d [d e r ] K y a n i t , [d e r ] b l a u e S c h ö r l .
cyankali
e cyanide of potassium.
f prussiate de potasse, cyanure de potassium.
d [d a s ] C y a n - K a l i ( u m ) .
D.
F.P.H. Prick van Wely, Viertalig aanvullend hulpwoordenboek voor Groot-Nederland
dadap
e e r y t h r i n a , ook c o r a l t r e e , m a ( n ) d a r , d a d a p : The best treeforms to
use for green manure are d a d a p s (Erythrina species) and Albizzia moluccana
(Wright, Hevea Brasiliensis, p. 47)
f érythrine.
d K o r a l l e n b a u m . Ook reeds D a d a p (Sanders, Fremdwörterbuch).
dagdienst
e 1. d a y - s e r v i c e ; 2. c o r v é e .
f 1. s e r v i c e d e [d u ] j o u r ; 2. c o r v é e , j o u r d e c o r v é e , j o u r n é e d e
prestation.
d 1. T a g e s d i e n s t ; 2. T a g f r o n e , F r o n t a g .
daggelder
e employee paid by the day.
f e m p l o y é (p a y é ) à l a j o u r n é e .
d gegen Tagegeld Angestellter; Diätar, Diäter, Diätist,
D i u r n i s t (vgl. Sanders, Fremdwörterbuch). Ook d i ä t a r i s c h
beschäftigter Beamter.
daghuur
[in -]
e for day-wages.
f à la journée.
d i m (g e g e n ) T a g e l o h n .
† dagregister
e diary, journal.
f journal.
e Journal, Tagebuch.
F.P.H. Prick van Wely, Viertalig aanvullend hulpwoordenboek voor Groot-Nederland
45
dagverblijf
[in de kazerne]
e soldiers' common day-room.
f salle de récréation.
d Mannschaftsraum für den Tagesaufenthalt.
Dajak(ker)
e D y a k . Vgl. F. Boyle, Adventures among the Dyaks of Borneo.
f D a y a k (Favre). Ook D a h y a k .
d D a y a k of D a j a k : unrichtig D y a k , wie häufig von den Engländern
geschrieben wird (Br.) Mv. d i e D a j a k .
dajaksch
e Dyak.
f des Dayaks.
d d a j a k i s c h : Ich habe neue d a j a k i s c h e Truppen herangezogen (E. Salgari,
Die Piraten des malaiischen Meeres, p. 80).
dalam
e a regent's residence.
f résidence du régent.
d R e g e n t e n w o h n u n g (Spemann, Weltpanorama, 568).
dalang
e reciter of a wayang.
f conteur qui joue le wayang.
d S c h a t t e n s p i e l e r - vgl. G. Jacob, Das Schattentheater, p. 3: .. die
Benennungen wie Wajang, Dalang (S c h a t t e n s p i e l e r ), Kelir (Schirm)
sind.... autochthon. Zie ook Topeng.
dalima
F.P.H. Prick van Wely, Viertalig aanvullend hulpwoordenboek voor Groot-Nederland
e p o m e g r a n a t e , ook d a l i m a : The p o m e g r a n a t e (d a l i m a ) is the
rimmon of the Bible, and was well known to the Greeks and Romans (C.I.).
f [l a ] g r e n a d e .
d Granatapfel.
damesfiets
e lady's bicycle.
f b i c y c l e t t e d e d a m e (N.L.I.).
d Damen(fahr)rad.
damessalon
[aan boord]
e l a d i e s ' s a l o o n (c a b i n ).
f salon-boudoir.
d D a m e n - S a l o n , -K a j ü t e .
dam(m)ar
e d a m m a r : Even the poorest house in the native quarter has a dammar light...
(A. Forbes, Insulinde, p. 105). Ook reeds in Ch. P i t c h - p i n e boom.
f d a m a r - zie M.V.E., p. 23: Le d a m a r est indispensable pour le baticage
des étoffes. Ook d a m a r i n (B.) en d a m a r i n e (M.V.E.). De N.L.I. zegt: Il
convient de remarquer que la plus commune des r é s i n e s d a m m a r vient,
non pas d'un dammara, mais d'un A n o n a s s e l a n i c a .
d D a m m a r h a r z (M.S.), D a m ( m ) a r a .
dandang
e rice cooking-pot.
f pot à bouillir le riz.
d Reiskochtopf.
dankbetuiging
[der regeering]
e t h a n k s : he received the t h a n k s of the Government (T.).
f (l e t t r e d e ) r e m e r c î m e n t .
d Dankschreiben.
F.P.H. Prick van Wely, Viertalig aanvullend hulpwoordenboek voor Groot-Nederland
† danshoer:
zie dansmeid .
dansmeid
e d a n c i n g g i r l : This, or
F.P.H. Prick van Wely, Viertalig aanvullend hulpwoordenboek voor Groot-Nederland
46
among the older Anglo-Indians, D a n c i n g - W e n c h , was the representative
of the Portuguese B a y a d è r e , or N a u t c h - g i r l , also c u n c h u n e e (H.J.).
Verder wordt er in H.J. op gewezen, dat Browning herhaaldelijk n a u t c h voor
n a u t c h - g i r l misbruikt.
f d a n s e u s e (i n d i e n n e ), b a y a d è r e .
d Tanzmädchen.
daoen koerap
e ringworm shrub.
f dartrier.
d C a s s i a a l a t a : Blätter und Blüten werden gegen Hautkrankheiten benutzt
(Mr.).
darmkatarrh
e intestinal catarrh.
f catarrhe des intestins.
d Darmkatarrh.
darmontsteking
e enteritis.
f entérite.
d Darmentzündung.
datjin
e s t e e l y a r d . Ook d a t c h i n en in de 18e eeuw d o t c h i n . H.J. zegt: This
word is used in old books of travel and trade for a steelyard employed in China
and the Archipelago.
f balance romaine, romaine.
d Schnellwage.
decentralisatie
e decentralisation.
F.P.H. Prick van Wely, Viertalig aanvullend hulpwoordenboek voor Groot-Nederland
f décentralisation.
d Decentralisation.
declaratie:
zie reisdeclaratie .
dedak
e chaff.
f balle.
d [d i e ] S p e l z e (enk.).
1)
deeleman(kar)
e g o v e r n e s s - c a r ( t ) : a light two-wheeled vehicle with seats at the sides
only, face to face (M.). Het slang-woord is t u b (F. & H.).
f t o n n e a u : voiture légère et découverte à deux roues, à caisse basse, dans
laquelle on pénètre par derrière, et dont les sièges intérieurs sont paralleles
aux roues (N.L.I.).
d Tonneau.
dekhut
e cabin on deck.
f c a b i n e (e x t é r i e u r e ) s u r l e p o n t .
d Kajüte auf dem Verdeck.
deklading
e deck-cargo, deck-load.
f cargaison de pont.
d Deckladung, Decklast.
dekpassagier
1)
Ook k a r D e e l e m a n , zoo genoemd naar den maker, die het Europeesche rijtuig voor
Indië pasklaar heeft gemaakt o.a. door het te voorzien van een ‘tent’.
F.P.H. Prick van Wely, Viertalig aanvullend hulpwoordenboek voor Groot-Nederland
e d e c k - p a s s e n g e r (M.S.), gemeenzaam d e c k e r (M.).
f passager de pont.
d Deckpassagier.
dekstoel
e d e c k c h a i r (Ch.) of s t e a m e r c h a i r .
f chaise de bord.
d S c h i f f s s t u h l . (Preyer, Indo-Mal. Streifzüge, p. 4).
delicatessen
e (d a i n t y ) p r o v i s i o n s .
f c o m e s t i b l e s (f i n s ).
d Delikatessen.
F.P.H. Prick van Wely, Viertalig aanvullend hulpwoordenboek voor Groot-Nederland
47
demang
e d e m a n g = chief (head) of a [the] district. Hiermee komt ongeveer overeen
de t e h s i l d a r in Eng.-Indië.
f c h e f d e [d ' u n ] d i s t r i c t .
d Distriktshaupt.
demonstratie-veld
e trial field.
f champ de démonstration.
d Demonstrationsfeld.
deng-deng
e d e n g d e n g (Sc.), d r i e d m e a t , j e r k e d b e e f , s t r i p s o f m e a t d r i e d
in the sun.
f viande séchée au soleil.
d in der Sonne getrocknetes Fleisch.
departement
e d e p a r t m e n t ; 1. D. van Binnenlandsch Bestuur - D e p a r t m e n t o f t h e
i n t e r i o r (s e r v i c e ); 2. D. van Financiën, D e p a r t m e n t o f F i n a n c e ;
3. D. van Onderwijs, Eeredienst en Nijverheid - D e p a r t m e n t o f
E d u c a t i o n , C u l t u s , a n d I n d u s t r y ; 4. D. van Burgerlijke Openbare
Werken - D e p a r t m e n t of P u b l i c W o r k s of P.W. D e p a r t m e n t ; 5. D.
van Justitie - D e p a r t m e n t o f J u s t i c e ; 6. D. van Marine - N a v a l
D e p a r t m e n t ; 7. D. van Oorlog - W a r D e p a r t m e n t ; 8. D. van Landbouw
- A g r i c u l t u r a l D e p a r t m e n t ; 9. D. van Gouvernementsbedrijven - D. o f
Government Exploitations.
f 1. D é p a r t e m e n t d e l ' I n t é r i e u r ; 2. D. d e s F i n a n c e s ; 3. D. d e
l ' E n s e i g n e m e n t , d e s C u l t e s e t d e l ' I n d u s t r i e ; 4. D. d e s
T r a v a u x P u b l i c s ; 5. D. d e l a J u s t i c e ; 6. D. d e l a M a r i n e ; 7. D.
d e l a G u e r r e ; 8. D. d e l ' A g r i c u l t u r e ; 9. D. d e s E x p l o i t a t i o n s
i n d u s t r i e l l e s (d e l ' E t a t ).
d 1. D e p a r t e m e n t d e s I n n e r e n ; 2. D. d e r F i n a n z e n ; 3. D. f ü r
U n t e r r i c h t , K u l t u s u n d I n d u s t r i e ; 4. D. d e r ö f f e n t l i c h e n
A r b e i t e n ; 5. d a s J u s t i z d e p a r t e m e n t ; 6. d a s
M a r i n e d e p a r t e m e n t ; 7. d a s K r i e g s d e p a r t e m e n t ; 8. d a s
F.P.H. Prick van Wely, Viertalig aanvullend hulpwoordenboek voor Groot-Nederland
A c k e r b a u d e p a r t e m e n t ; 9. D. d e r
Regierungsgewerbsbetriebe.
departementschef
e d e p a r t m e n t a l c h i e f , h e a d o f a [t h e ] d e p a r t m e n t .
f chef de département.
d Departementschef.
deponeeren
[v. 'n rekest]: zie loodje .
depotbataljon
e depot battalion.
f bataillon de dépôt.
d Depotbataillon.
dermatol
e dermatol.
f dermatol.
d [d a s ] D e r m a t o l .
des(s)a
e d e s s a ( h ) = native village (in Java) of v i l l a g e c o m m u n i t y .
f d e s s a = village indigène à Java.
d D e s s a = jav. D o r f g e n o s s e n s c h a f t .
des(s)aman
e villager.
F.P.H. Prick van Wely, Viertalig aanvullend hulpwoordenboek voor Groot-Nederland
48
f villageois.
d Dorfbewohner.
detonator
e detonator.
f détonateur.
d Detonator.
deukhoed
e crush hat, bashhat, soft felt hat.
f feutre mou.
d weicher Filzhut, Schlapphut.
developpeeren
[mijnbouw]
e develop.
f développer.
d developpieren.
Dewatempel
e Deva temple.
f temple de Déva.
d Dewatempel.
1)
diakonessenhuis
e h o m e f o r d e a c o n e s s e s , d e a c o n e s s e s ' i n s t i t u t i o n , zelfs
d e a c o n e s s - h o u s e . M. citeert uit Whitaker's almanak v. 1890: General
Hospitals - (No. 7) D e a c o n n e s s e s ' I n s t i t u t i o n and Training-Hospital,
Tottenham; verder uit de Pall Mall Gaz.: A d e a c o n e s s - h o u s e was opened.
f hôpital des diaconesses.
d D i a k o n i s s e n - H a u s , -h e i m (D.K.K.).
1)
Tevens hospitaal.
F.P.H. Prick van Wely, Viertalig aanvullend hulpwoordenboek voor Groot-Nederland
dienstaanwijzing
e instruction, direction.
f instruction(s).
d Dienstanweisung.
dienstdoend
e acting.
f r e m p l a ç a n t , f a i s a n t f o n c t i o n d e , f.f.
d zeitweilig, stellvertretend.
1)
dienstdoener
e 1. g o o d h o n e s t w o r k e r van een paard gezegd in de advertenties der
Straitsbladen; 2. m a r t i n e t .
f 1. c h e v a l d e (b o n ) s e r v i c e , c h e v a l d e f a t i g u e ; 2. b o e u f a u
travail, bon bouleux.
d 1. D i e n s t p f e r d , t ü c h t i g e s A r b e i t s p f e r d ; 2. D i e n s t p f e r d (fig.).
dienstenveloppe
e official envelope.
f c h e m i s e : Fierce signa le rapport qu'il rédigeait, et le mit en c h e m i s e
(Farrère, Les Civilisés, p. 101).
d Dienstbrief-Umschlag.
dienstjaar
e fiscal year, official year.
f e x e r c i c e , bijv.: Budget local du Tonkin pour l ' e x e r c i c e 1904. Ook a n n é e
fiscale.
d Etatsjahr, Finanzjahr, Rechnungsjahr.
dienstjaren
1)
Zie ook d i e n s t k l o p p e r .
F.P.H. Prick van Wely, Viertalig aanvullend hulpwoordenboek voor Groot-Nederland
e y e a r s o f s e r v i c e : They [the residents] are entitled to retire upon a pension
after twenty y e a r s o f s e r v i c e . (E.R. Scidmore, Java, p. 32).
f années de service.
d Dienstjahre.
dienstklopper
e martinet, sneezer, a re-
F.P.H. Prick van Wely, Viertalig aanvullend hulpwoordenboek voor Groot-Nederland
49
g u l a r t i c k l e r , a t a u t h a n d ; a h o r s e = a strict disciplinarian in nautical
parlance (M.). Ook c h i l d - q u e l l e r = a severe disciplinarian (F. & H.).
f un féroce, vert de gris, pisse-vinaigre.
d Diensthuber, Dienstfresser, Spinnmeister.
dienstnota
e official note.
f note officielle, pli de service.
d amtliches Schreiben, Amtsschreiben.
dienstorder
e official order.
f ordre de service.
d Dienstvorschrift, Dienstbefehl.
dienstpaard
e s e r v i c e - h o r s e (M.S.).
f c h e v a l d e s e r v i c e of d e c o r v é e .
d Dienstpferd.
dienstpet
e official cap.
f c a s q u e t t e d i s t i n c t i v e (d e f o n c t i o n n a i r e ).
d D i e n s t m ü t z e (M.S.).
dienstreis
e official journey, tour.
f voyage de service.
d Dienstreise, Amtsreise.
F.P.H. Prick van Wely, Viertalig aanvullend hulpwoordenboek voor Groot-Nederland
dienstreiziger:
zie gouvernementsreiziger .
dienststaat
e record.
f état de service.
d Dienstzeugnisse.
dienststuk
e official document.
f document officiel, écrit officiel.
d D i e n s t s t ü c k , -b r i e f .
diensttijd
e time of service, term of office.
f temps de service.
d Dienstzeit, Amtsperiode.
dienstverbintenis
e engagement.
f engagement.
d Dienstverbindung.
dienstweigering
e r e f u s a l t o o b e y o r d e r s , bij de militairen i n s u b o r d i n a t i o n .
f r e f u s d ' o b é i s s a n c e , militair i n s u b o r d i n a t i o n = le refus d'obéissance
persistant à l'ordre d'un supérieur (N.L.I.).
d G e h o r s a m s v e r w e i g e r u n g of U n b o t m ä s z i g k e i t .
diepzee onderzoek
F.P.H. Prick van Wely, Viertalig aanvullend hulpwoordenboek voor Groot-Nederland
e deep-sea exploration.
f e x p l o r a t i o n d e l a f a u n e (f l o r e e t c .) a b y s s a l e .
d Tiefsee-Exploration.
dijk
[aan den - zetten]
e retire, cashier, decapitate.
f m e t t r e à p i e d , d é b a r q u e r [u n f o n c t i o n n a i r e ], r e m i s e r q q n .,
d é g o m m e r q q n ., e n v o y e r q q n . p l a n t e r s e s c h o u x .
d absägen, den Laufpasz geben.
diksap
[v. de suiker]
e rob.
f rob.
d Dicksaft.
F.P.H. Prick van Wely, Viertalig aanvullend hulpwoordenboek voor Groot-Nederland
50
dirigeerend
[- officier van gezondheid]
e surgeon general.
f médecin major.
d Ober-Stabsarzt.
dirk
[schooltaal]
e director.
f directeur.
d Direx, Direr.
dispensjongen:
zie spen .
dispenskast
e pantry cupboard.
f garde-manger.
d Speiseschrank.
distinctief
e badge.
f marque, insigne, plaque.
d Amtszeichen.
districtshoofd
e c h i e f o f a [t h e ] d i s t r i c t ; d i s t r i c t h e a d (Day, The Dutch in Java, p.
220).
f c h e f d e [d u ] d i s t r i c t .
d Distriktshaupt.
F.P.H. Prick van Wely, Viertalig aanvullend hulpwoordenboek voor Groot-Nederland
djaga
e guard; watchman.
f gardien.
d Wächter.
djagoeng
e m a i z e , I n d i a n c o r n - in Amerika s w e e t c o r n of eenvoudig c o r n .
f m a ï s (spr. ma-ice), b l é d e T u r q u i e .
d M a i s , t ü r k i s c h e r W e i z e n of W e l s c h k o r n .
djahat
e r e b e l . In E.-I. b u d m a s h = evil liver, blackguard, rebel.
f insurgé, rebelle.
d Meuterer.
dja(h)it
e native domestic sempstress.
f couturière, couseuse indigène.
d inl. Nähterin.
djaksa
e Jav. district law officer.
f j u s t i c i e r d e [d u ] d i s t r i c t .
d Distriktsjustiziar.
djambelan:
zie djamblang .
djamblang
F.P.H. Prick van Wely, Viertalig aanvullend hulpwoordenboek voor Groot-Nederland
e j a m b o l a n ( a ) , j a m b o o l , J a m a n - p l u m , of ook b l a c k p l u m en
j a m b u : The j a m b u is one of the trees held in veneration by the Buddhists
and is often planted near Hindu temples because regarded as sacred to Krishna
(Wt.).
f [l e ] j a m e l o n g u e . Vgl. Jumelle, Cult. Col., I, p. 227: Le j a m e l o n g u e
pousse encore à des altitudes de plus de 1500 mètres. Li. geeft j a m l o n g u e
en j a m b o l o n g u e als gebruikelijk op Ile de France.
d J a m b o l a n a (Sanders, Fremdwörterbuch).
djamboe ajer
e r o s e a p p l e , j a m r o s a d e , in Amerika ook j a m b u , in Bengalen
n a t i - s c h a m b u (Wt.). Volgens M. ook nog M a l a b a r p l u m .
f pomme de rose, jamerose.
d Rosenapfel.
F.P.H. Prick van Wely, Viertalig aanvullend hulpwoordenboek voor Groot-Nederland
51
djamboe bidji
e g u ä v a - f r u i t , -t r e e .
f [l a ] g o y a v e ; [l e ] g o y a v i e r , p o i r i e r d e s I n d e s .
d G u a j a v a (b a u m ).
djamboe (bol)
e j a m b u a p p l e , j a m b o o M a l a c c a , M a l a y a p p l e (M.S.) of
malacca-schambu(h).
f [l a ] j a m b o s e (B.); [l e ] j a m b o s i e r à p o m m e r o s e . Vgl. Jumelle, Cult.
Col., I, p. 225: Les principaux noms sont... d j a m b o u m a l a c c a , en
Malaisie,... j a m e l a c , à la Réunion.
d Jambuse, Jambusenbaum.
djamboe kloetoek:
zie djamboe bidji .
djamboe merah:
zie djamboe ajer .
djamboe monjet
e c a s h e w , c a s h e w - n u t , ook c a s h o o .
f n o i x (p o m m e )d ' a c a j o u ;n o i x d ' A t c h i n ,p o u d ' é l é p h a n t (Jumelle,
Cult. Col., I, p. 205). Ook a n a c a r d e .
d W.-I. A c a j u b a u m , E l e f a n t e n l ä u s e .
djarak
e ricinus,palma Christi,palm Christ,oil-nut tree,castor-oil
p l a n t : its oldest Sanskrit name, e r a n d a , has passed into the most diverse
languages of India. Dioscorides tells us that it was called k r o t o n from the
resemblance of the seed to the dog-tick, and it is significant that both the plant
and the tick bear the name R i c i n u s in Latin. Galen, Paulus Aegineta, Mesua,
etc. mention the purgative property of the oil... But it would almost seem as if
F.P.H. Prick van Wely, Viertalig aanvullend hulpwoordenboek voor Groot-Nederland
the Arabs had made acquaintance with the plant from India, since they call it
s i m s i m - e l - h i n d i = Sesamum of India (Wt.).
f r i c i n c o m m u n , vulgairement p a l m a C h r i s t i (B.). Ook [l a ] g r a n d e
épurge.
d Wunderbaum, Christ(us)palme.
djati
e t e a k t r e e , t e a k t i m b e r , t e a k en i a t i . Ook ten onrechte I n d i a n o a k ,
a name for the t e a k t r e e (M.).
f (b o i s d e ) t e c k , t e c q u e of t e k . Ook d j a t i (M.V.E.).
d T e k -, T e a k -, T h e k - of T i e k - h o l z , ook D j a t t i (-h o l z ) of wel, ten
onrechte, i n d i s c h e E i c h e .
djati blanda
e bastard cedar.
f orme d'Amérique.
d Guazuma tomentosa Kunth.
djengkol:
vert.: de vrucht van P i t h e c o l o b i u m b i g e m i n u m M a r t .
djeroek
e s w e e t (s o u r ) l i m e ; o r a n g e .
f citron, limon; orange.
d (Süsz)-Citrone; Orange.
djimat
e ámulet, talisman.
f amulette, talisman.
d [d a s ] A m u l e t , [d e r ] T a l i s m a n .
F.P.H. Prick van Wely, Viertalig aanvullend hulpwoordenboek voor Groot-Nederland
52
djitokan
[schooltaal]
e cribbing notes, cribbing slips, cabbage.
f p a p i e r s p o u r t r i c h e r (a u x e x a m e n s ).
d Fummelpapiere, Schmuzettel.
djoeragan
[Soenda-landen]
e master, proprietor; foreman.
f maître, propriétaire; préposé.
d Herr, Meister; Führer, Leiter.
djoeroemoedi
e h e l m s m a n , s t e e r s m a n , in E.-I. m a n j e e : the master, or steersman of
a boat or any native river-craft (H.J.).
f timonier.
d Steuermann.
djoeroetoelis
e J a v . (g o v e r n m e n t ) c o p y i s t , c l e r k , w r i t e r .
f copiste, écrivain indigène.
d inl. Schreiber.
djoe(w)ar
e Cassia siamea.
f Cassia siamea.
d Cassia siamea.
djoe(w)et:
zie djamblang .
F.P.H. Prick van Wely, Viertalig aanvullend hulpwoordenboek voor Groot-Nederland
djongos:
zie jongen .
doctor djawa
e native surgeon.
f d o c t e u r j a v a n a i s . In Algiers a u x i l i a i r e m é d i c a l i n d i g è n e .
d i n l ä n d i s c h e r A r z t . Vgl. Preyer, Indo-Malayische Streifzüge, p. 228: Der
‘d o c t o r d j a w a ’ ist ein eingeborener a p p r o b i e r t e r A r z t .
doctor djawa school
e school for native surgeons.
f é c o l e (p r a t i q u e ) d e m é d e c i n e i n d i g è n e .
d Schule für inländische Aerzte.
doejong
e d u y o n g , d u g o n g (M.S.), s e a - c o w , c o w - f i s h , m a n a t e e .
f d u g o n g = v a c h e m a r i n e (L.). Vgl. M.V.E., p. 24: D o u y o n g , c'est le
véritable nom du grand animal marin... vulgairement appelé v a c h e m a r i n e
et que les naturalistes appellent par erreur d o u g o n g .
d [d e r ] D u g o n g , [d i e ] S e e j u n g f e r (M.S.) of S e e k u h .
doekoe
e d u k u (Sc.), cultuur-variteit van L a n s i u m d o m e s t i c u m . Webster vermeldt
l a n s e h als: the small, whitish brown fruit of an East Indian tree (L a n s i u m
d o m e s t i c u m ). Ook vindt men l a n g s a t en l a n s a (M.S.).
f lansium.
d L a n s i u m d o m e s t i c u m , zie l a n s a bij M.S.
doekoen
e m e d e c i n e - m a n (w o m a n ).
f d o c t e u r (d o c t o r e s s e ) i n d i g è n e .
d M e d i z i n - M a n n (Album-Veth, p. 141), M e d i z i n - w e i b = ‘w e i s e F r a u .’
F.P.H. Prick van Wely, Viertalig aanvullend hulpwoordenboek voor Groot-Nederland
53
doepa
e frankincense.
f encens, oliban.
d Weihrauch.
doeren
e d u r i a n , a lofty Indian and Malayan fruit-tree (Ch.). Ook soms d u r i o n : It is
spoken of with bitterness and contempt by most Europeans, is extolled as ‘the
king and emperor of fruits’ by Wallace,.... and the little English children in Java,
who are all fond of it, call it ‘darling d u r i a n ’ (E.R. Scidmore, Java, p. 85).
Verder p r i c k l y m e l o n , d u r i e n , d u y i n (Wt).
f d o u r i a n (M.V.E.). Ook Favre geeft l e d o u r i a n in de vertaling van het
gezegde s e p e r t i d o u r i a n d e n g a n m a n t i m u n = comme le dourian
avec le concombre. Eveneens d o u r i a n in Bulletin Indo-Chine, no. 17 van
1899. Maar Jumelle, Cult. Col., I, p. 182, schrijft steeds d u r i a n . Verder vindt
men d u r i o n (B. de St. P., Chaumière Ind., p. 56), terwijl de vrucht dan l a
d u r i o n e heet (S.V.).
d [d e r ] D u r i a n , D u r i o ; Z i b e t b a u m , weil die Zibetkatzen sehr lüstern nach
seinen Früchten sind (Br. i.v. Z i b e t h b a u m ). Ook D u r i a n g (Mr.).
doerian:
zie doeren .
doesoen
e n a t i v e v i l l a g e (h a m l e t ).
f village indigène.
d inländisches Dorf.
1)
dogcart
e d o g - c a r t , a sort of double-seated gig, the occupants before and behind
sitting back to back (A n ). In Eng.-Indië t u m - t u m .
f dogcart.
1)
De Engelsche dogcarts hebben geen kap of tent en worden veel voor de jacht gebruikt;
oorspronkelijk dienden ze voor het vervoer der honden. Het Indische voertuig heet te Batavia
dos-à-dos. q.v.
F.P.H. Prick van Wely, Viertalig aanvullend hulpwoordenboek voor Groot-Nederland
d Dogcart.
dokter djawa:
doctor djawa.
dokter-majoor
e surgeon-major.
f médecin-major.
d Oberstabsarzt.
domeingrond
e domain, crown land.
f t e r r a i n d o m a n i a l , [l e ] d o m a i n e .
d Domäne, Domänengut, Kronland.
donderen
[schooltaal]
e bully, hector; bullying.
f b r i m e r (l e s n o u v e a u x ); b r i m a d e .
d h u d e l n ; [d e r ] P e n n a l i s m u s .
† dongris
[ongebleekte -]: zie kleurling .
doordienen
[zoolang de hemel blauw ziet]
e continue in office till the end of time, hold on to office
though the heavens fall.
f (c o n t i n u e r à) s e r v i r j u s q u ' à l a f i n d u m o n d e .
d durchdienen bis zum letzten Atemzuge.
F.P.H. Prick van Wely, Viertalig aanvullend hulpwoordenboek voor Groot-Nederland
54
* doorkomen
[van de W. moesson]
e t o b r e a k (i n ), t o s e t i n . Bewijsplaatsen: There was a blessed coolness
in the air, for the rains had b r o k e n (F.A. Steel, On the Face of the Waters,,
Ch. IV). When the rains b r e a k there occurs a great jail delivery of winged
white ants (L. Kipling, Beast and Man in India, p. 34). Just after passing Pulo
Weh the south-west monsoon b r o k e i n (S.T.). As the rains were about to
s e t i n (Macaulay, Essays, IV, p. 45).
f f a i r e s o n e n t r é e , s ' é t a b l i r : Des le mois de mai les pluies commencent
à s ' é t a b l i r (d'Enjoy, La Santé aux Colonies, p. 51).
d einsetzen.
doorloopend
[van kamers]
e opening upon one another.
f en enfilade.
d in einander gehend.
doorloopende wagen
e corridor-carriage.
f voiture à couloir.
d Durchgangswagen.
doornappel
[N]: zie ketjoeboeng .
* doorstaan
[van de W. moesson]
e b e w e l l i n : The monsoon may be said to b e w e l l i n (Ceylon Observer,
30 Nov. 1903).
f souffler régulièrement, être bien établi.
d regelmäszig wehen.
F.P.H. Prick van Wely, Viertalig aanvullend hulpwoordenboek voor Groot-Nederland
doortrekkend
[ergens zijn]
e passing through.
f de passage.
d auf der Durchreise.
doorzenden
[een stuk -]
e t o s e n d u p . The supreme court, after examining the papers, s e n d s them
u p to the Governor-General (Money, Java, II, p. 29). Ook s e n d o n t o ,
pass on to.
f faire passer par la voie hiérarchique.
d (a u f d e m I n s t a n z e n w e g ) b e f ö r d e r n .
* doos:
zie dos-à-dos .
doppen
[school-slang]
e to cap.
f ô t e r of t i r e r s a c a s q u e t t e .
d d e c k e l n , d i e M ü t z e l ü f t e n (a b n e h m e n ).
dorpshoofd
e village headman.
f chef de village.
d Dorfhäuptling, Dorfoberhaupt.
dos-à-dos
e d o s - à - d o s . N.B. Het Engelsch kent deze verbinding alleen adverbiaal, als:
t o s i t d o s - à - d o s in a carriage. Vgl. echter Reith, Padre in Partibus, p. 47:
the d o s - à - d o s , universally called a d o g - c a r t here (Macassar)... goes
softly and merrily over the sward.
f dos-à-dos.
F.P.H. Prick van Wely, Viertalig aanvullend hulpwoordenboek voor Groot-Nederland
d Dos-à-dos.
douane-formaliteiten
e custom-house formalities.
f f o r m a l i t é s d e (l a ) d o u a n e .
d Zollamtsformalitäten.
draagpaard:
zie pikolpaard .
F.P.H. Prick van Wely, Viertalig aanvullend hulpwoordenboek voor Groot-Nederland
55
draailicht
e revolving light.
f lumière à éclipse, phare à éclipses, feu tournant.
d Drehfeuer.
draairak
e revolving book-stand.
f bibliothèque tournante.
d drehbares Büchergestell.
dragoman
e dragoman.
f drogman, trucheman.
d Dolmetsch(er).
drawidisch
e Dravidian, Dravidic.
f dravidique.
d dravidisch.
dressoir
e side-board, dresser.
f dressoir.
d Anrichtetisch, Servicetisch.
dril
e d r i l l ; afkorting van d r i l l i n g .
f drille; treillis.
d (d e r ) D r e l l , D r i l l , D r i l l i c h .
F.P.H. Prick van Wely, Viertalig aanvullend hulpwoordenboek voor Groot-Nederland
drilschool
e a crammer's crammingschool, grinding-mill.
f école de dressage, four, boîte à bachot.
d Presse.
† drioen:
zie doerian .
droge tijd
e dry season.
f époque sèche.
d Trockenzeit.
drogman:
zie dragoman .
dronk
[koele -]
e cooling drink, cooler.
f [u n e ] f r a î c h e .
d Kühltrank.
droogschuur
e d r y i n g - s h e d , d r y i n g - h o u s e (Wt.).
f s é c h o i r . Vgl. Jumelle, Cult. Col., II, p. 288: Ces s é c h o i r s sont des sortes
de hangars fermés.
d Trockenschuppen, Trockenhaus.
drukpersreglement
e press regulations.
f règlement sur la presse.
F.P.H. Prick van Wely, Viertalig aanvullend hulpwoordenboek voor Groot-Nederland
d Preszgesetz.
druppelfleschje
e d r o p p i n g - b o t t l e (Wh.).
f (f l a c o n ) c o m p t e - g o u t t e s (N.L.I.).
d T r o p f e n z ä h l e r , T r o p f g l a s (Mr.).
† dryoen:
zie doerian .
dubbelschroefstoomboot
e twin screw steamer.
f v a p e u r (b a t e a u ) à d e u x h é l i c e s .
d Doppelschraubendampfer, Zwillingsschraubenschiff,
Zweischraubenschiff.
dubbel spoor
e double line, double track.
f double voie.
d Doppelgeleise, Doppelbahn.
dubbeltjesquaestie
e a q u e s t i o n o f L.s.d. (T.).
F.P.H. Prick van Wely, Viertalig aanvullend hulpwoordenboek voor Groot-Nederland
56
f q u e s t i o n d ' a r g e n t , q. d e f i n a n c e s .
d Geldfrage, Finanzfrage.
dupeeren
e disappoint, fail, to dupe.
f duper.
d düpieren, täuschen.
† durioen:
zie doerian .
dwangarbeid
e f o r c e d l a b o u r . Men onderscheidt f o r c e d l a b o u r i n t h e c h a i n en
without chain.
f travaux forcés.
d Z w a n g s a r b e i t , in Duitschland ook K a r r e n s t r a f e .
dwangarbeider
e labouring convict.
f forçat.
d Z w a n g s a r b e i t e r , in Duitschland ook K a r r e n g e f a n g e n e r .
dwangarbeiderskwartier
e labouring convicts' lines.
f logis des forçats.
d Zwangsarbeiterquartier.
dwangbeer:
zie kettingbeer .
F.P.H. Prick van Wely, Viertalig aanvullend hulpwoordenboek voor Groot-Nederland
dwangcultuur
e enforced cultivation.
f culture forcée.
d Zwangskultur.
dwangmaatregel
e coercive measure.
f mesure coercitive.
d Zwang(s)maszregel.
dynamo
e d y n a m o (m a c h i n e ).
f dynamo = machine dynamo-électrique.
d Dynamomaschine.
dysenterie
e dysentery, bloody flux.
f dysenterie, caque-sangue.
d [d i e ] (r o t e ) R u h r of [d i e ] D y s e n t e r i e , B l u t z w a n g .
E.
ebro
e cab, hack.
f voiture de place.
d Droschke.
edeleer:
[Inl. spr.] zie Raad van Indië 2 .
F.P.H. Prick van Wely, Viertalig aanvullend hulpwoordenboek voor Groot-Nederland
éénjarig
[verlof]
e a (o n e ) y e a r ' s (l e a v e ).
f (c o n g é ) d ' u n a n .
d einjährig.
éénpersoons
[van hut of bed]
e o n e - b e d d e d (c a b i n ): s i n g l e - b e r t h (c a b i n ); s i n g l e (b e d s t e a d ).
f à u n e s e u l e p l a c e ; (l i t ) p o u r u n e s e u l e p e r s o n n e .
d e i n b e t t i g , (K a b i n e ) m i t e i n e m B e t t = E i n z e l k a b i n e ;
e i n s c h l ä f e r n e s of e i n s c h l ä f r i g e s (B e t t ).
eerbied
[acte van -]
e respectful summons.
f acte respectueux, sommation respectueuse.
d ? In Duitschland onbekend. Mr. zegt i.v. a c t e r e s p e c t u e u x : im
französischen Rechte der förmliche Antrag eines Kindes auf Erteilung der
elterlichen Zustimmung zur Verheiratung. In de Rijnprovincie
Ehrerbietigkeitsakt.
F.P.H. Prick van Wely, Viertalig aanvullend hulpwoordenboek voor Groot-Nederland
57
eereschuld
e debt of honour.
f dette d'honneur.
d Ehrenschuld.
eerstaanwezend
e senior.
f le plus ancien en grade; premier en titre.
d [d e r ] r a n g ä l t e s t e ..., e r s t e .
eerste reis
[van 'n mailboot]
e m a i d e n v o y a g e (T.).
f premier voyage.
d erste Reise.
eetbare aarde
e e d i b l e c l a y , e d i b l e e a r t h (Wt.).
f a r g i l e (t e r r e ) m a n g e a b l e : en dehors de ces cas pathologiques, on a
signalé des peuplades entières de géophages. Il en existe en Afrique..., à Java,
à Sumatra, etc. C'est une terre argileuse qui est absorbée (N.L.I.).
d e s z b a r e E r d e (Mr.).
eetstokjes
[der Chineezen]
e chop sticks.
f h a s i , nom des bâtonnets dont les peuples de l'extrême Orient se servent pour
appréhender les objets et surtout pour manger (N.L.I.).
d Eszstäbchen.
ei
F.P.H. Prick van Wely, Viertalig aanvullend hulpwoordenboek voor Groot-Nederland
[gezouten -]
e soused egg.
f o e u f s a l é = oeuf de canard conservé dur dans la saumure (Babut, F. Batel,
I, p. 175).
d Erdei, eingesalzenes Ei.
eierplant
[W.-Indië]: zie terong .
eigendomsperceel
e (p i e c e o f ) f r e e h o l d l a n d .
f propriété foncière libre.
d freies Grundstück, Eigengutsgrundstück.
eilandengroep
e group of islands, archipelago.
f groupe d'îles, archipel.
d Inselgruppe.
einddiploma
e (s c h o o l ) l e a v i n g c e r t i f i c a t e .
f certificat de sortie.
d A b g a n g s z e u g n i s , A b i t u r i e n t e n z e u g n i s of R e i f e z e u g n i s .
eindexamen
e l e a v i n g (f i n a l )e x a m i n a t i o n ,l e a v i n g c e r t i f i c a t e e x a m i n a t i o n .
f examen de sortie.
d A b g a n g s p r ü f u n g , A b i t u r i e n t e n p r ü f u n g , ook R e i f e p r ü f u n g .
eindvergadering
e l a s t (f i n a l ) m e e t i n g .
f dernière assemblée.
F.P.H. Prick van Wely, Viertalig aanvullend hulpwoordenboek voor Groot-Nederland
d Schluszsitzung.
electromotor
e electromotor.
f (a p p a r e i l ) é l e c t r o m o t e u r .
d Elektromotor.
electromotorisch
e electromotive.
f électromoteur, électromotrice.
d elektromotorisch.
electro-technicus
e electrical engineer.
F.P.H. Prick van Wely, Viertalig aanvullend hulpwoordenboek voor Groot-Nederland
58
f ingénieur électricien.
d Elektrotechniker.
emigratie
e emigration.
f émigration.
d Emigration.
emigratie-kantoor
e e m i g r a t i o n - o f f i c e . Er bestaat te Batavia een: J a v a n e s e c o o l i e E.O.
f bureau d'émigration.
d Emigrationsamt.
emplacement
e site, grounds, premises.
f emplacement.
d Grundstück, Emplacement.
Engelsch
[spreekt hij -?]
e h a s h e (g o t ) t i n ?
f a-t-il de quoi?
d hat er Kröten?
entre-deux
e i n s e r t i o n (l a c e ).
f entre-deux.
d Einsatzspitzen.
F.P.H. Prick van Wely, Viertalig aanvullend hulpwoordenboek voor Groot-Nederland
erf
e c o m p o u n d , the enclosure within which a residence or factory of Europeans
stands, in India, China, and the East generally (M.). Vgl. H. Crompton, Indian
Life, p. 157: It [the Anglo-Indian's bungalow] is always a detached building
standing in ground of its own, which is called the c o m p o u n d , single-storied,
rambling, and flat-roofed. Ook t h e p r e m i s e s en c o u r t - y a r d , y a r d :
Each hut stands in its own c o m p o u n d or y a r d (Money, Java, I, p. 36). In
Zuid-Afrika zegt men ook e r f : zoo geeft Ch. reeds: e r f , a garden-plot in
South-Africa.
f c l o s , e n c l o s . Vgl. Babut, F. Batel, I, p. 240: En entrant dans l ' e n c l o s ,
Félix vit de loin deux dames en cabaies et sarongs qui s'en couraient
effarouchées vers la vérandah de derrière.
d [d e r ] H o f , H o f r a u m : das luftige, elegante Hotel der Nederlanden mit seinen
Marmorplatten,... schattigem H o f r a u m ... diente wahrlich nicht dazu den
Eindruck zu schwächen (Gerstäcker, Schriften, VI, p. 332).
erfpacht
e e m p h y t e u s i s , h e r e d i t a r y t e n u r e , l o n g l e a s e . Hazell's Annual,
1905, geeft o n h e r e d i t a r y l e a s e = in erfpacht.
f bail emphytéotique;emphytéose;fermage emphytéotique;
système des baux à longue durée.
d Erbpacht, Emphyteuse.
erfpachter
e emphyteuta, long lease tenant.
f emphytéote.
d Erbpächter.
erfpachtsperceel
e e m p h y t e u t i c (p l o t o f ) l a n d , l e a s e h o l d l a n d .
f fonds emphytéotique.
d Erbpacht-Grundstück.
erratisch blok
e erratic block.
f b l o c e r r a t i q u e (H.D.).
d F i n d l i n g s b l o c k (M.S.).
F.P.H. Prick van Wely, Viertalig aanvullend hulpwoordenboek voor Groot-Nederland
F.P.H. Prick van Wely, Viertalig aanvullend hulpwoordenboek voor Groot-Nederland
59
estatesbenoodigdheden
[Deli]
e estate tools.
f utensiles de plantation, instruments de culture.
d Plantagengeräte.
etappe
e halting-place; stage.
f étape.
d Rastort, Raste, Etappe.
etensdrager
e t i f f i n b a s k e t , dinner-carrier.
f porte-manger.
d Menage, Speiseträger.
etenskast
e pantry cupboard.
f garde-manger.
d Speiseschrank.
etenstafel
e dining-table.
f table à manger.
d Esz-Tisch, Speisetisch.
eterij
e food, grub, eatables.
f mangeaille.
d Eszwaren.
F.P.H. Prick van Wely, Viertalig aanvullend hulpwoordenboek voor Groot-Nederland
Euraziër
e E u r a s i a n (M.S.).
f m é t i s , E u r a s i e n , E u r a s i e n n e : E u r a s i e n est le nom employé dans
l'Inde anglaise pour désigner les m é t i s (Bulletin 103 der All. Franç., p. 9).
d eurasischer Mischling.
europeaniseeren
e to europeanize.
f e u r o p é a n i s e r (S.V.).
d europäisieren.
Europeër
e European.
f Européen.
d Europäer.
† Europees:
zie Europeër .
Europeesch
e E u r o p e , commonly used in India for E u r o p e a n ... A ‘E u r o p e morning’
is lying late in bed, as opposed to the Anglo-Indian's habit of early rising (H.J.).
f européen.
d europäisch.
† Europisch:
zie Europeesch .
evacuatie
F.P.H. Prick van Wely, Viertalig aanvullend hulpwoordenboek voor Groot-Nederland
e evacuation.
f évacuation.
d Evakuierung, Evakuation.
evacueeren
e evacuate.
f évacuer.
d evakuieren.
ex officio
e by office, in virtue of his office, ex officio.
f à titre d'office, en vertu de sa charge.
d Kraft seines Amtes.
expeditiebeambte
e forwarding-clerk.
f c o m m i s e x p é d i t i o n n a i r e (N.L.I.).
d Speditionsbeamte.
expeditiekorps
e expeditionary force.
f corps expéditionnaire.
d Expeditionskorps.
expeditietroep
e e x p e d i t i o n a r y t r o o p s (M.).
f troupes expéditionnaires.
d Expeditionstruppe.
F.P.H. Prick van Wely, Viertalig aanvullend hulpwoordenboek voor Groot-Nederland
60
exploitatie
e exploitation, working.
f exploitation, mise en valeur.
d Betrieb.
exploiteeren
e t o r u n , w o r k , fig. ook e x p l o i t : There were two leading accusations against
them [the friars] - profligacy and e x p l o i t i n g the natives (Rev. of Rev., 1902
Nov., p. 497).
f exploiter, mettre en valeur.
d e x p l o i t i e r e n , b e f a h r e n [eine Grube], b e t r e i b e n [eine Bahn].
exploratie
e exploration.
f exploration.
d Exploration.
exploratiemaatschappij
e exploration company.
f société d'exploration.
d Schürfgesellschaft.
export
e éxport, exportation.
f exportation.
d Expórt, Ausfuhr.
exporteeren
e expórt.
f exporter.
F.P.H. Prick van Wely, Viertalig aanvullend hulpwoordenboek voor Groot-Nederland
d exportieren, ausführen.
exporteur
e export merchant, exporter.
f exportateur.
d Exporteur.
exporthuis
e export house.
f maison d'exportation.
d Exporthaus, Exportgeschäft.
extraboot
e e x t r a (i n t e r m e d i a t e ) s t e a m e r : e x t r a s t e a m e r s are also
despatched as inducement offers (S.T.).
f bateau spécial.
d auszerfahr planmäsziger Dampfer.
extractie
[mijnbouw]
e extraction.
f extraction.
d Gewinnung.
F.
Fabricatie-chef:
zie chemiker .
fabrieksgebouw
e factory building.
F.P.H. Prick van Wely, Viertalig aanvullend hulpwoordenboek voor Groot-Nederland
f usine, fabrique.
d Fabrikgebäude.
factorij
e f a c t o r y : The earliest f a c t o r i e s and settlements on that side of India were
established in Bengal (Strachey, India, p. 29).
f factorerie.
d Factorei.
factuur
[goederen]
e consignment.
f envoi.
d Sendung.
familieberichten
e b i r t h s , d e a t h s , a n d m a r r i a g e s , schertsend ook (c o l u m n o f )
hatches, matches, and despatches.
F.P.H. Prick van Wely, Viertalig aanvullend hulpwoordenboek voor Groot-Nederland
61
f mariages, naissances et décès.
d F a m i l i e n a n z e i g e n , -n a c h r i c h t e n .
familiehut
e family cabin.
f cabine pour famille.
d Familienkajüte.
familieomstandigheden
[wegens -]
e on acount of family circumstances.
f p o u r a f f a i r e s (r a i s o n s ) d e f a m i l l e .
d Familienangelegenheiten halber, Familienverhaltnisse
halber.
fancy-fair
e fancy-fair.
f b a z a r of v e n t e d e c h a r i t é .
d Wohltätigkeitsbazar.
† feestbloem:
zie kembang spatoe .
feestterrein
e (f e s t i v e ) g r o u n d s .
f terrain de(s) fête(s).
d Festterrain.
fermenteerschuur
F.P.H. Prick van Wely, Viertalig aanvullend hulpwoordenboek voor Groot-Nederland
e f e r m e n t i n g r o o m , f. s h e d .
f h a n g a r of g r a n g e de f e r m e n t a t i o n (G.I.N., p. 146), f e r m e n t o i r .
d Fermentierscheune.
fetisch
e fetich.
f fétiche.
d Fetisch.
fettor
[Timor]: zie gezaghebber .
fez
e fez, tarbush, tarboosh.
f fez, tarbouch(e), bonnet rouge.
d [d e r ] F e z , F e s .
fiatteeren
e t o f i a t , t o g i v e o n e ' s f i a t . Vgl. de Times: Mr. Justice Fitzgerald to-day
f i a t e d a p r e s e n t m e n t for 500 l.
f a t t a c h e r s o n f i a t , d é l i v r e r l e f i a t e x e c u t i o (Gonnaud, La
Colonisation holl., p. 545).
d genehmigen.
fietsbroek
e cycling knickers.
f culotte de cycliste.
d Radfahrhose.
fietskeur
e b i c y c l e (t a x ) r e g u l a t i o n s .
f règlement sur les vélocipèdes.
F.P.H. Prick van Wely, Viertalig aanvullend hulpwoordenboek voor Groot-Nederland
d Fahrrad (steuer)verordnung.
fietslantaarn
e cycle lamp.
f lanterne de bicyclette.
d Fahrradlaterne.
fietspak
e cycling suit.
f costume de cycliste.
d Radfahr(er)anzug.
fietspet
e cycling cap, cyclist's cap.
f casquette de cycliste.
d Fahrradmütze, Radfahrermütze.
fietspomp
e inflator, bicycle-pump.
f pompe de vélo, pompe à pneumatique.
d Fahrradluftpumpe.
F.P.H. Prick van Wely, Viertalig aanvullend hulpwoordenboek voor Groot-Nederland
62
fietstocht
e bicycle tour.
f excursion en bécane.
d F a h r r a d a u s f l u g , ook [ d i e ] R a d e l t o u r .
filiaal
e b r a n c h - h o u s e , b r a n c h - e s t a b l i s h m e n t . Ook b r a n c h - o f f i c e .
f succursale.
d [d i e ] F i l i a l e , Z w e i g n i e d e r l a s s u n g .
Filippino:
zie Philippino .
Film
e film.
f pellicule; film.
d [d e r ] F i l m .
filter
e filter.
f [l e ] f i l t r e .
d [d e r , d a s ] F i l t e r .
filterpers
e f i l t e r ( i n g ) - p r e s s (M.).
f filtre-presse, filtre à pression.
d Filterpresse.
F.P.H. Prick van Wely, Viertalig aanvullend hulpwoordenboek voor Groot-Nederland
filtreerkan
e percolator.
f cafetière à filtre.
d Filtrier-Kaffeemaschine.
fiskaal
[subst.]
e p u b l i c p r o s e c u t o r , f i s c a l , in M. verkeerd omschreven als: a magistrate
whose duty it is to take cognizance of offences against the revenue, in Holland
and Dutch colonies.
f procureur du roi.
d Fiskal, Staatsanwalt.
flamboyant
e flambóyant(e), Poinciana regia.
f flamboyant des Indes, poinciane royale.
d Flamboyant.
Flem
[school-slang]
e sweetheart, flame.
f bonne amie.
d Schatz.
flèr:
zie watjekou .
flesschen
[slang]
e swindle, diddle.
f flouer, filouter.
d beschwindeln, beschummeln, fuchsen.
F.P.H. Prick van Wely, Viertalig aanvullend hulpwoordenboek voor Groot-Nederland
flikkerlicht
[van 'n vuurtoren]
e flash-light.
f feu-éclair, feu scintillant, feu clignotant.
d Blinkfeuer.
flobert
e Flobert rifle.
f carabine Flobert.
d Flobertgewehr.
flottille-vaartuig
e flotilla vessel.
f bâtiment de flottille(s).
d Flottillefahrzeug.
foelie:
zie pala .
fokstier
e bull kept for breeding.
f taureau reproducteur.
d Zuchtbulle, Zuchtstier.
formulier
e printed form.
f blanc.
d Formular, Blankett, Vordruckblatt, Vordruck.
formatie
F.P.H. Prick van Wely, Viertalig aanvullend hulpwoordenboek voor Groot-Nederland
[boven de -]
e supernumerary.
F.P.H. Prick van Wely, Viertalig aanvullend hulpwoordenboek voor Groot-Nederland
63
f excédant le complet.
d ü b e r z ä h l i g , bijv.: Oberleutnant M. wurde zum ü b e r z ä h l i g e n Hauptmann
ernannt (D.K.Z.).
fouragegeld
e horse-allowance, forage allowance.
f indemnité de monture.
d Remuneration zum Unterhalte eines Pferdes.
fox:
zie fox-terrier .
fox-terrier
[slang]
e Chinaman who has cut off his pigtail.
f Chinois qui a coupé sa queue.
d Chinese der seinen Zopf abgeschnitten hat.
frappeeren
[van dranken]
e to ice, cool.
f glacer, frapper.
d kühlen.
fraude
e fraud.
f fraude.
d Betrug, Falsum.
fregatvogel
F.P.H. Prick van Wely, Viertalig aanvullend hulpwoordenboek voor Groot-Nederland
e f r i g a t e (-b i r d ), f r i g a t e - p e l i c a n , m a n - o f - w a r .
f [l a ] f r é g a t e , g r o o t e s o o r t a i g l e d e m e r .
d F r e g a t t ( e n ) v o g e l : der F r e g a t t v o g e l bewohnt die tropischen Meere,
hält sich meist in der Nähe der Küsten, folgt aber auch den Schiffen sieben
Tage, ohne auszuruhen (Mr.).
frikkadel
e c h o p p e d m e a t p i e . In De Zieke Reiziger vindt men (p. 98, noot): The
f r i c a n d e l l of Java is precisely the k o o f t a h of Bengal, with this difference
that the former is made with salt rancid butter, which is not the case with the
Indian dish.
f viande hachée.
d Fricandelle.
fröbelen
e t o k i n d e r g a r t e n i z e (M.) = to employ the kindergarten method. Vgl. ook
Strong in de New Era: There is no sectarian way of k i n d e r g a r t e n i n g .
f faire du jardin d'enfants.
d F r ö b e l - U n t e r r i c h t e r t e i l e n (b e k o m m e n ).
fröbelonderwijzeres
e k i n d e r g a r t e n t e a c h e r (m i s t r e s s ), k i n d e r - g a r t n e r .
f institutrice de jardin d'enfants.
d K i n d e r g ä r t n e r i n , deftiger F r ö b e l s c h e E r z i e h e r i n .
fröbelschool
e kindergarten.
f jardin d'enfants.
d Kindergarten.
fuif
e b l o w - o u t , g a l a , s p r e a d , f l a r e - u p , h a n g o u t . In het laagste slang
zegt men b e a n o .
f f ê t e , g a l a (S.V.), r é g a l , r é g a l a d e , b o m b a n c e .
F.P.H. Prick van Wely, Viertalig aanvullend hulpwoordenboek voor Groot-Nederland
d F e s t v e r g n ü g e n , S c h m a u s , F e e z , K l i m b i n . Vgl. ook: b e i A ' s i s t
groszer Zauber.
fuiven
e to go it, to feast.
f f a i r e b o m b a n c e ; f a i r e l a n o c e of l a f ê t e , f a i r e c h è r e l i e .
d lumpen.
F.P.H. Prick van Wely, Viertalig aanvullend hulpwoordenboek voor Groot-Nederland
64
functie
[in - treden]
e take up one's duties, enter upon one's duties.
f entrer en fonction.
d s e i n A m t of s e i n e S t e l l e a n t r e t e n .
fungeerend
e a c t i n g ,... i n c h a r g e .
f f a i s a n t f o n c t i o n d e , s u p p l é a n t ,... p a r i n t é r i m , ook i n t é r i m a i r e
d stellvertretend, amtierend, interimistisch.
fuselier
e f u s i l e e r of f u s i l i e r . Ook p r i v a t e (s o l d i e r ).
f fusilier, fantassin.
d F ü s i l i e r , G e m e i n e , schertsend F u s e l t i e r .
fusie
e fusion.
f fusion.
d Zusammenschmelzung.
G.
G.B.:
zie gewone bereiding , is ook g o u v e r n e m e n t s b e s l u i t .
G.-G.:
zie gouverneur-generaal .
F.P.H. Prick van Wely, Viertalig aanvullend hulpwoordenboek voor Groot-Nederland
gaanderij
[zeldzaam]: zie galerij .
gabah
e r i c e i n t h e h u s k ; p a d d y (H.J.).
f riz non décortiqué.
d R e i s i n d e r K ü b e ; zie bras .
gagah
e d r y r i c e f i e l d . Ook wel: g a g a .
f r i z i è r e s è c h e (h a u t e ).
d trockenes Reisfeld.
gagement
[van mindere militairen]
e pay.
f s o l d e = paye des soldats (N.L.I.).
d [d e r ] S o l d , L ö h n u n g : Die Offiziere, Sanitätsoffiziere, Zeugpersonal und
die Wallmeister empfangen Gehalt, Unteroffiziere und Mannschaften L ö h n u n g
(Heeresverfassung, § 10).
gajoeng
e d i p p e r , h a n d - b u c k e t (Worsfold, Visit to Java, p. 32).
f cuvette.
d B a d e e i m e r ( c h e n ) , S c h ö p f e i m e r ( c h e n ) , K ü b e l - vgl. Maasz, Quer
durch Sumatra, p. 12: In der Badekammer befindet sich ein gröszeres,
gemauertes Bassin, aus dem man mit einem kleinen K ü b e l das Wasser
schöpft.
galengan
e rice-field dike.
f d i g u e d e r i z i è r e . Vgl. Cat. Indo-Chine, 1900, p. 76: La plus grande partie
du riz produit par l'Indo-Chine est cultivée dans des champs entourés de petites
digues.
F.P.H. Prick van Wely, Viertalig aanvullend hulpwoordenboek voor Groot-Nederland
d D e i c h (u m d i e S a w a h s ).
galerij
e verandah; gallery.
f v é r a n d a ( h ) ; g a l e r i e . Vgl. d'Enjoy, La Santé aux Colonies, p. 62: La
maison coloniale doit être... entourée d'une spacieuse v é r a n d a h .
d herumlaufende Veranda, Verande.
galvanometer
e galvanometer.
F.P.H. Prick van Wely, Viertalig aanvullend hulpwoordenboek voor Groot-Nederland
65
f galvanomètre.
d [d a s ] G a l v a n o m e t e r .
gambi(e)r
e g a m b i e r of g a m b e e r (A n ), t e r r a J a p o n i c a = gambier, formerly
supposed to be a kind of earth from Japan (Wh.).
f [l e ] g a m b i e r , ook g a m b i r . Vgl.: le Nauclea Gambir, qui croît spontanément
dans l'Inde transgangétique et dans les îles de la Sonde, est un arbrisseau
grimpant, qui fournit G u t t a g a m b i r , ou simplement G a m b i r (B.).
d [d a s ] G a m b i r , G u m m i g a m b i e r of B a s t a r d - K a t e c h u . Bij de
lederbereiding in gebruik onder den naam van g e l b e r K a t e c h u .
gamelan(g)
e g a m ( e ) l a n : The topeng's g a m e l a n consists of two sets of the circles of
tiny gongs,... that are struck with wooden sticks, and two wood and two metal
gambang kayu (wood and metal bars of different length and thickness mounted
on a boatshaped frame), or native xylophones, to which single instrument the
name ‘gamelan’ is so often given in the West (Scidmore, Java, p. 287). Annie
Linden schrijft g a m a l a n g in Gold, p. 171.
f g a m l a n g = orchestre javanais et malais (R. Ghill, Le Pantoun des Pantoun).
d [d e r ] G a m l a n g (Spemann, Weltpanorama, p. 567).
gampong:
zie kampong .
gandasoeli
e garland-flower.
f [l e ] g a n d a s u l i à b o u q u e t s (B.) en g a n d a s o u l i (M.V.E.).
d Kranzblume.
* gang
e lane.
f ruelle.
F.P.H. Prick van Wely, Viertalig aanvullend hulpwoordenboek voor Groot-Nederland
d Alleegasse.
gantang
e g a n t a n g (five k a t t i e s in East-Java, ten elsewhere) = 8,5766 L.
f g a n t a n g = 8,5766 L.
d G a n t a n g = 8,5766 L.
gardoe:
zie gardoekerel .
gardoehoeder:
zie gardoekerel .
gardoe(huisje)
e (n a t i v e ) w a t c h - h o u s e , g u a r d - h o u s e .
f p o s t e (d e g a r d e ).
d Wachthäuschen.
gardoekerel
e w a t c h - m a n , g u a r d . In E.-Indië c h o w k e y d a r , vroeger p y k e : all p y k e s ,
c h o k e y d a r s , p a s b a n s , d u s a u d s , n i g a b a n s , h a r e e s , and other
descriptions of village watchmen are declared subject to the orders of the
darogah (H.J.).
f gardien, garde de nuit.
d Wächter.
gardoewachter:
zie gardoekerel .
gardoewaker:
F.P.H. Prick van Wely, Viertalig aanvullend hulpwoordenboek voor Groot-Nederland
zie gardoewachter .
garnizoensapotheek
e military dispensary.
f pharmacie militaire.
d Stabsapotheke.
F.P.H. Prick van Wely, Viertalig aanvullend hulpwoordenboek voor Groot-Nederland
66
garnizoensarts
e surgeon to the garrison.
f officier de santé de la garnison.
d Garnisonsarzt.
garnizoensdienst
e service in garrison.
f s e r v i c e d e g a r n i s o n of d e p l a c e .
d Garnisonsdienst.
garnizoenskommandant
e c o m m a n d e r o f t h e [a] g a r r i s o n .
f chef de garnison, commandant d'armes.
d Garnisonsältester.
gasgloeilicht
e incandescent gas-light.
f lumière incandescente par le gaz.
d Gasglühlicht.
gebang(palm)
e tallipot, talipot.
f coryphe gébang.
d [d e r ] G e b a n g (S.V.).
de 2 Gebroeders
[in de Roode Zee]
e the Brothers.
f les deux Frères.
d die Brüder.
F.P.H. Prick van Wely, Viertalig aanvullend hulpwoordenboek voor Groot-Nederland
gedecolleteerd
e d e c o l l e t é e (Fransch), i n a l o w n e c k e d d r e s s . Vgl. Malet, Sir Richard
Calmady, p. 29: a d e c o l l e t é e cricket-player.
f d é c o l l e t é e , e n p e a u (fam.).
d dekolletiert, ausgeschnitten.
gedekt
[ambtenaarstaal]
e covered, justified by precedent.
f s a u f , j u s t i f i é , beter (à) c o u v e r t
d unangreifbar, gedeckt.
gedragcijfer
[op schoolrapporten]
e conduct-marks.
f marques de conduite.
d Führungszensuren.
geelbek
[Z.A.]: zie halfbloed .
geelvink:
zie kanarievogel .
geëmployeerde
e employee.
f employé.
d Bediensteter, Angestellter.
F.P.H. Prick van Wely, Viertalig aanvullend hulpwoordenboek voor Groot-Nederland
gegageerd
[v. mindere militairen]
e r e t i r e d (o n f u l l p a y p e n s i o n ), t i m e - e x p i r e d .
f retraité.
d m i t v o l l e r L ö h n u n g e n t l a s s e n . In Duitschland heeten de ‘gegageerde
militairen’ die in aanmerking komen voor een burgerlijke betrekking
Militäranwärter.
gegalvaniseerd
[ijzer]
e galvanised.
f galvanisé.
d galvanisiert.
gehannes
e gossip, gossiping, jaw.
f babillage.
d Gerede, Klatsch, Salbaderei, Schwätzerei.
1)
gekko
e g e c k o : The lizards ‘chuck-chucked’ and ran over the walls; and the invisible
g e c k o , gasping, called, it seemed to me,
1)
In Indië weinig of niet in gebruik - zie tokeh .
F.P.H. Prick van Wely, Viertalig aanvullend hulpwoordenboek voor Groot-Nederland
67
Becky! Becky! Becky! Becky! Becky! Becky! (Scidmore Java, v. p. 212).
f [l e ] g e c k o . Soms ook d j e k k o .
d [d e r ] G e c k o , m.v. - s en soms G e c k o n e n (S.V.).
gekleurde
[Z.A.]: zie kleurling .
geldloterij
e lottery.
f loterie.
d L o t t e r i e , G e l d - L o t t e r i e (D.K.Z.).
geldverzending
e remittance.
f envoi d'argent.
d Geldsendung.
gelijkgestelden
e p e r s o n s (t h o s e ) a s s i m i l a t e d t o (w i t h ) E u r o p e a n s .
f (E u r o p é e n s e t ) a s s i m i l é s . Aussi dit-on quelquefois: les indigènes et
a s s i m i l é s (Girault, Législation Col., II, p. 2).
d (E u r o p ä e r u n d ) d i e s e n G l e i c h g e s t e l l t e .
gemas
vert.: een aanval hebbend van de drift, waarin men iemand, waarvan men veel
houdt, wel ‘op zou kunnen eten.’
gemengd
[van - bloed]
e of mixed breed, half-caste.
F.P.H. Prick van Wely, Viertalig aanvullend hulpwoordenboek voor Groot-Nederland
f de sang mêlé.
d m i s c h -, h a l b b l ü t i g .
gendi(e)
e g o g l e t , a l c a r r a z a (-v e s s e l ) in M.S. Ook g e n d y , maar hiermee wordt
in Eng.-Indië een waschkom bedoeld.
f g a r g o u l e t t e , a l c a r a z a s - vgl. d'Enjoy, La Santé aux Colonies, p. 30:
Ceux qui tiennent à boire frais, se muniront de carafes en terre poreuse
dénommées g a r g o u l e t t e ou a l c a r a z a .
d Kühlkrug, Wasserkühler.
gendie-rak
e alcarraza stand.
f support de gargoulette.
d Kühlkruggestell.
genietroepen
e engineer corps.
f [l e ] g é n i e , t r o u p e s d u g é n i e .
d Genietruppe.
genist
e royal engineer; engineer officer.
f s o l d a t (o f f i c i e r ) d u g é n i e .
d G e n i e s o l d a t , -o f f i z i e r .
geparenteerd
e related, a relative of.
f parent, allié.
d verwandt.
gepensionneerd
F.P.H. Prick van Wely, Viertalig aanvullend hulpwoordenboek voor Groot-Nederland
e retired.
f mis à la remise, retraité.
d p e n s i o n i e r t , i n d e n R u h e s t a n d v e r s e t z t , a. D.
gepensionneerde
e r e t i r e d o f f i c i a l (s o l d i e r e t c .).
f retraité.
d Pensionist.
gepieker
e b r o o d i n g , en ook t h i n k i n g , t h o u g h t .
f réflection(s), rêverie, méditation(s).
F.P.H. Prick van Wely, Viertalig aanvullend hulpwoordenboek voor Groot-Nederland
68
d S i n n e n , ook N a c h s i n n e n , G r ü b e l e i ( e n ) , S p i n t i s i r e r e i .
geroutineerd
e experienced, practised.
f routiné.
d bewandert, geschäftskundig.
gesoebat
e (c o n s t a n t ) b e g g i n g , c o a x i n g , s o l i c i t a t i o n ( s ) , e n t r e a t i e s .
f supplications, sollicitations.
d [d a s ] B i t t e n u n d B e t e n , A n f l e h e n .
gestaart
[van Chineezen]
e pig-tailed.
f à queue, à tresse.
d (e i n e n ) Z o p f t r a g e n d .
getah
e g u t t a , g e t a h (Sc.), v e g e t a b l e s a p , g u m .
f g u t t a . Vgl. arbre à g u t t a (Jumelle, Cult. Col., II, p. 127). Ook g u t t e ,
résine, gomme, gomme-résine.
d G u t t a , G u m m i h a r z . In 't mv. G u t t e n .
getek
e raft.
f r a d e a u , t r a i n d e b o i s (b a m b o u ).
d [d a s ] soms [d e r ] F l o s z .
F.P.H. Prick van Wely, Viertalig aanvullend hulpwoordenboek voor Groot-Nederland
a) geur:
zie fuif .
b) geur:
zie geurmakerij .
geurlat
[slang]
e swaggerer.
f fanfaron, crâneur, poseur.
d Grosztuer, Flunkerer.
geurmaker:
zie geurlat .
geurmakerij
e show, parade.
f fla-fla, tralala, crânage, crânottage.
d Flunkerei, Grosztuerei.
gevaar
[het gele -]
e the Yellow Peril.
f le péril jaune.
d die gelbe Gefahr.
gewestelijke raad:
zie raad .
gewone bereiding
F.P.H. Prick van Wely, Viertalig aanvullend hulpwoordenboek voor Groot-Nederland
[v. de koffie]
e o r d i n a r y p r e p a r a t i o n = the sun drying process.
f préparation ordinaire.
d das trockene Verfahren.
gezaghebber
[civiel -]
e governor, civil administrator.
f gouvernant.
d G e w a l t h a b e r (M.S.), R e g i e r u n g s c h e f .
gezagvoerder
[marine]
e master(-mariner), commander.
f commandant du bord.
d Kommandant.
gezondheids-etablissement
e sanatorium, sanitorium.
f sanatorium, établissement de santé, sanatoire.
d Heilstation, Erholungsstation, Sanitätsanstalt,
G e n e s u n g s h e i m (Spemann, Weltpanorama, p. 275).
gezondheidsredenen
[om -]
e from motives of health,
F.P.H. Prick van Wely, Viertalig aanvullend hulpwoordenboek voor Groot-Nederland
69
[t h r e e m o n t h s ' l e a v e ] o n a c c o u n t o f i l l n e s s (T.), o n t h e
ground of ill health.
f pour raisons de santé.
d a u s G e s u n d h e i t s r ü c k s i c h t e n , k r a n k h e i t s h a l b e r , ook a u s
g e s u n d h e i t l i c h e n G r ü n d e n en g e s u n d h e i t s h a l b e r .
gezondheidstoestand
e s a n i t a r y (h y g i e n i c ) c o n d i t i o n s .
f état de santé, état sanitaire.
d Gesundheitszustand, die gesundheitlichen Verhältnisse.
gingang
e gingham.
f guingan.
d Gingan.
giwang
e ear-drop.
f vis, pendeloque.
d Ohrschraube.
gladakker
e 1. p y e (soldaten-slang), van p a r i a h d o g of enkel p a r i a h , the common
ownerless yellow dog (H.J.). Vgl. Kipling, Beast and Man in India, p. 266: The
p i e - d o g , p a r i a h , or s t r e e t - d o g , is usually rufous yellow, but all known
dog tints occur. Soms (Punch) vindt men deze honden b a y e r s o f t h e
m o o n genoemd; 2. r a s c a l (scheldnaam). Ook s c o u n d r e l en y e l l o w
d o g , a strong term of contempt (F. & H.). In Eng.-Indië nog b u d m a s h = a
bad, worthless fellow; a scoundrel (Lentzner, Slang-English of Australia). Verder
b u d z a t = a low fellow, a ‘bad lot,’ a blackguard (Id.).
f 1. c h i e n e r r a n t ; 2. c a n a i l l e , c o q u i n , c h e n a p a n , s a c r i p a n t ,
ruffian, arsouille, bélître.
d 1. h e r r e n l o s e r H u n d , P a r i a h h u n d ; 2. S c h u r k e .
F.P.H. Prick van Wely, Viertalig aanvullend hulpwoordenboek voor Groot-Nederland
gladjanus
e s l y - b o o t s , (a r t f u l ) d o d g e r , s l y d o g , h e d g e r , in E.-I. f a i l s o o f van
't Ar. f a i l s u f from f i l o s o f o s . But its popular sense is a ‘crafty schemer,’
an ‘artful dodger,’ zegt H.J.
f fin matois, finaud, fouineur, marloupin, aigrefin, maître
gonin, fine mouche.
d Schlauberger, geriebener Kunde, Pfiffikus.
gladmuis:
zie gladjanus .
glagah
e Saccharum spontaneum.
f Saccharum spontaneum.
d Saccharum spontaneum.
glastouw
e s t r i n g c o a t e d w i t h a p a s t e o f p o u n d e d g l a s s . Men vgl. Brownell,
The Heart of Japan, p. 36: Youngsters have kite battles. They gum powdered
glass to the strings and each tries to cut the other's kite free. Dit geldt in alle
opzichten ook van de Indische jongens.
f corde de cerf-volant enduite de verre en poudre.
d mit feingestampftem Glas überzogene
Papierdrachen-Schnur.
glatik
e r i c e - b i r d , p a d d y - b i r d or
F.P.H. Prick van Wely, Viertalig aanvullend hulpwoordenboek voor Groot-Nederland
70
J a v a s p a r r o w (Ch.): She really had no luck, for her J a v a s p a r r o w s
died too at the bird-show in Edinburgh (Ouida, Crit. Studies, p. 240).
f p a d d a , a l o u e t t e d e J a v a en g l a t i c , reeds fig. gebruikt in de Vie
Parisienne 1908, p. 819 b: Dans les villes où se rencontrent et se coudoient
toutes les races: Biarritz, Ostende, Monte-Carlo, Le Caire, s'est développé un
nouveau type féminin... Nées de parents coloniaux qui ne se voient qu'à de
rares intervalles, les jeunes filles cosmopolites suivent leur mère à Paris, à
Londres, dans les stations d'hiver à la mode, jusqu'au jour où elles retournent
aux pays brûlés de soleil dont elles ont le sang voluptueux dans les veines.
Peu surveillées, elles prennent une grande liberté d'allures, mais elles plaisent
à tous par leur grâce provocante, leurs reparties spirituelles et moqueuses
d'enfants mal élevées. Et surtout elles sont la joie et le sourire des
caravansérails flottants, de ces grands paquebots qui les emportent vers la
lointaine Océanie. Leur gaieté, leur charme leur ont fait donner le nom du
gracieux oiseau des rizières, de l'alouette de Java: on les appelle ‘l e s G l a t i c .’
d R e i s f r e s s e r , -v o g e l .
glazenbakje
e glass-tray.
f sous-verre.
d Gläsertellerchen.
glazendeksel
e glass cover.
f couvercle, dessus de verre.
d Glasdeckel.
glazenkast
e glazed cabinet, glass almeirah, plate-cupboard.
f vitrine, bonheur du jour, armoire vitrée.
d G l a s k a s t e n (H. Schuchardt, Kreol. Stud., IX, p. 120 als vertaling van
a l m a r i e g l a a s ). Ook G l a s s c h r a n k .
glibbertjes
vert.: de gepelde en geconfijte vruchten van den arènpalm.
F.P.H. Prick van Wely, Viertalig aanvullend hulpwoordenboek voor Groot-Nederland
glimpieper:
zie gladjanus .
gobang
e h a l f p e n n y , a c o p p e r of a b r o w n ; in Amerika c e n t .
f sou.
d G o b a n g = 4 Pfennig.
goeboek
e bamboo watch-house in the paddy-fields.
f poste de garde en bambou dans les champs de riz.
d W ä c h t e r h ä u s c h e n : auf hohen Bambuspfählen erhebt sich da und dort
ein W ä c h t e r h ä u s c h e n , ein ‘Gubuk’, von dem aus nach allen Richtungen
Seile gespannt sind an denen bunte Sarongfetzen und zappelnde Puppen
hängen (Haberlandt, Botanische Tropenreise, pag. 238).
goedang
e 1. g o d o w n , s t o r e - g o d o w n (Kipling, Gadsbys, p. 29), s t o r e - c l o s e t
(M.), s t o r e - r o o m , in E.-Indië in huis - vgl. H. Crompton, Indian Life, p. 158:
The only connexion with your
F.P.H. Prick van Wely, Viertalig aanvullend hulpwoordenboek voor Groot-Nederland
71
commissariat allowed in the dwelling is the s t o r e - r o o m , invariably known
in India as the g o d o w n ; 2. w a r e - h o u s e . De India Gazette van 3 Maart
1781 heeft reeds volgens M.:
G o d o w n usurps the ware-house place,
C o m p o u n d denotes each walled space.
f 1. c h a m b r e à p r o v i s i o n s ; 2. m a g a s i n , e n t r e p ô t . M.V.E. geeft
onder g o d o n g : c'est le nom vulgaire que les Malais donnent aux grands
magasins et aux factoreries (?) et qui a été adopté par toutes les nations
commerçantes de l'Europe. Vgl. ook Babut, F. Batel, I, p. 84: La ville de Batavia
proprement dite est composée des e n t r e p ô t s du commerce européen
appelés g o d o w n s et de quelques demeures de marchands ou d'employés
chinois, arabes ou indous.
d 1. V o r r a t s k a m m e r ; 2. W a r e n l a g e r .
goederentransport
e transport of goods, goods traffic.
f transport de(s) marchandises.
d W a r e n -, G ü t e r t r a n s p o r t .
goede tijd
e good monsoon.
f bonne saison.
d guter Monsun.
goedgezind
[v. de bevolking]
e friendly, well-disposed.
f ami.
d befreundet.
goejava
[Z.A.]: djamboe bidji.
F.P.H. Prick van Wely, Viertalig aanvullend hulpwoordenboek voor Groot-Nederland
goela arèn
e j a g g e r y , p a l m s u g a r : the name j a g g e r y , which to-day is used with the
special signification of p a l m - s u g a r or palm-molasses, is but a modern
corruption of s a r k a r a , first in to the Malayal c h a k k a r a , then in to the
Portuguese j a g a r a , j a g r a (Wt.).
f l e j a g r e . Vgl. Jumelle, Cult. Col., I, p. 241: A Java pour l'obtenir on fait bouillir
le liquide qui vient d'être recueilli, et, quand il atteint le degré de consistance
voulue, on le moule en petites rondelles. C'est sous cette forme qu'il est vendu
(g u l a a r e n ). Ook s u c r e j a v a n a i s .
d P a l m z u c k e r , ook b r a u n e r B a u m z u c k e r . Vgl. Pfyffer zu Neueck,
Skizzen, pag. 13: der A r e n oder b r a u n e B a u m z u c k e r .
goela djawa:
zie goela arèn .
goela klappa:
zie goela arèn .
goeling
e D u t c h w i f e . Each bed is provided with a D u t c h w i f e - along bolster
placed down the centre of the bed to insure coolness when two people occupy
it. (Delmar, Around the World through Japan, p. 44). Niet juist is: D u t c h w i f e ,
an open frame of rotan or cane used in the Dutch Indies, etc. to rest the limbs
upon in bed (M.). Toch is de tweede helft van Murray's omschrijving beter dan
de humoristische (?) van Delmar.
f h o l l a n d a i s e : Sous la moustiquaire je ne trouve d'autre
F.P.H. Prick van Wely, Viertalig aanvullend hulpwoordenboek voor Groot-Nederland
72
garniture qu'un drap de lit unique et un double oreiller, puis encore la classique
‘h o l l a n d a i s e ’... c'est un long boudin en cuir (niet juist) de forme cylindrique,
garni de toile blanche, dont on se sert pour éviter le contact des jambes et
diminuer ainsi la transpiration pendant le sommeil (J. Leclercq, Un séjour dans
l'île de Java, p. 17).
d R o l l k i s s e n , S c h l a f r o l l e : Ferner findet man überall in den breiten Kojen...
die berühmte S c h l a f r o l l e , die der Engländer ‘Dutch wife’ nennt und die hier
auch alle Privat- und Hotel-betten haben (von Rautenberg, Holl. Indien, p. 9).
† go(e)moet:
zie arenpalm .
goena-goena
e g u n a g u n a = 1. amatory philtre, love-charm; 2. charmed poison.
f g o u n a - g o u n a = 1. aphrodisiaque; 2. remède magique.
d G u n a - G u n a = 1. aphrodisisches Mittel; 2. sympathisches Zaubermittel.
goenie
e g u n n y , a strong coarse cloth manufactured in India from jute, and used as
sacking (Ch.).
f [l e ] j u t e , c h a n v r e d e l ' I n d e (L.).
d [d i e ] J u t e (l e i n w a n d ).
goeniezak
e gunny bag.
f s a c (e n t o i l e ) d e j u t e .
d Jute-Sack.
goenoenger
e 1. u p - c o u n t r y m a n , h i l l - m a n ; 2. h i l l p o n y .
f 1. J a v a n a i s d e s m o n t a g n e s ; 2. p o n y d e s m o n t a g n e s , c h e v a l
montagnard.
d 1. B e r g j a v a n e r ; 2. B e r g p f e r d .
F.P.H. Prick van Wely, Viertalig aanvullend hulpwoordenboek voor Groot-Nederland
go(e)ramie
e g o r a m y en g o u r a m i , a fish found in the Eastern Archipelago, highly
esteemed for the table (Ch.).
f [l e ] g o u r a m i . A l'Ile de France, on le connaît sous le nom de g o u r a m i e r
(M.V.E.).
d [d e r ] G u r a m i (Mr.).
goerita
e waist-band, sarong-band.
f c e i n t u r e d e s a r o u n g (G.I.N., p. 379).
d Sarungbinde.
goeroe
e gooroo, guru.
f g u r u : Suryavarman II fut sacré par un célèbre brahmane..., le pandita et g u r u
nommé Dewakara (Album-Kern, p. 165).
d G u r u (Sanders, Fremdwörterbuch), g e i s t l i c h e r L e h r e r .
gogoh:
zie gagah .
gokken
e gamble.
f j o u e r , b r e l a n d e r , t r i p o t e r [in mijnwaarden].
d s p i e l e n , j e u e n : Sie haben jeden Donnerstag einen Herrenabend wo dann
feste g e j e u t wird (M. Böhme, Tagebuch einer Verlorenen, p. 235).
gokker
e gambler.
f joueur, brelandier.
d Spieler.
F.P.H. Prick van Wely, Viertalig aanvullend hulpwoordenboek voor Groot-Nederland
F.P.H. Prick van Wely, Viertalig aanvullend hulpwoordenboek voor Groot-Nederland
73
golok
e g o l o k , g o l u c k : The Java g o l u c k or short sword, is still used by all (Money,
Java, I, p. 246).
f couperet.
d Waldmesser.
† gom:
zie gong .
gong
e gong.
f [l e ] g o n g , Malais g ô n g (L.).
d [d e r ] G o n g .
gorami:
zie goerami .
† gorgelet:
zie gendi .
gorilla
[Afrika].
e gorilla.
f gorille.
d Gorilla.
goudfazant
e g o l d ( e n ) p h e a s a n t (M.).
f faisan doré.
F.P.H. Prick van Wely, Viertalig aanvullend hulpwoordenboek voor Groot-Nederland
d Goldfasan.
goudhoudend
e auriferous, gold-bearing.
f aurifère.
d goldhaltig.
goudkoorts
e g o l d f e v e r : I did not reach Sydney till the beginning of the g o l d - f e v e r .
(Mrs. Alexander, Fight with Fate, I, p. 95 Tauchn.). Ook y e l l o w f e v e r (F.
& H.) of g o l d c r a z e .
f fièvre de l'or.
d Goldfieber.
goudonderzoek
e gold assay(ing).
f essai d'or; essayage.
d [d a s ] P r o b i e r e n (von Gold).
't goudwasschen
e gold washing.
f lavage de l'or, lavage de terres aurifères.
d Gold(sand)waschen.
goudwasscherij
e gold washing.
f l a v o i r : au Chili et au Pérou endroit où l'on tire l'or par le lavage (N.L.).
d Goldwäsche.
gouvernementsambtenaar
F.P.H. Prick van Wely, Viertalig aanvullend hulpwoordenboek voor Groot-Nederland
e G o v e r n m e n t o f f i c e r , o f f i c i a l , s e r v a n t . In Eng.-Indië gebruikt men
dikwijls C i v i l i a n voor o f f i c e r o f t h e C i v i l S e r v i c e =
bestuursambtenaar.
f fonctionnaire du gouvernement.
d Regierungsbeamter.
gouvernementsbeschikking
e resolution.
f disposition, décision.
d Verfügung.
gouvernementsbesluit
e Government decree.
f o r d o n n a n c e ; a r r ê t é ; afgekort A.G.G.
d Regierungserlasz.
gouvernementsbureau
e Government bureau.
f bureau du gouvernement.
d Regierungsbureau.
gouvernementscultures
e state plantations.
f c u l t u r e s d ' E t a t (Ch. B.) of
F.P.H. Prick van Wely, Viertalig aanvullend hulpwoordenboek voor Groot-Nederland
74
cultures du gouvernement.
d staatlicher Kulturbetrieb.
gouvernementsdienst
e G o v e r n m e n t s e r v i c e : Her husband is in the G o v e r n m e n t S e r v i c e
(D. Gerard, The Eternal Woman, pag. 13. Tauchn.). Ook i n g o v e r n m e n t
employ, in service under Government.
f service du gouvernement.
d Staatsdienst.
gouvernementsgebied
e Government land, government territory.
f territoire du gouvernement.
d Staatsgebiet.
gouvernementsgrond
e Government land.
f domaine du gouvernement.
d Regierungsland, Kronland.
gouvernementshotel
e Government-house.
f h ô t e l d u g o u v e r n e m e n t , l e G o u v e r n e m e n t : Les directeurs
célibataires... sont logés au G o u v e r n e m e n t (A. Daudet, Port Tarascon, p.
59).
d Gouvernementsgebäude, Regierungsgebäude.
gouvernementsland:
zie gouvernementsgrond .
F.P.H. Prick van Wely, Viertalig aanvullend hulpwoordenboek voor Groot-Nederland
gouvernementspakhuis
e Government store-house.
f magasin du gouvernement.
d Gouvernementspackhaus.
gouvernementsreiziger
e travelling official.
f fonctionnaire en voyage.
d amtlich Reisender.
gouvernementsschool
e Government school.
f école gouvernementale.
d Gouvernementsschule.
gouvernementsstoomer
e g o v e r n m e n t s t e a m e r (A. Linden, Gold, p. 139).
f bateau du gouvernement.
d G o u v e r n e m e n t s d a m p f e r (Verkehrsnachrichten der D.K.Z.).
gouvernementswoning
e official residence.
f demeure gouvernementale.
d Amtswohnung.
gouverneur-generaal
e g o v e r n o r g e n e r a l . NB. in Eng.-Indië ook = v i c e r o y .
f gouverneur-général.
d General-Gouverneur.
gouverneursche
F.P.H. Prick van Wely, Viertalig aanvullend hulpwoordenboek voor Groot-Nederland
e governor general's lady, viceroy's lady.
f f e m m e d u g o u v e r n e u r g é n é r a l ,ookg o u v e r n a n t e ,v i c e - r e i n e .
d Frau General-Gouverneur.
graaien:
zie snaaien .
gramophoonplaat
e gramophone disc, gramophone record.
f disque.
d Schallplatte.
F.P.H. Prick van Wely, Viertalig aanvullend hulpwoordenboek voor Groot-Nederland
75
granuleus
[- ze oogontsteking]
e granular ophthalmia.
f ophthalmie granuleuse.
d granulöse Augenentzündung.
grasboer:
zie grassnijder .
grasboom
[Australië]
e g r a s s - t r e e , ook b l a c k b o y (t r e e ).
f xantorrhée arborescente.
d G r a s g u m m i b a u m (S.V.).
graskerel:
zie grassnijder .
grasman:
zie grassnijder .
grassnijder
e g r a s s - c u t t e r . Kipling schrijft g r a s s - c u t in The Gadsbys, p. 17: .... a
g r a s s - c u t gets six rupees, wat 'n verbastering is van 't Hindostaansche
ghaskat(a).
f marchand d'herbe.
d G r a s s c h n e i d e r (M.S.).
grazen
F.P.H. Prick van Wely, Viertalig aanvullend hulpwoordenboek voor Groot-Nederland
[te - nemen]
e roast, chaff, hoax.
f acheter, bêcher, mener en bateau, passer à la bêche,
mettre sur le gril.
d anulken, aufziehen, schrauben, hohnipeln.
grensgebergte
e frontier mountain-range.
f m o n t a g n e f o r m a n t f r o n t i è r e , m. l i m i t r o p h e .
d Grenzgebirge.
grensgeschil
e frontier dispute.
f différend sur les limites.
d Grenzstreitigkeit.
grensregeling
e boundary delimitation.
f délimitation des frontières.
d Grenzregulierung, Grenzberichtigung.
grensregelingscommissie
e b o u n d a r y (d e l i m i t a t i o n ) c o m m i s s i o n , c o m m i s s i o n f o r
d e l i m i t i n g t h e f r o n t i e r (T.).
f c o m m i s s i o n d e d é l i m i t a t i o n d e s f r o n t i è r e s (Bulletin 103 der
All. Fr., p. 8).
d Grenzregulierungsbehörde.
griemis
e mizzle.
f bruine.
d Staubregen, Stöberwetter.
F.P.H. Prick van Wely, Viertalig aanvullend hulpwoordenboek voor Groot-Nederland
griffie
e record office, registrar's office.
f [l e ] g r e f f e .
d G e r i c h t s k a n z l e i , -s c h r e i b e r e i .
grobak
e (n a t i v e ) c a r t , t u m b r i l .
f c h a r i o t (d e t r a n s p o r t ); t o m b e r e a u .
d L a s t k a r r e n (a u f z w e i R ä d e r n ).
grofwild
e big game.
f gros gibier.
d hohes Wild, Hochwild.
grondhuur
e rent.
f prix du bail, loyer.
d Mietzins.
F.P.H. Prick van Wely, Viertalig aanvullend hulpwoordenboek voor Groot-Nederland
76
grondpeilwezen
e Artesian well-drilling.
f s o n d a g e a r t é s i e n . Ook s e r v i c e d e s s o n d a g e s (Bousquet, Les
richesses minérales, p. 8).
d Brunnenbohrungsamt.
† grondverf
[in de -]
e in dishabille.
f en négligé.
d im Negligé.
grootambtenaarsexamen
e e x a m ( i n a t i o n ) f o r c i v i l i a n s (t h e h i g h e r c i v i l s e r v i c e ).
f g r a n d e x a m e n d e s f o n c t i o n n a i r e s (Ch. - B.).
d groszes Examen für Civilbeamte.
grootbedrijf
e l a r g e i n d u s t r y : Among other ‘large industries’ ... may be mentioned woollen
mills, silk mills, soap factories etc. (Regeeringsverslag E.-I. 1890-91, pag. 215).
f grande industrie.
d [d e r ] G r o s z b e t r i e b .
† Groot-Java:
zie Java .
Groot-Nederland
e Greater Holland.
f la plus grande Hollande.
d Grosz-Holland.
F.P.H. Prick van Wely, Viertalig aanvullend hulpwoordenboek voor Groot-Nederland
† guardasol:
zie pajong .
guerilla
e guerilla, guerilla-war.
f [l a ] g u é r i l l a , g u e r r e d e g u é r i l l a s .
d [d i e ] G u e r ( r ) i l l a , G u e r i l l a - K r i e g , K l e i n k r i e g .
gummiband
e rubber tyre.
f bandage en caoutchouc, bandage élastique.
d Gummireifen.
G.v.d.
e damme, dammy, damn it!
f nom de Dieu!
d verdammt!
H.
H.S.:
zie hoofdsuiker .
haard
[van besmetting]
e hotbed.
f foyer.
d Herd.
hadji
F.P.H. Prick van Wely, Viertalig aanvullend hulpwoordenboek voor Groot-Nederland
e h á d j i o f h á j j i , one who has performed a pilgrimage to Mecca (Ch.). Ook
hadjee.
f h a d j i . Reeds fig. voor snorrebaard gebruikt door A. Daudet in zijn Soutien
de Famille, p. 318: Ah, ma vieille barbe, mon vieux h a d j i de 48, quelle joie
de vous revoir! Vgl.: p. 358 ibid: Jules Simon et tous les vieux h a d j i s de 48.
d H a d s c h i , mv. - s.
halen
[van verkochte zaken enz.]
e f e t c h (a p r i c e ).
f f a i r e : de Beers a f a i t 324 francs.
d holen.
halfbloed
e half-caste.
f demi-sang.
d halbracig, mischblütig, halbweisz.
F.P.H. Prick van Wely, Viertalig aanvullend hulpwoordenboek voor Groot-Nederland
77
Halifoeroe:
zie Alfoer .
halte
e halting-place.
f halte.
d Halte-Station.
haltechef
e station-master of a halting-place.
f chef de halte.
d Haltestationsvorsteher.
handel
[in den - zijn]
e be in trade.
f être dans le commerce.
d beim Handel beschäftigt sein, Kaufmann sein.
handelsgeëmployeerde
e commercial employé.
f employé de commerce.
d Handelsbeamter.
handelsgewassen
e market crops.
f plantes de culture industrielle.
d Handelsgewächse.
F.P.H. Prick van Wely, Viertalig aanvullend hulpwoordenboek voor Groot-Nederland
handelspolitiek
e commercial policy.
f politique commerciale.
d H a n d e l s p o l i t i k (M.S.).
handelsvereeniging
e trading company.
f association commerciale.
d Handelsverein.
handschoen
[met den - trouwen]
e t o m a r r y b y p r o x y . Vgl. Melati van Java, The Resident's Daughter, p. 3:
I have been m a r r i e d b y p r o x y to Captain D. of Batavia. Op pag. 117 vindt
men... they were m a r r i e d b y p r o c u r a t i o n , and she set out for India.
f marier par procuration.
d p e r P r o c u r a h e i r a t e n . Vgl. D.K.Z. 1909, p. 362a: Ein wirkliches
Kolonialdrama, wenn auch kein deutsches, ist Mit dem Handschuh getraut von
Fabricius. Mit dem ‘Handschuh’ getraut wird in Holland jedes Mädchen deren
Verlobter in Indien wohnt und nicht persönlich zur Trauung herüber kommen
kann. Ein in Holland lebender Freund des Bräutigams führt an seiner Stelle
die Braut zum Standesamt und zur Kirche, worauf sie dann als rechtmäszig
getraute Gattin in ihre zukünftige Heimat reist.
handschoentje
e p r o x y - w e d d e d ( y o u n g ) l a d y . Vgl. Tennyson, The Princess, I, r. 32:
she to me
was p r o x y - w e d d e d with a bootless
calf
at eight years old.
f dame mariée par procuration.
d per Procura verheiratete Dame.
handwagen(tje)
e cabriolet.
F.P.H. Prick van Wely, Viertalig aanvullend hulpwoordenboek voor Groot-Nederland
f cabriolet.
d Einspänner, Halbkutsche.
hangar
e h a n g a r (M.).
f hangar.
d Hangar, Schuppen.
hanglantaarn
e hanging-lantern.
F.P.H. Prick van Wely, Viertalig aanvullend hulpwoordenboek voor Groot-Nederland
78
f l a n t e r n e s u s p e n d u e , l. à s u s p e n s i o n .
d Hängelaterne.
hangkast
e h a n g i n g c u p - b o a r d , h a n g i n g p r e s s , h a n g i n g w a r d r o b e (T.).
f armoire pour vêtements.
d Hängeschrank.
hannessen
e to talk rot.
f jaser, cabasser, jaspiner.
d klatschen, quaseln.
harde pad
[Z.A.]: zie krakal .
harder
[visch]
e mullet.
f mulet.
d Meeräsche.
hardlooper
[van 'n boot]
e fast sailor.
f bon marcheur, marcheur rapide.
d Schnellläufer.
hardloopers
F.P.H. Prick van Wely, Viertalig aanvullend hulpwoordenboek voor Groot-Nederland
[van paarden]
e good runners.
f b o n s (b e a u x ) c o u r e u r s .
d Schnellläufer, gute Läufer, Traber.
haringsla
e I t a l i a n s a l a d w i t h h e r r i n g .1)
f salade de harengs.
d Heringssalat.
harnachement
e harness, horse-trappings.
f harnais, harnachement.
d Pferdegeschirr.
hartjes
[gebroken -]
e Clerodendron Thomsonae.
f Clerodendron Thomsonae.
d Clerodendron Thomsonae.
hartvervetting
e fatty heart.
f stéatose.
d Fettherz, Herzverfettung.
havenkantoor
e h a r b o u r (m a s t e r ' s ) o f f i c e .
f bureau de port.
d Hafenamt.
1)
Haringsla kent men in Engeland niet.
F.P.H. Prick van Wely, Viertalig aanvullend hulpwoordenboek voor Groot-Nederland
havenlicht
e harbour-light.
f fanal, feu du port.
d Hafenfeuer.
havenpolitie
e port-police.
f police du port.
d Hafenpolizei.
havenwerken
e harbour works.
f constructions du port.
d Hafenbauten.
heer
[de groote - te Buitenzorg]
e t h e g r e a t L o r d (S a h i b ): The vast majority of the population is hardly
conscious of the existence of the Viceroy and his Government. From time to
time a glimpse is caught of t h e g r e a t L o r d S a h i b (Strachey, India, p.
6). In Eng.-Indië dikwijls (in alle beteekenissen van ons t o e a n b e s a r ) het
Hind. b u r r a - s a h i b .
f [l e ] g r a n d s e i g n e u r .
d [d e r ] g r o s z e H e r r .
heerendiensten
e s t a t u t e l a b o u r , a definite
F.P.H. Prick van Wely, Viertalig aanvullend hulpwoordenboek voor Groot-Nederland
79
amount of labour required for the public service in making roads, streets, etc.
(Eng. Col. Law). Ook c o r v é e en f o r c e d l a b o u r ; zie 't volgende woord
en krakallen.
f travail à corvée, corvées.
d F r o n d i e n s t . Vgl. ook de D.K.Z. van 1903, p. 504b: Java braucht heute keine
sogenannten H e r r e n d i e n s t e mehr.
heerendienstplichtig
e l i a b l e t o s t a t u t e l a b o u r . In Eng.-Indië wordt de heerendienstplichtige
ook genoemd b e g a r , b i g a r r y , a person pressed to carry a load, or do other
work really or professedly for public service. In some provinces b e g a r is the
forced labour, and b i g a r i the pressed man (H.J.).
f corvéable, prestataire.
d fronpflichtig.
heerendienstplichtigheid
e liability to statute labour.
f régime de la corvée, système des prestations.
d F r o n p f l i c h t i g k e i t (S.V.).
heerenfiets
e gentleman's bicycle.
f vélo d'homme.
d Herrenfahrrad.
hekkenspringer
e one kicked upstairs.
f arriviste.
d Springer, schnell Beförderter.
hekwieler:
zie hekwielstoomer .
F.P.H. Prick van Wely, Viertalig aanvullend hulpwoordenboek voor Groot-Nederland
hekwielstoomer
e s t e r n w h e e l ( e r ) . Ook s t e r n w h e e l s t e a m e r (M.S.). Ze behooren tot
de s h a l l o w d r a f t s t e a m e r s .
f bateau à roue de derrière.
d H e c k r a d - D a m p f e r . Bisweilen wird auch ein einzelnes Schaufelrad
(Ruderrad) als Propeller am Hinterschiff angeordnet. Diese
H e c k r a d d a m p f e r verdienen den Vorzug in engen Fluszläufen (Mr.). Ook
- van 't Eng. p o o p afgeleid - P u p p e n d a m p f e r : ... nach drei Stunden
Festliegens... wird unser... P u p p e n d a m p f e r wieder flott (E. & A. Selenka,
Sonnige Welten, p. 3).
helmhoed
e s u n - h e l m e t , t r o p i c a l of c o l o n i a l h e l m e t ; t o p e e of t o p i , a hat or
cap, especially a pith hat or helmet (W.S. 1902).
f casque colonial.
d Helmhut, Tropenhelm.
hemeling
[krantenslang]
e c e l e s t i a l - zie staart .
f F i l s d u C i e l , C é l e s t e (Vie Parisienne, '08, p. 86a): zie staart .
d Sohn des himmlischen Reiches.
henna
e h e n n a : the use of h e n n a as a cosmetic dates from very ancient times, and
is universal among Muhammadan women (Wt.).
f [l e ] h e n n é .
d [d a s ] H e n n a .
herbebossching:
zie reboisatie .
herbenoeming
e reappointment.
F.P.H. Prick van Wely, Viertalig aanvullend hulpwoordenboek voor Groot-Nederland
80
f réintégration.
d Wiederernennung.
herbewouding:
zie reboisatie .
herexamen
e re-examination.
f nouvel examen, examen supplémentaire.
d Nachprüfung.
herplaatsen
e to reappoint.
f renommer.
d wiedereinsetzen.
herplaatsing
e reinstalment, reinstatement.
f rentrée au service, réinstallation.
d Wiedereinsetzung.
herstellingsoord
e health-resort.
f station de santé.
d [d i e ] G e s u n d h e i t s s t a t i o n .
hervormingsmaatregelen
e reform measures.
f mesures réformatrices.
F.P.H. Prick van Wely, Viertalig aanvullend hulpwoordenboek voor Groot-Nederland
d Reformmaszregeln.
heulsap
e t h e d r u g . In the excitement of my opium dreams - for I was habitually fettered
in the shackles of t h e d r u g - I would call aloud upon her name (Poe, Ligeia).
f m é c o n i u m (H.D.), e s s e n c e d e p a v o t . Fig. l a (b o n n e ) d r o g u e :
Encore de l'opium ... La d r o g u e bienfaisante s'insinue dans les fibres du
Fumeur (Cl. Farrère, Fumée d'Opium, p. 19).
d [d e r ] M o h n s a f t , [d a s ] O p i u m .
hevea
e h e v e a : about 10 species are known, natives of tropical Brazil and Guiana
(Wh.).
f h é v é e : arbre de la Guyane, dont le suc épaissi forme la gomme élastique
(N.L.I.).
d Hevea.
hiergeboren
e c o u n t r y - b o r n (H.J.), c o u n t r y - b r e d : if there is one thing he [the modern
Anglo-Indian] avoids, it is the c o u n t r y - b r e d [girl]. ‘Country’ is a peculiar
adjective in Anglo-Indianism that at once diminishes the value of anything. It
is a sneer and a condemnation. A c o u n t r y - b r e d individual is at once
stigmatized by the appellation... ‘What is she?’ a man asks, nodding towards
a pretty brunette in a ball-room. ‘Oh, only a C.B.’ That suffices (H. Compton,
Indian Life, p. 145).
f du pays.
d hierlands geboren.
Hindoeïsme
e Hinduism.
f Hindouisme.
d Hinduismus.
Hindo(e)stani
[taal]
F.P.H. Prick van Wely, Viertalig aanvullend hulpwoordenboek voor Groot-Nederland
e H i n d u s t a n i , ook H i n d o o s t a n e e .
f l'hindoustan(i).
d Hindustani, Hindostanisch.
Hindoetijd
e Hindoo period.
f temps des Hindous.
F.P.H. Prick van Wely, Viertalig aanvullend hulpwoordenboek voor Groot-Nederland
81
d H i n d u z e i t (Bokemeyer, Die Molukken, p. 42).
hoedenkapstok
e hat stand, hall-stand, hat-tree.
f p o r t e - c h a p e a u x , geadverteerd door de Louvre-magazijnen.
d H u t s t ä n d e r (M.S.).
hoenderpark
e poultry-farm.
f parc aux poules.
d Hühnerhof.
hoestmiddel
e cough medecine, cough remedy.
f [l e ] b é c h i q u e .
d Hustenmittel.
Hoffmann:
zie Hoffmannsdruppels .
Hoffmannsdruppels
e Hoffmann's drops.
f gouttes d'Angleterre.
d Hoffmann's Tropfen.
hofmeesteres:
zie linnenjuffrouw .
F.P.H. Prick van Wely, Viertalig aanvullend hulpwoordenboek voor Groot-Nederland
* hollander
e Dutch cigar.
f cigare de Hollande.
d holländische Zigarre.
Hollandsch-Chineesch
[- e school]
e Dutch-Chinese.
f hollando-chinois(e).
d niederländisch-chinesisch.
hond
1)
[roode -]
e p r i c k l y h e a t : I sat in the back veranda... and scratched myself because I
was covered with the thing they called p r i c k l y h e a t (Kipling, Mine Own
People, p. 33). Vgl. het Duitsche equivalent en merk op, dat het
overeenkomstige Engelsche equivalent r e d - d o g in onbruik is geraakt. H.J.
geeft dit citaat: The r e d d o g is a disease which affects almost all foreigners
in hot countries (Osbeck's, Voyage, 1752).
f l i c h e n v é s i c u l a i r e (Li). Ook l a b o u r b o u i l l e , waarvan H.D. zegt: nom
vulgaire (particulièrement chez les marins) de l'échauboulure, du bouton
rougeâtre, prurigineux qui caractérise une maladie éruptive (lichen tropical,
vésiculaire) commune dans les pays chauds.
d [d e r ] ‘r o t e H u n d ’ Hitzblattern (L i c h e n t r o p i c u s ), Ausschlag, in den
Tropenländern, besonders auf Brust und Rücken, dem vorzüglich Europäer
unterworfen sind (Flügel, i.v. p r i c k l y h e a t ). Vgl. D.K.K., p. 247: Brünette
Menschen leiden im allgemeinen weniger unter r o t e m H u n d und
Furunkulose.
hond
[vliegende]: zie kalong .
hond
[zwarte -]
1)
In Z.A. is r o o i h o n d zekere ziekte met kwaadaardige huiduitslag.
F.P.H. Prick van Wely, Viertalig aanvullend hulpwoordenboek voor Groot-Nederland
e t h e b l u e s , t h e b l u e d e v i l s en ook t h e b l a c k d o g : I'm an ould fool,
said Mulvaney reflectively, dhraggin' you two out here bekaze I was undher
t h e B l a c k D o g - sulkin' like a child (Kipling, Soldiers Three, p. 94).
f maladie noire.
d Hypochondrie.
F.P.H. Prick van Wely, Viertalig aanvullend hulpwoordenboek voor Groot-Nederland
82
hongertyphus
e hunger-typhus, starvation fever.
f typhus famélique.
d Hungertyphus.
† hongitocht
e exterpating expedition.
f expédition d'extirpation.
d Ausrottungsspedition.
Hongkong
[Deli]: zie ricksha .
honigvogel
e h o n e y - s u c k e r , ook n e c t a r - b i r d , s u n - b i r d .
f [l a ] n e c t a r i n i e .
d H o n i g v o g e l , -s a u g e r : die H. vertreten in der alten Welt die Kolibris (Mr.).
hoofdaanlegger
e ring-leader.
f meneur principal.
d H a u p t a n s t i f t e r , -u r h e b e r , R ä d e l s f ü h r e r .
hoofdagent
e chief agent.
f agent principal, agent supérieur.
d Hauptagent, Generalagent.
F.P.H. Prick van Wely, Viertalig aanvullend hulpwoordenboek voor Groot-Nederland
hoofdambtenaar
e s u p e r i o r o f f i c e r (o f f i c i a l ).
f fonctionnaire supérieur.
d Hauptbeamte(r), höherer Beamte, Oberbeamte(r).
hoofdbureau
e head office.
f bureau central.
d Hauptamt.
hoofdcomité
e head committee.
f comité central.
d Hauptausschusz.
hoofdconducteur
e c h i e f g u a r d , ook g u a r d i n c h a r g e .
f chef de train.
d Zugführer.
hoofddoek
e (h e a d ) k e r c h i e f , dikwijls t u r b a n en soms h e a d - c l o t h .
f m o u c h o i r d e t ê t e , m a d r a s . Gewoonlijk t u r b a n .
d Kopftuch, Turban.
hoofdenschool
e school for the sons of native chiefs.
f é c o l e d e f i l s d e c h e f s (Ch. B.).
d S c h u l e f ü r S ö h n e v o n H ä u p t l i n g e n (G., p. 542).
hoofdgebouw
F.P.H. Prick van Wely, Viertalig aanvullend hulpwoordenboek voor Groot-Nederland
e main-building.
f c o r p s d e b â t i m e n t (l o g i s ).
d Hauptgebäude.
hoofdgeld
e h e a d - m o n e y . Money zegt in Java, I, p. 242: H e a d - m o n e y is a poll tax
confined to the Chinese and other foreign Asiatics.
f c a p i t a t i o n , i m p ô t p e r s o n n e l d e c a p i t a t i o n (Girault, Législation
Col., II, p. 283).
d Kopfgeld, Kopfsteuer.
hoofdingenieur
e engineer in chief, chief engineer.
f ingénieur en chef.
d Oberingenieur.
F.P.H. Prick van Wely, Viertalig aanvullend hulpwoordenboek voor Groot-Nederland
83
hoofdinspecteur
e head-inspector.
f inspecteur en chef.
d Hauptinspéktor.
hoofdopzichter
e head-overseer, head foreman.
f surveillant en chef.
d Oberaufseher.
hoofdplaats
e c h i e f s t a t i o n , l a r g e of p r i n c i p a l t o w n , h e a d s t a t i o n , -t o w n
(Money, Java, II, p. 175). Voor plaats = s t a t i o n zie H. Crompton, Indian Life,
p. 137: Two or three years in any one s t a t i o n , as towns are called, is the
utmost that can be anticipated.
f chef-lieu; cité principale, cite principal, grand centre.
d Hauptort, Hauptplatz.
hoofdsuiker
e first boilings.
f sucre de premier jet.
d [d a s ] e r s t e P r o d u k t .
hoofdverpleegster
e h e a d - n u r s e (T.), soms ook l a d y - n u r s e .
f infirmière en chef.
d Hauptwärterin.
hooggeplaatst
e h i g h - p l a c e d , ... i n h i g h p o s i t i o n ( s ) .
F.P.H. Prick van Wely, Viertalig aanvullend hulpwoordenboek voor Groot-Nederland
f haut placé.
d hochgestellt.
hoog-javaansch
e high Javanese.
f haut-javanais.
d Hochjavanisch.
hoog-maleisch
e h i g h M a l a y . Vgl. A. Linden, Gold, p. 75: The manuscript itself was beautifully
written in very pure h i g h M a l a y .
f haut-malais.
d Hochmalaiisch.
hooge oomes:
zie oomes.
hoornschil
[van de koffie]
e p a r c h m e n t : The husk or p a r c h m e n t protects the bean from atmospheric
influences (M.).
f e n v e l o p p e p a r c h e m i n é e . De koffie met de hoornschil heet c a f é e n
p a r c h e s (N.L.I.).
d Hornhaut, Pergament.
hopperbarge
e hopper barge.
f barge à trémie.
d H o p p e r b a g g e r (Mr.).
hormat
e homage, reverence; propriety, decorum.
F.P.H. Prick van Wely, Viertalig aanvullend hulpwoordenboek voor Groot-Nederland
f h o m m a g e s , h o n n e u r s , r é v é r e n c e ; (l e s ) c o n v e n a n c e s .
d E h r e r b i e t u n g ; [d i e ] A n s t a n d s r e g e l n .
hospitaalschip
e hospital-ship.
f transport-hôpital, bateau-hôpital.
d S p i t a l s c h i f f , ook K r a n k e n s c h i f f .
houtaankap
e lumber-exploitation; timber reserve.
f coupe de bois.
d Holzschlag.
F.P.H. Prick van Wely, Viertalig aanvullend hulpwoordenboek voor Groot-Nederland
84
houtaankapondernemer
e l u m b e r e r . Ook l u m b e r m a n (M.S.) in Amerika.
f exploitant forestier.
d Holzfäller, Bauholzhändler.
houtaankaponderneming:
zie houtaankap .
houtcontractant:
zie houtaankapondernemer .
houtstapelplaats
e l u m b e r d e p ô t in Amerika, t i m b e r y a r d .
f chantier, dépôt de bois.
d Holzhof, - lager, - platz.
houttransport
e timber transport.
f transport des bois.
d Holztransport.
houtvendutie
e timber sale.
f vente de bois.
d Holzauktion.
houtvester
e f o r e s t e r , ook f o r e s t o f f i c e r (S.T.).
F.P.H. Prick van Wely, Viertalig aanvullend hulpwoordenboek voor Groot-Nederland
f ingénieur des fôrets, agent forestier.
d Forstbeamter, Oberförster.
houtvesterij
e forestry; forester's district.
f économie forestière; district forestier.
d Forstwirtschaft; Försterei.
huisbediende
e h o u s e - s e r v a n t of h o u s e - h o l d s e r v a n t , deftiger d o m e s t i c .
f d o m e s t i q u e , mv. ook g e n s d e m a i s o n .
d H a u s b e d i e n t e r , H a u s d i e n e r , mv. ook H a u s g e s i n d e .
huisfeestje
e h o u s e p a r t y (M.).
f fête de famille.
d häusliches Fest.
huishoudster:
zie ménagère .
huishuur-indemniteit
e h o u s e - a l l o w a n c e , a l l o w a n c e f o r r e n t (T.), h o u s e r e n t
a l l o w a n c e (S.T.).
f indemnité de logement.
d W o h n u n g s - of W o h n u n g s g e l d z u s c h u s z (M.S.),
M i e t s e n t s c h ä d i g u n g , S e l b s t m i e t e r s e r v i s wird denjenigen
Militärpersonen gewährt, die sich selbst eine Wohnung zu beschaffen haben
(Heeresverfassung § 12).
huisjongen
F.P.H. Prick van Wely, Viertalig aanvullend hulpwoordenboek voor Groot-Nederland
e b o y : In Southern India and China a native personal servant is so termed, and
is habitually summoned with the vocative B o y ! (H.J.).
f g a r ç o n ; ook b o y .
d H a u s d i e n e r , B e d i e n t e . Flügel heeft reeds: b o y s (in Indien analog dem
französischen g a r ç o n s ) alle männlichen Bedienten.
† huismeid:
zie binnenmeid .
† huistaks:
zie bedrijfsbelasting .
huistoilet
e undress, dishabille.
f habit de maison, toilette d' appartement, vêtement
d'intérieur.
F.P.H. Prick van Wely, Viertalig aanvullend hulpwoordenboek voor Groot-Nederland
85
d Haustracht, Hausanzug, Hauskostüm.
hulpbank
e relieving-bank.
f banque de secours.
d Hilfskasse.
hulploods
e temporary shed.
f hangar temporaire.
d Hilfsschuppen, Notschuppen.
hulppostcommies
e assistant post-office clerk.
f a i d e - c o m m i s (d e l a p o s t e ).
d P o s t a s s i s t e n t , P o s t h i l f s b e a m t e r (D.K.K.).
hulppostkantoor
e b r a n c h p o s t ( a l ) o f f i c e , s u b - o f f i c e (T.).
f bureau de poste auxiliaire.
d H i l f s p o s t a n s t a l t (D.K.Z.), P o s t h i l f s s t e l l e (D.K.K.).
hulpprediker
e curate.
f p a s t e u r a d j o i n t . Ook soms a i d e p r é d i c a t e u r (G.I.N., p. 217).
d H i l f s p r e d i g e r (M.S.).
hulppriester
F.P.H. Prick van Wely, Viertalig aanvullend hulpwoordenboek voor Groot-Nederland
e assistant priest.
f p r ê t r e a u x i l i a i r e . Vgl. onderjpastoor.
d Kaplan, Hilfspriester.
hummel
e (w e e ) t o t , c h i t , c h i c k a b i d d y .
f bambin, mioche.
d Knirps, Pepo.
hutbagage
e c a b i n l u g g a g e : C a b i n l u g g a g e came rattling down in cabs (S.J.
Duncan, Simple Adventures, p. 28).
f b a g a g e s (c o l i s ) d e c a b i n e .
d K a b i n e n g e p ä c k (Handbuch v.d. N.D. Lloyd).
hutkoffer
e cabin-trunk, cabin-box.
f malle de cabine.
d [d e r ] K a b i n e n k o f f e r (Mey & Edlich).
hutpassagier
e c a b i n - p a s s e n g e r (M.), s a l o o n - p a s s e n g e r .
f passager de chambre of à la chambre.
d Kajütenpassagier.
huurcontract
e hire-contract, lease.
f b a i l (à l o y e r ), c o n t r a t d e l o y e r .
d Mietkontrakt.
huurwaarde
F.P.H. Prick van Wely, Viertalig aanvullend hulpwoordenboek voor Groot-Nederland
e tenement-value, letting value.
f valeur locative.
d [d e r ] M i e t w e r t .
1)
huurwagen
e h a c k n e y (-c o a c h ).
f v o i t u r e d e r e m i s e , voiture de louage qu'on appelle aussi [u n ] r e m i s e
(N.L.I.).
d Miet(s)wagen.
huzarensla
e I t a l i a n s a l a d . In Pear's Book of Cookery vindt men dit recept: Trim and
cut in delicate thin
1)
Haast altijd een mylord.
F.P.H. Prick van Wely, Viertalig aanvullend hulpwoordenboek voor Groot-Nederland
86
slices any cold meat, and put them into a salad bowl or dish. Mix four
tablespoonfuls of roast meat gravy, free of fat, with half a teaspoonful of made
mustard, one teaspoonful of salad oil, two tablespoonfuls of vinegar, and pepper
and salt to taste. Two or three hours before serving pour this over the cold
meat, and garnish with parsley, hardboiled whites of eggs, and beetroot.
f salade russe.
d italienischer Salat.
hydrographisch
[- bureau]
e hydrographic.
f hydrographique.
d hydrographisch.
I.
I.V.
vert.: inlandsche vijand.
ijsbeeren
e k i c k (c o o l ) o n e ' s h e e l s .
f faire le pied de grue, faire les cent pas, croquer le
m a r m o t , en soms ook f a i r e l ' o u r s e n c a g e : Si tu m'avais vu cet
après-midi en train de f a i r e l ' o u r s e n c a g e ... tu ne peux pas te figurer
quel est mon martyre à t'attendre, t'attendre toujours (Gandillot, Vers l'Amour,
IV, p. 7).
d hin und her gehen.
ijsbon
e ice ticket; voucher for ice.
f b o n (p o u r u n e l i v r e ) d e g l a c e . Vgl. b o n d e s o u p e .
d S c h e i n (f ü r e i n P f u n d E i s ).
F.P.H. Prick van Wely, Viertalig aanvullend hulpwoordenboek voor Groot-Nederland
ijsbus
e freezing-box.
f sorbetière, sarbotière, glaciere des familles.
d E i s b ü c h s e (S.V.), G e f r i e r b ü c h s e .
ijscompressen
e ice-poultices, ice-cataplasms.
f compresses à la glace.
d Eisumschläge.
ijsdepot
e ice depot.
f dépôt de glace.
d Eisniederlage.
ijsemmer(tje)
e ice-pail.
f seau à glace.
d [d a s ] E i s g e f ä s z , E i s e i m e r c h e n .
ijsfabriek
e i c e - f a c t o r y : Allahabad wonders if it is true that Lahore really has an
i c e - f a c t o r y (Kipling, From Sea to Sea, I, Pag. 225, Tauchn.). Ook
ice-works.
f f a b r i q u e d e g l a c e , u s i n e à g l a c e , (l e s ) g l a c i è r e s , g l a c e r i e s .
d E i s f a b r i k , E i s w e r k e (te Berlijn).
ijshuisje
e ice-shop.
f débit de glace.
d Eisverkaufsstelle.
F.P.H. Prick van Wely, Viertalig aanvullend hulpwoordenboek voor Groot-Nederland
ijskamer
e refrigerating - chamber, cold storage, ice-chamber,
ice-room.
F.P.H. Prick van Wely, Viertalig aanvullend hulpwoordenboek voor Groot-Nederland
87
f chambre de froid, chambre froide, chambre à glace.
d Kühlkammer, Kühlraum, Proviantkühler.
ijskan
e i c e - p i t c h e r (M.S.).
f b r o c (spr. bro) à e a u g l a c é e , b r o c à g l a c e .
d Eiswasser-Kanne.
ijskap
e ice-bag, ice-cap.
f sac à glace, vessie à glace.
d Eisbeutel.
ijskast
e refrigerator, ice-safe, ice-closet.
f g l a c i è r e , a r m o i r e g l a c i è r e (S.V.), a r m o i r e f r i g o r i f i q u e .
d E i s s c h r a n k , ook E i s s p i n d , K ü h l s c h r a n k .
ijskist
e ice-chest; ice-box; refrigerator.
f g l a c i è r e , m a l l e g l a c i è r e (S.V.).
d E i s s c h r a n k , [d a s ] E i s s p i n d , G e f r i e r k a s t e n .
ijsmachine
e ice-machine; freezer; refrigerator; freezing-machine; ice
c r e a m f r e e z e r . Vgl. The i c e m a c h i n e has travelled all over the world
now (M. Twain, More Tramps abroad, I, p. 42, Tauchn.).
f m a c h i n e à g l a c e , m a c h i n e f r i g o r i f è r e en s o r b e t i è r e
a m é r i c a i n e ; a p p a r e i l d e c o n g é l a t i o n . Vgl. Perret, Les machines
à glace.
d Eismaschine of Kühlmaschine.
F.P.H. Prick van Wely, Viertalig aanvullend hulpwoordenboek voor Groot-Nederland
ijspudding
e i c e - p u d d i n g (M.).
f pouding à la glace.
d Eispudding.
ijstang
e i c e - t o n g s . Ook i c e - c l a w s .
f pince à glace.
d Eiszange.
ijsvla
e frozen custard.
f crême glacée.
d Eisrahm.
ijswater
e iced water, ice-water.
f de l'eau glacée.
d Eiswasser.
ijzerschimmel
e i r o n g r e y d a p p l e (h o r s e ), d a p p l e - g r e y .
f cheval gris de fer.
d Eisenschimmel.
ijzerzand
e iron-sand.
f sable ferrugineux, isérine.
d Eisensand.
F.P.H. Prick van Wely, Viertalig aanvullend hulpwoordenboek voor Groot-Nederland
immigrant
e immigrant.
f immigrant.
d Einwanderer.
immigratie
e immigration.
f immigration.
d Immigration; Einwanderung.
imperialisme
e imperialism.
f impérialisme.
d I m p e r i a l i s m u s = Neigung
F.P.H. Prick van Wely, Viertalig aanvullend hulpwoordenboek voor Groot-Nederland
88
zur Schaffung eines Weltreichs (Duden, Orthogr. Wörterb.).
import
e import.
f importation.
d Import, Importation.
importartikel
e article of import.
f article d'importation.
d Importartikel, Einfuhrgegenstand.
importeeren
e to impórt.
f importer.
d importieren.
importeur
e importer.
f importateur.
d Importateur, Einfuhrhändler.
importfirma:
zie importhuis .
importhuis
e import-house.
f maison d'importation.
d Importhaus; Importgeschäft.
F.P.H. Prick van Wely, Viertalig aanvullend hulpwoordenboek voor Groot-Nederland
inboeten
e replant.
f replanter.
d wieder einsetzen.
indemniteit
e indemnity; allowance.
f indemnité.
d Entschädigung, Zuschusz.
† India:
zie Indië .
† Indiaan:
zie Indiër .
† Indiaa(n)sch:
zie Indisch .
† Indiaansch blauw:
zie indigo .
† Indiaansche weit:
zie djagoeng .
Indiaansch koren:
zie djagoeng .
F.P.H. Prick van Wely, Viertalig aanvullend hulpwoordenboek voor Groot-Nederland
indianisme
e D u t c h - I n d i a n i s m , c o l o n i a l i s m (M.).
f i n d i a n i s m e - zie verindischen .
d indischer Ausdruck.
Indië
e t h e D u t c h (E a s t ) I n d i e s ; N e t h e r l a n d s I n d i a : The use of the word
I n d i a was somewhat confusing to us, until we got to know that in the mouth
of a Dutchman it always meant t h e D u t c h E a s t I n d i e s (Delmar, Around
the World through Japan, p. 54).
f les Indes Néerlandaises, les Indes Orientales.
d Niederländisch-Indien.
† Indiën:
zie Indië .
Indiër
e Netherlands-Indian.
f habitant des Indes Néerlandaises.
d I n d i e r (G., p. 492).
indigo
e i n d i g o - p l a n t ; i n d i g o of soms I n d i a n b l u e .
f indigotier, indigofère; indigo.
d I n d i g o (p f l a n z e ); I n d i g o .
indigoboer
e indigo planter.
F.P.H. Prick van Wely, Viertalig aanvullend hulpwoordenboek voor Groot-Nederland
89
f planteur d'indigo, indigotier.
d I n d i g o p f l a n z e r , -b a u e r .
indigocultuur
e i n d i g o c u l t u r e (M. Twain, More Tramps, II, p. 181. Tauchn.).
f culture de l'indigo.
d Indigo-Kultur, Indigobau.
indigofabriek
e indigo factory.
f indigoterie.
d Indigofabrik.
Indiïsme:
zie Indianisme .
Indisch
e (E a s t -) I n d i a n . Soms wordt Indisch genomen in den zin van E u r a s i a n
of c o u n t r y (b r e d ). Evenals wij ‘Indisch’ gebruiken voor
‘Nederlandsch-Indisch’, gebruiken de Engelschen ook I n d i a n in plaats van
A n g l o - I n d i a n . Vgl. nog Indo.
f indo-néerlandais.
d niederländisch-indisch.
Indische crocus:
zie chocoladebloempje .
Indische den:
zie tjemara .
F.P.H. Prick van Wely, Viertalig aanvullend hulpwoordenboek voor Groot-Nederland
Indische sering:
zie mindi .
Indische vijg [N]
e Indian fig.
f f i g u i e r d ' I n d e , (c a c t i e r e n ) r a q u e t t e ; f i g u e d ' I n d e .
d indische Feige; Feigenkaktus, Blutfeige.
Indische weit
[N]: zie djagoeng .
Indischgast
e I n d i a n ; c o l o n i a l . Vgl. M.i.v. I n d i a n b = a European esp. an Englishman,
who resides or has resided in India; an Anglo-Indian. Chiefly in o l d I n d i a n ,
r e t u r n e d I n d i a n , and the like. In Bengal q u i h i of q u a i - h a i .
f colon des Indes.
d A n s i e d l e r i n (a u s ) I n d i e n .
Indischman:
zie Indischgast .
Indo
e E u r a s i a n : a modern name for persons of mixt European and Indian blood
(H.J.). Ook h a l f c a s t e .
f m é t i s (spr. métice.); d e m i s a n g .
d E u r a s i e r of H a l b b ü r t i g e r .
Indo-China
e Indo-China.
f Indo-Chine.
d I n d o - C h i n a (Mr.).
F.P.H. Prick van Wely, Viertalig aanvullend hulpwoordenboek voor Groot-Nederland
Indo-Chineesch
e Indo-chinese.
f indo-chinois.
d indochinesisch.
Indo-Europeaan:
zie Indo .
Indo-Europeesch
e E u r a s i a n : of mixed European and Asiatic parentage (M.).
f métis.
d eurasisch.
indologisch
e Indologic.
f indologique.
d indologisch.
indoloog
heeft behalve de opgegeven beteekenis ook die van: Indologisch student.
e I n d o l o g i a n (M.), I n d o l o -
F.P.H. Prick van Wely, Viertalig aanvullend hulpwoordenboek voor Groot-Nederland
90
g i s t naar I n d o l o g y in The Athenaeum 1904, p. 155b. Ook I n d i a n i s t .
f indologue.
d I n d o l o g e , soms I n d i a n i s t .
Indonesië
e Indonesia.
f l'Indonésie.
d I n d o n e s i e n : zuerst von Bastian gebrauchte Bezeichnung für die Inseln des
Indischen oder Malaiischen Archipels (Mr.).
Indonesiër
e I n d o n e s i a n (M.).
f Indonésien.
d Bewohner von Indonesien.
Indonesisch
e I n d o n é s i a n (W.S.).
f indonésien.
d indonesisch.
industriezout
e salt for industrial purposes.
f sel industriel.
d Industriesalz.
ingang
[met - van]
e d a t i n g f r o m , t o d a t e (S e p t . 6), w i t h e f f e c t f r o m ...
f à p a r t i r d e (d u )...
d m i t W i r k u n g v o n : dieses Gesetz tritt m i t W i r k u n g v o m 1. April in
Kraft.
F.P.H. Prick van Wely, Viertalig aanvullend hulpwoordenboek voor Groot-Nederland
inkomstenbelasting
e income tax.
f impôt sur le revenu.
d [d i e ] E i n k o m m e n s t e u e r .
inktwellusteling
e i n k - s l i n g e r , p a p e r - b l u r r e r , p a p e r - s t a i n e r (M.).
f b u v e u r of c h i e u r d ' e n c r e .
d Tintenkleckser.
inlander
e n a t i v e , minachtend n i g g e r .
f indigène, naturel.
d [d e r ] E i n g e b o r e n e , I n l ä n d e r .
inlandsch
e n a t i v e , c o u n t r y . In Compton, Indian Life, p. 145 heet het: country is a
peculiar adjective, an Anglo-Indianism that at once diminishes the value of
anything. It is a sneer and a condemnation. Inlandsch hoofd - n a t i v e c h i e f ;
maar inlandsche talen - v e r n a c u l a r l a n g u a g e s , waarvoor ook
v e r n a c u l a r s : He is so deuced clever at the v e r n a c u l a r s (F.A. Steel,
On the Face of the Waters, p. 20). Vgl. to speak t h e v e r n a c u l a r (Kipling,
From Sea to Sea, I, p. 213. Tauchn.).
f i n d i g è n e . Inlandsch hoofd - c h e f i n d i g è n e . Inlandsche talen - l a n g u e s
du pays, langues nationales.
d e i n h e i m i s c h . Inlandsch hoofd - i n l ä n d i s c h e r H ä u p t l i n g . Inlandsche
talen - e i n h e i m i s c h e S p r a c h e n , enk. ook L a n d e s s p r a c h e .
inpikkerij:
zie atoeran .
inpoten
e plant.
f (im)planter.
F.P.H. Prick van Wely, Viertalig aanvullend hulpwoordenboek voor Groot-Nederland
d einpflanzen.
inrichten
[zich]
e furnish oneself a house.
f se meubler, se mettre dans ses meubles.
F.P.H. Prick van Wely, Viertalig aanvullend hulpwoordenboek voor Groot-Nederland
91
d sich einrichten.
a) inrichting
e f u r n i s h i n g , f i t t i n g (u p ); f u r n i s h i n g s , a p p o i n t m e n t s .
f installation, ameublement; mobilier.
d Hauseinrichtung.
b) inrichting
1)
[philanthropische]
e h o u s e o f i l l - f a m e (T.), d i s o r d e r l y h o u s e (M.).
f maison de tolérance.
d berüchtigtes Haus, Puppenstube, Gelegenheitshaus.
inspecteurschap
e inspectorate, inspectorship.
f inspectorat.
d I n s p e k t o r a m t , ook I n s p e k t o r a t .
inspectie
[op - gaan]: zie tournée .
inspectie-reis
e tour of inspection.
f t o u r n é e (d ' i n s p e c t i o n ).
d Inspektionsreise.
Insulinde
1)
Krantenslang.
F.P.H. Prick van Wely, Viertalig aanvullend hulpwoordenboek voor Groot-Nederland
e I n s u l i n d e . De bekende passage aan het slot van den Max Havelaar is door
Anna Forbes als volgt vertaald: ‘Holland's magnificent empire of I n s u l i n d e ,
which winds about the equator like a garland of emerald’ in haar Insulinde, pag.
3.
f [l e s î l e s d e ] l ' I n s u l i n d e (Ch. B.), e m p i r e d ' I n s u l i n d e : dans
l ' I n s u l i n d e , c'est-à-dire à Java, Sumatra, Borneo, et dans les milliers d'autres
îles qui dépendent de la Hollande, il y a 50.000 Hollandais (Ch. B. 10 Années
de pol. col., p. 37).
d I n s u l i n d e : Sabang ist... der dritte Transithafen... in dem die reichen Schätze
von I n s u l i n d e aufgespeichert werden (D.K.Z., 1903, p. 482).
intercommunaal
e i n t e r c o m m u n a l (M.).
f intercommunal.
d i n t e r k o m m u n a l (Sanders, Fremdwörterbuch).
inzinking
[economische -]
e sinking down.
f enlizement.
d [d a s ] H e r a b k o m m e n , E i n s i n k e n , [d e r ] N i e d e r g a n g : So hat auch
die hiesige Regierung eine Kommission eingesetzt, die nach längerer Zeit
einen Bericht über den wirtschaftlichen N i e d e r g a n g J a v a s zu machen
hat (Von Raumer, N. Ost-Indien, p. 10).
irrigatiekanaal
e i r r i g a t i o n c a n a l : Irrigation canals are of two descriptions, viz., ‘perennial’
and ‘inundation’ (Regeeringsverslag E.-I.).
f canal d'irrigation.
d [d e r ] B e r i e s e l u n g s k a n a l .
irrigatie-werken
e i r r i g a t i o n - w o r k s (Athenaeum, Sept. 1875, p. 1332).
f travaux d'irrigation.
d Bewässerungsanlagen, Irrigationswerke.
F.P.H. Prick van Wely, Viertalig aanvullend hulpwoordenboek voor Groot-Nederland
92
irrigator
e d o u c h e . John Little & Co. adverteeren: d o u c h e s , fitted with 5 ft. black
indiarubber tubing, vulcanite stopcock, rectum and other tubes. Ook gebruikt
men het Fransche i r r i g a t e u r .
f d o u c h e , i r r i g a t e u r en ook a p p a r e i l à i n j e c t i o n s (Magasins du
Louvre
d Irrigator.
Islam
e I s l a m : We cannot teach the doctrines of I s l a m (Strachey, India, p. 205).
Vgl. I s l a m i s m .
f [l'] I s 1 a m . Vgl. i s l a m i s m e .
d [d e r ] I s l a m . Vgl. I s l a m i s m u s .
Islamiet
e Islamite.
f islamite.
d Islamit.
islamitisch
e I s l a m i t i c . M. geeft uit de Quart. Rev. van 1884: The Malay is when not
overweighted by the I s l a m i t i c incubus, reasonably progressive.
f i s l a m i q u e (P.L.I.).
d i s l a m i t i s c h (Duden, Orthograph. Wörterb.). Ook wel i s l a m i s c h .
J.
ja?
e i s i t (n o t )? w o n ' t y o u ? etc. fam. w h a t ?
f n ' e s t - c e - p a s ? p a s v r a i ? fam. c ' p a s o f s ' p a s en p a s ? Ook q u o i ?
d nicht wahr? nicht?
F.P.H. Prick van Wely, Viertalig aanvullend hulpwoordenboek voor Groot-Nederland
jaarpas:
zie zeebrief .
jaarvogel
e year-bird, djolan.
f calao.
d Jahrvogel.
† jagerboom:
zie lontar .
jakkepoes
e mudlark, muck-worm.
f s a l i g a u d , s a l o p i o t , s a l o p (Zola), p o u a c r e .
d Dreckfink, Dreckhammel, Dreckkäfer, Teerjacke.
jamboes
[Z.A.]: zie djamboe .
† jambos:
zie djamboe .
jandoedel
[soldatenslang]
e Jackey, gin.
f [l e ] g e n i è v r e , s c h n i c k .
d Schnap(p)s.
Jan Oost:
F.P.H. Prick van Wely, Viertalig aanvullend hulpwoordenboek voor Groot-Nederland
zie Oost .
Jantje
e J a c k , b l u e j a c k e t , (j a c k ) t a r , t a r p a u l i n .
f M a t h u r i n , f l a m b a r d (Loredan Larchey, Dict. d'Argôt): Eugène Sue est
cause que la plupart des canotiers s'appellent f l a m b a r d s . Ook wel c o l
bleu, col rond.
d Blaujacke, Matrose, Junge.
Japanner
e J a p a n e s e , fam. J a p - zie westerling .
f Japonais.
d Japaner.
F.P.H. Prick van Wely, Viertalig aanvullend hulpwoordenboek voor Groot-Nederland
93
† Japanoiser:
zie Japanner .
Japansch
e Japanese.
f japonais.
d japanisch, japanesisch.
Jappie
[de Jappies]
e Jap; Japanese prostitute.
f Japonais; femme publique japonaise.
d Japaner; japanisches Freudenmädchen.
Javaansch
e Java, Javan, Javanese.
f javanais.
d javanisch.
Javaasch
e Java, Javan.
f javanais, de Java.
d j a v a n i s c h . Hierbij teekent Duden aan: besser als j a v a n e s i s c h .
Java koffie
e Java coffee, Java.
f c a f é d e J a v a , [l e ] J a v a .
d Javakaffee.
F.P.H. Prick van Wely, Viertalig aanvullend hulpwoordenboek voor Groot-Nederland
jodoform
e iodoform.
f [l e ] i o d o f o r m e .
d [d a s ] J o d o f o r m .
jongen
e (b l a c k ) b o y . Ook vaak b e a r e r in E.-I., bij afkorting t h e B. Soms m a n .
f g a r ç o n en b o y . Ook s e r v i t e u r : Kitchill devint donc l e s e r v i t e u r de
Félix, le b o y comme l'on dit à Java (Babut, F. Batel, I, p. 170). Vgl. Lentzner,
Slang-Engl. of Australia: In Tonkin the word [b o y ] is used by the French with
a like signifcation [personal servant of any age].
d Diener, Hausbediente(r).
jongens
[stoute -]
e violet Duranta Plumieri.
f Duranta Plumieri violet.
d [d i e ] v i o l e t t e D u r a n t a P l u m i e r i .
joodkali
e ioduret of potassium.
f iodure de potassium.
d [d a s ] J o d k a l i u m .
justiciabelen
e j u s t i c i a b l e s (M.).
f justiciables.
d Gerichtssassen.
jute
e j u t e , the fibre of an Indian plant, resembling hemp, used in the manufacture
of coarse bags, etc. (Ch.).
f [l e ] j u t e .
F.P.H. Prick van Wely, Viertalig aanvullend hulpwoordenboek voor Groot-Nederland
d [d i e ] J u t e .
K.
1)
kaaien
e t o t h r o w , c a s t , p o p , t h r u s t . In het slang der H.B.S. is ‘gekaaid’ worden:
t o b e t u r n e d (c h u c k e d ) o u t .
f j e t e r , l a n c e r , f l a n q u e r , f i c h e r . Het H.B.S. slang heeft ‘gekaaid’ worden
= ê t r e m i s (f l a n q u é ) à l a p o r t e .
d w e r f e n , s c h m e i s z e n , p f e f f e r n , bijv. einem ein Buch an den Kopf
p f e f f e r n . In het
1)
Zie ook v o o r k a a i e n en u i t k a a i e n .
F.P.H. Prick van Wely, Viertalig aanvullend hulpwoordenboek voor Groot-Nederland
94
H.B.S. slang is ‘gekaaid’ worden = h i n a u s g e w o r f e n , a n d i e L u f t
gesetzt werden.
kaaiman:
zie boewaja 1.
† kaaiman
[groene -]: zie ☐ pot.
† kaakop:
zie kakap .
† kaalkop:
zie kakap .
Kaapsche jasmijn
[N]: zie katja piring .
kaartenkamer
[aan boord]
e chart-room.
f kiosque des cartes.
d Kartenhaus.
kabaai
e c a b a y a , a long tunic of cotton, etc. (Ch.) Reeds in 1540 in het Engelsch
gebruikt.
f c a b a y e (Li.). Vgl. H.-J.: Cette jaquette ou soutane, qu'ils appellent l i b a s s e
ou c a b a y e , est de toile de coton fort fine et blanche (Pyrard de la Val, 1610).
F.P.H. Prick van Wely, Viertalig aanvullend hulpwoordenboek voor Groot-Nederland
d K a b a j a , C a b a y a , A e r m e l j a c k e . Vgl.: Es besteht diese [Morgentracht]
in einer einfachen C a b a y a und Schlafhose (G., p. 335).
kabaal
e n o i s e , h u b b u b , r a c k e t , u p r o a r , r u m p u s , in Eng. -Indië b o b b e r y
(H.J.).
f boucan, bousin, chahut, chambard, pétard, potin, raffut.
d Lärm, Radau.
kabaja:
zie kabaai .
kabajaspeld
e cabaya clasp.
f agrafe de cabaye.
d Kabayaspange.
kabar
e k h u b b e r , phonetische spelling van het in Eng. -Indië mede gebruikelijke
k h a b a r of k a b a r = nieuws, tijding, bericht etc. Evenals wij, vragen ook de
Engelschen daar w h a t k h a b a r ? = wat voor nieuws, tijding? vgl. H.J., waar
ook de spelling k u b b e r gegeven wordt.
f nouvelle; réponse.
d (w a s ) N e u e s ; N a c h r i c h t .
kabbes
[Suriname]: zie palmkool .
kabelschip
e cable steamer.
f bateau pour la pose des cables.
d K a b e l s c h i f f , K a b e l l e g e r , T e l e g r a p h e n s c h i f f (Mr.).
F.P.H. Prick van Wely, Viertalig aanvullend hulpwoordenboek voor Groot-Nederland
kaboe
[Z.A.]: zie djagoeng .
kaboepaten:
zie dalam .
kadal
e skink.
f s c i n q u e = reptile du Levant et du nord de l'Afrique de l'ordre des Sauriens
(H.D.).
d [d e r ] S k i n k (M.S.).
kadettenschool
[Alkmaar]
e c a d e t - s c h o o l (Wh.).
f école militaire.
d Kadettenanstalt.
† kaffer:
vert. gerechtsdienaar.
† kaffervrucht:
zie ramboetan .
F.P.H. Prick van Wely, Viertalig aanvullend hulpwoordenboek voor Groot-Nederland
95
kafir
e Káfir, giaour.
f kafir.
d Kafir, Ungläubiger, Heide.
kaftan
e caftan.
f cafetan, caftan.
d Kaftan.
kain
e c o t t o n c l o t h , mv. ook d r y (s o f t ) g o o d s .
f indienne, tissue, étoffe, toile.
d Kattunzeug.
1)
† kajatenhout :
zie djati .
kajenier
[soldatenslang]
e gunner.
f canonnier.
d Kanonier.
kajoepoeti (=olie)
e c a j u p u t , a pungent, volatile, aromatic oil, distilled from the leaves of two
trees native to Australia (Ch.). Ook c a j e p u t .
f c a j e p u t , h u i l e d e c a j e p u t of h u i l e d u c a j é p u t i e r - vgl. de P.L.I.
c a j e p u t , nom vulgaire d'espèces de myrtacées des Indes, ainsi que de l'huile
et de l'essence verte qu'on extrait de ces végétaux.
1)
In Z.A. nog altijd de gewone benaming voor djatie.
F.P.H. Prick van Wely, Viertalig aanvullend hulpwoordenboek voor Groot-Nederland
d K a j u p u t ö l , K a j e p u t ö l , soms W i t t n e b e n s c h e s O e l ; es scheint zu
Anfang des 17. Jahrh. nach Europa gelangt zu sein, aber erst 100 Jahre spater
wurde es arzneilich benutzt. Ein Kaufmann Wittneben empfahl es in deutschen
Schriften als wertvolles Heilmittel (Mr.).
kaka:
zie kakatoea .
kakap
e c o c k u p . Hiervan vindt men in H.J.: The word [c o c k u p ] is a corruption of
the Malay (i k a n ) k a k a p . An excellent table-fish, found in the mouth of tidal
rivers in most parts of India. In Calcutta it is generally known by the Beng. name
of b e g t i or b h i k t i and it forms the daily breakfast dish of half the European
gentlemen of that city. Ook genoemd n a i r f i s h (Wt.).
f c a c a p = Lates nobilis.
d K a k a p = Lates nobilis.
kakatoe(a)
e 1. c o c k a t o o , fam. c o c k y ; als boekenwoord c a c a t u a ; 2. v i c e , g r i p e .
f 1. c a c a t o i s , k a k a t o u a en k a k a t o è s ; 2. t e n a i l l e s .
d 1. K a k a d u , mv. - s en soms - e; 2. B e i s z z a n g e . Vgl. Prof. Haberlandt,
Bot. Tropenreise, p. 248: Ein prächtiger K a k a d u war der Dritte im Bunde,
der hier nur deshalb erwähnt werden mag, weil ‘K a k a t u a ’ in der malayischen
Sprache auch die B e i s s z a n g e bedeutet.
kakemono
e k a k e m o n o (W.S.). Bij M. vindt men de afleiding uit het Japansche k a k e =
hangen + m o n o = ding.
f k a k é m o n o (N.L.I.). Ook k a k i m o n o : Je n'ai pas voulu des k a k i m o n o s
déroulés, où grimacent les dieux cornus,
F.P.H. Prick van Wely, Viertalig aanvullend hulpwoordenboek voor Groot-Nederland
96
parmi les: paysages à pagodes (Farrère, Fumée d' Opium, p. 165). Aux murs
il y avait quatre k a k i m o n o s très obscènes (Farrère, Fumée d' Opium, p.
216).
d [d a s ] K a k e m o n o .
kaki boesoek
[tabaksziekte]
e f o o t r o t (Wt.).
f p o u r r i t u r e d u p i e d (Wt.).
d Fuszfäule.
kakkerlak
e 1. c o c k r o a c h of ook b l a c k b e e t l e . In Amerika soms c r o t o n b u g , in
W. -Indië d r u m m e r = reuzenkakkerlak. Het boekenwoord is b l a t t a ; 2.
a l b i n o . Vgl. M., die onder k a k k e r l a k 2, het volgende citaat uit Robertson
(1796) geeft: The K a c k e r l a k e s are a degenerate breed, not a separate
class of men.
f 1. b l a t t e ; c a n c r e l a t . Ook vindt men k a k e r l a , k a k e r l a t , in Z. Frankrijk
b a b a r o t e , in 't Kreoolsch Fransch c o q u e r a c h e ; 2. k a k e r l a q u e en
n è g r e b l a n c , a l b i n o . Vgl. Littré, die k a k e r l a ( t ) en c a n c r e l a t in bet.
1 geeft, maar k a k e r l a q u e , c h a c r e l a t in bet. 2. De N.L.I. heeft reeds het
woord k a k e r l a q u i s m e .
d K a k e r l a k (M.S.). Dit woord vindt men zelfs in de poëzie van Klopstock:
........ wenn euer gesang k a k e r l a k e n ,
oder oran-utane zu göttern verschuf.
N.B. Het Diutsche K a k e r l a k heeft evenals het Hollandsche de twee
beteekenissen: B l a t t a o r i e n t a l i s en a l b i n o - vgl. Duden, Orth. Wörterb.,
waarin men vindt: K a k e r l a k ... Küchenschabe (Käfer); Albino.
kalam
e c a l a m u s , r e e d p e n : The tree [Gomuti] also furnishes k a l a m s or
reedpens for writing, and the material for the poisoned arrows used with the
blow-tube (H.J.).
f c a l a m (Li.), c a l e m (S.V.).
d Kalamus, Schreibrohr.
F.P.H. Prick van Wely, Viertalig aanvullend hulpwoordenboek voor Groot-Nederland
kaldoe
e beeftea; broth.
f bouillon, consommé.
d Kraftbrühe, Fleischbrühe.
kalfsoog(en)
[N]: zie mata sampi .
† Kalingga:
zie Midden-Java .
kali
[spreektaal]
e river.
f rivière.
d Flusz.
kalken
[school-slang]
e to write.
f b r o d e r - vgl. Loredan Larchey, Dict d'Argot, waar onder b r o d e r staat: ecrire.
Allusion au va-et-vient de la plume. B r o d a n c h e r wordt gebruikt in dezelfde
beteekenis.
d schmieren.
kalong
e k a l o n g , a general name of the large f r u i t - b a t s , f l y i n g f o x e s , etc.
(Ch.). Soms T e r n a t e b a t (Flügel) en ook d o g - b a t en f o x - b a t (M.). Op
Ceylon r o u s s e t t e .
F.P.H. Prick van Wely, Viertalig aanvullend hulpwoordenboek voor Groot-Nederland
97
f r o u s s e t t e : nom d'un genre de grandes chauves-souris (Li.). Ook vindt men:
r e n a r d s (c h i e n s ) v o l a n t s en zelfs volgens Larive & Fleury k a l o n g .
d [d e r ] K a l o n g , g r o s z e F l e d e r h u n d , [d e r ] f l i e g e n d e H u n d
(F u c h s ): Der auf den Inseln des Indischen Archipels einheimische g r o s z e
F l e d e r h u n d oder K a l o n g ist das gröszte fliegende Säugetier (Br.). Ook:
F l u g h u n d of F l a t t e r h u n d (Mr.).
kamerjongen
[hotel]
e room butler, room-steward.
f garçon.
d Zimmerkellner.
kamferboom
e camphor-tree.
f c a m p h r i e r , a r b r e d e c a m p h r e (B. de St. Pierre).
d Kampferbaum.
kamferspiritus
e camphorated spirits.
f alcool camphré.
d Kampferspiritus.
kamoening:
zie kemoening .
kamp
[de Chineesche -]
e the Chinese camp, Chinese quarters.
f q u a r t i e r c h i n o i s ... le q u a r t i e r o u c a m p e m e n t c h i n o i s précède
la ville (A. Delmas, Java, p. 107).
d Chinesen-Viertel.
F.P.H. Prick van Wely, Viertalig aanvullend hulpwoordenboek voor Groot-Nederland
kampakpartij:
zie rampokpartij .
kampement
e c a n t o n m e n t (zeer dikwijls meerv.), in India the permanent military stations
are so termed (Stocqueler, Mil. Encycl.).
f cantonnement, casernement.
d Kantonnement, Kasernement.
kampong
e k a m p o n g , an enclosed space (Ch.). Verder q u a r t e r , v i l l a g e . Ook
c a m p o n g in de Singapoersche bladen.
f [l e ] k a m p o n g . Ook nog c a m p o n g - vgl. M.V.E. p. 17: Ce mot [c a m p o n g ]
a été popularisé en France, lors de l'Exposition internationale de 1889.
d [d a s ] K a m p u n g (G., p. 379), K a m p o n g (Sanders, Fremdwörterbuch).
kampong-bewoner
e kampong man.
f habitant de campong.
d Kampong-Bewohner.
kamponghond:
zie gladakker .
kamponghoofd:
zie kepala kampong .
kampret
[spreektaal]
e bat
f chauve-souris.
d Fledermaus.
F.P.H. Prick van Wely, Viertalig aanvullend hulpwoordenboek voor Groot-Nederland
kananga
e ylang-ylang, ilang-ilang.
f c a n a n g a (Li.), i l a n g - i l a n g .
d K a n a n g a , ook I l a n g - I l a n g (b a u m ) Vgl. Preyer, Indo-Mal. Streifzüge,
p. 221: die K a n a n g a blüte... welche auf den
F.P.H. Prick van Wely, Viertalig aanvullend hulpwoordenboek voor Groot-Nederland
98
Philippinen das köstliche Ylang-Ylang-öl liefert... Das in Europa unter der
Bezeichnung ‘Ylang-Ylang’ verkaufte Parfüm besteht nur zum kleinsten Teile
aus dem echten Oele der K a n a n g a blüten.
kanarie(boom)
e k a n á r i , an East Indian burseraceous tree, also, its fruit, known as the J a v a
a l m o n d , the seeds of which yield a valuable oil (W.S.). In de kleinere
woordenboeken vindt men reeds k a n a r i - o i l .
f a m a n d e d e J a v a , c a n a r i (Li.), c a n a r i u m (N.L.I.).
d K a n a r i e n b a u m (M.S.).
kanarievogel:
zie politiedienaar .
kaneelappel
1)
[W. -Indië]: zie serikaja .
kaneelboom
e w h i t e c i n n a m o n (-t r e e ).
f cannel(l)ier.
d Kaneelbaum.
kankeren
e to grumble, chafe, chew the rag, be on the grumbles.
f grogner, grincher, maronner.
d quängeln, murren.
2)
kantjil
1)
2)
De S e r i k a j a van de West wordt in O. -Indië B o e ( w ) a h n o n n a genoemd volgens
Westerouen van Meeteren.
Ten onrechte soms m u s k u s h e r t genoemd, daar het dier geen muskuszak heeft.
F.P.H. Prick van Wely, Viertalig aanvullend hulpwoordenboek voor Groot-Nederland
e k a n c h i l , a small chevrotain of the genus Tragulus... inhabiting Java, Sumatra,
and adjacent islands (W.). Ook m o u s e d e e r .
f t r a g u l e , k a n c h i l : Parmi les chevrotains nous citerons le k r a n c h i l ou
k a n c h i l , qui habite les forêts de Sumatra (B.i.v. c h e v r o t a i n ).
d j a v . Z w e r g h i r s c h (M.S.), Z w e r g r e h . Ook der K a n t s c h i l (Mr.).
kantoor
e 1. o f f i c e ; 2. s t u d y .
f 1. b u r e a u ; 2. c a b i n e t (d e t r a v a i l ).
d 1. K o n t o r ; 2. S c h r e i b s t u b e , B i b l i o t h e k s z i m m e r .
kantoorbus
e post office box.
f b o î t e (a u x l e t t r e s ) d u b u r e a u d e s p o s t e s .
d Postamtsbriefkasten.
kantoorchef
e h e a d o f a n [t h e ] o f f i c e .
f chef de bureau.
d Bureauvorsteher.
kantoorheer
e office man.
f employé de bureau.
d Bureauherr, Geschäftsmann.
kantoorstoel
e office chair.
f chaise de bureau.
d Schreibsessel.
kantooruren
F.P.H. Prick van Wely, Viertalig aanvullend hulpwoordenboek voor Groot-Nederland
e office hours, hours of attendance.
f heures de bureau.
d G e s c h ä f t s s t u n d e n , en B u r e a u s t u n d e n .
F.P.H. Prick van Wely, Viertalig aanvullend hulpwoordenboek voor Groot-Nederland
99
kantoorwagen
e o f f i c e c a r r i a g e : In commercial centres an o f f i c e c a r r i a g e is often
kept for the clerks of the mercantile houses (H. Crompton, Indian Life, p. 142).
f voiture pour se rendre au(x) bureau(x).
d Kontorwagen.
kap
[= 't kappen]
e cutting, felling.
f coupe, abattage.
d [d a s ] K a p p e n .
kapas
e c o t t o n p l a n t ; c o t t o n w o o l . In Eng.-Indië c a p a s s (H.J.).
f cotonnier; laine de coton.
d Baumwollstaude; Baumwolle.
kapitein Chinees
e C a p t a i n o f C h i n e s e ; C h i n e s e h e a d m a n . Vgl. Money, Java, I, p.
259: The Chinese miners in Banka are subject to control and punishment by
their own elected C h i n e s e c a p t a i n s .
f c a p i t a i n e d e s C h i n o i s . Vgl. Babut, F. Batel, I, p. 246: le c a p i t a i n e
d e s C h i n o i s de Batavia les avait reconnus sans peine.
d Hauptmann der Chinesen.
kapitein-intendant
e commissariat captain.
f capitaine de l'intendance.
d Hauptmann der Intendanz.
kapiteinsche
F.P.H. Prick van Wely, Viertalig aanvullend hulpwoordenboek voor Groot-Nederland
e captain's wife.
f f e m m e d e [d u ] c a p i t a i n e , [l a ] c a p i t a i n e .
d Hauptmannsfrau.
kapiteinsrang
e rank of a captain, captaincy.
f grade de capitaine.
d Hauptmannsrang.
kapiteinswoning
e captain's house.
f habitation de capitaine.
d Hauptmannswohnung.
kaploon
e wages for felling.
f abattage.
d Hauerlohn.
kapok (-boom)
e w h i t e s i l k c o t t o n t r e e (Wh.), k a p ó k of c a p ó c , k a p o k - t r e e . Murray
geeft o.a. dit citaat uit Hatter's Gaz. 1888: In Java, where it is met with
abundantly, k a p o k has attracted considerable attention... It was first imported
into Europe in 1851.
f [l e ] c a p o c . Ook k a p o k . De boom heet f r o m a g e r , g o s s a m p i n of wel
c a p o q u i e r (M.V.E.) en c o t o n n i e r s o y e u x .
d d e r [d a s ] K a p o c k (Sanders, Fremdwörterb.), S e i d e n b a u m w o l l e ;
Kapockbaum.
kaptein Jas
e king of terrors, death.
f Sophie tourne - l'oeil.
d Freund Hein.
F.P.H. Prick van Wely, Viertalig aanvullend hulpwoordenboek voor Groot-Nederland
karang:
zie klipsteen a).
F.P.H. Prick van Wely, Viertalig aanvullend hulpwoordenboek voor Groot-Nederland
100
karbou(w)
e b u f f a l o . In de Singapoersche bladen ook k e r b a u , op de Philippijnen
c a r a b a o . Soms c a r b o w (Sc.) of w a t e r o x . Vgl. Bickmore, Travels, p.
35: From its peculiar habit of wallowing in pools and mires it [the buffalo] has
been named the ‘w a t e r - o x .’
f b u f f l e (à b o s s e ): Le b u f f l e , que les Javanais appellent c a r b o est le
compagnon inséparable du cultivateur (J. Leclercq, Un Séjour dans l'île de
Java). De N.L.I. heeft reeds k a r b a u .
d [d e r ] i n d i s c h e B ü f f e l of B ü f f e l o c h s , j a v . W a s s e r b ü f f e l .
karet
e 1. s e a t u r t l e (Chelone imbricata); 2. I n d i a - r u b b e r .
f 1. [l e ] c a r e t , tortue des mers d'Amérique et de l'océan Indien, qui fournit la
plus belle écaille; 2. g o m m e é l a s t i q u e .
d 1. K a r e t - S c h i l d k r ö t e (Sanders, Fremdwörterbuch); 2. F e d e r h a r z .
karetboom
e (I n d i a ) r u b b e r t r e e .
f arbre à caoutchouc.
d Gummibaum.
karoe
[W.-Indië]: zie djagoeng .
karoeng:
zie goeniezak .
karrentransport
e cartage.
f charroi, transport.
d Karrentransport.
F.P.H. Prick van Wely, Viertalig aanvullend hulpwoordenboek voor Groot-Nederland
kar(retje)
e 1. t r a p , c a r t ; 2. b i k e , c y c l e , w a g g o n , j i g g e r (F. & H.).
f 1. (p e t i t e ) v o i t u r e , g i g ; 2. v é l o , b i c y c l e t t e , b é c a n e .
d 1. E i n s p ä n n e r ; 2. F a h r r a d , R a d , K a r r e , D r a h t z i e g e (Berlijn).
karrevoerder
e carter, carman.
f charretier, voiturier, roulier, conducteur de charrette.
d Karrenführer.
karreweg
e cart road, carriageable road.
f c h e m i n c h a r r e t i e r (N.L.I.), r o u t e c a r r o s s a b l e .
d Karrenweg.
kasoemba:
zie kesoemba .
kas(s)ian
e 1. s y m p a t h y , c o m p a s s i o n , c o m m i s e r a t i o n ; 2. p o o r f e l l o w !
p o o r d e a r ! p o o r t h i n g . Vgl. Dickens Christmas Carol: alas for tiny Tim!
f 1. c o m p a s s i o n ; 2. p a u v r e h o m m e ! p a u v r e f e m m e ! l e [l a ]
p a u v r e ! enz.
d 1. M i t l e i d ; 2. a r m e r K e r l of T e u f e l ! a r m e r S c h l u c k e r ! a r m e
F r a u ! enz.
kas(s)ianstelsel
e s y m p a t h y (c o m m i s e r a t i o n ) s y s t e m . The tolerance of poor officials
must be far from exceptional, for it has gained for itself a name,
‘s y m p a t h y - s y s t e m ’ (kassianstelsel), schrijft de Amerikaan Day, The Dutch
in Java, p. 430.
F.P.H. Prick van Wely, Viertalig aanvullend hulpwoordenboek voor Groot-Nederland
101
f la compassion élevée en système.
d [d a s ] M i t l e i d z u m S y s t e m e r h o b e n .
kast
e almierah, almeirah, wardrobe.
f armoire.
d Schrank.
kas-tekort
e deficiency.
f déficit.
d Kassendefekt.
kastorolie:
zie castorolie .
katapang:
zie ketapang .
kates:
zie papaja .
katjang
e 1. b e a n ( s ) . Ook k a c h a n g (Sc.), en verder k a t j a n g en k a t c h u n g (M.).
In den handel kent men k a t c h u n g - o i l ; 2. = k a t j a n g g o r e n g .
f 1. f è v e ( s ) , c a t c h a n g , terme général pour tous les légumes à gousse
(M.V.E.). Ook m a c u s s o n ; 2. = k a t j a n g g o r e n g .
d 1. B o h n e ( n ) , H ü l s e n f r ü c h t e ; 2. = k a t j a n g g o r e n g .
F.P.H. Prick van Wely, Viertalig aanvullend hulpwoordenboek voor Groot-Nederland
katjang goreng
e r o a s t e d g r o u n d - n u t , r. p e a n u t , r. a r a c h i d e : The g r o u n d - n u t
or p e a - n u t ,... the P i n d a r of the United States... is eaten roasted (Burton,
Gorilla, I, p. 158). Vgl. nog Cent. Mag. XXXVI, p. 770b: Peanuts, known in the
vernacular as g o o b e r s . Verder m o n k e y - n u t . Evenals k a t j a n g door
ons gebruikt wordt voor k a t j a n g g o r e n g dient het Eng. k a t c h u n g ter
aanduiding van de A r a c h i s h y p o g a e a .
f pistache de terre, arachide grillée, terre-noix, cacahuète
grillée.
d geröstete Erdnusz, Pistazie.
katjang idjo
e g r e e n g r a m , m a s h (H.J.), m u n g (Wt.).
f P h a s e o l u s M u n g o - il n'a jamais donné de bons résultats en Europe, où
on le nomme h a r i c o t v e l u , h a r i c o t d e C l u s i u s , h a r i c o t
d ' A n g o l o , h a r i c o t M u n g o (Jumelle, Cult. Col., I, p. 119). Ook p o i s
vert.
d S c h m i n k -, M u n g o b o h n e , B u s c h b o h n e (Sievers, Asien).
katja piring
e g a r d e n i a (M.).
f gardénie, jasmin du Cap.
d Gardenia.
† katje:
zie kattie .
katje
[een - krijgen]
e get a sticker, sneap, wigging.
f s e m o n c e , s a v o n , bijv. a t t r a p e r u n s a v o n = r e c e v o i r u n s u i f .
d einen Wischer bekommen.
katjepiering
F.P.H. Prick van Wely, Viertalig aanvullend hulpwoordenboek voor Groot-Nederland
[Z.A.]: zie katja piring .
katjong
[van 'n inlander]
e lad, youngster.
f gamin, fiston.
d Bürschchen.
F.P.H. Prick van Wely, Viertalig aanvullend hulpwoordenboek voor Groot-Nederland
102
katoenaanplant
e c o t t o n f i e l d of p l a n t a t i o n .
f p l a n t a t i o n d e c o t o n n i e r s , c o t o n n i è r e (N.L.I.).
d Baumwollfeld.
katoenpitten
e cotton seeds.
f pépins de coton.
d Baumwollkörner.
kattebak
[v. 'n rijtuig]
e dickey.
f siège de derrière.
d Bedientensitz.
kat(t)i(e)
e c a t t y , the Chinese k i n or pound, usually a little over 1 ¼ avoirdupois (Ch.).
Dampier heeft in 1699 reeds: 100 c a t t y make a Pecul (H.J.). Zie ook pikoel
.
f c a t t y (Alm. Hachette).
d C a t t y , in deutscher Schreibweise K ä t t i . Im Handel mit dem Auslande
rechnen die in China und Japan ansässigen Fremden allgemein den Pikol
(Pecul, Chin. Tan) von 100 C a t t i e s = 133 ⅓ engl. Handelspfund... Dieses
Gewicht hat sich auch über einige Teile Ostindiens verbreitet (Br.). Sanders
Fremdwörterbuch geeft bovendien K a t i en K a t t i . Mr. geeft ook nog 't
verouderde K a t j e .
kawedanan:
vert. woning van den wedana.
Kawi
F.P.H. Prick van Wely, Viertalig aanvullend hulpwoordenboek voor Groot-Nederland
e K a w i , K a v i , door M. omschreven als: the classic or poetic language of Java
and the adjacent Bali, being the ancient language mixed with a great number
of words of Sanskrit origin.
f [l e ] k a v i ; k a w i (Favre).
d [d a s ] K a w i of K a v i .
kazernekind:
zie soldatenkind .
kazernemeid
e camp-follower.
f coureuse de corps-de-garde.
d Soldatendirne, Kompagniedame.
kazuaris
e cassowari.
f casoar.
d Kasuar.
keboeten
e to chase away the mosquitoes from a bed.
f éloigner les moustiques à coups de chasse-mouches.
d die Moskitos verscheuchen.
1)
kebon
e 1. g a r d e n ; p l a n t a t i o n ; 2. g a r d e n e r , m a l i of m o l l ( e ) y in
Britsch-Indië: I go into the garden and give directions to the m o l l y or gardener
(S.C. Grier, Like another Helen, p. 77).
f 1. j a r d i n ; p l a n t a t i o n ; 2. j a r d i n i e r i n d i g è n e .
d 1. G a r t e n ; P l a n t a g e ; 2. G ä r t n e r , G a r t e n a r b e i t e r .
kedehhouder
1)
Soms wordt dit zelfs gezegd van 's Lands Plantentuin te Buitenzorg.
F.P.H. Prick van Wely, Viertalig aanvullend hulpwoordenboek voor Groot-Nederland
[Sumatra]: zie waronghouder.
kedon(g)dong
e hog plum; Otaheite apple, golden apple.
f mombin.
F.P.H. Prick van Wely, Viertalig aanvullend hulpwoordenboek voor Groot-Nederland
103
d Tahiti-Apfel, Goldapfel, gelbe Mombinpflaume.
keerkringslanden
e tropical countries.
f pays tropicaux.
d Tropenländer.
keerkring(s)vogel
e t r o p i c - b i r d (Wh.).
f phaëthon, oiseau des tropiques.
d f l i e g e n d e r P h a e t h o n (S.V.), T r o p i k v o g e l (Mr.).
kèh:
zie singkeh .
keladi:
zie tales .
kelderen
[van aandeelen]
e to fall, tumble, go down.
f b a i s s e r , d é g r i n g o l e r , c a s c a d e r . Bewijsplaatsen: C'est la Wogel qui
d é g r i n g o l e dans des proportions fantastiques... Elle faisait 160 aujourd'hui
(M. Donnay, La Patronne, III). Les valeurs russes c a s c a d e n t à l'envi (Vie
Parisienne, 1908, p. 177).
d heruntergehen, stürzen, purzeln.
kelderflesch:
zie ☐ pot .
F.P.H. Prick van Wely, Viertalig aanvullend hulpwoordenboek voor Groot-Nederland
Keling:
zie Kling .
kelor
e horse-radish tree, moringa.
f ben oléifère, mourounge.
d Moringaölbaum, Oelmoringie, Behennuszbaum.
kembang spatoe
e h i b i s c u s , s h o e f l o w e r . Ook s h o e b l a c k - p l a n t (M.S.) en C h i n a
rose.
f k e t m i e (B.), h i b i s c u s , r o s e d e C h i n e en ook f o u l e s a p a t t e (B.
de St. Pierre, Chaumière Indienne, p. 54): je joignis aux pavots et aux soucis
une fleur de f o u l s a p a t t e , qui sert aux cordonniers à teindre leurs cuirs en
noir. Dit laatste is afgeleid van f o e l a s e p a t o e .
d [d e r ] R o s e n - E i b i s c h (M.S.).
kembodja
e p a g o d a t r e e , f l o w e r o f t h e d e a d , k a m b o d j a (Wh.).
f frangipanier.
d Grabblume.
kemiri
e c a n d l e n u t t r e e , c a n d l e b e r r y - t r e e of I n d i a n w a l n u t (M.) en
bankul nut.
f b a n c o u l i e r d e s M o l u q u e s , n o i x d e b a n c o u l , c a m i r i . De olie
heet h u i l e d e b a n c o u l of d e c a m i r i .
d Kerzenbeere.
kemoening
e Murraya exotica.
f Murraya exotica.
d Murraya exotica.
F.P.H. Prick van Wely, Viertalig aanvullend hulpwoordenboek voor Groot-Nederland
kentering
e t u r n , c h a n g e o f t h e m o n s o o n ( s ) : There are heavy thunderstorms
at the t u r n of the monsoon. (E.E. Scidmore, Java, p. 18). Vgl... the heavy
thunderstorms at the c h a n g e of the monsoons.... are the joy of the planter's
heart. (Ibid, p. 127).
f c h a n g e m e n t , ook r e n v e r s e m e n t d e l a m o u s s o n : En Mars et
Avril, en Octobre et en Novembre, au temps du r e n v e r s e m e n t de la
mousson,
F.P.H. Prick van Wely, Viertalig aanvullend hulpwoordenboek voor Groot-Nederland
104
pèse une chaleur écrasante (Ch.-B., p. 57). Ook: l e p é r i o d e d e
transition, tournant.
d W e c h s e l d e s M o n s u n s of M o n s u n s ü b e r g a n g , W e c h s e l z e i t .
kepala kampong:
zie dorpshoofd .
kepang:
zie bilak .
kepiting
e crab.
f crabe de mer.
d Krabbe.
keplekken
[spreektaal]
e play cards.
f cartonner, battre les cartes.
d Karten dreschen, tempeln, jeuen.
kerk
[volgens de Chineesche -]
e a c c o r d i n g t o (t h e ) r u m o u r i n c i r c u l a t i o n of a f l o a t , a s t h e
story goes, as dame Rumour has it.
f selon les on-dit.
d wie das Gerücht geht.
kerosine
e kerosene.
F.P.H. Prick van Wely, Viertalig aanvullend hulpwoordenboek voor Groot-Nederland
f [l a ] k é r o s è n e : pétrole épuré (N.L.I.).
d [d a s ] K e r o s e n : raffiniertes Leucht-Petroleum (M.S.).
1)
kerrie
e c u r r y en c u r r i e ; c u r r y - p o w d e r ; c u r r y s a u c e .
f c u r r y . Ook c a r r y en c a r i (B.) of k a r i .
d K a r i , [d a s ] R a g o u t p u l v e r ; [d i e ] R a g o u t - T u n k e (M.S.).
kerriesoep
e curry soup.
f potage au kari.
d Karisuppe.
† kerrietafel:
zie rijsttafel .
kerstenen
e to christianize.
f christianiser.
d (z u m C h r i s t e n t u m ) b e k e h r e n , c h r i s t i a n i s i e r e n .
kerstening
e christianization.
f christianisation.
d C h r i s t i a n i s i e r u n g (D.K.K.).
kesemek
e D i o s p y r o s k a k i : a small tree, it is the c h i n e s e d a t e p l u m or
p e r s i m m o n (Wt.).
1)
Met de samenstelling k e r r i e p l o e r t , duiden de ‘passagierende’ zeeofficieren den gastheer
aan die hen voor de rijsttafel uitnoodigt.
F.P.H. Prick van Wely, Viertalig aanvullend hulpwoordenboek voor Groot-Nederland
f p l a q u e m i n i e r k a k i , originaire de Chine et du Japon a des fruits...
vulgairement dénommés f i g u e s c a s q u e s (N.L.I.).
d K a k i f e i g e (Mr.).
kesoemba
e s a f f l o w e r , b a s t a r d s a f f r o n , k a s u m b a (Wt.).
f carthame, safran bâtard, safran des Indes.
d Safflor.
kesoemba keling
e arnotto.
f ro(u)cou, rocoyer.
d Orleanbaum.
ketapang
e a l m o n d t r e e : Thus again d e s i b a d a m , or c o u n t r y
F.P.H. Prick van Wely, Viertalig aanvullend hulpwoordenboek voor Groot-Nederland
105
a l m o n d , is applied in Bengal to the nut of the T e r m i n a l i a c a t a p p a
(H.J.).
f b a d a m i e r , a r b r e à l ' h u i l e = t e r m i n a l i e r c a t a p p a (N.L.I.).
d Katappen-Baum.
ketel(l)a (-poehon):
zie cassave .
ketimoen
[spreektaal]
e cucumber(s).
f concombre(s).
d Gurke(n).
ketjap
e s o y , maar het bijna gelijkluidende c a t c h u p (c a t s u p ) en k e t c h u p is in
Engeland: a liquor extracted from mushrooms; tomatoes, walnuts, etc. used
as a sauce. Waarschijnlijk is dit k e t c h u p zoowel als ons k e t j a p afgeleid
van het Chin. K è t s i a p = brine of pickled fish. Murray's bewijsplaats is reeds
van 1690: c a t c h u p , a high East-India sauce (B.E., Dict. Cant & Crew). Byron
gebruikt het in zijn Beppo, VIII:
......... and buy in gross.
K e t c h u p , S o y , Chili-vinegar, and Harvey,
Or by the Lord; a Lent will well nigh starve ye.
f soya, souï, soy; pois chinois.
d S o j a (-S a u c e ).
ketjoe:
zie rampokker .
ketjoeboeng
e d a t u r a , I n d i a n t h o r n a p p l e en s t i n k w e e d , wetenschappelijk
stramony.
F.P.H. Prick van Wely, Viertalig aanvullend hulpwoordenboek voor Groot-Nederland
f stramoine,pomme épineuse,métel,pomme mételle,feuille
d u d i a b l e , h e r b e a u x s o r c i e r s - zie Li. onder m é t e l .
d Stechapfel.
ketjoeën:
zie rampokken .
ketjoepartij:
zie rampokpartij .
ketrangan
[in rechtszaken]
e proof, evidence.
f clarté, évidence.
d Klarheit.
ketsen
[een voorstel -]
e to reject.
f rejeter.
d zurückweisen.
kettingbeer
[slang]: zie kettingganger .
kettingganger
e n a t i v e c o n v i c t . A. Linden, Gold, p. 105 heeft: [they] looked at the n a t i v e
c o n v i c t s , in their dark blue clothes, huddled together in a melancholy bunch.
f forçat indigène, disciplinaire.
d K e t t e n s t r ä f l i n g , -g e f a n g e n e r .
F.P.H. Prick van Wely, Viertalig aanvullend hulpwoordenboek voor Groot-Nederland
kettingjongen:
zie kettingganger .
kettingloos
[v. 'n rijwiel]
e chainless.
f s a n s c h a î n e , a c a t è n e (N.L.I.).
d kettenlos.
1)
kettingstraf
e confinement in chains.
f la chaîne, les fers.
d Kettenstrafe.
1)
N.B. de ketting is al ruim 50 jaren afgeschaft.
F.P.H. Prick van Wely, Viertalig aanvullend hulpwoordenboek voor Groot-Nederland
106
keur
e regulations.
f réglementation.
d Verordnung.
keuringscommissie:
zie commissie .
keuze
[bevordering bij -]
e promotion by selection.
f avancement au choix.
d Beförderung durch Wahl.
khaki(dril)
e k h a k i (Ch.).
f t o i l e k h a k i , k a k i : l'on ne peut décemment pas revêtir une blouse k a k i
et se coiffer d'un casque, sans être armé d'un fusil, (J. Ajalbert, Une Pêche au
Tigre).
d K a k h e y d r e l l (D.K.Z.). Ook [d e r ] K ( h ) a k i .
khakipak
e khaki suit.
f complet, costume en kaki.
d K a k h e y a n z u g , K a k h i a n z u g (Haeckel, Aus Insulinde, p. 40).
† kiattenhout:
zie djatihout.
F.P.H. Prick van Wely, Viertalig aanvullend hulpwoordenboek voor Groot-Nederland
kidang
e Jav. deer, roe-buck.
f cerf javanais, daim.
d jav. Hirsch.
kieken
beter k n i p s e n = photographieren, zegt Kron, Der kleine Deutsche.
e t o k o d a k = to take an instantaneous picture of (Ch.). Ook t o s n a p s h o t .
Zelfs reeds t o s n a p = to take an instantaneous photograph with a
handcamera (F. & H.). Vgl. Punch 1908, p. 404c: I saw a man there with a
kodak. I suppose he wanted to s n a p the roses as they were growing. In Punch
1907, p. 254c ook t a k e : Then I saw a photographer waiting to t a k e us as
we passed the last fence.
f photographier, prendre.
d photographieren.
kiekje
e s n a p s h o t = an instantaneous photograph (Ch.).
f photographie instantanée, un instantané, une photo.
d Momentbild, Augenblicks-photographie.
kijkavond
[vóór de vendutie]
e v i e w - e v e n i n g , gewoonlijk aangekondigd: m a y b e v i e w e d ...
f soir d'inspection.
d Besichtigungsabend.
kijkdag
e v i e w - d a y , gewoonlijk o n v i e w t w o (t h r e e ) d a y s p r i o r t o s a l e .
f jour d'inspection.
d Besichtigungstag.
kikkerland
[= Holland]
F.P.H. Prick van Wely, Viertalig aanvullend hulpwoordenboek voor Groot-Nederland
e F r o g l a n d : marshy land in which frogs abound, as the Fens, Holland, etc.
Hiervan reeds F r o g l a n d e r = a Dutchman (M.).
f pays des grenouilles.
d Froschland.
kimkiel
e bilge-keel.
f quille latérale, quille de roulis.
d Kimmkiel, Schlingerkiel.
kimono
e k i m o n o (M.S.). The original of this pretty sack comes to us
F.P.H. Prick van Wely, Viertalig aanvullend hulpwoordenboek voor Groot-Nederland
107
from the far East. The American woman has modified it to suit her own need,
and as a result we have the k i m o n o (Youth's Companion, 22 Oct. 1903).
f k i m o n o : te Parijs o.a. geadverteerd door het magazijn Au Mikado.
d K i m o n o (Mr.).
kina
e cinchona; Peruvian bark; Jesuit's bark; quinquina.
f [l e ] q u i n q u i n a .
d China.
kinabast
e c i n c h o n a b a r k . Men onderscheidt volgens Wt. r o o t - b a r k , q u i l l - b a r k
(that from the branches), s h a v i n g s , and lastly f l a t - b a r k (that from large
stems).
f (é c o r c e d e ) q u i n q u i n a . Vgl. P.L.I.: q u i n q u i n a n.m. Genre de rubiacées
du Pérou, dont le nom scientifique est c i n c h o n a et qui fournissent une écorce
amère et fébrifuge appelée aussi q u i n q u i n a .
d C h i n a r i n d e . Ook F i e b e r r i n d e .
kinaboom
e c i n c h o n a (-t r e e ): The Corregidor of Loxa... administered the same bark
to the Countess of Chinchon, wife of the Governor of Peru. The tree yielding
it came to be called c i n c h o n a , and the bark was commonly known as Jesuit's
bark (T.).
f [l e ] q u i n q u i n a , c i n c h o n e , a r b r e à q u i n q u i n a .
d Chinarindenbaum, Fieberrindenbaum.
kinacultuur
e c i n c h o n a - c u l t i v a t i o n . Zie Christie, Prize Essay on cinchona cultivation.
f c u l t u r e d e s q u i n q u i n a s : A Ceylan la c u l t u r e d e s q u i n q u i n a s
fit de rapides progrès (Flahault, La Géographie, jrg. 1904, p. 195).
d Cinchonakultur.
F.P.H. Prick van Wely, Viertalig aanvullend hulpwoordenboek voor Groot-Nederland
kinadruppels
e quinine drops.
f gouttes de quinquina, quinquina liquide.
d China-Tropfen.
kina-onderneming
e cinchona-estate.
f plantation de quinquinas.
d Chinapflanzung.
kinaplanter
e cinchona planter.
f planteur de quinquina.
d Chinapflanzer.
kinaveiling
e cinchona auction.
f vente de quinquina.
d China-Auktion.
kinderweegschaal
e baby-weigher.
f pèse-bébé.
d Kinderwage.
kinine:
zie kininesulphaat .
kininefabriek
e quinine factory.
f usine de quinine.
F.P.H. Prick van Wely, Viertalig aanvullend hulpwoordenboek voor Groot-Nederland
d C h i n i n f a b r i k (D.K.Z.).
kininepil
e quinine pill.
f pilule de quinine.
d Chinin-Pille.
F.P.H. Prick van Wely, Viertalig aanvullend hulpwoordenboek voor Groot-Nederland
108
kininesulphaat
e (s u l p h a t e o f ) q u i n i n e .
f sulfate de quinine.
d [d a s ] C h i n i n .
kininetablet
e quinine tablet.
f tablette de quinine.
d Chininplätzchen.
kininevergiftiging
e cinchonism, quininism.
f quininisme, empoisonnement par la quinine.
d Chininvergiftung.
kinoloog
e quinologist.
f q u i n o l o g i s t e - vgl. q u i n o l o g i e .
d Chinologe.
kipassen:
zie keboeten .
† kipersol:
1)
zie pajong .
kippenlapjes
1)
In Z.A. nog altijd in gebruik voor 'n ouderwetsche zonnescherm; in Transvaal is k i p e r s o l
een wild groeiende op een zonnescherm lijkende boom.
F.P.H. Prick van Wely, Viertalig aanvullend hulpwoordenboek voor Groot-Nederland
e c h i c k e n b e e f - s t e a k (Stevens, Perils of Sympathy, p. 32). Vgl. S.J.
Duncan, Adventures of a Memsahib, p. 59, bedenkende dat m o o r g h y = kip:
And always there was m o o r g h y - moorghy boiled and fried and roasted,
moorghy cutlets, moorghy curry, moorghy stew.
f bifteck de poulet.
d Hühnerfleischschnitten.
kippenkoopman:
zie kippenvent .
kippenvent
e poultry vendor.
f m a r c h a n d d e p o u l e s (v o l a i l l e s ).
d Hühnerhausierer.
klaagvrouw
[bij begrafenissen]
e (h i r e d ) m o u r n e r , p r o f e s s i o n a l h o w l e r .
f p l e u r e u s e (S.V.).
d Klageweib, Klagefrau.
klaarstoomen
[op kostscholen]
e coach.
f chauffer.
d pressen zu einem Examen.
klachtenboek
e complaint-book, book of complaints.
f r é g i s t r e of l i v r e d e s r é c l a m a t i o n s .
d B e s c h w e r d e b u c h (S.V.).
klamboe
F.P.H. Prick van Wely, Viertalig aanvullend hulpwoordenboek voor Groot-Nederland
e m o s q u i t o c u r t a i n (n e t ). Reeds in het Angelsaksisch komt voor
m y c g n e t t = mosquito-net (Sweet).
f [l a ] m o u s t i q u a i r e .
d M o s k i t o v o r h a n g , -g a r d i n e .
klamboegoed
e m o s q u i t o - n e t t i n g (M.S.).
f gaze, tulle pour moustiquaires.
d Moskitogaze.
klamboehaak
e mosquito-net hook.
f crochet de moustiquaire.
d Moskitogardinenhaken.
klapnoot
[Z.A.]: zie klappernoot .
klapper:
zie klapperboom en - noot .
klapperaanplanting:
zie klappertuin .
klapperboom
e coco(a)-tree, coco(a)-nut-tree, coco palm, coco, co-
F.P.H. Prick van Wely, Viertalig aanvullend hulpwoordenboek voor Groot-Nederland
109
c o ( a ) - n u t , en gemeenzaam c o k e r - n u t (H.J.). It was also seen and
th
mentioned by Marco Polo in the 13 century under the name I n d i a n n u t
(Wt.).
f c o c o t i e r ; (n o i x d e ) c o c o (d e s I n d e s ).
d K o k o s p a l m e , [d e r ] K o k o s ; K o k o s n u s z .
klapperboschje
e coco-tree grove.
f bosquet de cocotiers.
d Kokosnuszwaldung.
1)
klapperdop
e coco(a)-nut shell.
f coque de coco.
d Kokosschale.
klapperkrab
e c o c o a - n u t c r a b (Wh.).
f b i r g u e , c r a b e d e s c o c o t i e r s : les b i r g u e s , nommés vulgairement
c r a b e d e s c o c o t i e r s , vivent à terre dans des trous... Ils habitent les
régions océaniennes et austromalaises: Birgus latro datto ou r o i d e s
c r a b e s (Malaisie) zegt de N.L.I.
d K o k o s d i e b : in den Tropen auf dem Lande lebt... ferner der K o k o s d i e b
(D i e b e s k r a b b e , B i r g u s l a t r o )... der in Erdlöchern wohnt und nachts
auf die Kokospalmen steigen und Nüsse fressen soll (Mr.).
* klappermelk:
zie santen .
klappernoot
e coco(a)-nut, coker-nut.
f c o c o : On dit aussi n o i x d e c o c o (P.L.I.).
1)
In Z.A. ook = kop, hoofd.
F.P.H. Prick van Wely, Viertalig aanvullend hulpwoordenboek voor Groot-Nederland
d Kokosnusz.
klapperolie
e coco(a)-nut oil.
f h u i l e d e (n o i x d e ) c o c o . Vgl. de Rev. Scientifique 1907, p. 506: La
végétaline n'est autre chose qu'une h u i l e d e c o c o épurée.
d Kokosöl.
klapperrat:
zie badjing .
klappersuiker
e cocos-palm sugar, jaggery.
f s u c r e d e c o c o t i e r , j a g g e r y (Eng.). Vgl. de Rev. Scientifique 1907, p.
50b: A chacun des produits du cocotier est consacrée une monographie
spéciale; tour à tour sont passés en revue le c o p r a h , l ' h u i l e d e c o c o ,
le b e u r r e d e c o c o , le p o o n a c ou tourteau de coprah, le d e s s i c a t e d
c o c o n u t qui est l'amande de coco râpée et desséchée, le j a g g e r y ou
sucre extrait de la sève du palmier, le c o ï r formé par les filaments de
l'enveloppe du fruit.
d Palmzucker.
klappertor
e coco(a)-nut beetle.
f calandre palmiste.
d Palmenbohrer.
klappertuin
e coco(a)-nut plantation, coco-garden.
f plantation de cocotiers, cocoterie.
d Kokospalmgarten.
klappervezel
F.P.H. Prick van Wely, Viertalig aanvullend hulpwoordenboek voor Groot-Nederland
e c o c o a n u t - f i b r e , c o c o - f i b r e , c o i r : the important fibre
F.P.H. Prick van Wely, Viertalig aanvullend hulpwoordenboek voor Groot-Nederland
110
is of course the c o i r which is obtained from the thick outer wall of the fruit or
th
husk... The word c o i r did not come into the English language until the 18
century. Both the fibre and the rope made from it appear to have been exported
th
to Europe in the middle of the 16 century (Wt.)... It deserves notice that the
collections of early letters of the East India Co's servants... contain no reference
to the c o c o a n u t f i b r e (Wt.). Soms k i a r .
f f i b r e d e c o c o , c a i r d e c o c o , c a i r e , c o ï r : Il avait pour conducteur
un nègre, qui, ayant fait asseoir son maître à l'ombre d'un cocotier, ramassa
par terre un de ces cocos, et se mit à faire un lampion avec sa coque, une
mèche avec son c a i r e , et à exprimer de sa noix un peu d'huile pour mettre
dans son lampion (B. de St. P., Chaumière Indienne, p. 61).
d [d i e ] K o k o s ( n u s z ) f a s e r .
klapperwater
e coco(a)-nut milk.
f lait de coco.
d Kokosmilch.
† klappus:
zie klapper .
klapzaak
[krantenslang]
e action for violence.
f affaire de voies de fait.
d Gewalttätigkeitsklage.
klas
[in kijkspellen, enz.]
e c l a s s , r o w (o f s e a t s ).
f rang.
d Rang.
F.P.H. Prick van Wely, Viertalig aanvullend hulpwoordenboek voor Groot-Nederland
klassiaan
e soldier of the discipline company.
f b o u l a n g e r (argot).
d Soldat der zweiten Klasse.
kleedingmagazijn
[militair]
e s t o r e s (d e p o t ) o f a r m y - c l o t h i n g .
f m a g a s i n d ' h a b i l l e m e n t (Annuaire de l'Indo-Chine).
d M o n t i e r u n g s d e p o t , M o n t i e r u n g s k a m m e r (M.S.).
kleefrijst
e glutinous rice.
f r i z g l u a n t (Cat Indo-Chine, 1900, p. 77).
d Klebreis, klebriger Reis.
kleinambtenaarsexamen
e exam for the minor civil service posts.
f p e t i t e x a m e n d e s f o n c t i o n n a i r e s (Ch. B.).
d Examen für niedere Zivilbeamtenstellungen.
kleinbaas
[Z.A.]: zie njo .
kleinnooi
[Z.A.]: zie non .
klerk
e w r i t e r : a copying clerk in an office, native or European (H.J.).
f copiste.
d Kontorist, Schreiber.
F.P.H. Prick van Wely, Viertalig aanvullend hulpwoordenboek voor Groot-Nederland
klerkenbaantje
e c l e r i c a l b i l l e t , c l e r k s h i p , c l e r i c a l p o s t : All the working parts of
the machinery of government, its subordinate and c l e r i c a l p o s t s , are filled
by natives (H. Crompton, Indian Life, p. 50).
f p l a c e of e m p l o i d e c o p i s t e .
d S c h r e i b e r s t e l l e , -p o s t e n .
klerkengelden
e c l e r k s ' w a g e s (f e e s ).
F.P.H. Prick van Wely, Viertalig aanvullend hulpwoordenboek voor Groot-Nederland
111
f salaire de copistes.
d Schreiberlohn, Schreibgebühren.
klerkenwerk
e clerical work.
f travail de copiste.
d Schreiberarbeit.
kletstafel
[in de societeiten]
e club-table for the talkers.
f table pour les causeurs.
d Plaudertisch.
kleurling
e c o l o u r e d m a n : We may take it that, excluding c o l o u r e d p e o p l e in
both Empire and Republic, the English-speaking white race is now 125.000.000
strong (Stead, Lest we forget, p. 8a). Ook spreekt men van c o l o u r e d
persons.
f h o m m e (f e m m e ) d e c o u l e u r , mv. ook g e n s d e c o u l e u r : L'opinion
publique distinguait minutieusement les g e n s d e c o u l e u r , et, suivant qu'ils
se rapprochaient ou s'éloignaient des blancs par un teint plus ou moins foncé,
on les appelait mulâtres, quarterons, métis, mameloucks, griffes, etc. L'on
reconnaissait treize catégories et leurs dénominations formaient une véritable
langue (Castonnet-Desfosses, Révolution de St. Domingue, p. 10-11).
d [d e r ] F a r b i g e .
klewang
e klewang.
f [l e ] k l é b a n est une sorte de long poignard ou de sabre court, dont la lame
droite, assez étroite d'une largeur uniforme du talon à la pointe présente un
dos large et un tranchant (N.L.I.).
d [d e r ] K l e w a n g (G., p. 419).
F.P.H. Prick van Wely, Viertalig aanvullend hulpwoordenboek voor Groot-Nederland
klimaatschieten
e t o l o u n g e i n o n e ' s e a s y c h a i r . Soms t o t a k e t h e e v e n i n g
cool.
f r ê v a s s e r d a n s s a c h a i s e l o n g u e . Ook h u m e r l a b r i s e bijv. in
Babut, Félix Batel, I, p. 171: ... il h u m a i t l a b r i s e sous la galerie devant
la porte de sa chambre.
d i n s e i n e m F a u l e n z e r l i e g e n , ook L u f t k n e i p e n .
klimaatsverandering
e change of climate.
f changement de climat.
d Klimawechsel.
* klimop
e climbing-plant, climber, creeper.
f plante grimpante.
d Schlingpflanze, Kletterpflanze.
klimvisch
e c l i m b i n g - f i s h , c l i m b i n g - p e r c h : the gill-covers are the principal means
by which the fish climbs (Wh.).
f grimpeur, tortue, anabas.
d Kletterfisch.
Kling
e K l i n g : This is the name applied in the Malay Countries to the people of
Continental India who trade thither (H.J.). In The Hongkong Daily Press van 5
Dec. 1903 leest men: The trade is mostly in the hands of Chinese and K l i n g s .
't Vrouwelijk is K l i n g w o m a n .
f marchand de la côte de Coromandel.
F.P.H. Prick van Wely, Viertalig aanvullend hulpwoordenboek voor Groot-Nederland
112
d K l i n g a l e s e , V o r i n d e r . Ook K a l i n g a (Sievers, Asien).
Klingalees:
zie Kling .
a) klipsteen
e c o r a l l i n i t e , ook c o r a l ( l i n e ) r o c k .
f pierre corallienne, corail de roches.
d versteinerte Koralline, Korallinit, Korallenstein.
b) klipsteen:
zie sinjo .
klipvisch
e coral-fish.
f c h é t o d o n , hiertoe behooren de r o n d e l l e s , d e m o i s e l l e s ,
b a n d o u l i è r e s etc. - vgl. N.L.I.i.v. c h é t o d o n : ces jolis poissons... sont
quelquefois égarés dans les mers d'Europe.
d Klippfisch.
klontong
e 1. p e d l a r ' s r a t t l e ; 2. C h i n e s e i t i n e r a n t p e d d l a r , in E.-I. ook
b o x - w a l l a h or p a c k m a n , as he would be called in Scotland by an
analogous term. The b o x w a l a sells cuttlery, cheap nick-nacks, and small
wares of all kinds, chiefly European (H.J.).
f 1. h o c h e t , t a m b o u r i n d e c o l p o r t e u r ook t a o - k o u : tambourin
chinois, traversé dans son diamètre par un bâton qui sert à tenir l'instrument
dans la main. De chaque côté du t a o - k o u on a fixé deux petites courroies,
au bout desquelles son't attachées deux petites balles qui frappent les
membranes de peau quand on fait tourner le bâton dans la main; 2.
c o l p o r t e u r of m a r c h a n d a m b u l a n t c h i n o i s , p o r t e b a l l e .
d 1. H a u s i e r e r - R a s s e l ; 2. c h i n e s i s c h e r H a u s i e r e r of K r ä m e r .
F.P.H. Prick van Wely, Viertalig aanvullend hulpwoordenboek voor Groot-Nederland
kloosterschool
e c o n v e n t s c h o o l (M.S.), c o n v e n t u a l s c h o o l (Stead, Rev. of Rev.).
f école religieuse.
d Klosterschule.
knaap
e t é a p o y . Vgl. H.J.: The word [t e a p o y ] is applied in India not only to a
three-legged table (or any very small table, whatever number of legs it has),
but to any tripod. Ook (in Europa) o c c a s i o n a l t a b l e .
f guéridon.
d B e i s e t z - T i s c h , N e b e n t i s c h c h e n , K a m m e r d i e n e r (vgl. Grimm).
* knechtje
[van de kokkie]
e m a t y , m a t e = a cook's maty or helper: in more extravagant house-holds the
cook has his m a t e or scullion. Volgens H.J. is m a t e of m a t y : an assistant
under a head servant.
f aide de cuisine.
d Beiköchin.
knipspeld
[Z.A.]: veiligheidsspeld.
knokkelkoorts
e d e n g u e (f e v e r ), verder d a n d y - f e v e r , b o u q u e t - en b u c k e t f e v e r .
Ook a r t i c u l a r f e v e r , e r u p t i v e r h e u m a t i c f e v e r , r e d f e v e r ,
s o l a r f e v e r , e n d e m o - e p i d e m i c f e v e r , (e r u p t i v e ) t h r e e d a y
F.P.H. Prick van Wely, Viertalig aanvullend hulpwoordenboek voor Groot-Nederland
113
f e v e r . In Zanzibar d i n g a , d e n g a , d y e n g a : On its introduction to the
West-Indies from Africa in 1827, the name was, in Cuba, popularly identified
with the Spanish word dengue = fastiduousness, prudery. In this form it was
subsequently adopted in the United States, and eventually in general English
use (M.). Verder citeert M. onder d a t e - f e v e r : At Port-Said... it [dengue] was
epidemic every year at the season of the date-harvest, and thus acquired the
name of d a t e - f e v e r . Nog andere namen zijn b r e a k - b o n e f e v e r ,
g i r a f f e f e v e r , s t i f f n e c k e d f e v e r , b r o k e n w i n g f e v e r en
pantomime fever.
f d e n g u e , sorte de fièvre rhumatismale qui règne dans les régions tropicales
(H.D.). Ook f i è v r e é p i d é m i q u e d e C a l c u t t a en f i è v r e r o u g e
d e s I n d e s volgens Larive-Fleury.
d K n ö c h e l f i e b e r , D e n g ( u e ) f i e b e r of D a n d y f i e b e r (het laatste bij
M.S.). Ook D e n g u i s (Roth, Klinische Terminologie).
kobang:
1)
zie gobang .
kobus
[soldatenslang]
e mule.
f mulet, martin.
d Maultier.
kodak
e k o d a k , small portable photographic camera, - the trade mark of the Eastman
K o d a k Company (Ch.).
f [l e ] k o d a k : nom créé par l'inventeur Georges Eastman, 1888 (N.L.I.).
d [d e r ] K o d a k , photographischer Apparat nach dem Erfinder, Kodak, benannt,
zegt Duden - zie het Eng.
kodjong
e mosquito cover for babies.
f capote moustiquaire pour bébés.
d Mosquitoschutz für Säuglinge.
1)
Dit woord is in onbruik geraakt in de beteekenis van: Japansche gouden munt, in Valentyn's
tijd geschat op 10 Rijksdaalders. Na 1860 is ze niet meer uitgegeven.
F.P.H. Prick van Wely, Viertalig aanvullend hulpwoordenboek voor Groot-Nederland
kodok
[spreektaal]
e frog.
f grenouille.
d Frosch.
koeboe
[Atjeh]: zie benting .
koeboemilie
[Z.A.]: zie kaboe .
koeienkraal
e c a t t l e p e n , c a t t l e f o l d , c a t t l e p o u n d , k r a a l (M.S.), c o r r a l . Wat
dit laatste betreft, zegt H.J.: The Americans have the same word, direct from
the Spanish, in common use for a c a t t l e p e n . The word k r a a l applied to
native camps and villages at the Cape of Good Hope appears to be the same
word introduced there by the Dutch. Men heeft ook reeds een werkwoord to
k r a a l = het Amerikaansche t o c o r r a l .
f k r a l l d u b é t a i l , c o r r a l . Madrolle, Indo-Chine, p. 126 heeft: au k r a l l
des éléphants.
d [d e r ] K r a a l . M.S. vertaalt
F.P.H. Prick van Wely, Viertalig aanvullend hulpwoordenboek voor Groot-Nederland
114
t o k r a a l : Vieh in den K r a a l treiben.
koejava
[Z.A.]: zie goejava .
koekang
e k u k a n g : the slow-paced lemur or loris found in the East-Indies from Hindustan
to Java and China (M.). Ook s l o w l o r i s .
f l o r i s (t a r d i g r a d e ).
d Faulaffe.
koelie
e cooly, coolie.
f c o u l i en c o o l i e , fig. ook n è g r e .
d [d e r ] K u l i , eingeborene Lastträger, Handarbeiter, Tagelöhner (M.S.).
koelieloods
e coolie shed.
f h u t t e - a b r i p o u r (l e s ) c o u l i s .
d Kulischuppen.
koelieloon
e coolie wages.
f paie de couli.
d Kulizahlung.
koelie-opstootje
e coolie row, coolie riot.
f bagarre de coulis.
F.P.H. Prick van Wely, Viertalig aanvullend hulpwoordenboek voor Groot-Nederland
d K u l i - A u f s t a n d (D.K.Z.).
koelie-ordonnantie
e l a b o u r r e c r u i t i n g o r d i n a n c e : The Java Government has drawn up a
new L a b o u r R e c r u i t i n g O r d i n a n c e , which aims at greater strictness
in recruiting coolies in Java for labour in foreign parts. The recruitment will
stand under Government supervision, and the recruiters must take out licences.
Labour Commissioners will be appointed at Semarang and Batavia. Fees will
be levied on the recruiting agents (S.T. 1908).
f o r d o n n a n c e s u r l e s c o o l i e s of r e l a t i v e a u x c o o l i e s .
d Kuli-Verordnung.
koelie-ronselaar
e c o o l i e - b r o k e r (S.T.) - zie ook koelie-ordonnantie .
f agent, recruteur de coulis.
d Kulianwerber.
koeliethee
[Deli]
e tea for coolies.
f thé pour les coulis.
d Kulithee.
koeliewerver:
zie koelieronselaar .
1)
koeliewerk
e c o o l i e w o r k , c o o l i e - l a b o u r ; fig. d o n k e y w o r k , h a c k w o r k ,
drudgery, grind.
f t r a v a i l d e c o u l i ; fig. c o r v é e .
d K u l i a r b e i t (M.S.); fig. H u n d e a r b e i t .
1)
Zeer dikwijls fig. in Indië gebruikt.
F.P.H. Prick van Wely, Viertalig aanvullend hulpwoordenboek voor Groot-Nederland
koelkamer:
zie ijskamer .
koempoelan
[spreektaal]
e a s s e m b l y , ook g a t h e r i n g , c r o w d .
f assemblée, réunion, rassemblement, attroupement.
d Sammlung, Versammlung.
koenjit
e c u r c u m a , t u r m e r i c (D.D.).
f [l e ] c u r c u m a : l'espèce la plus utile est le C u r c u m a l o n g a ,
F.P.H. Prick van Wely, Viertalig aanvullend hulpwoordenboek voor Groot-Nederland
115
qui croît aux Indes et au Cap, et dont la racine, dite aussi T e r r a m e r i t a ,
S a f r a n d e s I n d e s , est employée dans la teinture (B.).
d l a n g e K u r k u m e , G i l b w u r z (M.S.).
koepokinrichting
e vaccine-farm.
f parc vaccinogène.
d Vakzinationsanstalt.
koesambi
e kosumba, lac tree, Ceylon oak.
f [l e ] c o n g h a s .
d Khusumbaum.
koetang
e bodice worn next to the skin, under-body.
f corsage de dessous.
d Unterleibchen.
koetilan
e Pycnonotus aurigaster.
f Pycnonotus aurigaster.
d Pycnonotus aurigaster.
koffie
1)
[Zweedsche]
e S w e d i s h c o f f e e (Wh.).
f café de Suède.
d s c h w e d i s c h e r K a f f e e . Mr. zegt: Der s c h w e d i s c h e oder
K o n t i n e n t a l k a f f e e besteht aus den gerösteten Samen von Astragalus
baeticus, daher auch A s t r a g a l k a f f e e .
1)
Eén der Europeesche koffiesurrogaten.
F.P.H. Prick van Wely, Viertalig aanvullend hulpwoordenboek voor Groot-Nederland
koffiebereidings etablissement
e factory for coffee preparation.
f usine pour la préparation des cafés.
d F a b r i k f ü r K a f f e e z u b e r e i t u n g (D.K.K.) of
K a f f e e - E r n t e b e r e i t u n g s a n l a g e (D.K.K.).
koffiebes
e c o f f e e - b e r r y , c h e r r y - c o f f e e : the coffee-berry as it comes from the
tree, before the pulp has been removed or the seeds have been dried (Wh.).
f c e r i s e of b a i e d e c a f é .
d K a f f e e k i r s c h e , ook K a f f e e b e e r e .
koffieblad
e coffee-leaf.
f feuille de caféier.
d Kaffeebaum-Blatt.
koffiebladziekte:
zie bladziekte .
koffiebloesem
e coffee-blossom.
f fleur de café.
d Kaffeeblüte.
koffieboer:
zie koffieplanter .
koffieboorder
F.P.H. Prick van Wely, Viertalig aanvullend hulpwoordenboek voor Groot-Nederland
e c o f f e e - b o r e r , a name given to a species of boring-beetles which infest the
coffeeplant (M.).
f p e r c e - c a f é = chrysalide du Hylotrichus quadrupes. Collet, Cult. du café
geeft f o r e u r .
d Kaffeebohrer.
koffiebranderij
e coffee roasting factory.
f usine pour la torréfaction du café.
d K a f f e e b r e n n e r e i (S.V.).
koffiecongres
e coffee planters' congress.
F.P.H. Prick van Wely, Viertalig aanvullend hulpwoordenboek voor Groot-Nederland
116
f c o n g r è s d e (p l a n t e u r s d e ) c a f é i e r s .
d Kaffeepflanzerkongresz.
koffie-cultuur
e coffee cultivation.
f culture du café.
d Kaffeekultur; Kaffeebau.
koffie-extract
e c o f f e e e s s e n c e : the boys brought coffee made in the usual way to the
country - a few drops of cold e s s e n c e o f c o f f e e at the bottom of the cups
which had to be filled up with boiling milk or water (Keyser, From Jungle to
Java, p. 53).
f e s s e n c e d e c a f é , c a f é c o n c e n t r é . Vgl. Quenedey, Java-Birmanie,
p. 30: II est délicieux, le petit café, véritable e s s e n c e contenue dans une
petite fiole.
d K a f f e e - E x t r a k t : so fand ich bereits... den Morgentrunk vor, den man sich
aus starkem K a f f e e e x t r a k t , heiszem Wasser [lees: heiszer Milch] und
Zucker nach Belieben mischt (Giesenhagen, Auf Java und Sumatra, p. 27).
koffieland
e c o f f e e p l a n t a t i o n of c o f f e e - e s t a t e .
f p l a n t a t i o n d e c a f é of c a f é i e r s , c a f é i è r e of c a f é t e r i e (N.L.I.).
d Kaffeeplantage, Kaffeepflanzung, Kaffeegarten.
koffieluis
e c o f f e e b u g , an insect (L e c a n i a c o f f e a e ) very destructive to
coffee-plants (M.).
f puceron du café.
d K a f f e e l a u s (M.S.).
koffieonderneming:
F.P.H. Prick van Wely, Viertalig aanvullend hulpwoordenboek voor Groot-Nederland
zie koffieland .
koffiepakhuis
e coffee godown.
f magasin, entrepôt de café.
d Kaffeelager.
koffiepelmolen
e c o f f e e - h u l l e r (M.).
f moulin à monder le café.
d Kaffeeschälerei.
koffieplanter
e coffee planter.
f p l a n t e u r d e c a f é i e r s of alleen c a f é i e r .
d Kaffeepflanzer.
koffieplantje
e c o f f e e - p l a n t (M.).
f jeune caféier.
d Kaffeepflänzchen.
koffiepluk
e coffee picking.
f c u e i l l e t t e d u c a f é (Collet, Cult. du Café).
d [d a s ] K a f f e e - P f l ü c k e n .
koffiepulper
e coffee pulper, pulping-mill.
f d é p u l p e u r d e c a f é . Ook p u l p e r .
d Enthülsungsmühle.
F.P.H. Prick van Wely, Viertalig aanvullend hulpwoordenboek voor Groot-Nederland
koffietuin
e coffee garden.
f champ de café.
d K a f f e e f e l d (Speman, Weltpanorama, p. 252).
F.P.H. Prick van Wely, Viertalig aanvullend hulpwoordenboek voor Groot-Nederland
117
kofo
e M a n i l l a f i b r e , M. h e m p , S i a m h e m p , M e n a d o h e m p . Ook k o f o .
Zie de Rev. of Rev. 1906, 413: K o f o is obtained from the trunk of a tree similar
to the banana, and was known as long ago as 1695. Soms w h i t e r o p e .
f [l e ] c h a n v r e d e M a n i l l e ... provient d'une espèce de bananier (B.i.v.
j u t e ). Ook a b a c a .
d M a n i l a - H a n f (M.S.), A b a c a .
kogelvisch
e globe-fish; balloon-fish.
f d i o d o n of o r b e é p i n e u x ; p o i s s o n a r m é , t é t r o d o n h é r i s s é : les
d i o d o n s vulgairement appelés o r b e s é p i n e u x ou h é r i s s o n s d e
m e r ... comme tous les tetrodontidés... peuvent se gonfler à volonté (N.L.I.).
d Kugelfisch.
kojang
e k o y a n g = measure of from 27 to 30 peculs.
f [l e ] k o y a n , mesure de 27 à 30 piculs (M.V.E.).
d [d a s ] K o y a n g : Das K o y a n g der Stadt Batavia begreift 27 dasige Pikols
(Br.).
kokerellen
e to cook.
f cuisiner, popoter, friturer, fricasser.
d kochen.
kokkie
e native cook, cooky.
f cuisinière indigène.
d inl. Köchin.
F.P.H. Prick van Wely, Viertalig aanvullend hulpwoordenboek voor Groot-Nederland
kokkin:
zie kokkie .
kokosmelk
[N]: zie klapperwater .
kokosnoot
[N]: zie klapper(noot) .
kokosvet
[N]: zie klapperolie .
kokosvezel
[N]: zie klappervezel .
koksgast
[daar blijf je - van]
e not for you!
f je t'en fricasse, ce n'est pas pour ton nez!
d an deiner Nase vorüber! Eisenbahn vorbei!
kolang-kaling:
zie glibbertjes .
kola-noot
e c o l a - n u t (M.S.), g u r u - n u t .
f noix de kola, noix guru.
d K o l a - of G u r u n u s z .
F.P.H. Prick van Wely, Viertalig aanvullend hulpwoordenboek voor Groot-Nederland
kolenhaven
e coaling station.
f port à charbon.
d Kohlenstation.
kolenladen
e coal.
f faire du charbon.
d Kohlen einnehmen.
kolenloods
e coal shed, coal-store.
f h a n g a r à c h a r b o n , r é s e r v e d e c h a r b o n : ... devant nous s'étend
une suite interminable de magasins, r é s e r v e s de c h a r b o n , bureaux etc.
(Quenedey, Java-Birmanie, p. 4).
d Kohlenschuppen.
kolenstof
e coal-dust.
f poussier.
d Kohlenstaub.
F.P.H. Prick van Wely, Viertalig aanvullend hulpwoordenboek voor Groot-Nederland
118
kolenveld
e coal-field.
f champ de houille, houillage(s), terrain houiller.
d Kohlenfeld.
kolonelsche
e c o l o n e ' s w i f e (l a d y ).
f la colonelle.
d Kolonelsfrau, Frau Oberst, Kommandantin.
koloniaal(tje)
e colonial soldier, trooper.
f s o l d a t d e l ' a r m é e c o l o n i a l e , m a r s o u i n = soldat d'infanterie
coloniale (N.L.I.).
d Kolonialsoldat, Schutztruppler.
kolonie
e c o l o n y , s e t t l e m e n t . Minister van Koloniën - c o l o n i a l m i n i s t e r .
f c o l o n i e . Minister van Koloniën - m i n i s t r e d e s c o l o n i e s .
d K o l o n i e , A n s i e d l u n g . Minister van Koloniën - K o l o n i a l M i n i s t e r .
kolonisatie
e colonization; colonizing.
f colonisation.
d Kolonisation, Kolonisierung.
kolot
[spreektaal]
e old gin, old Tom.
f genièvre vieux.
F.P.H. Prick van Wely, Viertalig aanvullend hulpwoordenboek voor Groot-Nederland
d alter Genever.
komedie stamboel
e theatre with half-caste company.
f théâtre des acteurs métis.
d Theater mit halbraciger Truppe.
komma-bacil
e comma bacillus.
f bacille virgule.
d K o m m a - B a c i l l u s (M.S.).
kommiezerij
e red tapism, redtapery, red tape.
f bureaucratie, rond-de-cuirisme, fonctionnarisme.
d Bureaukratismus.
kompenie
[de -]: zie compagnie .
kompenie ketjil
vertaal: Factorij der Ned. Handelmaatschappij.
konde(h)
e knot(ted hair), top-knot.
f chignon.
d Haarknoten, Knoten.
kongsi(e)
F.P.H. Prick van Wely, Viertalig aanvullend hulpwoordenboek voor Groot-Nederland
e p a r t n e r s h i p , a s s o c i a t i o n ; (s e c r e t ) s o c i e t y . Amerikaansch
c o m b i n e . Verder s y n d i c a t e , soms k o n g s e e (Sc.).
f a s s o c i a t i o n , s o c i é t é (s e c r è t e ), s y n d i c a t .
d G e l e g e n h e i t s g e s e l l s c h a f t , K o n s o r t i u m , (g e h e i m e )
Genossenschaft.
koningsappel
[Z.A.]: zie ananas .
koningspalm
e royàl palm.
f palmier royal, oréodoxe royal.
d Königspalme.
kontjo
[spreektaal]
e p a l = chum, friend, partner, accomplice (F. & H.).
f copain, co, camaro, poteau.
F.P.H. Prick van Wely, Viertalig aanvullend hulpwoordenboek voor Groot-Nederland
119
d Spieszgesell.
† kooibehangsel:
zie klamboe .
kookster:
zie kokkie .
koolboom
e Banda cabbage-tree.
f P i s o n i a a l b a (Lat. naam).
d Pisonia alba.
koolpalm
e cabbage-palm, cabbage-tree.
f chou-palmiste.
d Kohlpalme.
koolzuurhoudend
e carbonic; aerated.
f gazeux.
d k o h l e n s ä u r e h a l t i g (M.S.).
koopje
e b a d b a r g a i n , s e l l ; netter: a c r o s s - a c c i d e n t . Een geducht koopje a n a w f u l s e l l of n o e n d o f a s e l l . Iemand een koopje geven of leveren
- t o s e l l o n e of t o s e l l o n e a d o g , p l a y o n e f a l s e . Ook t o p u t
u p a j o b o n o n e . Bewijsplaatsen: As a king Charles II was a b a d
b a r g a i n (Stead, Books for the Bairns, No. 74, p. 66). What I like, observed
Kilsip, is the s e l l it will be for that Gorby. He was so certain that Mr. Fitzgerald
F.P.H. Prick van Wely, Viertalig aanvullend hulpwoordenboek voor Groot-Nederland
was the man, and when he gets off to-morrow he will be in a rage. (Hume, The
mystery of a Hansomcab, p. 128). Voor: een koopje snappen, kan men dus
zeggen: I h a v e h a d a b a d b a r g a i n , I h a v e b e e n s o l d , enz. De
vragen, die men stelt, om iemand een koopje te geven, heeten c a t c h e s .
f c o n t r e t e m p s , m é c o m p t e , m a l e c h a n c e of plat: u n e s c a r e ; soms
u n e t u i l e . Iemand een koopje geven of leveren - m e t t r e q q n . d e d a n s ;
l a d o n n e r b e l l e à q q n .; j o u e r u n t o u r à q q n .; f a i r e f a u x
b o n d . Ook zegt men in het argot: p o s e r l e (u n ) l a p i n à q q n . of
monter un bateau à qqn.
d [d e r ] R e i n f a l l ; [d i e ] W i d e r w ä r t i g k e i t . Iemand een koopje leveren of
geven - e i n e n a n f ü h r e n , d ü p i e r e n ; m e i e r n of h e r e i n l e g e n ,
einem einen Schabernack antun.
koopkracht
e buying capacity.
f p u i s s a n c e (c a p a c i t é ) d ' a c h a t , p o u v o i r d ' a c h a t .
d Kaufkräftigkeit.
koorts
[op- en afgaande]
e intermittent fever, relapsing fever.
f fièvre intermittente.
d Wechselfieber.
koorts
[vijfdaagsche]
e five day fever.
f fièvre de cinq jours.
d fünftägiges Fieber.
koortsaanval
e fit of fever, ague-fit, fever-fit.
f a c c è s d e f i è v r e , zeer licht é m o t i o n d e f i è v r e .
d Fieberanfall.
F.P.H. Prick van Wely, Viertalig aanvullend hulpwoordenboek voor Groot-Nederland
† koortsbast:
zie kina .
koortsboom
e f e v e r t r e e , b l u e - g u m t r e e : it is reputed to be a preventive
F.P.H. Prick van Wely, Viertalig aanvullend hulpwoordenboek voor Groot-Nederland
120
of malaria, and is now largely planted in California and other countries (Wh.).
f a r b r e à f i è v r e o u g o m m i e r b l e u de Tasmania, acclimatisé dans
l'Algérie et le Midi de la France (N.L.I.).
d Fieberbaum.
koortsdag
e day on which the fever comes on, fever-day.
f jour de fièvre, jour paroxy(s)tique.
d F i e b e r t a g (S.V.).
koortsepidemie
e fever epidemic.
f épidémie de fièvre.
d F i e b e r e p i d e m i e (Mr.).
koortslijder
e fever patient.
f fiévreux, fébricitant.
d Fieberpatient, Fieberkranker.
koortsmiddel
e febrifuge, fever specific.
f [l e ] f é b r i f u g e , a n t i f é b r i l e .
d Fiebermittel.
koortspoeder
e f e v e r p o w d e r (M.).
f poudre fébrifuge.
d [d a s ] F i e b e r p u l v e r .
F.P.H. Prick van Wely, Viertalig aanvullend hulpwoordenboek voor Groot-Nederland
koortsrilling
e fever shivering, shivering fit.
f frisson fébrile.
d F i e b e r f r o s t , -s c h a u e r .
koortsthermometer
e clinical thermometer.
f t h e r m o m è t r e m é d i c a l of d e m é d e c i n .
d [d a s ] F i e b e r - T h e r m o m e t e r (D.K.Z.), K r a n k e n - t h e r m o m e t e r .
koortsuitslag
e e r u p t i o n (a f t e r f e v e r ).
f é r u p t i o n - de algemeene naam; de uitslag aan de lippen bij malaria heet
h e r p e s , de netelroosuitslag é r u p t i o n o r t i é e , de typhusuitslag
pétéchie.
d Fieber-Hautausschlag.
koortsvrij
e f r e e f r o m f e v e r ; a p y r e t i c [d a y s ].
f s a n s f i è v r e ; [j o u r ] a p y r é t i q u e .
d fieberfrei, fieberlos.
a) kop
[op den - tikken]
e to collar, nick, pinch, cop.
f filer, escamoter, chiper, chopper.
d etwas auf den Schwanz schlagen, stibitzen, mausen.
b) kop
[over den - gaan]
e to go to pot, come a cropper, go a muck(er), go a cracker
(F. & H.).
F.P.H. Prick van Wely, Viertalig aanvullend hulpwoordenboek voor Groot-Nederland
f f a i r e l a c u l b u t e of c u l b u t e r (S.V. Parisismen), f a i r e l e p l o n g e o n ,
faire pouf.
d pleite gehen.
c) kop
[over den - springen]
e p a s s , b e p u t of p r o m o t e d o v e r t h e h e a d ( s ) o f ...
f p a s s e r s u r l e c o r p s (v e n t r e ) à..., p a s s e r s u r l e d o s d e : je
voudrais quitter mon poste, p a s s e r s u r l e d o s d e Chailley et être nommé
premier à Vienne (Hervieu, La Carrière, Ch. VIII).
F.P.H. Prick van Wely, Viertalig aanvullend hulpwoordenboek voor Groot-Nederland
121
d ü b e r s p r i n g e n (S.V.).
kopdoek
[Z.A.]: zie hoofddoek .
kopi daoen
e c o f f e e - t e a , an infusion of the leaves of the coffee-plant (M.).
f café de feuilles du caféier.
d Kaffeeblätteraufgusz.
† koppenklover:
zie koppensneller .
koppensneller
e h e a d h u n t e r . Vgl. Bock, The Headhunters of Borneo en B.C. Haddon,
Head-hunters black, white and brown.
f c h a s s e u r , c o u p e u r d e t ê t e s - vgl. het boek van Combanaire, Au pays
des coupeurs de têtes à travers Borneo.
d K o p f j ä g e r ; S c h ä d e l j ä g e r (D.K.Z.). Het koppensnellen = d i e
K ö p f j ä g e r e i (Spemann, Weltpanorama, p. 565). Ook K o p f j a g d . Vgl.
verder E. Salgari, Die Piraten des malaiischen Meeres, p. 36: Die Dajaken...
nennen sich selbst mit Vorliebe h e a d h u n t e r s , zu Deutsch K o p f j ä g e r .
koraalbank
e patch-reef.
f coraillerie, banc de corail.
d Korallenbank, Flachseeriff.
koraalsteen:
zie klipsteen a).
F.P.H. Prick van Wely, Viertalig aanvullend hulpwoordenboek voor Groot-Nederland
korakora
e c o r a c o r a (M.S.), M a l a y g a l l e y . Oudere spelling c a r a c o r e (M.).
f c a r a c o r a (M.V.E.) en k o r o k o r o (Rienzi, Océanie). De N.L.I. geeft
corocore.
d Korakora.
korma
e date.
f datte.
d Dattel.
* kornet:
zie knechtje .
korting
[in de -]
e deduction.
f retenue pour pension, pour cause de congé.
d Gehaltsabzug.
kos(s)ong
[Soerabaja]
e h a c k n e y c a r r i a g e , f o u r w h e e l e r . Reith, Padre in Partibus, p. 76 zegt:
... the k o s s o n g , a kind of victoria with a hood.
f voiture de place of de louage.
d D r o s c h k e , gemeenzaam ook D r o s c h k o n g .
kostjongen
e boarder.
f pensionnaire.
d Pensionär.
F.P.H. Prick van Wely, Viertalig aanvullend hulpwoordenboek voor Groot-Nederland
kot:
zie boei .
kot(t)a
e centre, the town proper.
f centre, agglomération.
d die eigentliche Stadt.
kou
[in de -]
e i n t h e c o o l : She is up at Simla, i n t h e c o o l (Kipling, Mine own People,
p. 82).
f dans le climat froid.
d im Gebirgsklima.
F.P.H. Prick van Wely, Viertalig aanvullend hulpwoordenboek voor Groot-Nederland
122
kous
[een - maken]
e t o m a k e a p i l e : You did not stay here all these years without m a k i n g a
little p i l e somewhere (Schreiner, The Story of an Afr. Farm).
f b a s , bijv. avoir un vieux b a s quelque part (Villatte, Parisismen). Ook is u n
b a s d e l a i n e = een spaarpotje: Mais ce que le B a s d e L a i n e - le bas
non troué et qui ne laisse pas ses écus s'échapper - triomphe (Vie Parisienne,
1908, p. 254). Verder zegt men familiaar f a i r e s a p e l o t e , f a i r e s a
care.
d s i c h G e l d s p a r e n of e r ü b r i g e n .
kousenbaadje
e knitted vest.
f gilet de laine.
d gestricktes Kamisol.
kraaiennest
[aan boord]
e crow's nest.
f nid de corbeau, dune de vigie.
d Krähennest.
kraal:
zie koeienkraal .
kraboe:
zie giwang .
krachtinstallatie
e power plant.
f installation génératrice.
d Kraft(erzeugungs)anlage.
F.P.H. Prick van Wely, Viertalig aanvullend hulpwoordenboek voor Groot-Nederland
krachtoverbrenging
e transmission of power.
f transmission de force.
d Kraftübertragung, Krafttransmission.
krachtstation
e power house, power station, generating station.
f station d'électricité, usine génératrice.
d Kraftzentrale.
krakal
e f o r c e d l a b o u r o n t h e r o a d s , etc.
f travaux forcés à la réparation des chemins, travaux de
r o u t e s . Ironisch getint is de beschrijving hiervan in Bousquet, Les Richesses
Min. des I.N., p. 49: il [le coolie] est soumis à un travail forcé qui consiste, par
exemple, à se promener sur les routes en enlevant les pierres qui déparent la
chaussée, ou à enlever les feuilles mortes des jardins publics. Veel meer doen
de heeren echter niet.
d S t r a f s t r a s z e n a r b e i t , A r b e i t s l e i s t u n g , ook K a r r e n s t r a f e .
krakallen
e t o d o f o r c e d l a b o u r . In Eng.-Indië t o b e e g a r : This outlander refuses
also to b e e g a r (this is the corvee or forced labour on the roads) and stirs my
people up to the like treason (Kipling, Mine Own People, p. 23).
f être employé à faire des routes, à la réparation des
routes, aux travaux publics.
d Strafstraszenarbeit leisten.
kramassen
[van dames]
e wash one's hair.
f se laver les cheveux.
d die Haare waschen.
F.P.H. Prick van Wely, Viertalig aanvullend hulpwoordenboek voor Groot-Nederland
krandjang
e (b a m b o o ) b a s k e t ; g a b i o n .
F.P.H. Prick van Wely, Viertalig aanvullend hulpwoordenboek voor Groot-Nederland
123
f panier; banne, banneau, canastre, gabion.
d Korb; Schanzkorb.
krantenhanger
e newspaper holder.
f porte-journaux.
d Zeitungshalter.
krantenman
e journalist, pressman, chap on the paper.
f j o u r n a l i s t e , minachtend f o l l i c u l a i r e .
d Zeitungsschreiber, Zeitungsschmierer.
krapatta-boom
[W.-Indië]: zie djarak .
kras
[dat is -]
e strong, that 's a stunner.
f fort, raide, elle est forte, celle-là!
d arg, stark, happig, das ist starker Toback.
krasborstelen
[soldatenslang]
e jaw, jabber.
f scier, jardiner, bassiner.
d salbadern.
kraterketel
F.P.H. Prick van Wely, Viertalig aanvullend hulpwoordenboek voor Groot-Nederland
e crater.
f bassin de cratère.
d Kraterkessel.
kratermeer
e crater-lake.
f lac de cratère.
d Kratersee.
kratokboon
e L i m a b e a n , D u f f i n b e a n : Interest has recently been aroused in this
bean owing to the poisonous proporties which the species sometimes exhibits
(Wt.).
f pois amer, pois d'Achérie.
d Schwertbohne.
kraton
e k r a t o n : The Sultan of Djokja has a k r a t o n , or palace inclosure, a mile
square in the very heart of the city (E.R. Scidmore, Java, p. 274). Soms
palace fort.
f [l e ] k r a t o n : C'est le kraton, ou palais royal, mot qui dérive probablement de
R a t o e , roi (J. Leclercq, Un Séjour dans l'île de Java, p. 127).
d [d e r ] K r a t o n (Br.).
kredietinstelling
e credit-institution.
f é t a b l i s s e m e n t (i n s t i t u t i o n ) d e c r é d i t .
d K r e d i t i n s t i t u t (S.V.).
kree
e c h i c k , kind of screen usually made of split bambus loosely fastened together
in parallel lines by perpendicular strings, and painted (Wilson, Glossary of
Judicial and Revenue Terms, i.v. c h i c k ). Vgl. H. Compton, Indian Life, p. 160:
All light has to filter into the rooms through the verandahs, and these are
protected with c h i c k s , which are screens made of loosely woven slips of
F.P.H. Prick van Wely, Viertalig aanvullend hulpwoordenboek voor Groot-Nederland
bamboo. Men fabriceert al c h i c k s in Londen. Deze heeten daar p i n o l e u m
b l i n d s of t r o p i c a l s u n b l i n d s (M.). M.S. geeft ook c h e c k en vertaalt
het door: B a m b u s s t a b - J a l o u s i e .
f store hindou.
d B a m b u v o r h a n g - zie het Eng.
F.P.H. Prick van Wely, Viertalig aanvullend hulpwoordenboek voor Groot-Nederland
124
kreeftensla
e lobster-salad.
f salade aux homards.
d H u m m e r s a l a t (M.S.).
1)
Kreool(sche)
e c r e o l e . De Kreolen uit Europeesche ouders in de tropen geboren, heeten in
Australië n a t i v e s (Trollope, Australia, I, p. 63). In 't slang ook c o r n s t a l k
(F. & H.).
f c r é o l e . Men heeft c r é o l e s b l a n c s en c r é o l e s c o l o r é s .
d Kreole, Kreolin.
krère-krère
[W.-Indië]: zie flamboyant .
krielkip
e d w a r f h e n - vgl. d w a r f d o v e .
f poule naine, poulette.
d Zwerghuhn.
kringetje
e a g l a s s o f b r a n d y n e a t . Gemeenzaam a l i t t l e n e a t , a n i p , soms
genoemd a r a w r e c r u i t , a f l a s h o f l i g h t n i n g . Eigenaardig is naast
k r i n g e t j e , afgeleid van het Mal. k e r i n g = droog, het Engelsche a w e t .
f p e t i t v e r r e d e c o g n a c p u r - vgl. b o i r e s e c en het Eng. boven.
d Gläschen ungemischten Kognaks.
kris
1)
Met K r e o l e n bedoelt men in Indië ook de welbekende platte gouden oorringen,
oorspronkelijk door de Amerikaansche Kreolen gedragen.
F.P.H. Prick van Wely, Viertalig aanvullend hulpwoordenboek voor Groot-Nederland
e c r e e s e of c r e a s e , a Malay dagger with a (wavy) blade; ook k r i s (id.) en
k r i s s . Tennyson heeft in de proloog van The Princess:
The cursed Malayan c r e a s e and battle clubs
From the isles of palm.
In de Amerikaansche litteratuur vindt men het bij Emerson in de Engl. Traits,
p. 75: They chew hasheesh; cut themselves with poisoned c r e a s e s ; swing
their hammock in the boughs of the Pohon upas.
f [l e ] c r i s , k r i s s , p o i g n a r d i n d i g è n e . Littré geeft c r i s s = poignard à
l'usage des Malais, A. Daudet d e s k r i s h m a l a i s in zijn Port-Tarascon,
terwijl men soms nog volgens den Dict. de l'Acad. foutief spelt c r i d .
d [d e r ] K r i s c h of K r i s , der malayische (zweischneidige) Dolch. Vgl. ook M.S.
onder c r e e s e . De 2e nmv. is d e s K r i s , het mv. K r i s e , volgens Duden
echter resp. K r i s e s en K r i s e .
krissen
e t o c r e e s e , c r e a s e , k r i s (M.).
f tuer à coups de cris.
d krischen.
† krits:
zie kris .
kroepoek
- vert.: de in olie gebakken binnenhuid van den buffel.
kroeskop
[Z.A.]: zie halfbloed .
kroketje
e c r o q u e t t e (M.S.).
f croquette.
d braun gebratener Klosz.
F.P.H. Prick van Wely, Viertalig aanvullend hulpwoordenboek voor Groot-Nederland
krokodillenstad
- vert.: S'baja.
krontjong
e (k i n d o f ) g u i t a r .
F.P.H. Prick van Wely, Viertalig aanvullend hulpwoordenboek voor Groot-Nederland
125
f (e s p è c e d e ) g u i t a r e .
d (e i n e A r t ) G u i t a r r e .
kroonlamp
e chandelier.
f lustre.
d Kronleuchter.
kroonduif
[Nieuw-Guinea]
e crown-pigeon.
f g o u r a , r o u l o u l : l e s g o u r a s vulgairement appelés pigeons couronnés
habitent la Nouvelle Guinée et les archipels avoisinants (N.L.I.).
d K r o n t a u b e (Brehm), K r o n e n t a u b e (Mr.), K r o n v o g e l .
kroonvogel:
zie kroonduif .
kros(s)i gojang:
zie schommelstoel.
kros(s)i males:
zie luierstoel .
kruisprauw
e cruising-pra(h)u.
f pirogue en croisière.
d Kreuzprao.
F.P.H. Prick van Wely, Viertalig aanvullend hulpwoordenboek voor Groot-Nederland
krulpalm
e Martinesia.
f Martinesia.
d Martinesia.
kunstwerken
[bij spoorwegaanleg]
e construction-works.
f travaux of ouvrages d'art.
d [d i e ] K u n s t b a u t e n .
kurkengeld
e c o r k a g e (-m o n e y ): a charge made by hotel-keepers, waiters etc. for every
bottle of wine or other liquor uncorked and served, orig. when not supplied by
themselves (M.).
f droit de bouteille.
d K o r k g e l d = S t ö p s e l g e l d (Grimm), ook S t o p p e l g e l d en
Pfropfengeld.
kustbevolking
e coast-population, population of the coast, the coasters.
f p o p u l a t i o n d e l a c ô t e , d e s c ô t e s of d u l i t t o r a l .
d [d i e ] K ü s t e n b e w o h n e r .
kustbladen
e coast town newspapers.
f journaux des villes littorales.
d Küstenstadtzeitungen.
kustboot
e coasting-steamer, coaster, coastwise vessel.
f cabotier, bâtiment côtier.
d K ü s t e n d a m p f e r , -d a m p f s c h i f f .
F.P.H. Prick van Wely, Viertalig aanvullend hulpwoordenboek voor Groot-Nederland
kustgebergte
e mountains along the coast.
f chaîne côtière.
d Küstengebirge.
kustlichtwachter
e lighthouseman, lightkeeper.
f gardien de phare, garde-phare, chef de phare.
d Feuerwärter, Leuchtturmwächter.
kustlijn
e coast line.
f ligne de la côte.
d Küstenlinie.
kustopname
e coast survey.
f arpentage de la côte.
d Küstenvermessung.
F.P.H. Prick van Wely, Viertalig aanvullend hulpwoordenboek voor Groot-Nederland
126
kustplaats
e seaside place, coast-town, town on the seacoast.
f ville côtière, ville de la côte, ville du littoral.
d K ü s t e n p l a t z - zie de Verkehrsnachrichten der D.K.Z. Ook K ü s t e n o r t ,
Küstenstadt.
kuststaat
e seaside state.
f état côtier.
d Küstenstaat.
kuststreek
e l i t t o r a l , c o a s t r e g i o n (T.).
f zone côtière, littoral.
d Küstenstrich.
kuststrook
e track of coast, seaboard.
f littoral.
d K ü s t e n s t r i c h , -s t r e c k e , -s t r e i f e n .
kustvaartuig
e coaster.
f cabotier.
d Küstenschiff.
kustverdediging
e c o a s t - d e f e n c e (M.S.).
f défense des côtes.
d Küstenverteidigung, Küstenbefestigung.
F.P.H. Prick van Wely, Viertalig aanvullend hulpwoordenboek voor Groot-Nederland
kustverlichting
e the coast lights.
f les feux de la côte, éclairage des côtes.
d Küstenbeleuchtung.
kwaadwillig
[van de bevolking]
e ill-affected, ill-disposed, disaffected, unfriendly.
f malveillant.
d übelgesinnt.
kwak:
zie toewak .
kwakboer
[soldatenslang]
e tu(w)ak seller.
f marchand de vin de palme.
d Palmweinhändler.
kwartaalverslag
e quarterly report.
f rapport trimestriel.
d Vierteljahrsbericht.
kwartaalzuiper
e seasonal drinker.
f ivrogne intermittent.
d Q u a r t a l t r i n k e r , -s ä u f e r (S.V.).
F.P.H. Prick van Wely, Viertalig aanvullend hulpwoordenboek voor Groot-Nederland
kwast
e lemon squash.
f (d u ) c i t r o n p r e s s é .
d L e m o n - s q u a s h = Getränk aus Sodawasser, Zitronensaft und Eis (M.S.).
kweekbed:
zie zaadbed .
kwee (-kwee)
e pastry, cake(s).
f pâtisserie.
d Backwaren, Backwerk, Gebackenes.
kwee lappies
[Inl. spr.]: zie spekkoek .
L.
laadruim
e hold.
f cale de charge.
d Laderaum, Ladungsraum.
laadvermogen
e tonnage.
f port, tonnage, jaugeage.
d Tragfähigkeit.
F.P.H. Prick van Wely, Viertalig aanvullend hulpwoordenboek voor Groot-Nederland
127
Laag-Javaansch
e Low Javanese.
f bas javanais.
d niederjavanisch.
Laag-Maleisch
e L o w M a l a y . Vgl. Reith, Padre in Partibus, p. 134: ... many others share my
difficulty in speaking the polite languages of Europe after learning the L o w
M a l a y of the Straits.
f bas malais.
d niedermalayisch.
laan
[de - uitsturen]
e cashier, bullet, give the bullet.
f bouler, mettre à pied, sacquer.
d den Laufpasz geben.
laatstelijk
e l a t e (adj.), f o r m e r l y ...
f dernièrement.
d e h e m a l i g (adj.).
labaar
e frock-coat.
f redingote, redingue.
d G e h r o c k , B r a t e n r o c k = langer, schwarzer Gesellschaftsrock (Genthe,
DeutschesSlang).OokB r a t e n s t i p p e r ,D r e c k k l i n k e ,P u n s c h k l i n k e
en H a c k e n w ä r m e r .
labarang
F.P.H. Prick van Wely, Viertalig aanvullend hulpwoordenboek voor Groot-Nederland
[Z.A.]: zie lebaran .
laborant
e laboratory experimentor.
f chimiste expérimentateur.
d L a b o r a n t (M.S.).
lachduif
e laughing dove, ring-dove.
f colombe rieuse.
d Lachtaube.
ladang
e 1. a r a b l e l a n d , c u l t i v a t e d f i e l d s ; 2. h i l l - p l a n t a t i o n , d r y
h i l l - p a d i f i e l d . Ook l a d a n g volgens Sc.
f 1. t e r r e a r a b l e ; 2. t e r r a i n d e m o n t a g n e p o u r l a c u l t u r e d u
riz, rizière de montagne.
d 1. A c k e r l a n d ; 2. u n b e w ä s s e r t e s B e r g - R e i s f e l d .
laden en lossen
e load and unload.
f charger et décharger.
d laden und löschen.
lajar:
zie zeil .
lakoe
[- zijn]
e m e r c h a n t a b l e , o f (f i n d i n g ) a r e a d y s a l e , s e l l w e l l , t o p a s s
current.
F.P.H. Prick van Wely, Viertalig aanvullend hulpwoordenboek voor Groot-Nederland
f ê t r e d e (b o n n e ) v e n t e . Vgl. u n e f i l l e d e d é f a i t e = een meisje dat
‘lakoe’ is. Niet lakoe zijn - ê t r e d u r à l a v e n t e ; van geld: n e p a s a v o i r
cours.
d abgängig, guten Abgang habend, leicht unterzubringen,
gangbar.
laks
e indolent, inert, remiss, lax.
f indolent, veule.
d lässig, indolent, lax.
laksa
e C h i n e s e v e r m i c e l l i . In de Straits l a k s a (D.D., p. 231).
f vermicelle chinois.
d chinesische Fadennudeln.
laksheid
e indolence, inertia, supineness.
F.P.H. Prick van Wely, Viertalig aanvullend hulpwoordenboek voor Groot-Nederland
128
f indolence, veulerie.
d Lässigkeit, Indolenz, Laxheit.
* lammeling
[schooltaal]
e coward, funkster.
f lâche, froussard.
d Feigling.
lampenjongen
e lamplighter.
f lampiste, lampier.
d Lampenwärter.
Lampongs
e t h e L a m p o n g c o u n t r y (d i s t r i c t s ).
f p r o v i n c e d e L a m p o n g (Jumelle, Cult. Col., I, p. 318).
d [d i e ] L a m p o n g (l a n d s c h a f t ).
lanciers
[dans]
e lanciers.
f quadrille des lanciers, les lanciers.
d Lanciers.
land
[van 't -]: zie hiergeboren .
landaulet(te)
F.P.H. Prick van Wely, Viertalig aanvullend hulpwoordenboek voor Groot-Nederland
e landaulet, demi-landau.
f landaulet.
d [d a s ] L a n d a u l e t , [d e r ] H a l b l a n d a u e r .
landbouw
[kleine]
e agriculture on a small scale.
f petite colonisation agricole, petite culture.
d kleine Landwirtschaft.
landbouwcrediet
e credit on landed property, Raffeisian credit.
f c r é d i t f o n c i e r of a g r i c o l e .
d Bodenkredit.
landbouwdorp:
zie landbouwkolonie .
landbouwkolonie
e agricultural colony.
f colonie agricole.
d Ackerbaukolonie.
landbouwmaatschappij
e agricultural society.
f société d'agriculture.
d Kulturgesellschaft.
landbouwondernemer
e agriculturist.
f agriculteur, agronome.
d Oekonom, Agronom.
F.P.H. Prick van Wely, Viertalig aanvullend hulpwoordenboek voor Groot-Nederland
landbouwonderneming
e agricultural estate.
f entreprise agricole.
d landwirtschaftliches Unternehmen.
landbouwscheikunde
e a g r i c u l t u r a l c h e m i s t r y (M.).
f chimie agricole.
d Agrikultur-Chemie.
landbouwschool
e a g r i c u l t u r a l c o l l e g e (M.S.).
f école d'agriculture.
d A c k e r b a u s c h u l e (S.V.) of L a n d b a u s c h u l e (D.K.Z.).
landelijk
[- stelsel]
e system of land-tenure.
f régime foncier.
d Grundbesitzsystem.
landelijke
[in 't - gaan]
e to become a plantation employee.
f entrer dans l'agriculture.
d Oekonom werden.
F.P.H. Prick van Wely, Viertalig aanvullend hulpwoordenboek voor Groot-Nederland
129
land- en volkenkunde
e geography and ethnography.
f géographie et ethnologie.
d Landes- und Völkerkunde.
landheer
e l a n d o w n e r ; l a n d h o l d e r ; l a n d e d p r o p r i e t o r . De gezamenlijke
landheeren - t h e l a n d e d i n t e r e s t .
f seigneur terrien, propriétaire foncier.
d Landbesitzer, Grundherr, Landwirt.
landhoofd
e jetty, pier, abutment.
f jetée, culée.
d Hafendamm(kopf).
landhuurder
e tenant, leaseholder.
f tenancier, locataire de terres indigènes.
d Landmieter.
landingsdivisie
e landing-party.
f division de débarquement.
d Landungsdivision.
landingssteiger
e landing-stage.
f débarcadère.
d Landungsbrücke.
F.P.H. Prick van Wely, Viertalig aanvullend hulpwoordenboek voor Groot-Nederland
landraad
d d i s t r i c t m a g i s t r a c y , d i s t r i c t j o i n t c o u r t (o f j u s t i c e ).
f t r i b u n a l d e d i s t r i c t . Vgl. Chailley-Bert, La Hollande etc., p. 73: Tantôt
comme cela a lieu à Java, dans le l a n d r a a d (conseil du pays, tribunal
ordinaire de l'indigène) et dans le tribunal de circuit (ambulant) - ils ont le rôle
d'assesseurs.
d Bezirkstribunal, Distriktsgericht.
landrente
e l a n d r e v e n u e , l a n d t a x : From time immemorial the ruling power
throughout India has been entitled to a share of the produce of every acre of
land, and this share is the so-called l a n d - r e v e n u e . (Strachey, India, p.
100). At least £20.000.000 per annum is obtained in India by the l a n d t a x
(Id., p. 101). Vgl. Money, Java, I, p. 118: The l a n d - r e n t , as it is more correctly
named in Java, is the same as what is called the R y o t ' s L a n d t a x to
Government in India.
f r e d e v a n c e f o n c i è r e of i m p ô t f o n c i e r . Ook t a x e of r e n t e
f o n c i è r e . In zijn Législation Coloniale, II, p. 286 zegt Girault: L ' i m p ô t
f o n c i e r existe aujourd'hui partout... Dans certaines colonies, l'impôt foncier
ne frappe que les maisons. Ailleurs il porte également sur les terres.
d L a n d r e n t e , G r u n d s t e u e r : die G r u n d s t e u e r ist 1872 gesetzlich
geregelt worden (Mr.).
landsadvocaat:
zie Voorrede.
landsdienaar
e p u b l i c s e r v a n t ,g o v e r n m e n t s e r v a n t ,s t a t e s e r v a n t ,s e r v a n t
of the state.
f fonctionnaire de l'état.
d Landesdiener, Staatsdiener, Diener des Staates,
Staatsangestellter.
F.P.H. Prick van Wely, Viertalig aanvullend hulpwoordenboek voor Groot-Nederland
130
landsdrukkerij
e government printing office, government press.
f imprimerie du gouvernement.
d Landesdruckerei, Reichsdruckerei.
's lands kas
e government treasury; national treasury.
f l e t r é s o r p u b l i c of enkel l e t r é s o r .
d K a s s e , R e g i e r u n g s - of G o u v e r n e m e n t s k a s s e .
landskoepokinrichting
e government vaccine-farm.
f parc vaccinogène de l'Etat.
d Landesvakzinationsanstalt.
landswege
[van -]
e on behalf of the government.
f par ordre, du côté du gouvernement.
d regierungsseitig, seitens des Gouvernements.
landvoogd:
zie G.G.
landvoogdes:
zie gouverneursche .
landweg
F.P.H. Prick van Wely, Viertalig aanvullend hulpwoordenboek voor Groot-Nederland
e overland route.
f v o i e d e t e r r e ; r o u t e (d e s I n d e s ) p a r t e r r e (S.V.).
d L a n d w e g (n a c h I n d i e n ).
langganan
e p r o v i d e r , p u r v e y o r , p r o v i s i o n - d e a l e r , c a t e r e r . In E.-Indië ook
dubash.
f fournisseur, vivrier, pour-voyeur.
d (s t ä n d i g e r ) L i e f e r a n t .
langgar
e Q o r â n - s c h o o l , ook v i l l a g e - m o s q u e , p r a y i n g - c h a p e l .
f l a n g g a r : Il y a bien les prêtres musulmans et leurs p e s a n t r e n s ou
l a n g g a r s , dans lesquelles ils enseignent la lecture du Coran en langue
arabe, et quelques éléments de religion (Ch.-B., p. 249).
d Moscheeschule, Koranschule.
langstaart:
zie staart .
lansdragende
e lance-bearer.
f porteur de lance.
d Lanzenträger.
larong
e w i n g e d (m a l e o f t h e w h i t e ) a n t : Lesser pests are found in the flying
insects of the rainy season, smelly objectionables, and w i n g e d a n t s that
swarm in millions (Crompton, Indian Life, p. 166). Ook enkel w h i t e a n t of
winged termite.
f termite ailé.
d g e f l ü g e l t e T e r m i t e , ook f l i e g e n d e A m e i s e : Diesen Abend
umkreisten eine Menge Leuchtkäfer und f l i e g e n d e A m e i s e n [larong,
malayisch] das Schiff (von Raumer, Nied. Osi-Indien, p. 61).
F.P.H. Prick van Wely, Viertalig aanvullend hulpwoordenboek voor Groot-Nederland
lastercampagne
e c a m p a i g n o f c a l u m n y (T.).
f campagne diffamatoire.
d Verleumdungskampagne.
latah
- vert.: behebt met zekere ziekelijke zenuwaandoening, waarbij de lijder als hij schrikt
eens anders woorden en gebaren herhaalt en zichzelf napraat.
F.P.H. Prick van Wely, Viertalig aanvullend hulpwoordenboek voor Groot-Nederland
131
laxans
e laxative.
f laxatif.
d A b f ü h r u n g s -, L a x i e r m i t t e l .
† lazarus:
zie lepralijder .
lebaran
e Mah. New Year, Bairam.
f nouvel an des Mahométans, baïram.
d Mah. Neujahr, Beiram.
leeftijdgrens
e l i m i t o f a g e (M.S.), a g e - l i m i t (T.).
f limite d'âge.
d Altersgrenze.
leenvorst
e feudal prince.
f prince féodal.
d Lehensfürst.
leenvorstendom
e feudal principality.
f principauté féodale.
d Lehensfürstentum.
F.P.H. Prick van Wely, Viertalig aanvullend hulpwoordenboek voor Groot-Nederland
leesgezelschap
e reading-club, reading-society, book-club.
f s o c i é t é d e l e c t u r e (Ch.-B.).
d L e s e z i r k e l of L e s e g e s e l l s c h a f t .
leestijd
e reading-time.
f temps pour la lecture.
d Lesezeit.
1)
leestrommel
e box of the reading-club.
f boîte de la société de lecture.
d T r o m m e l (d e s L e s e z i r k e l s ).
leesvereeniging:
zie leesgezelschap .
legen:
zie sagoeweer .
legercommandant
e army-commander, commander of the Forces, commander
i n C h i e f o f t h e a r m y , C.-i n -C.
f g é n é r a l c o m m a n d a n t e n c h e f (d e s t r o u p e s ) d e l a c o l o n i e ,
généralissime.
d oberster Kriegsherr, Armee-Kommandant.
legkast
e linen-press, linen-chest.
f a r m o i r e à l i n g e , a r m o i r e p o u r l i n g e r i e (Louvre).
1)
Soms = leesgezelschap.
F.P.H. Prick van Wely, Viertalig aanvullend hulpwoordenboek voor Groot-Nederland
d W ä s c h e s c h r a n k , ook L e g e s c h r a n k .
legkip
e layer, laying hen.
f pondeuse.
d Legehenne, Legehuhn.
legkoffie
e store coffee.
f café en magasin.
d Lagerkaffee.
leguaan:
zie minjawak .
leitje
e book-slate.
f a r d o i s e : Vous rendez visite à un ami. Au grincement de la voiture sur le
sable... un boy accourt; il vous présente, muet, une a r d o i s e et un crayon,
et court porter à son maître votre nom et votre message... L ' a r d o i s e , quand
on n'a pas le téléphone, sert encore entre parents et voisins (Ch.-B., p. 60).
d Schiefertafel.
F.P.H. Prick van Wely, Viertalig aanvullend hulpwoordenboek voor Groot-Nederland
132
lekker
e quite the thing,jolly,up to the mark,comfortable;pleased
etc. Ook zegt men t o f e e l g o o d (F. & H.). Vgl. I don't feel q u i t e t h e
t h i n g . He felt quite p l e a s e d with it. Zoo lekker als kip - a s f i t a s a n y
t h i n g , a s r i g h t a s a t r i v e t . Niet lekker - zie onlekker .
f b i e n , à l ' a i s e , à s o n a i s e ; c o n t e n t . Zoo lekker als kip - f r a i s
comme l'oeil.
d b e h a g l i c h ; g e s c h m e i c h e l t , z u f r i e d e n . Zoo lekker als kip sauwohl,kannibalisch wohl,urbehaglich;vergnügt wie ein
Kiebitz.
a) lekkermaken
[zich]
e make oneself comfortable.
f se mettre à l'aise.
d sich's behaglich machen.
b) lekkermaken
[iemand]
e s o f t s a w d e r , b u t t e r o n e (u p ), m a k e u p t o o n e , t o a d y o n e ,
curry favour with.
f c o u c h e r l e p o i l à q q n ., a m a d o u e r , p o m m a d e r , p a t e l i n e r ,
peloter.
d s c h m e i c h e l n , ook f u c h s s c h w ä n z e l n , s i c h e i n e m a n m e i e r n .
lekkermaker
e lick-spittle, toady, claw-back, ear-wig.
f pommadeur,jeteur de pommade,guirlandeur,amadoueur,
patelineur.
d F u c h s s c h w ä n z e r , S c h w e i f w e d l e r en ook S c h m e i c h l e r .
lekkermakerij
e carn(e)ying, toadyism, blarney.
f c a j o l e r i e , (c o u p d e ) p o m m a d e .
F.P.H. Prick van Wely, Viertalig aanvullend hulpwoordenboek voor Groot-Nederland
d Fuchsschwänzerei.
leksteen
e drip, drip-stone.
f [l e ] f i l t r e , p i e r r e à f i l t r e r (N.L.I.).
d Filtrierstein, Leckstein.
Lelang
[spreektaal]: zie vendutie .
lemmetje
[Z.A.]: zie limmetje .
lengganan:
zie langganan .
lepra
e lepra; leprosy.
f [l a ] l è p r e .
d [d e r ] A u s s a t z , [d i e ] L e p r a .
lepradokter
e lepra doctor.
f médecin des lépreux.
d L e p r a d o k t o r : ein zweiter Chinese ist als L e p r a d o k t o r aufgetreten.
(D.K.Z., 1903, p. 505a).
lepralijder
e leper.
f lépreux.
F.P.H. Prick van Wely, Viertalig aanvullend hulpwoordenboek voor Groot-Nederland
d Aussätziger.
leprosarium
e leper-house, leper-hospital, leper-asylum, lazar-house.
f léproserie.
d Hospital für Aussätzige, Leprosenhaus.
lesoeng:
zie rijstblok .
letji
[geïmporteerd uit China]
e litchi, leechee.
f litchi.
d Litschi.
F.P.H. Prick van Wely, Viertalig aanvullend hulpwoordenboek voor Groot-Nederland
133
letterslot
e c o m b i n a t i o n p a d l o c k , l e t t e r l o c k , p u z z l e l o c k en t r i c k l o c k .
f cadenas à combinaisons, cadenas alphabétique.
d Buchstaben-Hängeschlosz.
levensverzekering mij.
e life insurance company.
f compagnie d'assurances sur la vie.
d Lebensversicherungsgesellschaft.
leverabces
e a b s c e s s o f t h e l i v e r , l i v e r a b s c e s s (M.).
f a b c è s a u f o i e : ce n'est qu'un grand marécage, ce pays d'Annam: ... si tu
y prenais ... un a b c è s a u f o i e ? (A. Daudet, Soutien de Famille, p. 104).
Ook a b c è s d u f o i e .
d Leberabscesz.
leveringscontract
e contract of delivery.
f contrat de livraison.
d Lieferungskontrakt.
leveringsvoorwaarden
e conditions of delivery.
f conditions de livraison.
d Lieferungsbedingungen.
lezersplaats
[- vacant]
e vacancy in a reading-club.
F.P.H. Prick van Wely, Viertalig aanvullend hulpwoordenboek voor Groot-Nederland
f vacature dans une société de lecture.
d ledige Stelle im Lesezirkel.
licentie
e licence.
f licence.
d Lizenz, Konzession.
licentie-houder
e licensee.
f tenancier titulaire de licence.
d L i z e n z -, K o n z e s s i o n s i n h a b e r .
lichten
[van de zee]
e p h o s p h o r e s c e , soms b r i m e (Kipling).
f brasiller.
d leuchten.
lichtolie
e i l l u m i n a n t o i l (Wt.).
f huile d'éclairage.
d Beleuchtungsöl.
lichtopzichter
e light-keeper.
f gardien de phare.
d Bakenwächter.
lidi
e palm-fibre, rib of coco-palm leaf.
F.P.H. Prick van Wely, Viertalig aanvullend hulpwoordenboek voor Groot-Nederland
f n e r v u r e (c ô t e ) d e f e u i l l e d e c o c o t i e r .
d Rippe des Kokospalmenblattes.
ligmatje:
zie slaapmatje .
lijfjongen
e b o d y - s e r v a n t (Kipling, Mine own People, p. 38). Ook p e r s o n a l
s e r v a n t (Ibid., p. 84). In E.-I. nog b e a r e r : T h e b e a r e r or valet who
waits upon an English master is often of the highest caste; he may make the
bed, prepare the bath, and attend to all the personal wants of his Sahib, but
not bring him his food (H. Crompton, Indian Life, p. 18).
F.P.H. Prick van Wely, Viertalig aanvullend hulpwoordenboek voor Groot-Nederland
134
f domestique particulier.
d Leibdiener.
lijfmeid
e own maid, personal maid.
f bonne particulière.
d Leibdienerin.
likkewaan
[Z.A.]: zie leguaan .
lijntrekker
[soldatenslang]: zie malenger .
lila
e p i v o t g u n , s w i v e l - g u n . Swettenham geeft: lêla, a jingal, a pivot gun of
small bore much used by Malays. De Cycl. of India: small brass canister swivel
gun.
f pierrier.
d Drehbasse.
limiet
e reserve price.
f limite.
d [d a s ] L i m i t u m , [d i e ] L i m i t e , P r e i s g r e n z e .
limiteeren
[op vendutie]
e put a reserve price on.
f limiter.
F.P.H. Prick van Wely, Viertalig aanvullend hulpwoordenboek voor Groot-Nederland
d limitieren.
limmetje
e lemon.
f limette.
d Limette, Limone.
† linde
[Indische -]: zie waroe.
linnenjuffrouw
e s t e w a r d e s s , l i n e n - k e e p e r (M.).
f l i n g è r e (in hotel, kostschool); f e m m e d e c h a m b r e (aan boord).
d Stewardess.
linnenkamer
e l i n e n r o o m : It was a comfort, too, to be able to air the l i n e n r o o m again
in real Dutch style (A. Linden, Gold, p. 11).
f l i n g e r i e (H.D.), g a r d e l i n g e .
d L e i n w a n d k a m m e r (Mr.). Ook L e i n e n k a m m e r .
1)
liplap
e l i p - l a p , a vulgar and disparaging nickname given in the Dutch Indies to
Eurasians, and corresponding to Anglo-Indian C h e e - c h e e (H.J.).
f m é t i s : A Java, les L i p l a p p e n , métis de Hollandais et de femmes
indigènes... semblent avoir réussi (Navarre, Manuel d'Hygiène, p. 160).
d H a l b r a c i g e r , M i s c h l i n g . In het Duitsch is L i p p e n l a p p = thörichter
Mensch (Grimm). Vgl. Pfyffer zu Neueck, Skizzen v.d. Insel Java, pag. 66: Man
nennt aber auf Java diese Menschengattung (Kreolen) überall L i p l a p p e n .
† lipperd:
1)
In Z.A. is l i e p l a p p e r ; 1. bastaard; 2. landlooper, luiwammes.
F.P.H. Prick van Wely, Viertalig aanvullend hulpwoordenboek voor Groot-Nederland
zie liplap .
lobak
e R a p h a n u s c a u d a t u s L.
f R a p h a n u s c a u d a t u s L.
d R a p h a n u s c a u d a t u s L.
lodji
[Inl. spr.]: zie residentiehuis .
loemboeng
e paddy barn, rice store-house, rice golak.
f grange de paddie, hangar de riz.
d Paddy-Scheune, Reisscheuer.
F.P.H. Prick van Wely, Viertalig aanvullend hulpwoordenboek voor Groot-Nederland
135
loempang:
zie rijstblok .
loerah:
zie dorpshoofd .
loeri
e l o r i s (M.S.).
f l o r i : Les l o r i s ressemblent aux makis (B.).
d L o r i = Stenops tardigradus (F.).
loetoeng
e Semnopithecus mauras.
f semnopithèque noir.
d L u t u n g : Von anderen Säugetieren des javanischen Urwaldes habe ich nur
noch zwei Arten von Affen zu Gesicht bekommen den... gelbgrauen Macaco
und den schwarzen L u t u n g (Haeckel, Aus Insulinde, p. 121).
loe(w)ak
e p o l e c a t , l u w a c k (M.S.).
f m u s a n g , (e s p è c e d e ) p u t o i s .
d M u s a n g (Krüger, Das Zuckerrohr, p. 303). Ook P a l m e n - r o l l e r of
P a l m e n m a r d e r : Dagegen erblickte ich in den Baumgipfeln mehrmals den
kletternden P a l m e n m a r d e r (Paradoxurus Musanga), zegt Haeckel in zijn
Aus Insulinde, p. 122.
loge
e m a s o n i c h a l l of t e m p l e , f r e e - m a s o n s ' l o d g e .
f loge maçonnique.
d Freimaurerloge, Logenlokal.
F.P.H. Prick van Wely, Viertalig aanvullend hulpwoordenboek voor Groot-Nederland
† loge
e factory.
f comptoir commercial.
d Faktorei.
logeeren
[iemand]
e accommodate, put up, give house-room to, take in.
f loger.
d beherbergen.
logies
[- vragen]
e t o b e g h o u s e - r o o m o f (A. Linden, Gold, p. 140).
f s'enquérir d'un logement.
d um Beherbergung bitten.
lombok
e (s e e d - c a p s u l e s o f t h e ) r e d p e p p e r , p o d p e p p e r , t a b a s c o ,
c a y e n n e p e p p e r (kleine soort), c a p s i c u m , G u i n e a p e p p e r ,
g a r d e n c o r a l . De L o m b o k s e t a n of t j a b é r a w i t wordt naar Engeland
uitgevoerd en is daar bekend als c h i l l e e of c h i l l i - vgl. t j i l i in 't Maleisch
van Ambon.
f p i m e n t (e n r a g é ), p o i v r o n ; p o i v r e d e G u i n é e (kleine soort). Ook
c o r a i l d e s j a r d i n s (H.D.).
d r o t e r S c h o t e n p f e f f e r ; C a y e n n e p f e f f e r (kleine soort), i n d i s c h e r
Pfeffer, Beiszbeere.
lontar(palm)
e p a l m y r a (-p a l m ), in Bombay b r a b : The name b r a b , commonly used in
Bombay, is derived from the Portuguese b r a b a , wild palm (Wt.).
f p a l m i e r p a l m y r e (Villiers de l'Isle-Adam, Akëdysséril), p. b o r a s s e , p.
f l a b e l l i f o r m e . Ook r ô n i e r , l o n t a r (M.V.E.) en a r b r e d e s
c h a s s e u r s : Ça et là le l o n t a r ou a r b r e d e s c h a s s e u r s montrait
aussi ses feuilles en forme d'éventail, sur lesquelles les Indiens a-
F.P.H. Prick van Wely, Viertalig aanvullend hulpwoordenboek voor Groot-Nederland
136
vaient autrefois coutume d'écrire leurs lettres (H. Conscience, Batavia, p. 31).
d [d e r ] L o n t a r (M.S.), d i e P a l m y r a - p a l m e of F ä c h e l - p a l m e .
loodje
[onder het - leggen]
e to put aside, put upon the shelf, shelve, hang up,
pigeon-hole.
f m e t t r e d e c ô t é , m e t t r e of p e n d r e a u c r o c , m e t t r e a u r a n c a r t .
d ad Acta legen, bei Seite legen.
loodvergiftiging
e lead-poisoning, saturnism.
f empoisonnement saturnin, saturnisme.
d B l e i v e r g i f t u n g (M.S.).
loopbrug
e gangway.
f planche, passerelle.
d Laufplanke.
looper
e 1. r u n n e r : A travelling-carriage, preceded by two r u n n e r s with torches,
drove past (Melati van Java, The Resident's Daughter, p. 143). Ook r u n n i n g
f o o t m a n , vgl. de S.T.: in a victoria drawn by four small ponies, kept going
by the wild gr-r-r-ee gr-r-r-eeing of our n a t i v e r u n n i n g f o o t m a n , we
drove to the scattered temples on the plain of Parambanan. En verder d'Almeida,
Life in Java, I, p. 61: Below the back seat was a board for the lopers, or
w h i p p e r s - u p . In Eng.-Indië f o o t b o y ; 2. p a p e r b o y .
f 1. c o u r e u r ; v a l e t d e p i e d : Ce matin ... une voiture de l'hôtel est à ma
porte avec son k o u s s i r et son c o u r e u r malais (Lias, De France à Sumatra,
p. 180). Ook p i o n . Aussitôt le docteur anglais ... s'adressa au directeur de la
Compagnie anglaise des Indes, qui ... lui donna un palanquin avec deux relais
de vigoureux coulis ou porteurs, ... deux p i o n s ou coureurs (B. de St. Pierre,
Chaumière Ind., p. 37). 2. p o r t e u r d e j o u r n a u x .
d 1. L ä u f e r . Hierbij teekent S.V. aan: auch Diener der dem Wagen einer
Herrschaft vorauf-läuft; 2. Z e i t u n g s t r ä g e r .
F.P.H. Prick van Wely, Viertalig aanvullend hulpwoordenboek voor Groot-Nederland
lori
e lory, loory, loori, nury.
f l o r i : On a donné ce nom dans les Indes à une famille de perroquets dont le
cri exprime assez bien le son lori (Li.).
d [d e r ] L o r i (M.S.). Ook [d i e ] K u r z s c h w ä n z e .
lorrie
e lowry, lorrie, lorry.
f l o r i , de l'anglais l o w r y , même sens (N.L.I.).
d [d e r ] L o w r y .
luchtwortel
e aërial root.
f racine aérienne, racine raméaire.
d L u f t w u r z e l (S.V.).
lui
[liever - dan moe zijn]
e be as lazy as Ludlam's dog, take things easy.
f n e p a s (a i m e r ) s e f o u l e r l a r a t e , a i m e r s e s a i s e s .
d gern bohren wo das Brett am dünnsten ist.
F.P.H. Prick van Wely, Viertalig aanvullend hulpwoordenboek voor Groot-Nederland
137
luiaardstoel:
zie luierstoel .
luie(r)stoel
e l o n g c h a i r , l o u n g e , l o u n g i n g c h a i r ; B o m b a y c h a i r (met
uitslaande beensteunen, l e g - r e s t s genoemd).
f c h a i s e l o n g u e (e n r o t i n ). Ook f l â n e u s e (N.L.I.).
d R o t t a n L a n g s t u h l , F a u l e n z e r , L i e g e s t u h l . Ook l a n g e r
R o t t a n s t u h l en soms L o n g c h a i r .
luitenant-Chinees
e L i e u t e n a n t o f C h i n e s e . Hierbij wordt in Melati van Java's The Resident's
Daughter op p. 92 aangeteekend: The government of the Netherlands Indies
controls the colonies of ‘foreign orientals’, as they are called, such as Arabs
and Chinese, by appointing over them a responsible headman of their own
nationality. This functionary bears a title - Lieutenant, Captain, or Major - which
of course has no military significance.
f l i e u t e n a n t d e s C h i n o i s - zie het Engelsch.
d L e u t n a n t d e r C h i n e s e n - zie het Engelsch.
luitenant-generaal
e Lieutenant-General.
f l i e u t e n a n t g é n é r a l :Lapremièrecommissiondel i e u t e n a n t g é n é r a l
de sa Majesté dans les îles de l'Amérique fut accordée le 15 février 1638 au
sieur Louvillers de Poincy (Girault, Législation col., I, p. 173). Later kwamen
er ook g o u v e r n e u r s l i e u t e n a n t s g é n é r a u x .
d Generallieutenant.
luitenantsvrouw
e l i e u t e n a n t ' s w i f e (l a d y ).
f f e m m e d e l i e u t e n a n t , fam. l i e u t e n a n t e .
d Leutnantsfrau.
F.P.H. Prick van Wely, Viertalig aanvullend hulpwoordenboek voor Groot-Nederland
lustre
e lustring.
f lustrine.
d [d e r ] L ü s t e r .
luxe-artikel
e article of luxury, fancy-article.
f article de luxe.
d [d e r ] L u x u s a r t i k e l .
lysol
e lysol.
f lysol.
d [d a s ] L y s o l .
M.
maalfeest
e feast before the crushing.
f f ê t e d e l a m o u t u r e (?)
d Fest beim Anfang des Zuckerrohrmahlehs.
maalriet
e crushing-cane.
f c a n n e (à s u c r e ) p o u r l e b r o y a g e .
d Zuckerrohr zum Mahlen.
maaltijd
e c r u s h i n g - t i m e (s e a s o n ).
f temps du broyage.
d Zeit des Zuckerrohrmahlens.
F.P.H. Prick van Wely, Viertalig aanvullend hulpwoordenboek voor Groot-Nederland
maanblaffer:
zie kamponghond .
maandgelder
e employee paid by the month.
F.P.H. Prick van Wely, Viertalig aanvullend hulpwoordenboek voor Groot-Nederland
138
f employé payé au mois.
d monatlich bezahlter Angestellter, gegen Monatsgeld
Angestellter.
maandrapport
e monthly report.
f rapport mensuel.
d [d e r ] M o n a t s b e r i c h t (M.S.).
maatglas
e measure glass, graduated glass.
f verre à division.
d Meszglas.
maatschappij
[eene - oprichten]
e t o f o r m (f l o a t ) a c o m p a n y .
f fonder une société.
d eine Gesellschaft gründen.
machine-geweer
e machine-gun.
f fusil-mitrailleuse, canon-machine, canon-revolver.
d Maschinengewehr.
machtsvertoon
e d i s p l a y o f p o w e r (f o r c e ).
f déploiement de puissance, de forces.
d Machtentfaltung.
F.P.H. Prick van Wely, Viertalig aanvullend hulpwoordenboek voor Groot-Nederland
madapolam
e madapolam.
f m a d a p o l a m (H.D.).
d [d a s ] M a d a p o l a m .
1)
madat
e m a d a t , s m o k i n g - o p i u m . The opium used in such assemblages [for
smoking opium in company] is mixed with tobacco or other leaves and is called
m a d a t , from the Arabic m a d a t = spiritual or bodily refreshment. It was at
first used as an euphemistic expression for the prohibited drug (Dr. Snouck
Hurgronje, The Achehnese, p. 33). Swettenham Eng. and Malay Voc. omschrijft
m a d a t als: opium ready for smoking. M a d a t is inferior in quality to c h a n d u ,
being prepared from the covering which encloses the opium, whilst c h a n d u
is prepared from the drug itself. In E.-I. is m a d a k : the special Indian
preparation smoked by the lower classes (Wt.).
f opium préparé, opium manufacturé.
d bereitetes Opium.
Madoerees
e Madurese.
f h a b i t a n t d e M a d u r a of M a d u r i e n .
d Madurese.
1)
magang
e 1. J a v a n e s e w r i t e r ; 2. J a v . v o l u n t e e r .
f 1. c o p i s t e , é c r i v a i n j a v a n a i s ; 2. v o l o n t a i r e j a v a n a i s .
d 1. j a v . S c h r e i b e r ; 2. j a v . V o l o n t ä r .
Mahom(m)edanisme
e M o h a m m e d a n i s m : M o h a m m e d a n i s m is as mighty a force in the
world as Catholicism (Rev. of Rev. Nov. 1902, p. 499). Soms
Muhammadanism.
f M a h o m é t i s m e of M a h o m é t a n i s m e . Vgl. de Musset, Namouna:
1)
1)
Vgl. tjandoe.
De m a g a n g in bet. 2 treedt als volontair in dienst bij een inlandschen of ook wel
Europeeschen ambtenaar.
F.P.H. Prick van Wely, Viertalig aanvullend hulpwoordenboek voor Groot-Nederland
139
C'est le point capital du m a h o m é t a n i s m e .
Diable! j'ai du malheur, - encore un barbarisme!
On dit m a h o m é t i s m e , et j'en suis bien fâché.
d Mohammedanismus.
† Ma(c)hometist:
zie Mohamedaan .
maiden hair
[Z.A.]: zie chevelure .
mail
e mail.
f c o u r r i e r , l a m a l l e (d e s I n d e s ).
d Briefpost, Mail(post), europäische Post.
mailberichten
e mail news.
f nouvelles apportées par le courrier.
d Mailpostnachrichten.
mailbladen
e papers come in by mail, mail-papers.
f journaux apportés par la malle.
d mit der Mailpost angekommene Zeitungen.
mailboot
e mail-steamer, mail-boat.
f p a q u e b o t (-p o s t e ), b a t e a u - p o s t e , c o u r r i e r p o s t a l .
d Postdampfer, Postschiff.
F.P.H. Prick van Wely, Viertalig aanvullend hulpwoordenboek voor Groot-Nederland
mailbrief
e m a i l l e t t e r (M.).
f l e t t r e p o u r (p a r ) l a m a l l e .
d Mailpost-Brief.
maildag
e m a i l - d a y , soms p a c k e t - d a y (M.).
f jour de courrier, jour de poste.
d Posttag.
maildienst
e mail service.
f service maritime postal.
d Postschiffdienst.
maileditie
e colonial edition, weekly edition.
f édition d'outre-mer.
d m i t d e r M a i l p o s t z u b e f ö r d e r n d e [b e f ö r d e r t e ] A u s g a b e ,
Wochenausgabe.
mailen
e t o w r i t e b y m a i l , t o m a i l . Dit laatste is oorspronkelijk Amerikaansch.
f écrire par le courrier.
d mit der Seepost schreiben.
mailpapier
e m a i l n o t e p a p e r (M.), f o r e i g n p o s t p a p e r .
F.P.H. Prick van Wely, Viertalig aanvullend hulpwoordenboek voor Groot-Nederland
f p a p i e r p e l u r e . Vgl. echter de voorrede (p. VII) van Farrère, Fumée d'Opium:
ces petites feuilles le prouvaient bien, car elles étaient de papier à lettres: vous
connaissez ce papier mince et léger que les Anglais appellent ‘colonial.’
d Mailpost-Briefpapier.
mailreis
e v o y a g e , p a s s a g e o u t (h o m e ).
f voyage en paquebot.
d Postdampferreise.
mailreiziger
e p a s s e n g e r f o r (i n ) t h e m a i l .
f passager de paquebot.
d D a m p f e r p a s s a g i e r (Haeckel, Aus Insulinde, p. 10).
F.P.H. Prick van Wely, Viertalig aanvullend hulpwoordenboek voor Groot-Nederland
140
mailstoel
[N]: zie dekstoel .
mailsluiting
e c l o s i n g o f t h e m a i l . In de advertenties aangekondigd door M a i l s
close.
f fermeture du courrier.
d Seepostschlusz, letzte Beförderungsgelegenheit.
mailtrein
e m a i l - t r a i n (M.-S.).
f train de poste, train-poste.
d Mailzug, Zug mit Postbeförderung.
mailzak
e mail-bag, mail-sack.
f sac de poste, sac de lettres.
d Postsack.
maïskolf
[N]
e corn-cob.
f é p i d e m a ï s , p a n o u i l (l e ): nom de l'épi de maïs dans quelques régions
de la France (N.L.I.).
d [d e r ] M a ï s k o l b e n .
majolica
e majolica.
f majolique, maïolique.
d [d i e ] M a j o l i k a .
F.P.H. Prick van Wely, Viertalig aanvullend hulpwoordenboek voor Groot-Nederland
majoor-Chinees
e Major of Chinese, upper Chinese headman.
f chef major des Chinois.
d Oberhauptmann der Chinesen.
majoorsche
e m a j o r ' s w i f e (l a d y ).
f f e m m e d u (d e ) m a j o r . Volgens H.D. wordt m a j o r e s s e alleen gebruikt
‘par plaisanterie.’
d Majorin, Kommandeuse.
Makas(s)aar
e 1. n a t i v e o f M a c a s s a r , M a c a s s a r m a n - vgl. Reith, Padre in Partibus,
p. 39: I doubt if the most learned ethnologist could distinguish one nationality
from another were he asked to do so in a crowd of Javanese, Malays, Balinese,
Sasaks, Bugis, and M a c a s s a r m e n ; 2. M a c a s s a r p o n e y .
f 1. M a c a s s a r , M a ( n g ) k a s s a r ; 2. c h e v a l d e M a c a s s a r ,
(M a n g k a s s a r ). Vgl. Babut, F. Batel, I, p. 100: Les musiciens indigènes sont
recrutés parmi les M a c a s s a r s . Ibid. p. 119:... le fourgon passe au galop de
ses quatre petits M a c a s s a r s .
d 1. M a k a s s a r , mv. en 2. M a k a s s a r p f e r d ( c h e n ) .
Makas(s)arolie
e Macassar-oil.
f huile de Macassar.
d Makassaröl.
Makas(s)aarsch
e Macassar.
f d e M a c a s s a r (M a n g k a s s a r ).
d M a k a s s a r - ..., m a k a s s a r i s c h .
maki
F.P.H. Prick van Wely, Viertalig aanvullend hulpwoordenboek voor Groot-Nederland
e maki.
f maki.
d Maki.
malaria
e m a l a r i a , m a l a r i a l f e v e r . Vgl. M.: The term m a l a r i a is preferable to
paludism.
f [l a ] m a l a r i a , p a l u d i s m e , f i è v r e p a l u d é e n n e of p a l u s t r e : Les
moustiques sont
F.P.H. Prick van Wely, Viertalig aanvullend hulpwoordenboek voor Groot-Nederland
141
les principaux propagateurs de la f i è v r e p a l u s t r e (Alm. Hachette).
d [d i e ] M a l a r i a , [d a s ] W e c h s e l f i e b e r , S u m p f f i e b e r .
malariaaanval
e a t t a c k o f m a l a r i a . Ook a c c e s s en f i t o f m a l a r i a .
f accès de paludisme.
d Malaria-Anfall.
malariainfectie
e malaria(l) infection.
f infection de malaria.
d Malaria-Infektion.
malarialijder
e malaria patient.
f malarique.
d Malariakranker.
malariamuskiet
zie anopheles .
malariaverschijnselen
e malarial symptoms.
f symptômes de malaria.
d Malaria-Symptome.
† Malaijer:
zie Maleier .
F.P.H. Prick van Wely, Viertalig aanvullend hulpwoordenboek voor Groot-Nederland
malati:
zie melatie .
Malayicus
e Malay scholar.
f malaïsant.
d Malayicus.
Maleier
e Malay.
f Malais.
d Malaie, Malaye.
Maleisch
e M a l a y , M a l a y a n , bijv. the M a l a y ( a n ) A r c h i p e l a g o .
f malais.
d malaiisch.
† Maleitsch:
zie Maleisch .
malenger
e m a l i n g e r e r , s k u l k e r , s c r i m s h a n k e r en m a l i n g e r i n g s h i r k .
f simulant, embusqué, fricoteur, tireur au cul, au flan(c), au
g r e n a d i e r : tout le ban et l'arrière ban des t i r e u r s a u g r e n a d i e r se
hâtait, clopin-clopant, vers l'exemption de service possible ou les quatre jours
de salle de police probables (A. Byl, Champignol, p. 200).
d Simulant, Drückeberger.
malengeren
F.P.H. Prick van Wely, Viertalig aanvullend hulpwoordenboek voor Groot-Nederland
e t o m a l i n g e r , to feign sickness in order to avoid duty (Ch.). Ook to
s c r i m s h a n k ent o s h a m A b r a h a m ;inAmerikap l a y c o n s u m p t i o n .
f faire le malingre; malingrer.
d s i m u l i e r e n ; ook s i c h k r a n k s t e l l e n .
malloot
[1. adj. en 2. subst.]
e 1. m a d , c r a z y ; 2. f o o l , m a d - c a p .
f 1. f o u , t i m b r é ; 2. f o u , s o t , v i é d a s s e .
d 1. v e r r ü c k t ; 2. N a r r o f S c h a u t e .
maloe
[spreektaal]
e bashful, shy, ashamed, abashed.
f honteux, timide.
d leutscheu, blöde, verschämt, schüchtern.
man
[de kleine -]
e t h e s m a l l f o l k s (p e o p l e ).
f l e p e t i t p e u p l e , l e s p e t i t e s g e n s (R. Bazin, Le Blé qui lève, p. 351).
d die kleinen Leute.
F.P.H. Prick van Wely, Viertalig aanvullend hulpwoordenboek voor Groot-Nederland
142
mandaat
e o r d e r f o r t h e p a y m e n t (o f ).
f m a n d a t (d e p a i e m e n t ).
d Zahlungsanweisung.
mandateeren
e pass for payment, deliver an order for payment.
f ordonnancer.
d mandatieren.
mandau
[der Dajakkers]
e head-hunter's sword.
f coupe-tête.
d M a n d a u , K ö p f s c h w e r t (Mr.).
mandi(e)bak
e p i s c i n a , t a n k : The bathrooms, with porcelain t a n k and tiles, leave nothing
to be desired (E. Richings, Through the Mal. Archipelago, p. 16).
f piscine, bassin.
d B a s s i n - zie gajong .
† mandiel:
zie hoofddoek .
mandiën
e to bathe, to have a dipper-bath, to have a sluice.
f se baigner, prendre un bain.
d baden, ein Schiffsbad nehmen.
F.P.H. Prick van Wely, Viertalig aanvullend hulpwoordenboek voor Groot-Nederland
mandi(e)kamer
e bath room.
f salle de bains, cabinet de douche.
d Badezimmer, Badekammer.
mandoer
e m a n d o ( o ) r ; h e a d m a n (Wallace, The Malay Archipelago, p. 312). Soms
g a n g e r (o f c o o l i e s ), f o r e - m a n en in E.-Indië m a t e , bijv. a m a t e o f
c o o l i e s = koeliemandoer.
f p r é p o s é , c h e f d ' é q u i p e , c o n t r e - m a î t r e i n d i g è n e . Ook g é r a n t
i n d i g è n e en b o y - c h e f in een hotel of societeit (Farrère, Les Civilisés, p.
40).
d (i n l ä n d i s c h e r ) A u f s e h e r , V o r a r b e i t e r . Ook W e r k f ü h r e r . Zie de
D.K.Z., p. 272: Sie [die Kolonie] entschlosz sich ... die Arbeiten durch kleine
Gruppen von Schwarzen unter je einem W e r k f ü h r e r (nach afrikanischem
Sprachgebrauch ‘headman’) ausführen zu lassen.
mandoor
[Z.A.]: zie mandoer .
Mandsjoerije
e Manchuria.
f la Mandchourie.
d [d i e ] M a n d s c h u r e i .
manel
[Z.A.]: zie labaar .
† mangestang:
zie manggistan .
† mangasboom:
F.P.H. Prick van Wely, Viertalig aanvullend hulpwoordenboek voor Groot-Nederland
zie manggaboom .
mangga
e m a n g o : There are other trees which were held in veneration by Indian
Buddhists - for example the M a n g o (Amra) and the Jambu, and the Asoka
(Monier - Williams, Buddhism, p. 516). Zie serikaja .
f [l a ] m a n g u e , fruit du m a n g u i e r (Li.); zie Leconte de Lisle, Nurmahal:
Là, les riches Babous, assis sous les varangues,
Fument des huqâs pleins d'épices et d'odeurs,
Ou mangent le raisin, la pistache et les m a n g u e s
Tandis que les Çaïs veillent les chiens rodeurs.
F.P.H. Prick van Wely, Viertalig aanvullend hulpwoordenboek voor Groot-Nederland
143
d M a n g o (p f l a u m e ); M a n g o - b a u m .
† manggas tangas:
zie manggistan .
manggis:
zie manggistan .
† manggisboter:
zie manghesboter .
manggistan
e m a n g o s t a n of m a n g o s t e e n (M.S.). Ook m a n g g i s en m i m b u (Wt.).
f [l e ] m a n g o u s t a n ( i e r ) heet de boom, maar in de wandeling b r i n d o n i e r
(B.); de vrucht heet l a m a n g o u s t e (Li.).
d [d i e ] M a n g o s t á n e (M.S.), soms verbasterd tot M a n g o t s - T a n n e (S.V.).
† manghesbot(t)er
e Brindonia tallow, Cocum butter, Kokum-oil,
mangosteenbutter.
f beurre de Cocum, huile de Madool.
d K o k u m b u t t e r (Mr.).
mangrove
e mangrove.
f manglier, palétuvier.
d Mangrove-Baum.
F.P.H. Prick van Wely, Viertalig aanvullend hulpwoordenboek voor Groot-Nederland
manille
[in 't hombrespel]
e manille, manilla.
f manille.
d Manille.
Manil(l)ees
e Manil(l)a man.
f habitant de Manille.
d Bewohner von Manila.
manis
[- in zijn oordeel enz.]
e mild, lenient.
f affable, doux.
d milde, gelinde, sanft.
† manisang:
zie manisan .
manisan(s)
e sweets; sweetmeats, confections.
f des confitures, fruits conservés au sucre.
d (i n Z u c k e r ) E i n g e m a c h t e s .
manja
[W.-Indië]: zie mangga .
manje
[W.-I.]: zie mangga .
F.P.H. Prick van Wely, Viertalig aanvullend hulpwoordenboek voor Groot-Nederland
mannetjesbamboe
e m a l e b a m b o o : the term m a l e b a m b o o is given to any solid or nearly
solid bamboo used for spear or lance staves and for walking sticks, though it
is more particularly applicable to Dendrocalamus strictus (Wt.).
f bambou mâle.
d männlicher Bambus.
mannetjeskoffie:
zie parelkoffie .
mannie
[aanspreking]
e hubbie.
f mon petit chéri, loulou.
d M ä n n c h e n (Paul, Wörterbuch).
mantrie
e m a n t r i , m u n t r e e . Van m a n t r i zegt H.J.: m a n t r i e (see m u n t r e e ) is
still much in vogue among the less barbarous Hill Races on the Eastern frontier
of Bengal ... as a denomination for their petty dignitaries under the chief. Dit is
geheel overeenkomstig het ge-
F.P.H. Prick van Wely, Viertalig aanvullend hulpwoordenboek voor Groot-Nederland
144
bruik van m a n t r i e in m a n t r i e -koffie en m a n t r i e -politie.
f m a n t r i = conseiller, ministre; employé: les m a n t r i sont chacun chefs de
service dans leur district, m a n t r i du café, m a n t r i de la police, etc. (Ch.-B.,
p. 186).
d M a n t r i = Ratgeber, Minister; Angestellter.
maraschino
e maraschino, marasquin(o).
f marasquin.
d Maraschino.
† mardhika:
zie mardijker .
mardijker
e f r e e d m a n , m a n u m i t t e d s l a v e . Vgl. D.D., pag. 367: the distinction
between the slave and the freeman (m a r d e k a ), is distinctly enough drawn
by the Malays. Verder M., die uit Churchhill's, Collected Voyages citeert: The
Javanese and M a r d y k e r s .
f esclave libéré, affranchi.
d freigelassener Sklave.
marine-etablissement
e naval arsenal, maritime arsenal.
f a r s e n a l (é t a b l i s s e m e n t ) m a r i t i m e of d e m a r i n e .
d Marine-Arsenal, See-Arsenal.
markoesa
e c o m m o n g r a n a d i l l a (M.S.).
f barbadine.
d (A r t ) P a s s i o n s b l u m e , n.l. de Passiflora quadrangularis, de vrucht heet
R a n g a p f e l (Mr.).
F.P.H. Prick van Wely, Viertalig aanvullend hulpwoordenboek voor Groot-Nederland
marmerglas
e alebaster glass.
f verre-marbre.
d M a r m o r -, M i l c h g l a s .
martavaan
e m a r t a b a n : This name was given to vessels of a peculiar pottery, of very
large size, and glazed, which were famous all over the East for many centuries,
and were exported from Martaban. They were sometimes called P e g u j a r s
and under that name specimens were shown at the Great Exhibition of 1851
(H.J.). Het E.-Indisch Regeeringsverslag van 1890-91 gebruikt nog dit woord:
The pottery of Burma, though not specially artistic, is yet strong and durable;
and the great P e g u j a r s are much valued up and down the coast, as well
as inland.
f jarre de Martaban.
d Martabantopf.
mas
e m a c e : a weight used in Sumatra, being according to Crawfurd, 1-16th of a
Malay tael, or about forty grains (H.J.).
f 1/16 d ' u n t a e l .
d 1/16 T a e l .
masa
e y o u d o n ' t s a y s o ! O h m y ! m u s h a ! (E.-I.).
f allez donc, comment donc! allons! que tu dis! pour!
d also doch, nein aber, das wäre! Na, so was!
maskas
[Z.A.]: zie masa!
masdjid:
zie mesigit .
F.P.H. Prick van Wely, Viertalig aanvullend hulpwoordenboek voor Groot-Nederland
massooi
e bark of Sassafras Goesianum.
F.P.H. Prick van Wely, Viertalig aanvullend hulpwoordenboek voor Groot-Nederland
145
f écorce de Sassafras Goesianum.
d [d i e ] S a s s a f r a s G o e s i a n u m R i n d e .
† mat
[Spaansche -]: zie ringgit .
mata
zal etymologisch wel niets te maken hebben met matoe.
e 0,386 g r a m ( m e s ) .
f 0,386 g r a m m e s .
d 0.386 G r a m m .
mata glap
[- zijn]
e t o s e e r e d ongeveer. Dit is een verengelsching van de Fransche, vooral
door Zola bekend geworden uitdrukking v o i r r o u g e , o.a. te vinden in L.
Malet's, Sir Rich. Calmady, p. 39. Dit v o i r r o u g e of t o s e e r e d , drukt
zoo wat den toestand uit, waarin iemand, die m a t a g l a p is, zich bevindt. In
Engeland is de uitdrukking: t o s e e r e d = to lust for bloodshed, reeds zoo
bekend dat The Athenaeum (1904, pag. 374b) er over klaagt, dat Murray ze
niet opgenomen heeft. In Am. s e e t h i n g s r e d .
f v o i r r o u g e ongeveer - zie het Engelsch.
d v o n M o r d l u s t e r g r i f f e n s e i n . Vgl. de onjuiste verklaring van Pfyffer
zu Neueck, Skizzen, p. 23: Der Beleidigte macht alsdann Amokh (Aufruhr),
betäubt seine Sinne mit Opium, bedeckt mit den langen schwarzen Haaren
das Gesicht (dieses nennt man m a t a g l a p , oder dunkle Augen), ergreift
einen Kris und ermordet jeden, der ihm begegnet.
mata sa(m)pi
e fried egg.
f o e u f s u r l e p l a t , o e u f a u m i r o i r (H.D.). Ook reeds o e u f s m i r o i r :
Là, devant mes o e u f s m i r o i r , je me suis senti envahi par le découragement
(P. Veber, Dans unfauteuil, VI).
d Spiegelei, Ochsenauge.
F.P.H. Prick van Wely, Viertalig aanvullend hulpwoordenboek voor Groot-Nederland
matelot
[dameshoed]
e sailor hat, boater.
f canotier.
d Matrosenhut.
matinée musicale
e morning-concert.
f matinée musicale.
d Morgenkonzert.
matriarchaat
e m a t r i a r c h y (Collins's Dict.), m a t r i a r c h a t e (Index op Dr. Snouck
Hurgronje, De Atjehers, maar in den tekst staat: we shall see how among many
genuine patriarchal institutions, survivals are not wanting of the former
prevalence of what the Germans call ‘Mutterrecht’ or to which they apply the
curious hybrid name ‘M a t r i a r c h a t ’). Soms ook nog m o t h e r - r i g h t .
f m a t r i a r c a t : coutume en vertu de laquelle, chez certaines peuplades, les
femmes donnent leur nom aux enfants et exercent une grande autorité dans
la famille (N.L.I.).
d M a t r i a r c h a t , die Herrschaft der Frauen (Haeckel, Aus Insulinde, p. 198).
Ook M u t t e r r e c h t .
mawas:
zie orang oetan(g) .
medepassagier
e f e l l o w - v o y a g e r : Several of
F.P.H. Prick van Wely, Viertalig aanvullend hulpwoordenboek voor Groot-Nederland
146
her f e l l o w v o y a g e r s had evinced the liveliest sympathy and interest in
her (Cunningham, Chronicles of Dustypore, p. 19). Vaker f é l l o w
p a s s e n g e r : There had been some very charming f e l l o w - p a s s e n g e r s
on board (Ibid., p. 20).
f c o m p a g n o n d e v o y a g e of d e p a q u e b o t .
d Mitreisende(r).
* medicineeren
[transitief]
e physic, doctor one.
f m é d e c i n e r q q n ., t r a i t e r , s o i g n e r q q n .
d ärztlich behandeln.
medicijnkastje
e medecine-chest.
f pharmacie domestique.
d A r z n e i k ä s t c h e n , ook H a u s - a p o t h e k e .
medusa
e medusa.
f (t ê t e d e ) m é d u s e .
d [d i e ] M e d u s e .
meetinstrument
e surveying-instrument.
f instrument d'arpentage.
d Meszinstrument.
meid:
zie baboe en njai .
F.P.H. Prick van Wely, Viertalig aanvullend hulpwoordenboek voor Groot-Nederland
meisjes
[zoete -]
e white Duranta Plumieri.
f Duranta Plumieri blanche.
d weisze Duranta Plumieri.
Mekkaganger
e M e c c a p i l g r i m : Great prestige attaches to the name of the
M e c c a - P i l g r i m (Cycl. Brit.).
f p è l e r i n p o u r l a M e c q u e : Le gouvernement anglais s'étant ému des
fréquents désastres arrivés à des navires chargés de p è l e r i n s p o u r l a
M e c q u e se décida à réglementer ces sortes d'entreprises (Babut, F. Batel,
II, p. 183).
d [d e r ] M e k k a p i l g e r (Spemann, Weltpanorama, p. 330). Ook v. Raumer,
Niederl. O. Indien, p. 67: diese M e k k a p i l g e r erkennt man an ihren grünen
Turbanen.
Mekkapas
e passport for Mecca.
f passeport pour la Mecque.
d Reisepasz für Mekka.
meeligger
e consort.
f vaisseau de conserve.
d Mitsegler.
Melanesie
e M e l a n e s i a (M.S.).
f la Mélanésie.
d Melanesien.
melanzaanappel
F.P.H. Prick van Wely, Viertalig aanvullend hulpwoordenboek voor Groot-Nederland
[N]: zie terong .
melati(e)
e J a v a j a s m i n e , s a m b a c . Ook A r a b i a n j a s m i n e en m o g r a (M.).
f (j a s m i n ) s a m b a c , j a s m i n d e J a v a , m a l a t i (Favre). Littré geeft
sambac.
d jav. Jasmin, arabische Nachtblume, Sambac.
meli(e)wi(e)s
e (k i n d o f ) m o u n t a i n - d u c k .
f (e s p è c e d e ) c a n a r d d e s m o n t a g n e s .
d (A r t ) B e r g e n t e .
F.P.H. Prick van Wely, Viertalig aanvullend hulpwoordenboek voor Groot-Nederland
147
memorie van toelichting
e explanatory memorandum.
f exposé des motifs.
d M o t i v i e r u n g , d i e M o t i v e : bijv. Entwurf eines Einführungs-gesetzes zum
bürgerlichen Gesetzbuche. Nebst M o t i v e n (amtliche Ausgabe).
1)
ménagère
e h o u s e k e e p e r , h o u s e - b i t , h o u s e - p i e c e , alle drie = a
servant-mistress (F. & H.).
f g o u v e r n a n t e , m é n a g è r e . Het kind bij den naam genoemd, heet zij
s e r v a n t e - m a î t r e s s e (Farrère, Les Civilisés, pag. 76).
d Wirtschafterin, Haushälterin.
menier
e offal coffee.
f café de rebut, brisures de café.
d Ausschusz-Kaffee, Kaffee-bruch.
menjan
e benzoin(e), gum-benjamin.
f benjoin.
d [d a s ] B e n z o ë .
mennekes
[onze - op Atjeh]
e men, soldiers.
f p e t i t s s o l d a t s f i f e r l i n s ,m a r i o n n e t t e s .Vgl.Navarre, Man.d'Hygiène
col., p. 65: Nos p e t i t s s o l d a t s retour de l'Indo-Chine nous fournissent
d'autres exemples à l'appui. In 't argot is m a r s o u i n : soldat d'infanterie
coloniale (N.L.I.).
d Mannschaften.
1)
In Indië meestal = njai, evenals ooksoms meid = njai is.
F.P.H. Prick van Wely, Viertalig aanvullend hulpwoordenboek voor Groot-Nederland
menschaap
e a n t h r o p o m o r p h o u s a p e , m a n a p e (M.), a n t h r o p o i d (a p e ).
f singe anthropomorphe.
d m e n s c h e n ä h n l i c h e r A f f e , M e n s c h e n a f f e : Dann und wann hörte
ich auch den Schrei eines einsamen Vogels und den klagenden Ruf des Oa,
des grauen javanischen M e n s c h e n a f f e n (Haeckel, Aus Insulinde, pag.
120). Die einstmalige Existenz dieser wirklichen, ‘Uebergangsform’ vom
M e n s c h e n a f f e n zum Menschen... hatte ich schon 1866 behauptet und in
den hypothetischen Gattungsnamen ‘Pithecanthropus’ ausgedrückt ... 28 Jahre
später wurden die fossilen Reste derselben von Eugen Dubois in Java wirklich
gefunden und auch dieser Name zur Bezeichnung des wahren
‘A f f e n m e n s c h e n ’ beibehalten (Ibid., p. 257).
merang
e rice straw.
f paille, chaume de riz.
d Reisstroh.
mertjon
e (f i r e ) c r a c k e r s .
f des pétards.
d S c h w ä r m e r (m i t S c h l a g ).
mesigit
e m e s j i d , m a s j i d (M.S.), m i s j i d .
f mosquée.
d [d i e ] M e s d s c h i d , enk. en m.v. hetzelfde.
† mesties:
zie halfbloed .
†mestice:
zie nonna .
F.P.H. Prick van Wely, Viertalig aanvullend hulpwoordenboek voor Groot-Nederland
† mixties:
zie halfbloed .
F.P.H. Prick van Wely, Viertalig aanvullend hulpwoordenboek voor Groot-Nederland
148
met
[de Lloyd enz.]
e b y (t h e N.D.L.), soms in of p e r .
f par.
d mit.
meubelmakerij
e furniture warehouse.
f m a g a s i n of f a b r i q u e d e m e u b l e s .
d Möbelmagazin.
meubelsmeer
e furniture wax.
f encaustique pour meubles.
d Möbelwichse.
† mevrouw Generaals:
zie gouverneursche .
Micronesië
e M i c r o n e s i a (M.S.).
f l a M i c r o n é s i e (S.V.).
d M i k r o n e s i e n (S.V.).
middagbestek
e r e c k o n i n g , bijv. w o r k t h e r e c k o n i n g - 't middagbestek opmaken. Ook
e s t i m a t e en d a y ' s w o r k .
f estime.
d Gissung.
F.P.H. Prick van Wely, Viertalig aanvullend hulpwoordenboek voor Groot-Nederland
middagtafel
e midday meal.
f repas de midi.
d M i t t a g s e s s e n . Ook M i t t a g s m a h l , M i t t a g s t i s c h .
middelen
[verpachte]
e farmed out revenues.
f r e v e n u s a f f e r m é s : Comme r e v e n u s a f f e r m é s nous trouvons un
impôt sur l'opium, le droit perçu sur les nids comestibles, le droit sur les maisons
de jeu, etc. (Gonnaud, Colonisation à Java, p. 492).
d verpachtete Abgaben.
* middels
e by means of; through.
f au moyen de; par.
d mittels(t).
Midden-Java
e Central Java, Mid-Java.
f Java Central, centre de Java.
d Mittel-Java, Zentral Java.
mielje
[Z.A.]: zie djagoeng .
mier
[witte -]: zie rajap .
mignardise
[lint]
F.P.H. Prick van Wely, Viertalig aanvullend hulpwoordenboek voor Groot-Nederland
e mignardise.
f mignardise, mignotte.
d [d a s ] M i g n a r d i s e n b a n d .
migraine-stift
e menthol cone, menthol pencil.
f c r a y o n a n t i m i g r a i n e (N.L.I.).
d Migräne-Stift.
mijnaandeelen
e mining-shares.
f actions minières.
d Bergwerksaktien.
mijnhouwkundig
e mining.
f minier.
d bergmännisch.
mijnbouw-maatschappij
e mining company.
f s o c i é t é (e n t r e p r i s e ) m i n i è r e .
d B e r g b a u -, M i n e n g e s e l l s c h a f t .
F.P.H. Prick van Wely, Viertalig aanvullend hulpwoordenboek voor Groot-Nederland
149
mijnbouwonderneming
e mining-concern.
f entreprise minière.
d Bergwerksunternehmung.
mijnbouw-rapport
e mining-report.
f rapport minier.
d [d e r ] B e r g w e r k s b e r i c h t .
mijnbouwspeculant
e mining-jobber, gold-jobber.
f tripoteur en actions minières.
d Bergwerksaktienspekulant.
mijn-ingenieur
e mining engineer.
f ingénieur des mines.
d B e r g i n g e n i e u r , M i n e n i n g e n i e u r (D.K.Z.).
mijnopziener
e bottom-captain.
f s u r v e i l l a n t d e (d ' u n e ) m i n e .
d Minenaufseher.
mijnwaarden
e m i n i n g s h a r e s (s t o c k s ), m i n i n g s c r i p .
f actions minières.
d B e r g w e r k s a k t i e n (M.S.), M o n t a n a k t i e n , - w e r t e .
F.P.H. Prick van Wely, Viertalig aanvullend hulpwoordenboek voor Groot-Nederland
mijnwet
e mining law, mining regulations.
f loi minière.
d Berggesetz.
mijnwezen
e Mining; Mines.
f régime minier; corps de Mines.
d Bergbauwesen, Minenwesen.
mikmak
e 1. d i f f i c u l t y , ook h i t c h ; 2. s q u a b b l e s .
f 1. d e s d i f f i c u l t é s , u n c h e v e u ; 2. d e s b i s b i l l e s .
d 1. H a k e n ; 2. K r a c h , bijv. K r a c h h a b e n .
milie
[Z.A.]: zie djagoeng .
militair(e) apotheker
e military dispensing chemist.
f pharmacien of dispensaire militaire.
d Stabsapotheker.
milord:
zie mylord .
mimicry
[in de dierkunde]
e mimicry.
f mimétisme.
d M i m i c r y , M i m i k r y (Mr.).
F.P.H. Prick van Wely, Viertalig aanvullend hulpwoordenboek voor Groot-Nederland
minderder
[spreektaal]
e not exactly, not precisely.
f pas précisement, plutôt pas.
d nicht gerade, dieses weniger! kaum!
mindi
e West Indian lilac, African lilac, bastard cedar, bead tree.
f lilas des Indes, margousier.
d syrischer Paternosterbaum.
mineraalwaterfabriek
e soda water factory.
f fabrique d'eaux minérales.
d Mineralwasserfabrik.
F.P.H. Prick van Wely, Viertalig aanvullend hulpwoordenboek voor Groot-Nederland
150
minjawak
e Varanus bivittatus.
f varan à deux bandes.
d V a r a n u s B i v i t t a t u s . Hierachter zet Krüger in zijn Das Zuckerrohr: mal.
minjawak, jav. njambeh, auf Java auch fälschlich L e g u a n genannt.
minoeman
[de -]
e the drinks.
f les boissons.
d die Getränke.
mirakel
[voor - liggen]
e be done up, dead beat; be knocked out of time, lie
s e n s e l e s s , soms h e l p l e s s l y d r u n k .
f être là comme une carpe pâmée.
d in Ohnmacht liegen.
misje
e miscarriage, slip.
f fausse couche.
d Fehlgeburt.
misoogst
e failure of crops, bad harvest.
f mauvaise récolte.
d Miszernte, Miszwachs.
missionnair arts:
F.P.H. Prick van Wely, Viertalig aanvullend hulpwoordenboek voor Groot-Nederland
zie zendeling arts .
† modderjavanen:
e
in de 18 eeuw door de sultans van Cheribon en Bantam geleverde koelies tot het
uitbaggeren der Bataviasche wateren.
moddervulkaan
e m u d - v o l c a n o (M.S.).
f volcan terrivome.
d Schlammvulkan.
moeder
[vóór eigennaam]
e g o o d y , m o t h e r , t h e ... w o m a n . Onder g o o d y zegt F. & H.: used like
a u n t i e , m o t h e r and g a m m e r , in addressing or describing an inferior.
f l a m è r e , l a ...
d d i e ...
moederland
e mother-country, parent country, the old country.
f la mère patrie, la métropole.
d Mutterland.
moedertuin
e seedling nursery.
f pépinière.
d S a a t l i n g s s c h u l e , ook S a a t s c h u l e .
moekim
[Atjeh]
e m o h . p a r i s h : In Penang and Province Wellesley the English Government
has adopted the word m u k i m to designate the minor subdivisions of a district
for administrative purposes. In its stricter sense it corresponds almost exactly
F.P.H. Prick van Wely, Viertalig aanvullend hulpwoordenboek voor Groot-Nederland
to the English word ‘parish,’ zegt de vertaler van Dr. Snouck Hungronje's
Atjehers, p. 2.
f paroisse mahométane.
d moh. Kirchspiel.
moendoe
e Garcinia dulcis Kurz.
f Garcinia dulcis Kurz.
d Garcinia dulcis Kurz.
moentjie:
zie njai .
moentjie kerrie
e bawd, go-between.
F.P.H. Prick van Wely, Viertalig aanvullend hulpwoordenboek voor Groot-Nederland
151
f entremetteuse.
d Kupplerin.
moeraswoud
e paludal forest.
f forêt paludéenne.
d [d e r ] S u m p f w a l d .
† moeskoppen
e to go (a-)marauding.
f marauder.
d marodieren.
moesson
[de - is door]
e the monsoon is in.
f l a m o u s s o n a f a i t s o n e n t r é e of s ' e s t é t a b l i e .
d der Monsun ist eingetreten.
moestika
e b e z o a r ( - s t o n e ) , ook c a l a p i t e . Wt. zegt: the true b e z o a r is a stone
or concretion found within the bodies of certain animals, more especially the
Persian wild goat ... there are many kinds or qualities, according to the animal
from which procured, such as goat-, camel-, fish-, snake bezoars.
f bézoard.
d Bezoarstein, Ziegenstein.
'n moetje
e an absolute necessity, an unavoidable thing.
f un faire-le-faut.
d ein Musz.
F.P.H. Prick van Wely, Viertalig aanvullend hulpwoordenboek voor Groot-Nederland
mohair
e mohair.
f mohair.
d [d e r ] M o h ä r .
Mohamedaan
e Mahomedan, Mahometan, Moor(man).
f Mahométan.
d Mohammedaner.
mok
e mug.
f m o q u e (N.L.I.).
d Henkelbecher.
molenbaas
e head man.
f maître bocardeur.
d Mühlsteiger.
molkrekel
[N]: zie andjing tanah .
Molucco's
[de -]: zie Molukken .
Molukken
e the Moluccas, the Molucca Islands.
f l e s (î l e s ) M o l u q u e s .
d die Molukken, Gewürzinseln.
F.P.H. Prick van Wely, Viertalig aanvullend hulpwoordenboek voor Groot-Nederland
Molukkenkrab
e Molucca-crab, king-crab, horse-crab, horse-shoe.
f [l e ] l i m u l e : crabe des Moluques (N.L.I.).
d K ö n i g s k r a b b e , M o l u k k e n k r e b s (F.).
Moluksch
e Molucca(n).
f d e s (î l e s ) M o l u q u e s .
d v o n d e n M o l u k k e n , M o l u k k e n ..., m o l u k k i s c h (von Rosenberg,
Der Mal. Archip., p. 280).
momok
e bugaboo, bugbear, bogey, spook, mormon.
f croque-mitaine, loup-garou.
d Popanz, der schwarze Mann, das Schreckgespenst.
F.P.H. Prick van Wely, Viertalig aanvullend hulpwoordenboek voor Groot-Nederland
152
Mongool
e Mongol.
f Mongol.
d Mongole.
Mongoolsch
e M o n g o l , M o n g o l i a n (F.).
f m o n g o l , m o n g o l i q u e : ... l'empire m o n g o l atteignit son apogée sous
Aureng-Zeyb (P.L.I.).
d mongolisch.
monjet
[scheldwoord]
e m o n k e y : used as a term of playful contempt, chiefly of young people (M.).
f singe, babouin(e).
d Affe.
† monssoyn:
zie moesson .
† Moor:
zie Mohamedaan .
moordsignaal:
zie amoksignaal .
moor(d)slag
F.P.H. Prick van Wely, Viertalig aanvullend hulpwoordenboek voor Groot-Nederland
e m a r o o n : a firework composed of a small cubical box of pasteboard, wrapped
round with twine and filled with gunpowder; it is intended to imitate in exploding
the report of a cannon (M.).
f m a r r o n : sorte de pétard (N.L.I.).
d Mordschlag.
moorkop
e b l a c k - h e a d e d h o r s e , verouderd is M o o r ' s h e a d .
f c h e v a l m o r e a u , of ook c a p - d e - m o r e .
d M o h r e n k o p f (Grimm), Mohr.
mope
[Suriname]: zie kedondong .
morgendracht
e morning dress.
f déshabillé du matin.
d Morgenanzug.
1)
morgenschot
e m o r n i n g g u n (-f i r e ).
f canon de réveil.
d R e v e i l l e s c h u s z (F.).
morphinespuitje
e morphia syringe.
f seringue à morphine.
d Morphiumspritze.
morphinist
e morphiomaniac.
1)
Thans afgeschaft.
F.P.H. Prick van Wely, Viertalig aanvullend hulpwoordenboek voor Groot-Nederland
f m o r p h i n o m a n e , m o r p h i o m a n e (N.L.I.).
d Morphinist(in).
† morshandel
e illicit trading.
f t r a f i c (c o m m e r c e ) i l l i c i t e . Vgl.: le règlement de 1658, qui défendait
avec tant de raison aux employés de la compagnie de f a i r e l e c o m m e r c e
à l e u r c o m p t e , fut quotidiennement enfreint... Quand on envoya de Batavia
dans l'Inde un inspecteur des finances et du commerce avec mission spéciale
d'arrêter le t r a f f i c i l l i c i t e , tout ce qui en résulta, ce fut le partage de ces
profits entre les employés et le haut fonctionnaire. (Leroy-Beaulieu, De la
Colonisation, p. 78).
d unerlaubter Handel.
Moslemin
e Moslems, Moslemin.
f Musulmans.
d Muslime.
Moslim
e Moslem, Muslim, Mussulman.
F.P.H. Prick van Wely, Viertalig aanvullend hulpwoordenboek voor Groot-Nederland
153
f Musulman.
d M o s l e m , Anhänger des Islam (Duden, Orth. Wörterb.).
Moslimsch
e Moslem, Mussulman.
f m u s u l m a n , bijv.: la religion m u s u l m a n e .
d m u s e l m ä n n i s c h , ook m o s l e m i s c h .
† mosquijt:
zie messigit .
† mosquita:
zie messigit .
mosterdzuur
e mustard pickles.
f pickles à la moutarde.
d S e n f g u r k e n (M.S.).
motorfiets
e motor cycle, motor bicycle.
f m o t o c y c l e t t e , b i c y c l e à m o t e u r , [l a ] m o t o .
d Motor(fahr)rad, Kraftrad.
† moucon:
zie moesson .
mousselineglas
F.P.H. Prick van Wely, Viertalig aanvullend hulpwoordenboek voor Groot-Nederland
e m u s l i n - g l a s s , m o u s s e l i n e (g l a s s ).
f v e r r e m o u s s e l i n e (N.L.I.).
d M u s s e l i n g l a s (Flügel).
† mous(son):
zie moesson .
mozaïektegel
e mosaic tile.
f carreau pour mosaïque.
d Mosaikziegel.
† muggenbroek:
zie slaapbroek .
muil
[Z.A.]: zie halfbloed .
muscovados
e muscovado.
f moscouade, moscovade.
d Moskovade, Muskovade.
muskaatzeep:
zie notenzeep .
muskiet
e m o s q u i t o , ook gemeenzaam: s k e e t e r (M.S.), soms m u s q u i t o .
f [l e ] m o u s t i q u e ; m a r i n g o u i n (de Amerikaansche).
d [d e r ] M o s k i t o , S t e c h m ü c k e .
F.P.H. Prick van Wely, Viertalig aanvullend hulpwoordenboek voor Groot-Nederland
muskietenbeet
e mosquito bite, - sting.
f piqûre de moustique.
d Moskito-Stich.
muskietengaas
[N]: zie klamboegoed .
muskietenvest
[een - aantrekken]
e to take a dram, to wet one's whistle.
f s'humecter le gosier, s'arroser le jabot, se rincer le
goulot.
d einen Schnaps trinken, einen hinter die Binde gieszen vgl. e i n e w a r m e J a c k e = ein Kognak.
† musquita:
zie muskiet .
† musschiet:
zie muskiet .
muurbord
e decorative china plate.
f assiette décorative.
d Wandteller.
muurfonteintje
e wall wash-basin, hand-basin.
f f o n t a i n e d ' o f f i c e (mag. du Louvre).
d Wandwaschbecken.
F.P.H. Prick van Wely, Viertalig aanvullend hulpwoordenboek voor Groot-Nederland
154
muurversiering
e wall decoration.
f décoration murale.
d Wandschmuck.
mylord
e (k i n d o f ) v i c t o r i a .
f m i l o r d , une de ces voitures nouvellement mises en circulation sur les places
de Paris et nommées des milords (Li.). Vgl. ook Lorédan Larchey Dict. d' Argot:
La lorette professe un enthousiasme fébrile pour le cabriolet à quatre roues,
dit c a b r i o l e t m i l o r d . Ook m y l o r d .
d M y l o r d , M i l o r d (Br.).
N.
naamstempel
e signature stamp.
f griffe.
d Namensstempel.
naamsverandering
e change of name.
f c h a n g e m e n t d e n o m - vgl.: demandes de c h a n g e m e n t d e n o m
in Annuaire de l'Indo-Chine, p. 5.
d Namensänderung.
naasten
e to nationalize, to take over.
f exproprier, racheter.
d nationalisieren, verstaatlichen.
F.P.H. Prick van Wely, Viertalig aanvullend hulpwoordenboek voor Groot-Nederland
na-avond
e night.
f soirée.
d S p ä t a b e n d (n a c h d e m E s s e n ).
nachtbroek:
zie slaapbroek
nachtschot:
zie avondschot .
nachtstolp
e bell lamp, night-lamp.
f suspension de nuit.
d [d i e ] N a c h t a m p e l .
nachtvlinder
[slang]
e n i g h t - b i r d , f l y - b y - n i g h t of n i g h t - l a r k .
f belle de nuit, grue.
d N a c h t v o g e l , S c h n e p f e , ook N a c h t f a l t e r .
nachtwaker
e night-watchman.
f v e i l l e u r of g a r d e d e n u i t .
d Nachtwache.
1)
* nalezer
e extra reader.
f abonné secondaire.
1)
Betaalt gewoonlijk de halve contributie.
F.P.H. Prick van Wely, Viertalig aanvullend hulpwoordenboek voor Groot-Nederland
d nachkommender Leser.
nam-nam
e Cynometra cauliflora.
f Cynometra cauliflora.
d Cynometra cauliflora.
nanas:
zie ananas .
nangka
e J a c k f r u i t , j a k (-f r u i t ); j a c a - t r e e . Ook n a n g k a (Sc). Wt. zegt: The
name j a c k - f r u i t was given by the Portuguese from the Malayalam t s j a k a .
f l a j a q u e ; l e j a q u i e r (boom). B. De St. Pierre heeft j a c k in Paul et
Virginie.
d indische Brotfrucht; indischer Brotbaum, Jaka, Jaquiera.
F.P.H. Prick van Wely, Viertalig aanvullend hulpwoordenboek voor Groot-Nederland
155
nangka blanda:
zie zuurzak .
nangka merkan:
zie nangka blanda .
nansoek
e nainsook.
f nansouk.
d Nainsook, Nansuk.
naphthaline
e naphthalene, naphthalin(e).
f naphthaline.
d [d a s ] N a p h t h a l i n .
narcose
e narcosis.
f narcose.
d Narkose.
narcotisch
e narcotic.
f narcotique.
d narkotisch.
nasi
e boiled rice.
F.P.H. Prick van Wely, Viertalig aanvullend hulpwoordenboek voor Groot-Nederland
f riz cuit à l'eau.
d gedämpfter Reis.
nasi goreng
e roasted rice.
f riz au gras.
d gerösteter Reis.
nasi tim
e rice gruel.
f crême de riz.
d m i t H ü h n e r f l e i s c h (a b ) g e d ä m p f t e r R e i s .
naturel
[Z.A.]: zie inlander .
Nederlandsch-Indisch(e)
e Netherlands India(n).
f i n d o - n é e r l a n d a i s ( e ) . Ook n e e r l a n d o - i n d i e n in Chailley-Bert, La
Hollande etc., p. 29.
d niederländisch-indisch(e).
neerleggen
[v. vijanden]
e lay low, kill.
f tuer.
d n i e d e r m a c h e n , -s c h i e s z e n .
negeren
[schooltaal]: zie donderen .
F.P.H. Prick van Wely, Viertalig aanvullend hulpwoordenboek voor Groot-Nederland
negerkoffie
[surrogaat in Europa]
e n e g r o c o f f e e , M a g d a d c o f f e e (Wh.).
f café nègre.
d Negerkaffee, Magdadkaffee.
negorij
e c o u n t r y , r e g i o n , t e r r i t o r y , p l a c e , n a g a r e e . Ook q u a r t e r s , bijv.
i n y o u r q u a r t e r s = in jou negorij. N.B. In Engelsch-Indië wordt met het
laatste woord ook bedoeld de Sanskrit-letter.
f pays, ville, lieu; patelin.
d L a n d , O r t , H a u p t o r t , O r t s c h a f t , D o r f : 26 Dörfer, N e g o r e i e n
genannt, liegen längs dem Küstensaum (von Rosenberg, Der Mal. Arch., p.
285).
negotiewinkel
[Z.A.]: zie toko .
Negrito
e Negrito.
f négrito.
d Negrito.
† nel(l)ij:
zie padie .
nemen
[à faire -]
e take to task, bring to book.
f e n t r e p r e n d r e q q n ., d i r e
F.P.H. Prick van Wely, Viertalig aanvullend hulpwoordenboek voor Groot-Nederland
156
s e s q u a t r e v é r i t é s à q q n ., t a n c e r v e r t e m e n t , g o u r m a n d e r .
d v o r n e h m e n ,i n s G e b e t n e h m e n ,K o r a m n e h m e n ,k o r a m i e r e n .
neneh
e g r a n n y , l u c k y (M.).
f mère-grand.
d G r o s z m u d i n g , plat G r o s z o l l e .
netje
e fish-net singlet.
f f i l e t , g i l e t (e n ) f i l e t : Dans le jour on peut porter le costume blanc avec
le g i l e t e n f i l e t de laine (Cat. Indo-chine, 1900, p. 40).
d N e t z j a c k e (D.K.Z.).
neus
[een koude - halen]: zie boven .
neusaap
e k a h a u = long nosed monkey of Borneo (W.), p r o b o s c i s - m o n k e y .
f n a s i q u e , genre de singes à Bornéo à nez très développé (N.L.I.). Ook
l o n g - n e z : nom vulgaire du singe nasique (N.L.I.).
d N a s e n a f f e (Br.).
neushoornvogel
e rhinoceros bird, treehornbill, buceros.
f calao, rhinocéros-oiseau, trompette de brac.
d Nashornvogel, Rhinoze-rosvogel, Kalao.
neusje van de zalm
F.P.H. Prick van Wely, Viertalig aanvullend hulpwoordenboek voor Groot-Nederland
e t h e p i c k o f t h e b a s k e t (b u n c h ), t h e f l o w e r o f t h e f l o c k .
f le dessus du panier, la crême du gratin.
d das Beste.
neut
e die.
f dé.
d [d e r ] S o c k e l .
† nieuwbladboom:
zie waroe.
a) nieuweling
[schooltaal]
e new boy.
f nouveau.
d N e u l i n g , N e u e r , P e n n a l , wat eigenlijk = F u c h s , maar M.S. zegt: jetzt
oft von Gymnasiasten = n e w b o y . Ook F r o s c h (S.V.).
b) nieuweling
[Chineesche -]: zie singkeh .
ngiloe
[van de tanden]
e on edge.
f agacé.
d stumpf.
nipa(h)palm
e n i p a of n i p a h : In the maritime districts, atap is made ... from the leaves of
the n i p a (Raffles, Java, I, p. 166).
f n i p a (B.), p a l m i e r d ' e a u .
d Nipahpalme.
F.P.H. Prick van Wely, Viertalig aanvullend hulpwoordenboek voor Groot-Nederland
nirwana
e nirvana.
f nirvana.
d [d a s ] N i r w a n a .
njai
e c o n c u b i n e , k e p t w o m a n , in E.-I. b e e b e e .
f maîtresse indigène.
d K e b s w e i b (K e b s e ), K o n k u b i n e , M e t z e . Vgl.: Diese Haushälterinnen,
meist junge
F.P.H. Prick van Wely, Viertalig aanvullend hulpwoordenboek voor Groot-Nederland
157
Mädchen, von ihren Eltern dem Europäer als N j e i angeboten, werden je nach
Alter und Schönheit für eine grössere oder kleinere Summe... engagiert (E.
Otto, Pflanzer- und Jägerleben, pag. 98). Otto schrijft natuurlijk n j e i in plaats
van n j a i volgens het Duitsche klanksysteem.
njamploeng
e A l e x a n d r i a n l a u r e l ,m a s t w o o d ,s w e e t s c e n t e d c a l o p h y l l u m ,
ndilo-tree, domba, tamanu.
f b o i s T a t a m a k a , b o i s M a r i e , b o i s c a n o t of b o i s à c a n o t s .
d o s t i n d i s c h e r T a c a m a h a c b a u m ,w o h l r i e c h e n d e s S c h ö n b l a t t .
njo
e 1. b a b a of b a b b a in E.-I.: Oh! B a b b a , what will Dadda say when he comes
home and hears how naughty you have been? wailed Mrs. Stapely; and
B a b b a howled afresh... Don't scold him, said Anne, pityingly. She drew the
child... from his mother (A. Perrins, Idolatry, Ch. XVIII). Minder juist is: N j o is
the Malay title given to the eldest boy in a family (A. Werner, The Humour of
Holland, p. 356); 2. h a l f - c a s t e , E a s t - I n d i a n .
f 1. f i l s , f i s t o n , j e u n e h o m m e ; 2. d e m i - s a n g .
d 1. J u n g e (als aanspreking); 2. M i s c h l i n g , M i s c h b l u t , H a l b b ü r t i g e r ,
Halbblut-europäer.
n(j)onja
e M i s t r e s s , M a d a m , M a m , m e m , n y o n y a in de Straits.
f madame.
d Frau, Madame.
njonja kosong:
zie poppie kosong .
noga
e nougat.
f nougat.
F.P.H. Prick van Wely, Viertalig aanvullend hulpwoordenboek voor Groot-Nederland
d [d e r ] N o u g a t , N o g a .
nominatie:
zie voordracht .
nominatieve staat
e list of names.
f liste nominative, état nominatif, rôle, tableau.
d Namenliste.
non
[ook in Z.A.]
e g i r l ; m i s s y (als aanspreking).
f j e u n e (p e t i t e ) f i l l e ; f i l l e t t e .
d M ä d c h e n , K l e i n e , etc.
1)
nonna(h)
e 1. c o l o u r e d l a d y , h a l f - c a s t e , ook minachtend c h e e - c h e e m i s s ,
s n u f f - a n d - b u t t e r ; 2. (e l d e s t ) d a u g t h e r , m i s s y - b a b a .
f 1. d e m i - s a n g , f e m m e d e c o u l e u r . Dikwijls ook c r é o l e tegenover
f e m m e e u r o p é e n e ; 2. f i l l e (a î n é e ).
d 1. F a r b i g e , H a l b b l u t - m ä d c h e n , K r e o l i n ; 2. (ä l t e s t e ) T o c h t e r .
nonnie:
zie non .
nontonnen
e to have a look(at), to be sight-seeing.
f voir ce qui se passe.
d z u s c h a u e n . De Europeesche manier van nontonnen heet n a s s a u e r n =
bei irgend einer
1)
In Z.A. is n o n n a = dochter, de naam waarmee de kleurlingen hun juffrouw of meesteres,
ook wel de dochter en voornamelijk de oudste dochter des huizes aanspreken.
F.P.H. Prick van Wely, Viertalig aanvullend hulpwoordenboek voor Groot-Nederland
158
Vorstellung etc. zusehen, ohne Eintrittsgeld zu bezahlen, indem man z.B. durch
den Zaun guckt (Genthe, Deutsches Slang).
nontonner
e sightseer, onlooker, attendant.
f spectateur.
d Z u s c h a u e r , Z a u n g a s t (M.S.).
noodhaven
e port of distress, port of refuge.
f p o r t d ' é c h o u a g e , p o r t d e s a l u t (r e f u g e ).
d [d e r ] N o t h a f e n .
nooi
[Z.A.]: zie njonja .
notariaat
e notary's office; notary's profession.
f notariat.
d Notariat.
notencultuur
e nutmeg culture.
f culture du muscadier.
d M u s k a t ( n u s z ) k u l t u r in 't Rumphius-Gedenkboek.
notenperk
e n u t m e g g a r d e n (A. Linden, Gold, p. 106), n u t m e g - o r c h a r d .
f j a r d i n of p l a n t a t i o n d e m u s c a d i e r s (N.L.I.).
F.P.H. Prick van Wely, Viertalig aanvullend hulpwoordenboek voor Groot-Nederland
d Muskatbaum-Pflanzung.
notenzeep
e n u t m e g b u t t e r , B a n d a - s o a p (E.-I.).
f b e u r r e of b a u m e d e m u s c a d e .
d Muskatbutter.
notulenboek
e minute-book.
f régistre des procès-verbaux.
d Protokollbuch.
a) nul
[op het rekest geven]
e not grant a request.
f donner néant sur une requête.
d ein Gesuch abschlagen.
b) nul
[op 't rekest krijgen]
e meet with a rebuff.
f a v o i r n é a n t à s a r e q u ê t e , e s s u y e r u n r e f u s , fam. r e m p o r t e r
une veste.
d eine abschlägige Antwort bekommen, abschlägig
beschieden werden.
O.
O.I.C.:
zie O.I. Compagnie .
obat
F.P.H. Prick van Wely, Viertalig aanvullend hulpwoordenboek voor Groot-Nederland
e m e d e c i n e , s p e c i f i c (voor bepaalde ziekte), m e d i c a m e n t , p h y s i c .
f médicament, remède.
d Medizin, Arznei, Heilmittel.
obat seriawan
vert.: spruw-obat.
oebi
e s w e e t p o t a t o of b a t a t a .
f p a t a t e d o u c e . Ook o u b i (M.V.E.).
d Batate, süsze Kartoffel,
F.P.H. Prick van Wely, Viertalig aanvullend hulpwoordenboek voor Groot-Nederland
159
oedikker
e h i l l - m a n : The object sought was to put the h i l l - m a n on an equality with
the seashoreman. (Money, Java, I, p. 257). Ook u p - c o u n t r y m a n of
native.
f habitant des montagnes.
d Gebirgsbewohner, Bergjavane.
oediksch
e h i l l ...
f des montagnes.
d G e b i r g s ...
oedit:
zie angkin .
oelama
e ulema.
f o u l é m a , u l é m a (N.L.I.).
d Ulema.
oeloebalang
[Atjeh]
e o o l o o b a l l o n g : Malay U l u b a l a n g , a chosen warrior, a champion (H.J.).
Vgl. echter de Eng. vertaling van Dr. Snouck Hurgronje's De Atjehers, pag.
SS: The u l è ë b a l a n g s ... are the lords of the country, the territorial chiefs
par excellence. As the word u l è ë b a l a n g signifies m i l i t a r y l e a d e r , it is
not inconceivable that this name was given them under one of the most powerful
of the port-kings who endeavoured to render them subordinate and allowed
them the command over the fighting men in their districts, while he tried
gradually to monopolize the supreme power for himself.
f seigneurterrien; champion.
d Landesherr; Kriegsherr.
F.P.H. Prick van Wely, Viertalig aanvullend hulpwoordenboek voor Groot-Nederland
oeloenees
[in 't Palembangsche]: zie goenoenger .
oepas:
zie antjar .
† oérang-oetan:
zie orang oetan .
oerbosch
e primeval forest, virgin forest.
f forêt vierge.
d Urwald.
oeroeten:
zie pidjitten .
oestervergiftiging
e oyster poisoning.
f e m p o i s o n n e m e n t c a u s é p a r l e s h u î t r e s (N.L.I.).
d Austervergiftung.
oe(w)a-oe(w)a
e silvery gibbon, wou-wou.
f gibbon.
d [d e r ] G i b b o n . Vgl. Preyer, Indo-Malayische Streifzüge, p. 199: Die Krone
meiner Ménagerie war ein junger U a - U a , wie die Eingeborenen den G i b b o n
onomatopoetisch nennen.
offerstokje
F.P.H. Prick van Wely, Viertalig aanvullend hulpwoordenboek voor Groot-Nederland
e j o s s - s t i c k , j o s t i c k , s p i c e s p i l l : What have you been doing? said I.
Holding service here? Only burning s p i c e s p i l l s to chase away the evil
spirits, replied Suzee (V. Cross, 5 Nights, p. 43).
f b â t o n d ' e n c e n s (Aubin, Les Anglais aux Indes, 126). Ook b â t o n n e t
d ' e n c e n s : Aux bougies viennents'ajouter les jossticks o u b â t o n n e t s
d ' e n c e n s pour le culte dont l'importation atteint 263.000 francs (Bulletin 15
Ind. Chine, 1899).
F.P.H. Prick van Wely, Viertalig aanvullend hulpwoordenboek voor Groot-Nederland
160
d [d a s ] R ä u c h e r r o h r , O p f e r s t ä b c h e n .
offertafel
e altar-table.
f table d'autel.
d Opfertisch.
officieel gezicht
['n - zetten]
e put on an official mien.
f prendre un air officiel.
d eine Amtsmiene aufsetzen.
officier van gezondheid
e army surgeon.
f médecin militaire.
d Militärarzt.
officiershoed
e officer's hat.
f chapeau d'officier.
d Offizierhut.
officiersvrouw
e officer's wife.
f femme d'officier.
d Offizierdame.
officierswoning
F.P.H. Prick van Wely, Viertalig aanvullend hulpwoordenboek voor Groot-Nederland
e military officer's house.
f maison d' officier.
d O f f i z i e r w o h n u n g , -h a u s .
ola:
zie olenblad .
olenblad
e c a d j a n , a strip of fan-palm leaf, i.e. either of the talipot, or of the palmyra,
prepared for writing on; and so a document written on such a strip. Also
attributively as in c a d j a n l e a f l e t t e r (M.).
f papier feuille d'arbre, feuille de palmier manuscrite.
d O l l a h , onder P a l m e n p a p i e r in Mr.
oliefabriek
e o i l - f a c t o r y (M.S.).
f huilerie.
d Oelfabrik.
oliezeetje
e o i l y s e a : The swell had passed in the night, leaving a long, o i l y s e a
(Kipling, Captains Courageous, p. 16).
f [u n e ] m e r c o m m e d e l ' h u i l e : Nous arriverons peut-être plus tôt, dit la
comtesse, la mer est comme de l'huile; regardez ... (Bourget, Voyageuses, p.
175).
d ölglatte See.
olifantsluis
[W.-Indië]: zie djamboe monjet .
om
[van verlof]
e expired, up.
F.P.H. Prick van Wely, Viertalig aanvullend hulpwoordenboek voor Groot-Nederland
f expiré.
d herum.
omgaande
1)
[- rechter]
e j u d g e o f c i r c u i t , c i r c i u t - j u d g e (M.).
f juge de circuit, juge ambulant.
d herumgehender Richter.
ommekomst
[van verlof]
e expiration, expiry.
f expiration.
d Ende, Verflusz.
ommelanden
[van Batavia enz.]
e d i s t r i c t , bijv. Batavia and its d i s t r i c t .
f environs, banlieue.
d Umland.
omong kossong
[spreektaal]
e gup, bazar-news.
f des caquets, des cancans.
d leeres Gerede, Klatsch.
1)
Eenige jaren geleden afgeschaft.
F.P.H. Prick van Wely, Viertalig aanvullend hulpwoordenboek voor Groot-Nederland
161
ompaggeren
e to enclose, to fence in.
f clôturer.
d umzäunen.
ompaggering
e enclosure, fence.
f clôture, enclos.
d Umzäunung.
onderafdeeling
e sub-division.
f subdivision.
d Unterabteilung.
ondercollecteur
e sub-collector.
f sous-collecteur.
d Unterkollekteur.
onderdanenpas
e travelling-passport.
f passeport.
d Auslandspasz, Auswanderungspasz.
onderdirecteur
e sub-director.
f s o u s - d i r e c t e u r (N.L.I.).
d Unterdirektor.
F.P.H. Prick van Wely, Viertalig aanvullend hulpwoordenboek voor Groot-Nederland
onderhoorigheden
e dependencies.
f dépendances.
d Z u g e h ö r i g k e i t e n , Z u b e h ö r - vgl. Mr.: Gouvernement Celebes und
Zubehör.
onderluitenant
e s u b - l i e u t e n a n t (M.S.).
f sous-lieutenant.
d Unterleutnant.
onderneming
e estate; plantation.
f plantation.
d Plantage, Pflanzungsunternehmung,
Plantagen-Unternehmung.
onderopzichter
e sub-overseer.
f sous-inspecteur arpenteur.
d Unteraufseher.
onderpastoor
e chaplain.
f v i c a i r e - zie G.I.N., p. 213: Il y a environ 50 prêtres divisés en quatre classes:
les curés, les v i c a i r e s , les prêtres auxiliaires et les missionnaires.
d Unterpfarrer = Kaplan.
onderregent
e sub-regent.
f sous-régent.
d Unterregent.
F.P.H. Prick van Wely, Viertalig aanvullend hulpwoordenboek voor Groot-Nederland
onderschotel
e dish.
f soucoupe.
d Unterschale, Untersatz.
onderschout
e sub-police inspector.
f sous-inspecteur de police.
d Unterpolizei-Inspektor.
onderstand
[van ontslagen ambtenaar]
e subsistence allowance.
f p e n s i o n of s e c o u r s a l i m e n t a i r e .
d Unterstützung.
ondersteuningsfonds
e assistance fund,benefit fund,provident institution,relief
fund.
f caisse d'assistance.
d Unterstützungskasse.
F.P.H. Prick van Wely, Viertalig aanvullend hulpwoordenboek voor Groot-Nederland
162
onderverpleegster
e under nurse, staff-nurse.
f sous-infirmiere.
d Unterkrankenpflegerin.
ondervolgend
e following, after-mentioned.
f suivant.
d nachfolgend.
onlekker
e seedy, off colour, all-overish, rather poorly, not quite the
thing, a bit queer, chippy, nohowish.
f m a l à l ' a i s e , n e p a s b i e n . Ook plat m a l f i c h u , p a t r a q u e , m a l
bâti, pas à la hauteur.
d unwohl, nicht extra, nicht auf dem Tapet.
ontbosschen:
zie ontwouden .
ontevredenheidsbetuiging
e letter of reproof, blame, official reprimand.
f r é p r i m a n d e , b l â m e , c e n s u r e (van rechterl. ambtenaren).
d Unzufriedenheitsschreiben, Verweis.
ontslaan
1)
[uit de betrekking]
e to put on half-pay.
f mettre en suspension temporaire of en disponibilité.
1)
Niet = uit 's lands dienst!
F.P.H. Prick van Wely, Viertalig aanvullend hulpwoordenboek voor Groot-Nederland
d e i n s t w e i l i g a u s d e m D i e n s t e e n t l a s s e n of i n d e n
Ruhestand versetzen.
ontslag aanvragen
e s e n d i n o n e ' s p a p e r s , deftiger t e n d e r o n e ' s r e s i g n a t i o n .
f demander sa démission.
d u m s e i n e E n t l a s s u n g e i n k o m m e n of n a c h s u c h e n .
ontsmettingsoven
e disinfection-stove, disinfector.
f étuve à désinfection.
d Desinfektionsapparat.
ontspanningslokaal
e recreation hall.
f salle de divertissement.
d Erholungsraum.
ontvangavond:
zie receptie.
ontvangdag
e r e c e p t i o n - d a y (M.).
f jour.
d Jour fixe, Empfangstag.
ontwouden
e deforest, disafforest.
f déboiser, déforester.
d entwalden.
F.P.H. Prick van Wely, Viertalig aanvullend hulpwoordenboek voor Groot-Nederland
oogbadje
e e y e b a t h (Whiteley), e y e c u p .
f o e i l l è r e , d o u c h e of g o n d o l e p o u r l e s y e u x .
d Augennäpfchen.
oogjesgoed
e grained cloth.
f toile à oeil de perdrix.
d Gerstenkorntuch, Gänseaugentuch.
oogstjaar
e h a r v e s t (-y e a r ).
f année de récolte.
d Erntejahr.
oogstverband
e mortgage on the crops.
f p r ê t s u r l a r é c o l t e . Er bestaan b a n q u e s d e p r ê t s s u r r é c o l t e .
Soms a v a n c e s u r r é c o l t e , maar de juridische
F.P.H. Prick van Wely, Viertalig aanvullend hulpwoordenboek voor Groot-Nederland
163
term is: p r ê t s u r c e s s i o n d e r é c o l t e s p e n d a n t e s , bien qu'en
réalité il s'agisse d'un nantissement et non d'une vente ..... Sans doute l e
p r ê t s u r r é c o l t e s pratiqué sans discernement peut devenir dangereux,
mais il n'y a qu'à prendre les précautions nécessaires (Girault, Législation col.,
II, pp. 494-495).
d hypothekarische Ernteverpfändung.
oom
[hooge -]
e b i g w i g . De hooge Oomes is t h e b i g S t i c k s , t h e g r e a t
Panjandrums, the great guns, the big pots, the big cards
en Am. m u g w u m p s .
f g r o s ( s e ) l é g u m e , g r o s b o n n e t , m o u s s u k a b i r (mil.) en ook alléén
l é g u m e : Tu ne peux pas t'y plier à ça que je sois une l é g u m e du
Luxembourg (Lavedan, Le vieux Marcheur, p. 4). Ook l e s g r a n d s l a m a s
of M a n i t o u s .
d ein groszes Tier, Bonze.
† o(o)rimbaar:
zie baar .
oorkrab
[Z.A.]: zie kraboe .
oorlam
[Z.A.]: zie pienter .
oorlogspartij
e war party.
f [l e ] p a r t i d e l a g u e r r e .
d Kriegspartei.
F.P.H. Prick van Wely, Viertalig aanvullend hulpwoordenboek voor Groot-Nederland
oorlogsterrein
e scene of the war, seat of war, the front.
f théâtre de la guerre.
d Kriegsschauplatz.
Oost
[de(n) -]
e E a s t . Bijv.: to travel (live) i n t h e E a s t . En E.R. Scidmore, Java, p. 101:...
all young Holland cherished the ambition to sail away to t h e E a s t and make
fortunes on Java plantations.
f l'Orient, l'extrême Orient.
d [d e r ] O r i e n t , [d e r ] O s t e n , d i e O s t i n d i e n .
† Oost
[de groote]: zie Molukken .
Oosten
[de Koningin van het -]
e t h e Q u e e n o f t h e E a s t = Batavia (M.S.). Vgl. Cincinnati = t h e Q u e e n
of the West.
f l a r e i n e d e l ' O r i e n t = Batavia.
d d i e K ö n i g i n d e s O r i e n t s = Batavia.
oosterafdeeling
e east division.
f division est.
d Ostabteilung.
oosterlijnen
e east lines.
f réseau de l'est.
d Ostbahnen.
F.P.H. Prick van Wely, Viertalig aanvullend hulpwoordenboek voor Groot-Nederland
oosterling
e E a s t e r n , E a s t e r l i n g , E a s t I n d i a n . Vreemde Oosterlingen - f o r e i g n
Asiatics.
f o r i e n t a l , A s i a t i q u e . Vgl. o r i e n t a u x é t r a n g e r s = vreemde
Oosterlingen (Ch. B.), waarvoor ook A s i a t i q u e s é t r a n g e r s : Les
Européens et les A s i a t i q u e s é t r a n g e r s sont assujettis dans les
campagnes [au Tonkin] à un impôt foncier égal à celui payé par les indigènes
(Girault, Législation coloniale, II, p. 275).
d M o r g e n l ä n d e r , O s t l ä n d e r . Vreemde Oosterlingen - (e i n -
F.P.H. Prick van Wely, Viertalig aanvullend hulpwoordenboek voor Groot-Nederland
164
g e w a n d e r t e )F r e m d l i n g e a u s a n d e r n a s i a t i s c h e n L ä n d e r n ,
maar korter f r e m d e A s i a t e n (Br. onder A m b o i n a ). De D.K.Z. zet
‘f r e m d e O s t e r l i n g e ’ en Mr.: n i c h t e i n g e b o r n e O r i e n t a l e n .
† oostermousson;
zie oostmoesson .
Oosthoek
[de -]
e t h e E a s t (p a r t ) o f J a v a .
f l ' E s t d e J a v a . Ook l a p a r t i e E s t d e J a v a .
d Ost-Java, der Ostteil von Java.
† Oostindiaansch:
zie Oostindisch .
† Oost-Indiën
[de -]: zie Ned.-Indië .
Oostindisch
[- e Compagnie]
e t h e E a s t I n d i a C o m p a n y , t h e D u t c h E.I.C. Familiaar t h e
K o o m p a n i . Vgl.: Of what rank is he in the K o o m p a n i ' s army? (Thackeray,
Burlesques).
f la Compagnie des Indes.
d die Ostindische Kompagnie.
oostkust
e east coast.
f la côte est.
d die Ostküste.
F.P.H. Prick van Wely, Viertalig aanvullend hulpwoordenboek voor Groot-Nederland
oostmoesson
e (n o r t h -) e a s t m o n s o o n of d r y m o n s o o n . Ook t h e h o t s e a s o n .
f [l a ] m o u s s o n (d u ) N o r d - E s t .
d [d e r ] N o r d o s t - M o n s u n .
op
[ook in Z.A.]
e a t , i n ; o n (a tea-plantation).
f à.
d zu, in, auf.
opbellen
[aan de telefoon]
e ring up, call up.
f appeler of sonner au téléphone, donner un coup de
téléphone.
d anrufen, anläuten, ans Telephon rufen.
openhouden
[van een betrekking]
e l e a v e u n f i l l e d ; r e s e r v e (f o r ).
f ne pas remplir; réserver.
d o f f e n h a l t e n (D. K. K.).
operatiekamer
e operating-room.
f salle d'opération.
d Operationssaal.
opgemeld
F.P.H. Prick van Wely, Viertalig aanvullend hulpwoordenboek voor Groot-Nederland
e afore-mentioned, before-cited.
f susdit, mentionné ci-dessus.
d obbenannt, obbemeldet, vorbemeldet.
opgezetene
e resident.
f habitant, domicilié.
d Ortsansässiger, im Amtskreise Wohnender.
ophouden
[v. artikelen op vendutie]
e w i t h d r a w : At this sum Holme Lacy [een landgoed] was w i t h d r a w n (Daily
Mail).
f retirer.
d anhalten.
opium:
zie heulsap .
F.P.H. Prick van Wely, Viertalig aanvullend hulpwoordenboek voor Groot-Nederland
165
opium-aanhaling
e seizure of opium.
f s a i s i e d ' o p i u m (d e c o n t r e b a n d e ).
d Opiumergreifung.
opiumfabriek
e opium factory.
f f a b r i q u e (m a n u f a c t u r e ) d ' o p i u m : je demeurai jusqu'à l'aube adossé
au mur de la f a b r i q u e d ' o p i u m (Farrère, Fumée d'Opium, p. 251).
d Opiumfabrik.
opiumjager:
zie recherche-vaartuig .
opiumkit
e o p i u m h o u s e , o p i u m d e n , o p i u m d i v a n , (o p i u m ) j o i n t : The
picture of Mr. Chamberlain as the Chinese keeper of the o p i u m d e n is as
novel as it is effective (Rev. of Rev., May 1902, p. 462). Well, Miss Dolly, where
have you come from? Some East End doss-house, or an o p i u m d e n , or
some other low resort of copy? (Violet Hunt, The Maiden's Progress, p. 148) The last time I was down here... was when I went with a Malay model of mine
to his favourite o p i u m d e n (Dowson & Moore, Comedy of Masks, p. 48). Er
zijn in E.-I. twee soorten o p i u m d e n s , zooals blijkt uit het Regeeringsverslag
van 1890-91: The number of shops licensed for smoking opium after the
Chinese fashion, known as c h a n d u s h o p s , was 24; and the licenses for
m a d a k s h o p s where opium is smoked after the less pernicious Bengalée
manner, was reduced from 346 to 309.
f f u m e r i e d ' o p i u m (Madrolle, Indo-Chine, II, p. 39). Soms f u m e r i e : Nous
avons même des f u m e r i e s à Paris, sans compter les coloniaux qui
s'opiumisent chez eux, rideaux fermés (Le Monde Moderne, Aug. 1906, p.
436). Geheel en al dekkend is b o u g e d ' o p i u m : Seuls, les b o u g e s
d ' o p i u m rougeoient vaguement dans la nuit (Farrère, Fumée d'Opium, p.
130).
d O p i u m k n e i p e , O p i u m h a u s (G., p. 350). Ook M.S. i.v. o p i u m - m a s t e r .
In San Francisco ook O p i u m s p e l u n k e , en O p i u m h ö h l e . (Spemann,
Weltpanorama, p. 109).
F.P.H. Prick van Wely, Viertalig aanvullend hulpwoordenboek voor Groot-Nederland
opiumpacht
e o p i u m f a r m (S.T.).
f f e r m e d ' o p i u m bij Favre i.v. p a k a p i y u n . Ook a f f e r m a g e d e l a
v e n t e d e l ' o p i u m (de Beauvoir, Java, Siam, Canton, p. 192).
d O p i u m v e r k a u f , -V e r p a c h t u n g , V e r p a c h t u n g d e s
O p i u m e r t r a g s (Mr.).
opiumpachter
e opium farmer.
f affermataire de la vente de l'opium, fermier de l'opium.
d Opiumverkauf-Pachtinhaber.
opiumpijp
e opium pipe.
f p i p e à o p i u m (N.L.I.).
d Opiumpfeife.
opiumregie
e state monopoly of opium
F.P.H. Prick van Wely, Viertalig aanvullend hulpwoordenboek voor Groot-Nederland
166
production, opium monopoly.
f [l a ] r é g i e d e l ' o p i u m .
d Opiumregie.
opiumschandaal
e opium scandal.
f scandale par rapport à la vente de l'opium.
d Opiumverkauf-Skandal.
opiumschuiver
e opium smoker, drug-smoker.
f f u m e u r d ' o p i u m (A. Brisson, Paris intime, p. 101).
d Opiumraucher.
opiumsluiker:
zie opiumsmokkelaar .
opiumsmokkelaar
e opium-smuggler.
f contrebandier d'opium.
d Opiumschmuggler.
opiumverbruik
e consumption of opium.
f consommation d'opium.
d Opiumverbrauch.
opiumverkoop
F.P.H. Prick van Wely, Viertalig aanvullend hulpwoordenboek voor Groot-Nederland
e o p i u m s a l e , s a l e o f t h e d r u g (T.), v e n d o f o p i u m : The opium
revenue comprised... Rx. 34,852 from licenses for the v e n d o f o p i u m
(Regeeringsversl., E.-I., p. 100).
f débit de l'opium, vente de l'opium.
d Opiumverkauf.
opiumverkoopplaats
e o p i u m r e t a i l - s h o p , o p i u m b u r e a u (S.T.).
f débit d'opium.
d Opiumverkaufsbude, - lokal.
opjagen
[op vendutie]
e force up bids, screw bids.
f pousser.
d hinauftreiben.
opkammen
[fig.]
e to stroke down, to fawn upon, crack up.
f c i r e r l e s b o t t e s à qqn. (N.L.I.), a m a d o u e r .
d herausstreichen, lobhudeln.
opkammerij
e stroking down, fawning upon.
f cirage, pommade, pelotage.
d [d a s ] H e r a u s s t r e i c h e n , [d i e ] L o b h u d e l e i .
opkomen
[van de koorts]
e c o m e (o n ).
f se faire sentir.
d sich einstellen.
F.P.H. Prick van Wely, Viertalig aanvullend hulpwoordenboek voor Groot-Nederland
opleidingsschool
e training-school.
f école professionnelle.
d Ausbildungsanstalt.
oploopen
[van schepen]
e h a v e t h e l e g o f (o n ), c a t c h u p , o v e r h a u l .
f devancer, distancer.
d überholen.
opmarsch
e marching up.
f marche en avant.
d Aufmarsch.
opname
e survey(ing).
f a r p e n t a g e : Il y a deux sortes de survey: il y a un survey qui consiste à
dresser quelque chose comme le cadastre du
F.P.H. Prick van Wely, Viertalig aanvullend hulpwoordenboek voor Groot-Nederland
167
pays... mais avant celui-là il y a un autre survey, inventaire provisoire de ce
que renferme le pays (Ch. B., 10 Années, p. 142).
d Vermessung, Landesvermessung, Landesaufnahme.
a) opnemen
[in 's lands dienst]
e to incorporate.
f incorporer.
d einverleiben, einstellen.
b) opnemen
[de temperatuur]
e take.
f p r e n d r e (la température d'un malade) - zie N.L.I.
d m e s s e n - vgl. T e m p e r a t u r m e s s u n g , M e s s u n g d e r T. enz.
opnemer
e surveyor.
f arpenteur.
d Feldmesser.
opnemingsbrigade
e surveying-brigade.
f b r i g a d e d ' a r p e n t a g e (G.I.N., p. 409).
d Vermessungsbrigade.
opnemingsvaartuig
e survey(ing)-ship.
f n a v i r e (b â t i m e n t ) d u s e r v i c e h y d r o g r a p h i q u e .
d Schiff des Vermessungsdienstes.
F.P.H. Prick van Wely, Viertalig aanvullend hulpwoordenboek voor Groot-Nederland
oppas
e 1. o r d e r l y , a t t e n d a n t , c h u p r a s s y ; 2. p o l i c e m a n . Vgl. Kipling, Mine
own People, p. 40: ‘Orderly! - A drowsy p o l i c e m a n answered Strickland's
call.
f 1. p l a n t o n , o r d o n n a n c e , b r o s s e u r : on a... des (s o l d a t s )
o r d o n n a n c e s (ou ‘b r o s s e u r s ,’ employés pour le service personnel d'un
officier et le pansage de ses chevaux); des p l a n t o n s (qui se tiennent à la
porte d'un officier supérieur pour transmettre des ordres etc.) (Kron, Le petit
soldat, p. 12); 2. a g e n t d e p o l i c e .
d 1. (i n l ä n d i s c h e r ) D i e n e r ; 2. P o l i z e i d i e n e r .
† opperbroek:
zie tjelana monjet .
† opperkoopman
e s e n i o r m e r c h a n t : Rumphius attained the rank of a s e n i o r m e r c h a n t .
(Crawfurd, Descriptive Dict.).
f c o m m a n d e u r . Volgens S.V. is dit het woord voor: Chef bei den
holländischen Handelskantors in Ost-Indien. De G.I.N., pag. 343, geeft:
m a r c h a n d e n c h e f de la Compagnie des Indes Orientales.
d C h e f - zie het Fransch.
oprichtersaandeel
e founder's share.
f part de fondateur.
d Gründeraktie.
opschuren
[rijst]
e to house.
f e n g r a n g e r , m e t t r e e n g r a n g e , s e r r e r [l e m a ï s ].
d aufspeichern.
opschuring
F.P.H. Prick van Wely, Viertalig aanvullend hulpwoordenboek voor Groot-Nederland
e (ware)housing.
f emmagasinage, mise en grenier.
d Aufspeicherung.
F.P.H. Prick van Wely, Viertalig aanvullend hulpwoordenboek voor Groot-Nederland
168
opslag
[van koffieplanten]
e wild shoot(s).
f sauvageon(s).
d Wildling(e), Kernling(e).
opslagplaats
e depot.
f (l i e u d e ) d é p ô t .
d Lagerraum.
opstal
[recht van -]
e building-lease hold.
f d r o i t d e s u p e r f i c i e (N.L.I.).
d B a u p a c h t r e c h t (M.S.), E r b b a u r e c h t .
opstand
[van een bosch]
e growth, standing wood.
f plant silvestre, bois en état, bois sur pied.
d [d e r ] B e s t a n d , W a l d b e s t a n d .
optelephoneeren:
zie opbellen .
opzetting
[van de lever]
e enlargement of the liver.
f dilatation du foie.
d Leberanschoppung, Leberanschwellung.
F.P.H. Prick van Wely, Viertalig aanvullend hulpwoordenboek voor Groot-Nederland
opzichter
e road overseer.
f i n s p e c t e u r a r p e n t e u r : Pour les grades inférieurs, il [le gouvernement
hollandais] met à la disposition du gouverneur général des architectes (mot
qui n'a pas tout à fait le même sens que chez nous) et des o p z i c h t e r (sorte
d ' i n s p e c t e u r s a r p e n t e u r s ), zegt Chailley-Bert in zijn La Hollande etc.,
p. 69.
d Aufseher.
orang
e fellow, man, chap, cuss.
f h o m m e , d r i l l e , t y p e (slang).
d Kerl, Mensch.
orang baroe:
zie baar .
orang kaja:
zie orangkay .
orangkay
e o r a n g k a y , o r a n g k a y a , etc.: In the Archipelago a person of distinction,
a chief or noble, corresponding to the Indian o m r a h ; litterally ‘a rich man’,
analogous therefore to the use of r i c h e - h o m m e by Joinville and other old
French authors (H.J.).
f o r a n g - k a y = homme respectable - vgl. H. Conscience, Batavia, p. 99 noot:
o r a n g - k a y signifie en malais homme respectable, et l'on désignait par ce
mot les personnes considérables et les vieillards.
d O r a n g - K a j a : Als Ortsvorsteher fungiren Regenten, den titel von Radja, Patti
und O r a n g - K a j a führend (von Rosenberg, Der mal. Arch.).
orang ketjil
F.P.H. Prick van Wely, Viertalig aanvullend hulpwoordenboek voor Groot-Nederland
[Inl. spr.]: zie kleine man.
† orang lama:
zie oudgast .
orang-oetan(g)
e o r a n g - o u t a n ( g ) , o r a n g u t a n of o r a n g .
f o r a n g - o u t a n ( g ) , ook j a c k o , o r a n g . Ook h o m m e d e s b o i s . Het
mv. is o r a n g s - o u t a n ( g ) s .
d O r a n g u t a n ( g ) (eig. en fig.). Ook der U t a n g alleen of der O r a n g
(Sanders, Fremdwörterbuch), W a l d m e n s c h en B u s c h m e n s c h .
† orang-outangh:
zie orang-oetan .
F.P.H. Prick van Wely, Viertalig aanvullend hulpwoordenboek voor Groot-Nederland
169
orang-tani
e agriculturist, peasant.
f cultivateur.
d Landbauer, Landwirt.
† oranjebloem:
zie tjempaka .
orchidee
e orchid.
f [u n e ] o r c h i d é e .
d [d i e ] O r c h i s , mv. O r c h i d e e n .
ordonnantie
e ordinance.
f ordonnance.
d [d e r ] E r l a s z .
organdie
e organdie, organdy.
f o r g a n d i = mousseline très légère (N.L.I.).
d [d e r ] O r g a n d i , O r g a n d y .
orgeade
e orgeat.
f orgeat.
d [d i e ] O r g e a d e , [d e r ] O r g e a t .
F.P.H. Prick van Wely, Viertalig aanvullend hulpwoordenboek voor Groot-Nederland
orientalist
e Orientalist, Oriental savant.
f orientaliste.
d Orientalist.
Orienten
['t land van -]: zie Oost .
orlea(a)nboom
[N]: zie kesoemba .
oto
e breast-cloth.
f pectoral.
d Brustlatz.
ottomane
e ottoman.
f ottomane.
d [d i e ] O t t o m a n e .
ottomansch
e Ottoman.
f ottoman.
d ottomanisch, osmanisch.
oude stad
e t h e o l d (p a r t o f t h e ) t o w n .
f la vieille ville.
d die Altstadt.
F.P.H. Prick van Wely, Viertalig aanvullend hulpwoordenboek voor Groot-Nederland
oudgast
e o l d I n d i a n of o l d c o l o n i a l , o l d r e s i d e n t , o l d s e t t l e r , o l d
s t a g e r , in Australië o l d c h u m . In Kalee's Shrine van Allen en Cotes, vindt
men vaak o l d I n d i a n . Eveneens in Melati van Java, The Resident's
Daughter, p. 89: ‘That is such nonsense’, an o l d I n d i a n interposed, an
ex-resident, who had retired on his pension. Ook I n d i a n : Our best I n d i a n s ...
in the idleness and obscurity of home [Great-Britain]... look back with fondness
to the country where they have been useful and distinguished (Elphinstone,
Colebroke I, p. 366). Nog o l d q u i h i i n Trevelyan, Competition Wallah, p.
170: O l d Q u i h y e s with clogged livers and shattered nerves. Vgl. verder
Indischgast, waar ook nog gegeven is r e t u r n e d I n d i a n .
f a n c i e n c o l o n i a l , a n c i e n r é s i d e n t : Nous savons... qu'il y a de v i e u x
c o l o n i a u x , mais ils sont encore plus vieux que coloniaux (Navarre, Man.
d'Hygiène col., p. 64). Vgl. ook opiumkit.
d a l t e r K o l o n i s t (G.), a l t e r I n d i e r . (Preyer, Indo-Mal. Streifzüge,
Voorrede).
oud-Indiër:
zie oudgast .
oud-Indischgast:
zie oudgast .
F.P.H. Prick van Wely, Viertalig aanvullend hulpwoordenboek voor Groot-Nederland
170
oudstaanwezend:
zie eerstaan-wezend .
ouma
[Z.A.]: zie neneh .
ouwe
[de -]
e the old one, the boss, captain.
f le patron.
d der Alte.
ouwel
[uit de apotheek]
e wafer.
f cachet.
d [d i e ] O b l a t e , Umhüllung von Arznei, die das Einnehmen erleichtern soll
(Heyse, Fremdwörterb.).
overchineezen
[schooltaal]: zie overkalken .
overgangsbepaling
e t e m p o r a r y p r o v i s i o n of t r a n s i t i o n r e g u l a t i o n .
f disposition transitoire.
d U e b e r g a n g s b e s t i m m u n g of t r a n s i t o r i s c h e B e s t i m m u n g .
overgave
[van bestuur]
F.P.H. Prick van Wely, Viertalig aanvullend hulpwoordenboek voor Groot-Nederland
e change-hands, transmission of power.
f transmission.
d Uebertragung.
overkalken
e crib, cabbage, cab, skin.
f copier.
d a b s c h r e i b e n , a b s c h m i e r e n , ook a b s c h w u l e n , a b s c h u s t e r n in
't Berlijnsch argot.
overlaat
e o v e r f l o w o u t l e t , o v e r f l o w (s h o o t ).
f déversoir.
d [d a s ] U e b e r f a l l w e h r .
overland reis
e over land journey; overland mail, over land route.
f voyage par la voie de terre.
d Ueberlandreise.
overloop
e c o v e r e d w a y o f a l l e y : The kitchen is invariably a separate building,
usually attached to the house by a c o v e r e d w a y (Trollope, Australia, I, p.
119).
f g a l e r i e c o u v e r t e : La cuisine est, avec les communs, dans un bâtiment
ou hangar à part, communiquant avec la maison par une g a l e r i e c o u v e r t e
(Babut, F. Batel, I, p. 91).
d ü b e r d a c h t e r of ü b e r d e c k t e r G a n g : Die Hoteleinrichtung in Garoet
war die hier allgemein übliche. U e b e r d e c k t e G ä n g e , die einen
einstöckigen Häuser-complex verbinden, weiss angestrichen, Betten mit der
bekannten Schlafrolle u.s.w. (von Raumer, Niederl. Indien, p. 65).
overnemen
[van dienst enz.]
e t a k e o v e r c h a r g e , t a k e c h a r g e o f ...
F.P.H. Prick van Wely, Viertalig aanvullend hulpwoordenboek voor Groot-Nederland
f p r e n d r e c h a r g e d e ...
d übernehmen.
overplaatsen
e t o t r a n s f é r , t r a n s l a t e (van geestelijken).
f d é p l a c e r = faire changer un fonctionnaire de résidence (Li.).
d versetzen.
overplaatsing
e tránsfer, transference.
f déplacement, changement.
d Versetzung.
F.P.H. Prick van Wely, Viertalig aanvullend hulpwoordenboek voor Groot-Nederland
171
overplanten
[rijstbouw]
e to transplant.
f r e p i q u e r : Le riz est d'abord semé dans des champs très fortement fumés,
puis r e p i q u é dans les rizières (Cat. Indo-Chine, 1900, p. 77). Deze bewerking
heet r e p i q u a g e .
d umpflanzen.
overscheep
e transshipment.
f transbordement.
d Umladung.
overschrijving
e t r a n s f e r : The t r a n s f e r t a x in Java is very high (Money, Java, I, p. 248).
Overschrijvings-kosten - t r a n s f e r d u e s . Er bestaat ook een t r a n s f e r
of property act.
f t r a n f e r t , d r o i t s d e t r a n s m i s s i o n , ook i m m a t r i c u l a t i o n . L'acte
par lequel un immeuble est soumis au nouveau statut porte le nom
d ' i m m a t r i c u l a t i o n . C'est également l ' i m m a t r i c u l a t i o n qui a la vertu
de transférer la propriété à la suite des contrats (Girault, Législation col., II,
410). Hiervoor betaalt men d r o i t s d e m u t a t i o n .
d Uebertragung, Uebertragungsgebühren.
overtocht
e p a s s a g e , v o y a g e . Ook c r o s s i n g , vooral van kleinere trajecten. Vgl.: I
was particularly interested in a fair young girl whom a handsome man escorted
on board... She was making the c r o s s i n g alone (Ch. Bronte, Villette, Ch.
II). Zoo ook van het Kanaal sprekende: We shall have a lovely c r o s s i n g (G.
Moore, Evelyn Innes, Ch. IX).
f t r a v e r s é e : la t r a v e r s é e est de 40 jours environ (Alm. Hachette).
d Ueberfahrt.
overtredingszaak
F.P.H. Prick van Wely, Viertalig aanvullend hulpwoordenboek voor Groot-Nederland
e case of transgression.
f délit de contravention.
d Uebertretungsfall.
overvracht
e excess luggage, excess.
f (t a x e d e ) s u r p o i d s .
d Ueberfracht.
overwal
e opposite shore.
f côte opposée.
d gegenüberliegende Küste.
overwalsch
vert.: van den overwal.
overweg
e level crossing.
f passage à niveau.
d Bahnüberweg.
overzeesch
e b e y o n d t h e s e a ( s ) , t r a n s m a r i n e , t r a n s a t l a n t i c . Ook bijv.:
O v e r s e a c o l o n i e s (Stead, Rev. of Rev. 1903, p. 305) en zelfs o v e r s e a s
bijv. a n o v e r s e a s m u s e u m (T.).
f d'outremer.
d überseeisch.
P.
P.S.:
F.P.H. Prick van Wely, Viertalig aanvullend hulpwoordenboek voor Groot-Nederland
zie Polytechnische School .
paaiboelie
[Z.A.]: zie momok .
F.P.H. Prick van Wely, Viertalig aanvullend hulpwoordenboek voor Groot-Nederland
172
P vlag:
zie postvlag .
paal
e 1506,94 M., dus ongeveer een m i l e (1609 M.).
f p a a l = 1506,94 M.: Batavia n'a pas moins de dix p a a l de longueur (quinze
kil.).
d P a a l = 1506,94 M.: Wegemasz ist der P a a l (Mr.).
paalwoningen
e houses on piles.
f m a i s o n s (p a i l l o t t e s ) s u r p i l o t i s .
d Pfahlbauten, Pfahlbauhütten.
† paan:
zie schaamgordel .
paardenjongen
e h o r s e - b o y (M.), h o r s e - k e e p e r .
f garçon d'écurie.
d Pferdejunge, Pferdebursche.
paardenloods
e horse repository.
f hangar aux chevaux.
d Pferdeschuppen.
paardenposterij
F.P.H. Prick van Wely, Viertalig aanvullend hulpwoordenboek voor Groot-Nederland
e relay posting, horse-posting.
f relais, posteauxchevaux, service de(s) relais.
d Pferdepost, Posthalterei.
pacht
e farm(ing).
f ferme, affermage.
d Pacht, Pachtung.
pachter
e farmer.
f affermataire, fermier.
d Pächter.
pachtschat
e farm-rent.
f fermage.
d P a c h t z i n s , -g e l d , -s c h i l l i n g .
pachtstelsel
e farming system.
f système des fermages.
d Pachtsystem.
pacificeeren
e pacify.
f pacifier.
d pazifizieren.
padi(e)
F.P.H. Prick van Wely, Viertalig aanvullend hulpwoordenboek voor Groot-Nederland
e p a d d y , rice in the husk, Malay p a d i (Skeat, Etym. Dict.). H.J. geeft p a d d y
ook in de Nederl.-Indische beteekenis: rice in the husk, but the word is also at
least in composition applied to g r o w i n g r i c e ... In Malay p a d i is ‘rice in
the straw’. Als samenstellingen geeft hij p a d d y - b i r d en p a d d y - f i e l d . Bij
M. nog p a d d y c r o p , p a d d y - g r o u n d etc. Ook n e l , n e l l y , n e l l i in
Eng.-Indië en b a t t y .
f [l e ] p a d d y : Une servante arrive portant sur la tête une corbeille pleine de
p a d d y (Etudes et Reconnaissances, XIII, p. 268). Soms p a d i en (in
Zuid-Indië) n e l l y . Ook kan men zeggen: r i z (d e p l a i n e ) s u r p i e d .
d [d e r ] P a d d y : Hauptgegenstände der Ausfuhr sind Getreide besonders Reis
und P a d d y (Br. i.v. O s t - i n d i e n ).
padi(e)-loemboeng:
zie loem-boeng .
padri-oorlog
e P a d r e - w a r - vgl. H.J. onder p a d r e .
F.P.H. Prick van Wely, Viertalig aanvullend hulpwoordenboek voor Groot-Nederland
173
f la guerre contre les Padris.
d P a d r i k r i e g (Haeckel, Aus Insulinde, p. 195).
paf
e perplexed, flabbergasted.
f baba, bleu.
d p a f f , b a f f = im höchsten Grade über etwas erstaunt (Genthe, Deutsches
Slang). Ook p l a t t , bijv.: Ich war ganz p l a t t .
pagaai
e paddle, scull.
f [l a ] p a g a i e .
d [d i e ] P a g a i e (Mr.).
pagger
e 1. p a g a r (E.-Indië); (b a m b o o ) f e n c e , e n c l o s u r e ; 2. h e d g e . N.B. In
Eng.-Indië heeft p a g a r beteekend ‘factorij’. Door de pagger gaan - t o g o
o n t h e s p r e e (b u r s t ).
f 1. p a g h e r = palissade enclorant la maison; 2. h a i e v i v e . Door de pagger
gaan - f a i r e u n e f r e d a i n e (l a f ê t e ).
d 1. B a m b u s g e h e g e , l e b e n d i g e r Z a u n , (B a m b u s r o h r -) Z a u n ; 2.
H e c k e . Door de pagger gaan - a u f d e n B u m m e l g e h e n .
1)
paggerkoffie
e pagar coffee.
f café en haie vive.
d Z a u n k a f f e e : dieser wird innerhalb der Umzäunung der Dörfer gewonnen
(Sanders, Fremdwörterbuch).
pai(h)ten
1)
Niet wat van Dale geeft maar ‘de koffie, die niet, zooals de tuin- en boschkoffie, in geregelde
plantages groeit, maar binnen de omheining der inlandsche dorpen geteeld wordt’ (Enc. van
Ned.-Indië).
F.P.H. Prick van Wely, Viertalig aanvullend hulpwoordenboek voor Groot-Nederland
e t o h a v e g i n a n d ‘b i t t e r ’.
f prendre l'apéritif, boire la goutte.
d Schnaps und Bitter trinken, schnapsen.
pai(h)tje
e b i t t e r : we will go and take a ‘b i t t e r ’ at Grimm's and then get home to
‘rijsttafel’ (A. Linden, Gold, p. 69). Ook g i n a n d b i t t e r .
f [u n ] b i t t e r , a m e r .
d [e i n ] b i t t e r e r S c h n a p s , [e i n ] B i t t e r ( e r ) .
pajah
[schooltaal van opgaven]
e stiff.
f carabiné.
d knüfflich.
pajong
e p a y o n g = an umbrella, quite flat when spread out, of yellow oiled paper (A.
de Wit, Facts and Fancics, p. 122). De beste vertaling is wel: (o i l - p a p e r )
u m b r e l l a of s u n s h a d e . In E.-I. c h u t t r e e of c h a t t a (van 't Skr.
c h h a t r a ): Gold c h a t t a chiefs ... permitted to have a gold umbrella carried
over their heads (Marryat, Olla Podrida, XXVI).
f p a r a s o l , o m b r e l l e ; p a r a p l u i e , argot r i f l a r d , p é p i n .
d Schirm, Regenschirm.
pakean
e s u i t (o f c l o t h e s ).
f c o s t u m e (c o m p l e t ), c o m p l e t .
d Anzug.
pakean deftig
e gala-dress, state-dress.
F.P.H. Prick van Wely, Viertalig aanvullend hulpwoordenboek voor Groot-Nederland
174
f h a b i t d e g a l a , h. d e c é r é m o n i e .
d Staatskleid(er).
pakhuismeester
e store-house keeper.
f c h e f d e m a g a s i n , g a r d e - m a g a s i n , m a g a s i n i e r (Annuaire de
l'Indo-Chine).
d M a g a z i n a u f s e h e r (officieel), P a c k h a u s m e i s t e r (Bokemeyer, Die
Molukken, p. X).
pakkamer
[Z.A.]: zie goedang .
pakken
[te - hebben]
e h a v e g o t (f e v e r ), bv. y o u ' v e g o t fever on you.
f a v o i r p r i s , a t t r a p é (l a f i è v r e ).
d (d a s F i e b e r ) w e g h a b e n .
pakketvaartmij.
e packet company.
f compagnie des paquebots.
d Paketfahrtgesellschaft.
pala
e n u t m e g ; m a c e (foelie).
f [l a ] m u s c a d e ; [l e ] m a c i s (foelie).
d Muskatnusz; Muskatenblüte.
palang pintoe
F.P.H. Prick van Wely, Viertalig aanvullend hulpwoordenboek voor Groot-Nederland
e door-bar.
f barre de porte.
d Sperrstange, Querbaum.
palankijn
e p a l k i - g h a r r y (M.S.). Vgl. de advertentie in de Java Gasette van 1816: For
sale, a handsome chariot and a neat p a l a n q u i n c a r r i a g e . In de S.T. ook
p a l a n q u i n : Rubber tyred landaus, victorias and p a l a n q u i n s for hire
(advertentie). Verder j a u n : In Calcutta a small palanquin-carriage such as is
used by business men in going to their offices (H.J.).
f v o i t u r e p a l a n q u i n , m a l a b a r . Vgl. Babut, Félix Batel, I, p. 91: Dans les
Indes anglaises on se sert... de voitures à quatre roues très légères et ouvertes
de tous les côtés, appelées p a l a n q u i n s . Verschuur, Aux Colonies d'Asie,
p. 19 heeft: On donne le nom de m a l a b a r , ici [Singapore] comme à Saigon,
aux voitures fermées, garnies de persiennes, qui protègent contre les rayons
du soleil.., L'Anglais se sert aussi du mot ‘gairick’ [lees g h a r r y ].
d Palankinwagen.
palawidja:
zie polowidjo .
palazeep:
zie notenzeep .
palm
[roode -]
e red Pinang.
f aréca rouge.
d rote Areka.
palmblad
e palm leaf.
f feuille de palmier.
d Palmblatt.
F.P.H. Prick van Wely, Viertalig aanvullend hulpwoordenboek voor Groot-Nederland
palmbosch
e palm grove.
f palmeraie.
d Palmenwaldung.
palmegone
[N. slang]: zie koloniaal .
1)
palmiet
e palm-tree marrow, pith of the palm-tree.
1)
In Z.A. ook 'n soort waterplant, de P r i o n i u m p a l m i t a , in 't Eng. p a l m i t e .
F.P.H. Prick van Wely, Viertalig aanvullend hulpwoordenboek voor Groot-Nederland
175
f [l e ] p a l m i t e (B.).
d [d e r ] P a l m i t = P a l m h i r n (Sanders, Fremdwörterbuch).
† palmijdt:
zie palmiet .
palmkool
e palm cabbage.
f chou palmiste.
d Palmenkohl.
palmolie
e palm-oil.
f huile de palmier.
d Palmöl.
palmsuiker:
zie goela aren .
palmwijn:
zie sagoewer .
1)
pamor
e 1. d a m a s k i n g ; 2. d a m a s k i n g i r o n : D.D. omschrijft p a m u r als: the
process of veining or watering a kris.
f 1. d a m a s q u i n a g e ; 2. f e r à d a m a s q u i n e r .
d 1. D a m a s z i e r u n g ; 2. D a m a s z i e r e i s e n .
1)
Dit is meteoorijzer in bet. 2, overeenkomende met het in E.-Indië en Europa bekende w o o t z .
F.P.H. Prick van Wely, Viertalig aanvullend hulpwoordenboek voor Groot-Nederland
2)
† pampelmoes:
zie pompelmoes .
pamperlangen
[Z.A.]: zie lekker maken .
pandanboom:
zie pandanus .
pandanus
e screw-pine.
f b a q u o i s , v a q u o i s (N.L.I.). Verscheiden pandanus-soorten heeten a r b r e
i m p u d i q u e , a r b r e i n d é c e n t (N.L.I.).
d [d e r ] P a n d a n g (Sanders, Fremdwörterb.), [d i e ] S c h r a u b e n p a l m e ,
Pandane.
pandeling
e c r e d i t b o n d m a n . Vgl.: Even at the beginning of the nineteenth century
Daendels found thousands of the so-called ‘pandelings’ or c r e d i t b o n d m e n
in one of the residences of Java (Day, The Dutch in Java, p. 351). Ook
d e b t - s l a v e (D.D.), in Spaansch Amerika p e o n .
f ôtage.
d P f a n d m a n n , L e i b b ü r g e , S c h u l d s k l a v e (Mr.).
pandelingschap
e c r e d i t b o n d a g e . Ook d e b t - s l a v e r y (D.D.); in Amerika (Mexico)
peonage, peonism.
f ôtage.
d Leibbürgschaft, Schuld-Pfändung.
pandgoederen
2)
De p a m p e l m o e s van Z.A. is eene bittere oranje.
F.P.H. Prick van Wely, Viertalig aanvullend hulpwoordenboek voor Groot-Nederland
e p a w n e d g o o d s (o b j e c t s ).
f objets engagés au mont-de-piété.
d Pfandgüter.
pandhuis
e pawn house, pawn-shop.
f mont-de-piété.
d P f a n d h a u s , ook L e i h h a u s , P f a n d l e i h h a u s .
pandrecht
e credit bondage right.
f nantissement.
d Pfändungsrecht.
pandvendutie
e a u c t i o n o f u n r e d e e m e d p l e d g e s of o u t - o f - t i m e p l e d g e s .
F.P.H. Prick van Wely, Viertalig aanvullend hulpwoordenboek voor Groot-Nederland
176
f v e n t e d ' o b j e t s n o n d é g a g é s of n o n r e t i r é s .
d Auktion nicht eingelöster Pfänder.
1)
pangeran
e p a n g e r a n (Sc.).
f pangéran.
d Pangeran.
pang(h)oeloe
e p a n g h u l u ; the only bigoted religionists are the Hadjis,... who figure as Moulvis
or p a n g h u l u s (village priests), etc. (H. Scott Boys, Some Notes on Java, p.
12). Ook p e n g h u l u : We have all been picturing you bringing the
P e n g h u l u s into line (Pinang Gazette, 28 Dec. 1903).
f prêtre en chef de mosquée.
d Moscheepriester.
pan(g)ka:
zie punkah .
panglima
e war-chief.
f chef de guerre.
d Kriegsherr.
panislamisme
e panislamism.
f panislamisme.
d [d e r ] P a n i s l a m i s m u s .
1)
Eeretitel voor personen van vorstelijke afkomst.
F.P.H. Prick van Wely, Viertalig aanvullend hulpwoordenboek voor Groot-Nederland
panje:
zie champie .
panoe
e versicolored pityriasis.
f crasse parasitaire.
d farbige Kleienflechte.
pantjoeran
e spout, waterpipe, jet-pipe.
f conduit d'eau, tuyau, rigole.
d Wasserrinne.
pantoen
e p a n t o o n , p a n t u n : The Malays take great delight in listening to two poetical
champions p a n t u n i n g at each other, zegt de Cycl. of India (i.v. B e r b a i t ).
Ook p a n t o u n (M.S.) en foutief p a n t o u m .
f p a n t o u n - vgl.: René Ghill, Le Pantoun des Pantoun, poème Javanais (Paris
& Batavia 1902). Interessant is M.V.E., p.40: ‘Le mot p a n t o u n n'a point
encore été admis dans le Dict. de l'Acad., bien que... Victor Hugo ait été le
premier en France à nous donner la traduction d'un p a n t o u n malais... Mais
par suite d'une erreur typographique on a imprimé p a n t o u m et cette faute
a été reproduite par Asselineau, de Banville, Leconte de l'Isle, et tout récemment
encore par M. Henry Houssaye dans son discours de réception à l'Acad.
française’. Bij ons is de fout ingevoerd door Frederik van Eeden: in De
Beweging, Sept. 1905 staat p a n t o e m .
d P a n t u n : Die P a n t u n s sind kleine, meist einstrophige eigenartige Gedichte,
aus zwei Hälften bestehend, die keinen Bezug zu einander haben - der
eigentliche Sinn liegt in der zweiten Hälfte. Sie kommen den it. Stornelli am
nächsten (Dr. Brandstetter, Der Natursinn in den ältesten Litteraturwerken der
Malaien, p. 7). Ook P a n t o n vgl. Haberlandt. Bot. Tropenreise, p. 264: Schon
Adalbert von Chamisso brachte von seiner
F.P.H. Prick van Wely, Viertalig aanvullend hulpwoordenboek voor Groot-Nederland
177
Weltreise eine Anzahl von P a n t o n s heim. Reeds wijst Mr. er op, dat
P a n t u m minder goed is.
pantry
[aan boord]
e pantry.
f office.
d A n r i c h t e : dasz grosze Kühlschränke... in den A n r i c h t e n vorhanden sind,
versteht sich von selbst (Lloyd-Zeitung '09).
papaja
e p a p a i a , p a p a w = the tree Carica papaya (Ch.). Here and there on the
country roads we found lemon, p a p a i a , orange, lime and fig trees (Mark
Twain, The Stolen white Elephant, p. 84). Vgl. ook M.: d u g - t r e e , an old name
of the p a p a w - t r e e . Soms p a p y a of p a p o i a ; in de bladen van Ceylon
vindt men geadverteerd p a p o y . Ook heet de vrucht m e l o n f r u i t en de
boom m e l o n t r e e . (M.S.).
f [l a ] p a p a y e (spr. pa-pè) - de vrucht, en p a p a y e r (spr. papéié) - de boom.
Ook l e p a p a u , l a p a p a y a en f i g u i e r d e s I l e s . Jumelle zegt in zijn
Cult. Col., I, p. 199.: L e p a p a y e r est américain et doit être originaire du
Brésil, car son nom proviendrait d'après de Martuis, d ' a m b a p a y a , terme
de la langue tupi de cette contrée.
d Papaya(baum), Melonenbaum.
papayine
e p a p a y i n e (D.D.), p a p a i n , p a p a y o t i n (Wt.).
f p a p a ï n e (Quenedey, Java, Birmanie, p. 43).
d [d a s ] P a p a ï n , P a p a y o t i n : Man benutzt das P. bei Verdauungsstörungen
und bei Diphtheritis und Krupp (Mr.).
papbroek
[Z.A.]: zie lammeling .
papegaaivisch
F.P.H. Prick van Wely, Viertalig aanvullend hulpwoordenboek voor Groot-Nederland
e parrot-fish, parrot-wrasse.
f bec-de-perroquet, labre scare.
d Papageifisch, Seepapagei.
Papoe(a)
e Papuan.
f Papou, Papoua.
d P a p u a , mv. - s.
papoeaasch
e Papuan.
f p a p o u a , vr. p a p o u a n e . Ook p a p o u en p a p o u e .
d papua(ni)sch.
paraaf
e paraph, initials.
f [l e ] p a r a f e , p a r a p h e .
d [d i e ] P a r a p h e , ook mnl. volgens Duden. Soms S u b m i s s i o n s s t r i c h .
paradijsvogel
e b i r d o f P a r a d i s e ; it was called a p o d e from the fable that it was always
on the wing and had no feet (Wh.).
f paradisier, oiseau de paradis.
d Paradiesvogel.
parafeeren
e t o p a r a p h , soms t o i n i t i a l (M.).
f parafer, parapher, apposer son parafe.
d paraphieren.
parallelklasse
F.P.H. Prick van Wely, Viertalig aanvullend hulpwoordenboek voor Groot-Nederland
e parallel-form.
F.P.H. Prick van Wely, Viertalig aanvullend hulpwoordenboek voor Groot-Nederland
178
f classe parallèle.
d Parallelklasse.
parang
e p a r a n g , a heavy Malay knife. (Ch.). In Singapore: P a r a n g (M a l a y u ).
Ook c h o p p i n g - k n i f e .
f p a r a n g = couperet.
d P a r a n g = malaiisches Hiebmesser. Vgl. echter E. Salgari, Die Piraten des
mal. Meeres, p. 11: Ihre Bewaffnung bestand aus... groszen P a r a n g s aus
feinstem Stahl. Verder pag. 34: Auszerdem fanden sich da noch... Aexte und
schwere P a r a n g s , eine Lieblingswaffe der Dajaken auf Borneo.
parelkoffie
e p e a b e r r y (c o f f e e ): The p e a b e r r i e s have a higher commercial value,
and are sifted out from the ordinary beans (M.). Vgl. echter Wt.: The talk of
male plants and the discussion as to the value of p e a b e r r y as seed, are
themes indulged in at the expense of infinitely more valuable topics.
f café perlé.
d P e r l k a f f e e : Oft bildet sich in der Frucht nur ein einziger Same aus; dieser
ist dann auch auf der Innenseite rundlich, mithin walzenförmig. Solche Samen
sind als P e r l k a f f e e , E r b s e n - oder m ä n n l i c h e B o h n e n bekannt
(Zippel, Ausl. Kulturpflanzen).
parlementair
[subst.]
e parliamentary, bearer of a flag of truce.
f parlementaire.
d Parlamentär.
parra(k)
[Z.A.]: zie kodok .
particulier
F.P.H. Prick van Wely, Viertalig aanvullend hulpwoordenboek voor Groot-Nederland
[- sadja]
e p r i v a t e g e n t l e m a n , p. p e r s o n , n o n - o f f i c i a l .
f s i m p l e p a r t i c u l i e r : La présence de s i m p l e s p a r t i c u l i e r s à Java...
a toujours été une sérieuse question. (Babut, F. Batel, I, p. 141).
d Privatmann, Privatier.
partijtje
[een - maken]
e have a game.
f en jouer une.
d einen Tempel bauen of auflegen.
pasanggrahan
e r e s t - h o u s e : There are good r e s t - h o u s e s at the end of every day's
journey, where you are taken in and fed at a fixed tariff of prices (M. North,
Autobiography). Ook g o v e r n m e n t h o s t e l r y . Het typische woord is
d â k - b u n g a l o w (b a n g l a ) of ook alléén b u n g a l o w , afkorting van
t r a v e l l e r s ' b u n g a l o w in Eng.-Indië. De d â k - b u n g a l o w is ongeveer
wat men op Java de pasanggrahan noemt (Veth, Insulinde, II, p. 512). Verder
komen eenigszins met onze pasanggrahans overeen de d s h o u l t r i e s of
c h o u l t r i e s van Eng.-Indië.
f p a s a n g g r a h a n = auberge de fortune pour les fonctionnaires en tournée
(Ch.-B.). Vgl. ook Delmas, Java, p. 57: Le p a s e n g r a h a m est... ce que le
d a k - b u n g a l o w est dans les Indes.
d R e g i e r u n g s r a s t h a u s : In der Abenddämmerung erreichten wir ... Matoea,
wo wir zugleich die erste Bekanntschaft
F.P.H. Prick van Wely, Viertalig aanvullend hulpwoordenboek voor Groot-Nederland
179
mit einem P a s a n g g r a h a n , d.h. einem R e g i e r u n g s r a s t - h a u s e ,
machten (A. Maasz, Quer durch Sumatra, p. 38)... daneben oft ein
P a s s a n g r a h a n oder R e g i e r u n g s - R a s t h a u s , zur Unterkunft für
Beamte und europäische Reisende (Haeckel, Aus Insulinde, p. 201).
pasar:
zie passer .
pas de quatre
e pas de quatre.
f p a s d e q u a t r e ... une danse de caractère d'origine anglaise importée en
e
France vers la fin du XIX siècle (N.L.I.).
d Pas de quatre.
paseban
e audience-hall.
f salle d'audience.
d Audienzhalle.
passage
[- bespreken]
e to engage a berth,to book a steamer-berth,to take one's
p a s s a g e f o r , t o t a k e (o u t ) o n e ' s p a s s a g e (with the French mail),
to secure a berth.
f r e t e n i r u n e p l a c e à b o r d of s u r l e p a q u e b o t , f a i r e a r r ê t e r
une couchette of cabine, retenir une cabine.
d e i n e K a j ü t e b e s p r e c h e n , P a s s a g e (e i n F a h r b i l l e t ) n e h m e n ,
einen Platz belegen.
passage-afdeeling
e passenger-department.
f service des passagers.
d Passagierabteilung.
F.P.H. Prick van Wely, Viertalig aanvullend hulpwoordenboek voor Groot-Nederland
passage-biljet
e passenger-ticket, steamship ticket.
f billet de passage.
d Passagierbillet, Fahrbillet, Kajütenbillet, Schiffskarte.
passagegeld
e p a s s a g e m o n e y (M.), p a s s a g e (b o a t ) f a r e .
f passage.
d Passagiergeld, Fahrgeld.
passage-kantoor
e passenger-ticket office, cabin booking-office.
f (b u r e a u d u ) s e r v i c e d e s p a s s a g e r s , b u r e a u d e s p a s s a g e s .
d Passagierbureau, Passage-Agentur, Kajütsbureau.
passage-tarief
e passage tariff.
f tarif des passages, prix de passage.
d [d e r ] P a s s a g e - T a r i f .
passagieren
e go ashore.
f aller en permission.
d ans Land gehen.
passagiersboot
e p a s s e n g e r - b o a t , ook p a s s e n g e r s t e a m e r .
f paquebot.
d Passagierboot, Passagierdampfer.
F.P.H. Prick van Wely, Viertalig aanvullend hulpwoordenboek voor Groot-Nederland
passagiersgoed
e effects of passengers.
f effets de passager(s).
d Passagiergut, persönliche Effekten.
F.P.H. Prick van Wely, Viertalig aanvullend hulpwoordenboek voor Groot-Nederland
180
passagierslijst
e l i s t o f p a s s e n g e r s , ook p a s s e n g e r l i s t .
f liste des passagers.
d Passagierliste.
† passeerbaan:
zie paseban .
a) passeeren
[de linie -]
e to cross the line.
f passer la ligne.
d die Linie passieren.
b) passeeren
[iemand]
e n o t t o p r o m o t e , p a s s b y (o v e r ).
f faire manquer sa promotion à qqn.
d nicht befördern.
c) passeeren
[een acte, enz.]
e to pass, draw, execute.
f passer.
d v o l l z i e h e n , (a u s ) r i c h t e n .
passenstelsel
e p a s s p o r t s y s t e m , bij M.S. i.v. P a s z s c h e r e r e i .
f système des passe-ports.
d P a s z w e s e n , d e r P a s z z w a n g (M.S.).
F.P.H. Prick van Wely, Viertalig aanvullend hulpwoordenboek voor Groot-Nederland
passer
e b a z a a r . Ook p a s s a r (Sc.) en n a t i v e m a r k e t (-p l a c e ). Het verschil
met het Europeesche b a z a a r blijkt uit Brownell's The Heart of Japan, p. 54:
‘In the monthly b a z a a r s that are held in the streets... Bobby is ever watchful’
en uit Compton, Indian Life, p. 43: The shops in a b a z a a r all seem about the
e
same size. In een M.S. van de 17 eeuw (zie The Indian Antiquary 1904)
vindtmen: a very large B a z a r or markett place.
f m a r c h é , b a z a r : nous traversons ... le b a z a r avec ses boutiques de fruits,
de légumes, de vêtements (Quenedey, Java, p. 43).
d [d e r ] M a r k t (p l a t z ).
passerdag
e market-day.
f jour de marché.
d Markttag.
passergeld
e m a r k e t - m o n e y , m a r k e t i n g s , in E.-I. b a z a r .
f argent pour le marché.
d Marktgeld, Marktpfennige.
passermaleisch
e lingua franca Malay, kitchen-Malay.
f m a l a i s d e l a p l a g e . Vgl. Loti, Le Mariage de Loti: Depuis longtemps je
pouvais couramment parler le tahitien d e l a p l a g e . Ook m a l a i s d e
cuisine.
d K ü s t e n m a l a y i s c h (Speman, Weltpanorama, p. 363).
1)
passer malem
e fair.
f foire.
d Jahrmarkt, Messe.
1)
Eigenlijk 'n soort jaarmarkt.
F.P.H. Prick van Wely, Viertalig aanvullend hulpwoordenboek voor Groot-Nederland
pasteuriseeren
e t o p a s t e u r i z e (M.).
f pasteuriser.
d pasteurisieren.
pastorie
[der R.C. gemeente]
e parochial house, parish priest's house.
F.P.H. Prick van Wely, Viertalig aanvullend hulpwoordenboek voor Groot-Nederland
181
f [l a ] c u r e , [l e ] p r e s b y t è r e .
d Pfarr(er)haus.
patat(a)
[Z.A.]: zie oebi .
pâté
e goose-liver pie, Strassburg pie.
f pâté de foie gras.
d Gänseleber-Pastete.
patentmedicijn
e patent medicine.
f remède patenté.
d patentiertes Heilmittel, Patentmedizin.
patentsluiting
e patent-lock.
f serrure patentée.
d Patentverschlusz.
paternoster erwt
[N]: zie weesboontje .
pati(h)
e p a t i , p a t e l (H.J.) = a r e g e n t ' s v i z i r .
f p a t i = espèce de visir du régent (G.I.N., p. 9).
d P a t i h = Vizir des Regenten.
F.P.H. Prick van Wely, Viertalig aanvullend hulpwoordenboek voor Groot-Nederland
patjakker
e knave, scoundrel.
f filou, fripouille, galapiat.
d [d e r ] S c h u r k e , [d i e ] K a n a i l l e .
patjar tjina
e Aglaia odorata.
f a g l a é , arbre cultivé en Chine pour son port élégant ainsi que pour ses fleurs
qui servent à parfumer le thé (N.I.L.).
d Aglaia odorata.
patjet
e (k i n d o f ) l e e c h .
f (e s p è c e d e ) s a n g s u e .
d (A r t ) B l u t e g e l .
patjo(e)l
e c h u n k o l , c h a n g k o l (Singapore): The one tool of the Malay agriculturist is
the c h a n g k o l , or large hoe (D.D.).
f binette, houe.
d j a v . H a c k e , [d e r ] K a r s t .
patjollen
e to hoe.
f biner, faire des binages, bêcher.
d mit der Karst (be)arbeiten.
patria
[in -]
e at home, in the mother-country, in the old country.
f au pays natal, dans la métropole.
d im Vaterland(e), in der Heimat.
F.P.H. Prick van Wely, Viertalig aanvullend hulpwoordenboek voor Groot-Nederland
patrijspoort
e cabin window, port hole.
f hublot.
d Kajütenfenster, Luke.
patser
e bounder, cad.
f gavache, faquin.
d Lump.
patserig
e 1. b u m p t i o u s , b o u n c i n g , s w a g g e r i n g ; 2. v i l l a i n o u s .
f 1. f a n f a r o n ; 2. c a n a i l l e .
d 1. p a t z i g , p r a h l e r i s c h , g r o s z t u e r i s c h , p r o t z i g ; 2. s c h u r k i s c h .
F.P.H. Prick van Wely, Viertalig aanvullend hulpwoordenboek voor Groot-Nederland
182
pats maken
e b o u n c e , s w a g , s w a g g e r a l o n g ; in Australië zegt men h e i s s t i f f
with frill.
f f a i r e s a m e r d e of s o n m a t a d o r , f a i r e d e l a m o u s s e of d e
l'aimant.
d s i c h p a t z i g m a c h e n , P u f f m a c h e n (mit etwas).
patsmaker
e bounce(r), swaggerer, cracker.
f esbrouffeur, épateur, qui aime à faire pouf.
d Dicktuer, Protz.
patstrapper:
zie patsmaker .
pattepoef
e porpoise, whale, grampus, lummox.
f p a t a p o u f , g r o s p a t a p o u f (S.V.), p o u s s a ( h ) , p â t é , p a t a u d .
d D i c k u s = dicker, kleiner Mensch besonders für Kinder angewandt, zegt
Genthes Deutsches Slang.
pauper
e pauper.
f pauvre.
d Pauper.
pauperisme
e p a u p e r i s m (Ch.).
f paupérisme.
d [d e r ] P a u p e r i s m u s = Massenarmut (Duden, Orth. Wörterb.).
F.P.H. Prick van Wely, Viertalig aanvullend hulpwoordenboek voor Groot-Nederland
pauwstaart
e f a n - t a i l (p i g e o n ), p r i e s t .
f p i g e o n (q u e u e d e ) p a o n , (p i g e o n ) t r e m b l e u r : des pigeons ‘paons,’
qu'on appelle aussi des t r e m b l e u r s (de Regnier, Peur de l'Amour, p. 161).
d Pfauenschwanztaube.
paviljoen
e p a v i l l o n : The officers have astonished these guardians by refusing to occupy
the houses with clean beds and neat furniture, and sleeping sometimes in the
verandah, sometimes in a separate p a v i l i o n (Lord Minto In India, p. 286).
f pavillon.
d [d e r ] P a v i l l o n .
paviljoensysteem
e p a v i l i o n s y s t e m (M.).
f en pavillon.
d P a v i l l o n s y s t e m (Dr. Breitenstein, 21 Jahre auf Java, II, p. 306); ook
P a v i l l o n s t i l (Meurer, Weltreisebilder, p. 210).
pechvogel
e unlucky fellow.
f déveinard, guignard.
d Pechvogel.
pedas
e h o t , bijv.: such h o t stuff as pepper. Ook eig. en fig. p u n g e n t .
f piquant, brûlant, mordant.
d stark, scharf, beiszend.
pedati
e bullock cart, bullock waggon.
f chariot javanais.
F.P.H. Prick van Wely, Viertalig aanvullend hulpwoordenboek voor Groot-Nederland
d j a v . O c h s e n k a r r e n . Vgl. Pfyffer zu Neueck, Skizzen, p. 83: Ein
P e d a t t i e ist ein Fahrzeug auf zwei massiven, aus einem Stück Holz
geschnittenen, 3 bis 4 Fusz hohen Scheiben.
F.P.H. Prick van Wely, Viertalig aanvullend hulpwoordenboek voor Groot-Nederland
183
pegel
[slang]
e guilder.
f f l o r i n , argot l a r a n t e .
d Gulden.
pelgrimhaven
vert.: haven van waar schepen met pelgrims naar Mecca gaan.
pelita
e night-light, night-lamp.
f veilleuse.
d Nachtlicht, Nachtlämpchen.
pen
[in de - zijn]
e be under the quill, in course of preparation, in hand.
f sur le chantier, en voie de préparation.
d unter der Feder.
penatoe:
zie waschman .
pending
e belt brooch, belt buckle.
f boucle de ceinturon.
d Gürtelschnalle.
pendoppo
F.P.H. Prick van Wely, Viertalig aanvullend hulpwoordenboek voor Groot-Nederland
e mandapam, open hall.
f [l e ] m a n d a p a m , h a l l .
d Halle.
pengoeloe;
zie panghoeloe .
pensioen
e (r e t i r i n g ) p e n s i o n . Bij den milit. dienst: r e t i r e d p a y . Hij kreeg pensioen,
hem werd pensioen verleend - h e w a s p e n s i o n e d o f f , p l a c e d o n
t h e r e t i r e d l i s t of o n r e t i r e d p a y , a (r e t i r i n g ) p e n s i o n w a s
granted him.
f (p e n s i o n d e ) r e t r a i t e . Vgl.: g a g n e r s a r e t r a i t e = zijn pensioen
verdienen.
d [d i e ] P e n s i o n , [d e r ] R u h e g e h a l t .
pensioenfonds
e (s e r v i c e ) p e n s i o n f u n d , r e t i r i n g f u n d .
f caisse de retraite.
d P e n s i o n s f o n d ( s ) , -k a s s e .
pensioensaanvrage
e application for one's pension.
f sollicitation de mise à la retraite.
d Pensionsgesuch.
pensioensbijdrage
e contribution to the pension-fund.
f retenue en faveur de la caisse des pensions.
d [d e r ] P e n s i o n s b e i t r a g .
pensioenwet
F.P.H. Prick van Wely, Viertalig aanvullend hulpwoordenboek voor Groot-Nederland
e p e n s i o n l a w (M.), (p e n s i o n s ' a c t .
f l o i s u r l e s p e n s i o n s (d e r e t r a i t e ).
d Pensionsgesetz.
pensionneering
e pensioning off, retirement.
f m i s e e n (à l a ) r e t r a i t e .
d P e n s i o n i e r u n g , ook V e r s e t z u n g i n d e n R u h e s t a n d .
peperhaven
vert.: haven om peper uit te voeren.
peperland:
zie Indië en pepertuin .
peperonderneming:
zie pepertuin .
F.P.H. Prick van Wely, Viertalig aanvullend hulpwoordenboek voor Groot-Nederland
184
peperstek
e pepper seedling.
f plant de poivrier.
d Pfeffersetzling.
pepertuin
e pepper-plantation, pepper-garden.
f p o i v r i è r e (Madrolle, Indo-China, II, p. 23).
d Pfeffergarten, Pfefferfeld, Pfefferland.
peranakan
e colonial born Chinaman, Java born Chinese.
f métis chinois.
d chinesischer Halbblut.
percenten
e royalty.
f [l e ] t a n t i è m e .
d Prozentgelder.
periodiek
[subst.]
e 1. p e r i o d i c a l r e p o r t ; 2. p e r i o d i c a l .
f 1. r a p p o r t p é r i o d i q u e ; 2. [l e ] p é r i o d i q u e .
d 1. p e r i o d i s c h e r B e r i c h t ; 2. Z e i t s c h r i f t .
perkara
e affair.
f affaire.
d S a c h e , G e s c h i c h t e , H a n d e l , fam. K i s t e .
F.P.H. Prick van Wely, Viertalig aanvullend hulpwoordenboek voor Groot-Nederland
perkenier
e nutmeg planter.
f planteur de muscadier.
d Muskatnusz-Pflanzer.
perkoetoet
e Jav. turtle-dove, ground-dove.
f t o u r t e r e l l e s a u v a g e (d e J a v a ).
d j a v . w i l d e s T u r t e l t ä u b c h e n , W e g -, W a n d e r t a u b e .
perloe
[spreektaal]
e urgent, pressing.
f urgent, d'urgence, pressant.
d dringlich.
persbureau
e g o v e r n m e n t p r e s s o f f i c e . Er bestond een E u r o p e a n P r e s s
B u r e a u in Yildiz Kiosk.
f bureau gouvernemental de la presse.
d R e g i e r u n g s p r e s z b u r e a u , (s t a a t l i c h e s ) P r e s z b u r e a u .
persdelict
e offence against the press-law, action for libel.
f d é l i t d e p r e s s e : Ailleurs c'est le tribunal criminel qui statue sur les d é l i t s
d e p r e s s e . (Girault, Législation col., II, p. 169).
d P r e s z v e r g e h e n , -d e l i k t .
persie
[Z.A.]: zie dysenterie .
F.P.H. Prick van Wely, Viertalig aanvullend hulpwoordenboek voor Groot-Nederland
† persing:
zie dysenterie .
persman:
zie krantenman .
personalia
[krantenrubriek]
e p e r s o n a l i a . Voor: paragraphs in a newspaper relating to individual persons
or to personal matters, zegt men in Amerika p e r s o n a l s (M.), in Engeland
fam. p e r s o n a l p a r s .
f choses personelles.
d P e r s o n a l i e n , ook P e r s o n a l - n a c h r i c h t e n .
F.P.H. Prick van Wely, Viertalig aanvullend hulpwoordenboek voor Groot-Nederland
185
perstelegram
e p r e s s t e l e g r a m (Regeeringsverslag).
f dépêches pour la presse.
d [d a s ] P r e s z t e l e g r a m m (Mr.).
1)
pertjoema
[spreektaal]
e in vain, fruitless, for nothing.
f en vain, pour rien.
d vergebens, umsonst.
pesantren:
zie langgar .
pesoeratan
e letter-carrier.
f porteur de lettres.
d Briefträger.
pestbacil
e bacillus of plague.
f [l e ] b a c i l l e d e l a p e s t e (N.L.I.).
d [d e r ] P e s t b a z i l l u s .
pesten
[op school]
e humbug, rot.
f chahuter, houspiller.
d pisacken, kuranzen.
1)
In Holland verbasterd tot: voor tjomme = om niet. In Z.A. is t j o e m a = om niet, vrij.
F.P.H. Prick van Wely, Viertalig aanvullend hulpwoordenboek voor Groot-Nederland
petassan:
zie mertjon .
peté
e Parkia Roxburghii.
f Parkia Roxburghii
d P a r k i a R o x b u r g h i i , S t i n k b o h n e - vgl. Pfyffer zu Neueck, Skizzen, p.
29: Oft muszte ich ihre Wohnungen verlassen, wenn sie Petteh
(S t i n k b o h n e n ) assen.
petinggi:
zie dorpshoofd .
petjoe:
zie serani .
petroleumblik
e o i l - t i n (A. Linden, Gold, p. 163). Ook p e t r o l e u m t i n of c a n .
f b i d o n à p é t r o l e : L'amour des pots de fleurs est poussé si loin ici que,
dans certains jardins, nous remarquons avec stupéfaction de petites allées
bordées, faute de mieux, d'odieux b i d o n s à p é t r o l e peint en blanc, ainsi
que quelques vases à pied et garnis de plantes souffreteuses ... Il est du reste
à remarquer que dans tout l'Orient, le b i d o n à p é t r o l e vide est une
véritable obsession: au bord du Nil, comme dans l'Inde, comme ici, cette épave
traîne partout, s'utilisant quelquefois, vaille que vaille, le plus souvent, en guise
de seau d'eau (Quenedy, Java-Birmanie, p. 59).
d P e t r o l e u m t i n : Meine Reiseausrüstung war ... in den aus P e t r o l e u m t i n s
hergerichteten Blechkästen (Giesenhagen, Auf Java und Sumatra, p. 119).
petroleumbron
e p e t r o l e u m - s p r i n g (M.S.), o i l - w e l l .
f source de pétrole, puits à pétrole.
d Petroleumquelle.
F.P.H. Prick van Wely, Viertalig aanvullend hulpwoordenboek voor Groot-Nederland
petroleumindustrie
e petroleum industry.
f industrie pétroliere.
d Petroleumindustrie.
petroleumkist
e petroleum case.
f caisse de pétrole.
d Petroleumkiste.
F.P.H. Prick van Wely, Viertalig aanvullend hulpwoordenboek voor Groot-Nederland
186
petroleumleiding
e o i l l i n e , (o i l ) p i p e l i n e , p i p a g e .
f c o n d u i t d e p é t r o l e ; ook p i p e l i n e : Les p i p e l i n e s ... sont des
canalisations en fer (van Berkum, Leesboek, p. 12).
d Petroleumleitungsröhre.
petroleummotor
e petroleum motor.
f moteur à pétrole.
d Petroleummotor.
petroleumresidu
e oil fuel, liquid fuel, fuel oil.
f résidu de pétrole.
d Petroleumrückstände.
petroleumschip
e o i l - s t e a m e r (T.), o i l - t a n k e r .
f pétrolier citerne, navire pétrolier.
d Petroleum-Tankdampfer.
petroleumveld
e oil-field.
f champ de pétrole.
d Petroleumfeld.
peuter:
zie hummel .
F.P.H. Prick van Wely, Viertalig aanvullend hulpwoordenboek voor Groot-Nederland
peuzel:
zie hummel .
phenacetine
e p h e n a c e t i n , a drug prepared from carbolic acid, good against fevers,
insomnia, etc. (Ch.).
f p h é n a c é t i n e (N.L.I.).
d [d a s ] P h e n a z e t i n wurde 1887 durch Kast und Hinsberg in den Arzneischatz
eingeführt (Mr.).
phenacetine poeder
e phenacetin powder.
f poudre de phénacétine.
d [d a s ] P h e n a z e t i n p u l v e r .
Philipino
e Philipino.
f Philipino.
d Filipino.
phonogram
e phonogram.
f message téléphoné, phonogramme.
d [d a s ] P h o n o g r a m m .
picknick
e p i c n i c . M. zegt: p i c n i c occurs in reference to foreign countries from 1748,
but apparently not before 1800 as an English institution.
f [l e ] p i q u e - n i q u e . Ménage heeft dit reeds in zijn Dict. Etymol. van 1692.
d [d a s ] P i c k ( e ) n i c k , reeds omstreeks 1748 in Duitschland in gebruik.
F.P.H. Prick van Wely, Viertalig aanvullend hulpwoordenboek voor Groot-Nederland
picknicken
e t o p i c n i c , t o h o l d a p i c n i c , t o g o o n a p i c - n i c . Vgl.
p i c k n i c k e d , p i c k n i c k i n g en p i c k n i c k e r voor de spelling.
f p i q u e n i q u e r , f a i r e u n p i q u e - n i q u e (N.L.I.).
d ein Pick(e)nick halten.
pidjit(ten)
e t o m a s s a g e , t o m a s s , t o k n e a d . D.D. omschrijft p i c h i t : to knead
the joints and body, much as in the process of shampooing.
f faire le massage, masser.
d massieren, kneten.
pidjitster
e masseuse, massage-woman.
F.P.H. Prick van Wely, Viertalig aanvullend hulpwoordenboek voor Groot-Nederland
187
f masseuse.
d Massiererin.
piekelen
[Z.A.]: zie piko(e)len .
piekeren
e t h i n k , r e f l e c t , p o n d e r , w e i g h m a t t e r s , enz.; t o b r o o d o v e r
something, take thought.
f p e n s e r , r é f l é c h i r , c o n s i d é r e r l a c h o s e , etc.
d s i n n e n ; g r ü b e l n ; n a c h s i n n e n , volksmäszig, s p i n t i s i e r e n (Paul,
Wörterb.). Ook g r i l l i s i e r e n , s i m u l i e r e n en ü b e r e t w a s k l a u b e n .
Zitten piekeren is verder fam. K a l e n d e r m a c h e n .
pieknie
[Z.A.]: zie picknick .
pienda
[W.-Indië]: zie katjang goreng .
pi(e)nter
e clever, sharp, long-headed, downy, ingenious, gumptious,
bright.
f malin, madré, dégourdi, futé.
d klug, verschmitzt, schlau, gerieben, hell, gerissen.
Piet van Vliet
e Cuculus Sonnerati.
f Cuculus Sonnerati.
d Cuculus Sonnerati.
F.P.H. Prick van Wely, Viertalig aanvullend hulpwoordenboek voor Groot-Nederland
pijlvergift
e d a r t - p o i s o n - Vgl. Seligman, Notes on the preparation and use of the
Kenyah d a r t p o i s o n . Ook a r r o w - p o i s o n .
f poison de flèche.
d Pfeilgift.
pijpleiding:
zie petroleumleiding .
pikken
[spreektaal]
e to sow.
f coudre, couturer, tirer la piqueloque.
d nähen, sticheln.
piko(e)l
e p i c u l of p e c u l . Vgl. Ch.: p i c u l , a Chinese weight of about 133 ⅓ lb. M.
citeert reeds uit Purchas Pilgrimages van 1625: The P e e c u l l , which is one
hundred Cattees, making one hundred thirtie pound English subtill.
f p i c u l (Alm. Hachette). Beter p i c o u l (M.V.E.), maar ook de Cat. Indo-Chine,
1900 geeft op p. 109: L'unité de poids est le p i c u l ou ta, qui est adopté dans
le commerce européen et chinois pour 60 kil. 400.
d P i k o l of P i k u l : Der P i k o l oder das Ta von Annam hat 62,480 K.G., während
auf Java der P i k o l von 100 Catjes = 61,521 K.G. (Br.).
piko(e)lan
e b a n g ( h ) y , a shoulder yoke for carrying loads while the load is apportioned
at either end into equal weights (H.J.).
f b a m b o u d e p o r t e u r . Vgl. Babut, F. Batel, I, p. 303: Le p i c o u l a n est
une espèce d'arc ou de bâton en bambou élastique et solide, à chaque bout
duquel pend un plateau tenu par trois rotins. Quenedey, Java-Birmanie
omschrijft het ding als b a m b o u à b a l a n c e s en b a l a n c e s d e
bambou.
d (B a m b u s -) T r a g e , T r a g s t a n g e , B a l a n z i e r s t a n g e .
F.P.H. Prick van Wely, Viertalig aanvullend hulpwoordenboek voor Groot-Nederland
188
piko(e)len
e to carry.
f porter, transporter.
d tragen.
piko(e)lgeld
e port(er)age.
f frais de portage.
d Transportkosten, Trägerlohn.
piko(e)lpaard
e packhorse, pack-pony.
f c h e v a l p o r t e u r , c h e v a l d e s o m m e of d e b â t .
d Packpferd, Saumpferd.
pil nummer elf
e poison.
f d u m a u v a i s c a f é (N.L.I.). Vgl. m é d é c i n e r q q n ., (faire prendre à qqn.)
u n b o u i l l o n d ' o n z e h e u r e s . Ook d o n n e r l e b a u m e d e p o r t e
en terre à qqn.
d G i f t p i l l e , P ü l v e r c h e n . Vgl. e i n e m e i n P ü l v e r c h e n i n d i e
Suppe rühren, einem ein welsches Süppchen kochen.
1)
pinang
e A r e c a p a l m , b e t e l n u t t r e e , P e n a n g (p a l m ), b e t e l - n u t p a l m ,
which bears nuts with austere and astringent properties, which [lees: a few
parings of which] are chewed by the Malays with a little lime in a leaf of the
betel-peper (Ch.); b e t e l n u t , p i n a n g n u t of p i n a n g : Their ordinary food
... is Rice, Wheat, P i n a n g e Betele (Herbert, Travels 1665). Een geheel
verouderde naam is m o n k e y - f a c e (M.), evenals d r u n k e n d a t e en
faufel.
f aréquier; arec, noix d'arec.
1)
In Z.A. is p i n a n g ook: gestoofd vleesch met gedroogde zure abrikozen, kerrie enz.
klaargemaakt.
F.P.H. Prick van Wely, Viertalig aanvullend hulpwoordenboek voor Groot-Nederland
d A r e c a p a l m e , P i n a n g p a l m e ; P i n a n g n u s z = Samen der Areca- oder
Katechupalme, die als B e t e l n ü s s e gekaut werden (Prof. Anton, Economist
1906, pag. 356).
piqué
e piqué.
f piqué.
d [d e r ] P i k e e , P i q u é .
a) pisang
e b a n a n a , p l a n t a i n : The name b a n a n a is very seldom used by the English
in India, though it is universal in the fruit-shops of England. In India all kinds
are indiscriminately called p l a n t a i n s . But neither name would appear to be
originally Indian. The plant grew in Palestine before the Crusades ... Early
mediaeval travellers call the fruit either F i g o f P a r a d i s e or F i g o f I n d i a
and in the West Indies to-day the common small plantains are called figs (Wt.).
Andere verouderde namen zijn pisang figg, a p p l e o f p a r a d i s e , A d a m ' s
a p p l e en m u s e .
f [l a ] b a n a n e , [l e ] p i s a n g (N.L.I.); b a n a n i e r .
d [d i e ] B a n a n e , [d e r ] P i s a n g (M.S.). Men onderscheidt O b s t b a n a n e n
en M e h l - of P f e r d e b a n a n e n (Mr.). De pisang heet wel eens die
Kartoffel der Tropen.
b) pisang
[de ware -]
e the pure quill, that's the
F.P.H. Prick van Wely, Viertalig aanvullend hulpwoordenboek voor Groot-Nederland
189
cheese, the Stilton, the ticket, the dandy, the peach.
f le vrai article.
d der wahre Jakob.
pisang ajer:
zie pisang kipas .
pisang kipas
e t r a v e l l e r ' s t r e e of p a l m .
f a r b r e d u v o y a g e u r . De Beauvoir zegt echter in Java, Siam, Canton (p.
4): ce sont ... les p a l m i e r s d u v o y a g e u r , éventails colossaux d'une
élégance inouïe, dont on fait jaillir un violent jet d'eau laiteuse dès qu'on enfonce
sa canne dans leur tronc.
d B a u m d e r R e i s e n d e n : er sammelt in seinen Blattscheiden Wasser in
solcher Menge, dasz er bei Durchbohrung der Scheiden ein reichliches Getränk
abgeben kann (Haberlandt, Bot. Tropenreise) Ook Q u e l l e n b a u m (Mr.).
piso raoet
e scraping-knife.
f couteau à râcler.
d Schabemesser.
plaatrif:
zie koraalbank .
plaats
[- bespreken]: zie passage .
plaatsbespreking
[voor de mail]
e booking.
F.P.H. Prick van Wely, Viertalig aanvullend hulpwoordenboek voor Groot-Nederland
f engagement d'une place à bord.
d Platzbelegung, Belegung eines Dampferplatzes.
plaatsbureau:
vert. bureau van den plaatsmajoor.
plaatsen
[van ambtenaren]
e t o s t a t i o n , p o s t , l o c a t e , bijv. European Civil Service Officials l o c a t e d
in Asia.
f placer.
d stationieren.
plaatsing
e appointment, installation.
f placement.
d Bestallung.
plaatsmajoor
e town-major.
f major de la garnison.
d Platzmajor.
plakken
[schooltaal]: zie overchineezen .
plan-plan
e gently.
f tout doux, doucement, lentement.
d l a n g s a m v o r a n - vgl. Bongard, Studienreise, p. 26: Pole, pole, d.h. ‘i m m e r
l a n g s a m v o r a n ’, ist ein Ausdruck, den die Europäer der Ostküste aus der
Suahelisprache übernommen haben und der als Lebensregel gelten kann.
F.P.H. Prick van Wely, Viertalig aanvullend hulpwoordenboek voor Groot-Nederland
plantenkweekerij
e n u r s e r y (-g a r d e n ).
f pépinière.
d Pflanzschule.
plantersbond
e planters' association.
f a s s o c i a t i o n of s y n d i c a t d e ( s ) p l a n t e u r s .
d Pflanzergenossenschaft.
plantershoed
e planter's sun hat.
F.P.H. Prick van Wely, Viertalig aanvullend hulpwoordenboek voor Groot-Nederland
190
f chapeau de planteur.
d Pflanzerhut.
plantersvrouw
e planter's wife.
f femme de planteur.
d Pflanzerfrau.
plantkuil
e h o l e : The larger the h o l e s the better for the plant (Wright, Hevea Brasiliensis,
p. 26).
f trou.
d Loch, Pflanzloch.
plantwijdte
e d i s t a n c e a p a r t (Wt.).
f distance.
d Abstand.
pleegzuster
e (sick)nurse, nursing sister.
f garde-malade, infirmière.
d Krankenwärterin, Krankenpflegerin.
pleet
e p l a t e , e l e c t r o - p l a t e , gemeenzaam e l e c t r o .
f du plaqué, du doublé, argent anglais.
d plattiertes Metall, plattierte Ware, Chinasilber.
F.P.H. Prick van Wely, Viertalig aanvullend hulpwoordenboek voor Groot-Nederland
pleetwerk
e plated goods, electroplated work.
f du plaqué.
d plattiertes Geschirr, Chinasilberwaren.
ploegdier
e p l o u g h - b e a s t - vgl. p l o u g h - h o r s e .
f bête de charrue.
d Pflugtier.
ploert
[de koperen -]
e old Sol.
f Monsieur Michaud, le Glorieux, le Flamboyant.
d Frau Sonne.
1)
plok(je)
e buss, kiss.
f bécot, baiser.
d Schmatz, Kuss.
plombières ijs
e Plombières ice cream.
f glace Plombières.
d Plombières.
plonko:
zie scheck .
ploso
1)
P l o k wordt ook vaak gebruikt voor de pit van een groote vrucht, bijv. de mangga.
F.P.H. Prick van Wely, Viertalig aanvullend hulpwoordenboek voor Groot-Nederland
e f l a m e o f t h e f o r e s t , f l a m e - t r e e . Ook p a l a s ( h ) - t r e e of p u l a s
en d h a k , soms m o o d o o g a .
f Butea frondosa.
d [d e r ] P a l a s a .
pluimveetentoonstelling
e poultry show.
f exposition de volaille.
d Federviehausstellung.
plukloon
e picking wages.
f paye de la cueillette.
d [d e r ] P f l ü c k l o h n .
pluktijd
e picking-season.
f saison de la cueillette, de la cueillaison.
d P f l ü c k z e i t (S.V.).
plutocratie
e plutocracy.
f plutocratie.
d Plutokratie.
F.P.H. Prick van Wely, Viertalig aanvullend hulpwoordenboek voor Groot-Nederland
191
Pluvius
[krantentaal]
e J u p i t e r P l u v i u s : Last Tuesday when J u p i t e r P l u v i u s was espicially
th
active was the 17 wet day (Daily Mail).
f le dieu de la pluie.
d Jupiter Pluvius.
poekoel-ampat
e m a r v e l o f P e r u , f o u r o ' c l o c k (f l o w e r ).
f belle de nuit, la nyctage faux jalap.
d J a l a p e n -, W u n d e r b l u m e , p e r u a n i s c h e A b e n d b l u m e .
poekoel boem:
zie avondschot .
poelpetaat
e pearl-hen.
f (p o u l e ) p i n t a d e .
d [d a s ] P e r l h u h n .
poera-poera
[spreektaal]
e for show; sham.
f pour la frime; comme pour; en apparence.
d zum Schein.
poeri(e)
e royal residence.
f résidence royale.
d Königshof.
F.P.H. Prick van Wely, Viertalig aanvullend hulpwoordenboek voor Groot-Nederland
poesaka
e heirloom.
f bien de famille.
d Erbstück, Erbgut.
poetri(e)
e princess.
f princesse.
d Prinzessin.
poetskatoen
e emery cloth, cleansing cotton.
f coton éméri.
d Schmirgelleinwand.
poetssteen
e Bath brick, Bristol brick.
f brique à nettoyer.
d P u t z s t e i n (Flügel).
poe(w)asa
e R a m a d ( d ) a n , M a h o m m e d a n f a s t i n g m o n t h . Men zegt t o k e e p
R a m a d a n : Do the Arabs really keep R a m a d a n strictly? (Hichens, The
Garden of Allah, I, p. 252). Te Singapore R a m t h a n .
f [l e ] r a m a d a n , r a m a z a n : Les fêtes du t a o n - b a r o u venaient de succéder
au r a m a z a n (Babut, F. Batel, II, p. 147).
d [d e r ] R a m a d a n , R a m a s a n , F a s t e n m o n a t .
pohon merah
e M e x i c a n f l a m e - l e a f , L o b s t e r f l o w e r , in Amerika E a s t e r - f l o w e r
of C h r i s t m a s f l o w e r .
f Poinsettia pulcherrima.
d Poinsettia pulcherrima.
F.P.H. Prick van Wely, Viertalig aanvullend hulpwoordenboek voor Groot-Nederland
pohon tjat
e lacquer tree.
f arbre à laque.
d Lackbaum.
pokkenepidemie
e small pox epidemic.
f épidémie de variole.
d Blatternepidemie.
pokrol
[Inl. spr.]: zie procureur bamboe .
polikliniek
e c l i n i c a l h o s p i t a l (y a r d ).
F.P.H. Prick van Wely, Viertalig aanvullend hulpwoordenboek voor Groot-Nederland
192
f policlinique.
d Poliklinik.
politiedienaar
e police man, constable, chupranee.
f homme de la police, gardien de police, policier, gardien
de la paix.
d Polizeidiener.
politieoppasser:
zie politiedienaar .
politieopziener
e police overseer.
f surveillant de la police.
d Polizeimeister.
politierechter
e p o l i c e m a g i s t r a t e , fam. l o c a l b e a k .
f juge de tribunal de police.
d Polizeirichter.
politiereglement
e police regulations.
f règlements sur la police.
d Polizeiverordnungen.
politierol
F.P.H. Prick van Wely, Viertalig aanvullend hulpwoordenboek voor Groot-Nederland
e p o l i c e c o u r t , p o l i c e r o l l : The correctional offences ... committed by
natives against each other ... come before the resident [or assistant resident]
on the p o l i c e r o l l (Money, Java, II, p. 14). Ook p o l i c e - c o u r t .
f tribunal de police.
d Polizeigericht.
politie-soldaat
e police soldier.
f soldat de police.
d P o l i z e i s o l d a t (D.K.Z.).
politoer
e furniture polish.
f vernis.
d [d i e ] P o l i t u r .
polonaise
e polonaise.
f polonaise.
d Polonäse.
polowidjo
e second growth.
f r é c o l t e s e c o n d a i r e of i n t e r c a l a i r e : quand le riz est coupé il y revient
encore [dans la rizière] pour planter le p o l o v i d j o , ce que nos agriculteurs
appellent r é c o l t e s i n t e r c a l a i r e s (Ch.-B., p. 36).
d Zwischenkultur, zweites Gewächs.
Polynesië
e Polynesia.
f Polynésie.
d Polynesien.
F.P.H. Prick van Wely, Viertalig aanvullend hulpwoordenboek voor Groot-Nederland
Polynesiër
e Polynesian.
f Polynésien.
d Polynesier.
polynesisch
e Polynesian.
f polynésien.
d polynesisch.
polytechnische school
[N]
e p o l y t e c h n i c ( a l ) s c h o o l . Ook dikwijls p o l y t e c h n i c .
f é c o l e p o l y t e c h n i q u e , l'x.
d polytechnische Schule.
pomme de Cythère
[W.-Indië]: zie kedongdong .
pompelmoes
e p o m p e l m o o s ( e ) . Ook p o m -
F.P.H. Prick van Wely, Viertalig aanvullend hulpwoordenboek voor Groot-Nederland
193
p e l m o u s , soms verbasterd tot p u m e l n o s e , p ó m ( p ) e l o , p ú m m e l o
en s h a d d o c k . In Amerika g r a p e f r u i t : The name p o m e l o or
p o m p o l m o u s (in Cape Colony p o m e l n o s e ) is usually given to the
large-sized fruit, s h a d d o c k to intermediate sizes, and f o r b i d d e n f r u i t
to small forms. The cells of the pulp are very large and naturally separate from
each other - a peculiarity that has led some people to speak of it as the g r a p e
f r u i t or g r a p e o r a n g e (Wt.).
f [l a ] p a m p e l m o u s ( s ) e of p a m p l e m o u s ( s ) e . Men denke aan B. de
St. Pierre's Q u a r t i e r d e s P a m p l e m o u s s e s in zijn Paul et Virginie.
Verder heet één der negen districten van 't eiland Mauritius ook
P a m p l e m o u s s e s . Soms vindt men p o m p o l é o n . De boom heet l e
p a m p l e m o u s s e of p a m p l e m o u s s i e r .
d [d i e ] P o m p e l m u ( s ) e , [d e r ] S h a d d o k (G., p. 338), [d i e ]
Kürbiszitrone.
pompstation
e p u m p i n g s t a t i o n , w a t e r s t a t i o n (M.S.).
f s t a t i o n h y d r a u l i q u e (é l é v a t o i r e ).
d Pumpstation.
pondok
e b a m b o o s h e d , h u t , s h a n t i e . In E.-I. p a n d a l : a shed, booth, or arbour
especially for temporary use (M.).
f hutte, hangar, cabane en bambou.
d Schutzhütte, Landwohnung.
pongka:
zie punkah .
poogo
[aap]
e pongo.
f pongo.
d [d e r ] P o n g o .
F.P.H. Prick van Wely, Viertalig aanvullend hulpwoordenboek voor Groot-Nederland
pontianak
e p o n t i a n a k = w o o d - g h o s t . Vgl. Melati van Java, The Resident's Daughter,
p. 75: ... one day there came a p o n t i a n a k , who wanted to marry him. ‘A
p o n t i a n a k ?’ Don't you know what a p o n t i a n a k is? A beautiful woman in
a green k a b a y a , with long hair down her back. She lives in that banian.
f p o n t i a n a k = esprit malfaisant des bois, qui attaque les enfants et les femmes
enceintes.
d P o n t i a n a k = Waldspuk.
† pook
[gevlamde -]: zie kris .
pop(p)i(e) kosong
e f i t t i n g - s t a n d , b o d i c e b u s t (Weldon's Ladies' Journal), soms d u m m y
of ook d r e s s m a k e r ' s l a y - f i g u r e .
f mannequin.
d Kleiderstock.
portglas
e portwine glass.
f verre à porto.
d Portweinglas.
portière
e door-curtain, portière, door-hangings, tapestry-curtain.
f portière.
d Türvorhang, Portiere.
portlandcement
e Portland cement.
F.P.H. Prick van Wely, Viertalig aanvullend hulpwoordenboek voor Groot-Nederland
194
f ciment de Portland.
d [d e r ] P o r t l a n d z e m e n t .
† Portugaloyser:
vert. Portugees.
positie
[in - zijn]
e t o b e i n t h e (f a m i l y ) w a y , t o b e i n a n i n t e r e s t i n g c o n d i t i o n ,
be expecting.
f ê t r e e n c e i n t e , d a n s u n e p o s i t i o n (s i t u a t i o n ) i n t é r e s s a n t e .
d schwanger sein, in gesegneten Umständen sein.
* post
e 1. p o s t i n g - s t a t i o n ; d â k (E.-Ind.); 2. s t a t i o n .
f 1. r e l a i s ; 2. p o s t e .
d 1. P o s t s t a t i o n ; 2. P o s t e n , S t a t i o n .
post
[op - zetten]
e t o p u t i n t h e c h a i r (c a r t , b a s k e t ); t o q u e e r , c o a s t ; t o t a k e
t o t h e f a i r (t o w n ); t o s m o k e .
f m o n t e r u n e g a f f e à q q n ., p r o m e n e r q q n .
d anbeulen, bekaspern, zum Besten haben.
postagent
e postal agent.
f agent des postes.
d Postagent.
F.P.H. Prick van Wely, Viertalig aanvullend hulpwoordenboek voor Groot-Nederland
postbewijs
e p o s t a l o r d e r , p o s t a l n o t e of P.O.O.
f bon de poste.
d P o s t b o n , P o s t n o t e , -a u s w e i s .
postblad
e letter card.
f carte-lettre.
d Kartenbrief, Postkartenbrief.
postcommandant
e commander of a station.
f commandant de poste.
d Stationskommandant, Stationschef.
postcommies
e post-office clerk.
f commis de la poste, surnuméraire.
d Postpraktikant.
postenleven
e station-life.
f vie des postes avancés.
d Postenleben.
posthengst
e post-office clerk, postman.
f postier, employé de la poste.
d P o s t s c h w e n g e l , ook P o s t m e n s c h , P o s t s c h w e d e .
* posthouder
F.P.H. Prick van Wely, Viertalig aanvullend hulpwoordenboek voor Groot-Nederland
e p o s t - h o l d e r : A p o s t - h o l d e r had been established in Ké three months
previous to our visit (A. Forbes, Insulinde, p. 129). A p o s t - h o l d e r is an
official who, by residence amongst the savage inhabitants, upholds the authority
of the Government (Ibid., p. 140).
f intendant, chef du gouvernement civil.
d K o m m i s s a r d e r Z i v i l r e g i e r u n g ,S t a t i o n s v o r s t e h e r .IndeD.K.Z.
No. 1, p. 4, jrg. 1903 leest men: Können die Oberleutnants als
S t a t i o n s v o r s t e h e r diese Aufgaben erfüllen?
F.P.H. Prick van Wely, Viertalig aanvullend hulpwoordenboek voor Groot-Nederland
195
postiek
[in -]
e in mufti, in civilian dress.
f e n c i v i l , e n h a b i t d e v i l l e (van officieren).
d in Zivil.
postieker
e civilian.
f pékin, fumiste, amateur, petrousquin, particulier.
d Zivilist.
postkar
e p o s t c a r t (T.), m a i l - c a r t .
f fourgon de la poste.
d P o s t k a r r e n , -w a g e n .
postknol:
zie posthengst .
postlooper
e l e t t e r - c a r r i e r , m a i l - r u n n e r (E.-I.).
f courrier postal.
d P o s t l ä u f e r (Spemann, Weltpanorama, p. 523).
postkwitantie
e postal collection order.
f mandat d'encaissement, ordre de recouvrement.
d Postauftrag.
F.P.H. Prick van Wely, Viertalig aanvullend hulpwoordenboek voor Groot-Nederland
postrijtuig
[bij trein]
e m a i l - v a n , m a i l c a r , t r a v e l l i n g p o s t o f f i c e , ook = T.P.O.
f wagon-poste.
d P o s t w a g e n , ook f a h r e n d e s P o s t a m t .
poststuk
e postal article, packet, document, matter.
f pièce postale,document postal,objet de correspondance.
d Poststück, Postsache.
posttijd
e post-time, post-hours, mail time.
f heure de la poste, heure du courrier.
d Postschlusz.
postvlag
[aan boord]
e postal flag, mail-flag.
f pavillon postal.
d P o s t f l a g g e (Mr. onder P o s t d a m p f e r ).
postweg
e high road, post road.
f route postale, route de poste, grande route.
d Poststrasze, Heerstrasze.
postwezen
e the Post, postal affairs, postal service.
f les Postes.
d Postwesen.
F.P.H. Prick van Wely, Viertalig aanvullend hulpwoordenboek voor Groot-Nederland
postzak
e mail-bag.
f malle.
d Postbeutel, Postsack.
postzonde
e mistake of the post.
f faute de la poste.
d Postvergehen.
pot
[vierkante -]
e s q u a r e b o t t l e , s q u a r e - f a c e : the s q u a r e - f a c e - as Hollands was
called in those days from the shape of the bottle (R. Haggard, Benita, p. 75).
f bouteille carrée.
d v i e r e c k i g e F l a s c h e : trotz des Verbotes stand hinter mancher Teekiste
eine jener Geneverflaschen, welche die Holländer
F.P.H. Prick van Wely, Viertalig aanvullend hulpwoordenboek voor Groot-Nederland
196
fein und poetisch einen ‘vierkantigen Pott’ nennen (Cronheim, Aus mal.
Feldlagern, p. 38).
potongen
[spreektaal]
e d e d u c t (from one's wages), d o c k , c u t . Vgl. Edge, Ahana, p. 304: Directly
c u t t i n g Parbutti's wages two rupees.
f déduire.
d a b z w a c k e n (v o m L o h n ).
potten
e l a y b y (m o n e y ), h o a r d u p (m o n e y ), ook s a l t d o w n (m o n e y )
f mettre de côté, mettre à la car(r)e son pognon, faire sa
car(r)e.
d Geld bei Seite legen.
potter
e hoarder.
f épargneur, thésauriseur.
d Pfennigfuchser.
poulespel
[biljart]
e pool.
f j e u d e p o u l e . Een Parisisme is j o u e r l e c a s i n = Poule spielen (S.V.).
d Poule(spiel).
pousseeren
[iemand]
e to push, kick upstairs.
f pistonner, faire avancer.
d poussieren.
F.P.H. Prick van Wely, Viertalig aanvullend hulpwoordenboek voor Groot-Nederland
pradjoerit
e Jav. native police soldier.
f soldat de police javanais.
d jav. Polizeisoldat.
prang sabil
e h o l y w a r , j e h a d . Vgl. W.S. j e h a d , a religious war against infidels
(Moham.).
f guerre sainte, jéhad.
d heilige(r) Krieg.
prauw
e prahu, proa.
f p r a h o u of p a r a o . J. Leclercq vertaalt Tangkoeban Prahoe, p i r o g u e
r e n v e r s é e . Ook p r a o en zelfs p r o a (M.V.E.).
d [d e r ] P r a u , P r a o , oder P r o a (Sanders, Fremdwörterbuch). Flügel heeft
d i e P r o a . Het mv. is P r a u e n , P r a u s .
prauwenveer
e proa-ferry.
f passage des pirogues.
d Proafähre.
prauwloon
e s h i p p i n g of d i s c h a r g i n g e x p e n s e s .
f frais de (dé)chargement.
d Verladungskosten.
prauwpaard
e horse fresh from the proa.
F.P.H. Prick van Wely, Viertalig aanvullend hulpwoordenboek voor Groot-Nederland
f cheval nouvellement débarqué.
d neulich mit dem Prau angekommenes Pferd.
prauwvoerder
e proa-boatman, manjee.
f c o n d u c t e u r d e p r o a (p i r o g u e ).
d Proaführer.
preadvies
e preliminary advice.
f avis préalable.
d [d e r ] P r ä a d v i s (Heyse, Fremdwörterb.), P r ä a v i s .
Preanger
[de -]
e the Preanger Regencies.
F.P.H. Prick van Wely, Viertalig aanvullend hulpwoordenboek voor Groot-Nederland
197
f les Régences, la province du Préang(er).
d die Preanger Regentschaften.
preciosa
e valuables, jewelry.
f objets précieux.
d Preziosen, Pretiosen.
precipiteeren:
zie sjeezen .
preferentie
[op 'n huis]
e r e f u s a l , bijv. t o h a v e t h e (f i r s t ) r e f u s a l .
f choix de refuser ou d'accepter.
d [d i e ] V o r h a n d , bijv. d i e V o r h a n d h a b e n . Ook V o r g a n g s r e c h t ,
Wahl.
prenta
[spreektaal]
e order.
f ordre.
d Befehl.
preséance
e precedence, precedency.
f préséance.
d Vorrang.
presenteeren
F.P.H. Prick van Wely, Viertalig aanvullend hulpwoordenboek voor Groot-Nederland
[zich]
e to introduce oneself.
f se présenter.
d sich vorstellen.
presentiegelden
e attendance allowance.
f d r o i t s d e p r é s e n c e , in Frankrijk j e t o n d e p r é s e n c e .
d Präsenzgeld.
presentkaasje
[slang]
e a bad lot, bad egg, waster, wastrel.
f une non-valeur.
d ein sauberes Früchtchen.
presidente
e lady president, chairwoman.
f présidente.
d Präsidentin, Vorsitzende.
presidentshamer
e g a v e l , a president's mallet or hammer (M.). Ook c h a i r m a n ' s h a m m e r .
f m a i l l e t d u (d e ) p r é s i d e n t , in Frankrijk alleen bij de vrijmetselaars in
gebruik.
d Hämmerchen des Vorsitzenden.
presidentszetel
e (p r e s i d e n t i a l ) c h a i r .
f f a u t e u i l (p r é s i d e n t i e l ).
d Präsidentenstuhl.
F.P.H. Prick van Wely, Viertalig aanvullend hulpwoordenboek voor Groot-Nederland
prestige
[zijn - ophouden]
e to maintain one's prestige.
f m a i n t e n i r s o n p r e s t i g e of s o n a s c e n d a n t .
d [d a s ] P r e s t i g e a u f r e c h t e r h a l t e n .
pretendent-sultan
e pretender to the sultanate.
f prétendant au sultanat.
d Prätendent auf das Sultanat, Thronbewerber für das
S u l t a n a t (Oesterr. Monatschr. f.d. Orient. Jan. 1903).
pretentie
[een - op iemand]
e c l a i m (u p o n , a g a i n s t o n e ).
f c r é a n c e (s u r q q n .).
d F o r d e r u n g (a n j e m . ).
* priester:
zie hadji
1)
1)
.
Eigenlijk kent de Islam geen priesters, maar 't woord heeft burgerrecht gekregen in Indië voor
de Mohammedaansche geestelijken.
F.P.H. Prick van Wely, Viertalig aanvullend hulpwoordenboek voor Groot-Nederland
198
1)
priesterraad
e religious court.
f tribunal religieux.
d [d a s ] P r i e s t e r g e r i c h t .
priesterschool:
zie pesantren .
Priesznitzverband
e Priesznitz bandage.
f bandage Priesznitz.
d Priesznitzumschlag.
prikkeldraad:
zie stekeldraad .
prima
e p r i m a , f i r s t r a t e , s u p e r i o r , fam. A 1.
f d e (t o u t e ) p r e m i è r e q u a l i t é , d e p r e m i e r o r d r e .
d prima, erste, feinste, beste.
procureur-bamboe
e hedge-lawyer, councillor of the Piepowder court.
f agent d'affaires marron.
d Winkeladvokat, Winkelkonsulent, Linksanwalt.
procureur-generaal
1)
Deze doet uitspraak hoofdzakelijk in zaken van familie- en erfrecht.
F.P.H. Prick van Wely, Viertalig aanvullend hulpwoordenboek voor Groot-Nederland
e attorney general.
f procureur général.
d Oberstaatsanwalt.
pro deo
e in forma pauperis, expenseless.
f pro deo, sans frais, à titre gratuit.
d in forma pauperis, unentgeltlich.
proefaanplanting
e trial crop.
f plantation d'essai.
d V e r s u c h s p f l a n z u n g (D.K.K.).
proeflokaal
e public house bar.
f salle de dégustation.
d Ausschank.
proefsnit
e trial cutting.
f c o u p e é p r e u v e : ce qu'on appelle les ‘c o u p e s é p r e u v e s ’ dans les
rizières, lesquelles visent à déterminer un étalon pour évaluer le rendement
moyen d'une étendue donnée (Gonnaud, Colonisation à Java, p. 462).
d Probeschnitt.
proefstation
e e x p e r i m e n t s t a t i o n . Te Honolulu heeft men het H a v . A g r i c . A s s o c .
Experiment Station.
f s t a t i o n d ' e s s a i ( s ) , s t a t i o n e x p é r i m e n t a l e of a g r o n o m i q u e .
Ook s t a t i o n c u l t u r a l e .
d (l a n d w i r t s c h a f t l i c h e ) V e r s u c h s s t a t i o n (D.K.Z.).
F.P.H. Prick van Wely, Viertalig aanvullend hulpwoordenboek voor Groot-Nederland
proeftuin
e experimental garden.
f j a r d i n d ' e s s a i ( s ) . Vincennes heeft 'n j a r d i n d ' e s s a i c o l o n i a l .
d V e r s u c h s g a r t e n (D.K.Z.).
proefveld
e t r i a l f i e l d . Men heeft ook de E x p e r i m e n t a l F i e l d s van Dodds
Reformatory op Barbados. Ook e x p e r i m e n t a l p l o t .
f champ d'essai(s).
d Versuchsfeld.
pro forma
e pro forma, for form's sake.
F.P.H. Prick van Wely, Viertalig aanvullend hulpwoordenboek voor Groot-Nederland
199
f pro forma, pour la forme.
d pro Forma.
proleet
e 1. p r o l e t a r i a n ; 2. c a d , g e n t .
f 1. p r o l é t a i r e ; 2. p i e d - p l a t .
d 1. P r o l e t a r i e r ; 2. L u m p , P r o l e t .
pro memorie
e pro memoria.
f pour mémoire.
d pro Memoria.
promenadedek:
zie wandeldek .
promotie
e p r o m o t i o n . Ook a d v a n c e m e n t . Promotie maken - t o b e p r o m o t e d ,
get a rise.
f a v a n c e m e n t , p r o m o t i o n . Promotie maken - o b t e n i r d e
l'avancement, monter en grade.
d B e f ö r d e r u n g . Promotie maken - b e f ö r d e r t w e r d e n .
promotiejager
e p r o m o t i o n h u n t e r (B. Shaw).
f a r r i v i s t e (ongeveer), q u i f a i t l a c h a s s e à l ' a v a n c e m e n t .
d S t r e b e r (ongeveer).
promotiekans
F.P.H. Prick van Wely, Viertalig aanvullend hulpwoordenboek voor Groot-Nederland
e chance(s) of advancement, of promotion.
f chance(s) d'avancement.
d B e f ö r d e r u n g s c h a n c e , -a u s s i c h t .
promotielijst:
zie promotiestaat .
promotiestaat
e promotion roll, list of promotions.
f tableau d'avancement, tableau de promotion.
d Beförderungsliste.
promotor
[van een maatschappij]
e (c o m p a n y -) p r o m o t e r .
f promoteur.
d Promotor, Gründer, Macher.
prospector
e prospector.
f prospecteur.
d S c h ü r f e r , ook P r o s p e k t o r .
protectoraat
e protectorate.
f (p a y s d e ) p r o t e c t o r a t .
d Protektorat, Schutzherrschaft.
protégé
e protégé(e).
f protégé(e).
d Protégé, Schützling.
F.P.H. Prick van Wely, Viertalig aanvullend hulpwoordenboek voor Groot-Nederland
provoceeren
e to provoke.
f provoquer.
d provozieren.
prullemand
[naar de - verwijzen]
e c o n d e m n t o t h e w a s t e (p a p e r ) b a s k e t .
f jeter au panier, mettre au rebut.
d in den Papierkorb tun.
psyche
e cheval-glass.
f [l a ] p s y c h é .
d Drehspiegel.
publicatieblad
[Curaçao]: zie staatsblad .
pul
e spill, jar.
F.P.H. Prick van Wely, Viertalig aanvullend hulpwoordenboek voor Groot-Nederland
200
f potiche, vase.
d Vase.
punaise
e drawing-pin.
f punaise.
d [d i e ] P a p i e r z w e c k e .
punch à la romaine
e Roman punch.
f punch à la romaine.
d römischer Punsch.
punkah
e p u n k a ( h ) , p o n g k a - vgl. de Times 1907: the free swinging handworked
p u n k a h , known to Anglo-Indians as the f l i c k .
f p a n k a , p a n c a (N.L.I.) - zie ook spada .
d F ä c h e r m a s c h i n e , [d i e ] P u n k a h (Pauli, Tropenvademecum, p. 34).
pupillenschool
e Military pupils' school.
f Ecole d'enfants de troupe.
d M i l i t ä r - E r z i e h u n g s i n s t i t u t (S.V.).
purée
e purée.
f purée.
d [d i e ] en [d a s ] P ü r e e .
F.P.H. Prick van Wely, Viertalig aanvullend hulpwoordenboek voor Groot-Nederland
pur sang:
zie volbloed .
puthaak
[over den - trouwen]
e to marry over the broomstick, to jump the broomstick
(b e s o m ), t o m a r r y w i t h a c u r t a i n - r i n g (Thackeray, Four Georges).
Vgl. ook m a r r i e d o n t h e c a r p e t a n d t h e b a n n s u p t h e
c h i m n e y (F. & H.). De drie Talen 1909 citeert uit Roe, He fell in love with his
Wife: We don't fancy such grass-widders, yelled a third. - Why don't you j u m p
o v e r a b r o o m s t i c k for a wedding-ceremony? some one else bawled.
f s e m a r i e r ‘à l ' a n g l a i s e ’ of d e l a m a i n g a u c h e . Vgl. m a r i a g e
à l a c r u c h e c a s s é e , s o u s l a c h e m i n é e of e n d é t r e m p e . Ook
vindt men f a i r e u n m a r i a g e d ' A f r i q u e .
d e i n e w i l d e E h e s c h l i e s z e n , s i c h ‘p o l n i s c h ’ v e r h e i r a t e n .
Q.
quantité négligeable
e q u a n t i t é n é g l i g e a b l e . Ook n e g l i g i b l e q u a n t i t y (Benson, Scarlet
& Hyssop, 182).
f quantité négligeable.
d quantité négligeable.
quarantaine-maatregelen
e quarantine measures.
f mesures quarantenaires.
d Quarantänemaszregeln.
quarantaine-ordonnantie
e quarantine regulations.
f ordonnances sur la quarantaine.
d Quarantäne-Ordonnanzien.
quarantaine-tijd
F.P.H. Prick van Wely, Viertalig aanvullend hulpwoordenboek voor Groot-Nederland
e (p e r f o r m a n c e o f ) q u a r a n t i n e .
f q u a r a n t a i n e d ' o b s e r v a t i o n (N.L.I.), d u r é e d e l a q u a r a n t a i n e .
d R e i s e h a f t , Q u a r a n t ä n e - D a u e r , -Z e i t .
F.P.H. Prick van Wely, Viertalig aanvullend hulpwoordenboek voor Groot-Nederland
201
quarantaine-vlag
e quarantine flag, yellow jack.
f p a v i l l o n (j a u n e ) d e q u a r a n t a i n e (N.L.I.).
d Quarantäne-Flagge.
† queën:
zie kwee-kwee .
† quitasol:
zie pajong .
R.
R.R.:
zie regeeringsreglement .
raad
[gewestelijke]
e p r o v i n c i a l c o u n c i l . In de Daily Mail van 1909: p r o v i n c i a l c o u n c i l s
are to be appointed in the different sections of the country [South-Africa].
f conseil provincial, assemblée provinciale.
d Bezirksvorstand.
Raad van Indië
e 1. C o u n c i l o f I n d i a ; 2. m e m b e r o f C o u n c i l .
f 1. c o n s e i l d e s I n d e s ; 2. c o n s e i l l e r d e s I n d e s . Ook C o n s e i l
de l'Inde.
d ‘R a t v o n I n d i e n ’ (Br.).
F.P.H. Prick van Wely, Viertalig aanvullend hulpwoordenboek voor Groot-Nederland
raadsheer
[duif]
e Jacobin.
f p i g e o n n o n a i n , p. c a p u c i n .
d Zopftaube, Perrückentaube.
racebaan
e race-course, race-ground.
f piste, champ de course.
d Rennbahn, Pferderennbahn, Rennplatz.
racebal
e r a c e - b a l l (M.).
f b a l p e n d a n t (a p r è s ) l e s c o u r s e s .
d R e n n b a l l (M.S.).
racedagen
e r a c e - d a y s (M.).
f jours des courses.
d R e n n t a g e (S.V.).
racen
e to race.
f courir.
d rennen.
racepaard
e race horse, racer.
f coureur, cheval de course.
d Rennpferd, Renner.
F.P.H. Prick van Wely, Viertalig aanvullend hulpwoordenboek voor Groot-Nederland
races
e race-meeting(s).
f les courses.
d das Pferderennen.
rade
[de G.G. in -]
e t h e g o v e r n o r - g e n e r a l i n C o u n c i l (M.).
f l e g o u v e r n e u r g é n é r a l e n c o n s e i l d e g o u v e r n e m e n t ...
reduira ce taux sans qu'il puisse jamais être inférieur à un franc (Radical '09).
d d e r G e n e r a l G o u v e r n e u r i m C o u n c i l (Mr.).
raden
[adellijke titel]
e Raden.
f raden.
d Raden.
1)
raden-ajoe
e regent's wife.
1)
Ook titel van inlandsche dames, die in den 3en graad afstammen van een vorst of potentaat.
F.P.H. Prick van Wely, Viertalig aanvullend hulpwoordenboek voor Groot-Nederland
202
f r é g e n t e : La présence de la R é g e n t e , la Raden-Aïo, est la meilleure preuve
des bonnes dispositions qu'elle tient à montrer (Lias, De France à Sumatra, p.
226).
d Frau des Regenten.
radja
e rajah, raja.
f rajah, raja.
d Radscha, Rajah.
rajap
e white ant, winged termite, duck-ant.
f f o u r m i b l a n c h e , [l e ] t e r m i t e . Vgl. 't Journal van Ange Pitou, p. 128:
Nous avions enfermé notre linge sale dans une malle qui était par terre. Ce
matin, une négresse vient pour le blanchir. Je m'apprête à compter. ‘Mirez,
monsieur, mirez’, dit elle. Je regarde. Il est en lambeaux. Des p o u x d e b o i s
en ont fait de la dentelle semblable à la maline de gaze estampée des
marchands de camelote du Louvre et du boulevard. Ces insectes sont des
f o u r m i s b l a n c h e s qui ont la structure de l'animal dont elles portent le
nom. On les appelle p o u x d e b o i s , parce qu'elles suspendent et maçonnent
leur ruche sur les plus hautes branches.
d T e r m i t e , w e i s z e A m e i s e : Die bekanntesten Arten sind die kriegerischen
T e r m i t e n in Ost-Indien und Africa (Br.).
ramboetan
e r a m b ú t a n , the edible fruit of a lofty Malaysian tree (Ch.). Ook r a m b o ó t a n
en r a m b o t a n g (H.J.). Onder invloed van m a n g o s t a n zijn de
basterdvormen r a m b o s t a n en r a m b u s t i n e ontstaan - zie Nature , XXIII,
p. 143.
f r a m b o u t a n (Jumelle, Cult. Col., I, p. 218) en n e p h e l i u m .
d Nephelium, Rambutan.
† ramboetang:
zie ramboetan .
F.P.H. Prick van Wely, Viertalig aanvullend hulpwoordenboek voor Groot-Nederland
rame-rame
uit te spreken met e e .
e merry-making, junketings, high jinks, revelry.
f f ê t e , b r u i t : quatre bayadères et un gamelang de dix musisiens furent
introduits et le r a m e - r a m e (la fête, le bruit) commença (Babut, F. Batel, II
p. 118).
d Festvergnügen.
rameh:
zie ramie .
rami(e)
e r a m e h , r a m e e of r a m i e , Chinagrass or its fibre, [long] used in the East
for ropes and for cloth, in China and Japan (Ch.). Ook g r a s s - c l o t h p l a n t ,
tchouma.
f [l a ] r a m i e . Volgens M.V.E. verschijnt te Parijs reeds een Moniteur de la
Ramie.
d [d i e ] R a m e h of R a m i e , [d a s ] C h i n a - G r a s .
rampassen
[spreektaal]
e to pillage, loot.
f r a f l e r , f a i r e r a f l e , bijv.: ils r a f l a i e n t aussi des bouteilles de vin ... qu'ils
buvaient (Willy, Une Passade, p. 60).
d grapsen.
rampen
[van hooger hand]
e act(s) of God.
F.P.H. Prick van Wely, Viertalig aanvullend hulpwoordenboek voor Groot-Nederland
203
f accidents de force majeure, calamités publiques.
d Unfälle höherer Gewalt.
rampokken
e to loot, to commit gang robbery, dacoit.
f cambrioler, mettre au pillage.
d p l ü n d e r n (i n H o r d e n ).
rampokker
e lootie, gang robber, dacoit.
f cambrioleur, pilleur.
d Mitglied einer Raubhorde.
1)
rampokpartij
e g a n g r o b b e r y , l o o t i n g e x p e d i t i o n . Gewoonlijk leest men g a n g
r o b b e r y in de bladen van de Straits. Zoo in de Straits Times van 31 Dec.
1903: G a n g r o b b e r y has of late been common in the outskirts of Batavia.
D a c o i t y is het Eng.-Indische woord of ook d a c o i t a g e . Money omschrijft
in Java, II, p. 18 d a c o i t y als: theft in united and armed bands with violence.
f pillage.
d Raubzug, Raubanfall.
randgebergte
e border mountains.
f m o n t a g n e s b o r d a n t u n (l e ) p l a t e a u .
d Randgebirge.
randjoe
1)
R a m p o g is eigenlijk met zijn velen, gezamenlijk met lansen op iets aanvallen (Klinkert).
Rampokpartijen op tijgers worden nog gehouden op Midden-Java, maar de gewone beteekenis
is de boven aangeduide.
F.P.H. Prick van Wely, Viertalig aanvullend hulpwoordenboek voor Groot-Nederland
e c a l t r o p - zie D.D.i.v., waar c a l t r o p omschreven is als r a n j a u . Ook de
Cycl. of India heeft reeds r a n j a u .
f chausse-trape.
d [d i e ] F u s z a n g e l .
randoe alas
e bombax.
f bombax.
d falscher Seidenwollbaum.
ranggenoot
e o n e o f t h e s a m e r a n k , r a n k f e l l o w (M.).
f du même rang of grade.
d Ranggleicher.
ranglijst
e r o s t e r , a r m y - l i s t of a r m y - r e g i s t e r (mil.) en g r a d a t i o n l i s t
(burgerl.).
f tableau.
d [d i e ] R a n g l i s t e .
rapat
[Sumatra]: zie landraad .
rasamala
e r a s a m a l a , a south Asiatic hamamelidaceous timber tree (W.S.). Ook
r a s a m a l a t r e e (M.).
f rasamala.
d R a s a m a l a b a u m (M.S.).
rasgenoot
e one of the same race.
F.P.H. Prick van Wely, Viertalig aanvullend hulpwoordenboek voor Groot-Nederland
f de la même race.
d Rasse-Verwandter.
rashoen
e thoroughbred hen.
f poule de race.
d Rasse-Huhn.
rassenhaat
e racial hatred, race enmity.
f haine de(s) races.
d Rassenhasz.
F.P.H. Prick van Wely, Viertalig aanvullend hulpwoordenboek voor Groot-Nederland
204
raszuiver
e thoroughbred.
f de race, pur sang.
d von reiner Rasse.
1)
ratoe
e ratoo.
f ratou.
d Ratu.
rawa
e marsh, swamp(land).
f marais, marécage.
d Moor(land).
razend
[schooltaal]
e wild.
f furibard, furieux.
d rasend, toll.
rebab
e r e b a b , r e b e c = native violin: The native violin is called r e b a b (D.D.).
f r e b a b a h , r e b a b , violon à deux cordes (N.L.I.).
d [d i e ] of [d a s ] R a b a b . Ook R e b a b en R u b a b (Heyse, Fremdwörterbuch).
reboisatie
e reforesting, reboisement.
f reboisement.
1)
Titel voor vorstelijke vrouwelijke personen op Java en Madoera.
F.P.H. Prick van Wely, Viertalig aanvullend hulpwoordenboek voor Groot-Nederland
d Wiederbeholzung.
† recepis
e receipt-check.
f récépissé.
d [d i e ] R e z e p i s s e .
receptieavond
e reception-evening, at home.
f jour; soir de réception.
d E m p f a n g s a b e n d . Vgl. Preyer, Indo-Malayische Streifzüge, p. 179: Dieser
‘Empfang’ ist eine Art von ‘Jour fixe.’
receptiegelden
e entertaining allowance.
f (i n d e m n i t é d e ) f r a i s d e r e p r é s e n t a t i o n .
d Aufwandsgelder.
* recherche
e the customs, preventive service of staff.
f (s e r v i c e d e ) l a d o u a n e .
d Zollamt.
* rechercheur
e custom-house searcher, Customs inspector.
f d o u a n i e r , g a b e l o u (argot).
d Z o l l b e a m t e r , Z o l l c h e f of Z o l l v i s i t a t o r .
recherche-vaartuig
e revenue cutter, vessel of the preventive service.
f bateau de la douane, garde-côte.
F.P.H. Prick van Wely, Viertalig aanvullend hulpwoordenboek voor Groot-Nederland
d Zollschiff.
rechter commissaris
e examining magistrate.
f juge d'instruction.
d Untersuchungsrichter.
rechterlijk ambtenaar
e l e g a l o f f i c i a l , ook j u d i c i a l f u n c t i o n a r y .
f f o n c t i o n n a i r e (d e l ' o r d r e ) j u d i c i a i r e .
d Justizbeambter.
rechthebbende
e party entitled, rightful claimant.
f ayant droit.
d [d e r ] B e r e c h t i g t e .
F.P.H. Prick van Wely, Viertalig aanvullend hulpwoordenboek voor Groot-Nederland
205
recht op pensioen
e right to a retiring pension.
f droit à la pension de retraite.
d [d e r ] A n s p r u c h a u f P e n s i o n .
rechtspersoonlijkheid
e i n c o r p o r a t i o n (r i g h t s ).
f la personnalité civile.
d Recht(e) der juristischen Person.
rechtsschool
e law college.
f école de droit.
d Rechtsschule.
rechtszekerheid
e juridical warrant.
f garantie de la personnalité civile.
d Rechtssicherheit.
rechtverkrijgende
e a s s i g n e e i n (b y ) l a w , a s s i g n , c e s s i o n a r y .
f ayant cause.
d Rechtsnachfolger.
recipieeren
e to receive, entertain.
f recevoir.
f rezipieren.
F.P.H. Prick van Wely, Viertalig aanvullend hulpwoordenboek voor Groot-Nederland
reclamant
e claimant.
f réclamant, réclamateur.
d Reklamant.
reclame
e claim, protest.
f réclamation.
d Reklamation, Reklama.
reconvalescent
e convalescent.
f convalescent.
d Rekonvaleszent.
rectificatie
e rectification.
f rectification.
d Berichtigung.
reëngagement
e reengagement.
f r(é)engagement.
d Wiedereintritt, Wiedereintreten.
referendaris
e referéndary.
f r é f é r e n d a i r e : Il [van den Berg] a rempli d'abord les fonctions de
r é f é r e n d a i r e au département de l'intérieur (Chailley Bert, La Hollande, p.
58).
d R e f e r e n t , mv. - e n .
F.P.H. Prick van Wely, Viertalig aanvullend hulpwoordenboek voor Groot-Nederland
referendum
e referendum.
f referendum.
f Referendum.
reflecteerenden
e i n t e n d i n g p u r c h a s e r s , s u b s c r i b e r s , etc.
f les intéressés.
d Reflektanten, Bewerber.
regeeringsalmanak
e Government Chronicle and Directory.
f Annuaire du Gouvernement, annuaire officiel.
d S t a a t s k a l e n d e r , ook R e g i e r u n g s j a h r b u c h .
regeeringsbericht
e official communication.
f note officielle, communiqué.
d Regierungsnachricht.
regeeringsbesluit
e ordinance.
F.P.H. Prick van Wely, Viertalig aanvullend hulpwoordenboek voor Groot-Nederland
206
f décret, décision.
d Regierungserlasz.
regeeringscommissaris
e government commissioner.
f c o m m i s s a i r e d u g o u v e r n e m e n t (S.V.).
d R e g i e r u n g s k o m m i s s a r (D.K.Z. en Rumphius-Gedenkboek, p. 70).
regeeringsinmenging
e interference of the government, governmental
interference.
f ingérence du gouvernement, intervention de l'Etat.
d Einmischung seitens der Regierung, regierungsseitige
Einmengung.
regeeringskringen
[in -]
e in high places, in exalted quarters.
f dans les sphères gouvernementales, en haut lieu.
d in Regierungskreisen.
regeeringspersoon
e place-man, official.
f homme en place.
d Regierungsperson.
regeeringsreglement
e colonial organic law.
f l o i o f r é g l e m e n t o r g a n i q u e (Babut, F. Batel, I, p. 141).
d Kolonialgrundgesetz.
F.P.H. Prick van Wely, Viertalig aanvullend hulpwoordenboek voor Groot-Nederland
regeeringsverslag
e government report.
f rapport du gouvernement.
d Regierungsbericht.
regeeringswege
[van -]
e on behalf of the government.
f du côté du gouvernement.
d regierungsseitig, von amtlicher Seite, von der Regierung
ausgehend.
regenboom
e rain-tree.
f arbre pluvieux.
d Regenbaum.
regent
e regent.
f régent.
d Regent.
regentijd
e r a i n y s e a s o n . Ook t h e r a i n s : Time, 10.30. P.M. of a stuffy night in the
r a i n s (Kipling, Story of the Gadsbys, p. 29).
f s a i s o n d e s p l u i e s , s a i s o n p l u v i e u s e . B. de Saint Pierre spreekt
van l a m a u v a i s e s a i s o n , qui commence à la mi-octobre in zijn Paul et
Virginie (p. 5), maar op pag. 10 weer van l a s a i s o n d e s p l u i e s . Op
Madagascar h i v e r n a g e of l a h o r s s a i s o n . Vgl. ook p e n d a n t l e s
p l u i e s = in den regentijd.
d R e g e n z e i t , -p e r i o d e .
regentswoning
F.P.H. Prick van Wely, Viertalig aanvullend hulpwoordenboek voor Groot-Nederland
zie dalam .
regenwaarnemingen
e rainfall observations.
f observations pluviométriques.
d Regenfallbeobachtungen.
regulateur
e regulator.
f régulateur.
d Regulator.
reisbenoodigdheden
e travelling requisites.
F.P.H. Prick van Wely, Viertalig aanvullend hulpwoordenboek voor Groot-Nederland
207
f articles de voyage.
d Reise-Utensilien.
reisbureau
e travel bureau.
f bureau des voyages.
d Reisebureau.
reisdeclaratie
e voucher for travelling-expenses.
f déclaration de frais de route.
d [d a s ] P a r t i k u l a r e , R e i s e k o s t e n a u s w e i s , L i q u i d a t i o n : in der
L i q u i d a t i o n ist der dienstliche Zweck der Reise anzugeben und deren
Notwendigkeit sowie die angegebene Dauer seitens des Verwaltungschefs zu
bescheinigen (Regelung van Samoa).
reis- en verblijfkosten
e hotel and travelling expenses, travelling allowance.
f frais de route of de tournée, indemnités de route et
s é j o u r , i n d e m n i t é s d e d é p l a c e m e n t . Er bestaan: Réglements
généraux sur la solde et les i n d e m n i t é s d e d é p l a c e m e n t attribuées
au personnel colonial.
d T a g e g e l d e r u n d F u h r k o s t e n (F a h r k o s t e n ).
reisgelegenheid
e (t r a v e l l i n g ) o p p o r t u n i t y .
f occasion, commodité.
d Reisegelegenheit.
reislectuur
e railway reading, railway litterature.
f lecture pour le voyage.
F.P.H. Prick van Wely, Viertalig aanvullend hulpwoordenboek voor Groot-Nederland
d Reiselektüre.
reistarief
e fares.
f tarif des places.
d Fahrsätze.
reiswagen
e t r a v e l l i n g - c a r r i a g e : The visitor will find little difficulty in providing himself
with a travelling-carriage zegt De zieke reiziger in 1852, p. 41.
f v o i t u r e of ook b e r l i n e d e v o y a g e .
d Reisewagen.
rekeninglooper
e native bill collector.
f garçon indigène de recettes of d'encaissement.
d inländischer Kassenbote.
rekenkamer
e a u d i t o f f i c e , g e n e r a l c h a m b e r o f a c c o u n t s (Money, Java, I, p.
240).
f Cour des Comptes.
d Rechnungskammer.
remboe
e j u n g l e , p r i m e v a l f o r e s t : As the title intimates, Mr. X's duties compel
him to make his home in the j u n g l e . The word has many significations in the
East where it is often used to express a region remote from civilization, although
perhaps consisting of barren mountains or treeless plains. Mr. X's j u n g l e ,
however, is one realizing what it represents to the untravelled Englishman. It
is a land of hill and dale covered with thickly growing forest trees, with here
and there by the side of the rivers, or the main roads made by man, small oases
of culti-
F.P.H. Prick van Wely, Viertalig aanvullend hulpwoordenboek voor Groot-Nederland
208
vation (Keyser, From Jungle to Java, p. 2). Vgl. Melati van Java, The Resident's
Daughter, p. 12:... how difficult it is for a young man living alone i n t h e
j u n g l e ..., to order his life in solitude. In de Straits kent men het woord r i m b a
= forest or virgin jungle (D.D.), in Mexico & Texas c h a p a r r a l = dense tangled
brushwood, composed of low thorny shrubs, brambles, briars etc. (M.).
f [l a ] j u n g l e . Vgl. Th. Gautier, Poésies:
L'Hippotame au large ventre
Habite aux j u n g l e s de Java
Leconte de Lisle schrijft d j u n g l e in Nurmahal:
Des d j u n g l e s du Pendj-Ab aux sables du Karnate,
Il a pris dans son ombre un empire soumis.
Ook vindt men ‘in de remboe’ = d a n s l a b r o u s s e - vgl. Bulletin Etudes
Col., 1904, pag. 514: le compatriote égaré dans un petit poste au milieu de la
brousse.
d [d a s ] D s c h u n g e l (M.S.), [d i e ] W i l d n i s .
remise
e remittance.
f remise.
d Rimesse, Remise.
remonte depot
e government stud-farm.
f d é p ô t d e r e m o n t e (N.L.I.).
d Remonte-Depot, Pferde-depot.
rendeerend
e paying.
f d'un bon rendement.
d rentierend, rentabel.
† renocer:
zie badak .
F.P.H. Prick van Wely, Viertalig aanvullend hulpwoordenboek voor Groot-Nederland
1)
† renoster:
zie badak .
rentjongsteek
e rentjong thrust.
f coup de rentjong.
d Rentjongstich.
reorganisatieplan
e reorganisation scheme.
f plan de réorganisation.
d [d e r ] R e o r g a n i s a t i o n s p l a n .
reorganiseeren
e to reorganize.
f réorganiser.
d reorganisieren.
reparatie-atelier
e repair-shop.
f atelier de réparation.
d Reparaturwerkstätte.
repatrieeren
e t o g o of r e t u r n h o m e , t o l e a v e f o r h o m e .
f s e r a p a t r i e r , r e n t r e r a u p a y s of e n E u r o p e .
d ins Vaterland, nach der Heimat zurückkehren.
repeteerkarabijn
1)
In Z.A. is dit woord nog altijd gangbaar.
F.P.H. Prick van Wely, Viertalig aanvullend hulpwoordenboek voor Groot-Nederland
e repeating rifle.
f carabine à répétition.
d Repetierbüchse.
repeteerpistool
e automatic pistol.
f pistolet à répétition.
d Repetierpistole.
representatiegelden
e allowance for representation.
f frais de représentation.
F.P.H. Prick van Wely, Viertalig aanvullend hulpwoordenboek voor Groot-Nederland
209
d Representationsentschädigung, Standesgelder.
reproductie
e reproduction.
f reproduction.
d Reproduktion, Abdruck.
request
e m e m o r i a l , soms p e t i t i o n , maar niet r e q u e s t .
f p é t i t i o n ; r e q u ê t e in de rechtstaal.
d P e t i t i o n , B i t t s c h r i f t , ook B i t t g e s u c h , E i n g a b e .
requestrant
e memorialist, petitioner.
f pétitionnaire, requérant.
d Petent, Bittsteller.
requestreeren
e memorialize, bring in a petition, petition.
f pétitionner, présenter une pétition of requête.
d eine Bittschrift einreichen.
requisitoir
e address to the court, sentence demanded by the public
prosecutor.
f [l e ] r é q u i s i t o i r e .
d [d e r ] S t r a f a n t r a g .
resident
F.P.H. Prick van Wely, Viertalig aanvullend hulpwoordenboek voor Groot-Nederland
e r e s i d e n t : At the head-quarters of each residency is the r e s i d e n t . (H. Scott
Boys, Some Notes on Java, p. 72).
f résident.
d Resident.
residentie
e r e s i d e n c y (zie boven). De Cycl. Brit. geeft ook r e s i d e n t s h i p onder
Java.
f résidence.
d R e s i d e n t s c h a f t , R e s i d e n z , in O. Afrika R e s i d e n t u r .
residentiegerecht
[hoofdzakelijk voor Europeanen
e residency court of justice.
f tribunal de la résidence, cour de résidence.
d Residentschaftsgericht.
residentiehuis
e r e s i d e n c y , t h e R e s i d e n t ' s h o u s e , soms G o v e r n m e n t H o u s e .
f r é s i d e n c e : En passant devant la R é s i d e n c e j'aperçois
l'Assistant-Résident (Lias, De France à Sumatra, p. 300).
d Residentswohnung.
residentiekantoor
e the resident's office.
f l e ( s ) b u r e a u ( x ) d u r é s i d e n t : à peine arrivé, le voyageur doit se
présenter aux b u r e a u x d u r é s i d e n t (Quenedey, Java, p. 22).
d Residentschaftsamt.
residentsche
e resident's wife.
f (m a d a m e ) l a R é s i d e n t e (Lias, De France à Sumatra, p. 228).
d Residentsfrau, Residentin.
F.P.H. Prick van Wely, Viertalig aanvullend hulpwoordenboek voor Groot-Nederland
residu:
zie petroleum residu .
restauratie-wagen
e dining-car.
f wagon-restaurant.
d R e s t a u r a t i o n s w a g e n (M.S.).
retirade
e w a t e r - c l o s e t , W.C., l a v a t o r y .
F.P.H. Prick van Wely, Viertalig aanvullend hulpwoordenboek voor Groot-Nederland
210
f l i e u x d ' a i s a n c e s , [l e ] w a t e r c l o s e t .
d Retirade, Abort, Hier!
reuzenpapaja
e American papaw.
f papaye géante.
d Riesenpapaya.
reuzenvaren
e giant fern.
f fougère géante.
d Riesenfarn.
revaccinatie
e revaccination.
f revaccination.
d W i e d e r i m p f u n g , n o c h m a l i g e S c h u t z p o c k e n i m p f u n g (D.K.K.).
revanche
[bij spelen]
e revenge, after-game.
f revanche.
d Revanche.
révérende mère
e the Mother Superior, the Lady Superior.
f la révérende mère.
d K l o s t e r v o r s t e h e r i n , ook O b e r i n .
F.P.H. Prick van Wely, Viertalig aanvullend hulpwoordenboek voor Groot-Nederland
revisor
e ticket examiner, tramway ticket inspector.
f contrôleur de tramway.
d Trambahn-Kontrolleur.
† rhinoster:
zie renoster .
rhizophoor
e rhizophora.
f [l e ] r h i z o p h o r e .
d Rhizophora.
riboet
[spreektaal]
e h u b b u b , Eng.-Indië g o l - m o l .
f bastringue, vacarme.
d [d e r ] R a n d a l , L ä r m .
ricksha
e ( j i n ) r i k i s h a , r i c k s h a , s h a w . Schertsenderwijze ook p u l l m a n c a r .
f [l a ] d j i a r i c h a , [l e ] d j i n r i c k s h a w , d j i n r i c k s h a , p o u s s e - p o u s s e ,
r o u l o t t e . Ook l e p o u s s e :... les deux coureurs tonkinois avancèrent l e
p o u s s e , un pousse très élégant, laqué et argenté (Farrère, Les Civilisés, p.
1). Het méérvoud is p o u s s e en p o u s s e - p o u s s e .
d Rickscha.
rickshakoelie
e r i k i s h a p u l l e r (S.T.).
f c o o l i e - p o u s s e , c o o l i e - c h é (Monde Moderne, 1906, p. 440). Ook wel
tireur de pousse-pousse.
d R i c k s c h a - K u l i (Bockenheimer, Rundum Asien).
F.P.H. Prick van Wely, Viertalig aanvullend hulpwoordenboek voor Groot-Nederland
ridder
[het-]
e the cross.
f l a c r o i x (d e c h e v a l i e r ).
d [d a s ] R i t t e r k r e u z .
riet
e (sugar-)cane.
f canne à sucre.
d Zuckerrohr.
rietbrand
e cane-field fire.
f feu dans un champ de canne.
d Feuersbrunst in einem Zuckerrohrfeld.
rietsap
e ( c a n e - ) j u i c e , in E.-I. ook r a s .
F.P.H. Prick van Wely, Viertalig aanvullend hulpwoordenboek voor Groot-Nederland
211
f jus de canne à sucre, vin de canne, vesou.
d [d e r ] Z u c k e r r o h r s a f t .
riettuin
e cane-field, field of canes, sugar-field.
f c h a m p d e c a n n e (à s u c r e ).
d Zuckerrohrfeld, Zuckerrohr-Garten.
* rij(d)en
[schooltaal]
e s n o r k : do the whole of an examination paper, or to cap an other in argument
or repartee (F. & H.).
f avoir de la chance dans ses réponses.
d (s e h r ) g u t a b s c h n e i d e n (beim Examen etc.).
rijdier
e mount, animal for riding.
f monture.
d R e i t t i e r (S.V.).
rijk
['t hemelsche -]
e t h e C e l e s t i a l E m p i r e of K i n g d o m .
f le céleste Empire.
d [d a s ] h i m m l i s c h e R e i c h , d a s R e i c h d e r M i t t e .
rijksbestuurder
e chancellor of the empire.
f chancelier de l'empire.
d R e i c h s v e r w a l t e r , -v e r w e s e r .
F.P.H. Prick van Wely, Viertalig aanvullend hulpwoordenboek voor Groot-Nederland
rijksgroote
e magnate.
f grand du royaume.
d Reichsoberer.
rijksraad
[Ternate]: zie landraad .
rijkssieraden
e insignia, crown-jewels.
f joyaux de la couronne.
d R e i c h s i n s i g n i e n = Reichswürdezeichen, Reichskleinode (Heyse,
Fremdwörterb.).
rijkszwaard
e imperial sword.
f glaive impérial.
d Reichsschwert.
† rijs:
vert. rijst.
rijstblok
e p a d d y - p o u n d e r (M.), r i c e - b l o c k (A de Wit, Facts and Fancies, p. 272),
( r i c e - ) m o r t a r : They knew how to hull rice in their m o r t a r s ... A few put
their shares into the r i c e - m o r t a r s , pounded it, and made a paste with foul
water (Kipling, The Day's Work, p. 185).
f m o r t i e r . Vgl. Jumelle, Cult. Col., I, p. 89: La plus simple [méthode]... est celle
du m o r t i e r où le riz est décortiqué au moyen d'un pilon manié à la main.
d [d i e ] R e i s s t a m p f e (A. Maasz, Quer durch Sumatra, p. 40).
rijstbuik(je)
F.P.H. Prick van Wely, Viertalig aanvullend hulpwoordenboek voor Groot-Nederland
e p o t b e l l y - vgl. Hichens, The Garden of Allah, I, p. 129: An old grandmother
rocked and kissed a naked baby with a p o t b e l l y . Ook zegt men:
b a r r e l - b e l l y en p u d d i n g - b e l l y (F. & H.).
f bedon, bedaine.
d R e i s b ä u c h l e i n (Otto, Pflanzer- und Jägerleben, p. 82).
rijstchristen(en)
e R i c e C h r i s t i a n ( s ) : Mark Twain heeft in zijn More Tramps Abroad, II, p.
270: Protestant
F.P.H. Prick van Wely, Viertalig aanvullend hulpwoordenboek voor Groot-Nederland
212
missionary work is coldly regarded by the commercial white colonist all over
the heathen world, as a rule, and its product is nick-named ‘r i c e C h r i s t i a n s ’
(occupationless incapables who join the church for revenue only). Ook wel
pot-converts.
f Chrétiens par intérêt.
d B r o t c h r i s t e n - vgl. B r o t s c h r e i b e r .
rijstcultuur
e c u l t i v a t i o n o f r i c e , c u l t u r e o f r i c e , r i c e c u l t u r e : Manure is
quite unknown in r i c e c u l t u r e in Perak (Singapore & Straits Directory i.v.
Perak).
f culture du riz.
d Reisbau, Reiskultur.
rijstdiefje:
zie glatik .
rijsthandelaar
e rice dealer.
f marchand de riz.
d Reishändler.
rijstland
e rice plantation.
f plantation de riz.
d Reisplantage.
rijstlepel
e r i c e l a d l e (Adv. Katz te Singapore).
f pelle à riz.
d Reis-Schöpflöffel.
F.P.H. Prick van Wely, Viertalig aanvullend hulpwoordenboek voor Groot-Nederland
rijstpapier
e r i c e p a p e r : The substance which has received this name in Europe, through
the mistaken notion that it is made from rice, consists of the pith of a small tree
A r a l e a p a p y r i f e r a cut into thin slices (Cycl. Brit.). Ook pith paper (M.S.).
f papier de riz.
d R e i s p a p i e r , ein papierartiger Stoff, der aus dem Mark des Stammes der
Reispapierpflanze in China hergestellt wird (Heyse Fremdwörterb.).
rijstpellerij
e rice hulling mill.
f d é c o r t i q u e r i e , r i z e r i e (N.L.I.), m o u l i n à r i z (Bousquet, Richesses
Minérales, p. 4).
d Reis(schäl)mühle, Reisschälerei.
rijstschuur:
zie loemboeng .
rijstsoort
e kind of rice.
f espèce de riz.
d Reisart.
rijststamper
e r i c e - b e a t e r (D.D.).
f p i l o n - zie rijstblok .
d Reisstöszer.
rijststroo:
zie merang .
rijsttafel
F.P.H. Prick van Wely, Viertalig aanvullend hulpwoordenboek voor Groot-Nederland
e ‘r i c e - t a b l e ’, in Eng.-Indië tiffin: A good appetite awaits breakfast or t i f f i n
at 12 or 12.30 [lees: 1 or 1.30]. It is called by the Dutch ‘r i c e - t a b l e ’ (Anna
Forbes, Insulinde, p. 11).
f ‘t a b l e d e r i z ’: A une heure, déjeuner chaud qui s'appelle rijsttafel, ou ‘t a b l e
d e r i z ’ (J. Leclercq, Un Séjour dans l'île de Java, p. 19). In zijn beschrijving
van het menu aan boord van de N a t a l , zegt A. Delmas, (Java, p. 9): A une
heure... t a b l e d e r i z . Zie verder Verschuur, Aux Colonies d'Asie, p. 32: La
base de la cuisine an-
F.P.H. Prick van Wely, Viertalig aanvullend hulpwoordenboek voor Groot-Nederland
213
namite est le riz, servi avec force accessoires et condiments, à l'instar de la
fameuse ‘t a b l e d e r i z ’ de Java.
d R e i s t a f e l - Vgl. E. Maasz, Quer durch Sumatra, p. 13: die berühmte indische
R e i s t a f e l en Haeckel, Aus Insulinde, p. 84: Meistens wird dies [Tiffin] hier
in Form der sogenannten R e i s t a f e l genossen. Ook R e i s m a h l z e i t : Sie
schmeckt überhaupt scharf und wirkt reizend ... auf den Magen mit ihrem
Durcheinander von Reis und Huhn, Kurrisauce und Braten, Fisch und Omelette,
Gurkensalat und Eiern, Krabben, Krebsen und Bananen, mit allen den
verschiedenen scharfen, indischen Gewürzen und Saucen (C. Graeser, Aus
Indien & Italien, p. 86).
rijsttafelen
e tiffin, tiff.
f prendre sa table de riz.
d die Reismahlzeit einnehmen.
rijstveld
e rice-field, paddy-field.
f rizière, champ de riz.
d Reisfeld.
rijstvergiftiging
e rice poisoning.
f empoisonnement causé par le riz.
d Reisvergiftung.
rijstvogel:
zie glatik .
rijtuigfabriek
e coach-maker's.
f carrosserie.
d Kutschenfabrik.
F.P.H. Prick van Wely, Viertalig aanvullend hulpwoordenboek voor Groot-Nederland
rijwielbelasting
e tax on bicycles.
f taxe sur les vélocipèdes.
d [d i e ] F a h r r a d s t e u e r .
rijwielhersteller
e cycle repairer.
f mécanicien vélocipédique.
d Fahrradausbesserer.
rijwielschool
e velodrome.
f manège vélocipédique, vélodrome.
d Fahrradschule.
riks:
zie ringgit .
rimboe:
zie remboe .
ringgit
[spreektaal]
e Dutch dollar.
f rixdale(r), pièce of écu de cinq francs, roue de derrière,
oeil de boeuf.
d niederl. Reichstaler.
ringwerpen
F.P.H. Prick van Wely, Viertalig aanvullend hulpwoordenboek voor Groot-Nederland
[aan boord]
e d e c k - q u o i t s (Gammage cat).
f p a l e t d e b o r d , vgl. faire une partie de p a l e t (A. Chevrillon, Dans l'Inde,
p. 113).
d Wurfring-Spiel.
Riouw
e Rhio, Riau.
f Riou(w), Riov.
d Riouw, Riau.
risjes
[Z.A.]: zie lombok .
† risses:
zie lombok .
rissole
e rissole.
f rissole.
d Rissole.
F.P.H. Prick van Wely, Viertalig aanvullend hulpwoordenboek voor Groot-Nederland
214
† ritsjes:
zie lombok .
rivierstoomer
e r i v e r s t e a m e r , ook s h a l l o w d r a u g h t s t e a m e r .
f b a t e a u f l u v i a l (N.L.I.).
d Fluszdampfer.
robbertje
[een - vechten]
e have a set-to.
f se donner une peignée.
d sich katzbalgen.
roedjak
e salad of sliced unripe fruit with soy, vinegar, and chilli.
f vinaigrette de fruits verts hachés, avec du poivre long
et du soui.
d Salat aus unreifen zerschnittenen Früchten mit Soja und
Schotenpfeffer.
roef roef
e quick quick, chop-chop, in great haste.
f dare dare, bredi-breda.
d hurtig, drauf los, ripsraps.
roegi(e)
[spreektaal]
e loss, damage.
f perte, dommage.
d Verlust, Schaden.
F.P.H. Prick van Wely, Viertalig aanvullend hulpwoordenboek voor Groot-Nederland
roestpalm
e Stevensonia Sechellarum.
f Stevensonia Sechellarum.
d Stevensonia Sechellarum.
roetmop
[N. scheldwoord]
e dark(e)y, nigger.
f brunillon, moricaud, mal blanchi.
d Schwarzer.
rokcostuum
e dress-suit, evening-dress.
f complet habit.
d Frack-Anzug.
rol:
zie politierol .
rolschaatsen
e r o l l e r s k a t e s , r o l l e r s . Ook p a r l o u r s k a t e s (M.).
f patins à roulettes.
d Rollschlittschuhe, Räderschuhe, Rollschuhe.
rolschaatsenrijden
[subst.]
e skating, roller-skating, rollering.
f s k a t i n a g e (S.V.) van s k a t i n e r .
d Rollschlittschuhlaufen, Skating.
F.P.H. Prick van Wely, Viertalig aanvullend hulpwoordenboek voor Groot-Nederland
rommelrubriek
[bij 't eindexamen]
e the slops.
f la rubrique des branches de moindre importance.
d Rubrik der Nebenfächer.
ronggeng:
zie dansmeid .
ronzebons
e 1. n a t i v e (t i n - k e t t l e ) b a n d ; 2. g u i l d e r .
f 1. f a n f a r e i n d i g è n e ; 2. f l o r i n .
d 1. [d i e ] K a t z e n m u s i k ; 2. [d e r ] G u l d e n .
roode baai
e claret.
f pivois de Rougemont.
d Rotspo(h)n.
roode hond:
zie hond .
roode palm:
zie palm .
F.P.H. Prick van Wely, Viertalig aanvullend hulpwoordenboek voor Groot-Nederland
215
roofbouw
e predatory cultivation.
f c u l t u r e e x c e s s i v e , c u l t u r e à o u t r a n c e . Ook e x p l o i t a t i o n
a b u s i v e (Basset, Guide du planteur de cannes).
d Raubbau.
roofsprinkhaan
[biddende -]
e praying mantis.
f mante prêcheuse of religieuse, mante prie-Dieu, soldat
des bois, sorcière.
d betende Fangheuschrecke, Gottesanbeterin.
rooihond
[Z.A.]: zie roode hond
1)
rooilijn
e alinement, alignment.
f alignement.
d B a u l i n i e (M.S.).
rooimeester
e Government building-surveyor, town surveyor.
f inspecteur des bâtiments, grand voyer.
d Stadtbaumeister.
rooksalon
[aan boord]
e s m o k i n g s a l o o n (r o o m ), s m o k e - r o o m .
1)
Of r o o i h o n d = zekere ziekte met kwaadaardige huiduitslag en het Indische r o o d e h o n d
hetzelfde zijn, durf ik niet met zekerheid zeggen.
F.P.H. Prick van Wely, Viertalig aanvullend hulpwoordenboek voor Groot-Nederland
f salon fumoir.
d [d e r ] R a u c h s a l o n , [d a s ] R a u c h z i m m e r .
rookvanger
e cowl.
f bonnet, pare-étincelles de locomotive.
d Funkenfänger.
† ropia:
zie ropij .
ropij
e rupee.
f roupie.
d Rupie.
ropo:
zie ebro .
rotan
e r o t á n of r a t t á n , a genus of palms having a smooth reed-like stem several
hundreds of feet in length; walking stick made of rattan; stems of rattan palm
used as a raft (Ch.).
f r o t a n g of r o t i n , p a l m i e r r o t a n g . M.V.E. wijst op de foutieve spellingen
r o t a n g , r o t t a i n , r o t i n en r a t a n voor r o t a n .
d [d e r ] R o t a n g , S t u h l - R o h r .
rottang
[Z.A.]: zie rotan .
roulette tafel
F.P.H. Prick van Wely, Viertalig aanvullend hulpwoordenboek voor Groot-Nederland
e roulette table.
f table de roulette.
d Roulette-Tisch.
rouw
[in de - zijn voor den waschman]: vert. zwarte of donkere kleeren aanhebben, omdat
de waschman niet binnengekomen is met de witte pakken.
1)
* ruislag
e exchange.
f échange.
d Umtausch.
S.
S.F.:
zie suikerfabriek .
a) S.S.
e Government railways.
1)
Alléén van standplaatsen gezegd. Voor de vorming vgl. het Z. Afrikaansche p r o b e e r s l a g .
F.P.H. Prick van Wely, Viertalig aanvullend hulpwoordenboek voor Groot-Nederland
216
f chemins de fer de l'Etat.
d Staatseisenbahnen.
b) S.S.
e S S.- vgl. Hart, Rules for compositors, p. 28: Print S S. not S.S. (steamship).
f bateau.
d Dampfer.
saboet
e f r u i t - h u s k (o f t h e c o c o - n u t ).
f cair de coco.
d Kokosfaserhülse.
sado:
zie dos-à-dos .
sadokerel
e dos-à-dos driver.
f cocher de dos-à-dos.
d Dos-à-dos-Führer.
sadovoerder:
zie sadokerel .
saga bidji
e r a t i , g u n j h a , c r a b ' s e y e , j e q u i r i t y , the so-called Indian l i q u o r i c e ,
a plant more or less sacred... The toxic property... is closely analogous to the
venom of snakes (Wt.).
f g i n g e , a b r u s à c h a p e l e t ; een andere naam is p o i s d e b e d e a u of
réglisse d' Amérique.
F.P.H. Prick van Wely, Viertalig aanvullend hulpwoordenboek voor Groot-Nederland
d Paternostererbse, Giftbohne.
sago
e sago.
f sagou.
d [d e r ] S a g o .
sagomeel
e sago flour.
f farine de sagou.
d Sagomehl.
sagopalm
e s a g o p a l m . Ook s a g o t r e e .
f sagoutier, palmier sagou.
d Sagopalme.
1)
sagoweer
e s a g u i r , s a g w i r e (M.S.). of p a l m - w i n e en t o d d y . Ook p a l m - t r e e
e
t o d d y . De Indian Antiquary van 1904 geeft uit een 17 eeuwsch M.S.:... the
Palmero tree affordeth that rare liquor formerly termed P a l m e w i n e now
vulgarly called t o d d y . Vgl. Wt: the English word t o d d y comes from the
Indian t a r i .
f v i n d e p a l m e ; v i n d e r ô n i e r (van den lontarpalm). Vgl. Navarre, Man.
d'Hygiène col., p. 334: ce sont aussi des vins de p a l m i e r que le s i n d e y
des Indes orientales, le t o c de Madagascar, le n i p a des Philippines, le
t o e á k , le g o m o u t i des Indes néerlandaises, le s a g u e e r d'Amboine, etc.,
mais plus alcooliques, parce qu'on a laissé se produire un degré de
fermentation.
d P a l m w e i n , S a g u e ( e ) r (S.V.).
† sagueersboom:
zie goemoet .
1)
Zie ook toe(w)ak.
F.P.H. Prick van Wely, Viertalig aanvullend hulpwoordenboek voor Groot-Nederland
sajoer(an)
e vegetables, greens, herbs.
f légumes, herbes potagères.
d Gemüse.
salak
e s a l a k (H.J.).
f z a l a c c a , l e z a l a q u e (N.L.I.).
d Zalacca edulis.
salangaan
e s a l a n g á n e , a Chinese swift which constructs edible nests (Ch.). Ook:
J a v a - s w a l l o w (Flügel).
f [l a ] s a l a n g a n e se rencontre des îles Seychelles jusqu'en Polynésie (N.L.I.).
F.P.H. Prick van Wely, Viertalig aanvullend hulpwoordenboek voor Groot-Nederland
217
d [d i e ] S a l a n g a n e , S a l a n g a n e - S c h w a l b e , i n d i s c h e S c h w a l b e .
salicylbedak
e salicylic face-powder.
f poudre de riz salicylique.
d Salizylreispulver.
salonameublement
e drawing-room suite.
f garniture de salon.
d Salonmobiliar, Saloneinrichtung.
sama djoega
[spreektaal]
e all (quite) the same, all one.
f queussi-queumi, kif-kif, tout un, tout comme.
d einerlei, ganz dasselbe.
1)
sambal(an)
e s a m b a l , c o n d i m e n t s (eaten with rice and curry). H.J. geeft s e m b a l l =
the curry of the Archipelago. In de Straits-bladen vindt men thans echter
s a m b a l , zelfs een rubriek C u r r y a n d S a m b a l s - vgl. het volgende
woord.
f assaisonnements pimentés.
d Reiszuspeisen.
sambalbak
e s a m b a l s e t (Singap. Free Press, 28 Dec. 1903). Vgl. H.J. onder c u r r y :
In Java the Dutch, in their employment of curry, keep much nearer to the original
Hindu practice. At breakfast [lees: rijsttafel], it is common to hand round with
1)
In Z.A. bestaat de sambal uit fijn gesneden komkommers, uien enz. metazijn. De lange, wijde
broek der Maleiers heet s a m b a l b r o e k .
F.P.H. Prick van Wely, Viertalig aanvullend hulpwoordenboek voor Groot-Nederland
the rice a dish divided into many sectional spaces, each of which contains a
different kind of curry, more or less liquid.
f r a v i e r , p o r t e - r a v i e r s . N.B. een r a v i e r dient eigenlijk voor de
hors-d'oeuvre.
d W ü r z e s c h ü s s e l , [d a s ] K a b a r e t t .
sambalburger
[soldatenslang]: zie halfbloed .
sambalschaal:
zie sambalbak .
sambreel
1)
[Z.A.]: zie pajoeng .
† sambriel:
zie pajoeng .
samme joa
[Z.A.]: zie sama djoega .
sampan
e s a m p a n , a name applied to boats of various builds on the Chinese rivers, at
Singapore, etc. (Annandale, Dict.). Ook c h a m p a n .
f sampan. Vgl. Madrolle, Indo-China: C'est par milliers que se comptent ces
légers esquifs ... la pirogue... le s a m p a n (san-pan ‘trois planches’), etc. Ook
s a m p a n g (N.L.I.).
d S a m p a n , chinesisches und japanisches Ruder- und Segelboot... je nach der
Grösze von 1 bis 20 Mann stehend gerudert, volgens Mr.
sampi:
1)
S a m b r e e l is regen- of zonnescherm, s a m b r e e l t j e enkel zonnescherm.
F.P.H. Prick van Wely, Viertalig aanvullend hulpwoordenboek voor Groot-Nederland
zie sapi .
sampiran.
e c l o t h e s s t a n d (Little & Co., Singapore), w a r d r o b e s t a n d .
F.P.H. Prick van Wely, Viertalig aanvullend hulpwoordenboek voor Groot-Nederland
218
f porte-habit(s).
d Kleiderrechen, Kleider-ständer.
Sandalwood
e Sandalwood pony.
f (c h e v a l ) S a n d a l w o o d ... des S a n d a l w o o d qui sont les meilleurs
poneys de montagne du monde (J. Le Clercq, Un Séjour dans l'île de Java).
Ook c h e v a l d e l ' î l e d e S a n d a l w o o d .
d S a n d e l b o s c h p f e r d : Die Insel [Sandelbosch] erzeugt eine Rasse kleiner,
aber schöngebauter und sehr brauchbarer Pferde (Br.).
Sandelhout:
zie Sandalwood .
sans-prendre:
zie katje .
santen
e emulsion of the coconut kernel.
f émulsion de coco.
d Kokoskern-Emulsion.
santri(e)
e pupil of a mah. religious school.
f élève d'une école religieuse mahométane.
d Lehrling einer moh. Gottesschule.
saoe:
zie sawoe .
F.P.H. Prick van Wely, Viertalig aanvullend hulpwoordenboek voor Groot-Nederland
sapadili
[W.I.]: zie sawoe .
sapi
e c o w , s a p i (Sc). Vgl. Ch.: s a p i - o u t a n , the wild ox of Celebes.
f vache.
d Rind.
1)
sapoe-lidi
e broom of palm-leaf ribs.
f balai de côtes de la feuille de palmier.
d Palmblattrippen-Besen.
saranie
[Z.A.]: zie serani .
saro(e)ng
e s a r o n g . Vgl. H.J.i.v. s a r o n g : The same article of dress, and the name
(s a r a n ), are used in Ceylon.
f s a r o n g of s a r r o n : le s a r o n g côtoie le complet blanc ou kaki de l'Européen
(Quenedey, Java Birmanie, p. 7).
d [d e r ] S a r u n g , S a r o n g . Vgl. M.S.: S a r o n g = 1. der S a r o n g (Art Rock
für den Unterkörper), 2. Artbedruckter Kattun aus dem die S a r o n g s gemacht
werden. C. Graeser, Aus Indien & Italien, p. 13, schrijft: die in der Schweiz
fabrizierten S a r u n g s t o f f e sind manchmal blosz für das geübte Auge von
den ächten zu unterscheiden.
saroet
[Z.A.]: zie seroet .
sarsaparilla
1)
De s a p o e - l i d i word ook gebruikt (zonder steel) bij het k e b o e t e n der bedden.
F.P.H. Prick van Wely, Viertalig aanvullend hulpwoordenboek voor Groot-Nederland
e sarsaparilla, sarsa.
f [l a ] s a l s e p a r e i l l e .
d [d i e ] S a s s a p a r i l l e , S a r s a p a r i l l e .
Sasak
e S a s s a k (The Academy, 1 Mei 1897, p. 469). Vgl. ook Reith, Padre in Partibus,
p. 29: the Balinese men have a hole bored in the lobe of the ear, Lhe S a s s a k s
have not.
f S a s s a k (N.L.I.).
F.P.H. Prick van Wely, Viertalig aanvullend hulpwoordenboek voor Groot-Nederland
219
d S a s a k : die Bevölkerung [von L o m b o k ] besteht hauptsächlich aus S a s s a k
(Mr.).
sateh
- vert.: aan een stokje geregen, gebraden blokjes vleesch.
saudagar
e s o u d a g a r . H.J. citeert uit Buchanan, Eastern India, I, p. 375: The term
S o u d a g a r , which implies merely a principal merchant, is here [Behar] usually
given to those who keep what the English of India call Europe shops.
f marchand mahométan.
d mohammedanischer Kaufmann.
saus
[slang]
e rain, a wet.
f de la sauce, du bouillon, une rincée.
d R e g e n , Berlijnsch D r a a s c h of D r e e s c h .
sausamandel
[N]: zie katjang goreng .
sausen
[slang]
e to rain.
f vaser, lansquiner.
d dreeschen, schlacken.
sautoir
e neckchain, guard-chain.
F.P.H. Prick van Wely, Viertalig aanvullend hulpwoordenboek voor Groot-Nederland
f c h a î n e s a u t o i r (N.L.I.).
d lange Damenkette, Sicher-heitskette.
Savoenees
e Sawoo poney.
f poney de l'île de Sawou.
d Sawupferd(chen).
sawah
e (f l o o d e d ) r i c e - f i e l d , p a d d y - f i e l d = a rice field, generally in its flooded
state (H.J.).
f r i z i è r e (h u m i d e of ook d e p l a i n e ).
d (b e w ä s s e r t e s , n a s s e s ) R e i s f e l d .
sawaslang
e python.
f python.
d Pythonschlange.
sawi(poetih)
e cabbage-leaved mustard.
f moutarde blanche.
d weiszer Senfkohl.
sa(w)oe
e s a p o d i l l a of s a p o t a , S u r i n a m m e d l a r . De kleinste soort heet
n i s b e r r y of n a s e b e r r y .
f [l a ] s a p o t e of s a p o t i l l e , de boom = s a p o t i l l i e r .
d [d i e ] S a p o t e , g e m e i n e r B r e i a p f e l , S a p o t i l l p f l a u m e . De boom
heet ook N i s p e r o (Mr.) en M a r m e l a d e n a p f e l b a u m (F.).
schaamgordel
F.P.H. Prick van Wely, Viertalig aanvullend hulpwoordenboek voor Groot-Nederland
e p a g n e : a loin-cloth, or a short petticoat, worn by uncivilized races (M.).
f [l e ] p a g n e .
d [d e r ] S c h a m s c h u r z , L e n d e n s c h u r z .
* schabelletje
e (m a s o n r y ) p l a t f o r m .
f terrasse.
d [d i e ] T e r r a s s e .
schaduwboom
e s h a d e - t r e e (Bickmore, Travels, p. 28). Ook bij Wt. pag. 369.
F.P.H. Prick van Wely, Viertalig aanvullend hulpwoordenboek voor Groot-Nederland
220
f a r b r e d ' o m b r e : Près de 20,000 bananiers sont intercalés entre les pieds
de caféiers comme a r b r e s d ' o m b r e - zie Quinzaine Coloniale, 1898, p.
625. Ook wel a r b r e - à - o m b r e en a r b r e - a b r i (Jumelle, Cult. Col. passim).
Verder a r b r e d ' a b r i , a r b r e d e p r o t e c t i o n en in het mv. d e s a b r i s
arborescents.
d S c h a t t e n b a u m (D.K.Z.). Ook S c h a t t e n p f l a n z e , bijv.: Cassia Siamea
[djoewar] wird als S c h a t t e n p f l a n z e in Kaffeeplantagen kultiviert (Mr.).
schakker
e tight, close, stingy.
f chiche, pingre.
d knickerig, knauserig.
schattig
e sweet, pretty, ducky.
f j o l i , fam. c h o u e t t e , b a t h .
d n i e d l i c h , a r t i g , h ü b s c h . Ook s ü s z (Genthe, Deutsches Slang) of
zuckerig.
scheck
e d a p p l e (h o r s e ), p i e b a l d h o r s e , p i e d h o r s e . In het Z.W. der Ver.
Staten en in Mexico p i n t a d o (W.S.).
f cheval pie of pommelé.
d [d i e ] S c h e c k e .
scheepsagentuur
e ship(ping) agency.
f agence maritime.
d Schiffsagentur.
scheepsdokter
e s h i p ' s d o c t o r (M.S.), fam. s e a - m e d i c o .
F.P.H. Prick van Wely, Viertalig aanvullend hulpwoordenboek voor Groot-Nederland
f médecin, docteur du bord.
d Schiffsarzt.
scheepsklerk
e s h i p ' s w r i t e r (Wh.).
f copiste de bord.
d Schiffsschreiber.
scheepssol dij
e pay for soldiers when on board.
f paie de bord.
d [d e r ] S c h i f f s s o l d .
scheidingsbrief
[bij de Mohammedanen]
e letter of divorce, permit of divorce.
f lettre de divorce.
d Ehescheidungsbrief.
scheidingslijn
e l i n e o f d e m a r c a t i o n (M.S.).
f ligne de démarcation.
d Scheidelinie, Grenzlinie.
schepsel
[Z.A.]: zie inlander .
schieten
[de zon -]
e s h o o t of f l o o r t h e s u n .
f prendre la hauteur du soleil.
d die Sonne schieszen.
F.P.H. Prick van Wely, Viertalig aanvullend hulpwoordenboek voor Groot-Nederland
schietvereeniging
e shooting-club.
f société de tir.
d Schieszverein.
schijfwiel
[der pedati]
e disk-wheel, solid wheel.
f roue pleine.
d Scheibenrad.
schijntje
[voor een-]
e for a trifle, for a mere song.
f p o u r u n e b a g a t e l l e , p o u r u n c r o û t o n d e p a i n (Lavedan, Les
Jeunes).
d für eine Lumperei, für ein Lumpengeld.
F.P.H. Prick van Wely, Viertalig aanvullend hulpwoordenboek voor Groot-Nederland
221
* schilderij
e 1. e n g r a v i n g , p l a t e ; 2. p a i n t i n g , p i c t u r e .
f 1. g r a v u r e , e s t a m p e ; 2. t a b l e a u .
d 1. P l a t t e , S t i c h , H o l z s c h n i t t ; 2. G e m ä l d e .
schip
[zonder - in Indië gekomen]: zie hiergeboren .
† schoenbloem:
zie kembang spatoe .
* schoenlepel
e shoe-horn, shoeing-horn.
f c h a u s s e - p i e d , c o r n e à s o u l i e r of à c h a u s s u r e .
d S c h u h a n z i e h e r , ook S c h u h h o r n .
† schoenroos:
zie schoenbloem .
* schooljongen:
zie skola .
† schoonbladboom:
zie njamploeng .
schoppen
[werkw.]: zie trappen .
F.P.H. Prick van Wely, Viertalig aanvullend hulpwoordenboek voor Groot-Nederland
schorsingsbesluit
e suspension-decree.
f arrêté de suspension d'emploi.
d Suspensionserlasz.
schotwond
e shot-wound.
f coup de balle.
d Schuszwunde.
schout
e police inspector, chief of police.
f i n s p e c t e u r d e p o l i c e . In de G.I.N., p. 183 vindt men abusievelijk g r a n d
prévôt.
d Polizeimeister, Polizei-inspektor.
schouw
[adj.]
e blue, smutty, nasty.
f cochon, rosse, grivois, gras.
d s c h m u t z i g , en ook z o t e n h a f t , s c h l ü p f r i g .
schrijfsalon
[aan boord]
e writing-room.
f salon de correspondance.
d Schreibzimmer.
† schrootzak:
zie nangka .
F.P.H. Prick van Wely, Viertalig aanvullend hulpwoordenboek voor Groot-Nederland
schubdier
e pangolin.
f pangolin.
d Schuppentier.
schuitje
[tin]
e pig.
f saumon, gueuse.
d Gans, Flosse.
schuiven
e t o s m o k e (o p i u m ): In China the usual form is by what is called s m o k i n g
opium (Strachey, India, p. 121). Wt. zegt: In British India, opium is eaten, drunk
or smoked, o p i u m - s m o k i n g being by no means uncommon. Vgl.: The
natives are greatly addicted to o p i u m - s m o k i n g (E.R. Scidmore, Java, p.
107). In het slang zegt men reeds t o h i t t h e p i p e (F. & H.).
f f u m e r l ' o p i u m (Ch. B.). Soms s ' o p i u m i s e r - zie opiumkit .
d O p i u m r a u c h e n (E. Otto, Pflanzer- und Jägerleben, p. 34).
schuiver:
zie opiumschuiver .
F.P.H. Prick van Wely, Viertalig aanvullend hulpwoordenboek voor Groot-Nederland
222
schutsel
e (f o l d i n g -) s c r e e n .
f paravent.
d [d e r ] W i n d s c h i r m .
schuurlinnen
e emery cloth.
f toile d'émeri.
d [d i e ] S c h m i r g e l l e i n w a n d .
secretarie
e S e c r e t a r i a t : His previous career instead of being confined to the
S e c r e t a r i a t , had been spent in various parts of Java (Money, Java, I, p.
51).
f s e c r é t a i r e r i e (Ch. B.), S e c r é t a r i a t . De (algemeene) Secretarie heet
ook: S e c r é t a r i a t g é n é r a l o.a. in het Annuaire de l'Indo-Chine, p. 4.
d d a s (a l l g e m e i n e ) S e k r e t a r i a t (Haberlandt, Botan. Tropenreise, p. 45),
das General-Sekretariat, die Regierungskanzlei.
sedekah
e s a c r i f i c i a l r e p a s t (b a n q u e t ).
f b a n q u e t r e l i g i e u x (d e s M a h o m é t a n s ).
d mah. religiöses Festessen.
sedep-malem
e tube-rose.
f tubéreuse.
d Tuberose.
seinvlag
F.P.H. Prick van Wely, Viertalig aanvullend hulpwoordenboek voor Groot-Nederland
e signal-flag.
f pavillon de(à) signaux.
d Signalflagge.
sekola:
zie skola .
selectiebibit
e selected seedlings.
f plants sélectionnés.
d Auswahl-Setzlinge.
semangka
e water-melon.
f m e l o n d ' e a u , [l e ] p a s t è q u e .
d Wassermelone.
sembah.
e s a l a a m , dikwijls s a l a m .
f salamalec.
d [d e r ] S a l a m (Heyse, Fremdwörterb.), (o r i e n t a l i s c h e r ) f e i e r l i c h e r
G r u s z (M.S.).
senang
[spreektaal]
e comfortable, at one's ease, at home.
f bien aise.
d b e h a g l i c h , w o h l , fam. m o l l i g of m o l l i c h t , i n s e i n e m E s s e .
serang
e s e r a n g : a native boatswain, or chief of a lascar crew (H.J.).
f m a î t r e d ' é q u i p a g e i n d i g è n e . Soms s u r a n .
F.P.H. Prick van Wely, Viertalig aanvullend hulpwoordenboek voor Groot-Nederland
d inländischer Bootsmann.
serani
[scheldwoord]
e s e r a n i = l o w h a l f - c a s t . In Eng.-Indië buiten de Straits n a s a r a .
Ong-tae-hae, The Chinaman abroad, uitgegeven te Shanghay in 1849, maar
met een voorrede van 1791, zegt i.v. S e r a n i s or Portuguese: The S e r a n i s
are called by the Chinese black demons, there is no account of their fore-fathers
but they belong to Batavia, in which city they have a church [tot 1808]. In their
reckoning of time, as well as in their language and mode of writing they follow
the Dutch; so also in their apparel, houses
F.P.H. Prick van Wely, Viertalig aanvullend hulpwoordenboek voor Groot-Nederland
223
and furniture. De Cycl. of India noemt O r a n g S e r a n i = descendants of
Portuguese, en volgens D.D. is S e r a n i : the name applied by Malays to the
Portuguese of the Straits Settlements.
f s e r a n i = demi-sang (portugais) de la plus basse classe. Vgl. La Hollande,
uitgave P. Larousse, p. 371: Il faut signaler aussi la présence à Amboine de
nombreux ‘N a z a r é e n s ’, descendants des premiers colons portugais et
néerlandais et restés chrétiens.
d S e r a n i = (portugiesischer) M i s c h l i n g der niedrigsten Klasse.
sereh
e root disease.
f m a l a d i e d u s e r e h (G.I.N., p. 63).
d S e r e h k r a n k h e i t . In Das Zuckerrohr und seine Kultur teekent Dr. Krüger
op p. 90 hierbij aan: Die Wahl eines anderen Namens, wie es z. B. Benecke
thut indem er dieselbe als R o t s c h l e i m k r a n k h e i t bezeichnet, halte ich
nicht für nötig und vor allem nicht für zweckmäszig.
sergeant vuurwerker
e sergeant-fireworker.
f sergent-artificier.
d Sergeant-Feuerwerker.
serikaja
e c u s t a r d a p p l e in E.-Indië, s w e e t s o p , s u g a r a p p l e of s w e e t
a p p l e in W.-Indië en Amerika: a small tree native of tropical America but
much cultivated in India (Wt.).
f a n o n e é c a i l l e u s e , p o m m e c a n n e l l e , a t t i e r (Jumelle, Cult. Col.,
I, p. 177). Vgl. de vergissing van Delmas, Java, p. 169: Sirkaja, ou p o m m e
c a n n e l l e - la traduction exacte, très humoristique, est: tabac à chiquer pour
les riches (!). De boom heet p o m m i e r - c a n n e l i e r , p o m m i e r d e
cannelle.
d Zimmet-Apfel, Kanelapfel.
serimpi(e)
e c o u r t d a n c i n g - g i r l , p a l a c e - d a n c e r . Vgl. Arnold, Light of Asia, III:
F.P.H. Prick van Wely, Viertalig aanvullend hulpwoordenboek voor Groot-Nederland
Nor tasted he the white cakes nor the fruits
Spread for the evening feast, nor once looked up
While the best p a l a c e - d a n c e r s strove to charm.
f bayadère de la cour.
d Hoftänzerin.
seroet
[Z.A.]: zie seroetoe .
seroetoe
[spreektaal]
e c h e r o o t . Omstreeks 1800 dikwijls s h a r o o t : He who wants to purchase a
segar [cigar] in the East, must ask for a s h a r o o t (M.).
f c i g a r e , c h i r o u t e : Les c h i r o u t e s de Manille sont renommées (Sonnerat,
Voyages).
d Zigarre.
serpentine
e serpentine.
f serpentin.
d Serpentine.
servituut
e c h a r g e (u p o n p r o p e r t y ), e a s e m e n t .
f servitude.
d [d i e ] en [d a s ] S e r v i t u t , a u f e i n e m G r u n d s t ü c k h a f t e n d e s
Onus.
F.P.H. Prick van Wely, Viertalig aanvullend hulpwoordenboek voor Groot-Nederland
224
siamang
e s i a m a n g (Collin, Dict.).
f s i a m a n g (N.L.I.).
d [d e r ] S i a m a n g (Sanders, Fremdwörterb.).
Siameesch
e Siamese.
f siamois.
d siamesisch.
Siamsch:
zie siameesch .
sierboom
e ornamental tree.
f arbre d'ornement.
d Zierbaum.
siergewas
e ornamental plant.
f plante d'ornement.
d Zierpflanze.
sierpalm
e ornamental palm-tree.
f palmier d'ornement.
d Zierpalme.
F.P.H. Prick van Wely, Viertalig aanvullend hulpwoordenboek voor Groot-Nederland
siervogel
e fancy-bird.
f oiseau de luxe.
d Luxusvogel.
sies
[Z.A.]: zie tjies .
sigarettenpapier
e c i g a r e t t e p a p e r , bijv. a book of c i g a r e t t e - p a p e r .
f papier à cigarettes, papier Job.
d Zigarettenpapier.
sigarenkistjes
[soldatenslang]
e t r o t t e r c a s e s (b o x e s ), b e e t l e c r u s h e r s , c l o d c r u s h e r s .
f godillots, boîtes à violon.
d Kähne, Drecktreter, Kindersärge.
sigee
[schoolslang]
e c i g (Farmer & Henley) voor c i g a r ( e t t e ) .
f c i g a l e = c i g a r e (S.V.); c i b i g e .
d Zijorje, Zigarre(tte).
signaleeren
e t o s e n d r o u n d a m a n ' s s i g n a l m e n t , a d v e r t i z e (a r u n - a w a y ).
f signaler.
d signalisieren.
† sineese peeren:
F.P.H. Prick van Wely, Viertalig aanvullend hulpwoordenboek voor Groot-Nederland
zie boea nonna .
Singaleesch
e S i n g h a l e s e , C i n g a l e s e (M.S.), C e y l o n e s e .
f S i n g ( h ) a l a i s (Madrolle, Indo-Chine, pp. 86 en 89).
d Sing(h)alese.
Singapoer
e Singapore, S'pore.
f Singapour.
d Singapore.
Singapoerdeur:
zie tochtdeur .
Singapoerstoel:
zie luie stoel .
Singapoerjas:
zie Atjehjas .
singkeh
e C h i n e s e i m m i g r a n t (s e t t l e r ).
f immigrant chinois.
d chinesischer Ansiedler.
singkong:
zie cassave .
F.P.H. Prick van Wely, Viertalig aanvullend hulpwoordenboek voor Groot-Nederland
sinjo:
zie njo .
F.P.H. Prick van Wely, Viertalig aanvullend hulpwoordenboek voor Groot-Nederland
225
sinologisch
e sinological.
f sinologique.
d sinologisch.
sinoloog
e sinologist, sinologue.
f sinologue.
d Sinolog(e).
sirammen
[spreektaal]
e t o w a t e r (van bloemen en planten), t o s l u i c e o n e s e l f .
f arroser; faire des ablutions.
d begieszen; sich abspülen.
sirap
e s h i n g l e , c h i p - vgl. s h i n g l e - r o o f e d .
f tuile de bois, bardeau.
d [d e r ] H o l z s c h i e f e r .
sirih
e b e t e l ( - v i n e ) , s i r i h en s i r e h , vaak p â n = the betel leaf (M.).
f b é t e l : ... liane pipéracée communément b é t e l (Monogr. de la prov. de
Bèn-Tré). Vaak t a m b o u l . Ook s i r i h (M.V.E.).
d B e t e l p f e f f e r , [d e r ] B e t e l .
sirih-aanplant
e betel vine plantation.
f j a r d i n d e b é t e l (Jumelle, Cult. Col., II, p. 313).
F.P.H. Prick van Wely, Viertalig aanvullend hulpwoordenboek voor Groot-Nederland
d Betelpflanzung.
sirihdoos
e s i r i h - b o x , s i r i h h o l d e r , p a n d a n : The articles shown include hookahs,
p a n d a n s or betel-nut boxes (M.).
f b o î t e à b é t e l : Mon sultan ne vous a-t-il pas fait asseoir à côté de lui? ne
vous a-t-il pas présenté sa b o î t e à b é t e l ? (H. Conscience, Batavia, p.
205).
d S i r i h d o s e , S i r i h g e f ä s z , B e t e l d o s e (S.V.).
sirihgeld
[Inl. spr.]
e gratuity.
f pourboire, pot-de-vin.
d Trinkgeld.
sirih kauwen (pruimen)
e b e t e l - n u t c h e w i n g : It would seem that the earliest historic reference by
a European to the habit of c h e w i n g b e t e l - n u t occurs in the writings of
Marco Polo (1298 A.D.), zegt Wt.
f b é t é l i s e r (Le Monde Moderne, 1906, p. 438), m â c h e r l e b é t e l .
d B e t e l k a u e n (Br. onder P i p e r ).
sirihpruim
e p â n , ook p a w n - q u i d , p a w n . Dit laatste is volgens H.J. generally used for
the combination of betel, areca-nut, lime, etc., which is politely offered to visitors,
and which intimates the termination of the visit. Ook b i r a .
f chique de bétel.
d B e t e l p f r i e m c h e n (Spemann, Weltpanorama, p. 365).
sis
[Z.A.]: zie sitsjes .
F.P.H. Prick van Wely, Viertalig aanvullend hulpwoordenboek voor Groot-Nederland
sisir
[van pisangtros]
e hand.
f main.
d Hand.
sitsjes
e chintzes.
f d e s i n d i e n n e s , d e s c h i t t e s (B. de St. P., Chaumière Indienne).
d Zitze.
F.P.H. Prick van Wely, Viertalig aanvullend hulpwoordenboek voor Groot-Nederland
226
sjahbandar
e s h a b u n d e r , harbour-master (H.J.).
f maître de port.
d Hafenmeister.
sjamanisme
e shamanism.
f chamanisme.
d [d e r ] S c h a m a n i s m u s .
sjambok
e c h a w b u c k (H.J.), s j a m b o ( c ) k . Vgl. Kipling, Traffics, p. 154: I think I shall
s j a m b o k you myself. Ook s h a m b o k .
f cravache, fouet.
d Peitsche, Reitgerte.
sjeezen
[schooltaal]
e b e p l u c k e d of p l o u g h e d .
f être calé, séché, recalé, retoqué.
d durchfallen, durchs Examen rasseln.
sjeich
e s h a i k ( h ) : venerable old man, Hughes, Dict. of Islam.
f c h e i k ( h ) (N.L.I.).
d S c h e c h , S c h e i k (Duden).
skola
e n a t i v e s c h o o l - a t t e n d a n t of s e r v a n t .
f domestique indigène d'une école.
F.P.H. Prick van Wely, Viertalig aanvullend hulpwoordenboek voor Groot-Nederland
d inl. Schuldiener.
* slaan
1)
[een besluit]
e to pass.
f arrêter, rendre.
d ausfertigen, festsetzen.
slaapbroek
e p y j a m a s en p a j a m a s : Gentlemen wear a very loose and untrimmed form
of the kabia, and wide, gay patterned p y j a m a s as sleeping-dress (A. Forbes,
Insulinde, p. 10). Vgl. W.S. onder p a j a m a s . Ook l o n g d r a w e r s en
s a r o n g t r o u s e r s . Zoo schrijft T. Ph. Terry in de Singap. Free Press: The
central figure ..., was a very hefty Hollander protected from wind and weather
by a fishnet singlet, baggy s a r o n g t r o u s e r s ..., and a large bloodstone
ring on the right index finger.
f pyjame, pidjama, pantalon de nuit.
d Nachthose, Schlafhose.
slaapmatje:
zie tikar .
slaapziekte
[Afrika]
e s l e e p i n g s i c k n e s s : it may be regarded that s l e e p i n g s i c k n e s s is
conveyed to mankind by the transmission of a parasite through the agency of
a blood-sucking fly (T.).
f m a l a d i e d u s o m m e i l (Figaro), n e l a v a n (N.L.I.).
d S c h l a f k r a n k h e i t (Mr.).
slaatje
[een - maken]
e t o l a n d a b i g p r o f i t , t o m a k e a s t r i k e of a g o o d t h i n g (b y ,
o u t o f ), m a k e a b i g h a u l .
1)
Zie ook trappen!
F.P.H. Prick van Wely, Viertalig aanvullend hulpwoordenboek voor Groot-Nederland
f l e v e r u n s a c (é n o r m e ), f a i r e s a p e l o t e , f a i r e s e s c h o u x
g r a s (d e ).
d seinen Schnitt machen.
slachtbelasting
e s l a u g h t e r i n g - t a x , d u t y o n s l a u g h t e r e d m e a t .1)
1)
Deze belasting is in Engeland onbekend.
F.P.H. Prick van Wely, Viertalig aanvullend hulpwoordenboek voor Groot-Nederland
227
f droit d'abatage.
d Schlachtsteuer, Umlage auf das Schlachten, Abgabe für
das Schlachten.
slachtkip
e f o w l (f o r k i l l i n g ), e a t i n g - f o w l , t a b l e - f o w l .
f poule d'abatage.
d Schlachthuhn.
slachtpacht
e s l a u g h t e r i n g - f a r m .1)
f f e r m e d e l ' a b a t a g e , f e r m e d e s b o e u f s a b a t t u s (Ch. B.).
d Schlachtsteuerpacht.
slag
[in de wapenkamer]
e i t m a d e a h o l e i n m y p o c k e t (i n c o m e ).
f u n (g r a n d ) t r o u d a n s l a c a i s s e .
d ein Loch in der Börse.
slagwasch
e batting, washing by beating.
f l a v a g e à l a b a t t e . Vgl. Babut, F. Batel, II, pag. 104: ... dès l'aube ils
savonnent à l'eau froide et battent le linge, au moyen d'une masse en bois, sur
une pierre plate ... ou bien ils se bornent à frapper avec force le linge même
sur la pierre.
d Waschen mittels Schlagen.
slamaaier
[Z.A.]: zie Maleier .
1)
In Engeland niet bekend.
F.P.H. Prick van Wely, Viertalig aanvullend hulpwoordenboek voor Groot-Nederland
slamat
e h a i l , g o o d l u c k , (m y ) c o n g r a t u l a t i o n s . In Eng.-Indië ook s a l a m a t .
f (m e s ) f é l i c i t a t i o n s ! b o n n e c h a n c e !
d Heil, Glück auf! Gratulation! gratuliere!
slametan
e benedictory banquet.
f banquet de bénédiction.
d S e g e n s - F e s t e s s e n . Soms W i l l k o m m e n s m a h l of
Abschiedsschmaus.
1)
† slamsch :
zie islamitisch .
slangenbeet
e snake-bite.
f morsure de serpent.
d Schlangenbisz.
slangenhout
e s n a k e w o o d (Flügel).
f b o i s d e c o u l e u v r e (B.).
d Schlangenholz.
slangenwortel
e Lignum colubrinum.
f Lignum colubrinum.
d Lignum colubrinum.
a) slap
1)
In Z.A. nog = Maleisch, Mohammedaansch.
F.P.H. Prick van Wely, Viertalig aanvullend hulpwoordenboek voor Groot-Nederland
[een - pe lip hebben]
e to lift the elbow.
f avoir un trou sous le nez.
d eine heisze Gurgel haben.
b) slap
[van whiskey-soda enz.]
e fountain-heady, mild.
f faible, aqueux.
d schwach, wässerig.
slappe
[een -]: zie whiskey-soda .
sleephelling
e slip-way.
f cale.
d Helling.
slendang
e s a l e n d a n g (Singapore), s h o u l d e r s c a r f . Vgl.: The battek also appears
in the s l e n d a n g , or long s h o u l d e r s c a r f (E.
F.P.H. Prick van Wely, Viertalig aanvullend hulpwoordenboek voor Groot-Nederland
228
R. Scidmore, Java, p. 46). D.D. omschrijft s e l e n d a n g : a pretty s a s h worn
by women over the shoulder or round the waist.
f c e i n t u r e - é c h a r p e - vgl. Quenedey, Java Birmanie, p. 71: L ' é c h a r p e
est la compagne inséparable de la femme et lui sert d'ornement ou de magasin,
de sac à transport et de berceau; les bébés y sont assis, appuyés sur la hanche
de leur mère, les petons pendant en avant.
d T r a g s c h ä r p e , -t u c h : Slendang ist eine lange breite S c h ä r p e aus buntem
Stoff ... Praktisch, wie die Leute sind, verwenden sie den S l e n d a n g teils als
Zierde, teils als Tragkorb für Lebensmittel u.s.w. oder ihn über die Schulter
geschlagen, tragen sie rittlings auf der Hüfte, die Kinder darin (C. Graeser, Aus
Indien & Italien, p. 39).
slikbron
e mud well.
f source terrivome.
d Schlammbrunnen.
slikken
[chinine enz.]
e swallow.
f avaler, absorber.
d schlucken.
slingerlat
[aan boord]
e rack for the table, fiddle.
f p l a n c h e ( t t e ) d e r o u l i s , mv. ook l e s v i o l o n s .
d Schlingerbrett.
slobber
[soldatenslang]
e d i r t y , bijv. a c u p o f d i r t y .
f jus de chapeau.
d Kaffee.
F.P.H. Prick van Wely, Viertalig aanvullend hulpwoordenboek voor Groot-Nederland
1)
sloeber
e villain, ruffian, beggar, scamp.
f maraud, pendard, forban, galopin.
d Schurke.
sloependek
e boat deck.
f pont des embarcations.
d Bootsdeck.
slof
e b a b o o s h : a kind of slipper without quarters or heel, worn in Turkey and the
East (Wh.), Ook G r e c i a n s l i p p e r .
f c l a r e n c e : sorte de chaussure ne possédant ni contrefort, ni derrière (N.L.I.).
d Babusche, Pantoffel.
slof roempoet
e s t r a w ( s o l e d ) s l i p p e r s : even now a suggestion of s t r a w s l i p p e r s
showed beneath the limp silk of her gown (M. Diver, Captain Desmond, p. 48).
Ook g r a s s s l i p p e r s .
f b a b o u c h e s d e p a i l l e (Quenedey, Java Birmanie, p. 32). Ook bij A.
Chevrillon, Dans l'Inde, p. 325: A sept heures, après le bain, les pieds nus dans
des b a b o u c h e s d e p a i l l e dorée, on flâne sur le vaste pont.
d Strohpantoffel(n).
slokan
e gutter.
f égout, ruisseau.
d Rinne, Wassergraben.
sluisdam
e dam.
1)
Oorspronkelijk en nog worden met dit woord ook de Atjehsche opstandelingen aangeduid.
F.P.H. Prick van Wely, Viertalig aanvullend hulpwoordenboek voor Groot-Nederland
229
f barrage.
d Schleusendamm.
slijmappel
e b(a)el-tree apple, sriphal, quitte.
f Aegle marmelos.
d B e l a - A p f e l , gedroogde onrijpe vruchten heeten ook B e l a n ü s s e .
* smeer
e oil of angels, palm-oil.
f huile de mains.
d Schmieralien.
a) smeren
['em -]
e t o b u n k , t o d e c a m p . Ook t o h o o k i t , t o m a k e t r a c k s , t o b e
off, to do a slope.
f se barrer, se cavaler, calter, se trotter, se carapater,
d é b i n e r , f i l e r , s e l a b r i s e r of c o u l e r .
d Reiszaus nehmen, ausreiszen, verduften, auskratzen,
auskneifen, sich trollen.
b) * smeren
e bribe, soap, grease one's palm.
f graisser la patte à qqn.
d e i n e n s c h m i e r e n , e i n e m d i e H ä n d e s c h m i e r e n of ook e i n e n
spicken.
smikkelen
e chump, munch.
f boustifailler.
d schnabulieren.
F.P.H. Prick van Wely, Viertalig aanvullend hulpwoordenboek voor Groot-Nederland
smoking
e d i n n e r j a c k e t , t u x e d o (Amerika).
f smoking.
d Smoking.
a) smoor
e stewed meat, stew.
f viande étuvée.
d S c h m o r f l e i s c h , -b r a t e n .
b) smoor
[de - in hebben]
e t o b e i n t h e s u l k s , t o h a v e a f i t o f t h e s u l k s of b l u e s .
f être en rogne.
d übler Laune sein, mürrisch sein.
smoorkost
[Z.A.]: zie smoor .
snaaien
e to bag, to palm, to abstract, bone.
f é(g)railler, enganter.
d mausen, mopsen.
1)
snaar
e d o x y , f a n c y - w o m a n , in E.-I. b e e b e e . Minder gemeenzaam
c o n c u b i n e . Schertsenderwijze a w i f e i n w a t e r c o l o u r s . Speciaal
voor Indië nog w h i t e m a n ' s h a n s o m w o m a n = a brown or yellow
mistress (F. & H.).
1)
In Z.A. = geliefde, verloofde.
F.P.H. Prick van Wely, Viertalig aanvullend hulpwoordenboek voor Groot-Nederland
f poupée, gigolette, catin, bergeronnette, soeur, concubine,
i l l é g i t i m e , f e m m e a u p e t i t p o t , p e t i t e é p o u s e of b o u r g e o i s e .
d Konkubine, Kebsweib.
snees
[Z.A.]: zie hemeling .
snellen
[trans. en intr.]
e 1. c u t o f f ; 2. g o h e a d - h u n t i n g .
f 1. c o u p e r ; 2. f a i r e l a c h a s s e a u x t ê t e s .
d a b h a u e n ; 2. a u f d i e K o p f j a g d g e h e n , K o p f j ä g e r e i t r e i b e n .
F.P.H. Prick van Wely, Viertalig aanvullend hulpwoordenboek voor Groot-Nederland
230
snelpartij:
zie sneltocht .
sneltocht
e head-hunting expedition.
f chasse aux têtes.
d Kopfjagd.
snelvarend
e fast.
f bon marcheur.
d schnelllaufend.
snelvuurgeschut
e q u i c k - f i r i n g g u n s , ook m a c h i n e - g u n s .
f canons à tir rapide.
d Schnellfeuer-Kanonen.
snert
[fig.]
e trash, rot, stuff!
f de la roupie de sansonnet.
d e l e n d e s Z e u g , ook S c h u n d , L u m p e r e i .
* snij(d)en
[schooltaal]
e t o f l u n k , b e f l o o r e d (b y a n e x a m p a p e r ), f i z z l e .
f être collé.
d schlecht abschneiden.
F.P.H. Prick van Wely, Viertalig aanvullend hulpwoordenboek voor Groot-Nederland
snijdervogel
e tailor bird.
f oiseau tailleur, tâti.
d Schneidervogel.
snijveld
[suikerriet]
e field fit for reaping.
f champ de récolte.
d erntereifes Feld.
snipperjacht
e p a p e r h u n t (c h a s e ), h a r e a n d h o u n d s , r a l l y - p a p e r .
f rally-paper.
d Schnitzeljagd.
snoezig:
zie schattig .
snuitig:
zie schattig .
sobat
e f r i e n d , c r o n y , p a l . In Eng.-Indië ook s u h b a t i .
f ami, copain, amarre, zig.
d Freund, Kamerad, Kumpan.
sobat kras
e thick friend, crony.
f ami intime.
d dicker Freund.
F.P.H. Prick van Wely, Viertalig aanvullend hulpwoordenboek voor Groot-Nederland
societeitsjongen
e native club-waiter.
f g a r ç o n of b o y d e c e r c l e .
d inl. Klubdiener.
soebatten
e t o b e g h a r d (f o r ), t o f o n d l e , t o c o a x .
f implorer, quémander, amadouer.
d anflehen, bitten und beten.
soedah
e done; have done, stop; good; never mind.
f fini; finissez donc; n'importe! tant pis.
d fertig; genug; macht nichts! schon gut.
soeling(an)
e bamboo flute.
f f l û t e (d e b a m b o u ). In de N.L.I. vindt men reeds s o u l i n g , flûte nasale
en roseau, percée de six trous, en usage dans l'archipel malais.
d Bambusflöte.
soempitan
e a i r - c a n e , b l o w - p i p e . Ook s u m p i t a n .
F.P.H. Prick van Wely, Viertalig aanvullend hulpwoordenboek voor Groot-Nederland
231
f sarbacane.
d B l a s r o h r , P u s t r o h r . Vgl. E. Salgari, Die Piraten des Malai-Meeres, p. 83:
Hastig rollte er den Zettel zusammen und nahm von der Wand eine Art
P u s t r o h r aus hartem Holze. Es war ein S u m p i t a n , ein 1,40 M. langes
Rohr.
soenan:
zie soesoehoenan .
Soendaasch:
zie Soendaneesch .
Soenda eilanden
e t h e S u n d a n e s e i s l a n d s , S u n d a I s l a n d s (M.S.).
f l e s î l e s d e l a S o n d e (B.).
d d i e S u n d a - I n s e l n (M.S.).
Soendanees
e Sundanese, Sundanesian.
f S o n d a n a i s (Tessandier, Cambodge-Java, p. 99).
d Sundanese.
Soendaneesch
e S u n d a n e s e , S u n d a ... (M.S.).
f l a n g u e S u n d a (Favre). Vgl. N.L.I.: Les langues parlées à Java, sont, à
l'ouest de l'île, le s o n d é e n , à l'est le m a d o e r a i s etc.
d sundanesische Sprache.
soerat
F.P.H. Prick van Wely, Viertalig aanvullend hulpwoordenboek voor Groot-Nederland
e n o t e , l e t t e r . In Eng.-Indië ook c h i t en c h i t t y : I gave them [my paid off
servants] c h i t t i e s or notes describing their virtues and services (Russell, My
Diary in India, II, p. 46).
f lettre, note, missive; certificat.
d B r i e f , S c h r e i b e n , K a s s i b e r (in de dieventaal); Z e u g n i s .
soerau:
zie langgar .
† soersak:
zie zuurzak .
soesah
e b o t h e r , t r o u b l e , w o r r y , a d o , p i e c e o f w o r k , in E.-I. d i k k : worry,
trouble, botheration (H.J.).
f des ennuis, souci(s), tracas, embarras, des embêtements,
du piaffe.
d Schererei, Mühsal.
so(e)satie
[Z.A.]: zie sateh .
soesoehoenan
e s u s u h n a n : Up to 1742 A.D. the whole of this portion of Java was held by
the s u s u h n a n (Scott Boys, Some Notes on Java, p. 14).
f sousouhounan.
d Susuhunan.
soja:
zie ketjap .
soldaat-schrijver
F.P.H. Prick van Wely, Viertalig aanvullend hulpwoordenboek voor Groot-Nederland
e (s o l d i e r e m p l o y e d a s ) c l e r k , p i g e o n - h o l e s o l d i e r (F. & H.).
f s o l d a t d e l ' a d m i n i s t r a t i o n , gemeenzaam c h i e n v e r t ,
r i z - p a i n - s e l , m i t r o n . Ook s c r i b e .
d S c h r e i b e r (D.K.K.).
soldaat-ziekenverpleger:
zie boeboerlap .
soldatenkind
e soldier's child.
f e n f a n t d e s o l d a t of t r o u p e .
d S o l d a t e n k i n d (D.K.Z.).
soldatenvrouw
e soldier's wife.
f femme de soldat.
d Soldatenweib, Soldatenfrau.
F.P.H. Prick van Wely, Viertalig aanvullend hulpwoordenboek voor Groot-Nederland
232
† somereel:
zie pajong .
sono kling
e b l a c k w o o d : the wood of Albergia latifolia... very valuable for furniture and
carving. Also called E a s t I n d i a n r o s e w o o d (Wh.).
f Dalbergie à larges feuilles, bois de rose.
d ostindisches Rosenholz.
† soorsak:
zie zuurzak .
soos
e (s t a t i o n ) c l u b , c l u b h o u s e .
f c e r c l e , c l u b . N.B. Ook de Franschen hebben s o c e maar als afkorting van
société.
d [d e r ] K l u b , K l u b h a u s ; K a s i n o (vooral voor officieren).
soosbeer
e club-debt.
f loup au cercle.
d Bär im Klub.
sooslooper
e club-frequenter.
f coureur de cercle.
d Klubmann.
sopie
F.P.H. Prick van Wely, Viertalig aanvullend hulpwoordenboek voor Groot-Nederland
[Inl. spr.]
e gin, dram.
f genièvre.
d Schnaps.
sorteermachine
e sorting-machine.
f trieur, trieuse.
d Sortiermaschine.
sous-bras
e dress-shield.
f sous-bras, dessous-de-bras.
d Schweiszblatt, Armblatt.
sous-chef
e second head-clerk.
f sous-chef.
d U n t e r c h e f , bij 't spoor S t a t i o n s a s s i s t e n t .
sous-main
e blotting-pad.
f sous-main.
d Unterlage.
souteneur
e petticoat-pensioner, woman's fancy-man.
f souteneur, Alphonse, mangeur de blanc.
d Zuhälter, Louis.
† Spaansche tarwe:
F.P.H. Prick van Wely, Viertalig aanvullend hulpwoordenboek voor Groot-Nederland
zie djagoeng .
† Spaansche vijg:
zie pil No. elf .
1)
spada
e boy, native waiter.
f b o y , g a r ç o n . Vgl. Babut, F. Batel, I, p. 266: Le s p a d a auquel j'avais passé
ma carte fut chargé de me dire que le directeur ne reçoit les visites d'affaires
qu'à la direction. Zie ook Ch.-B., p. 64: S p a d a ! s p a d a ! on n'entend que cet
appel. Je veux allumer un cigare: s p a d a ! Je désire un verre d'eau: s p a d a !
Notez que la carafe est devant moi et la boîte d'allumettes sous ma main. Le
garçon coiffeur veut qu'u n s p a d a lui apporte l'eau chaude et lui tire le ponka.
d Boy, Bursche.
speculatie papier
e stock-jobbing shares.
1)
Als substantief herhaaldelijk in den reisgids der K.P. Mij, ook in de G i d s in het stuk van Bas
Veth O p d e b o o t n a a r B a t a v i a en in het W e e k b l a d v o o r I n d i ë , No. 13
jrg. I. Zie ook de Fransche vertaling hier.
F.P.H. Prick van Wely, Viertalig aanvullend hulpwoordenboek voor Groot-Nederland
233
f valeurs de spéculation.
d Stockreiterei-Aktien, Spielpapier.
speelhuis
e gambling-house.
f m a i s o n d e j e u (de Lenthiolle, Relation d'un Voyage, p. 60).
d Spielhaus.
speelkamer
[eener societeit]
e whist-room, card-room.
f salle de jeu.
d Spielzimmer.
speelloods
e gambling-shed.
f hangar de jeu.
d Spielschuppen.
speelpacht
e g a m b l i n g f a r m (Money, Java, I, p. 245). Ook g a m i n g - f a r m (S.T.).
f f e r m e d e s j e u x c h i n o i s (de Lenthiolle, Relation d'un Voyage, p. 56).
d S p i e l p a c h t (S.V.).
speelpachter
e gambling-house farmer.
f f e r m i e r d e j e u x (N.L.I.).
d Spielpächter.
F.P.H. Prick van Wely, Viertalig aanvullend hulpwoordenboek voor Groot-Nederland
spekchinees
e Chinese pork-butcher.
f charcutier chinois.
d chinesischer Schweineschlächter.
spekkoek
- vert.: gebak met verschillende lichte en donkere lagen.
spen
e t a b l e - s e r v a n t , k ' h a n s a m m a h in Eng.-Indië.
f garçon de table.
d Tafeldiener.
spens
[Z.A.]: zie dispenskast en goedang .
spiegelbuffet
e side board with mirror.
f glacière, buffet à glace.
d Spiegelbüfett.
spikkel
[tabaksziekte]
e l e a f s p o t d i s e a s e (Wt.).
f tacheture.
d Fleckenkrankheit.
split
e s p l i t : What O; Antonio, descendez an' get me a s p l i t . - When Antonio came
back with the Whisky-an'soda he was told off to swing the 'ammick in slow time
(Kipling, Traffics and Discoveries, p. 55). Henley & Farmer geven: two Scotches
and a soda s p l i t . In de Straits en verder op is het Maleische s t e n g a h in
F.P.H. Prick van Wely, Viertalig aanvullend hulpwoordenboek voor Groot-Nederland
gebruik: The boy appeared with tea, but his master waved the tray away, and
called for a s t e n g a h . The boy brought the whiskey and soda (Bangkok
Times).
f demi-verre de whisky avec de l'eau de Seltz.
d halbes Glas Sodawasser mit Whisky.
splitglas
e split-glass.
f demi-verre.
d Schnittglas.
splitje:
zie split .
spoed!
[op dienstbrieven enz.]
e immediate!
F.P.H. Prick van Wely, Viertalig aanvullend hulpwoordenboek voor Groot-Nederland
234
f urgent!
d Eile! eiligst!
spoedbestelling
e express delivery.
f distribution exceptionnelle.
d Eilbestellung.
spoedcertificaat
e medical certificate of urgency.
f certificat de rapatriement immédiat.
d ärztliches Zeugnis zur sofortigen Abreise nach Europa.
spoedmissive
e urgent letter.
f pli urgent, missive pressante.
d Eilschreiben.
spoedstuk
e u r g e n t l e t t e r (d o c u m e n t ).
f document pressé, missive pressante, pli urgent.
d Citosache, Eilbrief, Eilschreiben.
spookdiertje
[Sumatra en Borneo]
e spectre, spectral tarsier, malmag.
f t a r s i e r s p e c t r e (N.L.I.).
d G e s p e n s t a f f e (Sievers, Asien), K o b o l d m a k i (Mr.).
F.P.H. Prick van Wely, Viertalig aanvullend hulpwoordenboek voor Groot-Nederland
spoorbeambte
e railway servant, railway-employee.
f employé de chemin de fer.
d Eisenbahnbeamter.
spoorbiljet
e railway ticket.
f billet de chemin de fer.
d Fahrkarte.
spoorhotel
e railway hotel.
f h ô t e l (p r è s ) d u c h e m i n d e f e r .
d Eisenbahnhotel.
sportblad
e sporting paper.
f journal sportif.
d Sportzeitung.
spreekbuis
[van de telephoon]
e receiver.
f récepteur.
d H ö r e r , ook E m p f ä n g e r .
spreekcel
e telephone call-box.
f cabine téléphonique.
d Telephonzelle.
F.P.H. Prick van Wely, Viertalig aanvullend hulpwoordenboek voor Groot-Nederland
* sprei
e sheet.
f drap.
d Laken, Bett-Tuch.
springen
['n ambtenaar laten -]
e g i v e t h e k i c k (b o u n c e ), t o f i r e .
f f a i r e f a i r e l e s a u t à q q n ., f a i r e s a u t e r q q n . (N.L.I.).
d springen machen, wippen.
springmiddelen
e explosives.
f des explosifs.
d Sprengmittel.
spruw
e I n d i a n t h r u s h , t r o p i c a l t h r u s h e s . In de Ceylonsche bladen nog altijd
s p r e w , ofschoon Flügel het woord s p r e w opgeeft als verouderd.
F.P.H. Prick van Wely, Viertalig aanvullend hulpwoordenboek voor Groot-Nederland
235
f a p h t e s (d e s t r o p i q u e s ).
d S c h w ä m m c h e n , M u n d f ä u l e , i n d i s c h e ‘S p r ü w ’ (zie Beri-beri ).
a) spul
e turn out, trap, carriage.
f roulante, voiture, équipage.
d Gefährt, Geschirr.
b) spul
e circus; show-booth.
f cirque; baraque.
d Zirkus; Schaubude.
staalpillen
e iron pills, steel pills.
f p i l l u l e s f e r r u g i n e u s e s of c h a l y b é e s .
d Stahlpillen, Eisenpillen.
staanplank
e m o n k e y - b o a r d : foot board at the back of a vehicle for a footman or
conductor to stand on (M.).
f marchepied de derrière.
d Stehbrett.
staart
e 1. p i g t a i l , q u e u e . The smartest turnout and the finest horses generally
belong to John Chinaman, got up in irreproachable English costume, with his
p i g t a i l showing beneath a straw hat, though considerably attenuated, and
lacking those adornments of silken braid and red tassels, generally plaited to
the imposing q u e u e of the orthodox Celestial (E. Richings, Through the Mal.
Archipelago, p. 233); 2. p i g t a i l door M.S. juist vertaald als Z o p f t r ä g e r ,
C h i n e s e . M. citeert uit het Cornhill Mag. van 1886: Sweetmeats ... being
F.P.H. Prick van Wely, Viertalig aanvullend hulpwoordenboek voor Groot-Nederland
great favourites with the p i g t a i l s . Ook spreekt men van China als het p i g t a i l
l a n d (M.). Een ander slangwoord is c h i n k .
f 1. q u e u e , t r e s s e , n a t t e : Il y a des siècles lorsque les Tartares mandchous
imposèrent aux Chinois le port de la n a t t e (Radical '09); 2. C é l e s t e , f i l s
du Ciel.
d 1. Z o p f ; 2. (H e r r ) L a n g z o p f (D.K.Z.), Z o p f t r ä g e r .
staartdrager:
zie staart 2 .
staartgeld
e p o l l t a x , h e a d - m o n e y o f t h e C h i n e s e , q u e u e - t a x . Vgl. De zieke
Reiziger: The most singular tax ... was the one that was levied by the
Government upon the queues of its Chinese subjects.
f (i m p ô t d e ) c a p i t a t i o n s u r l e s C h i n o i s (Leroy-Beaulieu, De la
Colonisation, p. 81).
d Kopfsteuer der Chinesen.
staartmensch
komt ook voor in de beteekenis van staart 2.
e tailed man.
f homme à queue.
d S c h w a n z m e n s c h , ook g e s c h w ä n z t e r M e n s c h : geschwänzte
Völkerschaften gibt es nicht. Dagegen hat man auf Java, Borneo, Ceram, Timor
einzelne g e s c h w ä n z t e M e n s c h e n aufgefunden... Derartige Fälle
kommen aber bei allen Rassen vor (Mr.).
staartpeper
e cubeb.
f cubèbe.
d Kubebenpfeffer.
F.P.H. Prick van Wely, Viertalig aanvullend hulpwoordenboek voor Groot-Nederland
236
staat(je)
e list, table.
f é t a t , bijv. d r e s s e r d e s é t a t s = staatjes trekken.
d Liste, Verzeichnis.
staatsblad
e (O f f i c i a l ) G a z e t t e .
f l e J o u r n a l o f f i c i e l , B u l l e t i n d e s l o i s of B u l l e t i n o f f i c i e l .
d Reichsgesetzblatt.
Staatsblad-Europeaan
e person assimilated to Europeans.
f E u r o p é e n d e l ' O f f i c i e l (Ch. B.).
d Staatsanzeiger-Europäer?
staatsexploitatie
e government exploitation.
f exploitation de l'Etat.
d Staatsbetrieb.
staatshotel:
zie staatslogeergebouw .
staatslogeergebouw
e government railway-hotel.
f hôtel du chemin de fer gouvernemental.
d staatliches Eisenbahn-hotel.
F.P.H. Prick van Wely, Viertalig aanvullend hulpwoordenboek voor Groot-Nederland
staatsruif
e treasury.
f g a r d e - m a n g e r d e l ' E t a t . Vgl. A. Daudet, Soutien de Famille, p. 327:
Les Français apprendraient ... à chercher leur vie ailleurs que dans le
g a r d e - m a n g e r d e l ' E t a t ; deftiger is l e b u d g e t , bijv. é m a r g e r a u
b u d g e t = uit de staatsruif eten.
d Staatskasse.
stadstuin
e public garden(s), pleasure garden.
f jardin de la ville.
d Stadtgarten, städtischer Garten, Stadtpark.
stadsverband
e town infirmary, dispensary.
f infirmerie de la ville, dispensaire municipal.
d Krankenhaus, städtisches Spital.
stadsvroedmeesteres
e sworn midwife.
f sage-femme assermentée.
d Stadthebamme.
stalemmer
[slang]
e (t h i n ) p i n t g l a s s = s c h o o n e r (F. & H.).
f verre d'un ½ litre.
d ½ Liter Glas.
stalen pen
[= rok]
e claw-hammer.
f q u e u e d e p i e of d e m o r u e , s i f f l e t .
d [d e r ] S c h n i e p e l .
F.P.H. Prick van Wely, Viertalig aanvullend hulpwoordenboek voor Groot-Nederland
stalie
e quarter of a guilder.
f quart de florin.
d ¼ Gulden.
staljongen
e s t a b l e - m a n , s t a b l e - b o y , s y c e . Van dit laatste zegt H.J.: s y c e , a
groom (from Ar. s a ï s ). It is the word in universal use in the Bengal Residency.
In the South h o r s e - k e e p e r is more common, and
F.P.H. Prick van Wely, Viertalig aanvullend hulpwoordenboek voor Groot-Nederland
237
in Bombay a vernacular form of the latter, viz. g h o r a - w a l a . In Saigon is
s a ï s ook = koetsier.
f garçon d'écurie.
d Stallknecht, Stalljunge.
stamboek
[algemeen -]
e matriculation book, muster-book.
f régistre matricule, la matricule.
d (T r u p p e n -) S t a m m r o l l e .
stamboeknummer
e matriculation number.
f [l e ] m a t r i c u l e = numéro d'inscription sur ce régistre [nl. la matricule]. Ook
n u m é r o m a t r i c u l e (N.L.I.).
d [d i e ] S t a m m r o l l e - N u m m e r .
stamboeltroep
e half caste theatrical troupe.
f troupe d'acteurs métis.
d halbracige Theatertruppe.
stamper
[mijnbouw]
e stamper.
f pilon, broyeuse.
d [d i e ] S t a m p f e .
stampmolen
[mijnbouw]
e stamp(ing)-mill.
f moulin à piler.
F.P.H. Prick van Wely, Viertalig aanvullend hulpwoordenboek voor Groot-Nederland
d Stampfmühle.
stamverwanten
[subst.]
e b l o o d - c o u s i n s ,c o l o n i a l b r o t h e r s ofenkelc o u s i n s :TheAmericans
are nothing if not practical. According to the Evening Standard our c o u s i n s
were the only competitors who etc. (Punch 1908, p. 55).
f congénères.
d Stammesbrüder, Stammverwandte.
standplaats
e station.
f poste.
d Standort.
stangi:
zie doepa .
stapelplaats
e emporium, depot.
f dépôt, entrepôt.
d [d e r ] S t a p e l p l a t z .
stechelen:
zie tikken a) .
steek
[afk. v. steekpan]
e slipper bed pan.
f bassin de garderobe.
d Unterschieber, Bettschieber, Bettschüssel.
F.P.H. Prick van Wely, Viertalig aanvullend hulpwoordenboek voor Groot-Nederland
steekwagen:
zie palankijn .
steenbreker
e stone-breaker, stone-crusher.
f machine à casser les pierres.
d Steinbrecher, Steinbrech-maschine.
steenslag
e road-metal, riprap.
f cailloutis, pierraille.
d Steinschlag, Schotter.
stekeldraad
e b a r b e d (f e n c i n g ) w i r e .
f fil de fer barbelé.
d Stacheldraht.
stellen
[bekend -]
e to inform, to give notice.
f annoncer, publier, faire à savoir.
F.P.H. Prick van Wely, Viertalig aanvullend hulpwoordenboek voor Groot-Nederland
238
d zur Kenntnis bringen, bekannt machen.
stelletje
[Z.A.]: zie stilletje .
stenga kompenie
[inl. spr.]
e government marine.
f marine du gouvernement.
d Gouvernementsmarine.
stephanotis
e s t e p h a n o t i s (Moore, Drama in Muslin, p. 36), w a x - f l o w e r .
f [l e ] s t é p h a n o t i d e , f l e u r d e c i r e .
d [d i e ] S t e p h a n o t i s , W a c h s b l u m e .
sterftecijfer
e rate of mortality, death-rate.
f c h i f f r e d e l a l e t h a l i t é . Vgl. d'Enjoy, Santé aux Colonies, p. 5: Le
c h i f f r e d e l a l e t h a l i t é aux colonies n'est pas plus élevé qu'en Europe.
Ook l a m o r t a l i t é .
d [d a s ] S t e r b l i c h k e i t s z i f f e r (M.S.), S t e r b e z i f f e r .
sterilisateur
e sterilizer.
f stérilisateur.
d Sterilisierungsapparat.
steriliseeren
F.P.H. Prick van Wely, Viertalig aanvullend hulpwoordenboek voor Groot-Nederland
e to sterilize.
f stériliser.
d sterilisieren.
stevedore
e stevedore.
f arrimeur.
d Stauer.
stief
[schooltaal]
e India rubber, ink and pencil eraser.
f [l a ] g o m m e .
d [d e r ] G u m m i s t i f t .
stilletje
e commode, commode-chair, close-stool, chamber-stool,
night-chair.
f c h a i s e p e r c é e , fam. m è r e T h o m a s .
d Nachtstuhl.
stinkboon(tje):
zie pete .
† stinker:
zie doerian .
1)
stinkkar
e stink car, road-hog.
f t e u f - t e u f (N.L.I.).
d S t i n k d r o s c h k e , ook [d a s ] S c h n a u f e r l .
1)
Zie ook tuf-tuf.
F.P.H. Prick van Wely, Viertalig aanvullend hulpwoordenboek voor Groot-Nederland
stipzolder:
zie rekenkamer .
stoepje
[op 't - moeten komen]
e b e h a d o n t h e c a r p e t , b e c a r p e t e d : he has the ever ready possibility
of being c a r p e t e d by the C.O. because some subaltern has been drinking
champagne at 10 sh. a bottle (Daily Mail).
f être gourmandé, pris à partie.
d einen vorkriegen, koramieren.
stofbril
e goggles.
f l u n e t t e s (c o q u i l l e s ) s p o r t i v e s .
d S t a u b b r i l l e (M.S.).
stofdoek
e d u s t e r (M.S.), d u s t c l o t h .
f époussette, linge à poussière.
d Staublappen.
F.P.H. Prick van Wely, Viertalig aanvullend hulpwoordenboek voor Groot-Nederland
239
stofthee
e tea-dust.
f thé en poudre.
d Teestaub.
a) stok
1)
[op - gaan]
e to hook it, to cut one's stick, to leg it, pike it.
f escaner, gambiller, se cavaler, escamper, se carapater.
d Reiszaus nehmen, sich trollen, verduften, sich drücken.
b) stok
[op - zijn]
e play truant, play the Charleywag.
f tailler l'école, faire l'école buissonnière.
d die Schule schwänzen.
stoofvleesch
[Z.A.]: zie smoor .
stookgelegenheid
e fire place, cooking-place.
f foyer, feu.
d Feuerstelle, Kochstelle.
stoombaggermolen
e steam-dredge.
f d r a g u e (à v a p e u r ).
d Dampfbaggermaschine.
1)
Vgl. 'em smeren.
F.P.H. Prick van Wely, Viertalig aanvullend hulpwoordenboek voor Groot-Nederland
stoombarkas
e steam-launch.
f chaloupe à vapeur.
d Dampfbarkasse.
stoomen
[rijst -]
e t o s t e a m : The rice... is not boiled but s t e a m e d (Worsfold, A Visit to Java,
p. 51).
f cuire au bain de vapeur, cuire à l'étuvée.
d dünsten, im Dampfe kochen.
stoomer
e steamer, steamship.
f b a t e a u à v a p e u r , v a p e u r , s t e a m e r . Vgl. A. Daudet, Soutien de
Famille, p. 229: Il se croyait dans une cabine de s t e a m e r en route pour les
Indes.
d Dampfer, Seedampfer.
stoomfluit
e steam-whistle.
f sifflet à vapeur.
d Dampfpfeife.
stoomhoutzagerij
e steam sawmill.
f scierie à vapeur.
d Dampfsägemühle.
stoomkraan
e steam-crane.
f grue à vapeur.
d Dampfkran.
F.P.H. Prick van Wely, Viertalig aanvullend hulpwoordenboek voor Groot-Nederland
stoomlichter
e steam-lighter.
f allège à vapeur.
d Dampfleichter.
stoomtram
e steam-tramway.
f tramway à vapeur.
d Dampf(straszen)bahn.
stoomvaartlijn
e s t e a m (-n a v i g a t i o n ) l i n e .
f l i g n e d e n a v i g a t i o n (à v a p e u r ).
d Dampferlinie, Dampflinie.
stoomvaartmaatschappij
e steamship company, steam-navigation company.
F.P.H. Prick van Wely, Viertalig aanvullend hulpwoordenboek voor Groot-Nederland
240
f c o m p a g n i e d e n a v i g a t i o n (à v a p e u r ).
d Schifffahrtsgesellschaft.
stoomvaartverbinding
e steam-communication.
f communication à vapeur.
d Dampfverbindung, Dampf-(schiff)fahrtverbindung.
stoomverbinding:
zie stoomvaart-verbinding .
stoomververij
e steam dye-works.
f teinturerie à vapeur.
d Dampffärberei.
stoomwals
e s t e a m (r o a d ) r o l l e r .
f r o u l e a u (m é c a n i q u e ), (c y l i n d r e ) c o m p r e s s e u r à v a p e u r .
d (S t r a s z e n -) D a m p f w a l z e .
stoomwasscherij
e steam laundry.
f buanderie à vapeur.
d Dampfwaschanstalt.
stoomwezen
e Steam.
f la vapeur.
F.P.H. Prick van Wely, Viertalig aanvullend hulpwoordenboek voor Groot-Nederland
d Dampfwesen.
stoomzalm
[in blik]
e steam-boiled salmon.
f saumon cuit au bain de vapeur.
d gedünsteter Lachs.
stopflesch
e glass-jar.
f b o c a l . Volledig b o c a l a v e c b o u c h o n d e v e r r e u s é à l ' é m é r i
(N.L.I.).
d [d a s ] G l a s f l a k o n , S t a n d g e f ä s z .
* stoppen
[iemand -]
e to bribe, to grease a person's palm.
f graisser la patte à qqn.
d einenschmieren, bestechen.
stopplaats
e s t o p p i n g - s t a t i o n of s t o p p i n g - p l a c e .
f lieu d'arrêt.
d A n h a l t s t e l l e (M.S.).
stop zetten
e stop, put a stop to, put to a standstill.
f mettre au cran d'arrêt.
d still legen.
storie
F.P.H. Prick van Wely, Viertalig aanvullend hulpwoordenboek voor Groot-Nederland
[zeldzaam]
e row, shindy, shine.
f des histoires, du grabuge.
d [d e r ] S t r a u s z .
stormlat:
zie slingerlat .
1)
Stovia:
zie doctor djawa school .
strafexpeditie
e punitive expedition.
f expédition punitive.
d Strafexpedition.
strafregister
e punishment book.
f l i v r e (r e g i s t r e ) d e p u n i t i o n s of d e s r a p p o r t s .
d Strafbuch.
de Straits
e T h e S t r a i t s (S e t t l e m e n t s ).
1)
Beginletterwoord voor: school tot opleiding van inlandsche artsen, zooals de gereorganiseerde
doctor djawa school thans (officieel) genoemd wordt.
F.P.H. Prick van Wely, Viertalig aanvullend hulpwoordenboek voor Groot-Nederland
241
f les Détroits, les Établissements du détroit de Malacca.
d The Straits.
stranddorp
e village on the beach.
f village sur la côte, village maritime.
d Stranddorf.
strandpoelpalm:
zie nipah .
strandroof
e beach-combing.
f p i l l a g e (v o l ) d ' é p a v e s .
d Strandräuberei.
strandvlakte
e foreshore.
f [l a ] p l a g e .
d [d e r ] f l a c h e S t r a n d .
straphaan
[Atjeh]: zie ketting-ganger .
Straussavond
[in de societeit]
e d a n c i n g p a r t y , d a n c e , h o p (slang).
f partie de danse, sauterie.
d Tanzabend.
F.P.H. Prick van Wely, Viertalig aanvullend hulpwoordenboek voor Groot-Nederland
streep koening:
zie geelvink .
strijkje
e string band.
f musique à cordes.
d Streichorchester.
stroop
e s y r u p . Soms s h r u b .
f sirop.
d Sirup.
stroopsuiker
e second boilings, molasses.
f [l a ] m é l a s s e , s i r o p d ' é g o u t geeft s u c r e d e s e c o n d j e t .
d erstes Nachprodukt, zweites Produkt.
stroosloffen:
zie slof roempoet .
1)
strootje
e (n i p a h ) s t r a w c i g a r e t t e .
f c i g a r e t t e d e p a i l l e . Eigenlijk moet het zijn: cigarette roulée dans la feuille
sèche de maïs (Babut, F. Batel, II, p. 67) - vgl. het Engelsch.
d S t r o h - Z i g a r e t t e (E. Otto, Pflanzer- und Jägerleben, p. 171). Vgl. ook
Cronheim, Aus mal. Feldlagern, p. 49: Neger und Javanen rauchten schweigend
ihre unvermeidlichen M a i s s t r o h - Z i g a r e t t e n .
strooweduwe
1)
Wordt soms ook gebruikt voor s i g a r e t .
F.P.H. Prick van Wely, Viertalig aanvullend hulpwoordenboek voor Groot-Nederland
e grass-widow, California widow.
f v e u v e d u M a l a b a r , d e m i - v e u v e , v e u v e s t a g i a i r e . De roman
der strooweduwe is Curnonsky's Demi-Veuve.
d Strohwitwe.
strooweduwnaar
e g r a s s - w i d o w e r (F. & H.).
f pseudo-veuf.
d Strohwitwer.
struisvogelpolitiek
e o s t r i c h p o l i c y , soms o s t r i c h i s m (M.).
f politique d'autruche.
d S t r a u s z e n p o l i t i k , P o l i t i k d e s V o g e l S t r a u s z (Metzger, Vierzig
Jahre, p. 48).
studentje
[op 't oog]
e sty(e).
F.P.H. Prick van Wely, Viertalig aanvullend hulpwoordenboek voor Groot-Nederland
242
f orgelet, compère-loriot.
d Gerstenkorn.
stuiptrekken
e t o b e i n c o n v u l s i o n s (s p a s m s ).
f être en convulsions.
d krampfen.
stukken
[de -]
e t h e (o f f i c i a l ) p a p e r s .
f les papiers, documents, pièces.
d Dienstpapiere, Dokumente.
stuwadoor
[N]: zie stevedore .
stuwdam
e w e i r , ook s t e m m i n g - d a m .
f [l e ] b a r r a g e , met sluis [l a ] v e n t e l l e r i e .
d [d e r ] W e h r d a m m , [d a s ] W e h r .
stuwer
[N]: zie stevedore .
subagent
e sub-agent, assistant-agent.
f sous-agent.
d Unteragent.
F.P.H. Prick van Wely, Viertalig aanvullend hulpwoordenboek voor Groot-Nederland
subcommissie
e subcommittee.
f sous-commission.
d Unterausschusz.
sublimaat
e sublimate.
f sublimé.
d [d a s ] S u b l i m a t .
subsistentencompagnie:
zie Voorrede .
subsistentenkader:
zie Voorrede .
1)
substituut
e Deputy Prosecutor.
f substitut du procureur.
d Staatsanwaltsgehilfe.
substituutgriffier
e Deputy Registrar.
f substitut greffier.
d Substitut-Aktuar.
subtropisch
e subtropical, semi-tropical.
f s u b t r o p i c a l (N.L.I.).
d s u b t r o p i s c h (M.S.).
1)
Afkorting van: substituut officier van justitie.
F.P.H. Prick van Wely, Viertalig aanvullend hulpwoordenboek voor Groot-Nederland
sucre brûlé
e burned sugar pudding.
f crême brûlée.
d Pudding von gebranntem Zucker.
Suezboot
e d i t c h e r , c a n a l w a l l a h (Wh.).
f paquebot prenant par le canal de Suez, bateau
transocéanien.
d Suezdampfer.
suikerafdoening
e sugar transaction.
f transaction sucrière.
d Umsatz im Zuckerhandel.
suikerbelasting
e duty on sugar.
f impôt sur le sucre.
d Zuckersteuer.
suikerberichten
e sugar intelligence.
f état des sucres.
d Zuckerberichte.
suikerboer:
zie suikerplanter .
F.P.H. Prick van Wely, Viertalig aanvullend hulpwoordenboek voor Groot-Nederland
243
suikercongres
e s u g a r c o n f e r e n c e (T.), s u g a r c o n g r e s s . Vgl. Reith, Padre in Partibus,
p. 81: Some days ago there was a S u g a r C o n g r e s s in Sourabaya.
f c o n g r è s d e s u c r i e r s ,a s s e m b l é e d e s p r o d u c t e u r s d e s u c r e
(Gonnaud, Colonisation à Java, p. 477).
d [d e r ] Z u c k e r p f l a n z e r - k o n g r e s z .
suikerconventie
[van Brussel]
e sugar convention.
f c o n v e n t i o n d e B r u x e l l e s (15 Mars 1902).
d Zuckerkonvention.
suikercultuur
e sugar cultivation.
f c u l t u r e d e l a c a n n e (à s u c r e ).
d Zuckerkultur, Zuckerbau.
suikerfabriek
e (c a n e ) s u g a r - f a c t o r y , s u g a r - m i l l . In Amerika (Louisiana) ook s u g a r
house.
f f a b r i q u e (u s i n e ) d e s u c r e , s u c r e r i e , u s i n e s u c r i è r e .
d Zuckerfabrik.
suikerfabrikant
e sugar manufacturer.
f fabricant de sucre.
d Zuckerfabrikant.
suikergast
F.P.H. Prick van Wely, Viertalig aanvullend hulpwoordenboek voor Groot-Nederland
e sugar-mite, sugar-louse.
f l i n g è r e , f o r b i c i n e , ook p e t i t p o i s s o n d ' a r g e n t en geleerd:
l é p i s m e s a c c h a r i n of a r g e n t é .
d Z u c k e r g a s t , en ook F i s c h c h e n , S i l b e r f i s c h c h e n .
suikergehalte
e sugar yield.
f [l a ] t e n e u r e n s u c r e .
d [d e r ] Z u c k e r g e h a l t .
suikerhoudend
e sacchariferous.
f saccharifère.
d zuckerhaltig.
suikerindustrie
e sugar-industry.
f i n d u s t r i e s u c r i è r e (Gonnaud, La Colonisation hollandaise, p. 497).
d Zuckerindustrie.
suikerland
e sugar estate.
f propriété sucrière.
d Zuckerpflanzung.
suikerlord
e s u g a r l o r d (naar het Eng. c o t t o n l o r d of c o a l l o r d ). Ook s u g a r
m a g n a t e (Savage, In the Swim, I, p. 105 Tauchn.).
f roi du sucre, riche sucrier.
d Zuckerkönig.
suikerlui
F.P.H. Prick van Wely, Viertalig aanvullend hulpwoordenboek voor Groot-Nederland
e people in the sugar line.
f sucriers, fabricants de sucre.
d Zuckerpflanzer.
suikerpapier
e sugar shares.
f valeurs sucrières.
d Zuckerwertpapiere.
suikermolen
e cane mill, sugar-mill.
f moulin à sucre à cannes.
d Zuckerrohrmühle.
suikeroogst
e sugar-crop.
F.P.H. Prick van Wely, Viertalig aanvullend hulpwoordenboek voor Groot-Nederland
244
f récolte sucrière.
d Rohrzuckerernte.
suikerpalm:
zie arenpalm .
suikerplanter
e sugar-planter.
f p l a n t e u r d e c a n n e (Basset, Guide du planteur de canne). Ook s u c r i e r
(N.L.I.).
d Zuckerrohrpflanzer.
suikerpremie
e sugar-bounty.
f prime à l'exportation du sucre.
d Zucker-Prämie.
suikerprijzen
e sugar quotations.
f prix du sucre.
d Zuckerpreise.
suikerproductie
e sugar output.
f production sucrière.
d Zuckerproduktion.
suikerriet:
zie riet .
F.P.H. Prick van Wely, Viertalig aanvullend hulpwoordenboek voor Groot-Nederland
suikerschool
e s u g a r s c h o o l . In New-Orleans heeft men de A u d u b o n S u g a r
School.
f école pour sucriers.
d S c h u l e f ü r Z u c k e r i n d u s t r i e (te Braunschweig).
suikersurrogaat
e substitute for sugar.
f succédané du sucre.
d Zuckersurrogat.
suikertuin:
zie riettuin .
suikerwet
e sugar law.
f loi sur les sucres.
d Zuckergesetz.
suite
[bij kaartspel]
e f l u s h (h a n d ), (f l u s h ) s u i t e , s e q u e n c e .
f flux, couleur longue.
d Sequenz, lange Farbe, Flöte.
sulky
e sulky.
f sulky.
d [d e r ] S u l k y (M.S.).
sultanaat
F.P.H. Prick van Wely, Viertalig aanvullend hulpwoordenboek voor Groot-Nederland
e súltanate, sultanship.
f s u l t a n a t , s u l t a n i e : L'île de Bali... est occupée en partie (2 s u l t a n i e s
sur 6) par les Hollandais depuis 1849 (Du Bois, Les Hollandais aux Indes, p.
5). Ook s u l t a n e r i e in de Beauvoir, Java, Siam, Canton, p. 180.
d S u l t a n a t (S.V.).
Sumatraan
e 1. S u m a t r a n (M.S.); 2. S u m a t r a n , S u m a t r a . H.J. zegt i.v. S u m a t r a :
Sudden squalls, which are common in the narrow sea between the Malay
Peninsula and the island of Sumatra, are called by this name. In de Chronicle
& Directory for China enz. leest men: the most severe and numerous [squalls]
are from the west, called S u m a t r a ' s and these occur most frequently
between 1 and 5 o'clock in the morning [te Singapoer].
f 1. S u m a t r i e n (S.V.), S u m a t r a i s (F. Du Bois, Les Hollandais aux Indes,
p. 4), S u m a t r a n a i s (de Lenthiolle, Relation d'un Voyage, p. 59); 2. r a f a l e
sumatraise.
F.P.H. Prick van Wely, Viertalig aanvullend hulpwoordenboek voor Groot-Nederland
245
d 1. S u m a t r a n ; 2. S u m a t r a n : Südwestwind [lees: Gewittersturm] auf
Malakka (Mr.).
Sumatraansch
e Sumatran.
f sumatrais.
d sumatranisch.
superintendent
e superintendent.
f surintendant.
d Superintendent.
suppletietroepen
e suppletories.
f troupes de dépôt.
d Ergänzungstruppen, Ergänzungsmannschaft,
Ersatzmannschaft.
suppletoir
e suppletory.
f supplétoire, supplétif.
d suppletorisch, zusatzlich.
support
e support, stand; pedestal.
f support.
d Untersatz.
F.P.H. Prick van Wely, Viertalig aanvullend hulpwoordenboek voor Groot-Nederland
surah
e s u r a h (s i l k ).
f s u r a h (N.L.I.).
d S u r a h (s e i d e ).
† surie:
zie palmwijn .
1)
† suriekatje
e suricate.
f m a n g o u s t e d e J a v a , [l e ] s u r i c a t e .
d Schnarrtier, Surikate.
surrah
e s u r r a h (M.S.).
f sura.
d S u r r a k r a n k h e i t : Sehr ähnlich [der Tsetsekrankheit] ist die
S u r r a k r a n k h e i t in Niederländisch-Indien, Indochina und auf den
Philippinen. Sie befällt Pferde, Maultiere, Esel, Kamele, Elefanten, weniger
Rinder und Büffel (Mr.).
surtaxe
e surtax, supertax, extra postage.
f surtaxe.
d Zuschlagtaxe, - steuer, Zuschlag.
† su(u)rsak:
zie zuurzak .
Swanriver
1)
Vgl. het Kaapsche s u r i c a t e . In 't Jav. heet het dier g a n g r a n g a n , In het Soendaneesch
ganggarangan.
F.P.H. Prick van Wely, Viertalig aanvullend hulpwoordenboek voor Groot-Nederland
[Australië]
e Swanriver horse.
f cheval Swanriver.
d Swanriverpferd.
† swarte minnemoer:
zie baboe .
swernoot
[Z.A.]: zie gladakker .
Sydnier
e W a l e r , a horse imported from New South Wales; also any Australian horse
(W.S.). Vgl. E.B. Scidmore, Java, p. 30: gigantic Australian horses, or ‘W a l e r s ’
(horses from New South Wales). Ook Kipling heeft het woord.
f c h e v a l d ' A u s t r a l i e , c h e v a l a u s t r a l i e n of ook (d e ) S i d n e y : Une
calèche... attelée de deux grands S i d n e y , se distinguait parmi les autres
équipages. Les c h e v a u x d e S i d n e y s'effarouchèrent au bruit des
tambours (Babut, F. Batel, I, p. 127).
d Sydnierpferd.
F.P.H. Prick van Wely, Viertalig aanvullend hulpwoordenboek voor Groot-Nederland
246
T.
T.T.:
telegraphic transfer.
taartepan
e baking-pan, tart-dish.
f tourtière.
d Tortenpfanne.
taarteschep
e tart-server.
f pelle à tarte.
d Kuchenheber.
taartjespaleis
e confectioner's shop, confectionary.
f confiserie de luxe.
d Konditorei.
tabakker
e tobacco-planter.
f planteur de tabac.
d Tabakpflanzer, Tabaksbauer, Tabakproduzent.
tabaksboer:
zie tabakker .
F.P.H. Prick van Wely, Viertalig aanvullend hulpwoordenboek voor Groot-Nederland
tabakscultuur
e t o b a c c o - c u l t u r e , -g r o w i n g : if t o b a c c o - c u l t u r e gets a footing in
Ireland... it will become a most valuable factor in the regeneration of the island
(Daily Mail).
f culture du tabac.
d Tabak(s)kultur.
tabaksonderneming
e tobacco plantation.
f plantation de tabac.
d T a b a k s p f l a n z u n g , -p l a n t a g e .
tabaksoogst
e tobacco crop(s).
f récolte de tabac.
d Tabaksernte.
tableau vivant
e tableau vivant, living picture.
f tableau vivant.
d Tableau vivant, lebendes Bild.
taboe
e taboo.
f t a b o u , bijv. un lieu t a b o u , des armes t a b o u e s (N.L.I.).
d [d a s ] T a b u (F.).
tael:
zie taïl.
tafelamandelen
F.P.H. Prick van Wely, Viertalig aanvullend hulpwoordenboek voor Groot-Nederland
e table-almonds.
f amandes de table.
d Tafelmandeln.
tafelboom
[W.-Indië]: zie ketapang .
tafelboter
e butter for the table.
f beurre de table.
d T a f e l b u t t e r (M.S.).
tafelfilter
e table filter.
f filtre de table.
d Tafelfilter.
tafelgeld
[van officieren]
e t a b l e - m o n e y (F.). Ook m e s s - a l l o w a n c e .
f i n d e m n i t é d e t a b l e of d e n o u r r i t u r e .
d Tafelgelder, Tischgelder.
tafelgerei
e table service, plates and dishes.
F.P.H. Prick van Wely, Viertalig aanvullend hulpwoordenboek voor Groot-Nederland
247
f vaisselle.
d Tischgeschirr.
tafellooper
e table-centre.
f c h e m i n d e t a b l e . Kortweg c h e m i n (Daudet, Soutien de Famille, p. 283).
d T i s c h l ä u f e r (Mey & Edlich).
tafelrijst
e table-rice.
f riz de table.
d T a f e l - R e i s : Unter T a f e l - r e i s verstand man sonst besten Javareis, jetzt
aber auch vielfach andre gute Sorten (Mr.).
tafelrozijnen
e dessert raisins.
f raisins secs de dessert.
d Nachtischrosinen.
tafelvruchten
e table fruit.
f fruits de table.
d Tafelobst.
tafelwater
e t a b l e - w a t e r : Apollinaris, the queen of t a b l e - w a t e r s .
f eau de table.
d Tafelwasser.
F.P.H. Prick van Wely, Viertalig aanvullend hulpwoordenboek voor Groot-Nederland
tafelwijn
e t a b l e - w i n e (M.S.), d i n n e r - w i n e .
f vin de table.
d Tafelwein, Tischwein, Speisewein.
tak
[van dienst]
e branch of service.
f service.
d D i e n s t z w e i g , -f a c h .
tales
e t a r o , e d d o e s , s c r a t c h - c o c o , t a n i a , E g y p t i a n a r u m (Wt.).
f m a d è r e ,c h o u c a r a ï b e ofc h o u b a s t é (B.).Ooks o n g e (Madagascar)
en t a r o .
d Taropflanze, Wasserbrot-wurzel.
tali api
[in de binnenlanden]
e fire-brand.
f m è c h e , b r a n d o n : Comme Plessis reposait dans l'étroit brasero en cuivre...
la m è c h e charbonneuse à laquelle il venait d'allumer son cigare, un appel le
fit se retourner (J. Bois, Le Vaisseau des Caresses, p. 101).
d Feuerlunte.
talirami(e)
e China-grass rope of ramee rope.
f corde de ramie.
d Ramieseil.
† tamarinda:
zie tamarinde .
F.P.H. Prick van Wely, Viertalig aanvullend hulpwoordenboek voor Groot-Nederland
tamarinde
[N]: zie asam.
tambangan
e ferry-boat.
f bachot, nacelle.
d Fährboot.
Tamil
e T a m i l (l a n g u a g e ).
f [l e ] t a m o u l , l a l a n g u e t a m o u l e .
d Tamulsprache, das Tamulische.
† tammerinde:
zie asam.
tandakken
e t o d a n c e by movements of the lower limbs in contradistinct-
F.P.H. Prick van Wely, Viertalig aanvullend hulpwoordenboek voor Groot-Nederland
248
ion to dancing by swaying the body and arms (Wilkinson, Malay-Engl. Dict.).
f d a n s e r à l a j a v a n a i s e avec des oscillations sur place, des piétinements
rythmés et de longs contournements de mains comme désossées et mortes vgl. Willy, Danseuses, p. 145 sqq.
d t a n z e n . Het bijzondere van dit dansen moet achter het werkwoord
omschreven worden. Zie Otto, Planzer- und Jägerleben, p. 81: ‘Es ist dies kein
dahinstürmender Tanz der Füsse und Beine wie bei uns, es ist ein Tanz des
ganzen geschmeidigen Körpers, ein Biegen und Wenden, ein Zucken der Arme
und Hände, ein Wiegen der Hüfte und der ganzen Muskulatur, ein absichtliches
Zurschautragen oder Ahnenlassen, ein stummes, doch beredtes Spiel des
Werbens, Verlangens und Gebens’. Heyse's Fremd-wörterbuch heeft reeds
tendak.
tandil
[Deli]
e f o r e m a n , t a n d i l . Dit wordt door Fraser Melbourne in zijn Planter's Manual,
p. 46, gegeven als vertaling van 't Mal. t a n d i l , m a n d o r . Ook geeft hij h e a d
t a n d i l . In Wilson's Glossary vindt men t a n d e e l = the head or commander
of a body of men, the head of a gang of labourers.
f p r é p o s é , c h e f d ' u n e e s c o u a d e d e k o u l i s : Pedro... est le B a b a
de l'Estate, c'est-à-dire le grand chef des T a n d i l , qui sont eux-mêmes les
chefs d'escouades des koulis (Lias, De France à Sumatra, p. 311).
d Kuli-Führer.
tandjoeng
e b a k u l a : The b a k u l a (Mimusops) blossoms lie round its root like ruby wine
(Crooke, Things Indian, p. 242).
f Mimusops Elengi.
d M i m u s o p s E l e n g i (V u k o o l u )... kultiviert in verschiedenen Tropenländern
ist den Hindu heilig (Mr.).
tandoe
e j a m p a n , a sedan chair borne on bamboo poles by four bearers (Ch.). Ook
in Eng.-Indië d o o l y , hetzelfde als het Jav. d j o e l i en t o n j o n of T o m - J o h n
= a sort of sedan or portable chair (Lentzner, Slang-English of Australia).
f c h a i s e à p o r t e u r s , p a l a n q u i n : Les personnages graves ... montent
en t a n d o u , des palanquins absolument dans le style des chaises à porteurs
du temps de Louis, dont deux gros bambous forment les brancards portés par
quatre koulis (Lias, De France à Sumatra, p. 227).
F.P.H. Prick van Wely, Viertalig aanvullend hulpwoordenboek voor Groot-Nederland
d [d e r ] J a m p a n , T r a g s t u h l .
tandradbaan
e c o g w h e e l r a i l w a y (l i n e ), r a c k r a i l w a y .
f c h e m i n d e f e r à c r é m a i l l è r e : L'ascension du Mont Pilate par le petit
c h e m i n d e f e r à c r é m a i l l è r e (Alm. Hachette).
d Zahnradbahn.
† tang:
zie tank .
tangan dingin
[hebben]
e to be lucky.
f avoir la main heureuse.
d Glück haben.
F.P.H. Prick van Wely, Viertalig aanvullend hulpwoordenboek voor Groot-Nederland
249
tank
e tank.
f citerne, réservoir.
d [d e r ] T a n k : Im Petroleumhafen läszt man die T a n k s des Dampfers voll
Petroleum laufen (Mr.).
tankschip
e tank-boat, tank-steamer, tank-ship.
f b a t e a u c i t e r n e (N.L.I.).
d T a n k s c h i f f , T a n k d a m p f e r : Einen besondern Dampfertyp bilden die
T a n k d a m p f e r (Zisternendampfer), die dem Petroleumtransport dienen
(Mr.).
tarlatan
e tarlatan.
f [l a ] t a r l a t a n e .
d [d e r ] T a r l a t a n .
tawarren
[spreektaal]
e t o b a r g a i n , c h a f f e r , h i g g l e , d i c k e r (Am.).
f marchand(aill)er, barguigner, chipoter.
d feilschen.
tegal(an)
e hill padi field.
f r i z i è r e s è c h e . Vgl. Cat. Indo-Chine, p. 77: On cultive aussi le riz sur le
flanc et jusqu'au sommet des montagnes ... ce riz-là ou riz de montagne est
semé sur place dans des espaces où l'on a d'abord brûlé les arbres et les
broussailles.
d trockenes Reisfeld.
F.P.H. Prick van Wely, Viertalig aanvullend hulpwoordenboek voor Groot-Nederland
tegelthee
e brick-tea.
f t h é e n b r i q u e s (N.L.I.).
d Z i e g e l t e e , B a c k s t e i n t e e (Mr.).
tegenligger:
vert. in tegengestelde richting varende boot of schip.
tehuis
[militair]
e soldiers' home.
f f o y e r (d e s o l d a t s ).
d Soldatenheim.
teiferen
[van palmboomen]
e tap, draw.
f inciser.
d anzapfen.
† tek
[Madras]: djatie.
tekoekoer:
zie perkoetoet .
telefer:
zie transportkabel .
telegram adres
F.P.H. Prick van Wely, Viertalig aanvullend hulpwoordenboek voor Groot-Nederland
e t e l e g r a p h i c a d d r e s s (F.).
f adresse télégraphique.
d T e l e g r a m m - A d r e s s e , D r a h t a n s c h r i f t (Mr.).
telegraphie
[draadlooze -]
e wireless telegraphy.
f télégraphie sans fil.
d drahtlose Telegraphie.
telegraphische postwissel
e telegraph money order.
f mandat télégraphique.
d telegraphische Postanweisung.
telemeter
[aan boord]
e telemeter.
f télémètre.
d Telemeter, Distanzmesser.
telephoneeren
e telephone, phone.
f téléphoner.
d t e l e p h o n i e r e n : für telephonieren ist volksüblich geworden
F.P.H. Prick van Wely, Viertalig aanvullend hulpwoordenboek voor Groot-Nederland
250
anklingeln (K. Bruns, Amtssprache).
telephonie
e telephony.
f téléphonie.
d Telephonie, Fernsprechwesen.
telephoniste
e telephone-girl, phone-girl, telephonist.
f téléphoniste, demoiselle du téléphone.
d T e l e p h o n b e a m t e , T e l e p h o n i s t i n (M.S.), F e r n s p r e c h g e h i l f i n ,
soms F e r n e r i n .
telephoon automaat
e automatic telephone.
f téléphone automatique.
d a u t o m a t i s c h e s T e l e p h o n , beter [d e r ] F e r n s p r e c h a u t o m a t , in
Duitschland vaak ook [d a s ] G r o s c h e n - T e l e p h o n (Kron, Der kleine
Deutsche).
telephoondraad
e telephone wire.
f fil téléphonique.
d Telephondraht.
telephoonhuisje
e telephone station.
f station téléphonique (Almanach Hachette, p. 1904).
d Telephonstation, Fernsprechstelle.
F.P.H. Prick van Wely, Viertalig aanvullend hulpwoordenboek voor Groot-Nederland
telephoonlijn
e telephone-line.
f ligne téléphonique.
d Telephonlinie, Fernsprechleitung.
telephoonnet
e telephone net.
f réseau téléphonique.
d Telephonnetz.
telephoonnummer
e t e l e p h o n e n u m b e r of t e l e p h o n i c n u m b e r .
f numéro au téléphone, adresse téléphonique.
d [d i e ] T e l e p h o n n u m m e r , T e l e p h o n r u f N r ..., N u m m e r d e s
Fernsprechanschlusses.
telephoontje
e p h o n e , t e l e p h o n i c m e s s a g e , technisch t e l e p h e m e .
f message téléphonique.
d N a c h r i c h t d u r c h s T e l e p h o n , [d e r ] F e r n s p r e c h b e r i c h t .
telephoonverbinding
e telephone communication, telephonic connection.
f communication téléphonique.
d Telephonanschlusz.
tempajan
e Siam jar, Shangai jar.
f [l a ] j a r r e d e S i a m .
d groszes irdenes Wassergefäsz.
F.P.H. Prick van Wely, Viertalig aanvullend hulpwoordenboek voor Groot-Nederland
temperatuurverschil
e difference in temperature.
f différence en température.
d Temperaturunterschied.
tempo doeloe
[van -]
e of the past, long ago.
f de jadis, du temps passé, datant de loin.
d lange her, aus alten Zeiten.
ten arbeidstelling
[aan de publieke werken]: zie krakal .
tengkawang
[boschprodukt]
e vegetable marrow.
F.P.H. Prick van Wely, Viertalig aanvullend hulpwoordenboek voor Groot-Nederland
251
f graisse végetale.
d Pflanzenfett.
tennissen
e to play lawn tennis.
f j o u e r a u (l a w n -) t e n n i s .
d Lawntennis spielen.
tent
[van ledikant]
e tent, top.
f tendelet.
d [d a s ] Z e l t .
tentwagen
e ongeveer: r o o f e d v i s - à - v i s .
f vis-à-vis couvert.
d Zelt-Vis-à-Vis.
tepekong
e joss, Chinese idol.
f idole chinoise.
d chinesisches Götzenbild.
terlaloe
[spreektaal]
e this is too bad! too much!
f c ' e n e s t t r o p , c ' e s t (p a r ) t r o p f o r t !
d das ist zu stark! zu toll!
F.P.H. Prick van Wely, Viertalig aanvullend hulpwoordenboek voor Groot-Nederland
terong
e e g g - p l a n t of b r i n j a l (W.S.). Ook e g g - a p p l e , m a d a p p l e .
f a u b e r g i n e , mélongène.
d E i e r p f l a n z e (Br.), E i e r a p f e l , E i e r f r u c h t .
terreinkennis
e field knowledge.
f connaissance du terrain.
d Feldkunde.
terugbetaling
[bij spaarbank]
e withdrawal.
f retrait, remboursement.
d Zurücknahme.
terugkoop
e repurchase, redemption.
f rachat.
d Rückkauf.
terugplaatsen
e reinstate, reinstall, retransfer.
f réintégrer.
d w i e d e r e i n s e t z e n (b e s t a l l e n ).
a) terugplaatsing
e reinstallation, retransference.
f réintégration.
d Wiedereinsetzung.
F.P.H. Prick van Wely, Viertalig aanvullend hulpwoordenboek voor Groot-Nederland
b) terugplaatsing:
zie terugstelling .
terugstelling
e retrogradation.
f rétrogradation.
d Rangerniedrigung, Herabsetzung.
test
[schooltaal]
e cocoa-nut, nut, chump, nob.
f t e s s o n , c a b o c h e , c o c o , c i t r o n , c a i l l o u , [l e ] t a s s e .
d Demel, Deez, Kopf.
tête à tête
e tea-set for two.
f t ê t e à t ê t e = service à thé pour deux personnes seulement (N.L.I.).
d Teegeschirr für zwei Personen.
tevredenheidsbetuiging
[der Regeering]
e expression of the satisfaction of the Government.
f témoignage de satisfaction.
F.P.H. Prick van Wely, Viertalig aanvullend hulpwoordenboek voor Groot-Nederland
252
d Belob(ig)ungsschreiben, Anerkennungsschreiben.
t(h)ail
e 1. t a e l = 1/16 of a catty (H.J.); 2. t a e l = the Chinese money of account, often
called ‘the ounce of silver’ (H.J.).
f 1. t a ë l = 0,38601 K.G.; 2. t a e l = 6,50 francs.
d 1. T a ï l , T a e l = eine Unze (Heyse, Fremdwörterb.); 2. T a e l = 5,140 Mark
(Br.).
theeboer
e tea-grower.
f planteur de thé.
d Teezüchter, Teebauer.
theecultuur
e t e a c u l t u r e , t e a c u l t i v a t i o n : The most suitable localities for the
c u l t u r e o f t e a have been, from the beginning, a source of fruitful discussion
(Wt.).
f culture du thé.
d Teekultur.
theedroger
e tea drier.
f séchoir de thé.
d Teetrockenmaschine.
theefabriek
e tea factory.
f usine de thé.
d Teefabrik.
F.P.H. Prick van Wely, Viertalig aanvullend hulpwoordenboek voor Groot-Nederland
theehuis
e t e a - h o u s e : The famous t e a - h o u s e ‘Ganshokan’ ... has a grand room
for festivals (North-China Herald).
f maison de thé.
d T e e h a u s : Unsere lieblichsten Erinnerungen knüpfen sich an die heiteren
Abende, welche wir in den T h e e h ä u s e r n , den Restaurationen der Japaner,
verbrachten (E. & L. Selenka, Sonnige Welten, p. 216).
theeindustrie
e tea industry.
f industrie théière.
d Teeindustrie.
theeland
e tea plantation, tea estate, tea-farm.
f plantation de thé.
d Teeplantage.
theelood
e tea lead.
f plomb en feuilles, papier de plomb, calin.
d Teeblei.
theemarkt
e tea market.
f marché du thé.
d Teemarkt.
theeonderneming:
zie theeland .
F.P.H. Prick van Wely, Viertalig aanvullend hulpwoordenboek voor Groot-Nederland
theeplanter
e tea-grower.
f planteur de thé.
d Teepflanzer.
theestruik
e tea-bush, tea-plant.
f arbre à thé.
d Teestrauch, Teestaude.
theetje
[Congo]: zie brandy-soda .
theetuin
e tea garden, tea field.
f champ de thé.
F.P.H. Prick van Wely, Viertalig aanvullend hulpwoordenboek voor Groot-Nederland
253
d T e e f e l d (Spemann, Weltpanorama, p. 282).
theosoof
e theosophist, theosoph(er).
f théosophe.
d Theosoph.
theosophie
e theosophy.
f théosophie.
d Theosophie.
theosophisch
e theosophic(al).
f théosophique.
d theosophisch.
thuisreis
e h o m e w a r d v o y a g e (p a s s a g e ), ook h o m e w a r d j o u r n e y .
f (v o y a g e d e ) r e t o u r .
d Heimreise.
ties
[Z.A.]: zie tjies .
tijdbal
e time-ball.
f b o u l e h o r a i r e , b a l l o n (N.L.I.).
d Z e i t b a l l (M.S.).
F.P.H. Prick van Wely, Viertalig aanvullend hulpwoordenboek voor Groot-Nederland
tijferen:
zie teiferen .
tijgergevecht
e tiger-fight.
f c o m b a t d e t i g r e s : Le clou de la journée est le c o m b a t d e t i g r e s
(de Gériolles, Un Parisien à Java, p. 169).
d Tigergefecht.
tijgerjacht
e tiger hunt(ing).
f chasse au tigre.
d Tigerjagd.
tijgerplaag
[de -]
e the tiger pest.
f la peste des tigres.
d die Tigerplage.
tijgerval
e tiger trap.
f trappe à tigre.
d Tigerfalle.
tijong
e Java mina.
f m a i n a t e d e J a v a (B.).
d javanischer Mino.
F.P.H. Prick van Wely, Viertalig aanvullend hulpwoordenboek voor Groot-Nederland
tikar
e mat(ting), sleeping mat.
f natte.
d Matte, Schlafmatte.
tike
e prepared opium(ball).
f opium préparé.
d zubereitetes Opium.
a) tikken:
zie overchineezen .
b) tikken
e to typewrite, to type.
f e x é c u t e r a v e c l a m a c h i n e à é c r i r e of a u d a c t y l o g r a p h e .
d mit der Schreibmaschine herstellen.
tikker
[schooltaal]
e s k i n n e r : one using an irregular aid to study (F. & H.).
f tricheur.
d Abschmierer, Abschreiber.
tim:
zie nasi tim .
Timorees
e 1. T i m o r e s e ; 2. T i m o r e s e p o n y .
F.P.H. Prick van Wely, Viertalig aanvullend hulpwoordenboek voor Groot-Nederland
254
f 1. h a b i t a n t d e T i m o r ; 2. c h e v a l d e T i m o r .
d 1. T i m o r e s e ; 2. t i m o r e s i s c h e s P f e r d c h e n .
tinkas
e maggots, whims, whimsies, freaks.
f caprices, quintes, lubies.
d Grillen, Fratzen, Nücken.
tinmijn
e tin mine.
f mine d'étain.
d Zinngrube, Zinnmine, Zinnbergwerk.
tinontginning:
zie tinwinning .
tinschuitje:
zie schuitje .
tinwinning
e t i n (f i e l d ) e x p l o i t a t i o n .
f (s e r v i c e d e ) l ' e x t r a c t i o n d e l ' é t a i n (Bousquet, Les Richesses Min.
des I.N., p. 28).
d Z i n n g e w i n n u n g : ebenso liegen der Sagohandel und die
Z i n n g e w i n n u n g auf Banka in chinesischen Händen (Sievers, Asien).
tiong:
zie tijong .
F.P.H. Prick van Wely, Viertalig aanvullend hulpwoordenboek voor Groot-Nederland
tipar:
zie tegalan .
titulair
e t i t u l a r , t i t u l a r y ; h o n o r a r y ; titulaire rang = b r e v e t r a n k .
f titulaire, honoraire.
d T i t u l a r ...
titularis
e incumbent.
f titulaire.
d Amtsinhaber.
tjabe:
zie lombok .
tjakra tjikri
e Persian lilac, pride of China, pride of India, bead-tree.
f lilas des Indes, lilas de Chine, azédarac.
d Paternosterbaum, Zedrach.
tjambok:
zie sjambok .
tjampedak
e c h a m p e d a k : Artocarpus polyphema.
f Artocarpus polyphema.
d Artocarpus polyphema.
F.P.H. Prick van Wely, Viertalig aanvullend hulpwoordenboek voor Groot-Nederland
tjampoer adoek
e m i x e d p i c k l e s , c h o w - c h o w (eig. en fig.); f a r r a g o en h o t c h p o t
(fig.).
f mixtion de condiments; méli-mélo, salmigondis,
c h a m p o r e a u , m a c é d o i n e e n p o t - p o u r r i (fig.).
d G e m i s c h v o n E i n g e m a c h t e m ; G e m i s c h , M i s c h m a s c h (fig.).
tjandoe
e c h a n d u , c h a n d o o = prepared opium: In India opium is eaten, drunk or
smoked, opium smoking being by no means uncommon ... C h a n d u is a
smoking mixture after the Chinese method, and in India is used mainly by the
Chinese (Wt.).
f opium manufacturé.
d O p i u m p r ä p a r a t (z u m R a u c h e n ).
tjangkokan
e layer, marcotte.
f marcotte, fille.
d A b s e n k e r : Die Vermehrung
F.P.H. Prick van Wely, Viertalig aanvullend hulpwoordenboek voor Groot-Nederland
255
[des Chinabaumes] geschieht durch Samen, Stecklinge und A b s e n k e r
(Zippel, Ausl. Kulturpflanzen, I, p. 169).
tjap
[ook Z.A.]
e m a r k , b r a n d ; s e a l , s i g n e t ; s t a m p ; c h o p . Vandaar: f i r s t c h o p =
of the best brand or quality. De Indian Antiquary van 1904 geeft uit een
ordonnantie van 1680 deze bewijsplaats: Measure or cause to be measured
with such lawful measures as shall have the Company's c h o p upon them all.
f marque, tampon, sceau.
d M a r k e , S t e m p e l ; [d a s ] P e t s c h a f t , S i e g e l .
tjapdiki
e c h a p - j i - k i = a game of cards, in which the player turning up a card answering
to the bank receives ten times his stake (D.D.i.v. g a m b l i n g ).
f t c h a p - d i - k i = jeu de cartes dans lequel la banque paie dix fois la mise au
gagnant.
d T s h a p - d i - k i = Hazardspiel mit Karten, wobei die Bank dem Gewinnenden
die Mise zehnmahl bezahlt.
tjapoeng
e dragon-fly, damsel-fly.
f demoiselle, libellule.
d Libelle, Wasserjungfer.
tjappen
[ook Z.A.]
e t o s t a m p , s e a l , ook c h o p (M.).
f timbrer, marquer.
d petschieren, stempeln, prägen.
Tjek
F.P.H. Prick van Wely, Viertalig aanvullend hulpwoordenboek voor Groot-Nederland
e C h i n e e , C h i n a m a n , C h i n k (Amerika), C h i n k i e (Australië).
f Chinois, Céleste.
d Chinese.
tjekken:
zie op den kop tikken.
tjelana monjet
e c o m b i n a t i o n : They go out [in the 18th century], the boys in their
o p p e r b r o e k s , a sort of c o m b i n a t i o n garment, and the girls in skirts
and short white jackets (Anthonijsz, The Dutch in Ceylon, p. 26).
f c o m b i n a i s o n : Dans l'hôtel on rencontre ... les grandes fillettes dans leurs
blouses décolletées et nu-bras ou ... en c o m b i n a i s o n (Quenedey, Java
Birmanie, p. 121).
d Hemd-Hose.
tjemara
e 1. c a s u a r i n a , c a s u a r y - t r e e , in Amerika h o r s e t a i l - t r e e . Een
Australische soort heet b e e f w o o d ; 2. t a i l o f h a i r , f a l s e c h i g n o n .
f 1. c a s u a r i n e ; 2. q u e u e d e f a u x c h e v e u x , c h i g n o n p o s t i c h e .
d 1. K a s u a r i n a ; 2. H a a r s c h w e i f (z u m A u s s t o p f e n ), fam. W i l h e l m
= falscher Zopf.
tjempaka
e c h a m p a c en c h u m p u k . Vgl. Shelley, Lines to an Indian air:
The wandering airs they faint
On the dark, the silent stream;
And the c h a m p a k ' s odours fall
Like sweet thoughts in a dream.
f c h a m p a c , c h a m p a c a (M.V.E.): Le M i c h e l i a c h a m p a c a ou
c h a m p a c est célèbre comme aromatique (N.L.I.).
d C h a m p a c a (F.). Bekend is het hieruit bereide C h a m p a c a ö l (Mr.).
F.P.H. Prick van Wely, Viertalig aanvullend hulpwoordenboek voor Groot-Nederland
256
tjempaka kembodja:
zie kembodja .
tjerewet
[van vrouwen]
e shrewish, snappish.
f criarde, brailleuse.
d zänkisch, auffahrend.
tjerita
e s t o r y , t a l e , y a r n (slang), r i g m a r o l e .
f h i s t o i r e , r é c i t , l o n g u e l i t a n i e . Het etymologisch identieke t c h é r i t a
is volgens het supplement van den Dict. de l'Acad.: nom de certains récits
mythologiques écrits en Pali.
d Geschichte, eine lange Litanei, ein Langes und Breites,
der Salm.
tjermeh
e Otaheite gooseberry, cheramela, country gooseberry.
f chéramelier.
d Cheramella(baum).
tjies
e f i e , s h a m e ; c h e e c h e e ! in Eng.-Indië.
f fi! fi donc!
d pfui!
tjina babi:
zie spekchinees .
F.P.H. Prick van Wely, Viertalig aanvullend hulpwoordenboek voor Groot-Nederland
tjina lo(w)a
e Chinese old clo'man, ragand-bone man.
f fripier chinois.
d chinesischer Trödler.
tjintjangen
e to cut to pieces, to chop in pieces.
f dépecer, couper en morceaux, hâcher.
d zerschneiden, zerhauen.
tjitjak
e (c o m m o n ) h o u s e l i z a r d , c h u - c h u l i z a r d (Eng.-Indië). Ook
c h e e - c h a (M.S.) en c h i c h a k (D.D.).
f l é z a r d d e m a i s o n , m a r g o u i l l a t : Un hôte gentil des maisons, c'est
l'inoffensif m a r g o u i l l a t , un petit lézard qui se nourrit de moustiques (Pannier,
Trois Ans en Indo-Chine, p. 103).
d Hauseidechse.
tjoba
e T r y ! I s a y ! j u s t ...
f voyons, allons!
d d o c h , n u n , e i n m a l . Vgl. Schuchardt, Kreol. Studien, IX, p. 150: T j o b a
heisst im Mal. eigentlich ‘probiren’ und wird dann im Sinne von ‘d o c h , n u n ,
e i n m a l ’ u.s.w. einem andern imperativisch stehenden Zeitwort vorgesetzt ...
Man hört sogar manchmal einen Holländer ... sagen t j o b a p r o b e e r .
tjoe
is ook de niet meer zoo algemeen bij Europeanen bekende naam voor 'n soort van
Chineesche arak. Het woord is uit het Chineesch en luidt in het dialect van Canton
t s a u , in andere dialecten ook t s j o e of t j o e (Vgl. V.O.W.).
e gnat-worm.
f nymphe.
d Nymphe.
F.P.H. Prick van Wely, Viertalig aanvullend hulpwoordenboek voor Groot-Nederland
tjokvol
[ook Z.A.]: zie tjopvol .
tjopvol
e chockfull, chokefull.
f plein comme un oeuf, bondé, plein à ne pas mettre une
aiguille.
d g e p f r o p f t of g e r a m m e l t v o l l , ook s t o p p e l v o l l in de Rijnprovincie.
F.P.H. Prick van Wely, Viertalig aanvullend hulpwoordenboek voor Groot-Nederland
257
tochtdeur
e swinging-door, weather door, screen-door.
f contre-porte, porte battante, porte-persienne.
d Schutztüre.
tochtscherm
e screen, folding-screen.
f paravent.
d [d e r ] W i n d s c h i r m , s p a n i s c h e W a n d .
toean:
zie toewan .
toeankoe
e ruler, prince.
f gouvernant, prince.
d Herr, Fürst.
toedoeng
e m u s h r o o m (h a t ), m u s h r o o m h e l m e t .
f c a s q u e - c h a m p i g n o n (Pannier, 3 Ans en Indo-Chine, p. 322).
d Pilzhut.
toekan ajer
e w a t e r - c a r r i e r . In E.-I. ook b h e e s t y .
f p o r t e u r d ' e a u . Vgl. Babut, F. Batel, I, p. 162: Ce mot composé (toukann
aer) dénote la simplicité de la langue malaise. T o u k a n n veut dire: celui qui
a soin de. Ainsi, toukann-aer est le p o r t e u r d ' e a u . Toukann-lampo est
celui qui a soin des lampes: toukann-kouda le palefrenier, toukann-roumpoute
celui qui procure l'herbe que mangent les chevaux, toukann-medja celui qui
sert à table; toukann kuebong le jardinier, etc. etc.
F.P.H. Prick van Wely, Viertalig aanvullend hulpwoordenboek voor Groot-Nederland
d Wasserträger.
toekan spen:
zie spen .
toelage
e supplement, allowance.
f s u p p l é m e n t of a c c e s s o i r e d e s o l d e , ook a l l o c a t i o n .
d Zuschusz, Gehaltszulage.
toelatingskaart
e p e r m i t . Zie Reith, Padre in Partibus, p. 80: I called on the Assistant-Resident
for my T o e l a t i n g s k a a r t or p e r m i t .
f permis de séjour.
d A u f e n t h a l t s k a r t e , -s c h e i n : Der A u f e n t h a l t s c h e i n giebt der
Regierung in gewissem Grade eine Kontrolle über die in ihrem Bezirk sich
aufhaltenden Fremden (Java in Moll, p. 28).
toeri
e corkwood tree, Sesbania grandiflora.
f sesbanie à grandes fleurs.
d Turibaum, Sesbania grandiflora.
toering
[Z.A.]: zie toedoeng .
toeslag
e additional freight, excess fare.
f majoration, surtaxe, supplément de prix.
d Zuschlag.
F.P.H. Prick van Wely, Viertalig aanvullend hulpwoordenboek voor Groot-Nederland
toeslagbiljet
[spoorwezen]
e supplementary ticket.
f billet supplémentaire.
d Zuschlag(s)billet, Schnellzug-Zuschlag.
toet
[aanspreking]
e deary, duck, ducky.
f (m o n ) c o c o , m o n c h a t , l o u - l o u , c h o u , p e t i t t r o g n o n .
d Schatz.
F.P.H. Prick van Wely, Viertalig aanvullend hulpwoordenboek voor Groot-Nederland
258
toetie:
zie toet .
toetje
e 1. a b i t o f d e s s e r t ; 2. a n e n c o r e .
f 1. u n p l a t d e d e s s e r t ; 2. u n b i s .
d 1. e i n e s ü s z e S p e i s e , e i n Z u t ä t c h e n ; 2. N a c h s t ü c k .
toetoel
e spotted panther.
f panthère tachetée.
d gefleckter Panther.
toetoepan:
zie glazendeksel en boei .
toetoepen
[een zaak]
e t o h u s h u p ,h u d d l e u p ,c u s h i o n ,b u r k e ,s m o t h e r ,s m u g ,c o v e r
u p , h u g g e r - m u g g e r . Vgl.: What right has the Government to h u s h the
thing u p (Edge, Ahana, p. 238). Whenever any of us comes across a thing
which he does not fancy, or cannot or will not understand, he puts it into his
box and b u r k e s it, and no more is heard of it for a twelvemonth (Cunnigham,
Chronicles of Dustypore, p. 160).
f é t o u f f e r : il ne faut pas qu'une imputation pareille ... se fasse jour...
Croyez-moi... é t o u f f e z cela, étouffez cela... et le plus tôt possible (Prévost,
Pierre et Therèse, III, 6).
d vertuschen, underdrücken, tot machen.
toetoepje:
zie Atjehjas .
F.P.H. Prick van Wely, Viertalig aanvullend hulpwoordenboek voor Groot-Nederland
toetsenlooper
e key-board cover.
f dessus de(clavier de) piano.
d T a s t e n s c h o n e r (Mey & Edlich).
toewak
e p a l m - w i n e , p a l m - t r e e t o d d y , t u a k , t u w a k (Sc).
f vin de palme.
d Palmwein.
toewan
e s a h i b (in alle beteekenissen). In de Straits-bladen ook t u a n , bijv. de
Singapore Free Press, 26 Nov. 1903: The constable in charge seems afraid
to interfere with a private carriage, especially driven by the ‘t u a n ’ himself.
f monsieur, seigneur.
d Herr.
toewan besar:
zie groote heer.
toewan tanah:
zie landheer .
toilettafel
e toilet-table, dressing-table.
f toilette.
d Toilette, Putztisch.
toilette duchesse
e duchesse dressing-table.
f toilette duchesse.
F.P.H. Prick van Wely, Viertalig aanvullend hulpwoordenboek voor Groot-Nederland
d Toilette duchesse.
toilette de ville
e lounge-suit.
f toilette, costume of tenue de ville.
d Ausgehanzug, Promenadenanzug.
Tokayer(wijn)
e T o k a y (M.S.).
f [l e ] t o k a y tire son nom du mont Tokay (N.L.I.).
d Tokayer, Tokaier, Tokajer.
toke
e (w a l l ) g e c k o ; Soms t o k e e
F.P.H. Prick van Wely, Viertalig aanvullend hulpwoordenboek voor Groot-Nederland
259
(W.) of t o k a y (t o c k a y ) - zie C.I.
f [l e ] g e c k o , t o k a i (N.L.I.).
d G e c k o , mv. G e c k o n e n , en vaker nog G e c k o s : der javanische G e c k o
wird T o k é genannt, obgleich sein nächtlicher Ruf für mein Ohr auf das
deutlichste ein langgezogenes, mehrfaches ‘Gecko’ war, und nicht das
umgekehrte ‘Toke’ (Haberlandt, Bot. Tropenreise, p. 264). N.B. Het geluid is
Toké!
toko
e s h o p , g e n e r a l s t o r e ( s ) , t o k o (Sc.). Een g e n e r a l s h o p wordt ook
c h o w - c h o w s h o p genoemd in 't Oosten.
f magasin, bazar.
d K r a m l a d e n , L a d e n , T o k o (G., p. 528).
tokohouder
e storekeeper, general store dealer, shop keeper.
f boutiquier.
d Ladenbesitzer.
tokojuffrouw
e shop-girl.
f d e m o i s e l l e d e m a g a s i n (c o m p t o i r ).
d L a d n e r i n , L a d e n m ä d c h e n , -f r ä u l e i n , V e r k ä u f e r i n .
tokovendutie
e auction in a shop.
f vente publique dans un magasin.
d Versteigerung in einem Laden.
tokozaak:
zie toko .
F.P.H. Prick van Wely, Viertalig aanvullend hulpwoordenboek voor Groot-Nederland
tolkantoor
e custom-house.
f (b u r e a u d e l a ) d o u a n e , d i r e c t i o n d e s d o u a n e s .
d Zollamt.
tombak
e tombac.
f tombac.
d [d e r ] T o m b a k .
tondeuse
e hair-clipper(s).
f tondeuse.
d Haarschneide-Maschine.
tongkang
e t o n g k a n g : From the river districts (of Johore) pepper and gambier ... are
exported direct to Singapore by t o n g k a n g s and junks (S'pore & Straits
Directory i.v. Johore).
f t o n c a n g (N.L.I.).
d Tongkang.
tong tong
e k a y u k u t o h , volgens de C.I.: a wooden gong on which the Malay ‘mata
mata’, literally [man with] eyes or watchman beats the hour.
f t o n g t o n g (hierachter een der volgende omschrijvingen). Vgl. Babut, F.
Batel, I, p. 153: Les veilleurs des carrefours venaient de sonner minuit, en
frappant douze coups de bâton sur leurs troncs d'arbres creux. Beter is
Quenedey, Java Birmanie, p. 26: une très longue et étroite cloche en bois
creusé, sonore, avec longue et étroite ouverture. C'est là-dessus que se
frappent les heures et que se donne l'alarme en cas d'incendie, de rixe ou de
crime. N.B. In 't Fransch is t o n t o n g = sorte de tambour nègre (N.L.I.).
F.P.H. Prick van Wely, Viertalig aanvullend hulpwoordenboek voor Groot-Nederland
260
d [d a s ] T o n g t o n g = ein ausgehöhlter Holzblock mit Klöpfel.
topeng
e 1. a c t i n g m a s k ; 2. m a s k e d p l a y , m a s k e d a c t o r ( s ) .
f 1. m a s q u e d e t h é â t r e ; 2. c o m é d i e m a s q u é e , a c t e u r ( s )
masqué(s).
d 1. T h e a t e r m a s k e ; 2. M a s k e n s p i e l , v e r l a r v t e r S c h a u s p i e l e r .
Vgl. Heyse, Fremdwörterb.: d e r T o p e n g , javan. Larve, Maske; ein verlarvter
Schauspieler; ein von solchen aufgeführtes Schau-, Lust- oder Possenspiel.
Hier kan nog bij: während ein unsichtbarer Recitator, der D a l a n g , den Dialog
spricht (Haberlandt, Bot. Tropenreise, p. 265).
topograaf
e topographer.
f topographe.
d Topograph.
topographisch bureau
e topographical office.
f bureau topographique.
d topographisches Bureau.
toptafel
e gaming-table for topho.
f table de jeu pour le topho.
d Topho-Spieltisch.
* toppen
e play topho.
f jouer le jeu de topho.
d Topho spielen.
F.P.H. Prick van Wely, Viertalig aanvullend hulpwoordenboek voor Groot-Nederland
toppi(e)
e t o p e e (H.J.), t i l e , t o p p e r .
f c h a p e a u en l a m p i o n , a r d o i s e in het argot.
d H u t , gemeenzaam D e c k e l , B i b i .
toro
e coachman's smockfrock, baju reaching to the foot.
f sarrau de cocher.
d langer Kutscherkittel.
totalisator
[bij de races]
e totaliser.
f pari mutuel.
d T o t a l i s a t o r , T o t a l i s a t e u r , ein 1872 bei Pferderennen aufgekommenes
Glücksspiel (Heyse, Fremdwörterb.).
toto(k)
e f u l l - b l o o d e d E u r o p e a n , p u r e D u t c h (p e r s o n ), D u t c h m a n p u r
s a n g . Vgl. Addison, Original familiar Correspondence: o f p u r e D u t c h
there are few here. In Z. Amerika G r i n g o .
f Hollandais pur.
d reiner Holländer.
totokker:
zie totok .
totoksch
e p u r e D u t c h (E u r o p e a n ).
f hollandais pur.
d rein holländisch.
F.P.H. Prick van Wely, Viertalig aanvullend hulpwoordenboek voor Groot-Nederland
toucheeren
[traktement]
e to receive, draw.
f toucher.
d erhalten, beziehen.
tournée
[op - gaan]
e t o g o o n c i r c u i t of o n (i n s p e c t i o n ) t o u r .
f aller en tournée.
d auf Tournee gehen.
traceering
e tracing out.
F.P.H. Prick van Wely, Viertalig aanvullend hulpwoordenboek voor Groot-Nederland
261
f [l e ] t r a c é .
d Trassierung, Linienführung.
trachiet
e trachyte.
f trachyte.
d [d e r ] T r a c h y t .
traktement
[met behoud van -]
e on full pay.
f avec traitement, avecsolde de présence, à solde entière.
d mit vollem Gehalt.
traktementsdag
e p a y d a y , t r e a s u r y d a y , schertsend W a t e r l o o d a y .
f jour de paie.
d Z a h l t a g , bij de militairen L ö h n u n g s t a g .
traktementsstaat
e pay-roll.
f é t a t of f e u i l l e d ' é m a r g e m e n t , é t a t d e t r a i t e m e n t (H.D.).
d Besoldungsliste.
traktementsverhooging
e i n c r e a s e (o f s a l a r y ), i n c r e m e n t , r i s e .
f a u g m e n t a t i o n (r é g u l i è r e )d e s a l a i r e ,alsdesideratumr e l è v e m e n t
d u t r a i t e m e n t of d e s s a l a i r e s .
d Gehaltzulage, Alterszulage, Gehaltssteigerung.
F.P.H. Prick van Wely, Viertalig aanvullend hulpwoordenboek voor Groot-Nederland
tramconcessie
e tramway-concession.
f concession de tramway.
d Tramway-Konzession.
tramkaartje
e tramway ticket.
f billet du tramway.
d Straszenbahnbillet.
tramstation
e tramway station.
f station du tramway.
d Straszenbahnstation.
trang
[van een ‘zaak’]
e c l e a r . Niet trang - u n s o u n d .
f c l a i r . Die zaak is niet trang -i l y a d u g n a c .
d a u f g e k l ä r t . Niet trang - e t w a s v e r d ä c h t i g .
transformatorenhuisje
e transforming-station.
f station de transformateurs.
d Transformatorenhäuschen.
translaatkantoor
e translation office, translator's office.
f bureau de traduction.
d Translatier-Amt.
F.P.H. Prick van Wely, Viertalig aanvullend hulpwoordenboek voor Groot-Nederland
transmigratie
e transmigration.
f transmigration.
d Transmigration.
transportkabel
e telpher(way).
f t r a n s p o r t e u r of c a b l e a é r i e n .
d Drahtseilbahn.
transportonderneming
e goods delivery business, transport company.
f maison de transport.
d Transportgesellschaft.
a) trappen
[kabaal, lol, enz.]
e to make, raise, to kick up.
f f a i r e , bijv. f a i r e u n s a b b a t , f a i r e d u b a s t r i n g u e .
F.P.H. Prick van Wely, Viertalig aanvullend hulpwoordenboek voor Groot-Nederland
262
d m a c h e n , s c h l a g e n , bijv. R a n d a l s c h l a g e n .
b) trappen
[uit den dienst enz.]
e b o o t (k i c k ) o n e o u t o f o f f i c e .
f balanstiquer, vider, jeter.
d den Laufpasz geben.
1)
trasi
e t r a s i en t r a s s i : Other favourite delicacies are not so unobjectionable,
especially t r a s i or b l a c h a n g , which are dried shrimps, salted and pounded
into cheeses (H. Scott Boys, Some Notes on Java, p. 26). Wt. zegt: of recent
years it has competed with caviare as a bonne bouche in the boulevard
restaurants of Paris.
f t r a s i = conserve de crevettes pourries.
d T r a s i = Konserve von faulenden Garnelen.
treincontroleur
e chief guard.
f chef-conducteur.
d Zugmeister, Zugführer.
treinziek:
zie wagenziek .
trekken
[aan de telegraaf]
e ring the telegraph.
f f a i r e j o u e r l e t é l é g r a p h e : C'est bien, on va f a i r e j o u e r l e
t é l é g r a p h e (Labiche, Un pied dans le crime, I, p. 7). Ch.-B. heeft op pag.
227: dans le doute il j o u e d u t é l é g r a p h e .
d den Telegraphen spielen lassen.
1)
In Z.A. scheldnaam voor hermaphrodieten.
F.P.H. Prick van Wely, Viertalig aanvullend hulpwoordenboek voor Groot-Nederland
trekker
e b i r d o f p a s s a g e , t r a n s i e n t , m e r e s o j o u r n e r : Nor must we forget
that the Dutch are not mere ‘b i r d s o f p a s s a g e ’ in Java, as is the case
with the English in India (Worsfold, A Visit to Java, p. 208).
f o i s e a u d e p a s s a g e . Dit kan in fig. zin gebruikt worden - vgl. Quenedey,
Java Birmanie, p. 24: le voyageur, o i s e a u d e p a s s a g e ... ne s'en doute
guère.
d n i c h t f e s t A n g e s i e d e l t e r . In het Duitsch is Z u g v o g e l ook in gebruik
‘von unsteten Personen’ zegt Sanders Handwörterb.
trekvee
e draught animals.
f bêtes de trait.
d Zugvieh.
trempé
[door transpiratie]
e wet through, all in a sweat.
f trempé, en nage, en eau.
d durchnäszt, in Schweisz gebadet.
triangulatie
e triangulation, trigonometrical survey.
f triangulation.
d Landestriangulierung.
trieur:
zie sorteermachine .
trima kas(s)i
[ironisch]
F.P.H. Prick van Wely, Viertalig aanvullend hulpwoordenboek voor Groot-Nederland
e n o t h a n k y o u !, y o u r h u m b l e s e r v a n t .
f m e r c i b i e n , z u t !, b i e n o b l i g é , p l u s s o u v e n t !
d Proste Mahlzeit; ja, Prosit! Na, ich danke; sonst danke ich
für Obst!
F.P.H. Prick van Wely, Viertalig aanvullend hulpwoordenboek voor Groot-Nederland
263
tripang
e t r e p a n g , t r i p a n g . Ook s e a - c u c u m b e r en s e a - s l u g (Ch.). Verder
s u a l a , s w a l l o e en s w a l l o w (Wt.). Soms genoemd met den Franschen
naam: vgl. t o g o b ê c h e - d e - m e r - i n g (M.).
f b ê c h e - d e - m e r , c o r n i c h o n d e m e r . Ook t r i p a n g : il montait des
sociétés ... d'exploitation du t r i p a n g (A. Daudet, Port Tarascon, p. 21).
d [d e r ]T r i p a n g ofT r e p a n g ,[d i e ]S e e g u r k e ,e s z b a r e H o l o t h u r i e .
triplicaat
e t r i p l i c a t e , bijv. m a d e o u t i n t r i p l i c a t e .
f [l e ] t r i p l i c a t a = t r o i s i è m e c o p i e (meer in gebruik).
d [d a s ] T r i p l i k a t , d r i t t e A u s f e r t i g u n g , D r i t t e s .
troeboek
e f i s h - r o e = the roe of the i k a n t r u b o h ... It is first thoroughly salted and
then dried (D.D.).
f rogue, frai, boutargue.
d eingelegter Rogen.
troepenpaard
e charger, battle-horse.
f cheval de bataille.
d Truppenpferd.
trommelstokboom
[Ambon]
e Indian laburnum, purging fistula.
f canéficier.
d Röhrenkassie.
tronk:
F.P.H. Prick van Wely, Viertalig aanvullend hulpwoordenboek voor Groot-Nederland
zie boei .
tropenkolder
e Tropenkoller = tropical frenzy.
f f i è v r e d e s T r o p i q u e s : Si le cerveau d'un Belge a été détraqué par la
f i è v r e d e s T r o p i q u e s , cela prouve qu'il est urgent d'expulser les Belges
de l'Afrique (Le Matin, 16 août 1906).
d T r o p e n k o l l e r : Wer sich nicht mit aller Energie noch selbst unter das
wohltätige Joch unserer Kultur zurückzwingt, der verfällt unwiederbringlich in
jenen krankhaften Seelenzustand, den man bei den römischen Kaisern
‘Cäsarenwahnsinn’ nennt und für den man in den Kolonien den Ausdruck
T r o p e n k o l l e r erfunden hat (H. Wenden, Tropenkoller, p. 139).
troupier
e campaigner, trooper.
f troupier, homme de troupe.
d versuchter Soldat.
trouwakte
e marriage certificate.
f certificat de mariage.
d Heiratsschein.
* trouweratie
e wedding.
f noce.
d Hochzeit, Trauung.
tuberoos
[N]: zie sedep malam .
tuchtigingsexpeditie
e punishing expedition.
F.P.H. Prick van Wely, Viertalig aanvullend hulpwoordenboek voor Groot-Nederland
f expédition punitive.
d Züchtigungsspedition.
tuffen
e mote, teuf-teuf.
f chauffer, faire de l'auto, aller en auto.
d töffen, auteln.
F.P.H. Prick van Wely, Viertalig aanvullend hulpwoordenboek voor Groot-Nederland
264
tuflaag
e tufa layer.
f couche de tuf.
d [d i e ] T u f f s c h i c h t .
tuftuf
e t e u f t e u f (H. Mathers, Cinders, p. 110).
f t e u f - t e u f (N.L.I.).
d A u t , T u f f (spr. töff). Onder A u t o m o b i l , schertsend ook A u t o m o p p e l ,
geeft Heyse in zijn Fremdwörterbuch: ein selbst-fahrender Wagen... auch das
A u t oder T u f f genannt. Tegenwoordig ook T ö f f - T ö f f : Mein Gaul heiszt
T ö f f - T ö f f und er lebt von Benzin (Rideamus, Der Ritter vom riechenden
Rosz). Ook vindt men S e l b s t e r .
tuimelaar
[zeemanstaal]
e porpoise.
f marsouin, porc-marin.
d Tümmler.
† tuin
e c o u n t r y s e a t . In Eng.-Indië nog altijd g a r d e n s of g a r d e n - h o u s e .
H.J. citeert uit 1810: Rural retreats called g a r d e n - h o u s e s en uit 1873: to
let, or for sale, Serle's g a r d e n s at Adyar.
f (m a i s o n d e ) c a m p a g n e .
d Landhaus.
tuinameublement
e set of garden furniture.
f garniture de jardin.
d Gartengarnitur.
F.P.H. Prick van Wely, Viertalig aanvullend hulpwoordenboek voor Groot-Nederland
tuinbouwcursus
[te Buitenzorg]
e horticultural course.
f cours d'horticulture.
d Gartenbaukursus.
tuinhoed:
zie plantershoed .
tuinjongen:
zie kebon .
tuinopziener
e field overseer.
f surveillant de plantation.
d Plantagenaufseher, Feldaufseher.
tuinwerk
e p l a n t a t i o n l a b o u r (w o r k ).
f travail dans les plantations.
d Plantagenarbeit.
Turksche weit
[W.-Indië]: zie karoe .
tusschen
[er van - gaan]: zie em smeren .
tusschenbestuur
F.P.H. Prick van Wely, Viertalig aanvullend hulpwoordenboek voor Groot-Nederland
e i n t e r v a l (o f B r i t i s h r u l e ).
f i n t e r r e g n e (b r i t a n n i q u e ).
d (e n g l i s c h e ) Z w i s c h e n h e r r s c h a f t , Z w i s c h e n r e g i e r u n g : Die
englische Z w i s c h e n r e g i e r u n g hatte manche freiheitliche Besserung auf
Java angestrebt (Bokemeyer, Die Molukken, p. 285).
tusschendans
e extra-dance, extra.
f danse intercalée.
d Extra-Tanz.
tusschendekspassagier
e steerage passenger, 'tween deck passenger.
f passager d'entrepont.
d Z w i s c h e n d e c k p a s s a g i e r , Z w i s c h e n d e c k e r (Mr.).
tweepersoons
e f o r t w o , ook d o u b l e (b e d - s t e a d ); van hutten: t w o b e d -
F.P.H. Prick van Wely, Viertalig aanvullend hulpwoordenboek voor Groot-Nederland
265
d e d c a b i n of t w o b e r t h c a b i n (T.).
f à deux; à deux couchettes.
d zweischläferig, zweispännig; zweibettiges Zimmer =
tweepersoonshut, ook D o p p e l k a b i n e genoemd.
tusschenvorm
e intermediate form.
f forme intermédiaire.
d Zwischenform.
twijfelaar
[bed]
e a between.
f lit de grandeur moyenne.
d Zwischennummer.
typen:
zie tikken b).
U.
uit en thuis
e out and home, out and in.
f aller et retour.
d hin und zurück.
uitfuiven
[iemand]
e g i v e o n e a (h e a r t y ) s e n d - o f f .
f donner un festin au départ de qqn.
d wegessen, wegtrinken, wegfezen.
F.P.H. Prick van Wely, Viertalig aanvullend hulpwoordenboek voor Groot-Nederland
uitgaaf
[in - stellen]
e pass for payment.
f ordonnancer.
d ordonnanzieren.
uitgeven
[de goedang]
e d o t h e g o d o w n : the sole domestic duty of the diligent Anglo-Indian
housewife is t o d o h e r g o d o w n every morning (Compton, Indian Life, p.
158). Ook g i v e o u t s u p p l i e s .
f d é l i v r e r l e s p r o v i s i o n s (Ch. B.).
d die Provisionen verabreichen.
uithouden
['t zal mijn tijd wel -]
e it well last my time.
f cela durera bien autant que moi.
d es wird meine Zeit wohl aushalten.
uitkaaien
[iemander -]
e to fire out, turn out, chuck out.
f expulser, mettre à la porte, donner du balai à qqn.
d hinausschmeiszen, an die Luft setzen.
uitkaaier
e c h u c k e r o u t , e j e c t i n g - s t e w a r d . In Amerika b o u n c e r , s m a s h e r
out.
f e x p u l s e u r (Willy, Maugis amoureux).
d Rauswerfer, Schlagetot, Türsteher.
uitkeeringsfonds
F.P.H. Prick van Wely, Viertalig aanvullend hulpwoordenboek voor Groot-Nederland
e share-out fund.
f caisse de subvention.
d Unterstützungskasse.
uitkijk
e look-out(station), signalstation.
f poste d'observation.
d [d i e ] S i g n a l s t a t i o n .
a) uitkomen
e t o c o m e o u t (t o I n d i a ): Daendels c a m e o u t a s G.G. of the Dutch
East-Indies in 1808 (Money, Java, I, p. 160). Scott knew ... that Miss M. had
c o m e o u t t o I n d i a four
F.P.H. Prick van Wely, Viertalig aanvullend hulpwoordenboek voor Groot-Nederland
266
years before (Kipling, The Day's Work, p. 171).
f venir d'Europe.
d aus Europa kommen.
b) uitkomen
[in heerendienst]
e to come forward.
f se présenter.
d sich stellen.
uitkrijgen
e t o g e t (r e c e i v e ) f r o m E u r o p e .
f recevoir d'Europe.
d aus Europa bekommen.
uitloopen
[scheepsterm]
e forerun.
f devancer, distancer.
d distanzieren.
uitpiekeren
e excogitate.
f méditer, ruminer.
d ausklügeln.
uitreis
e v o y a g e o u t , o u t g o i n g of o u t w a r d v o y a g e .
f voyage d'aller.
d Ausreise.
F.P.H. Prick van Wely, Viertalig aanvullend hulpwoordenboek voor Groot-Nederland
uitrusting
[Indische]
e t r o p i c a l of c o l o n i a l o u t f i t .
f équipement tropical.
d Tropen-Ausrüstung.
uitslapen
e h a v e a E u r o p e m o r n i n g (E.-I.).
f faire la grasse matinée.
d ausschlafen.
uitsmijter:
zie uitkaaier .
uitstoelen
e to rise in stalks, to shoot stalks.
f développer un bon pied, taller.
d s i c h b e s t a u d e n , s i c h b e s t ö c k e n (M.S.) - vgl. Krüger, Das Zuckerrohr,
p. 275: Bemerkt sei noch, dass das Wort B e s t o c k u n g (holl. uitstoeling)
sehr häufig auch falsch angewandt wird, indem man wohl auch darunter das
reichliche oder weniger zahlreiche Aufkommen primärer Stengel, also der
direkten Abkömmlinge des Stecklings, versteht und in diesem Sinne von einer
guten oder slechten B e s t o c k u n g des Zuckerrohrs spricht.
uittrekken
[een som gelds]
e assign.
f a f f e c t e r à.
d aussetzen, auswerfen.
uitvoerpremie
e bounty on exportation.
f prime d'exportation, bonification.
d Ausfuhrprämie.
F.P.H. Prick van Wely, Viertalig aanvullend hulpwoordenboek voor Groot-Nederland
uitvoerprodukt
e e x p o r t - p r o d u c t , meerv. ook e x p o r t s .
f produit d'exportation.
d Ausfuhrprodukt.
uitzenden
e t o s e n d (o u t ) t o I n d i a .
f e n v o y e r (e x p é d i e r ) a u x I n d e s .
d n a c h I n d i e n s e n d e n (s c h i c k e n ), van ambtenaren e n t s e n d e n .
uitzetten
[iemand er -]: zie dijk .
ukkepuk
e chit, hob o'my thumb, tot, little nipper, bubby.
F.P.H. Prick van Wely, Viertalig aanvullend hulpwoordenboek voor Groot-Nederland
267
f crapaud, crapoussin, marinot.
d Knirps, Krabbe, Dreikäsehoch.
1)
unit
e unit.
f unité.
d Unit.
urinaal
e urinal.
f urinal, pissotière.
d Uringlas.
Ursulinenschool
e Ursuline school.
f école des Ursulines.
d Ursulinenschule.
usance
e custom.
f l'usage, les usages, les us.
d [d i e ] U s a n c e , [d e r ] U s u s .
V.
vaarbeurt
e sailing-date.
f partance.
d Abfahrt.
1)
Hiermee wordt bedoeld de prijs van 1 percent kinine op ½ KG. bast. Bevat bv. ½ KG. bast,
die 30 cts. kost, 5 percent kinine, dan komt de unit op 6 ct.
F.P.H. Prick van Wely, Viertalig aanvullend hulpwoordenboek voor Groot-Nederland
vaart
[in de - brengen]
e put on the service.
f m e t t r e e n l i g n e (u n n a v i r e ).
d in die Fahrt einstellen.
vacantiekolonie
e holiday colony, holiday camp.
f c o l o n i e d e v a c a n c e s (N.L.I.).
d F e r i e n k o l o n i e , in Europa ook S o m m e r p f l e g e .
vaccinateur
e vaccinator.
f vaccinateur.
d Impf-Arzt, Impfer.
vaccine district
e vaccination district.
f cercle de vaccine.
d [d e r ] I m p f b e z i r k .
vacuumpan
e v a c u u m p a n (Cycl. Britt.).
f a p p a r e i l à c u i r e d a n s l e v i d e (N.L.I.).
d V a k u u m (v e r d a m p f ) a p p a r a t .
vakvereeniging
e trade(s)-union.
f s y n d i c a t p r o f e s s i o n n e l . Er is een l o i s u r l e s s y n d i c a t s
professionnels.
F.P.H. Prick van Wely, Viertalig aanvullend hulpwoordenboek voor Groot-Nederland
d Gewerkschaftsvereinigung, Gewerkverein.
valk
[paard]
e falcon coloured horse.
f (c h e v a l ) a u b è r e .
d Falke.
vampirisme
e vampirism.
f vampirisme.
d [d e r ] V a m p i r i s m u s .
vanille
e vanilla.
f [l a ] v a n i l l e . Vgl. Navarre, Man. d'Hygienè col., p. 262: A Java... on cultive
une vanille bâtarde qui donne des gousses plus courtes, plus épaisses et moins
parfumées qu'on appelle dans le commerce vanillon.
d Vanille.
F.P.H. Prick van Wely, Viertalig aanvullend hulpwoordenboek voor Groot-Nederland
268
vanillebereiding
e preparation of vanilla.
f préparation de la vanille.
d Bereitung der Vanille.
vanille-ijs
e vanilla ice cream.
f glace à la vanille.
d V a n i l l e - E i s , schertsend F a m i l i e n - E i s .
vaporisateur
e spray.
f vaporisateur.
d Zerstäuber, Zerstäubungs-apparat.
varken
[wild -]
e wild boar, wild hog.
f porc sauvage,
d W i l d s c h w e i n , ook B u s c h s c h w e i n .
varkenshert
[N]: zie babi roesa .
varkenspruim
[N]: zie kedongdong .
varkenstaart
F.P.H. Prick van Wely, Viertalig aanvullend hulpwoordenboek voor Groot-Nederland
[Z.A.]: zie staart .
vastigheden
e immovables.
f immeubles.
d Immobilien.
vatbier
e beer on draught.
f bière en fût.
d Faszbier.
vechtjas
[slang]
e officer.
f officier.
d Offizier.
veeartsenijkundig
e veterinary.
f vétérinaire.
d tierärztlich.
veekraal:
zie koeienkraal .
veem
[Indisch enz.]
e bonded warehousing company, bonded warehouse.
f association de transport, de manipulation et
d'emmagasinage.
d Lagerhausgesellschaft, Privatzollniederlage.
F.P.H. Prick van Wely, Viertalig aanvullend hulpwoordenboek voor Groot-Nederland
veertiendaagsch
e fortnightly.
f bimensuel.
d vierzehntägig.
veevoederkoeken
e f e e d i n g - c a k e s (advertentie British Trade Journal).
f tourteaux de fourrage.
d V i e h f u t t e r k u c h e n , in Europa O e l - K u c h e n .
veiligheidsspeld
e safety pin, shield pin, baby-pin, clasp-pin.
f épingle de sûreté, épingle anglaise, épingle de nourrice.
d Sicherheitsnadel, Kapselnadel.
veld
[de -]
e field-artillery.
f artinerie de campagne.
d Feldartillerie.
veld
[te - staand]
e standing.
f sur pied.
d auf dem Felde stehend.
velddienst
e field service.
F.P.H. Prick van Wely, Viertalig aanvullend hulpwoordenboek voor Groot-Nederland
269
f service de campagne.
d F e l d d i e n s t (M.S.).
veldeskadron
e field-squadron.
f escadron de campagne.
d Feldgeschwader.
veldkleeding
e field-dress, camp-dress.
f tenue de campagne.
d Feldmontur, Lageranzug.
veldtroepen
e f i e l d - t r o o p s (M.).
f troupes en campagne.
d F e l d s o l d a t e n (M.S.).
vendu:
zie vendutie .
venduaccept
e acceptance for the proceeds of an auction.
f acceptation pour le revenu d'une vente.
d Akzept auf den Betrag des Erlöses einer Auktion.
venduafslager
e crier, hammer-man.
f c r i e u r ( d ' e n c a n ) , gemeenzaam a b o y e u r (S.V.).
F.P.H. Prick van Wely, Viertalig aanvullend hulpwoordenboek voor Groot-Nederland
d Ausrufer, Auktionsausrufer, Versteigerer.
vendubeer
e auction-debt.
f d e t t e d e (l a ) v e n t e p u b l i q u e .
d Auktionsschuld.
vendudepartement
e auction department.
f département des ventes publiques.
d Auktionsdepartement.
venduhouder
[geen ambtenaar]
e auctioneer.
f commissaire-priseur.
d Versteigerer, Auktionator.
vendukantoor
e auction office.
f bureau des ventes publiques.
d Auktionsamt.
vendulokaal
e s a l e r o o m ( s ) . Ook in Amerika nog v e n d u e - r o o m ( s ) - zie 't volgend
woord.
f salle des ventes, hôtel des ventes.
d A u k t i o n s l o k a l , -h a l l e .
vendumeester
[ambtenaar]
F.P.H. Prick van Wely, Viertalig aanvullend hulpwoordenboek voor Groot-Nederland
e a u c t i o n - m a s t e r . In Amerika nog v e n d u e - m a s t e r (M.S.), maar j.v.
v e n d u e - m a s t e r zegt H.J.: we know this word only from the notifications
which we quote. Daarvan is de volgende er een uit 1793: The Governor General
is pleased to notify that Mr. Williamson as the Company's V e n d u M a s t e r
is to have the super-intendence and management of all sales at the Presidency.
A. Matthews geeft in An English Miscellany v e n d u e m a s t e r uit de South
Carolina Statutes van 1710. Verder uit 1790: Voted, to appoint a person as
V e n d u e - M a s t e r to vendue the materials. Andere samenstellingen waren
v e n d u e g o o d s (1730), v e n d u e s t o r e (1775), v e n d u e b u s i n e s s
(id.), v e n d u e r o o m (id.), v e n d u e l a w s (1783).
f maître des ventes publiques.
d Auktionsvorsteher.
F.P.H. Prick van Wely, Viertalig aanvullend hulpwoordenboek voor Groot-Nederland
270
vendurekening
e auction-bill.
f n o t e d e (l a ) v e n t e p u b l i q u e .
d Auktionsrechnung.
vendusalaris
e auction charges.
f f r a i s d e v e n t e (p u b l i q u e ).
d Auktionsspesen.
venduschrijver
e auction clerk.
f commis-copiste de vente.
d Auktionsschreiber.
venduschuld:
zie vendubeer .
vendutie
e a u c t i o n , a u c t i o n s a l e , p u b l i c s a l e . Soms in Eng.-Indië o u t c r y of
l e e l a m = mal. l e l a n g . In 1709 vindt men in Amerika: an act to Regulate
the Sale of Goods by Publick outcry, Auction or V e n d u e in the city of
New-York (Matthews, An English Miscellany, p. 315). Matthews laatste
bewijsplaats is uit 1786, zijn eerste uit 1678. Hij besluit als volgt: At present,
while still in use in country districts, the word no longer enjoys the vogue that
it formerly did. Hoe het in Amerika gekomen is, is niet met zekerheid te zeggen,
volgens hem. Op vendutie doen (zetten, gooien, smijten) - t o b r i n g t o
(u n d e r ) t h e h a m m e r , t o p u t u p t o a u c t i o n , t o a u c t i o n , vroeger
in Amerika t o s e l l a t v e n d u e , t o v e n d u e .
f v e n t e p u b l i q u e , e n c h è r e . Op vendutie doen, enz. - m e t t r e a u x
enchères.
d A u k t i o n , V e r s t e i g e r u n g , V e r g a n t u n g . Op vendutie doen, enz. - z u r
Auktion bringen, verauktionieren, unter den Hammer
bringen.
F.P.H. Prick van Wely, Viertalig aanvullend hulpwoordenboek voor Groot-Nederland
a) vent
[aanspreking]
e 1. h u b , h u b b y ; 2. b u b ( b y ) , m y m a n , l i t t l e m a n .
f 1. m o n h o m m e ; 2. m o n a m i , f i l s , f i s t o n , f i s t o t .
d 1. M ä n n c h e n ; 2. K e r l c h e n , S o h n e m a n n .
b) vent
[gemeenzaam]
e husband.
f mari.
d Gatte, Mann.
verbanningsbesluit
e d e c r e e (s e n t e n c e ) o f e x p u l s i o n .
f arrêté d'expulsion.
d [d e r ] A u s w e i s u n g s e r l a s z .
verbinden
[bij de telephoon]
e c o n n e c t (u p ) w i t h , h i t c h o n t o , p u t o n t o , p u t t h r o u g h t o
[S o u r a b a y a ].
f donner la communication.
d v e r b i n d e n . Gewoonlijk zegt men: B i t t e , A n s c h l u s z N r ..., maar ook
bijv. f a l s c h v e r b u n d e n !
verbindingsweg
e connecting road.
f voie de communication.
d Verbindungsweg.
verblijfpas
e permit to reside in the Dutch Indies.
f p e r m i s d e r é s i d e n c e (Tissandier, Cambodge-Java, p. 98).
F.P.H. Prick van Wely, Viertalig aanvullend hulpwoordenboek voor Groot-Nederland
d Aufenthaltskarte.
verbodsbepalingen
e prohibitive regulations.
f règlement prohibitif.
d Prohibitivverordnungen.
F.P.H. Prick van Wely, Viertalig aanvullend hulpwoordenboek voor Groot-Nederland
271
verdedigingsstelsel
e defence system.
f système de défense.
d Verteidigungssystem.
verdraghaven
[China]
e treaty port.
f p o r t o u v e r t (p a r t r a i t é ).
d T r a k t a t h a f e n (Br.).
vereenigingsjaar
e year of association.
f année sociétaire.
d Vereinsjahr, Genossen-schaftsjahr.
vereenigingslokaal
e meeting-room(s).
f salle de réunion.
d Versammlungsraum.
vereuropeeschen
e to europeanize.
f e u r o p é a n i s e r (N.L.I.). Soms s ' o c c i d e n t a l i s e r (Le Monde Moderne,
Aug. 1906, p. 431).
d europäisieren.
vergeet mij niet
[Indische]
e Cynoglossum Javanicum.
F.P.H. Prick van Wely, Viertalig aanvullend hulpwoordenboek voor Groot-Nederland
f Cynoglossum Javanicum.
d Cynoglossum Javanicum.
vergunning
[voor mijn bouwkundige opsporingen]
e prospecting-license.
f p e r m i s d e r e c h e r c h e s (m i n i è r e s ).
d E r l a u b n i s z u m S c h ü r f e n , S c h ü r f e r l a u b n i s - zie Régime Minier
aux Col., VI, p. 26. Ook S c h ü r f s c h e i n , S c h u r f z e t t e l .
verhardingsmateriaal
e road-metal, macadam.
f cailloutis, macadam.
d Steinschlag, Beschotterung.
verhoogd
[- e temperatuur]
e heightened temperature.
f hyperthermie, pyrexie.
d erhöhte Temperatur.
a) verhooging:
zie traktements-verhooging .
b) verhooging
e rise in temperature.
f hausse de température.
d Temperatursteigerung.
verhuur
[subst.]
e l e t t i n g (o u t ).
F.P.H. Prick van Wely, Viertalig aanvullend hulpwoordenboek voor Groot-Nederland
f louage, location.
d [d a s ] V e r m i e t e n , [d i e ] V e r m i e t u n g .
verhuurkantoor
e registry-office.
f bureau de placement.
d Vermietungsbureau.
verificateur
e verifier, auditor.
f vérificateur.
d Revisor, Untersucher, Beglaubiger.
verindischen
e t o i n d i a n i z e ; t o b e c o m e i n d i a n i z e d of c o l o n i a l i z e d , b e c o m e
a d d i c t e d t o O r i e n t a l u s a g e s in Macaulayaansch Eng. Vgl. M.:
i n d i a n i z e = to make Indian in character, habits or appearance. Uit Sewall's
Diary citeert hij: more than one hundred of the whites have been ‘I n d i a n i z e d ’
to each single Indian who has been civilized.
F.P.H. Prick van Wely, Viertalig aanvullend hulpwoordenboek voor Groot-Nederland
272
f s u b i r l ' i n f l u e n c e d e s I n d e s , s ' i n d i a n i s e r . In 't Album-Kern, p. 5,
vindt men reeds het woord i n d i a n i s m e .
d i n d i s i e r e n = i n d i s c h w e r d e n . Vgl. Metzger, Viersig Jahre, p. 15: Sie
bleiben ... länger Neulinge, w e r d e n nicht so leicht ‘i n d i s c h .’
verinlandschen
e to adopt the ways of the natives.
f se façonner à la vie des indigènes.
d d i e i n l ä n d i s c h e L e b e w e i s e a n n e h m e n . Bewunderer beschrijft in
Indien in Moll, p. 108 dit niet geheel juist als volgt: Die letzteren [seelischen
Depressionen] sind es gerade, welche manchen Vertreter anderer Völker
veranlassen, wie man es in Holländisch-Indien nennt, zu ‘verindlandschen’,
indem sie zu viel scharfe Gewürze und Alkohol zu sich nehmen; oder auch,
die grosze Stufe zwischen Weiszen und Inländern vergessend und die
natürlichen Gegensätze zwischen Angehörigen verschiedener Rassen
überwindend, sich mit einer Eingeboreren verheiraten, um durch ein wenn auch
nicht vollwertiges Familienleben eine gewisse Ablenkung zu erfahren.
verkeerswezen
e traffic and communications, locomotion.
f (l e s ) c o m m u n i c a t i o n s e t m o y e n s d e t r a n s p o r t .
d Verkehrswesen.
verkikkerd
e spoon(e)y on, gone on, mashed on, sugar on.
f épris de, toqué de, emballé sur, pincé, timbré, ayant un
b é g u i n p o u r . Ook e n a v o i r d a n s l ' a i l e .
d v e r s c h o s s e n , v e r k n a l l t , v e r s c h a ( r ) m e r i e r t i n (met 4en naamv.).
Ook g a n z w e g v o n ... s e i n .
verlakkerij
[schooltaal]
e gummation, a sell, a bam.
f gabegie.
d Lackmeierei.
F.P.H. Prick van Wely, Viertalig aanvullend hulpwoordenboek voor Groot-Nederland
verlenging
[van verlof]
e e x t e n s i o n (o f l e a v e ). Vgl. ook: h e h a s h a d h i s l e a v e e x t e n d e d .
f prolongation de congé.
d Urlaubsverlängerung.
verlof
[met -]
e o n l e a v e (o f a b s e n c e ); o n f u r l o u g h (vooral milit). Men zegt: t o
t a k e f u r l o u g h = verlof nemen. Vgl. Cunningham, Chronicles of Dustypore,,
p. 6: Officers... used t o t a k e f u r l o u g h , and go home. Met verlof gaan is
to go on leave, proceed (up)on leave.
f (ê t r e ) e n c o n g é . Vgl. r e n t r e r e n of d e c o n g é en ook: c o n g é à
t i t r e d ' a n c i e n n e t é d e s e r v i c e s = verlof wegens langdurigen dienst.
d auf Urlaub, beurlaubt.
verlofganger
e m a n (p e r s o n ) o n l e a v e .
f fonctionnaire en congé.
d Beurlaubter, Urlauber.
verlofsaanvrage
e application for leave.
f demande de congé.
d Urlaubsgesuch.
F.P.H. Prick van Wely, Viertalig aanvullend hulpwoordenboek voor Groot-Nederland
273
verlofstraktement
e f u r l o u g h p a y (a l l o w a n c e ), a b s e n t e e a l l o w a n c e .
f s o l d e of t r a i t e m e n t d e c o n g é .
d [d e r ] U r l a u b s g e h a l t .
verloftijd
e (t i m e o f o n e ' s ) l e a v e .
f (t e m p s d e ) c o n g é .
d Urlaub(szeit).
verlovingskaart
e fiancés-card.
f faire-part de fiançailles.
d Verlobungskarte.
vermalen [v. suikerriet]
e crush.
f broyer.
d auspressen.
vermeld
[eervol -]
e mentioned in despatches.
f c i t é (m i s ) à l ' o r d r e d u j o u r .
d durch Parolebefehl belobigt.
vermouth
e vermuth, vermouth.
f vermout(h).
d Wermut(schnaps).
F.P.H. Prick van Wely, Viertalig aanvullend hulpwoordenboek voor Groot-Nederland
verpatsen
e s w o p o f f , s w a p o f f = sell (F. & H.).
f bazarder, claquer.
d verklopfen, verkeilen, verkitschen, vermöbeln.
verplegingsgesticht:
zie verzorgingsgesticht .
verponding
e r e a l e s t a t e t a x . Vgl. Worsfold, A Visit to Java, p. 163: this [the
v e r p o n d i n g ] is a tax of three-fourths per cent, on the capital value of house
property and industrial plant.
f contribution foncière.
d Grund-und Gebäudesteuer, Immobiliensteuer.
verpondingsaanslag
e cadastral assessment.
f cote cadastrale.
d Grundsteurquote.
verpondingsbelasting:
zie verponding .
verpondingscommissie
e real estate tax board.
f comité de la contribution foncière.
d Immobiliensteuer-Ausschusz.
verpondingsnummer
F.P.H. Prick van Wely, Viertalig aanvullend hulpwoordenboek voor Groot-Nederland
e cadastral number.
f numéro cadastral.
d Katasternummer, Nummer der Grundsteuerrolle,
Plannummer.
verpondingswaarde
e cadastral value.
f valeur cadastrale.
d [d e r ] K a t a s t e r - W e r t .
verrekenpakket
e c a s h o n d e l i v e r y p a r c e l = C.O.D. p a r c e l (vgl. Hazell's 1905 Annual,
p. 554 i.v. C.O.D. s y s t e m ), V a l u e P a y a b l e P o s t p a r c e l = V.P.P.
p a r c e l : There is a system in India called the V a l u e P a y a b l e P o s t , or
briefly V.P.P., by which the value of the parcel delivered is at time of delivery
recovered from the purchaser, who must
F.P.H. Prick van Wely, Viertalig aanvullend hulpwoordenboek voor Groot-Nederland
274
pay before he gets his goods (H. Compton, Indian Life, p. 141).
f coli(s) grevé de remboursement.
d Nachnahme-Paket.
verscheping
e shipment.
f mise à bord.
d Verschiffung.
verslagjaar
e y e a r r e p o r t e d a b o u t of u n d e r r e p o r t .
f année du rapport.
d Berichtsjahr.
verslagmaand
e m o n t h r e p o r t e d a b o u t of u n d e r r e p o r t .
f mois du rapport.
d Berichtsmonat.
† verstekeling
e stowaway.
f passager de contrebande.
d blinder Passagier.
vervanging
[ter - van]
e vice, in the place of, in succession to.
f en remplacement de.
d an Stelle von.
F.P.H. Prick van Wely, Viertalig aanvullend hulpwoordenboek voor Groot-Nederland
verzendingskosten
e c o s t (c h a r g e s ) o f t r a n s m i s s i o n .
f frais d'expédition.
d Versendungsgebühren, Beförderungskosten.
verzoek
[op - ontslagen]
e a t (h i s ) o w n r e q u e s t .
f à sa propre demande, sur sa demande.
d auf eigenes Ansuchen.
verzorgingsgesticht
e pauper asylum.
f asile, maison de refuge.
d V e r s o r g u n g s a n s t a l t (S.V.), -o r t .
vesjes
[soldatenslang]: zie vestingartillerie .
vestingartillerie
e siege artillery, garrison-artillery.
f a r t i l l e r i e d e p l a c e of s i é g e .
d Festungsartillerie.
† vetleer
e skipper.
f capitaine de voilier.
d Segelschiffskapitän.
vette aarde
F.P.H. Prick van Wely, Viertalig aanvullend hulpwoordenboek voor Groot-Nederland
e made earth, black earth.
f terreau.
d Dammerde, Düngererde.
vezelfabriek
e fibre manufactory.
f fabrique de filaments.
d Faserfabrik.
vezelplant
e fibre-plant, fibrous plant.
f plante textile.
d Faserpflanze, Gespinstpflanze.
vieruursbloem
[N]: zie poekoel ampat .
vieruurtjes
[Z.A.]: zie poekoel ampat .
vindplaats
e finding-place.
f gîte.
d [d e r ] F i n d e o r t , F u n d o r t .
F.P.H. Prick van Wely, Viertalig aanvullend hulpwoordenboek voor Groot-Nederland
275
vice-consul
e vice-consul.
f vice-consul.
d Vizekonsul.
vice-president
e vice-president.
f vice-président.
d Vizepräsident.
vierkante Jan:
zie ☐ pot .
vierkantje
[Z.A.]: zie ☐ pot .
vijgenkoffie
[N surrogaat]
e fig coffee.
f café de figues.
d Feigenkaffee.
vingerglas
e f i n g e r - g l a s s , f i n g e r b a s i n , f i n g e r b o w l : Amarinth got up, dropping
his cigarette end into his f i n g e r - b o w l (Hichens, The Green Carnation, p.
86).
f lave-mains, bol d'eau, rince-doigts.
d F i n g e r b o w l e , F i n g e r g l a s (G., p. 333).
F.P.H. Prick van Wely, Viertalig aanvullend hulpwoordenboek voor Groot-Nederland
vingerkom:
zie vingerglas .
vischjes
[roode -]
e M a l a c c a f i s h , often known as ‘Macassarfish’: a small fish from 2 to 6 inches
in length, which, having been cleaned and deprived of its head, is salted in
quantities and placed under pressure in flat earthenware vessels. After two or
three days, they are washed and saturated with toddy vinegar; ginger,
peppercorns, brandy and ‘red rice’ being added (D.D.). Ook r e d f i s h (D.D.).
f p e t i t s p o i s s o n s d e M a c a s s a r (Quenedey, Java Birmanie, p. 21).
d rote Fischchen von Makassar.
visschersprauw
e fishing-prahu.
f pirogue de pêcheur.
d Fischerproa.
† vlaade-appel:
zie boewa nona .
vlagvertoon
e showing the country's flag.
f montrer le pavillon.
d Flaggendemonstration, das Zeigen der Flagge.
vlechtwerk
e basket work.
f vannerie, sparterie.
d Flechtwerk.
vlektyphus
F.P.H. Prick van Wely, Viertalig aanvullend hulpwoordenboek voor Groot-Nederland
e petechial fever, spotted typhoid.
f fièvre typhoide pétéchiale, fièvre pourprée.
d Flecktyphus, Fleckfieber.
vlerk
e cad, churl, clod-hopper.
f pignouf, muffle = mufe, maroufle.
d Knote, Knollfinke, Fläz, Flaps.
vlerkprauw
e flying proa, outrigger proa.
f pirogue bout-dehors.
d Auslegerboot.
vliegende visch
e flying fish.
f poisson volant, exocet.
d fliegender Fisch.
F.P.H. Prick van Wely, Viertalig aanvullend hulpwoordenboek voor Groot-Nederland
276
vliegende vos
e flying lemur.
f [l e ] g a l é o p i t h è q u e .
d fliegender Lemur.
vliegenwaaier
[voor paarden]
e fly-flapper, whisk, chowry.
f chasse-mouches.
d [d e r ] F l i e g e n w e d e l .
vliegerwedstrijd
e kite-flying competition.
f concours de cerfs-volants.
d Papierdrachenwettkampf.
vloedbosch
e tidal forest.
f forêt de marée.
d F l u t w a l d u n g (Sievers, Asien).
voedingsgewas
e fodder plants, food crop(s).
f p l a n t e s a l i m e n t a i r e s (f o u r - r a g è r e s ), p l a n t e s v i v r i è r e s .
d Futtergewächs.
voelen
[zich]
e t o f e e l o n e ' s o a t s ,s u f f e r f r o m s w e l l e d h e a d ,f a n c y o n e s e l f .
f se sentir.
F.P.H. Prick van Wely, Viertalig aanvullend hulpwoordenboek voor Groot-Nederland
d sich fühlen.
voertaal
e v e h i c l e , m e d i u m o f i n s t r u c t i o n : Arabic is to be the m e d i u m o f
i n s t r u c t i o n in all Egyptian Government Schools (T.).
f v é h i c u l e d e l ' e n s e i g n e m e n t , l a n g u e v é h i c u l a i r e (Bulletin no.
116, p. 150 der A.F.).
d Unterrichtssprache.
voetbal
e foot-ball.
f ballon de football.
d Fuszball.
voetbalclub
e football club.
f club de football(eurs).
d Fuszballklub.
voetring
e a n k l e - r i n g , a n k l e t , b a n g l e (M.S.).
f a n n e a u d e p i e d (Album-Kern, p. 165). Ook m a n i l l e .
d F u s z r i n g , B e i n r i n g , F u s z - b a n d : Auch belädt man die Kinder gern mit
Glasperlen, Arm-und F u s z b ä n d e r n (Moszkowski, Auf neuen Wegen durch
Sumatra, p. 167).
vogelnestgrotten
e edible birds' nest caves.
f grottes de salanganes.
d Vogelnestklippen.
vogelnestjes
F.P.H. Prick van Wely, Viertalig aanvullend hulpwoordenboek voor Groot-Nederland
[eetbare]
e e d i b l e (b i r d s ') n e s t s : Milburn says edible nests are found in caves on
the sea-coast of Sumatra, Java and many of the Eastern islands. The cleanest
and best are almost as white as writing-paper and as transparent as is in glass
(Wt.).
f n i d s d ' o i s e a u x , n i d s d ' h i r o n d e l l e s . Vgl. Madrolle, Indo-Chine, p.
120: les Chinois sont ici l'élément dominant, ils vendent de tout, des légumes,
des n i d s d ' h i r o n d e l l e s , etc.
d e s z b a r e V o g e l n e s t e r of S c h w a l b e n n e s t e r .
vogelnestklippen:
zie vogelnestgrotten .
volbloed
e full-blood(ed), pure(-blood-
F.P.H. Prick van Wely, Viertalig aanvullend hulpwoordenboek voor Groot-Nederland
277
e d ) : There are as many Eurasians in [British] India as there are p u r e whites
(Compton, Indian Life, p. 153).
f (d e ) p u r s a n g , p u r : Dans ces deux colonies [Antilles et Réunion] il n'y a
pas 10.000 blancs p u r s (Girault, Législation colt., I, p. 337).
d V o l l b l u t ... bijv. V o l l b l u t - A m e r i k a n e r . Ook r e i n : Kreole, in den
Kolonien geborner Abkömmling r e i n e r Europäer (Duden, Orth. Wtbuch).
volbloedfokkerij
e stud-farm.
f haras.
d G e s t ü t g a r t e n , [d a s ] G e s t ü t ( e ) .
vole
[bij 't kaartspel]
e vole.
f vole.
d [d i e ] V o l e , [d e r ] T o u t .
volgbriefje
e bill of delivery.
f billet de contrôle.
d Empfangschein, Verabfolgungsschein.
volgefourneerd:
zie volgestort .
volgestort
[van aandeelen]
e paid up.
f fourni en plein, libéré.
d vollgezahlt.
F.P.H. Prick van Wely, Viertalig aanvullend hulpwoordenboek voor Groot-Nederland
volksbibliotheek
e f r e e (c i r c u l a t i n g ) l i b r a r y .
f bibliothèque populaire.
d V o l k s b ü c h e r e i , -b ü c h e r l e i h a n s t a l t .
volksspijs
1)
[blikjes]
e shell.
f des obus.
d Granaten.
vooravond
e e v e n i n g (b e f o r e d i n n e r ).
f commencement de la soirée.
d F r ü h a b e n d (v o r d e m E s s e n ).
voorbank(je)
e front-seat, bracket-seat.
f strapontin.
d R ü c k s i t z , in het Berlijnsch is B l u m e n b r e t t = Rücksitz der Droschke.
Ook N o t s i t z .
voordracht
[nummer... op de -]
e n o .... i n t h e s e l e c t l i s t .
f n u m é r o ... s u r l a l i s t e d e p r é s e n t a t i o n of s u r l ' é t a t d e
proposition, être présenté en première etc. ligne.
d N u m m e r ... a u f d e r V o r s c h l a g s l i s t e .
voorerf
e front-yard, fore-court.
1)
Soldatenslang.
F.P.H. Prick van Wely, Viertalig aanvullend hulpwoordenboek voor Groot-Nederland
f c o u r d e d e v a n t , c o u r d ' e n t r é e : Quelques degrés en marbre blanc...
conduisent du péristyle dans le jardin ou c o u r d ' e n t r é e pour les piétons
ou les voitures (De Lenthiolle, Relation, p. 19).
d [d e r ] V o r h o f .
voorgaanderij
[deftig]:
zie voorgalerij .
voorgalerij
e f r o n t v e r a n d a ( h ) , f o r e - v e r a n d a h : The usual sitting room in the
evening is the f r o n t v e r a n d a (Money, Java I, p. 8). - When one does not
wish to receive, the f o r e v e r a n d a h is not so lighted (A. Forbes, Insulinde,
p. 23). Soms
F.P.H. Prick van Wely, Viertalig aanvullend hulpwoordenboek voor Groot-Nederland
278
f r o n t g a l l e r y (A. Linden, Gold, p. 82). Ook soms p o r c h v e r a n d a h .
f v é r a n d a d e d e v a n t , v é r a n d a d e f a c e : Vgl. Babut, F. Batel, I, p.
97. La v é r a n d a h d e f a c e est la plus spacieuse.
d (v o r d e r e ) V e r a n d a .
voorgedragen voor...
e h i s n a m e h a s g o n e u p f o r ..., h i s n a m e h a s b e e n s u b m i t t e d
f o r ...
f ê t r e p r é s e n t é , ê t r e p r o p o s é p o u r ...
d a u f d e r V o r s c h l a g s l i s t e s t e h e n of f u n g i e r e n .
voorhangen
[transitief]
e p r o p o s e f o r m e m b e r s h i p , p u t u p : The first thing an English official
in an out-station in India or the Peninsula will do for a stranger arriving with
introductions is to offer to p u t him u p for the club (Keyser, From Jungle to
Java, p. 88).
f proposer, présenter.
d vorschlagen.
voorkaaien
[schooltaal]
e prompt.
f souffler.
d vorhauen, einsagen.
Voor-Indië
e t h e p e n i n s u l a o f I n d i a (Macaulay, Clive, p. 19).
f l'Inde Citérieure.
d Vorderindien.
voorlaadkanon
F.P.H. Prick van Wely, Viertalig aanvullend hulpwoordenboek voor Groot-Nederland
e muzzle-loading gun, muzzle-loader.
f canon se chargeant par la bouche.
d Vorderlader.
voorlader
e m u z z l e - l o a d e r , r a m a n d d a m ( n ) , jocularly applied to a muzzle-loading
gun (M.).
f fusil à baguette.
d Vorderlader.
† voorraadkamer:
zie goedang .
voorschot
e advance(s), advance-payment, subsist-money.
f avance.
d Vorschusz, Angeld.
voorwarmer
[stoomwezen]
e feed-heater, economizer.
f réchauffeur.
d Vorwärmer.
Vorstenlanden
e t h e P r i n c i p a l i t i e s (of Sourakarta and Djokjakarta).
f l e s p r i n c i p a u t é s (i n d é p e n d a n t e s ). Vgl. de Beauvoir, Java Siam
Canton, p. 93: Il ya à Java deux grandes provinces que l'on appelle ‘l e s
T e r r e s p r i n c i è r e s ’, Sourakarta et Djokjakarta.
d d i e F ü r s t e n l ä n d e r . Vgl. ook Fürst, Reise durch Javas unabhängige
Fürstenthümer.
vossen
F.P.H. Prick van Wely, Viertalig aanvullend hulpwoordenboek voor Groot-Nederland
e to mug, to sap, to grind, to swot.
f piocher, bûcher, potasser, pomper.
d e s e l n , o c h s e n , b ü f f e l n , angestrengt arbeiten besonders für ein Examen
(Genthe, Deutsches Slang).
vrede
[zich op voet van - stellen]: zie zich lekker maken .
vreemdelingenverkeer
e ± tourists' movement.
F.P.H. Prick van Wely, Viertalig aanvullend hulpwoordenboek voor Groot-Nederland
279
f tourisme, mouvement des étrangers.
d [d e r ] F r e m d e n v e r k e h r .
vrieskamer
[aan boord]
e meat chamber, cold storage chamber, chill room.
f chambre frigorifique.
d [d e r ] E i s r a u m .
vrije geneeskundige behandeling
e free medical attendance.
f le médecin et les médicaments.
d freie ärztliche Behandlung.
vrij(e) woning
e free house accommodation.
f le logement.
d freie Wohnung.
vrijgesteld
[van 't mondeling examen]
e exempt from the oral part.
f exempt de l'oral.
d vom Mündlichen dispensiert.
vrijmetselaarsvereeniging
e free-masons' association.
f association de francs maçons.
d Freimaurerverein.
F.P.H. Prick van Wely, Viertalig aanvullend hulpwoordenboek voor Groot-Nederland
vrijwiel
e free wheel.
f roue libre.
d Freirad, Freilauf.
vrouwenarts
e gynecologist.
f gynécologue.
d Frauenarzt.
vrouwenbond
e women's association.
f association des dames patronnesses.
d [d e r ] F r a u e n v e r e i n .
vrouwenperkara
e petticoat-affair.
f affaire de femme.
d Weibergeschichte.
vruchtduif
e fruit pigeon.
f colombar.
d Fruchttaube.
vruchtenijs
e fruit ice cream.
f glace aux fruits.
d Fruchteis.
F.P.H. Prick van Wely, Viertalig aanvullend hulpwoordenboek voor Groot-Nederland
vruchtenkerel
e fruitseller, seller of fruit(s).
f m a r c h a n d d e f r u i t s , in het argot c r i b l e u r d e v e r d o u s e (S.V.).
d Obsthändler, Obsthausierer.
vruchtenkoopman:
zie vruchtenkerel .
vruchtenmes(je)
e fruit-knife.
f couteau à fruits.
d Obstmesser.
vruchtenschaal
e fruit dish, fruit plate.
f a s s i e t t e of c o u p e à f r u i t s , c o m p o t i e r .
d Fruchtschale.
vruchtententoonstelling
e fruit-show.
f exposition de fruits.
d Fruchtausstellung.
F.P.H. Prick van Wely, Viertalig aanvullend hulpwoordenboek voor Groot-Nederland
280
vruchtentijd
e fruit-time.
f temps des fruits.
d Fruchtzeit, Obstzeit.
vuilegoed(s)mand
e soiled linen basket.
f p a n i e r à l e s s i v e (l i n g e ).
d Waschkorb.
vuillinnenzak
e soiled linen bag.
f sac à linge.
d Wäschesack, Wäschbeutel.
vulkanisme
e volcanism.
f vulcanisme.
d [d e r ] V u l k a n i s m u s .
vuurvlieg(je)
e fire fly.
f lampyre, mouche à feu, mouche ignée, mouche luisante,
luciole.
d Feuerfliege, Leuchtkäfer.
W.
waaier
F.P.H. Prick van Wely, Viertalig aanvullend hulpwoordenboek voor Groot-Nederland
[electrische]
e electric fan, fan ventilator, ventilating fan.
f ventilateur électrique.
d elektrischer Kammerventilator.
waaierketting
e fan-chain.
f chaîne d'éventail.
d Fächerkette.
1)
waaierpalm
e f a n - p a l m , f a n - l e a f p a l m (K. Edge, Ahana, p. 22), p a l m y r a .
f latanier, palmier borasse, palmier éventail.
d Fächerpalme, Schirmpalme.
waarnemend
e acting, temporary.
f intérimaire, suppléant; chargé de l'intérim.
d stellvertretend.
waarneming
[met de - belast]
e acting, temporary, holding an acting appointment.
f en remplacement, chargé de l'intérim, par intérim,
intérimaire.
d m i t d e r B e s t e l l u n g b e a u f t r a g t of b e t r a u t ,
stellvertretend(er).
wacht
[in de - sleepen]
e to spirit away.
f enganter, égrailler, ratiboiser.
d ausspannen, ausführen, mitgehen heiszen, wegputzen.
1)
Ten onrechte wordt de P i s a n g a j e r o f P i s a n g k i p a s (q.v.), ook wel eens
waaierpalm genoemd.
F.P.H. Prick van Wely, Viertalig aanvullend hulpwoordenboek voor Groot-Nederland
wachtdoener:
zie gardoe .
wachtgeld
e h a l f p a y (van officieren) = H.P. of h.p., s u b s i s t e n c e a l l o w a n c e ,
a l l o w a n c e (van burger-ambtenaren).
f p e n s i o n e x p e c t a t i v e ,d e m i s o l d e ;t r a i t e m e n t d ' a t t e n t e ,s o l d e
d e d i s p o n i b i l i t é (spéciale aux gouverneurs, lieutenants-gouverneurs et
résidents supérieurs), t r a i t e m e n t p r o v i s o i r e .
d Wartegeld, Wartegebühr.
wachtgelder
e functionary on half pay.
F.P.H. Prick van Wely, Viertalig aanvullend hulpwoordenboek voor Groot-Nederland
281
f f o n c t i o n n a i r e à l a d e m i s o l d e of a u t r a i t e m e n t d e
d i s p o n i b i l i t é . Ook u n d e m i s o l d e .
d B e a m t e r a u f W a r t e g e l d of z u r D i s p o s i t i o n .
wachthuis:
zie gardochuis .
wachtschip
e guard-ship.
f bâtiment de garde.
d Warteschiff.
wadoek
e tank.
f réservoir.
d [d a s ] R e s e r v o i r , ook S a m m e l b e c k e n .
wagen
[halve -]
e hackney victoria for two hours.
f voiture de louage pour une sortie de deux heures.
d Mietwagen für zwei Stunden.
† wagen
[stinkende]: van gemeen ruw hout gemaakt rijtuig zonder verguldsel of schilderwerk,
waarvan alle mindere ambtenaren van den rang van koopman af en alle particulieren
zich in den Compagnie's tijd moesten bedienen.
wagenkamer
e coach-house.
F.P.H. Prick van Wely, Viertalig aanvullend hulpwoordenboek voor Groot-Nederland
f remise.
d [d e r ] W a g e n s c h u p p e n , [d i e ] R e m i s e .
wagenpaard
e coach-horse.
f cheval de voiture.
d Kutschpferd.
wagenpark
[artillerie]
e field-park.
f parc d'artillerie.
d Wagenpark.
wagenverhuurderij
e livery stable.
f remise, louage de voitures.
d Fuhrhalterei.
wagenziek
e t r a i n - s i c k . In de Daily Mail 28 Sept. 1906: T r a i n - s i c k n e s s is becoming
more prevalent. Whereas ten years ago only one traveller out of a hundred
ever became t r a i n - s i c k , now five times as many succumb.
f souffrant du mal de voiture, ayant le mal de voiture.
d wagenkrank.
wajang
e w a y a n g t h e a t r e (S.T.).
f wayang = ombres chinoises de Java.
d S c h a t t e n s p i e l , S c h a t t e n t h e a t e r , vgl. D a s j a v a n i s c h e
S c h a t t e n s p i e l in de Globus, LXXIII, p. 239. Ook W a j a n g (Heyse,
Fremdwörterb.).
F.P.H. Prick van Wely, Viertalig aanvullend hulpwoordenboek voor Groot-Nederland
wajangpop
e wayang puppet.
f m a r i o n n e t t e d e w a y a n g (G.I.N., p. 309).
d W a j a n g p u p p e (Zentralbl. für Anthropologie).
wakil
e vakeel, vakil, proxy, agent, trustee.
f mandataire, fondé de pouvoir.
d W a k i l (Sanders, Fremdwör-
F.P.H. Prick van Wely, Viertalig aanvullend hulpwoordenboek voor Groot-Nederland
282
terbuch), B e v o l l m ä c h t i g t e r , S t e l l v e r t r e t e r .
walang sangit
e rice sapper.
f Leptocorisa acuta.
d Reis-Stinkwanze.
wandeldek
e (u p p e r of l o w e r ) p r o m e n a d e d e c k .
f pont-promenoir, promenoir.
d Promenadendeck.
wandelen
[men wandelt niet ongestraft onder de palmen]
e nobody can walk under palm-trees with impunity.
f personne ne se hasarde impunément sous les palmiers
(S.V.).
d m a n w a n d e l t n i c h t u n g e s t r a f t u n t e r P a l m e n (Lloyd Zeitung
1909, p. 290b) en: es w a n d e l t n i e m a n d u n g e s t r a f t u n t e r P a l m e n
(Goethe, XVII, 292, volgens S.V.).
wandelend blad
e w a l k i n g l e a f , l e a f i n s e c t (M.).
f p h y l l i e , f e u i l l e q u i m a r c h e , f e u i l l e a m b u l a n t e : elle [la p h y l l i e ]
mérite son nom de f e u i l l e q u i m a r c h e : elle ressemble tellement à une
feuille que ses congénères eux-mêmes s'y trompent et la ‘broutent’ sans y
penser (Alm. Hachette); a n i m a l - f e u i l l e : Nous avons vu dans ce jardin [de
Buitenzorg] toute une ménageriepépinière d ' a n i m a u x - f e u i l l e s : je crois
que la science les appelle des ‘phyllia’ (de Beauvoir, Java Siam Canton, p. 35).
d B l a t t - H e u s c h r e c k e (M.S.), w a n d e l n d e s B l a t t : Bekannt ist das
Phyllium, das w a n d e l n d e B l a t t , bei dem sogar Beine und Fühler Form
und Farbe von Blättern angenommen haben (Moszkowski, Auf neuen Wegen
durch Sumatra, p. 66).
F.P.H. Prick van Wely, Viertalig aanvullend hulpwoordenboek voor Groot-Nederland
wandelende tak
e w a l k i n g s t i c k (M.S.), s t i c k i n s e c t (W.), s t r a w , technisch p h a s m a .
f [l e ] p h a s m e , [l a ] b r i n d i l l e a n i m é e : entre les branches de bois sec et
ces étranges insectes la différence est vraiment bien peu sensible (Je sais
tout, II, p. 196).
d Gespenst-Heuschrecke.
wandelend Staatsblad
e living Gazette.
f Bulletin Officiel ambulant.
d Aktenmensch.
wan(g)kang
e junk.
f jonque.
d Dschunke, Jonke.
Wardsche kist
e Wardian case.
f serre à la Ward.
d Wardsche Kiste.
waringin
[1. Ficus Benjaminea; 2. F. religiosa]
e 1. w a r i n g i n (Sc.), b a n y a n t r e e , b a n i a n ; 2. p e e p u l , p i p a l ,
p a g o d a - t r e e , b u r ( r ) en b o . H.J. geeft deze beschrijving van 1:
Its pendent branches, rooting in the air,
Yearn to the parent earth and grappling fast,
Grow up huge stems again, which shooting forth,
F.P.H. Prick van Wely, Viertalig aanvullend hulpwoordenboek voor Groot-Nederland
283
In massy branches these again despatch,
Their drooping heralds, till a labyrinth,
Of root and stem and branch commingling, forms,
A great cathedral, aisled and choired in wood.
(The Banian Tree, a Poem, 1856). Voor beide soorten I n d i a n f i g .
f 1. b a n i a n . Ook (f i g u i e r ) m u l t i p l i a n t en f i g u i e r d e s b a n i a n s : la
cabane était bâtie sous un a r b r e d e w a r o u f i g u i e r d e s b a n i a n s ,
dont les branches, qui poussent des paquets de racines à leurs extrémités,
forment autant d'arcades qui appuient le tronc principal (B. de St. P., Chaumière
Ind., p. 44); 2. a r b r e d e D i e u , f i g u i e r d e s p a g o d e s . Voor beide
soorten f i g u i e r d e s I n d e s .
d 1. B a n y a n b a u m , B a n i a n e . G. schrijft (p. 332): die stattlichen
W a r i n g h i s oder B a n i a n b ä u m e ; 2. h e i l i g e r F e i g e n b a u m ,
Pappelfeigenbaum, Pipal, Asvatha.
warong
e (w a y s i d e ) e a t i n g - b o o t h , e a t i n g s t a l l ; n a t i v e s h o p . Ook gebruikt
men in de Straits de inlandsche woorden K e d e i en w a r o n g .
f échoppe-restaurant; boutique indigène.
d Speisebude; Krambude.
wartlemoen
[Z.A.]: zie semangka .
† wasbloem:
zie stephanotis .
waschman
e w a s h e r m a n (Swettenham, The Real Malay, p. 40), w a s h i n g m a n . You
had to give the w a s h i n g m a n two pairs of new trousers (Sims, Young Mrs.
Caudle, p. 17). In Eng.-Indië en in Deli: d o b i ( e ) of d h o b y , maar in E.-I.
woont hij op het erf: Your w a s h e r m a n is your private property, and resides
on the premises (H. Compton, Indian Life, p. 140). Vgl. ook Diver, Captain
Desmond, p. 218: that arch-destroyer of clothes and temper - the Indian d h o b i .
Vroeger in Eng.-Indië ook m a i n a t o .
f blanchisseur, laveur.
d Wäscher.
F.P.H. Prick van Wely, Viertalig aanvullend hulpwoordenboek voor Groot-Nederland
waschmeid
e washer-woman, washer.
f laveuse.
d Wäscherin.
waschzeep
e washing-soap, plain soap, yellow soap.
f savon à laver.
d W a s c h s e i f e (M.S.).
† water
[Hollandsch -]: zie ajer blanda .
waterboer
e water supplier.
f fournisseur d'eau.
d Wasserlieferant.
waterdicht beschot
e watertight transverse bulkhead.
f cloison étanche.
d [d a s ] Q u e r s c h o t t .
waterjuffer
[N]: zie tjapoeng .
waterkamer
e water store room.
f chambre aux provisions d'eau.
d Wasser-Vorratskammer.
F.P.H. Prick van Wely, Viertalig aanvullend hulpwoordenboek voor Groot-Nederland
284
waterkastanje:
zie waternoot .
waterkasteel
[te Djocja]
e water-castle.
f château d'eau.
d Wasserschlosz.
waterleverantie
e water-supply.
f approvisionnement de l'eau.
d Wasserversorgung.
waternoot
e water chestnut, Singhara nut.
f châtaigne d'eau, noix d'eau, cornuelle, macre.
d Wassernusz.
waterschout
e w a t e r - b a i l i f f (M.S.).
f officier de police chargé de la visite des navires.
d P o l i z e i b e a m t e r d e r d i e S c h i f f e u n t e r s u c h t ,W a s s e r s c h a u t .
waterstaat
e b u i l d i n g s a n d r o a d s : Under the head of B u i l d i n g s a n d R o a d s
are included many miscellaneous works, such as improvements in towns,
pavings, water-supply and drainage, harbours, lighthouses, etc.
(Regeeringsverslag E.-I. 1890-91, pag. 162). In Ned.-I. moet onder etc. vooral
de irrigatie gerekend worden, in E.-I. een afzonderlijk onderdeel der P u b l i c
Works.
F.P.H. Prick van Wely, Viertalig aanvullend hulpwoordenboek voor Groot-Nederland
f ponts-et-chaussées.
d (V e r w a l t u n g d e r )ö f f e n t l i c h e ( n ) W e g e ,B r ü c k e n u n d B a u t e n .
watervoorziening
e water-supply.
f provisionnement d'eau.
d Wasserversorgung.
watjekou
e cuff, box on the ear, smite.
f torgniole, baffre, taloche, talmouse, châtaigne, mandole,
moule de gant, mornifle.
d Maulschelle, Dachtel.
wau-wau:
zie oewa-oewa .
wedana:
zie wedono .
wederopzeggens
[tot -]
e until further notice.
f j u s q u ' à n o u v e l o r d r e of o r d r e c o n t r a i r e .
d bis zu näherer Kündigung, bis auf Abbestellung.
wederplaatsing:
zie herplaatsing .
wedloopsocieteit
F.P.H. Prick van Wely, Viertalig aanvullend hulpwoordenboek voor Groot-Nederland
e race club.
f société de courses.
d [d e r ] R e n n k l u b .
wedono
e w e d h o n o , v i d a n a = h e a d o f a d i s t r i c t . Dit laatste is in Ceylon nog
altijd volgens H.J.: the title of a village headman.
f w e d o n o = chef de district.
d W e d h o n o = Distriktshaupt.
weduwen- en weezenfonds
e w i d o w s ' a n d o r p h a n s ' p e n s i o n f u n d (Ceylon Observer).
f c a i s s e d e s p e n s i o n s (c i v i l e s e t m i l i t a i r e s ) p o u r l e s v e u v e s
e t l e s o r p h e l i n s (G.I.N., p. 185).
d Witwen- und Waisenkasse.
F.P.H. Prick van Wely, Viertalig aanvullend hulpwoordenboek voor Groot-Nederland
285
weduwenverbranding
e suttee.
f [l a ] s u t t é e of s u t t i e , ook s a t i .
d [d a s ] S u t t i .
weefkunst
e the textile art.
f art textile, art des tissus.
d Webekunst.
weerstandsvermogen
e p o w e r o f e n d u r a n c e , s t a y i n g - p o w e r , s t a m i n a , fam. b o t t o m :
Hindus are creatures of little or no s t a m i n a , and they go down like mown
grass before the unhealthy heat of the Frontier (M. Diver, Capt. Desmond, p.
118).
f force de résistance.
d Widerstandsfähigkeit, Ausdauer.
weesboontjes
[N]: zie saga bidji .
weeskamer
e o r p h a n s ' c o u r t , a court in some states of the American Union, having
jurisdiction over the persons and estates of orphans (American Law). Het
O r p h a n c h a m b e r bij Raffles, History of Java, I, p. 306 is de letterlijke
vertaling van den Hollandschen term. Ook Money, Java, I, p. 240 heeft
orphans' chamber.
f c h a m b r e (c o n s e i l ) d e s t u t e l l e s .
d Waisenkammer, Nachlassenschaftsamt.
weg
F.P.H. Prick van Wely, Viertalig aanvullend hulpwoordenboek voor Groot-Nederland
[langs den hierarchischen -]
e through the immediate superior.
f p a r l a v o i e h i é r a r c h i q u e of p a r l a f i l i è r e a d m i n i s t r a t i v e .
d auf dem Instanzenweg(e).
wegmaken
e to put under chloroform, anasthetize, etherize.
f chloroformer, insensibiliser.
d chloroformieren.
wegopziener
e road-surveyor.
f agent voyer, inspecteur des routes.
d Straszeninspektor.
wegwals:
zie stoomwals .
welingelicht
[van - e zijde]
e from well-informed quarters.
f de bonne source.
d von wohlunterrichteter Seite.
wereldmarkt
e world market.
f marché mondial.
d Weltmarkt.
wereldverkeer
e world traffic.
f trafic mondial.
F.P.H. Prick van Wely, Viertalig aanvullend hulpwoordenboek voor Groot-Nederland
d [d e r ] W e l t v e r k e h r .
werk
[iemand werkzaam stellen]
e place in employment.
f employer.
d in Pflicht nehmen.
a) werking
[buiten - stellen]
e suspend.
f suspendre.
d auszer Kraft setzen, aufheben.
F.P.H. Prick van Wely, Viertalig aanvullend hulpwoordenboek voor Groot-Nederland
286
b) werking
[in - treden]
e t o c o m e i n t o f o r c e of o p e r a t i o n .
f e n t r e r e n v i g u e u r of e n a p p l i c a t i o n .
d in Kraft treten.
werkkracht
e p o w e r s o f w o r k , c a p a c i t y f o r w o r k ; werkkrachten - l a b o u r .
f c a p a c i t é d e t r a v a i l ; werkkrachten - m a i n - d ' o e u v r e .
d A r b e i t s k r a f t ; werkkrachten - A r b e i t s k r a f t en A r b e i t s k r ä f t e .
werkplan
e working-plan.
f plan de travail.
d [d e r ] A r b e i t s p l a n .
werktrein
e c o n s t r u c t i o n - r a i l w a y (M.), w o r k - t r a i n .
f t r a i n d e m a t é r i e l of m a t é r i a u x (N.L.I.), t r a i n d e d é b l a i s .
d A r b e i t s z u g (Mr.).
werkwijze
e way of proceeding.
f méthode de travail, façon de faire.
d Arbeitsweise, Verfahren, Verfahrungsweise.
werkzaamstelling
e employment.
f mise à l'ouvrage.
d Beschäftigung, Einsetzung.
F.P.H. Prick van Wely, Viertalig aanvullend hulpwoordenboek voor Groot-Nederland
werphout
[Australië]
e boomerang.
f boomerang.
d Bumerang, Schwirrholz.
westerafdeeling
e west division.
f division ouest.
d Westabteilung.
westerlijnen
e western lines.
f réseau de l'ouest.
d Westbahnen.
Westerling
e W e s t e r n ( e r ) : Such was Lafcadio Hearn, first of all W e s t e r n s to
understand sympathetically the people of the Rising Sun (Punch, 1907, p. 144).
f O c c i d e n t a l (S.V.).
d W e s t l ä n d e r (S.V.)Ook B e w o h n e r d e s W e s t e n s , A b e n d l ä n d e r .
Verouderd W e s t l e r .
West-Indische mispel:
zie sawoe .
westkust
e west coast.
f côte occidentale, côte (de l')ouest.
d Westküste.
F.P.H. Prick van Wely, Viertalig aanvullend hulpwoordenboek voor Groot-Nederland
westmoesson
e (s o u t h -) w e s t m o n s o o n , t h e r a i n y s e a s o n .
f [l a ] m o u s s o n S u d - O u e s t (Monogr. de la prov. de Bèn-Tré) l a s a i s o n
pluvieuse.
d [d e r ] S ü d w e s t - M o n s u n : Der S ü d w e s t - M o n s u n bringt Regen (Br.),
die Regenzeit.
† Wetanger:
vert. Javaan van beoosten Bantam.
whiskey-soda
e w h i s k e y a n d s o d a , w h i s k e y - p e g (Kipling, The Gadsbys, p. 29). In
Amerika h i g h b a l l .
F.P.H. Prick van Wely, Viertalig aanvullend hulpwoordenboek voor Groot-Nederland
287
f w h i s k e y a n d s o d a : le tout petit boy... avait mis près de l'amiral un grand
w h i s k e y a n d s o d a plein de glace (Farrère, Les Civilisés, p. 186). Vgl.
Willy, Roman d'un jeune homme beau, p. 41: Maugis s'installait et commandait
un w h i s k y - s o d a . Ook w h i s k y a u S e l t z .
d W h i s k ( e ) y - S o d a : An Stelle des Bieres ist der in den Tropen besser
bekommende W h i s k y - S o d a , aber mehr noch Zitronenlimonade getreten
(Bongard, Studienreise, p. 14).
whiskey split:
zie split .
widjen
e sesame, gingelly, gingerly, teel.
f [l a ] s é s a m e .
d [d e r ] S e s a m .
wielrijdersbond
e c y c l i s t s ' c l u b of u n i o n , c y c l i n g c l u b .
f ligue vélocipédique, véloclub.
d [d e r ] R a d f a h r e r - K l u b .
wierookbrander
e censer, perfuming-pan.
f b r û l e - e n c e n s , r é c h a u d à e n c e n s : Penché au dessus du r é c h a u d
à e n c e n s , le prêtre lance les offrandes (de Gériolles, Un Parisien à Java,
p. 235).
d Weihrauchpfanne.
wierookstokje:
zie offerstokje .
F.P.H. Prick van Wely, Viertalig aanvullend hulpwoordenboek voor Groot-Nederland
wijkmeester
e i n s p e c t o r o f t h e (a) w a r d .
f q u a r t i n i e r , c o n t r ô l e u r d u (d e ) q u a r t i e r .
d Stadtviertel-Inspektor.
wijnpalm
e Latania Commersonii.
f l a t a n i e r r o u g e (N.L.I.).
d L a t a n i a C o m m e r s o n i i auf Bourbon und Mauritius... die Pflanze bildet
eine der herrlichsten Zierden unsrer Palmenhäuser (Mr.).
wijwaterschelp
e g i a n t c l a m s h e l l (Wt.).
f b é n i t i e r (N.L.I.).
d W e i h k e s s e l , -b e c k e n (Mr.).
wildhoutbosch
e not teak producing forest.
f forêt de bois sauvage autre que le teck.
d (j e d e r ) n i c h t T e a k p r o d u z i e r e n d e r W a l d .
Willemsorde
e Victoria Cross.
f o r d r e m i l i t a i r e d e G u i l l a u m e (Lahure, Souvenirs, p. 162).
d M i l i t ä r - W i l h e l m s o r d e n (Spemann, Weltpanorama, p. 235).
windbreker
[op koffieplantages]
e wind belt, break-wind.
f r i d e a u - a b r i (pour les plantes délicates), ook b r i s e - v e n t en t u e - v e n t .
d [d e r ] W i n d s c h i r m .
F.P.H. Prick van Wely, Viertalig aanvullend hulpwoordenboek voor Groot-Nederland
windvanger
e wind scoop.
f [l a ] m a n c h e à v e n t .
d [d e r ] W i n d f a n g .
1)
winkelmaatschappij
e co-operative stores.
f s o c i é t é c o o p é r a t i v e d e c o n s o m m a t i o n (N.L.I.).
d Ladengenossenschaft.
1)
De Indische winkelmaatschappijen zijn eigenlijk winkels op aandeelen.
F.P.H. Prick van Wely, Viertalig aanvullend hulpwoordenboek voor Groot-Nederland
288
winstuitkeering
e dividend payment, share-out.
f part de bénéfice, participation.
d G e w i n n b e t e i l i g u n g , -z a h l u n g .
wippen:
zie springen laten .
wipstoel
e rocking-chair, rocker.
f b e r c e u s e (N.L.I.), c h a i s e à b a s c u l e . Ook het Eng. r o c k i n g - c h a i r .
Er bestaat zelfs r e e d s een ww. r o c k e r in het Fransch.
d Schaukelstuhl.
witschimmel
e white dapple-horse.
f pommelé blanc.
d Weiszschimmel.
* witsuiker
e white sugar.
f sucre blanc.
d weiszer Zucker, Weiszzucker.
woekerhandel
e usurious trade.
f commerce usuraire.
d Wucherhandel.
F.P.H. Prick van Wely, Viertalig aanvullend hulpwoordenboek voor Groot-Nederland
woeste gronden
e waste lands, vacant lands.
f t e r r e s v a g u e s (i n c u l t e s )oft e r r e s e n f r i c h e ,t e r r a i n s v a g u e s .
d u n k u l t i v i e r t e s T e r r a i n (L a n d ), W i l d l a n d .
wonderbloem
[N]: zie poekoel ampat .
wonderboom
[N]: zie djarak .
wonderolie
[N]: zie castor olie .
woonerf:
zie erf .
woonhuis
e d w e l l i n g - h o u s e , l i v i n g - h o u s e . In Eng.-Indië b u n g a l o w .
f habitation, maison d'habitation.
d Wohnhaus.
worstenboom
e sausage tree, Kigelia pinnata.
f Kigelia pinnata.
d Kigelia pinnata.
wortelziekte
e root disease.
F.P.H. Prick van Wely, Viertalig aanvullend hulpwoordenboek voor Groot-Nederland
f maladie de la racine.
d Wurzelfäule.
wou-wou:
zie oewa-oewa .
Wyandotte
e w y a n d o t t e , an American variety of the domestic hen (Wh.).
f [l a ] W y a n d o t t e , u n c o q W y a n d o t t e (N.L.I.).
d Wyandotte.
Z.
Z.M. kaas
e cream cheese.
f fromage à la crème.
d R a h m k ä s e , K u h k ä s e , S ü s z m i l c h - K ä s e (M.S.).
zaadbed
e seed-bed.
f semis.
d Samentreibbeet.
zaaipadie
e s e e d - r i c e : Kono's way of cultivating them was to throw s e e d - r i c e - that
is rice kernels in the shell - over the
F.P.H. Prick van Wely, Viertalig aanvullend hulpwoordenboek voor Groot-Nederland
289
surface of his ponds (C.L. Brownell, The heart of Japan, p. 6).
f riz de semence.
d Reissaat, Saatreis.
zaksuiker
e s u g a r i n (g u n n y ) b a g s , b a g g e d s u g a r .
f sucre en sacs.
d Sackzucker.
Zander instituut
e Zander institute.
f institut médical Zander.
d Zanderinstitut.
zandstorm
[Roode Zee]
e s a n d s t o r m (T.), d u s t - s t o r m (Kipling).
f ouragan de sable.
d Sandsturm.
zandvloo
[W.-Indië]
e chigre, chigoe, jigger.
f puce pénétrante, chique.
d [d e r ] S a n d f l o h , de groote soort G a r a p a t a , N i g u a .
Zandzee
[de -]
e S a n d - S e a . Vgl. Reith, Padre in Partibus, p. 93: To reach the Bromo the
traveller has to descend to the S a n d - S e a and cross it.
f m e r d e s a b l e . Vgl. Delmas, Java, p. 121: les habitants l'appellent m e r
de sable.
F.P.H. Prick van Wely, Viertalig aanvullend hulpwoordenboek voor Groot-Nederland
d S a n d s e e : Der Durchmesser des Kraters des Tengger beträgt wohl mehr als
10 K.M. und seine Ränder senken sich zur sogenannten S a n d s e e , auch
Dasar genannt, hinab (Bewunderer, Indien in Moll, p. 123).
zee-anemoon
e sea-anemone, animal flower, actinia.
f anémone de mer, actinie.
d S e e n e s s e l , -r o s e , -n e l k e .
zeebaboe
e ayah for the sea-voyage home.
f bonne indigène pour la traversée.
d Kinderwärterin für die Seereise.
zeebeschadigd
e sea-damaged.
f avarié par la mouille.
d vom Seewasser beschädigt.
zeebeving
e s e a - q u a k e (M.S.).
f t r e m b l e m e n t d e m e r : le Loudon fut soumis à une suite non interrompue
de t r e m b l e m e n t s d e m e r (Flammarion, L'Eruption du Krakatoa, p. 9).
d S e e b e b e n (Grimm).
zeebrief
e certificate of registry.
f lettre de mer, congé, patente.
d S e e b r i e f , S c h i f f s p a s z , ook mv. S c h i f f s z e r t i f i k a t e .
† zeebrief:
F.P.H. Prick van Wely, Viertalig aanvullend hulpwoordenboek voor Groot-Nederland
zie mailbrief .
zeegevaar
e peril(s) of the sea(s).
f fortune de mer, les risques de la mer.
d [d i e ] S e e g e f a h r , G e f a h r e n d e r S e e .
zeehaan
e sea-cock.
f poisson-coq.
d Seehahn.
F.P.H. Prick van Wely, Viertalig aanvullend hulpwoordenboek voor Groot-Nederland
290
zeehaas
[schelpdier]
e sea hare.
f aplysie.
d Seehase.
† zeekastanje:
zie ramboetan .
zeeklapper
e c o c o - d e - m e r , d o u b l e c o c o n u t en soms s e a - c o c o a n u t . H.J. zegt:
The curious twin fruit so called, the produce of the L o d o i c e a
S e c h a l l e r u m , a palm growing only in the Seychelles Islands, is cast up on
the shores of the Indian ocean, most frequently on the Maldive Islands, but
occasionally also on Ceylon and S. India, and on the coasts of Zanzibar, of
Sumatra, and some others of the Malay Islands. Great virtues as medecine
and antidote were supposed to reside in these fruits, and extravagant prices
were paid for them.
f c o c o d e m e r . In Quenedey, Java-Birmanie, p. 39 wordt de boom genoemd
c o c o t i e r d e s S e y c h e l l e s en ook heet hij c o c o t i e r d e S a l o m o n ,
c o c o t i e r d e l ' î l e P r a s l i n , c o c o ( t i e r ) d e s M a l d i v e s . Vgl. nog
Rollet de l'Isle, Au Tonkin, p. 332: Les cocotiers... ne donnent pas tous ce fruit
particulier que l'on appelle le c o c o d o u b l e ... c'est un seul fruit dont le grand
cercle est très resserré ce qui donne lieu à deux hémisphères. Les cocotiers
qui le donnent ne poussent que sur l'île Praslin.
d S e e k o k o s (Br.), D o p p e l k o k o s (Mr.).
zeekoe:
zie doejong .
zeekomkommer
e sea-cucumber.
f holothurie.
d Seegurke, Holuthurie.
F.P.H. Prick van Wely, Viertalig aanvullend hulpwoordenboek voor Groot-Nederland
zeepas
e passport.
f passeport.
d Seepasz.
zeepolis
e sea policy.
f police maritime.
d [d i e ] S e e p o l i c e .
zeepost
[per -]
e by sea-route.
f par la voie de mer.
d (a u f d e m ) S e e w e g .
zeereis
e (s e a ) v o y a g e , s e a j o u r n e y : The fatigue caused by a rough s e a
j o u r n e y ... prevented Domini Enfilden from sleeping (Hichens, The Garden
of Allah, I, p. 7). - ... he would die unless he took a s e a v o y a g e (The Grand
Mag., 1905, p. 111).
f voyage par mer.
d S e e r e i s e (Haeckel, Aus Insulinde, p. 41), S e e f a h r t .
zeeroof
e piracy.
f piraterie.
d Seeräuberei.
zeetje
e s e a , bijv. t o s h i p a s e a .
f c o u p of p a q u e t d e m e r , bijv. e m b a r q u e r u n c o u p d e m e r .
d S t u r z s e e , bijv. e i n e S t u r z s e e a n B o r d b e k o m m e n .
F.P.H. Prick van Wely, Viertalig aanvullend hulpwoordenboek voor Groot-Nederland
F.P.H. Prick van Wely, Viertalig aanvullend hulpwoordenboek voor Groot-Nederland
291
zeetuin
[Ambon]
e s e a g a r d e n : we embark on an expedition to the zeetuinen, or s e a
g a r d e n s , the fairy world of the coral reefs, revealed through the magic mirror
of the watery depths (Richings, Through the Malay Archipelago, p. 180).
f jardin sous-marin.
d Seegarten.
zeeverzekering
e marine insurance.
f assurance maritime.
d S e e v e r s i c h e r u n g , -a s s e k u r a n z .
zegel
[op -]
e on stamped paper.
f sur papier timbré.
d auf Stempel geschrieben.
zegel(tje)
e (s h e e t o f ) s t a m p e d p a p e r .
f timbre, feuille de papier timbré.
d [d e r ] S t e m p e l b o g e n .
zeil
[aan een huis]
e canvass chick, awning.
f toile-abri, tente.
d Sonnenzelt.
zeildoeksch
F.P.H. Prick van Wely, Viertalig aanvullend hulpwoordenboek voor Groot-Nederland
e canvas(s).
f toile.
d S e g e l t u c h , L e i n w a n d ...
zelfbesturend
e self governing, self-governed, autonomic.
f autonome.
d sich selbst verwaltend.
zelfbestuur
e autonomy, selfgovernment.
f autonomie.
d Autonomie, Selbstverwaltung.
zendeling-arts
e medical missionary, missionary surgeon.
f m é d e c i n p r é d i c a t e u r (de la mission médicale).
d Missionär-Arzt.
zendeling-leeraar
e Protestant missionary.
f missionnaire protestant.
d protestantischer Missionär.
zendingspost:
zie zendingsstation .
zendingsschool
e missionary school.
f école des missionnaires protestants.
d (p r o t e s t a n t i s c h e ) M i s s i o n s s c h u l e .
F.P.H. Prick van Wely, Viertalig aanvullend hulpwoordenboek voor Groot-Nederland
zendingsstation
e missionary station.
f poste de mission, station missionnaire.
d Missionsstation.
zendingswerk
e mission-work.
f oeuvre de la mission, oeuvre missionnaire.
d Missionswerk.
zenuwziek
e n e u r o p a t h i c , ook s u f f e r i n g f r o m n e r v e s .
f névropathe, névrosé, ayant les nerfs malades.
d nervenkrank.
zetpil
e suppository.
f suppositoire.
F.P.H. Prick van Wely, Viertalig aanvullend hulpwoordenboek voor Groot-Nederland
292
d S e t z k u g e l , voor bijzondere doeleinden S t u h l z ä p f c h e n .
ziekenfonds
e sick benefit society.
f caisse de maladie.
d Krankenkasse.
ziekeninrichting
e infirmary.
f infirmerie.
d Krankenhaus.
ziekentransport
e t r a n s p o r t o f s i c k a n d w o u n d e d (Wolseley, Soldier's Pocket-Book).
f transport des malades.
d [d e r ] K r a n k e n t r a n s p o r t .
ziekenverpleging
[concreet]
e private hospital, nursing home.
f maison de santé.
d K r a n k e n h a u s , -a n s t a l t .
ziekte
[wegens -]
e on account of ill-health.
f pour raisons de santé, pour cause de maladie.
d krankheitshalber.
F.P.H. Prick van Wely, Viertalig aanvullend hulpwoordenboek voor Groot-Nederland
ziekteverlof
e s i c k l e a v e , s i c k - f u r l o u g h , bijv. t o g o o n s i c k l e a v e .
f c o n g é p o u r r a i s o n d e s a n t é (Courteline, Les Ronds de Cuir, p. II),
c o n g é d e c o n v a l e s c e n c e (Annuaire de l'Indo-Chine). Vgl. Verschuur,
Aux Colonies d'Asie, p. 344: Pour les c o n g é s d e c o n v a l e s c e n c e , les
Anglais et les Hollandais ne peuvent guère compter sur l'indulgence qui est
mise en pratique dans les colonies françaises.
d Urlaub wegen Krankheit.
zien
[het huis laten -]
e s h o w (o n e ) o v e r t h e h o u s e .
f f a i r e f a i r e l e t o u r d e l a m a i s o n of d u p r o p r i é t a i r e .
d das Haus 'mal zeigen.
zijdeplant
e silk-weed.
f soie végétale, asclépiade.
d Seidenpflanze.
zijgalerij
e s i d e g a l l e r y (A. Linden, Gold, p. 28).
f galerie latérale.
d Seitenveranda.
zilverkast:
zie glazenkast .
zitje
[een -]
e a c o s y (s n u g ) c o r n e r .
f un joli coin, un coin.
d e i n e g e m ü t l i c h e (b e h a g l i c h e ) E c k e .
F.P.H. Prick van Wely, Viertalig aanvullend hulpwoordenboek voor Groot-Nederland
1)
zoeten
e draw lots.
f tirer au doigt mouillé.
d Hälmchen ziehen.
zoetmaling
[Z.A.]: zie sedep malam .
zoetriet
[Z.A.]: zie riet .
zoetzuur
e sour-sweet achar.
f des achards aigres-doux.
d sauersüsze Atschia.
zon
[land der rijzende -]
e S u n r i s e K i n g d o m (T.), l a n d o f t h e R i s i n g S u n (Ch. B. Perkins,
Travels, p. 15a).
1)
Zie het etymologisch gedeelte voor de wijze waarop dit geschiedt.
F.P.H. Prick van Wely, Viertalig aanvullend hulpwoordenboek voor Groot-Nederland
293
f E m p i r e d u S o l e i l L e v a n t (Illustration).
d S o n n e n a u f g a n g s l a n d (Exner, Japan).
zondagsjager
e a m a t e u r s p o r t s m a n , h o l i d a y - h u n t e r , (verachtelijk) s p o r t i n g
'Arry.
f chasseur d'occasion.
d Sonntagsjäger.
zonhoed
e sun hat, sun helmet.
f chapeau insolaire.
d Sonnenhut.
zonnebad
e i n s o l a t i o n (M.S.).
f i n s o l a t i o n , b a i n d e s o l e i l : la luminosité, l ' i n s o l a t i o n o u b a i n
d e s o l e i l sont des agents d'assainissement (Navarre, Manuel d'Hygiène
col., p. 138).
d Sonnenbad, Insolation.
zonnebril
e sun spectacles.
f lunettes fumées.
d Schutzbrille gegen die Sonne.
zonnehelm:
zie helmhoed .
† zonnehout:
F.P.H. Prick van Wely, Viertalig aanvullend hulpwoordenboek voor Groot-Nederland
moest verwijzen naar sono kembang, de P t e r o c a r p u s i n d i c u s , die het
A n d a m a n r e d w o o d oplevert.
zie sono kling .
zoon van Hadramaut:
zie Arab .
† zoorzak:
zie zuurzak .
1)
zoutaanmaak
e s a l t m a n u f a c t u r e : in British India, Ceylon, and Netherlands India s a l t
m a n u f a c t u r e is a monopoly of the respective governments (C.I.).
f fabrication de sel.
d Salzbereitung.
zoutaanmaakplaats
e salt works.
f saunerie, saline.
d Saline, Salzwerk.
zoutbriquet
e salt briquette.
f briquette de sel.
d S a l z b r i q u e t t , mv. - s.
zoutdebitant
[in gouvernements-dienst]
e salt retailer.
f débitant de sel.
d Salzdetaillist, amtlich angestellter Salzverkäufer.
1)
Soms ook voor z o u t a a n m a a k p l a a t s .
F.P.H. Prick van Wely, Viertalig aanvullend hulpwoordenboek voor Groot-Nederland
zoutmaker
e salt-maker.
f saunier.
d Salzbereiter.
zoutmonopolie
e salt monopoly.
f monopole du sel.
d Salzmonopol.
zoutpacht
e salt-farm.
f f e r m e d u s e l - vgl. in Indo-Chine de f e r m e d e s a l c o o l s .
d Salzpacht.
zoutpakhuis
e salt store, salt depot.
f magasin à sel.
d Salz-Magazin, Salzhaus.
zoutpakhuismeester
e salt-store keeper.
f (m a î t r e ) s a l i n i e r .
d Salzbeamter, Salzverwalter.
F.P.H. Prick van Wely, Viertalig aanvullend hulpwoordenboek voor Groot-Nederland
294
zoutpan
e salt-pan.
f vasière.
d Salzpfanne.
zoutregie
e salt monopoly.
f régie du sel.
d Salzregie.
zouttransport
e salt transport.
f transport du sel.
d S a l z t r a n s p o r t . In Duitschland heeft men S a l z t r a n s p o r t s c h i f f e .
zoutverpakking
e salt-packing.
f emballage du sel.
d Salzverpackung.
zoutvleesch
e salt-beef.
f du boeuf salé.
d Pökelrindfleisch, Salzfleisch.
a) zoutzuur
[adj.]
e muriatic.
f muriatique.
d salzsauer.
F.P.H. Prick van Wely, Viertalig aanvullend hulpwoordenboek voor Groot-Nederland
b) zoutzuur
[subst.]
e muriatic acid.
f acide muriatique.
d Salzsäure.
Zuiderkruis
e the Southern Cross.
f la croix du Sud.
d das südliche Kreuz.
zuiderstrand
[van Java]
e south coast.
f côte sud.
d Südküste.
zuiveringseed
e purgation by oath.
f serment de purgation.
d Reinigungseid.
† zurij:
zie surie .
zuurstel
e pickle-stand.
f picklier.
d Pickelgefäsz, Piclegestell.
F.P.H. Prick van Wely, Viertalig aanvullend hulpwoordenboek voor Groot-Nederland
* zuurtje
e pickle.
f cornichon mariné.
d saure Gurke.
zuurzak
e soursop, pickly apple.
f c o r o s s o l (vrucht), c o r o s s o l i e r (boom): On l'appelle encore c a c h i m a n
é p i n e u x et s a p a d i l l e (Jumelle, Cult. Col., I, p. 178).
d [d i e ] s a u r e S o b b e (M.S.). Vgl. Br.: In Deutschland können die Anona-Arten,
welche man Flaschenbäume nennt, nur in Warmhäusern gezogen werden.
Ook zegt men d e r s a u r e B i s s e n .
zwart bier
e stout.
f stout, bière noire.
d starkes Porterbier.
† zwart ebbenhout
vert: slaven.
zwarte kat:
zie ☐ pot .
zwartjes
[de -]
e the blackies, niggers, darkies.
F.P.H. Prick van Wely, Viertalig aanvullend hulpwoordenboek voor Groot-Nederland
295
f les moricauds.
d die Schwarzen.
zwartzuur
e duck-ragout.
f petite-oie, canard en civet.
d S c h w a r z s a u e r , ein Gericht: mit Blut und Essig bereitetes Gänseklein,
Hasenklein u. dergl. zegt Grimm. Het moderne woord is G ä n s e p f e f f e r .
Ook G ä n s e s c h w a r z , G ä n s e s c h w a r z s a u e r .
zwavelzuur
[adj.]
e sulphuric.
f sulfurique.
d schwefelsauer.
zweet
[soldatentaal]: zie slobber .
zwembad
e swimming-bath.
f bassin de natation.
d Schwimmbad, Schwimmbassin.
F.P.H. Prick van Wely, Viertalig aanvullend hulpwoordenboek voor Groot-Nederland
297
Etymologisch gedeelte.
F.P.H. Prick van Wely, Viertalig aanvullend hulpwoordenboek voor Groot-Nederland
299
A.
abis,
Mal. habis = op, af, afgedaan, enz.
abis perkara,
Mal. habis, op, af + perkara van het Skr. prakara = manier, wijze. Dit prakara kan
ontbonden worden in het prefix pra + kara, welk laatste afkomstig is van karoti = hij
maakt, volbrengt - vgl. het Avestisch frakaro = bewerking en het Lat. creare =
scheppen en ook het Mal. kerdja: werk. Van de Mal. beteekenissen van het woord
nl.: wijze, soort, geval, artikel, zaak, heeft de laatste zich in het Europeesch
spraakgebruik vastgezet, zóó zelfs, dat een samenstelling als bijv. vrouwenperkara
volstrekt niets ongewoons is.
adat,
Arab. 'âdat = het steeds terugkomende, het gebruik, de overgeleverde gewoonte,
het gewoonterecht. De Ar. wortel 'âda beteekent: terugkeeren, herhalen. Ofschoon
de t aanduidt, dat het woord per se vrouwelijk is, vindt men het, zooals blijkt uit
1)
Veth's Uit Oost en West ook wel eens mannelijk: ‘is er wel iets dat meer strijdt
tegen den adat?’ (Uilenspiegel, 14 Oct. 1871).
ade,
Mal. adik = jongere broer (zuster). Dit woord is reeds zoo verhollandscht dat men
grifweg spreekt van een adeetje, voor: een broertje of zusje. Zelfs is mij een geval
bekend, dat het als voornaam in een verlovingsaankondiging stond.
adipati,
Skr. adhipati = opperheer, uit adhi: op, over + patih, dat in het Skr. behalve ‘heer’
ook nog beteekent: bezitter, gemaal. Men denke hier aan het Lat. potis = vermogend,
aan potentieel, im-potent, potentaat, enz.
adoeh,
1)
Dit zal verder geciteerd worden V.O.W.
F.P.H. Prick van Wely, Viertalig aanvullend hulpwoordenboek voor Groot-Nederland
Mal. klachtuitroep, ook kreet van bewondering.
advokaat
(vrucht), van het Spaansche avocado, volksetymologische vervorming van het
Mexikaansche ahuacatl. Deze naam voor de Persea gratissima heeft in het Sp. ook
nog opgeleverd aguacate, waarvan het Fransche aguacat (naast avocat). Marryat
schrijft in F. Mildmay nog abbogada pear. De Engelsche matrozen hebben dit verder
verbasterd tot... alligator pear. Zeer eigenaardig is het volgende vers van Cowley
uit 1660, geciteerd in Hobson-Jobson:
The Aguacat no less is Venus' Friend
(Tu th' Indies Venus' Conquest doth extend)
A Fragrant Leaf the Aguacata bears:
Her fruit in fashion of an Egg appears,
With such a white and spermy Juice it swells
As represents moist Life's first principles.
agar-agar,
uit het Mal. behalve in het Holl. ook in het Engelsch overgegaan en reeds in de
kleinere woordenboeken te vinden. Naast agar-agar heeft het Eng. ook agal-agal,
wat misschien toe te schrijven is aan de Chineesche uitspraak.
F.P.H. Prick van Wely, Viertalig aanvullend hulpwoordenboek voor Groot-Nederland
300
ajer blanda,
Mal. neologisme uit Mal. ajer = water + blanda, van Wolanda, van Holland. In het
Mal. van Singapore beteekent blanda enkel: Hollander. In ons spraakgebruik heeft
het echter zijn beteekenis uitgebreid tot die van: blanke.
ajer djeroek,
letterlijk: djeroek (q.v.)-water.
ajo,
Jav. en Mal. uitroep tot opwekking, aanmoediging, aanzetting enz.
akal,
Arab. 'aql = verstand, scherpzinnigheid. In het spreek-Mal. beteekent het: list,
kunstgreep en in die beteekenis is het door ons overgenomen.
akar wangi,
Mal. akar = wortel + Jav. en Mal. wangi: welriekend.
alang-alang,
Jav. id. = Mal. lalang.
alcatief
is het Spaansch-Portugeesche alcatifa, alquetifa van het Arab. al-qatîfa: tapis,
couverture (V.O.W.). Reeds bij Linschoten (1596) komt het woord voor.
Alfoer
leidt Murray af van het Port. alfuori = Arab. al: de + fuori: buitenkant, dus de outsider.
Dezelfde afleiding gaf reeds Crawfurd, maar Prof. Veth vindt het geenszins
onwaarschijnlijk dat de Portugeezen dien naam hebben overgenomen van de aan
F.P.H. Prick van Wely, Viertalig aanvullend hulpwoordenboek voor Groot-Nederland
de kusten gevestigde Mahommedanen. Verder stelt hij het Port. alforria gelijk met
alhorria, beide beteekenende: de vrijheid, de staat van den vrije, het bevrijd zijn van
de slavernij. Het Arab, alhorro: de vrije (al + horro) is op dezelfde wijze geworden
= het Port. alforro, d.w.z. al: de + forro: vrijgemaakte.
Een derde verklaring is die van Dr. Wilken. Door hem is met het oog op de
uitspraak Halfoeren de vraag geoppend of we niet terug moeten gaan tot de
uitdrukking dalam hâl foeroe = in den wilden staat verkeerende, waarin hâl het aan
1)
't Arab. ontleende woord is voor: staat, enz. (vgl. Klinkert) en foeroe het op Ternate
en Menado heel gewone woord voor: wild, ontembaar. Hierbij zou dus hâl
verkeerdelijk verstaan zijn als al, het Arab. lidwoord. De laatste verklaring vindt
mede nog eenigen steun in het taalgebruik van het Ambonsch-Maleisch, waarin
orang Alifoeroe ook gebezigd wordt als scheldnaam = dom, onnoozel mensch (vgl.
van Hoëvell, Vocabularium).
alla(h)!
Arabisch Allah = God, in 't Ind. Nederlandsch en in Zuid-Afrika vaak gebezigd als
uitroep van verbazing.
aloen-aloen,
Jav. id.
amok,
Mal. id., waarbij het werkw. mengamok = in zinsverbijsterende woede moorden. In
Hobson-Jobson wordt het nog verder nagespeurd en teruggevonden in het
Malabaarsche amouchi of amuco, een verbastering van het Malayalamsche
amar-kkan = krijgsman, maar Yule en Burnell vinden zelf, dat dit amouchi of amuco
meer verwantschap toont met het Mal. amok, dan met amar-kkan, wat zeer juist is.
Immers, volgens prof. Kern, is amoek eigenlijk Javaansch = zich woedend gebarende,
razende, van den wortel wök, wuk = verwoede aanval in het Oud-Javaansch. Het
heeft den stam
1)
De Clercq stelt dit in zijn Het Maleisch der Molukken gelijk met het Spaansche furo.
F.P.H. Prick van Wely, Viertalig aanvullend hulpwoordenboek voor Groot-Nederland
301
gemeen met het Mal. maboek (Vgl. Kern, Kawi-studiën p. 93). Te vermelden is nog,
dat de Engelschen de a van amok voor het lidwoord hebben aangezien en daarom
vaak schrijven a muck bijv. to run a muck. Dryden zegt zelfs van Burnet:
Frontless and satire-proof, he scours the streets
And runs an Indian muck at all he meets.
ampas,
Mal. hampas, afval, uitgeperste vezels, enz.
amper,
Mal. hampir = bijna. Het amper, dat niet ‘bijna’, maar ‘nauwelijks’ beteekent, is niet
1)
van Indischen oorsprong.
anak mas,
Mal. anak: kind + Mal. mas: goud, waarin mas dienst doet als liefkoozingswoord.
Het woord mas wordt door Prof. Kern afgeleid van Skr. mâsha, goudgewicht, waaruit
zich in het Jav. en Mal. de beteekenis van ‘goud’ ontwikkeld heeft - vgl. ook Skr.
mâsha-vardhaka(h): goud-smid.
ananas,
Port. ananas of ananas van den Braziliaanschen naam nanas. De vrucht is door
Europeanen het eerst gezien in Peru.
andjing tanah,
Mal. andjing: hond + tanah: aarde, dus ‘aardhond’, waar Nederlanders zeggen
‘veenmol.’
andong,
Jav. id. met de beteekenis: huurvehikel.
angkin,
1)
In Zuid-Afrika beteekent amper uitsluitend: bijna, evenals ampertjes.
F.P.H. Prick van Wely, Viertalig aanvullend hulpwoordenboek voor Groot-Nederland
Jav. id.
angkloeng,
Jav. id.
ankong,
op de Oostkust van Sumatra, verinlandsching van Honkong in kreta Hongkong,
Hongkonsch wagentje, d.w.z. ricksha.
antjar,
Jav. Dit in Indië weinig bekende woord voor den oepas heeft o.a. in het Eng. reeds
een vaste plaats in de woordenboeken als antiar. Verder vindt men antiar-resin en
antiarin: the poisonous principle of the upas tree (Murray).
arak,
oorspronkelijk Arab. 'araq = zweet, sap, vooral in 'araq-at-tamr: het (gegiste) sap
van de dadel. Nadat het woord in alle Mahommedaansche landen ingang gevonden
had, is het ook in de Indische landstalen opgenomen met de beteekenis van: sterke
drank (uit de klapper of rijst gestookt). In dezen zin is het overgegaan in het Port.
als araca, araque, in het Spaansch arac, het Fransch arack en het Eng. (ar)rack.
arang,
Mal. id.
areka,
bij vroegere schrijvers areek (V.O.W.), dat thans geheel verouderd is, en waarvoor
in Indië zelf haast uitsluitend pinang in gebruik is, wordt door Prof. Veth niet genoeg
verklaard. Hij komt niet verder dan tot het vermoeden dat het van Malabaarschen
oorsprong is en ons overgeleverd door het Portugeesch. Inderdaad is areká, het
Port. areca, volgens Murray en Prof. Kern het Malayalamsche adekka, adakka =
het Tamil adeikây, zijnde adei een aanduiding van het trosachtige + kây: vrucht.
aren,
Jav. id.
F.P.H. Prick van Wely, Viertalig aanvullend hulpwoordenboek voor Groot-Nederland
arit,
Jav. id. zacht gekromd grasmes.
F.P.H. Prick van Wely, Viertalig aanvullend hulpwoordenboek voor Groot-Nederland
302
asem,
Mal. asam, vulgo asem = zuur. Dit asem is een verkorting van asam djawa: tamarinde
(Klinkert) of eerder van pohon asam.
astaga,
de uitroep van verbazing in den mond van hiergeborenen is een afkorting
astagapirlah, van astagrfiroe'llah = ik vraag God om vergeving.
atap,
Mal. id. met de beteekenis van: dakbedekking in het algemeen, welke beteekenis
in het Europeesch gebruik vernauwd is tot die van: dakbedekking van nipah-bladeren
of alang-alang. Het woord is ook in gebruik op Ceylon en in Perak (Hobson-Jobson).
Zooals Prof. Veth opmerkt is het dus wel een beetje vreemd, dat men spreekt van:
een atappen dak = een dak van dakbedekking.
atjar,
Perzisch atsjar, is in bijna alle inlandsche talen van Eng.-Indië overgenomen en ook
in onzen archipel. Linschoten gebruikt het reeds in 1596 en op het oogenblik is het
opgenomen in de Fransche, Duitsche en Engelsche woordenboeken, maar niet in
e
van Dale. Toch is het ook in het 18 eeuwsche Nederlandsch heel gewoon geweest.
en
1)
In den 4 jaargang van De Philanthrope, waarvan het eerste nummer verscheen
in 1756, vindt men een in den analytischen stijl der logica opgemaakt menu, waarop
onder het hoofd ‘bijwerk’ in zuur het volgende opgegeven wordt:
a. Agurkjes.
b. Ingelegde Morellen.
c. Assia.
† Kool Assia.
†† Assia Bamboes.
Uit den samenhang blijkt duidelijk, dat dit assia ons atjar is, althans in den bijvorm
achia, zooals die ook in het Eng. voorkomt.
atoeran,
Mal. id. regeling, schikking, orde.
B.
1)
Zie J. Hartog, De Spect. Geschr. van 1741-1800, p. 143.
F.P.H. Prick van Wely, Viertalig aanvullend hulpwoordenboek voor Groot-Nederland
baadje,
Mal. badjoe, van het Perz. bâdzoê. Minder juist is baatje voor baadje, wat
daarvandaan komt, dat de Hollanders het woord opvatten als baad + je en het dus
uitspreken als paadje (paatje), maar geheel foutief is Franck's afleiding van dit woord
van... baai. Vercoullie geeft de goede verklaring, maar een badjoe hoeft niet te zijn:
soort van hemd met witte en blauwe strepen. In 't Europeesch taalgebruik is het ook
vaak: jurk en soms zelfs buisje of jas.
baar,
waarschijnlijk van Mal. beharoe, nieuw, verkorting van orang beharoe letterlijk: nieuw
mensch = pas aangekomene. Het woord is niet meer zoo in trek als vroeger, toen
men zelfs sprak van baarsch en baarschap (V.O.W.), want zachtjes aan wordt het
verdrongen door totok.
baba,
de gedistingueerde aanspreking voor den hier geboren Chinees komt ook voor in
het Indisch Engelsch. In zijn Vocabulary zegt Swettenham er van, dat het de naam
is voor de mannelijke in de Straits geboren kinderen, zoowel die van Europeesche,
als van
F.P.H. Prick van Wely, Viertalig aanvullend hulpwoordenboek voor Groot-Nederland
303
Chineesche of Euraziatische ouders. Yule en Burnell denken hierbij aan beïnvloeding
van dit woord door baby, want eigenlijk is baba Turksch. voor ‘vader’. Wij hebben
dus hier de beteekenis zuiverder bewaard en meteen het woord van aanspreking
verheven tot soortnaam.
babi,
Mal. id. varken, varkensvleesch, overdrachtelijk ook van 'n vet en dik kind in 't Ind.
Nederlandsch.
babi-roesa,
Mal. babi: varken + id. roesa: hert. Ofschoon het woord ook (als babi roussa) in het
Ind. Engelsch bekend is, wordt in Hobson-Jobson de afleiding niet verder voortgezet
dan het Maleisch. Het woord roesa echter is te herleiden - evenals het Bataksch
ursa - tot het Skr. In de Bijdragen t.d. Taal-, Land- en Volkenk. v. N.I. IV, 4, p. 564
stelt Prof. Kern het gelijk met Skr. rçya: antilope. Men kan zich makkelijk heenzetten
over deze ontplooiing der r tot roe, als men bedenkt, dat de Sanskrit r in Zuidelijk
Indië steeds als roe uitgesproken werd en dat vandaar uit de Archipel is
gekoloniseerd.
baboe,
uit Jav. en in 't Mal. id., evenwel niet met de beteekenis opgegeven door Prof. Veth,
nl. dat de baboe zoowel dry nurse is als wet nurse. Yule en Burnell hebben dit beter:
‘In Java and the further East babu means a nurse or female servant’. Zij maken
deze opmerking, omdat in het Indisch Engelsch baboo de beteekenissen heeft van:
1. beschaafd (maar verwijfd) Bengalees; 2. inlandsche klerk die Engelsch schrijft.
Men denke hier aan het Baboo-Engelsch, zoo dikwijls door Anstey in de Punch
geparodiëerd.
bacove,
het West-Indische woord voor pisang (Musa paradisiaca nl.), dikwijls genoeg in de
kranten hier ter plaatse gebruikt, maar door velen niet begrepen, wordt door Prof.
Veth afgeleid van baccovo of pacoba, de Surinaamsche afkorting van den
Braziliaanschen naam: pacobeté voor deze vrucht.
badak,
Mal. id. Dit woord is merkwaardig, omdat het het aanzijn heeft gegeven aan een
vroeger veel gebruikt abada. Daar de Portugeezen er de wijfjeséénhoorn in gevonden
F.P.H. Prick van Wely, Viertalig aanvullend hulpwoordenboek voor Groot-Nederland
meenden te hebben, maakten zij het woord badak (met zwakke k) vrouwelijk en
schreven dus la bada, waarvoor later in de plaats kwam l'abada = de abada. In 1726
vindt men in een Spaansch woordenboek: Abada, s.f. La hembra (= wijfje) del
Rhinoceronte en thans vindt men het zelfs in de kleinste woordenboeken als zoodanig
opgegeven, bijv. in Tauch-nitz: abada, female rhinoceros.
badjing,
Jav. id.
bajem,
Mal. bajam.
bakkeleien,
door Prof. Vercoullie vollediger verklaard dan door Franck, is volgens
eerstgenoemden het Mal. bekkelahi voor berkalahi, dat echter nog verder nagegaan
kan worden. Waarschijnlijk is dit toestandswoord = ber + kalahi, waarin kalahi
teruggaat tot het Skr. kalahi, kalaha(h), twist, gekijf.
bakoe-bakoe,
Mal. bakau-bakau, verdubbeling, ter aanduiding van het collectief begrip.
F.P.H. Prick van Wely, Viertalig aanvullend hulpwoordenboek voor Groot-Nederland
304
bale-bale,
Mal. balai-balai. Oorspronkelijk is de balai een open loods op vier stijlen. De
verdubbeling van het woord is hier de aanduiding van datgene, wat op het door het
enkelvoudige woord uitgedrukte gelijkt, maar in het klein, dus een bank (zonder
leuning). Het woord is algemeen Maleisch-Polynesisch.
bamboe,
waarvoor het standaard-Maleisch boeloeh heeft, stamt volgens Prof. Veth uit
Hindostan en is ons in den vorm bamboes, dien men nog altijd in vele Hollandsche
woordenboeken vindt, dóór het Portugeesche bambus overgeleverd. Véél verder
is men met de afleiding nog niet gekomen. Als grondwoorden worden opgegeven
banboe of banwoe en het ook door Prof. Veth vermelde mamboe, dat gebruikt wordt
door de oudste Portugeesche reisbeschrijvers. Dat het woord in de Europeesche
talen met een b is overgegaan en niet met m aan het begin, verklaart Murray uit
den invloed van het Nederlandsch, in welke taal de b het eerst is opgetreden als
aanvangsletter.
bamboe doeri
is letterlijk: doornbamboe.
bami,
Chineesch bah mi, waarin bah = vermicelli en mi = vleesch. In het woordenboek
van Schlegel vindt men: vermicelli met garnalen en vet (de in Indië bekende bami):
bah mi.
banaan,
1)
in Indië zéér zelden gebruikt, door de Engelschen - behalve in de Straits - nooit,
is door de Portugeezen uit Afrika naar Amerika overgebracht en naar O. Indië. De
naam schijnt oorspronkelijk Afrikaansch te zijn (V.O.W.). In Hobson-Jobson wordt
als de meening van Prof. Robertson Smith aangehaald, dat het wel geen louter
toeval zal zijn, dat banaan samenvalt met het Arab. banana: vinger, teen, mv. banan:
vingers, teenen. Reeds vóór de kruistochten werd de vrucht gekweekt in Palestina
1)
Schouten schrijft reeds in zijn Reistogt, II, p, 144 (vierde ed. 1775, eerste 1676): De Bananas,
of indische vijgen, doch thans bij de Nederlanders meest onder den naam van Pisang bekend,
groeijen troswijs.... Men zegt, dat dit de vijgeboom is van welks bladen Adam en Eva zig
schorten maakten.
F.P.H. Prick van Wely, Viertalig aanvullend hulpwoordenboek voor Groot-Nederland
2)
onder den naam van mauz (waarvan in de taal der wetenschap Musa). Onder dien
naam komt ze voor in de litteratuur, maar daardoor is de mogelijkheid nog niet
buitengesloten, dat men in de volkstaal hier of daar banan = ‘vingers’ zei in plaats
van mauz en dat de vrucht onder dien naam door de Arabieren naar West-Afrika is
overgebracht.
bandeng,
Jav. bandeng.
bandjir,
uit Jav. en in 't Mal. id. Waarom in V.O.W. bandjer en banjer als hoofdwoord staat,
is niet duidelijk.
banteng,
Jav. id.
barang,
Mal. barang-barang: goed, goederen, enz.
barissan,
Jav. en Mal. baris: streep, lijn, rij, gelid + suffix an. Men vgl. het Fransche les rangs,
de gelederen en het Eng. rank and file. Naar de gewone uitspraak verdubbelt men
de s.
Batakker
wordt door de bevolking zelve voor een schimpnaam gehouden. De eigenlijke
beteekenis is niet geheel zeker.
2)
Dit mauz (tot Musa geworden) is aan het Skr. moca (spreek uit motsja), hetzij rechtstreeks
of indirect ontleend.
F.P.H. Prick van Wely, Viertalig aanvullend hulpwoordenboek voor Groot-Nederland
305
batik,
Jav. id. Hiervan is gevormd het werkw. batikken, enz.
batok,
Jav. id.
bawal,
Mal. id.
bawang,
Mal. id.: ui, alléén in de spreektaal in gebruik.
bedak,
Mal. id. Hiervan het werkwoord: sich bedakken.
bedoek,
Jav. bedoeg, soort opgehangen messigittrom, die met de knokkels of soms met een
soort trommelstok geslagen wordt.
bejo,
Jav. id., wordt fig. soms gebruikt als ons ‘papegaai’.
bek,
voor ‘inlandsche wijkmeester’ is niets dan het naar het Maleisch klankstelsel
vervormde ‘wijk’ van ‘wijkmeester’.
bekel,
F.P.H. Prick van Wely, Viertalig aanvullend hulpwoordenboek voor Groot-Nederland
Jav. id.
bendie
komt van het Kanareesch, Telugu bandi, Tamil vandi, voertuig, vehikel, karretje,
enz. De Engelschen schrijven bandy; de Hollanders bendi(e), bendy en zelfs bindi;
de e - vgl. trem - vertoont de Engelsche uitspraak van het woord.
beng,
Jav. aansprekingswoord tegenover meisjes, wordt in het Europeesch spraakgebruik
in den Oosthoek als soortnaam gebruikt.
benting,
Mal. benteng, in welken vorm het woord ook voorkomt in het Europeesch gebruik.
benzoë
gaat door het Portugeesche beijoim en Ital. benzoi terug tot een verondersteld
lo-benzoi, vertegenwoordigende het Ar. loeban djâwi: Javaansche wierook. In de
Romaansche talen is dit lo voor het lidwoord aangezien en zoo heeft men het
langzamerhand weggelaten. Ook bij oudere Hollandsche schrijvers vindt men nog
den vorm met j, benjoin.
beri-beri
is volgens Murray een Singaleesch woord, nl. een versterkende verdubbeling van
beri, dat ‘zwakte’ beteekent.
betel,
het in Indië bijna nooit gebruikte woord voor sirih, is door Dr. van der Tuuk (zie
V.O.W. p. 228) nagespeurd tot in het Tamil, in welke taal het wettilei wordt gespeld,
1)
gewoonlijk echter wettrilei. Dóór de vormen bettele, betel héén is het ons door de
Portugeezen overgeleverd. Yule en Burnell gaan echter nog verder en komen tot
het Malayalamsche wettila, d.w.z. vetu + ila = eenvoudig blad.
De veelvuldige samenstellingen, als betelblad, beteldoos, enz., waarvan Prof.
Veth spreekt, worden in Indië evenmin gebruikt als betel zelf. Men heeft hiervoor:
sirihblad, sirihdoos, enz.
1)
De t in deze Tamil-woorden klinkt ongeveer als r, maar bij verdubbeling als tt of ttr ongeveer.
In de Europeesche talen is geen klank, waarmee de uitspraak zuiver aan te geven is.
F.P.H. Prick van Wely, Viertalig aanvullend hulpwoordenboek voor Groot-Nederland
betet,
Jav. id.
betoel,
Mal. id.: juist, echt, waar. Dikwijls ter versterking verdubbeld betoel-betoel = ons:
waarachtig waar.
bibit,
uit Jav. en in 't Mal. id.: oorsprong, beginsel, kiem, zaad. In het Europeesch
taalgebruik: zaad, zaailing, plantje (om over te planten).
bilak,
Soendaneesch bilik: gespleten bamboe.
bingoeng,
Jav. id. = verbijsterd, suf, enz.
F.P.H. Prick van Wely, Viertalig aanvullend hulpwoordenboek voor Groot-Nederland
306
bintang,
Mal. id.: ster, in 't zeer familiare Ned. Indisch spraakgebruik = decoratie. Vgl. het
Fransche l'étoile des braves.
blanda:
zie ajer blanda .
blandja,
Mal. belandja: uitgave(n), volgens Prof. Kern in het Jav. Woordenbk. terug te voeren
tot het Pali-woord walanja = uitgaven.
blimbing,
Mal. belimbing; Tamil pilimbi en Malayalam vilimbi zijn overgenomen uit het Mal.
bobo,
ontleend aan een Indo-Portugeesch wiegeliedje, waarvan de aanvangswoorden
zijn: nina bobo.
boeboek,
Mal. id.
boeboer,
Mal. id.
boedjang,
Mal. id. = jonkman, in het Europeesch taalgebruik dikwijls = bediende, knecht, bijv.:
ik ben je boedjang niet. De door Veth vermelde volksetymologische aardigheid om
hiervan ‘boetjongen’ te maken, komt nu niet meer voor, wel soms ‘boejongen.’
F.P.H. Prick van Wely, Viertalig aanvullend hulpwoordenboek voor Groot-Nederland
boeloe ajem,
Mal. boeloe = beharing van 't lichaam, veeren + ajem Mal. hoen.
boeloe-boeloe,
Mal. boeloe = beharing van het lichaam, veeren. De verdubbeling dient ter aanduiding
van 't collectief begrip.
boemboe-boemboe,
Jav. id. voor specerijen; de verdubbeling duidt het collectief begrip aan.
boengkoes,
Mal. id.
boewaja,
Mal. id. = krokodil, maar in het Indo-Europeesch argot duidt men met dezen naam
den slenterenden dagdief aan, die op kosten van anderen leeft, zonder veel
onderscheid te maken tusschen het mijn en dijn.
boewa nonna,
Mal. boewah: vrucht + anona. Op volksetymologische wijze heeft de inlander hiervan
gemaakt boewah nonah = de meisjes-vrucht.
boreh,
Jav. id. Bij de oudere schrijvers wordt boraij als een handelsartikel vermeld - zie
Schouten, Reistogt, I, p. 237.
Borneo,
van Broenei of Boernei. Dit was de naam van het gedeelte van het eiland, dat door
Spaansche of Portugeesche zeevaarders het eerst betreden werd en die naam is
later overgegaan op het geheele eiland.
F.P.H. Prick van Wely, Viertalig aanvullend hulpwoordenboek voor Groot-Nederland
bosen,
Jav. id.
bouw,
Jav. bahoe, oorspronkelijk zooveel akkergrond als één man met zijn gezin bewerken
kan... Een moeilijke vraag is het, hoe het woord bahoe, dat eigenlijk (d.i. in het Skr.)
bâhoe: arm, bovenarm beteekent, en die beteekenis in het Maleisch steeds behoudt,
in het Javaansch in die van een groote landmaat is kunnen overgaan. Zeker is men
aan het woord de beteekenis van ‘de kracht eens arms’, ‘eens mans kracht’ gaan
hechten, en vandaar vervolgens die van een stuk land, waarvoor ééns mans kracht,
1)
dus één man, gesteld moest worden (Vgl. V.O.W.).
brandal,
Jav. id. = muiter, havelooze deugniet. In de eerste beteekenis
1)
Vgl. het gebruik van djoeng (in het Oud-Javaansch djeng, djöng), eigenlijk voet, voor een
zekere landmaat.
F.P.H. Prick van Wely, Viertalig aanvullend hulpwoordenboek voor Groot-Nederland
307
wordt het door de Europeanen gebruikt voor de opstandelingen tegen ons gezag,
in die van ‘deugniet’ voor een ondeugend kind, een rakker van een jongen.
brani,
Mal berani: moedig, dapper, driest. In Holland schijnt men het woord enkel als
substantief te kennen, althans Koenen (uitgave 1903) geeft het niet als bijv. nmw.,
zooals wij het hier meestal gebruiken. In Holland noemt men den bekenden
matrozenkraag brani-kraag en heeft men reeds een werkw. braniën.
bras,
Mal. beras: gepelde rijst.
breng-breng,
Jav. breng, aanduiding van het geluid van de gembreng. Als neologisme heeft men,
dit geluid redupliceerend, te Batavia breng-breng als de naam voor dit bekken in
omloop gebracht.
brom,
Jav. berem of brem: zoete drank uit ketan, die alcoholisch geworden is, ook te
Batavia door Indo's zoowel als inlanders gedronken.
buggy
schijnt nog altijd niet ontdekt te zijn, wat zijn oorsprong betreft. Murray zegt, dat men
dien gezocht heeft in bogie en bug, en dat er geen reden is om te veronderstellen,
dat het woord uit Engelsch-Indië komt.
C.
canna,
Lat. id., Grieksch kánna = riet, mat, uit het Assyrisch kanû, Phoenicisch kaneh
(Prellwitz, Etym. Wrtb. der gr. Spr.).
F.P.H. Prick van Wely, Viertalig aanvullend hulpwoordenboek voor Groot-Nederland
cassave
komt uit de Taino taal van Haïti, waarin men de varianten caçábi, casavi, cazabbi
en cassave heeft (Murray).
castor olie,
in de Hollandsche lexicographie (Vercoullie) reeds voorkomende in zijn
volksetymologischen vorm kasterolie, is van onzekeren oorsprong. Volgens Littré
is huile de castor gelijk castoreum: bevergeil. Mogelijk is het, dat de ricinus-olie
langzamerhand de plaats heeft ingenomen van het bevergeil en met den dienst ook
den naam overgekregen heeft.
Celebes.
Wij moeten in het midden laten, zegt de Enc. v.N.I., of de naam Celebes van
inlandschen oorsprong is, ‘ijzereiland’ beteekent en met een S moet beginnen; dan
wel, of het woord, van Portugeeschen oorsprong, ontstaan is uit Si labih of labeh
en dan ‘het eiland of de eilanden daarboven’ zou beteekenen, naar aanwijzing door
inlanders van de ligging aan de Portugeezen gegeven. Van de theorie van Egli, dat
het eiland zijn naam te danken heeft aan een volksstam der Celebes, die echter
niet bestaat, wordt hierbij nog geen gewag gemaakt en zooals genoegzaam blijkt,
is van elke poging afgezien om de etymologie van het woord te ontdekken. Deze
ontdekking is echter in 1896 gedaan door Prof. A. Wichmann in een uitvoerig artikel
in De Gids, dat hier verkort wordt weergegeven.
Celebes werd betrekkelijk zeer laat ontdekt. De eerste, die de kust ervan gezien
heeft, was Simo d'Abreu (1523). Eerst in 1528 werd
F.P.H. Prick van Wely, Viertalig aanvullend hulpwoordenboek voor Groot-Nederland
308
het land der Makassaren bezocht door Jorge de Castro, terwijl het eerste bericht
aangaande een vestiging der Portugeezen op het zuidwestelijk schiereiland
dagteekent van 1545. Het oostelijk schiereiland werd in 1533 voor 't eerst door
Andrés de Urdaneta betreden, maar geen enkele der bovengenoemde eerste
bezoekers maakt melding van den naam Celebes. Niet eer dan in het jaar 1550
wordt die naam in een gedrukt werk, van zekeren Duarte Barbosa, gevonden. Uit
Barbosa's manuscript uit 1516 is echter gebleken, dat de passus ‘de eilanden van
waar zij komen worden genoemd Celebe’ niet door hem geschreven is. De plaats,
waar het woord aldus voorkomt, is een Relacion hecha por Vincensio de Napoles
o
enz. van 1528. Daarin wordt melding gemaakt van een baai, die zich op 8 NBr. (de
Oostkust van Mindanao) bevond en gezegd dat de menschen daar, blanke en goud
produceerende menscheneters, zich celebe noemen, doch de pogingen om op
Mindanao een volksstam van dien naam op te sporen, moeten als mislukt beschouwd
worden.
Een volgend bericht, afkomstig van den reeds genoemden Andrés de Urdaneta,
in zijn Relacion van 1537, geeft aan het woord een zeer afwijkende beteekenis,
want er blijkt uit zijn mededeelingen, dat met de islas de los Celebes de Sarangani-,
Sangi- en Talaut- eilanden bedoeld zijn. Een zekere Garcia d'Escalante Alvarado
wijst deze islas een nog meer naar 't Zuiden gelegen plaats aan, en wel, zooals
door P.A. Tiele aangetoond is, een gedeelte van het hedendaagsche Celebes, maar
opmerkelijk is het, dat de stuurman van het schip in zijn verslag het woord Celebes
in 't geheel niet noemt, terwijl verder vermeld moet worden, dat de Spaanjaard de
Grijalva beweert, dat de Filippijnen, voordat zij door Villabolos met den
tegenwoordigen naam vereerd werden, den naam droegen van Archipielago de los
Célibes.
Met uitzondering van Duarte Barbosa's apocrief bericht zijn al de genoemde
e
verhalen pas zoo laat in druk verschenen, sommige pas na 't midden der 19 eeuw,
dat zij op de naamgeving van het eiland geen direkten invloed uitoefenen konden.
Indirekt echter wel, doordien aan de Portugeezen een en ander daaromtrent ter
oore moet gekomen zijn. Zoo gelastte in 1525 de gouverneur der Molukken Antonio
de Brito, aldus verhaalt de Barros, dat er 'n onderzoek ingesteld zou worden naar
de Ilhas dos Celebes, waar veel goud gevonden moest worden. Die tocht was zonder
succes, doordat het schip naar 't N.O. afdreef en hierin heeft dus geen aanleiding
gevonden kunnen worden tot het geven van een naam aan ons eiland. Eerst in het
door Lavanha na den dood van de Barros uitgegeven vervolg van diens Decadas
vindt men verdere berichten. ‘In dezen tijd kwamen naar Ternate twee Makassaren
.... De Makassaren waren volgens die afgevaardigden verlangend om
handelsbetrekkingen met de Portugeezen aan te knoopen, en velen in hunne
eilanden en in die van de Celebes zouden genegen zijn het Christendom te
omhelzen’. Verder wordt er bijgevoegd, dat
F.P.H. Prick van Wely, Viertalig aanvullend hulpwoordenboek voor Groot-Nederland
309
Galvao aanstonds last gaf een schip zeilklaar te maken. In het werk door Galvao
zelf geschreven (1563) is van een tocht naar de Ilhao dos Macassares e dos Celebes
geen sprake. Het woord Celebes wordt er in 't geheel niet in gevonden. Hoe komen
nu de Barros en Lavanha aan deze eilanden? Van het werk van Galvao zag in 1601
een Engelsche vertaling het licht door P. Hakluyt. Origineel en vertaling werden in
1862 onveranderd herdrukt en nu blijkt, dat de woorden ‘o mesuro Antonio galvao
ter muitos feitos [fieis] dos celebres Mocassares, Amboynos, Moros, Maratax &bi
outras diversas partes’ ... vertaald werden: he himself christened many (as the lords)
of the Celebes, Macassares, Amboynos, Moros, Morotax, and divers other places’.
Uit het bijv. nmw. berucht of beroemd, celebre, maakt Hakluyt een volksstam ...
Celebes. Het is nu zeer waarschijnlijk, dat de Barros en Lavanha dezelfde vergissing
hebben begaan, een vergissing die volkomen verklaarbaar wordt, als men bedenkt,
dat Celebres zelf als synoniem voor Celebes gebezigd werd.
De eerste, die den naam van Celebes op het geheele eiland heeft toegepast, was
Gabriël Rebello, die in zijn Informaçao das cousas de Moluco in 1569 schreef: ‘De
archipel der Celebes is gelegen ten westen van Moluco en bestaat, naar het schijnt,
uit het grootste aantal van eilanden. Hij begint met het groote eiland der Celebes
enz.’ En nu gebeurde iets, dat het lot van dien naam voor goed besliste. Toen Jan
Huygen van Linschoten in 1592 uit Voor-Indië naar Enkhuizen terugkeerde, bracht
hij een Portugeesche manuscriptkaart van den Indischen archipel mee. Op die kaart
wordt de naam van Celebes op het geheele eiland toegepast, hoewel de noordkaap
ta
nog aangeduid is als de P . dos Celebres. Daarna volgt Mercator, die in zijn atlas
alle die gegevens van Linschoten overneemt, waardoor ten slotte de naam Celebes
voor goed burgerrecht verkreeg. Het geheel overziende, ontwaren wij dus, dat een
in 1550 verschenen werk een onecht bericht bevat over een eiland Celebe, dat door
'n blank, menschenetend volk bewoond wordt, dat goud produceert. Uit de bronnen
blijkt, dat reeds in 1528 van een dergelijk op de Oostkust van Mindanao wonend
volk melding wordt gemaakt. Kort daarna wordt de volksstam der Celebes naar de
meer zuidelijk gelegen Sangi-, Talaut- en Sarangani-eilanden verplaatst. Nog later
zoekt men het aan de Oostkust van het huidige Celebes. Een vastere plaats wordt
aan deze denkbeeldige en geheel in de lucht zwevende eilanden aangewezen,
doordien zij tengevolge van een misverstand met de ‘eilanden der Makassaren’,
wier ligging vrijwel bekend was, saamgekoppeld werden. Dit misverstand is ontstaan,
doordien de ‘beruchte (celebres) Makassaren’ tot eene vorming van de ‘eilanden
der Celebes en Makassaren’ aanleiding gaven. Werd vooreerst de naam Celebes
alleen op het noordelijk schiereiland toegepast en blijft het zuidelijk gedeelte den
naam van Makassar houden, zoo verkrijgt ten slotte de eerstgenoemde in kaarten
en geschriften de overhand.
F.P.H. Prick van Wely, Viertalig aanvullend hulpwoordenboek voor Groot-Nederland
310
chutney,
Hindi chatni.
coprah
is door de Portugeezen waarschijnlijk van het Malayalamsche koppara met zelfde
beteekenis overgenomen, maar dit gaat weer terug tot het Hindi khopra. In de laatste
uitgave van Hobson-Jobson wordt dit in verband gebracht met khopra, khopri en
khappar, alle drie = schedel, Skr. kharpara, id.
creool,
wordt door Prof. Vercoullie teruggevoerd tot het Spaansche criollo, maar opgegeven
als onzeker in zijn oorsprong. In Uit Oost en West wordt het afgeleid van het Port.
crioulo = slaaf geboren in het huis zijns meesters. Als zoodanig is dan crioulo een
afleiding van criar = voeden, opvoeden, waarnaast crear = voortbrengen (Lat. creare).
Deze afleiding komt overeen met die van Skeat, wat de beteekenis aangaat. Zijn
criollo echter leidt hij af van criadillo: voedsterlingetje, verkleinwoord van criado:
opgevoed, grootgebracht; in huis grootgebrachte slaaf. De Zuid-Amerikaansche
negers pasten dit verkleinwoord, verbasterd tot criollo, toe op hun eigen in Amerika
geboren kinderen in tegenstelling met de uit Afrika geïmporteerde negers. Terwijl
nu de oorspronkelijke beteekenis van het woord allengs in vergetelheid raakte, zegt
Prof. Veth, dacht men daarbij weldra nog slechts aan het geboren zijn in een ander
land dan dat der afstamming en kende den naam toe zoowel aan de blanken, die
ten opzichte van het verschil tusschen geboorte- en stamland in dezelfde
omstandigheden verkeerden, als aan alle in Amerika geboren negers. Deze
beteekenis is volgens De Vere's Americanisms nog altijd de gangbare: ‘The word
creole, from the Spanish criollo, meant originally nothing more than a child born of
European parents in the West Indies, or on American soil; but it has long since been
almost universally applied to any one born in the tropics, without regard to race or
color. In the United States the meaning of the term is very vague, but a general
feeling prevails, that the creole has some slight admixture of African blood in his
veins’. Mutatis mutandis zien we iets dergelijks wat de opvatting van de beteekenis
van creool betreft naar gelang het woord in het moederland of in de koloniën
gebezigd wordt. Hier in Indië zijn de kinderen uit Hollandsche ouders creolen, wat
ook bijv. de opvatting - de eenig juiste tusschen haakjes - is van L. Couperus, zelf
een Indische jongen. In De Stille Kracht toch noemt hij van Helderen ‘met zijn
verwonderlijke distinctie en ingeboren stijl, als was hij niet een kind van Europeesche
ouders, die steeds in Indië waren geweest’ een kreool, maar spreekt men een pas
uitgekomen totoksche, dan zal men vaak zien, dat deze denkt dat een creoolsche
niet pur sang is, ondanks het feit, dat men in Holland creool in den regel gebruikt
van West-Indische kinderen van ongemengden bloede.
F.P.H. Prick van Wely, Viertalig aanvullend hulpwoordenboek voor Groot-Nederland
croton,
Grieksch krotoon, de naam voor Croton tiglium, maar volgens Littré werd
oorspronkelijk die naam door de Egyptenaren toegepast op de kiki = de gewone
ricinus.
F.P.H. Prick van Wely, Viertalig aanvullend hulpwoordenboek voor Groot-Nederland
311
D.
dadap,
Mal. dedap.
Dajak.
Volgens Prof. Veth heeft Robidé van der Aa in zijn uitgave van Bock's Reis in Oosten Zuid-Borneo in herinnering gebracht, dat volgens von de Wall, de Bonoa's, een
Dajaksche stam aan den Boengan ... de bewoners van het grensgebergte Dajaks
noemen, hetgeen ‘bovenlander’, ‘bergbewoner’ beteekent, dus hetzelfde als Be-adjoe
of Ng-adjoe, van adjoe, in het Poelopetaksch = boven, hooger de rivier op.
Laat men de k, die in de Maleisch-Polynesische talen dikwijls als sluitletter
aangehecht wordt, uit Dajak weg, dan krijgt men den Maleischen vorm van een
wijdverbreid woord: daja, Madoereesch dadja, Ilokaansch daya, Tagalog laya, ...
Makassaarsch en Niasch raya, Boegineesch radja. Dit daja beteekent ongeveer
hetzelfde als adjoe, nl. ‘binnenland, hooger gelegen land, de landstreek in
tegengestelde richting van de zee gelegen’. Bij het Makassaarsch raya maakt
Matthes de gevolgtrekking, dat dit woord oorspronkelijk de landzijde beteekend
hebben moet en dat daarvan af te leiden is de naam Toe-Raya's of Boegineesch
To-Radja, 'n zeker bergvolk. De slotsom, waartoe Prof. Kern komt in de bespreking
van Oost en West in De Indische Gids, is, dat orang Dajak dus hetzelfde is als
Toe-Raya of To-Radja en Be-adjoe, nl. bergbewoner. Hiermee is de afleiding van
Perelaer, als zou Dajak van dadajak = wankelend, waggelend loopen, komen, te
niet gedaan.
dalam,
Jav. id.
dalang,
Jav. id.
dalima
komt van het Skr. dalima: granaatappelboom.
F.P.H. Prick van Wely, Viertalig aanvullend hulpwoordenboek voor Groot-Nederland
damar,
Mal. (en Jav.) id. In den vorm dammer, ten onrechte door Prof. Veth opgegeven als
de gewone vernederlandsching, komt het woord in E.-Indië veelvuldig voor. Men
heeft daar white dammer, dammer pitch en black dammer. In Engelsche
woordenboeken vindt men reeds de samenstellingen dammar-resin en
dammar-varnish.
dandang,
Mal. id.: ketel van blik waarin in een kegelvormig uitloopend mandje de rijst wordt
gaar gestoomd.
daoen koerap
van 't Mal. daoen blad + Mal. koerap ringworm.
datjin,
Chineesch. Volgens A. Marre, Mélanges Ch. de Harlez, is het samengesteld uit da:
groot + tching: balans. Dit klopt met wat in Hobson-Jobson staat, nl. dat in Amoy
een kleine unster ch'in heet en sommige Chineesche woordenboeken ta 'chêng
opgeven als: groote unster. Voor de aardigheid kan hier nog vermeld worden de
soms gegeven afleiding d'Achin = van Atjeh.
dedek,
Mal. dedak.
demang,
Jav. id.
dendeng,
Mal. id.
dessa,
F.P.H. Prick van Wely, Viertalig aanvullend hulpwoordenboek voor Groot-Nederland
Jav. desa, waarmee te vergelijken is het Skr. deça(h) = landstreek en de in de Cycl.
Brit. gegeven woorden desadhipati en desmukh (= desa + mukha) voor ‘dorpshoofd’.
Zooals Prof. Kern (Ind. Gids
F.P.H. Prick van Wely, Viertalig aanvullend hulpwoordenboek voor Groot-Nederland
312
1889, p. 1223) opmerkt moet dessa als Javaansche ontleening stammen uit een
streek, waar men de thans meest verbreide uitspraak désô niet of nog niet kende.
De Javaansche uitspraak is in de laatste drie eeuwen zeer sterk veranderd en al
wordt nu het woord meestal désô uitgesproken, men schrijft altijd desa. Het
hedendaagsch gebruik van desa voor ‘dorpsgemeente’ wordt niet voor 1400 n. Chr.
aangetroffen.
djaga,
Mal. id. Vgl. Prakrit jaga, Skr. jagara bij jagárti: hij waakt. Dit is een van de weinige
Prakrit-vormen door de Hindoes naar Ned.-Indië overgebracht.
djagoeng,
Mal. id., maar djagoeng moet in den Archipel een ruimere beteekenis gehad hebben
dan de tegenwoordig gangbare ‘Turksche tarwe’. Volgens Prof. Veth wijst o.a. hierop
het gebruik van djagoeng kastila bij Rumphius. Waartoe zou anders het bepalende
kastila dienen? Op grond hiervan waagt Prof. Veth de volgende gissing:
Djawa beteekent ‘gierst’ of oorspronkelijk misschien in het algemeen ‘graankorrel’,
dat dan in een land, waar oudtijds geen ander graan groeide dan gierst, natuurlijk
toch de naam van dit graan werd. Later noemde men op Java de gierst djawawoet,
samengetrokken uit djawa awoet d.i. ‘fijne korrel’. De maïs zal men daarentegen
djawa agoeng of djawa goeng, d.i. ‘groote korrel’ genoemd hebben, volkomen
beantwoordende aan het Port. milho grosso. Daarna werd dan djawa goeng tot
djagoeng samengetrokken. Deze vernuftige afleiding blijkt - althans wat het eerste
gedeelte betreft - niet alleen goed gevonden, maar ook waar te zijn. Ook Dr. van
der Tuuk heeft opgemerkt, dat het Jav. djawawoet (=djawa awoet) ‘fijnkorrelige
djawa’ is en dat analoog in het Bataksch djaba oerè de naam is voor ‘gierst’.
Trouwens ook het Maleisch heeft nog een uit het Perzisch overgenomen djaw =
‘gierst’, Skr. yawa, id. Door de bijvoeging awoet werd de ‘gierst’ dus onderscheiden
van de ‘gerst.’
djahat,
Mal. id. = slecht, verkorting van orang djahat, als substantief gebruikt ter aanduiding
van de opstandelingen tegen het Nederlandsch gezag.
djahit.
Verkorting van toekang djahit.
djaksa,
F.P.H. Prick van Wely, Viertalig aanvullend hulpwoordenboek voor Groot-Nederland
Jav. id., uit het Skr. adhyaksja: ‘superintendent’, van adhi: op, over + aksja (aksi):
oog.
djamblang,
Mal. djambelan.
djamboe,
Mal. id., uit Skr. jambú of jambu, volgens Uhlenbeck de Eugenia jambolana, dus
onze djamblang, hoewel in 't Skr. ook andere Eugenia-soorten zoo heeten. Verder
niet na te speuren.
djarak,
Mal. id.
djati,
Jav. en Mal., misschien eigenlijk kajoe djati = het echte, rechte hout, het hout bij
uitnemendheid. Uit dit kajoe djati is zonder twijfel kajatenhout ontstaan (een volkomen
parallel van porte-brisée-deur), waarom we met Prof. Veth niet eens meer hoeven
te lachen, daar het woord in Indië al dood is, even goed als kiatenhout. In
F.P.H. Prick van Wely, Viertalig aanvullend hulpwoordenboek voor Groot-Nederland
313
van Dale vindt men de beide woorden nog, maar Koenen geeft in 1903 terecht enkel
djatihout.
djengkol,
Jav. id.
djeroek,
Mal. Jav. id.
djimat,
is uit het Arab. 'azîmat = betooveringsmiddel in het Mal. overgegaan met verlies
van de 'a en verandering van z in dj (vgl. badjoe), daar het Mal. geen z kent.
djoeragan
Jav. Soendaneesch, oorspronkelijk: heer, meester.
djoeroemoedi
Mal. uit djoeroe ‘baas’ + moedi van kemoedi = roer.
djoeroe toelis,
Mal. djoeroe: zaakkundige + toelis stam van het ww. ‘schrijven’, dus schrijver.
Schertsenderwijze wordt het soms gebruikt voor: secretaris.
djoewar,
Mal. id.
djoewet,
Jav. id.
F.P.H. Prick van Wely, Viertalig aanvullend hulpwoordenboek voor Groot-Nederland
djongos,
waarschijnlijk 'n verbastering van den Hollandschen vocatief: jongens! Nu is het
enkelvoud.
doejong,
Mal. doejoeng. In het Fransch gepopulariseerd als dugon. Het Eng. heeft dugong.
doekoe,
Mal. id.
doekoen,
Jav. id.
doepa,
Mal. id. van Skr. dhupa: reukwerk.
doeren,
Jav. vorm van doerian q.v.
doerian,
Mal. van doeri: stekel + an: ig, dus de stekelige (vrucht). Schouten sprekende over
deze vrucht in zijn Reistogt, II, p. 143, zegt, dat zij met den verbasterden naam
Dryoens werd genoemd of wel men sprak van ‘stinkers’. Ook bij Stavorinus (Reize,
I, p. 198) vindt men nog drioensboom naast durioens.
doesoen,
1. Hoog-Jav. voor dessa, 2. Mal. = buitenverblijf, dorp.
E.
F.P.H. Prick van Wely, Viertalig aanvullend hulpwoordenboek voor Groot-Nederland
ebro,
samengesteld uit de beginletters van E(erste) B(ataviasche) R(ijtuig) O(nderneming),
die voorkomen op de controle-bordjes. Zoo is het woord soortnaam geworden en
zegt men: roep 'ens een ebro. Wat later kwamen de ropo's, van de Rijtuig
Onderneming Petodjo Oost en méér nog.
Euraziaat
is een navolging van het Engelsche Eurasian, een jonge. benaming voor den
half-caste, gefabriceerd uit European + Asian. Ook heeft men in het Nederlandsch
hier reeds Euraziër.
F.
fettor
Port. feitor (Lat. factor) oorspronkelijk: dader, bedrijver, maar in Indië vroeger ook:
zaakwaarnemer, beheerder, op Sumatra zelfs: assistent-resident, thans nog op
Timor voor: gezaghebber.
fez,
naar de plaats van herkomst, Fez, zoo genoemd. Fez is de hoofdstad van Marokko.
foelie,
volgens Franck van het Italiaansche foglia en het Fransche
F.P.H. Prick van Wely, Viertalig aanvullend hulpwoordenboek voor Groot-Nederland
314
feuille, daar eenmaal foglia di noci moscate en feuille de macis gebruikelijke
uitdrukkingen zijn geweest.
G.
gaba,
Jav. id.
gaga,
Jav. id., eigenlijk de rijst op hooge velden verbouwd.
gajoeng,
Mal. id., oorspronkelijk: klapperdop met steel om water te scheppen. De Europeanen
bedoelen er mee een blikken schepemmertje voor de badkamer.
galengan,
Jav. id.
gambier,
Mal. gambir.
gamelan,
Jav. id. van gamel: muziek maken, met muziek begeleiden + an. De g, die nog
dikwijls achter dit woord gevoegd wordt, is even overtollig als die van orang oetan(g).
Vroeger noemde men dit het gomgomspel of de gomgommen (Vgl. Stavorinus,
Reize, I, pp. 54 en 204) van het Mal. gong.
gampong,
Atjeesch id. voor kampong.
F.P.H. Prick van Wely, Viertalig aanvullend hulpwoordenboek voor Groot-Nederland
gandasoeli,
Mal., maar zeker niet oorspronkelijk. Vgl. Skr. gandha(h): reuk, geur, nieuw-Perzisch
gand: stank. Dit gandha heeft langzamerhand de beteekenis aangenomen van
‘geurige bloem’ en in het Tagalog, de hoofdtaal der Philippijnsche eilanden, heeft
deze zich weer gespecialiseerd tot ‘lelie’. Wat soeli beteekent, schijnt niet bekend
te zijn.
gantang,
Mal. id.
gardoe,
Jav. leenwoord van het Port. guarda, hoewel het niet waarschijnlijk rechtstreeks
daaruit komt, want dan zou de a aan 't eind van 't woord bewaard gebleven zijn.
gebang,
Mal. id.
gekko
is, bevreemdend genoeg, in de Europeesche literatuur de klank-nabootsende naam
van een soort hagedis, die duidelijk toke roept en niets anders, vanwaar het dier in
het Mal. dan ook tokek heet. In Burma heet hetzelfde of een verwant beest evenzoo
tokté.
gemas,
Mal. gemas, - vgl. Jav. gomos = graagte en anggomos = met graagte, zoodat de
eig. beteekenis = graag is, tusschen haakjes een woord, waarvoor in het
Nederlandsch geen equivalent te vinden is. Wanneer bijv. een moeder zegt, dat zij
gemas is op haar kind, gaat het toch zeker niet aan dit weer te geven met een van
Klinkert's vertalingen: nijdig, kwaadaardig, vergramd. Het is veeleer een uiting van
verliefde razernij, plotseling opwellend en het gevoel meebrengend, dat men de
persoon, waarop men gemas is, ‘wel op zou willen eten.’
gendie,
Jav. kendi, maar te vergelijken is misschien Skr. kundi = kruik. In de Drawidische
talen komen echter woorden voor, die heel dicht staan zoowel bij den Mal. vorm
F.P.H. Prick van Wely, Viertalig aanvullend hulpwoordenboek voor Groot-Nederland
gendi als bij het Javaansche kendi. Zoo vindt men in Hobson-Jobson bijv. Malayal.
kindi, Telugu gindi, welke behooren bij een werkwoord kinu = hol zijn.
getah,
Mal. id., in Europa verlatijnscht tot gutta.
F.P.H. Prick van Wely, Viertalig aanvullend hulpwoordenboek voor Groot-Nederland
315
getek,
Jav. id.
giwang,
Jav. id. voor een soort oorknoppen; komt in den laatsten tijd reeds in Indische
prijscouranten voor.
gladakker,
in het plat Hollandsch gladekker, beteekende oorspronkelijk onder de Nederlanders
op Java: een slecht, versleten paard, een knol, volgens Prof. Veth. Als zoodanig
kennen wij het niet meer. Het komt nu voor in de beteekenis van: 1. gladakshond
(van Rees, Herinneringen), 2. gemeene kerel, schurk. Het idee van ‘liederlijk’
(V.O.W.) zit er thans niet meer in. Afgeleid wordt het van gladag-paard of paard
voor den transportdienst. De zich hieraan vastgehecht hebbende beteekenis van
‘slecht’ is later ook op de bekende losloopende kamponghonden overgedragen en
eindelijk op personen.
glagah,
Mal. gelagah id.
glatik,
Jav. gelatik id.
gobang,
Jav. en Mal. id.
goeboek,
Jav. goeboeg.
goedang,
F.P.H. Prick van Wely, Viertalig aanvullend hulpwoordenboek voor Groot-Nederland
waarschijnlijk oorspronkelijk Drawidisch. Volgens Hobson-Jobson heeft men in het
Teloegoe gidangi en in het Tamil kidangu = plaats waar goederen liggen, van kidu
= liggen.
goela djawa,
uit het Skr. gula = melasse + djawa = Java, dus Javaansche suiker, palmsuiker.
goeling,
Mal. id. eigenlijk stam van het werkwoord ‘rollen.’
goena-goena,
Mal., een verdubbeling van het Skr. guna(h) met de beteekenissen: draad, snoer,
strik, boogpees; hoedanigheid, goede hoedanigheid, deugd. Hieruit kon zich
gemakkelijk de beteekenis van ‘deugdzaam’ d.w.z. krachthebbend middel
ontwikkelen, waaruit die van ‘toovermiddel’ is ontstaan.
goenie,
Mal. goeni, maar, zooals Prof. Veth vermoedt, niet oorspronkelijk. Prof. Kern (Ind.
Gids 1889, p. 1218) identificeert het met het Skr. gonî = zak, wat ook nog
teruggevonden wordt in het Hindoestani en Maratsch als goni en gon. In Nederland
schijnt men er ook gonje van te maken (V.O.W.).
goenoenger,
verhollandsching van orang goenoeng = bergbewoner, overdrachtelijk: iemand die
onbeschaafd is.
goeramie,
Mal. id., maar de vorm van het woord wijst op vreemden oorsprong.
goerita,
oorspronkelijk: inktvisch, waarvan verwanten in vele Maleisch-Polynesische talen
voorkomen, zooals kugita in 't Bisaya en Hanoy, kurita in het Macassaarsch, krit op
Kei, kuita op de Fidji-eilanden enz. Overdrachtelijk naar de gelijkenis ook in gebruik
voor den sarongband met geknoopte franje aan de beide uiteinden.
F.P.H. Prick van Wely, Viertalig aanvullend hulpwoordenboek voor Groot-Nederland
goeroe,
Jav. en Mal. = het Skr. guru: leermeester. In Uhlenbeck's etymologisch
Sanskrit-woordenboek vindt men gurú(s) = zwaar, gewichtig, eerwaardig - verder
niets. In zijn Sankrit Reader echter leidt Lanman ook de beteekenis ‘leermeester’
hieruit af, als volgt: guru - 1. zwaar, 2. gewichtig, 3. eerwaardig, 4. (als substantief)
degene, die bij uitnemendheid eerwaardig is, nl. de leermeester
F.P.H. Prick van Wely, Viertalig aanvullend hulpwoordenboek voor Groot-Nederland
316
(der heilige boeken). Men lette op het verband tusschen goeroe en het Fransche
grave, Lat. gravis of het bary van bariton.
golok,
Mal. id.
gong,
Mal. id.
griemis,
Jav. geriemis = motregen.
grobak,
Jav. grobag.
H.
hadat,
zie adat .
hadji,
verbasterd Arab. bedrijvend deelwoord = de bedevaart (naar Mekka) of hadj
hebbende gedaan. In Eng.-Indië heeft men er hadgee van gemaakt.
Hindoe,
Perzisch id. voor: Indiër - zie Indië .
hongi-tocht,
F.P.H. Prick van Wely, Viertalig aanvullend hulpwoordenboek voor Groot-Nederland
volgens het Rumphius-Gedenkboek van hongi: geraas + tocht. In 1861 zijn deze
tochten verboden.
hormat,
Mal. id., oorspronkelijk Arab. hurmat (u = oe), d.w.z. eerbewijs. Het woord is van
denzelfden trilitteralen stam h-r-m, waarvan ook harem komt.
I.
Indië
komt volgens Hobson-Jobson van het Skr. Sindhu (zie Uhlenbeck sindhu(s), stroom,
vloed, Indus). Van ‘rivier’ heeft de beteekenis zich uitgebreid tot die van: het gebied
aan de oevers dier rivier, nog altijd Sindh geheeten. In het Perzisch gaat een s vóór
klinkers over in h en zoo kwam dit Sindhu als Hindu in het Perzisch, waaruit het
Grieksche Indoi: de Indiërs, Indos: de Indus en Indike: het land aan diens oevers,
ontleend werden. Langzamerhand werd de term Indike door vreemdelingen toegepast
op wat wij nu (Britsch) Indië noemen. De Latijnsche naam India komt bij Grieksche
schrijvers niet vroeger dan het midden van de tweede eeuw na Chr. voor.
Islam,
is een Arabische infinitief. Letterlijk beteekent het: de overgave van zich zelf (aan
Allah).
J.
Java,
oorspronkelijk Yava-dvipa (spreek uit Jawa-dwipa) = gerst- of gierst-eiland; alléén
dit laatste kan bedoeld geweest zijn, dewijl gerst op Java niet voorkomt. Dat Yava
‘gerst’ en ‘gierst’ is, zagen wij reeds bij de bespreking van djagoeng.
jute,
Bengali jut, de vezels van de bast van Corchorus olitorius. Dit jut gaat terug tot den
in Orissa gebruikelijken inlandschen naam jhuto of jhoto.
K.
F.P.H. Prick van Wely, Viertalig aanvullend hulpwoordenboek voor Groot-Nederland
kaaiman,
volgens Littré van het Caraïbische acayoeman: krokodil.
F.P.H. Prick van Wely, Viertalig aanvullend hulpwoordenboek voor Groot-Nederland
317
Hiervan maakten de Spanjaarden cayman en wij kaaiman. Terwijl de ware ‘kaaiman’
echter een alligator is, kennen wij hier dien naam toe aan een soort van echte
krokodil. Dit gebruik is reeds zeer oud. Bontius, een tijdgenoot van Koen, vermeldt
dat de krokodil, zooals die te Batavia voorkomt, door geheel Indië Cayman heet.
Die vroege verbreiding van het woord wijst er op, dat de naam wel door de
Portugeezen (als caimao of caimam) uit de West naar den Oost overgebracht zal
zijn.
kabaai, kabaja.
Dit laatste is de Portugeesche vorm van het Arabische qabâ = lang kleed, maar
kabaai is het Perzische qabaj, bijvorm van qabâ. De spelling cabay vindt men nog
en
in den 4
druk van Schouten's Reistogt, II, p. 47, die in 1775 verschenen is.
kabar
is een vermaleisching van het Arab. chabr = bericht. Het is wel eigenaardig, dat het
hieraan beantwoordende kubber of khubber en khab(b)ar in de beteekenis van
‘bericht’ of ‘nieuws’ ook in het Indisch Engelsch wordt gebruikt.
kaboepaten,
Jav. id., afleiding van boepati, Skr. bhûpati = bhû: land (van bhû: 1. zijnde, bestaande,
2. het bestaande 3. de aarde 4. het land, enz.) + pati: heer, dus ‘landsheer’ (vgl.
adhipati). Naast bhûpati vindt men in het Skr. ook bhûmi-pati = lord of the land, king,
prince (Lanman), waarbij men denke aan Soekaboemi. Vóór boepati komt nu ka en
er achter an, waarbij de i regelmatig met de a tot e samensmelt.
kadal,
Jav. id.
kafir,
Arab. kâfir, bedrijvend deelwoord = niet geloovend. Prof. Veth houdt den volksnaam
Kaffer in Z. Afrika voor hetzelfde woord.
kaftan,
Turksch qaftan, ook in het Perzisch in gebruik.
F.P.H. Prick van Wely, Viertalig aanvullend hulpwoordenboek voor Groot-Nederland
kain,
Mal. id.
kajoepoetie,
Mal. kajoe: hout + Mal. poetih: wit. Dikwijls gebruikt men dit bij wijze van verkorting
voor kajoepoetie-olie. Den vorm kajaput, zooals zelfs Prof. Veth schrijft, ziet men in
Indië nooit, hoogstens hoort men in de spreektaal kajapoetie of kajepoetie.
kakap,
Mal. id., is ook in het Indisch Engelsch opgenomen en wel als cockup. Een tijd lang
is die visch met den verbasterden naam van ‘kaalkop’ aangeduid, maar deze
aardigheid is nu geheel dood, evenals ook andere verbasteringen geheel in onbruik
zijn geraakt. Ik wees reeds op ‘boetjongen’ en wie zegt nu nog ‘Baviaan’ voor Bawean
of ‘passeerbaan’ voor paséban of ‘katje’ voor kati, enz.? Van de aardrijkskundige
omdoopingen is gebleven Joana in plaats van Djoewônô en ‘Phaëton’ als
verbastering van Païton is vereeuwigd door den naam van een suikerfabriek in den
Oosthoek. Een monument duurzamer dan metaal heeft de etymologiseerende
Volkswitz zich gesticht in den plantkundigen naam Ficus Benjamina, waarin
Benjamina de verlatijnsching is van Benjamin, een verbastering van baniaan, de
Ficus Indica of waringin. Ter verontschuldiging van onze geestiger voorgangers kan
gezegd worden, dat zij, gegeven den eenmaal gangbaren naam kacop (Schouten,
Reistogt,
F.P.H. Prick van Wely, Viertalig aanvullend hulpwoordenboek voor Groot-Nederland
318
II, p. 139) en den werkelijk kaal schijnenden kop en nek van dezen visch, moeilijk
anders konden dan er ‘kaalkop’ van maken.
kakatoewa,
Mal. id. Het eerste gedeelte van het woord kaka is het als benaming van het dier
gangbaar geworden natuurgeluid, welke naam tot op de Fidji-eilanden toe in gebruik
is en ook onder de Europeanen in Indië. Daar het woord kakatoewa in het Mal.
samengesteld zou moeten zijn uit kaka + toewa en deze verbinding geen zin geeft,
betwijfelt Prof. Veth den Maleischen oorsprong van dit woord, al is het uit het
Maleisch in de talen van Europa overgegaan met allerlei bijbeteekenissen zelfs.
Zou niet het heele woord het natuurgeluid van den vogel weer kunnen geven? Zoo
niet, dan moet men aannemen, dat de vogel zoo benoemd is met het epitheton
toewa, oud, in den zin van ‘lang levend’, daar sommige exemplaren het tot honderd
jaar brengen. De tweede beteekenis, nl. nijptang, is ook in het Europeesch
taalgebruik in Indië bekend, niet echter die van: soort van pagaai (vgl. V.O.W.).
kakemono,
Jap. leenwoord: kake-mono letterlijk: hang-voorwerp.
kaki boesoek,
Mal. id. van kaki voet + boesoek rot.
kakkerlak,
vermoedelijk een verhollandsching van het Portugeesche cacalacca, welke
verhollandsching weer verfranscht is tot cancrelat. Volgens Bontius (1631) is deze
naam aan de beesten gegeven, omdat de eieren, die zij uitdrukken, de kleur en de
gladheid van zegellak hebben (Hobson-Jobson i.v. cockroach). Wat Hobson-Jobson
verder te lezen geeft, nl.: ‘the Dutch also apply their term [kakkerlak] as a slang
name to half-castes’ geldt thans niet meer, zoo het ooit waar geweest is. Als
slang-woord is kakkerlak wel van toepassing op de albino's, omdat deze even
lichtschuw zijn als het genoemde insect.
kalam,
uit het Arab., nl. qalam, een leenwoord van Latijnschen oorsprong. In Vanicek's
Etym. Wörterb. der Lat. Sprache wordt kalma, halm opgegeven als Europeesch.
Het woord is identisch met ‘halm’ en met de Indische beteekenis van ‘rieten
schrijfpen’ ook in het Skr. (kalama) binnengedrongen.
F.P.H. Prick van Wely, Viertalig aanvullend hulpwoordenboek voor Groot-Nederland
kaldoe,
Port. caldo: warm, bij uitbreiding: warme bouillon, daarna eenvoudig: bouillon.
kali,
Jav. id.
kalong,
Mal. id.
kampakpartij,
Jav. kampak: bijl + partij. Bij uitbreiding is kampak geworden: een troep roovers,
die oorspronkelijk met de bijl ‘werkte.’
kampong,
Mal. id.
kampret,
Mal. id.
kananga,
Mal. kenanga.
kanarie,
Mal. kenari.
kantjil,
Jav. id.
F.P.H. Prick van Wely, Viertalig aanvullend hulpwoordenboek voor Groot-Nederland
kapas
is een Prakritvorm van het Skr. karpâsa, boomwol, waaraan ook het Hebreeuwsche
karpas is ontleend. Verder is de oorsprong volgens Uhlenbeck niet na te gaan. Ook
in het Hindostâni bestaat het woord kapâs.
F.P.H. Prick van Wely, Viertalig aanvullend hulpwoordenboek voor Groot-Nederland
319
kapok,
Mal. id.
karang,
Mal. id.
karbouw,
Mal. karbau.
karet,
Mal. id.: gomelastiek.
karoeng,
Mal. id.: grove zak.
kassian,
Mal. kasihan: medelijden, van sih: genegen zijn, genegenheid met het voorvoegsel
ka en het achtervoegsel an.
kates,
Jav. id., wordt soms gebruikt voor papaja.
katja piring,
Mal.
katjang,
F.P.H. Prick van Wely, Viertalig aanvullend hulpwoordenboek voor Groot-Nederland
Mal. id. = boon, peulvrucht. Zoo is katjang idjoe = katjang hidjau: groene boon en
katjang goreng = geroosterde ‘apennootjes’ ‘aardpimpernoten’, ‘sausamandels’ of
‘pinda's’, daar Mal. goreng = geroosterd, gebakken.
kattie
is het Mal. en Jav. leenwoord kati, volgens Prof. Kern in zijn opstel Sanskritsche
Woorden in het Tagala van Skr. káti = hoeveel. Dr. van Ronkel evenwel identificeert
het in het Tijdschr. v.h. Bat. Gen. XLVI met het Tamilwoord katti, dat eigenlijk
beteekent: massa, zwaarte en dus denzelfden overgang van beteekenis vertoont
als het Lat. pondus.
katjong,
Mal. katjoeng, waarschijnlijk oorspronkelijk Madoereesch.
kawedanan,
Jav. van wedana (q.v.) met het voorvoegsel ka en het achtervoegsel an,
voorafgegaan door de euphonische n.
Kawi,
afkorting van temboeng kawi: dichtertaal, waarin temboeng taal is en kawi het Skr.
kawi: dichter.
keboeten,
verhollandsching van Jav. keboet: waaier om muskieten weg te jagen.
kebon,
afkorting van toekang kebon = Mal. toekang: baas + kebon: tuin uit het Jav. in 't
Mal. overgenomen. In de wandeling heet de Plantentuin te Buitenzorg ook wel eens
de kebon.
kedehhouder
van 't Tamil kedai, soort winkel.
F.P.H. Prick van Wely, Viertalig aanvullend hulpwoordenboek voor Groot-Nederland
kedondong,
Mal. id.
kè(h),
wordt dikwijls opgevat als een verkorting van singkè = sin: nieuw + kè: gast. Dit is
de naam voor een volbloed Chinees uit China tegenover de peranakan of
bastaard-Chinees, wiens moeder een inlandsche vrouw is. Het is een soort van
scheldwoord. Zooals Prof. Veth in Uit Oost en West verklaart, is kè ook: vreemdeling
en dus hoeft het nog geen verkorting van sin-ke te zijn.
keladi,
Mal. id.
kelor,
Jav. id.
kembang spatoe
bestaat uit het Jav. kembang: bloem + Mal.-Jav. sepatoe: schoen, van het Port.
sapato id. De bloem heet in Eng.-Indië eveneens shoe-flower, een letterlijke vertaling
van het Tamil shapattu-pû, Singaleesch sappatu-mala. Waarom die bloem zoo
genoemd wordt, vindt men in Bernardin de St. Pierre's Chaumière Indienne: ‘La nuit
suivante je joignis aux pavots... une fleur de foule sapatte, qui sert aux cordonniers
à teindre leurs cuirs en noir.’
kembodja,
Mal. id. uit Skr. kamboja.
kemiri(e),
Jav. id.
F.P.H. Prick van Wely, Viertalig aanvullend hulpwoordenboek voor Groot-Nederland
320
kemoening,
Mal. id.
kenanga,
Mal. id. Is te vergelijken Skr. kânana?
kendi,
Jav. vorm voor gendi q.v.
kepala kampong
uit Skr. kapala(m): hoofd + Mal. kampong, dus kamponghoofd.
kepang,
Jav. id.
kepiting,
Mal. id.
keplekken,
van 't Jav. keplek, kruis- of muntspel.
kerrie
schijnt Prof. Veth af te stammen van het Eng. curry, evenals men van hurry gemaakt
heeft ‘herrie’ met wijziging der beteekenis, maar er is geen reden waarom de
Hollanders het niet rechtstreeks aan het Tamil zouden ontleend hebben, waarin kari
niet, zooals Prof. Veth opgeeft, eigenlijk ‘gerecht’, ‘schotel’ beteekent maar: a spiced
mixture with fish, meat or vegetables - eaten with boiled rice (Winslow, Tamil and
Engl. Dict.). Volgens Yule en Burnell komt kari van het werkwoord kari dat wil zeggen:
bijtende eten.
F.P.H. Prick van Wely, Viertalig aanvullend hulpwoordenboek voor Groot-Nederland
kesemek,
Mal. uit het Chineesch?
kesoemba,
Mal. id. van Skr. kusumbha.
ketapang,
Mal. id., soms in 't Europeesch taalgebruik ketapan.
ketéla,
Jav. id.
ketimoen,
Mal. id.
ketjap,
Mal. id.
ketjoe,
Jav. id., maar waarschijnlijk ontleend aan het Chineesch. Hiervan het Nederlandsche
werkwoord ketjoeën en de samenstelling ketjoepartij.
ketjoeboeng,
Mal. id.
ketrangan,
van Mal. terang: duidelijk met het voorvoegsel ka en het achtervoegsel an =
duidelijkheid, klaarheid (in een zaak of perkara).
F.P.H. Prick van Wely, Viertalig aanvullend hulpwoordenboek voor Groot-Nederland
khaki
is van het Hindostani châkî, dat ‘stofachtig, pulverachtig, stofkleurig’ beteekent, van
het Perz. châk: stof (pulver). De k-uitspraak heeft haar ontstaan te danken aan de
Engelsche transcriptie van het woord.
kidang,
Jav. id.
kimono,
Japansch id. Letterlijk is ki-mono draag (of aantrek)-voorwerp, ki zijnde de stam van
het werkwoord kiru, dragen. Hierom moest de klem eigenlijk op ki vallen.
kipassen,
werkw. van 't Mal. subst. kipas: waaier.
kipersol
van 't Port. quita weer af + sol zon, dus letterlijk: zonnescherm of pajoeng, welk
laatste woord 't Portugeesche geheel verdrongen heeft.
klamboe,
Mal. kelamboe.
klapper
is een verhollandsching van het Mal. en Soendaneesche kelapa, Hoog-Jav. kelapa.
Onze oude schrijvers schoeiden dit op Latijnsche leest en maakten er calappus of
clappus van, evenals soms jatus van jati. Later is dat in den volksmond tot klapper
overgegaan en maakte men samenstellingen als: klapperboom, klapperolie,
klappertor, enz. Deze drie woorden hebben in Holland een heel andere beteekenis
dan in Indië: klapperboom is daar: ratel-populier,
F.P.H. Prick van Wely, Viertalig aanvullend hulpwoordenboek voor Groot-Nederland
321
klapperolie = papaverolie en klappertor: tor, die bij het vliegen een ratelend geluid
maakt. Het jongstleden verschenen Fransch woordenboek van Valkhoff is het eerste,
dat Indië lexicographisch eens recht laat wedervaren, waar de vierde druk van
Servaas de Bruin's Eng. Wdnbk. nog zit te scharrelen met klappernoot = bladder-nut
en klapperolie = poppy-oil.
klewang,
Jav.-Mal. klewang, Atjeesch gliwang.
Kling,
Mal. keling, afkorting van orang keling, d.w.z. iemand van Kalinga, d.i. de Teloegoe
kust van de golf van Bengalen. Tegenwoordig komen de meeste Klings van Tanjore
op de kust van Coromandel. Dikwijls wordt echter de naam ook toegepast op
Oostersche vreemdelingen uit andere deelen van Britsch-Indië afkomstig. De volksen landnaam Kalinga zelf komt reeds ettelijke eeuwen vóór onze jaartelling voor.
klontong,
Mal. kelontong, eigenlijk ratel. Overdrachtelijk wordt het in het Europeesch taalgebruik
gebezigd voor: de Chineesche marskramer, die met de klontong loopt om zijn komst
aan te kondigen. Men vergelijke ons: tamboer en het Fransche trompette.
kodjong,
Jav. id.
kodok,
Jav. id.
koeboe,
Mal. id.
koekang,
F.P.H. Prick van Wely, Viertalig aanvullend hulpwoordenboek voor Groot-Nederland
Mal. id.
koelie
is, zooals Dr. Ph. van Ronkel uiteenzet in zijn opstel L'Elément hindôstâni, van
twijfelachtigen oorsprong. Er bestaat in het Hindostaansch een woord kûlî, ook kulî,
dat men beschouwt als ontleend aan een Drawidische taal. In het Tamil beteekent
kûli: huur, loon, van waar de beteekenis: gehuurde arbeider, daglooner. Daar er
echter ook in West Britsch-Indië een volksstam is, die koli's heeten en die voor
allerlei ‘koeliewerk’ gebruikt werden, staat de afleiding van kûli = loon niet zoo vast.
koempoelan,
van 't Mal. koempoel verzameld + an.
koenjit,
Mal. id.
koesambi,
Mal. id.
koetang,
Jav. id.
koetilan,
Jav. ke (en koe)tilang.
kofo,
de vezelstof bereid uit de Moluksche pisang-soort kofo (sangi), op Menado, volgens
De Clercq's Het Maleisch der Molukken, genoemd pohon kofo.
kojang,
Mal. id.
F.P.H. Prick van Wely, Viertalig aanvullend hulpwoordenboek voor Groot-Nederland
kokos,
het wèl in Holland, maar niet in de koloniën gangbare woord voor klapper, is duister
van oorsprong. De Enc. van N.I. komt niet verder dan een uitroepteeken achter de
meening van Prof. Veth, als zou het woord afgeleid zijn van coco, het Port. en
Spaansche woord voor: mombakkes, masker om kinderen mee bang te maken;
door de gaatjes of putjes zou de klappernoot eenige overeenkomst hebben met een
aangezicht, inzonderheid, zooals van Linschoten opmerkt, met dat der meerkat,
dus wel geschikt om kinderen bang te maken. Niet ten onrechte echter vragen Yule
en Burnell of
F.P.H. Prick van Wely, Viertalig aanvullend hulpwoordenboek voor Groot-Nederland
322
we hier per slot van rekening niet te maken hebben met het Spaansche coca =
schaal.
kolang kaling,
Mal. id.
kolot,
soms gebruikt voor ‘ouwe klare’ is het gesubstantiveerde Soendaneesche kolot =
oud.
konde
is niet, zooals in het brein der Sinologen Hoffmann en Schlegel (V.O.W. p. 276) is
opgekomen, een verkorting van ‘coiffure à la Condé’, maar zooals Crawfurd heeft:
het Teloegoe kundai, of beter nog, het Tamil kondei, dat eenvoudig beteekent:
chignon. Tegelijk met de dracht is het woord in Indië ingevoerd door de Hindoes.
kongsie,
Chineesch kong: publiek + ssi(sse): bestuur, dus: maatschappelijk bestuur, vgl.
kungsz' = public company (Hobson-Jobson onder consoo). Deze beteekenis heeft
zich verruimd tot die van associatie van Chineezen tot het drijven van handelszaken,
ondernemingen, enz. en eindelijk tot die van: firma, vennootschap, maatschappij
en zelfs geheim genootschap.
kontjo,
Jav. id., maar = makker.
kopi daoen,
letterlijk: bladkoffie, van kopi ons koffie + Mal. daoen blad.
korakora,
F.P.H. Prick van Wely, Viertalig aanvullend hulpwoordenboek voor Groot-Nederland
met betrekking tot de Molukken in gebruik is volgens Prof. Veth hoogst waarschijnlijk
afgeleid van het Port. coracora, dat weer afstamt van het Arab. qorqôr of qorqôra.
Er is echter ook een soort schildpad die in het Maleisch koera-koera heet en Yule
en Burnell, hoewel onafhankelijk van Prof. Veth dezelfde verklaring gevende, opperen
toch de mogelijkheid, dat het vaartuig genoemd is naar het dier van wege den vorm
- of omgekeerd, zooals Valentijn dat ook heeft.
korma,
oorspronkelijk Perzisch churmâ met dezelfde beteekenis.
kosong,
Mal. id.: leeg, in 't Soerabajasch taalgebruik: leeg rijtuig.
kotta,
van het Skr. kotta of kota, zooals Prof. Kern opgeeft in zijn opstel over De
Sanskrit-woorden in het Tegala. Bij Uhlenbeck nu vindt vindt men kotta(m) =
ringmuur, vesting, uit kostham = bewaarplaats, voorraadkamer, ringmuur. De
beteekenis heeft zich van ‘bevestigde plaats’ gewijzigd tot die van: hoofdvestiging,
hoofdplaats, stad (tegenover de buitenwijken).
kraal,
is, zooals Prof. Kern in zijn bespreking van Uit Oost en West aantoont, geen
Hottentotsch, maar het door Robidé van der Aa gevonden Port. curral, omheining
voor vee en Spaansch corral: plaats, kippenloop. Volgens Hobson-Jobson is juist
ons woord ‘kraal’ overgebracht naar Zuid-Afrika.
kraboe,
Mal. keraboe vroeger door de Hollanders vaak verbasterd tot krab op zelfs krabbetje
in de samenstelling oorkrab. (vgl. V.O.W. pag. 186).
krakal,
oorspronkelijk Jav. kerakal: keisteen gebruikt bij het maken van wegen. Vandaar
dat krakal de straf is, die officieel heet: ten arbeidstelling aan de openbare wegen.
Hiervan heeft men het werkwoord krakallen gemaakt.
F.P.H. Prick van Wely, Viertalig aanvullend hulpwoordenboek voor Groot-Nederland
kramassen,
Jav. kramas: het hoofd wasschen, in verhollandschten vorm.
F.P.H. Prick van Wely, Viertalig aanvullend hulpwoordenboek voor Groot-Nederland
323
krandjang,
Jav. krandjang, Mal. kerandjang. In Nederland het meest bekend door het gebruik
om stukken van oude suikerbalen in de tuinen tot beschutting van teederder
gewassen te gebruiken (V.O.W.).
kras
is in sommige gevallen, bijv. dat is me te kras, het Mal. keras, niet echter bijv. in:
krasse onwetendheid. Dit laatste is verwant met het Duitsch krass, plomp, grof, erg,
verschrikkelijk, wat weer samenhangt met het Lat. crassus, waarvan het Fransch
crasse.
kraton,
samentrekking van het Jav. karaton, van ratoe: vorst met het voorvoegsel ka en het
achtervoegsel an, dus letterlijk: de plaats van den ratoe of vorst.
kratokboon,
Madoereesch keratok.
kree,
Jav. kereid.
kreool,
zie creool .
kriepiek,
Jav. id., eigenlijk: kruimelig.
kringetje,
F.P.H. Prick van Wely, Viertalig aanvullend hulpwoordenboek voor Groot-Nederland
Hollandsche afleiding van 't Mal. kering droog. Van dranken gezegd beteekent dit:
onvermengd met water, evenals het Fransch heeft boire sec.
kris,
Jav. keris. De oudste schrijvers hebben krits, wat af te leiden is uit het feit dat in de
platte Hollandsche spreektaal nog altijd ts als ss uitgesproken wordt. Bij Schouten
(Reistogt, II, p. 46) vindt men in 1775 nog: ‘Manicabo is insgelijks in deze streek
gelegen, alwaar ook goede kritzen, of javasche pooken gemaakt worden’. Het
hiervan afgeleide werkwoord krissen is zeer gewoon.
kroepoek,
Jav. id. eigenlijk: bros, croquant.
krontjong,
Mal. kerontjong, eigenlijk: bel, rinkelbel, in het spraakgebruik der Indo-Europeanen
echter: een soort van guitaar. Reeds zijn verschenen een bundel Stamboel- en
Krontjong-melodieën van W.F. Siep.
krossi gojang,
uit Arabisch koersi stoel + Mal. gojang, schommelen.
krossi males
is een machinale vertaling van ons: luie stoel, waarin krossi een verbastering is van
het Arab. koersi = stoel en males de Bataviasche uitspraak vertegenwoordigt van
Mal. malas: lui.
kwee (kwee),
volgens Prof. Veth van het Soendaneesche koeweh, maar vermoedelijk van
Chineeschen oorsprong. Naast den dubbelvorm is ook het enkele kwee nog in
gebruik.
L.
ladang,
F.P.H. Prick van Wely, Viertalig aanvullend hulpwoordenboek voor Groot-Nederland
Mal. id.
lajar,
Mal. id. = zeil, in het Europeesch taalgebruik overgegaan in de beteekenis van: 1.
zonnezeil, 2. schutdoek van een dos-à-dos, enz.
lakoe,
Mal. id., in de beteekenis van: gewild, getapt, door de Europeanen véél gebruikt,
zelfs van meisjes die al of niet makkelijk aan den man komen.
laksa,
Mal. id. uit het Skr. lâksâ volgens Prof. Kern's opstel De Skr. woorden in het Telaga.
In de beteekenis van ‘vermicelli’ is het woord echter in Indische bronnen nog niet
gevonden. In het
F.P.H. Prick van Wely, Viertalig aanvullend hulpwoordenboek voor Groot-Nederland
324
Skr. beteekent laksa: het wormpje, dat de (roode) kleurstof oplevert. Het is dus
mogelijk dat zich die beteekenis gewijzigd heeft tot die van: vermicelli wormpje(s).
langanan,
Jav. id.
langgar,
Jav. id.
larong,
Jav. laron met aangehechte g als in orang oetan(g).
latah,
Mal. id.
lebaran,
Jav. lebar: afgeloopen + an, dus: het ophouden (van de poewasa-maand).
legen,
Jav. id. van legi: zoet + an, dus eigenlijk: het zoete. De versmelting van i + a tot e
zagen wij reeds bij kaboepaten.
leguaan
van het Spaansche iguana, de Caraïbische naam van een zekere kamhagedis. Al
vroeg is dit woord naar O.-Indië overgebracht en op de hier voorkomende
hagedissoorten toegepast Leguaan zal wel een verbastering zijn van dit iguana.
Vermoedelijk hebben de Duitschers hun Leguan van ons.
lelang
F.P.H. Prick van Wely, Viertalig aanvullend hulpwoordenboek voor Groot-Nederland
van 't Port. leilao, dat afkomstig is van 't Arabische i'lam (al-i'lam) beteekenende:
proclamatie, aankondiging (Hobson-Jobson).
lesoeng,
Mal. id.
lidi,
Mal. id.
lila,
Mal. id.
limmetje
verkleinwoord van het Portugeesche lima, dat weer teruggaat tot het Arabische lima.
Vgl. het Fransche limette.
liplap,
thans weinig of niet meer gebruikt, is, zegt Prof. Veth, uit geen bekende taal te
verklaren, of men moest er het Bataksche lilip in vinden, wat echter gewoonlijk
beteekent: iemand als zijn bloedverwant verloochenen, omdat men zijn schulden
niet wil betalen. Maar dat is natuurlijk geheel onaannemelijk. Prof. Veth ziet er een
komisch, willekeurig gevormd woord in, een spotwoord dat, eenigszins
geluidnabootsend, op de hoogst gebrekkige en belachelijke taal dezer klasse van
kleurlingen wijst. Verder geeft hij nog een stukje van de geschiedenis van dit woord,
de plaats bij de Graaff (Oost-Indische Spiegel), waar deze zegt, wat men onder
Liblabs verstond omstreeks 1720. In het Hollandsch (Prof. Veth citeert uit de
Fransche vertaling) luidt de passage: ‘bij d'Oost-Indise [vrouwtjes verstaan wij]
Hollandse, die in Oost-Indien van een Hollandsche vader en Moeder zijn geboren;
en die gemeenlijk met de naam van Liblabs-kinderen genoemd worden; vermids 't
meerendeel (gelijk men seid) een slag van de Meulen heeft’. Ofschoon Prof. Veth
dit niet begrijpt, is het volmaakt in over-eenstemming met een beteekenis van het
woord Liblab in het Duitsch, die ook in Nederland bekend kan zijn geweest, nl.
‘thörichter Mensch’ (Grimm), dus iemand die wat ‘tropenkolder’ in den kop heeft.
Overigens is de Graaff de eenigste niet, die den naam liplap toepast op kinderen
van Europeesche ouders in Indië geboren. In Hobson-Jobson vindt men de volgende
aanhaling uit Stavorinus (1768-1771): ‘Kinderen in Indië geboren krijgen den
spotnaam liplaps van de Europeanen, al mogen de ouders
F.P.H. Prick van Wely, Viertalig aanvullend hulpwoordenboek voor Groot-Nederland
325
beide uit Europa gekomen zijn’. Dit wijst reeds op een uitbreiding der beteekenis,
die het mogelijk maakt den minachtenden naam van de Europeesche kinderen over
te dragen op die van gemengd ras, vooral onder inwerking van het reeds in gebruik
zijnde lips, dat we mede bij de Graaf vinden op pag. 10 van zijn O.I. Spiegel. Daar
spreekt hij van de Indische kinderen, die hun ‘redenen’ vermengen met een lipse
tyolise of ‘bastaard-Portugesen’ taal. Hiermee is de zaak evenwel nog niet uit, om
niet eens te spreken van de conjecturen van H. Schuchardt in zijne Kreolische
Studien. Immers liblab beteekende omstreeks het eind der zeventiende eeuw: ‘der
etwa einen halben Finger dicken Milchrahm der an der inwendigen Schale der
jungen Kokosnüsse hängt, nachdem man das Wasser ausgetrunken (G. Meister,
Der Orientalisch-Indianische Kunst- und Lustgärtner, 1692). Overdrachtelijk zal
hiernaar genoemd zijn het kostje, dat men beschreven vindt in Innigo de Biervillas'
Voyage, II, p. 37 ed. 1736: les Matelots et les Soldats sont nourris ordinairement
dans cet Hôpital, de ris à l'eau, et de quelques morceaux de boeuf salé et de vieux
lard jaune, avec une écuellée de lippelape tous les matins. Cette sorte de potage
se fait avec des herbes hachées et mêlées avec du ris, ce qui ressemble assez à
la patée qu'on donne aux dindons qu'on veut élever’. Zouden we èn bij Meister die
in zijn verklaring van het woord geheel overeenstemt met wat Rumphius zegt in bk.
I, hoofdst. 1, èn bij de Biervillas te doen hebben met het Hollandsche liflaf in den
Maleischen mond, d.w.z. met de f = p, daar het Maleisch de f niet heeft? Eigenaardig
is het zeker, dat het woord op het oogenblik véél meer voorkomt in de practijk der
inlanders dan in de Europeesche en Indo-Europeesche maatschappij. In de
beteekenis van ‘kleurling’ is het zelfs opgenomen in Rigg's Dict. of the Sunda
language, waar liplap omschreven wordt als volgt: ‘a person whose parents are one
of them European and the other native. Mostly born of a native mother by an
European father’. Hoe rijmt dit alles te saam, kan men wel vragen en in hoeverre
blijft de afleiding: persoon met lapachtig groote omgekrulde lippen, ‘lipper’, te
handhaven?
lobak,
Mal. id.
lodji
van het Nederlandsche loge = factorij.
loemboeng,
Jav. id.
loempang,
Mal. id.
F.P.H. Prick van Wely, Viertalig aanvullend hulpwoordenboek voor Groot-Nederland
loerah,
Jav. id. (opper) hoofd.
loeri,
van het Hollandsche loeris = pummel, botterik?
loetoeng
Mal. id.
loewak,
Jav. id. = palmmarter.
lontar
metathesis van ron-tal, letterlijk blad-tal, op de kust van Malacca pohun tar genoemd.
lorie
vermoedelijk afkomstig uit een der talen van de Moluksche en Papoesche eilanden.
Klanknabootsend? Zeker is het een bijvorm van noeri. Dit laatste heeft men volgens
Hobson-Jobson in verband
F.P.H. Prick van Wely, Viertalig aanvullend hulpwoordenboek voor Groot-Nederland
326
gebracht met het Port. nur = licht. In 1430 reeds omschrijft Conti nori met brilliant,
als vertaling van Poggio's: ‘quos Noros appellant hoc est lucidos.’
lorrie,
het Eng. lorry, welks afleiding niet opgehelderd is.
lustre
van 't Fransche lustrine, dat men misschien voor een adj. heeft aangezien (Salverda
de Grave, Franse Woorden).
M.
madapolam
zoo genoemd naar de plaats van herkomst nl. Madapol(l)am van Madhava-palam,
een voorstad van Narsapur in Madras.
madat,
Mal. id. uit het Hindostâni.
magang,
Jav. id. eigenlijk: volontair, bij de Europeanen dikwijls = klerk, schrijver.
Maleier
van melajoe; in het Oudjavaansch is Malajoe de naam van Soematra. De etymologie
is onzeker.
malenger,
waarschijnlijk van het Mal. melenga: luieren, onverschillig zijn. Ook bestaat het
werkwoord malengeren. Zoo leest men onder srikaja in de Enc. v. N.I., p. 85:
F.P.H. Prick van Wely, Viertalig aanvullend hulpwoordenboek voor Groot-Nederland
‘malengerende soldaten wrijven zich die [pitten van s.] wel in de oogen om zich een
ooglidontsteking te verschaffen.’
maloe,
Mal. id.
malloot
uit het Fransch malote, in Nederland enkel. als subst. in gebruik (zie Kluyver in
Tijdschr. XVI, 159).
mandau
Dajaksch id.
mandiën
van Mal. mandi = baden.
mandoer,
Port. mandador = de bevelende, van mandar: bevelen. In zijn oorspronkelijker vorm
mandadore is het woord ook Anglo-Indisch.
mangga,
vgl. Tamil mang-gay of mâingay, waarin gay onstaan is uit kay = vrucht. Naam en
vrucht zijn uit Zuid-Indië in den Archipel ingevoerd. De Mal. naam mempelam is
wederom het Tamil mapalam of mâmparam, d.w.z. de man-vrucht.
manggis,
Jav. id.
manggistan,
Mal. id.
F.P.H. Prick van Wely, Viertalig aanvullend hulpwoordenboek voor Groot-Nederland
manis,
Mal. id. = zoet, lief, enz. In het Europeesch taalgebruik = het Duitsche ‘schonend’,
mak, niet flink, waar het geldt zakelijke beoordeling of persoonlijke behandeling.
Van manis komt manisan; het zoete, wat zelfs in de advertenties gebruikt wordt
voor: Indische confituren.
mantri(e),
Mal. manteri is het Skr. mantri, nominatief van mantrin d.w.z. de raadsman van een
vorst, minister. In dit man hebben we den voorlooper van het men in men-sch en
den wortel van manyate = hij denkt. Verder is mantri in het Tamil overgegaan als
mandiri en hieruit is voortgekomen het Port. mandarim met de in het Portugeesch
zeer gewone toevoeging van den neusklank. Wat de beteekenis aangaat, die is in
de Maleische landen, waar het recht van zelfbestuur nog bestaat, dezelfde als in
het Skr., nl. raadsman, minister - ook: besturend ambtenaar. Op Java is de
F.P.H. Prick van Wely, Viertalig aanvullend hulpwoordenboek voor Groot-Nederland
327
mantri zoo zeer in rang gedaald, dat op den laagsten trap die titel zelfs verleend
wordt aan inlandsche opzichters bij verschillende takken van dienst (vgl. Enc. v.
N.I.).
Mardijker,
thans een historisch fossiel na de afschaffing van de slavernij, wordt door Prof. Veth
afgeleid van het Mal. mardaheka of mardeka, Jav. mardika: vrij, een vrij man die
niet tot heerendiensten verplicht is. Men zou het ook weer kunnen geven door:
vrijgegeven slaaf. Zooals Prof. Kern opgeeft, komt het woord in de hoofdtaal der
Philippijnen ook voor en wel als mahadlika = vrijman, waarnaast kamahadlikaán =
vrijheid (van slavernij). Als Mal. equivalent geeft hij mardahika (voor mahard(h)ika)
= vrij zijn. In het Skr. vindt men maharddhika = vermogend, begaafd met groote
talenten of wijsheid, in welke laatste opvatting dit woord in het dichterlijke Javaansch
nog voorkomt, terwijl het in het Oudjavaansch ook toegepast wordt als titel van
geestelijken, pandita's. Hiervan is afgeleid perdikan desa. Hoe het echter in den zin
van ‘vrijman’ is gaan gebruikt worden, is niet zoo geheel duidelijk. Prof. Kern
vermoedt dat deze beteekenis zich ontwikkeld heeft uit die van ‘gezegende’, d.i.
met vrijheid gezegende, begiftigde. Een poos lang heeft de etymologiseerende
spraakmakende gemeente er (volgens. De Graaff's. O.I. Spiegel op vele plaatsen)
mordijkers van gemaakt. Juist is de opmerking van Prof. Veth: ‘Te Batavia is de
naam Mardijkers sedert lang in onbruik geraakt’. Even onbekend is thans die van
Papangers, die er volgens Uit Oost en West voor in de plaats gekomen is, welke
Papangers vermoedelijk huisjongens waren van den stam der Pampanga's op de
Philippijnen.
martavaan
is reeds in 1677 etymologisch verklaard door P.v.d. B(roeck) in zijn Curieuse
beschrijving van verscheyde Oost-Indische gewesten p. 121: ‘Potten, groot en kleyn,
die men naar het land Martavanen noemt’. Dit land is het aan Siam grenzende
gewest Martaban, thans een deel van de Britsche provincie Tenasserim, met de
gelijknamige, in vroeger eeuwen een grooten handel drijvende hoofdstad Martaban.
In de afgeleide beteekenis is het woord martaban ook in Eng.-Indië nog in gebruik.
mas,
in 't Jav. en Mal. mas, afkorting van emas, goud, goudgewicht, van 't Skr. mâsha,
goudgewicht.
masa,
Mal. id., uitroep van ongeloovige verbazing.
F.P.H. Prick van Wely, Viertalig aanvullend hulpwoordenboek voor Groot-Nederland
massooi
uit het Mal. der Molukken.
mata
misschien van het Tamil mattu, dat toets of gehalte (van goud) beteekent en
misschien, volgens Hobson-Jobson, afkomstig is van het Skr. matra maat.
mata glap
van het Mal. mata: oog + id. gelap: donker. Dit duidt den toestand aan van
zinsverbijstering door woede, waarin de inlander amok maakt. Zola duidt dien bij
Europeanen die aan moordzucht lijden aan door voir rouge.
mata sa(m)pi,
van mata: oog + sampi (sapi): koe is ongetwijfeld evenals krossi males en misschien
kaki sariboe (duizendpoot) een Maleische vertaling van: kalfsoog = spiegelei.
Ofschoon ‘kalfsoog’
F.P.H. Prick van Wely, Viertalig aanvullend hulpwoordenboek voor Groot-Nederland
328
door van Dale in dezen zin opgegeven wordt, hoort men in Indië enkel de Mal.
vertaling naast den term: spiegelei.
mawas,
Mal. id., soms gebruikt voor orang oetan.
melati,
Jav. id., oorspronkelijk Skr. malati, waarvan de oorsprong volgens Prof. Uhlenbeck
niet verder gevonden is.
meliewies,
Jav. meliwis.
menier
Jav. menir brokkorrelig.
menjan
evenals bensoë q.v. teruggaand tot lo benjioi van luban Jawi.
merang
Jav. id.
mertjon,
van het Jav. mertjoe + an. In dichterlijk Javaansch is dit mertjoe = vuur, vandaar de
beteekenis: vuurwerk, voetzoekers, klappers. Dit mertjoe of mretjoe is weer het Skr.
mrtyu = de dood, vgl. márati, waarin men nog gemakkelijk het Fransche meurt
herkent. Over den schakel ‘doodend element’ ging de bet. van ‘dood’ over in die
van ‘vuur.’
F.P.H. Prick van Wely, Viertalig aanvullend hulpwoordenboek voor Groot-Nederland
mesigit
is een verbastering van het Arab. masdjid = plaats der aanbidding, van den stam
s-dj-d: aanbidden met het voorvoegsel ma, dat dient ter vorming van het nomen
loci.
mindi,
Jav. en Soendaneesch id.
minjawak
Jav. id.
minoeman,
Mal. id. van minoem: drinken + an.
moekim
van het Ar. participium moeqim = vast vertoevend, vast inwoner zijnde. Deze
beteekenis wijzigde zich tot die van: bepaald aantal vaste inwoners en eindelijk tot
die van: plaats van samenwoning (van hen die in dezelfde moskee den dienst
bijwonen), dus zooveel als ‘parochie, kerspel.’
moendoe
Jav. en Mal. id.
moentjie,
volgens Klinkert bestaat er een Mal. woord moentjikari = koppelaarster. Hieruit kan
men de beteekenis ‘liefje’ voor moentji afleiden. Speciaal wordt het woord gebruikt
voor: ‘huishoudster’ van een soldaat.
moentjie kerrie
zie moentjie .
F.P.H. Prick van Wely, Viertalig aanvullend hulpwoordenboek voor Groot-Nederland
moeson,
Mal. moesim is van het Arab. mausim = vaste, als het ware gemerkte tijd. De stam
w (waarvan de oe)-s-m beteekent: stigma-tizeeren, merken. Wij hebben dit woord
echter niet uit het Maleisch maar van de Portugeezen, die het van de Arabieren
overgenomen hadden in twee vormen: mouçao en algemeener monçâo: Ons moeson
nu is van den ouderen, minder gebruikelijken vorm mouçao, misschien onder invloed
van het Italiaansche mussone. De vormen met n (vgl. het Eng. monsoon), die men
bij Linschoten (1596) vindt nl. monssoyn en monssoen hebben het tegen den
n-loozen vorm afgelegd. Wat de beteekenis betreft, schijnt het woord in Holland
zich reeds verder ontwikkeld te hebben dan in Indië. Een uitdrukking als voorkomt
in Uit Oost en West op pag. 26: ‘het is er de rechte moeson niet voor’ = het is er de
geschikte tijd niet voor, is in Indië ten eenenmale onbekend. Omtrent de spelling
merkt Prof. Veth terecht op, dat de enkele s in het midden de voorkeur verdient
boven de ss. Het heeft echter niet gebaat.
F.P.H. Prick van Wely, Viertalig aanvullend hulpwoordenboek voor Groot-Nederland
329
Ook in de nieuwste uitgave van de Vries en Te Winkel's Woordenlijst staat moesson,
om wille van de uitspraak ook in dit boek gegeven. Een pluimpje komt daarom toe
aan den in 1903 verschenen tegen-hanger van ons aller tiran, uitgegeven door de
Vereenvoudigers. Daarin vindt men, zooals het hoort, moeson. Dit is echter slechts
een kleinigheid. ‘Weder een van die treurige bewijzen, hoe weinig de Nederlanders
hunne koloniën kennen in alles wat niet rechtstreeks de belangen der (of hunner)
schatkist raakt’ (V.O.W., p. 300), hebben we in een in 1904 uitgekomen Holl.-Fransch
Woordenboek. Na alles wat er over het woord moeson te vinden is, komt dit boek
nog maar aldoor aanzetten met het Hollandsche woord ... mousson!
moestika,
Mal. id. voor bezoarsteen, in 't Jav. moestika. Oorsprong onbekend.
momok,
Mal. id.
monjet,
Bataviaasch Mal. uit het Soendaneesch id.
moslim,
Arab. participium = die zich overgeeft (aan Allah) - vgl. Islam, beide van den
trilitteralen wortel s-l-m.
muskiet,
in Indië nooit moskiet, zooals hier en daar nog steeds wordt opgegeven, waar
Koenen zich terecht bepaalt tot het hier gebruikelijke woord, is van het Port. en
Spaansche mosquito, verkleinvorm van mosca, dus letterlijk kleine vlieg, want mosca
is het Lat. musca.
Muzulman
of liever Musulmân, het gewone woord in Eng.-Indië, is eigenlijk het Perzische
meervoud van moslim. Door niet-Perzen werd de grammaticale constructie van het
woord echter niet begrepen en heeft men het behandeld als een enkelvoudig woord.
F.P.H. Prick van Wely, Viertalig aanvullend hulpwoordenboek voor Groot-Nederland
N.
nam-nam,
Jav. en Mal. id.
nangka,
Mal. id.
nansoek,
uit het Urdu nainsukh van nain oog + sukh genoegen, genot.
nasi,
Mal. nasi: gekookte rijst.
negorij,
is de vrouwelijke vorm nagari (niet negari zooals in V.O.W. staat) van het Skr. woord
nágara: stad, dat misschien verwant is met agaram en in dat geval ‘verzamelplaats’
tot grondbeteekenis heeft. In het laag-Maleisch spreekt men doorgaans negari of
negri uit en hieruit is het Nederlandsche negorij voortgekomen. In het algemeen
beteekent het plaats, d.w.z. stad of dorp als ‘gemeente’. In uitgebreiden zin heeft
het ook een zeer minachtende beteekenis.
neneh,
Mal. nenek, maar in die taal ook = grootvader.
niloe,
Mal. ngiloe = slee, dat Indische menschen niet kennen.
nipah,
Mal. id.
F.P.H. Prick van Wely, Viertalig aanvullend hulpwoordenboek voor Groot-Nederland
nirwana,
uit het Skr. nirvana letterlijk: uitwaaiing; van 't verbum nirva waaien.
njai,
eigenlijk een Balineesch woord = jongere zuster (vgl. snaar = schoonzuster, maar
in het Indisch gebruik: ‘maîtresse’). Dit woord is te danken aan de slaven-emigratie
(men denke aan kampong Bali) van uit Bali naar Batavia.
F.P.H. Prick van Wely, Viertalig aanvullend hulpwoordenboek voor Groot-Nederland
330
njamploeng,
Jav. id.
njo,
afkorting van sinjo.
njonja,
volgens Klinkert van het Chineesche njonjah, wordt door de inlanders van alle
Europeesche dames en met deze gelijkgestelden gebruikt (vgl. V.O.W., p. 367: ‘de
inlanders ... gebruiken ... nona en nonja ... ook wel eens van dames van zuiver
Europeesche afkomst’), door de Europeanen enkel, wanneer zij aan de beteekenis
‘mevrouw’ een satirisch tintje willen geven.
noga,
van 't Fransch nougat, dat uit het Provençaalsch is overgenomen en met het
Spaansche nogada te herleiden is tot het Lat. nux noot.
non,
zie nona .
non(n)a,
Mal. nonah, misschien van het Port. dona. Bij verkorting wordt dit non voor ‘meisje’,
zoowel als soortnaam als bij de aanspreking. Hiervan vormt men het verkleinwoord
nonnie.
nontonnen,
van het Jav. tonton: zien. Van het werkwoord nontonnen is verder gevormd
nontonner.
O.
F.P.H. Prick van Wely, Viertalig aanvullend hulpwoordenboek voor Groot-Nederland
obat,
Mal. id., oorspronkelijk: kruid, waaruit de beteekenis: geneesmiddel, evenals wij
hebben: er is geen ‘kruid’ voor gewassen.
oebi,
Mal. id.
oedikker,
van 't Mal. oedik: bovenloop eener rivier, bovenlanden, dus: bewoner der
bovenlanden.
oedit,
Jav. oedet.
oelama,
mv. van het Arab. alim: geleerde. De grammaticale constructie niet doorziende, zet
men dit nog eens in het mv. en spreekt van oelama's.
oeloebalang,
Mal. id., Atjesch oelèëbalang, krijgsaanvoerder.
oeroeten,
van 't Mal. oeroet: wrijvend masseeren in tegenstelling met pidjet, dat knijpend
masseeren is.
oewa,
Mal. id.
olenblad,
F.P.H. Prick van Wely, Viertalig aanvullend hulpwoordenboek voor Groot-Nederland
van het Tamil olai, Malayalam ola: palmblad, speciaal van den waaierpalm.
omong kosong,
Jav. omong: gepraat + Mal. kosong: leeg (in fig. zin).
opium
is evenals amfioen een afstammeling van het Grieksche opion, het verkleinwoord
van opos: sap (vgl. heulsap), dat verlatijnscht opium werd. Reeds in 70 na Chr.
maakt Plinius er melding van, hoe de vader van Licinius Cecinna door middel van
opium een eind aan zijn leven maakte (Hobson-Jobson, p. 641). De Perzen maakten
er afjoen van, wat in het Mal. en Jav. overging als apioen of apjoen (naar de Arab.
uitspraak affion). Linschoten (1598) onderscheidt nauwkeurig de twee vormen.
Zooals blijkt uit V.O.W., p. 73 vindt men op p. 98 van zijn Itinerario: ‘het amfion, also
ghenaemt van de Portugesen; van de Arabyrs, Mooren en Indianen affion’. Hieruit
besluit Prof. Veth, dat de in ons woord ingevoegde m van Portugeeschen oorsprong
is, in welke taal men naast opio ook anfiâo (ongeveer = amfion) aantreft. Dit opium
is thans bij de Europeanen in den Indischen archipel het gewone
F.P.H. Prick van Wely, Viertalig aanvullend hulpwoordenboek voor Groot-Nederland
331
woord, ook in de administratieve taal, en niet amfioen, zooals het Leidsche
Woordenboek opgeeft. Niemand zegt hier amfioen schuiven of amfioenkit, -pacht,
-schuiver, enz.
opiumkit,
samenstelling van opium, q.v. + kit. Dit laatste vindt men in Dozy's Oosterlingen
afgeleid van het Joodsche woord kissé, dat in het Oude Testament de deftige
beteekenissen heeft van: zetel, troon, zelfs troon Gods. Bij de Rabbijnen is echter
bait ha-kissé (= huis van den zetel) reeds: heimelijk gemak en sedert is de beteekenis
al meer en meer verloopen. In zijn Das deutsche Gaunerthum geeft Avé-Lallemant
voor kitt o.a. op: Haus, Krughaus, Herberge, Bordell. In de laatste beteekenis komt
het in Holland voor.
opiumschuiver,
afleiding van opium schuiven, niet, zooals de vroegere beteekenis was: opium
kauwen of eten, maar: opium rooken. Uit de omstandigheid, dat de opium vroeger
gegeten werd, is toch misschien dit ‘schuiven’ te verklaren. Dr. F. de Haan ziet er
een verhollandsching in van het Italiaansch bargoensch scuffiare = het Fransche
bâfrer: met gulzigheid eten. Ofschoon de opium langzamerhand op andere wijze
genoten werd, kon het wóórd blijven voortbestaan. Dit is in elk geval aannemelijker
dan met Prof. Veth ‘schuiven’ af te leiden van het ‘schuifelend’ geluid bij het krachtig
inzuigen van den rook der opiumpijp.
orang,
Mal. id. Dit woord is ook reeds in de Hollandsche spreektaal doorgedrongen, waar
men reeds hoort: een vervelende orang, een onmogelijke orang. Zelfs komt het voor
in den Franschen boulevard-roman En bombe! van Willy, p. 147: ‘je consentirai à
ce que Toby chien lise les oeuvres complètes de l'orang Tailhade’. Hier is het echter
de verkorting van orang oetan(g).
orangkay,
Mal. orang kaya, letterlijk: rijke man, vandaar aanzienlijk persoon, hoofdman. Vgl.
het Fransche riche-homme bij Joinville (Hobson-Jobson).
orang ketjil
Mal. id., letterlijk ons ‘de kleine man’, ‘de kleine luyden.’
F.P.H. Prick van Wely, Viertalig aanvullend hulpwoordenboek voor Groot-Nederland
orang oetan(g),
Mal. orang mensch + oetan = bosch, dus: bosch-mensch. De oorsprong van dezen
naam voor den mawas schuilt volgens Prof. Veth in het duister, daar de Maleiers
hem wel aan wilde, in de bosschen levende menschen, maar nooit aan een soort
van apen geven. Hierbij teekent Prof. Kern in zijn bespreking van Uit Oost en West
aan, dat, al mogen de Maleiers thans dien naam niet meer aan zekere apen geven,
1)
zij dit vroeger wél deden, want dat alléén van Maleiers de Javanen hun wrang
-oetan kunnen overgenomen hebben. Dat de Javanen geen eigen woord voor het
dier hadden, verklaart zich vanzelf: het is op Java niet inheemsch.
orang tani,
van Mal. orang mensch, man + tani Jav. planten, dus: landman, landbouwer.
1)
Ook dit wrang bewijst, dat de Javanen het woord ontleend hebben; want het echte Jav. woord
voor mensch is wwang, thans wong.
F.P.H. Prick van Wely, Viertalig aanvullend hulpwoordenboek voor Groot-Nederland
332
organdie,
uit het Fransch: organdi, waarvan de oorsprong nog niet is ontdekt.
oto,
Jav. id.
P.
padi(e),
Mal. padi.
padri(e),
bewaard in Padri-oorlog (1821-1838) is het Port. woord padre = vader, evenals
pater een aanduiding van een geestelijke. Nog verder dan in E.-Indië, waar padre
e
sedert het begin der 18 eeuw de beteekenis aangenomen heeft van dominee, heeft
het woord zich ontwikkeld in ons Indië. In de Menangkabausche landen op Sumatra
hebben de Maleiers zelf den naam van Padri(e) gegeven aan de hadji's, die zich in
1813 aan het hoofd stelden eener beweging, die ten doel had de met den Islam
strijdige adats af te schaffen en de bevolking, desnoods met geweld, te dwingen de
zuivere leer van den profeet te volgen.
pagaai,
volgens V.O.W. rechtstreeks uit het Mal. pengajoeh: korte schepriem, een etymologie
die volgens de E.v.N.I. nog geenszins vaststaat.
pagger,
van Mal. pagar (Jav. pager), zooals passer van pasar. Het beteekent: heg, haag,
heining, schutting, omtuining. Vroeger had het ook de beteekenis van: versterkte
omheining, zooals blijkt uit De Graaff, Reisen, p. 198: ‘De Keiser hierop stierde
Pangerang Sakker Ningrat... met enige honderd Javanen na de pagger of vastigheid
van Soera Patti, die de pagger ingenomen hebbende, aan brand heeft gestoken’.
Op dezelfde bladzijde wordt nog gesproken van de ‘Hollandse Pagger’. Een andere
beteekenis heeft zich ontwikkeld in Eng.-Indië, zooals blijkt uit het volgende citaat
van 1702 uit Hobson-Jobson: ‘Some other out-pagars or Factories, depending upon
F.P.H. Prick van Wely, Viertalig aanvullend hulpwoordenboek voor Groot-Nederland
the Factory of Bencoolen’. Vermoedelijk waren zulke buitenpaggers ook versterkt.
Het woord is vroeg verhollandscht, want dezelfde De Graaff heeft op pag. 192 reeds
een werkwoord afpaggeren, de voorlooper van het door Prof. Veth vermelde
ompaggering. Bekend is ook de samenstelling paggerkoffie, volgens van Dale: koffie
tusschen een pagger gegroeid!
pait,
Mal. pahit: bitter. Zelfstandig wordt dit gebruikt voor den bekenden sterken drank.
Vaak hoort men een paitje voor: een bittertje, en ook bestaat het werkwoord paiten
en de samenstelling paitflesch.
pajah,
Mal. id. moeielijk (van werk).
pajong,
Mal. pajoeng.
pakean,
soms pakian, is de Bataviasche uitspraak van het Mal. pakajan, van pakaj = kleeden.
Schertsenderwijze wordt ons ‘in pontificaal’ weergegeven door: pakean-deftig.
pala
is van het Skr. phala: vrucht, verwant met phalati: (hij) barst. Van vrucht in het
algemeen is de beteekenis gewijzigd tot den naam van een bijzondere vrucht,
misschien de vrucht bij uitnemendheid: de muskaatnoot, Skr. jati-phala.
F.P.H. Prick van Wely, Viertalig aanvullend hulpwoordenboek voor Groot-Nederland
333
palang pintoe,
Mal. palang: sluitboom + pintoe: deur.
palankijn
wordt door Prof. Veth nog altijd beschouwd als ‘de Indische draagstoel, toegerust
met een verhemelte en gordijnen’ naar aanleiding van Haafner's Reize in een
palanquin (1808), wiens berichten loopen over de bezittingen der O.I. Compagnie
in Hindostan en Ceylon. Maar het woord leeft hier nog enkel voort als afkorting van
kareta pelangking, d.w.z. palankijn-rijtuig, dus wat in Eng.-Indië palkee-garry heet.
Evenals de Engelschen in Indië hebben wij het aan hun palankeen en palanquin
beantwoordende palankijn van de Portugeezen. Zooals Prof. Veth opgeeft moeten
deze vormen terug-gebracht worden tot het Skr. paryanka met den bijvorm palyanka
= bed, rustbed. De n aan 't eind is een Portugeesch toevoegsel, evenals bij
mandarijn. Een tijdlang is palankijn of liever plangki verbasterd tot plankie, dat soms
nog gehoord wordt, als ware het een afleiding van ons woord: plank.
pamor,
Jav. eigenlijk: mengen, gemengdheid, vandaar mengmetaal, speciaal meteoorijzer.
pangeran,
Jav. id.
panghoeloe,
Mal. hoeloe: hoofd, met het voorvoegsel pang, dat gebruikt wordt vóór de namen
van betrekkingen, bedieningen, enz., dus: de man die het hoofd is (der messigit).
Een andere vorm is penghoeloe.
panglima
met betrekking tot Atjeh veel gebruikt, is afgeleid van Mal. lima: vijf, bij uitbreiding
‘de vijf’, de hand + het i.v. panghoeloe vermelde pang. Letterlijk dus: de man van
de hand, welke beteekenis overging in die van: krijgsoverste, aanvoerder.
pangka,
F.P.H. Prick van Wely, Viertalig aanvullend hulpwoordenboek voor Groot-Nederland
van 't Hindostani pankha, oorspronkelijk: draagbare waaier gewoonlijk van 't blad
van den waaierpalm.
panoe,
Jav. id.
pantjoeran,
Mal. pantjoer: naar beneden spuiten + an.
pantoen,
Mal. panton.
papaja
komt waarschijnlijk met de vrucht uit Amerika. Zooals uit Hobson-Jobson blijkt, is
er een Caraïbisch woord ababai = papaja-boom. Op het eiland Cuba hebben de
Spanjaarden daarvan gemaakt papaya. Eigenaardig noemt men op de Philippijnen
verinlandschte Europeanen ... papaja's.
Papoea
wordt afgeleid van een Mal. werkwoord papoewa: verward zijn, waarnaast volgens
Hobson-Jobson en Littré een poewa-poewa: gefriseerd, bestaat.
parang,
Mal. id.
pasangrahan,
Jav. pasanggrahan van het Skr. sangraha, waarin we hebben den wortel grah:
grijpen, vatten + sam: samen. Met het voorvoegsel pa en het achtervoegsel an
verbonden beteekent pasangraha-an, waarbij sangraha te nemen is in den zin van
‘ontvangst’ of ‘beherberging’, dien het woord in het Oudjavaansch heeft: gebouw
bestemd tot tijdelijke ontvangst of opneming van personen in 's lands dienst, wanneer
zij op reis zijn.
F.P.H. Prick van Wely, Viertalig aanvullend hulpwoordenboek voor Groot-Nederland
paseban,
Jav. id., vroeger verhollandscht tot ‘passeerbaan.’
passer,
vernederlandschte vorm van het Mal.-Jav. pasar, dat de Javanen
F.P.H. Prick van Wely, Viertalig aanvullend hulpwoordenboek voor Groot-Nederland
334
echter volgens Prof. Kern (Ind. Gids 1889, p. 1221) waarschijnlijk van de Maleiers
hebben. Prof. Veth verklaart zich tegen de gelijkstelling van dit pasar met het
Perzische bazâr. Yule en Burnell en niet hen andere geleerden zijn het hiermee niet
eens. Vermoedelijk is het in het Maleisch gekomen door een of anderen Tamil-vorm,
nl. pasâr, met den klemtoon op de eerste lettergreep.
patih,
Jav. id. met de beteekenis van plaatsvervanger, vizier.
patjakker,
verhollandsching van Mal. badjak (Jav. badjag): zeeroover.
patjar tjina,
letterlijk: Chineesche patjar. De plant is uit China ingevoerd.
patjet,
Mal. id.
patjol,
Mal. patjoel. Hiervan het werkwoord patjollen: met de patjol bewerken.
pedas,
Mal. pedas.
pedati,
Mal. id.
pelita,
F.P.H. Prick van Wely, Viertalig aanvullend hulpwoordenboek voor Groot-Nederland
uit het Perzisch dóór het Hindostani. De oorspronkelijke beteekenis van palita is
niet: lampje, maar: lont, lampepit, kaars. Waarschijnlijk is het een omzetting van het
Arab. fatîlah, lont, van den wortel f-t-l: draaien.
penatoe,
Mal. id.
pending,
Mal. id.
pendoppo,
van het Skr. niet genoeg verklaarde mandapa = hal, tempel, koepel.
peranakan,
Mal. id. van anak: kind, met het voorvoegsel per en het achtervoegsel an. De
beteekenis is: in Indië geboren kind van Arabische, Klingaleesche of Chineesche
ouders. Daar de Arabieren en Chineezen enkel met inlandsche vrouwen kunnen
trouwen, heeft zich op zeer natuurlijke wijze de beteekenis van ‘halfbloed’ (in een
enkel geval) hieruit ontwikkeld.
perkara,
zie abis perkara .
perkoetoet,
Jav. id.
perloe,
Mal. id. is ontstaan uit het Arab. fardl: verplicht, een woord dat gebruikt wordt voor
den vijfden of hoogsten graad van godsdienstige verplichting. Vandaar de beteekenis:
zeer urgent, zeer noodzakelijk, dringend, enz.
pertjoema
F.P.H. Prick van Wely, Viertalig aanvullend hulpwoordenboek voor Groot-Nederland
is van den stam tjoema uit het Bataviaasch Maleisch met het voorvoegsel per. Dit
tjoema is het Tamil tjoemmâ: vergeefsch. In Holland is dit reeds verbasterd tot voor
tjomme = om niet(s), zooals blijkt uit van Hulzen, De man uit de slop en uit A.
Reyding's Wereldroes, p. 151: ‘En als je een beetje op de hoogte was van den
toestand van den werkman... Heusch, die menschen werkten zich dood voor
"tjomme"...’
pesantren,
Jav. id. uit santri met pe er vóór en an er achter: plaats, waar de santries samenzijn.
pesoeratan,
van 't Mal. soerat: brief met het voorvoegsel pe en het achtervoegsel an.
petassan
is naar men vermoedt een inlandsche verbastering van het Engelsche petards.
peté,
Mal. petaj, Jav. pete.
F.P.H. Prick van Wely, Viertalig aanvullend hulpwoordenboek voor Groot-Nederland
335
petiman,
van het Chineesche tim met pe er voor en an er achter: plaats (hier pot), waar het
‘timmen’ gebeurt.
petinggi,
Jav. id. van tinggi hoog.
petjoe(k),
Jav. id., eigenlijk een zwarte watervogel. Overdrachtelijk toegepast op de donkerste
soort van serani's.
pidjitten,
van het Mal. en Jav. pidjet, knijpend masseeren. Hiervan weer het znmw. pidjitster.
De spelling in de Nederlandse Woordelijst nl. piedjitten geeft de uitspraak veel beter
weer dan Prof. Veth's pidjetten.
piekeren,
zooals de Nederlandse Woordelijst terecht geeft en niet ook pikkeren (V.O.W.) is
van het Mal. pikir, dat het Arab. fikr: gedachte vertegenwoordigt. Reeds spreekt
men van bepiekeren en gepieker.
pienter,
Jav. id.
pikol,
Mal. pikoel: dragen, als znmw.: wat één man dragen kan. Hiervan is afgeleid pikoelan:
draagjuk en het werkwoord pikoelen of pikelen: op de schouders dragend vervoeren.
pinang,
F.P.H. Prick van Wely, Viertalig aanvullend hulpwoordenboek voor Groot-Nederland
Mal. id.
pisang,
Mal. id.
piso raoet,
Mal. piso: mes, oorspronkelijk Chineesch pisau + Mal. raoet: snijden, stam van
meraoet = met een mesje bewerken.
plan-plan,
verdubbeling van het uit Mal. pelahan verbasterde plan.
plok,
dat zeer Hollandsch lijkt, vooral als verkleinwoord - plokje - is een verbastering van
het Mal. peloek: omhelzen.
plonko,
Jav. plongko, eigenlijk: bont met groote witte vlekken.
ploso,
Jav. plasa.
poekoel ampat,
letterlijk: vier uur, van Mal. poekoel: slag en id. ampat: vier.
poera-poera,
Mal. id.
poerie,
F.P.H. Prick van Wely, Viertalig aanvullend hulpwoordenboek voor Groot-Nederland
van 't Jav. id. uit het Skr. puri: binnengedeelte van een paleis of burcht.
poesaka,
Mal. id.
poetrie,
Skr. pûtrî, vrouwelijk van putrá: zoon. In het Jav. heeft deze beteekenis van ‘dochter’
zich gespecialiseerd tot die van: vorstendochter, prinses.
poewasa
is zeer merkwaardig als zijnde een Sanskrit woord, dat in den Islam gebleven is.
Het komt van vas (letterlijk ons was van het werkwoord wezen), dat beteekent: op
een plaats verblijven. Met het voorvoegsel upa verbonden wordt het: blijven bij,
wachten, ophouden met (eten), vasten.
pohon merah,
van 't Mal. pohon: boom + Mal. merah: rood.
pohon tjat,
van 't Mal. pohon: boom + Mal. tjat = het Chineesche tjet: verf.
polowidjo,
Jav. id. uit Skr. phala: vrucht + Skr. wîja zaad.
pompelmoes
kan niet met zekerheid nagespeurd worden. Het is vermoedelijk, volgens een
hypothese van Prof. Kern, een ineenschuiving van twee woorden nl. pompoen en
limoes, dat in het Oudjav., in 't Maleisch en in het Lampongsch voorkomt. Wat
F.P.H. Prick van Wely, Viertalig aanvullend hulpwoordenboek voor Groot-Nederland
336
de vorming betreft, kan men het dus vergelijken met het Engelsche chemiloon uit
chemise + pantaloon. De door Littré gegeven afleiding uit het Tamil is te verwerpen,
daar een woord als bambolimas in die taal volstrekt onmogelijk is.
pondok,
Mal. id., misschien het Arab. fondok: hotel = het Grieksche pandokeion?
pongo,
uit een der talen van Borneo.
pontianak,
Mal. id.
poppie kosong,
van 't Mal. poppie uit het Nederlandsche pop + Mal. kosong leeg, dus letterlijk leege
pop, daar de mannequins hier gewoonlijk van rottan vervaardigd zijn.
potongen,
van Mal. potong: afsnijden. Overdrachtelijk: korten, inhouden, verminderen (van
traktement, enz.).
pradjoerit,
van het Jav. djoerit: oorlog, met de persoonsaanduiding pra als voorvoegsel, dus:
man des oorlogs, soldaat.
prang sabil,
Mal. perang: oorlog + Arab. sabîl: weg (tot Allah), dus = oorlog langs godgevalligen
weg, heilige oorlog.
F.P.H. Prick van Wely, Viertalig aanvullend hulpwoordenboek voor Groot-Nederland
prauw,
Mal. prahoe, blijkbaar hetzelfde woord als het Tamil padawu, bijvorm van padagu,
hoewel de etymologie onzeker is, zoodat het Maleisch, of liever het Javaansch wel
het oorspronkelijke zou kunnen zijn. Prof. Kern houdt het Jav. parahu voor een
afleiding van rahu = Dracontomelon, van welk hout prauwen gemaakt worden.
De eigenlijke Maleische vorm van rahu moet dahu geweest zijn; 't Jav. prahu
moest dus in het Mal. p(a)dahu geweest zijn en hieruit verklaart zich het Tamil
padawu.
Preanger,
eigenlijk het Soend. prijangan = het verblijf van de jang (per + jang + an) of goden.
prentah,
Mal. parentah, bevel. Soms verbasterd tot printa, maar enkel in de spreektaal.
R.
raden,
Jav. id. Oudjav. rahadyan. Het vrouwelijk hierbij is raden ajoe = raden + Jav. ajoe:
mooi.
radja,
Mal. id. van het Skr. raja: koning. Dit hangt samen met een wortel raj = schitteren.
rajap,
Jav. id.
ramboetan,
Mal. ramboet: haar + an, dus: de harige (vrucht).
rame-rame,
F.P.H. Prick van Wely, Viertalig aanvullend hulpwoordenboek voor Groot-Nederland
Javaansche verbastering van het Skr. ramya: plezierig, van den wortel ram. Zoo
heeft men het subst. rama: lust.
ramie,
Mal. rami.
rampassen,
Hollandsche afleiding van het Mal. rampas = rooven.
rampokken,
evenals rampokker en rampokpartij, van het Jav. rampog = met zijn velen te gelijk
met lansen op iets aanvallen. In Midden-Java worden nog steeds bij feestelijke
gelegenheden dergelijke rampokpartijen op den tijger gehouden. Minder onschuldig
zijn ze echter in den zin van: rooftocht van een georganiseerde bende, waarbij ook
flink van vuurwapenen gebruik gemaakt wordt.
randjoe,
Mal. randjau.
F.P.H. Prick van Wely, Viertalig aanvullend hulpwoordenboek voor Groot-Nederland
337
randoe alas,
Jav. randoe: kapok + Jav. alas: bosch.
rapat,
Mal. id., eigenlijk dicht bijeen, vast aaneensluitend enz., overdrachtelijk toegepast
op wat dicht bijeen of vast aaneengesloten is, hetzij staande, zittende, liggende,
enz., vandaar: raadsvergadering.
rasamala,
Mal. id., volgens Maxwell's Manual of the Malay Language, pagina 24 van het Skr.
surasa uit su: wel + rasa: geur en mala: krans? Het eerste gedeelte is duidelijk, want
het hout van dezen boom is zeer welriekend.
ratoe,
Jav. id. - zie kraton .
rawa,
Jav. id.
rebab,
van het Perz. rûbab (u = oe): cither, Arab. rabab.
remboe,
van het Mal. rimba: wildernis.
rentjong,
Mal. rentjoeng: aan één kant schuin of spits toeloopend, in het Atjehsch reuntjong.
F.P.H. Prick van Wely, Viertalig aanvullend hulpwoordenboek voor Groot-Nederland
riboet,
Mal. id., eigenlijk: storm. In het Ned.-Indisch spraakgebruik: drukte, lawaai.
ricksha,
afkorting van het Japansche jinrikisha, samengesteld uit: jin, man + riki: kracht +
sha: rijtuig, letterlijk dus: het door menschenkracht voortbewogen rijtuig(je).
ringgit,
van het Jav. ringgit = pop. Dit was de benaming van de Spaansche mat naar de
‘pop’, die er op stond.
† risjes,
ook † ritsjes en nog in Z.A. rissies van Jav. maritja uit het Skr. marica: peperstruik
- vgl. tjabe.
roedjak,
Mal. id.
roegi,
Mal. id.
ronggeng,
Jav. id.
ropo
- zie ebro .
ropij
F.P.H. Prick van Wely, Viertalig aanvullend hulpwoordenboek voor Groot-Nederland
met betrekking tot E.-Indië soms gebruikt, is het Hindostani rupiya (Mal. roepijah)
van het Skr. rupya = (bewerkt) zilver - vgl. ons ‘gulden’, van goud.
rottan,
mogelijk van het werkwoord (me)raoet = met een mesje bewerken. Het daarmee
bewerkte zou dus heeren raoetan, wat dan geworden is rotan, volgens onze uitspraak
rottan. Hiervan is verder door de Europeanen rottang gemaakt (vgl. oetang van
oetan) en hieruit ontsproot het bekende rotting, dat echter thans niet meer in Indië
gangbaar is.
S.
saboet,
Mal. id.
saga bidji,
Mal. saga zekere plant + bidji korrel, pit, boontje.
sago,
Mal. id. of sagoe.
sagoeweer,
waarschijnlijk van het Port. sagueiro, waarmee zoowel het sap van den arenpalm
als de boom zelf wordt aangeduid (V.O.W.). Yule en Burnell leiden dit sagueira (niet
sagueiro) weer af van sagu, daar de boom, ofschoon niet de sago-palm van den
handel, toch een sago-soort oplevert van mindere qualiteit. In het Indisch Engelsch
is het woord overgenomen als sagwire.
sajoer(an),
Mal. id.
F.P.H. Prick van Wely, Viertalig aanvullend hulpwoordenboek voor Groot-Nederland
338
salak,
Mal. id.
salangaan,
wordt door Hatzfeld-Darmesteter onder salangane opgegeven als: ‘mot de la langue
des indigènes des Philippines’, wat in Uit Oost en West uitvoeriger te vinden is in
de noot van pag. 151. Prof. Veth geeft als van ‘sommigen’ afkomstig de afleiding
van den plaatsnaam Salanga, een eiland bij de Westkust van het Maleische
Schiereiland. Verder meent hij ergens gelezen te hebben, dat salangane met
verwisseling der vloeiende letters l en r komt van het Mal. sarang = nest. Dit sarang,
uitgesproken als salang, zou dan met een Europeeschen uitgang vermeerderd zijn,
zoodat salangane zooveel zou beteekenen als: nestvogel, ‘nest’ genomen in de
speciale beteekenis van: eetbaar nest.
sambal,
Mal. id. Ook bezigt men sambalan.
sambreel,
e
van 't Port. sombreiro, hoed, zonnescherm, in de 18 eeuw in Indië in gebruik voor
pajong.
sampan,
Mal. id. uit het Chineesch, waarin san = drie en pan = plank dus: het
drieplanksvaartuig. Er is ook volgens Hobson-Jobson een wu-pan of ‘vijfplank’. De
oudere spelling schampan (bij De Graaff, O.I. Spiegel, p. 17) wijst op Portugeeschen
invloed.
sampiran,
Jav. sampir: over iets hangen + an. Soms in de spreektaal verbasterd tot sempirang.
sampi,
Bataviaasch Mal. en Balineesch voor sapi.
F.P.H. Prick van Wely, Viertalig aanvullend hulpwoordenboek voor Groot-Nederland
Sandelwood
wordt gebruikt ter aanduiding van een paard van het eiland Soemba
(Sandelwood-island). Hiervandaan de samenstelling: Sandelwood-stamboek.
santen,
Mal. santan.
santri,
Jav. id.
sapi,
Mal. id.
sapoe,
Mal. id. Met het Mal. lidi vormt het de samenstelling sapoe lidi.
sarong,
Mal. en Jav. saroeng, eigenlijk: scheede, koker.
sateh,
Jav. id., oorspronkelijk Tamil sataj = vleesch.
saudagar,
Perzisch id., wat ontbonden worden kan in sauda koophandel + het suffix gar met
dezelfde beteekenis als ons aar of er.
sawah,
Mal. id.
F.P.H. Prick van Wely, Viertalig aanvullend hulpwoordenboek voor Groot-Nederland
sawaslang
heeft met sawah = rijstveld niets te maken.
sawi,
Mal. sawi-sawi. Ook genoemd sawi poetih d.w.z. witte sawi.
sawo(e),
Mal. sawoe.
sedekah,
van het Hebreeuwsche sidkah = de gerechtigheid, de deugd bij uitnemendheid, de
milddadigheid, de vrijwillige liefdegave. Dit zijn de beteekenissen in de Arabische
landen. Hier heeft het woord die van ‘aangeboden godsdienstige maaltijd’
aangenomen.
sedep malam,
Mal. sedap: aangenaam + malam: avond, dus de bloem die 's avonds aangenaam
is.
semangka,
Jav. id.
sembah,
Mal. id. - zie sembahjang .
sembahjang,
Mal. sembah: teeken van huldebrengende aanbidding + jang: godheid, dus: de
prosternatie, waardoor de godheid hulde gebracht wordt.
F.P.H. Prick van Wely, Viertalig aanvullend hulpwoordenboek voor Groot-Nederland
339
senang,
Mal. id., komt in de spreektaal veel voor in plaats van ons: aangenaam, lekker,
behaaglijk, Eng. comfortable.
serang,
Mal. id., mogelijk uit het Perzisch sarhang, ‘a commander or overseer’, in Indië in
gebruik voor: inlandsche bootsman, hoogste onderofficier aan boord.
sepet,
Mal. sepat, een nuance van: wrang zijn.
serani,
van het Arab. Nasrani: (de) Nazarener. Deze naam werd oorspronkelijk op de
Portugeesche Christenen van half bloed toegepast, maar thans op Euraziaten van
de allerminste soort.
sereh,
Soendaneesch id., Jav. sere, eigenlijk een soort van Andropogon. Wegens de
overeenkomst in den vorm van ziek suikerriet met dit gras, is de bekende ziekte
van het suikerriet sereh-ziekte genoemd (Enc. v. N.I.).
serikaja,
ook sirikaja, is in het Mal. serikaja, Jav. srikaja.
serimpi,
Jav. id.
seroetoe,
soms gebruikt voor sigaar in de spreektaal is Jav. van het Tamil 'suruttu: rol (tabak).
F.P.H. Prick van Wely, Viertalig aanvullend hulpwoordenboek voor Groot-Nederland
singkeh,
zie keh .
singkong,
Jav. id.
sinjo,
van het Port. senhor, oorspronkelijk benaming voor de afstammelingen van de
Portugeezen, is thans = halfbloed in het algemeen. Tevens komt het woord voor in
de beteekenis van: jongeheer, voor ieder mannelijk kind.
sirammen,
verhollandsching van het Mal. siram: gieten, in de beteekenis van: begieten (planten),
afspoelen (bij het mandiën).
sirap,
Mal. id.
sirih,
Mal. id., komt ook voor in samenstellingen als: sirihdoos, sirihpruim, enz.
sjambok,
zie tjambok .
sjeich,
Arab. sjaich: stamhoofd. In Indië wordt het door Europeanen gebruikt als
onderscheidende benaming voor een Arabier, daar het eigenlijk een afstammeling
van de vrienden van den Profeet aanduidt, iemand van lageren adel, tegenover de
sajjids, die van den Profeet zelf afstammen.
F.P.H. Prick van Wely, Viertalig aanvullend hulpwoordenboek voor Groot-Nederland
skola,
vermaleisching van het Portugeesche escola school.
slamat,
door Europeanen gebruikt bij felicitaties, is het Mal. selamat van het Arab. salâmat:
heil!
slamatan,
letterlijk: heilmaaltijd - zie het voorafgaande woord.
slendang,
Mal. selendang.
slof roempoet
letterlijk: grassloffen, daar Mal. roempoet = gras.
slokan,
Bataviaasch Maleisch selokan.
† snees,
samentrekking van Sinees = Chinees, zooals ons o.a. blijkt uit De Oost-Indische
e
Theeboom, uitgegeven in 't begin der 18 eeuw:
Ik nam mijn weg regt na de Stad
Ik ging bij 't Sneesje leggen.
sobat,
van het Arab. sahabat: vriend, door het Mal. in het Nederlandsch gekomen.
Verbonden met ‘ouwe’ en ‘goeie’ is het veel meer in gebruik dan ons: vriend.
F.P.H. Prick van Wely, Viertalig aanvullend hulpwoordenboek voor Groot-Nederland
340
soebatten,
vermoedelijk van sobat. Letterlijk: de sobat spelen, steeds het woord sobat in den
e
mond hebben. In het Nederlandsch komt het reeds voor in het begin van de 18
eeuw. Prof. Veth kreeg van Prof. de Vries het volgende citaat uit de werken van S.
van Rusting (1712):
Daar stond hij nu gelijk een aap,
Die zoebat.
soedah,
vgl. het Skr. çuddha = rein, schoon, van çundhati: hij reinigt. De beteekeniswijziging
van ‘schoon’ tot ‘al’ of ‘reeds’ heeft een parallel in het Duitsch waar schon = al,
reeds, eenvoudig de adverbiale vorm van schön = schoon. De tusschenschakel is
het idee: ‘op behoorlijke wijze, zoodat er niets meer aan ontbreekt.’
soeling,
Mal. id.
soempitan,
van Mal. soempit schieten met een blaasroer + het suffix an.
Soenda,
in concreten zin, als naam voor West-Java, bestond zeker reeds 1000 A.D. Op den
beschreven steen van Tjitjatjih (1030 A.D.) noemt zich Maharadja Çri Djajabhoepati
ook prahadjian Soenda = vorst van Soenda. Deze vorst is tijdgenoot van Erlangga,
monarch van Oost- en Midden-Java. Hij moet dus Hindoe-Javaan geweest zijn, die
onafhankelijk heerscher van West-Java wist te worden. Zoo is het antogonisme
tusschen ‘Soenda’ en ‘Java’ reeds geboren. Men denkt terug aan Soenda en
e
Oepasoenda, de twee reuzenvorsten uit het 1 boek van het Mahâbhârata, en hun
strijd. In dit verband is het ook zeer merkwaardig, dat nu nog soenda in het Jav.
‘tweevoudig’ beteekent. Als sondai verschijnt de naam voor 't eerst in 1459 op een
kaart van den Venetiaan Fra Mauro, maar ter aanduiding van een eiland, dat de
plaats inneemt van de tegenwoordige Straat Soenda (Cf. Rouffaer in de Enc. v.
N.I.).
soerat,
F.P.H. Prick van Wely, Viertalig aanvullend hulpwoordenboek voor Groot-Nederland
Mal. id.
soerau,
Mal. id.
soesah,
Mal. id.
soesoehoenan,
Jav. id., eigenlijk: de aangebedene, van den stam soehoen: aanbidden. Soms wordt
het verkort tot soenan.
soja,
ofschoon veel minder gebruikelijk dan ketjap, komt in Indië toch wel eens voor. Het
is het Japansche soo-joe of sjoo-joe (V.O.W.). In Hobson-Jobson echter vindt men,
dat dit laatste - op zijn Engelsch gespeld sho-yu - de uitspraak van het woord is.
Het klassieke Japansch heeft siyau-yu, wat zelf weer ontleend is aan het Chineesche:
sze-yu (in Shanghai), si-iu (in Amoy) of shi-yau (in Canton). Het eerste element
beteekent ‘gezouten boonen’, het tweede ‘olie’.
sono kling,
Jav. sônô keling, waarin sônô is Skr. sana licht, glans + keling Klingaleesch.
sopie,
vermaleisching van 't Nederlandsche zoopje.
spada,
verbastering van Mal. sapa ada = wie is daar? Vaak wordt het reeds gebruikt voor
‘jongen’. Men zie de Guide van de K.P.M., p. 14: ‘The waiting... is done by native
boys called ‘spada’. Zoo wordt het ook nog gebruikt in het bekende boek van Bas
Veth.
F.P.H. Prick van Wely, Viertalig aanvullend hulpwoordenboek voor Groot-Nederland
341
spen,
verbastering van dispens, op zijn Maleisch dissepen, wat een afkorting is van:
dispenskast. Vroeger was de dispens een soort van kelder, zooals blijkt uit de Reize
van Stavorinus (1793): Zes of zeven trappen opgegaan zijnde heeft men een
opkamer, die boven de dispens of kelder is, waarin de provisie van wijn, boter, enz.
geborgen wordt (Deel I, pag. 217).
stalie,
Mal. setali, eigenlijk sa: één + tali: touw, dus zooveel duiten als er aan één koord
geregen kunnen worden.
stamboeltroep,
van: komedie stamboel + troep, waarin stamboel is de samentrekking van het
Grieksch eis tan polin letterlijk: naar de stad, waaruit de Turksche naam Istambul
voor de stad bij uitnemendheid, nl. Constantinopel is ontstaan.
stangi,
Mal. setanggi van Skr. astangga, samenstelling uit asta = acht + angga = lid, dus:
het achtdeelige, als bestaande uit: witte suiker, suikerriet, aloëhout, sandelhout,
muskus, witte benzoë, rasamala-olie en kastoeriehout.
stenga kompenie,
letterlijk: halve compagnie van Mal. satengah = half + kompenie = compagnie.
stief,
in de schooltaal voor gom-elastiek in gebruik is een verbastering van het Duitsche
Stift, van Gummi-Stift, dat op de gomelastiekstaafjes staat.
straphaan
is Europeesch mis gehoord voor setrapan, met an afgeleid adj. van setrap, 't
vermaleischte straf, dus: gestrafte, eigenlijk orang setrapan.
F.P.H. Prick van Wely, Viertalig aanvullend hulpwoordenboek voor Groot-Nederland
streep koening,
letterlijk: gele (Mal. koening) streep.
sulky,
Eng. id., so called because it obliges the rider to be alone (Whitney) en dus: ‘sulky’
te zijn.
Sumatraan,
van Sumatra of liever Soematra uit Samoedra, de naam van een vroeger belangrijke
zee- en handelsplaats, waarmee het nabijgelegen Pasei spoedig tot één staatje
samensmolt. Waarschijnlijk is dit Samoedra het Skr. samudra oceaan, dus de
oceaanstad? (vgl. Enc. v. N.I.).
surrah
is het Eng.-Indische woord surra.
T.
taboe,
verengelsching van een in Nieuw-Zeeland voorkomend Polynesisch woord tabu =
verbod.
tales,
Jav. id.
tali(e),
Mal. tali: touw.
tali api,
van Mal. tali, q.v. + api: vuur, dus: vuurtouw. Thans is de zaak nog enkel in de
binnenlanden in gebruik.
F.P.H. Prick van Wely, Viertalig aanvullend hulpwoordenboek voor Groot-Nederland
tali rami,
van Mal. tali, q.v. + rami, q.v.
tamarinde
door Dozy in zijn Oosterlingen verklaard als het Arab. tamr (tamar) hindi = Indische
dadel, letterlijk door de Franschen overgenomen als het door de advertenties wel
bekende tamar indien. Waarin echter de overeenkomst zit tusschen een dadelpalm
en een assemboom is nog niet uitgemaakt.
F.P.H. Prick van Wely, Viertalig aanvullend hulpwoordenboek voor Groot-Nederland
342
tambangan,
van het Mal. tambang: overhalen + an. Letterlijk dus: overhaalvaartuig.
tandakken,
verhollandsching van het Jav. tandak.
tandil,
Malayalam tandal, Telugu tandelu en in andere inlandsche talen van Britsch-Indië
tandel, tandail.
tandjoeng,
Jav. en Mal. id.
tandoe,
is door Dr. van Ronkel nagespeurd en teruggevonden in het Tamil tandu (u = oe).
Eigenlijk beteekent dit: een dikke stok. Hieruit ontwikkelden zich de beteekenissen:
bamboe, roeispaan, kandelaar, enz. Bij wijze van pars pro toto-aanduiding werd het
gebruikt in den zin van: draagstoel, palankijn en in deze beteekenis is het door de
Maleiers overgenomen (Tijdschr. Bat. Gen. XLVI, afl. 6).
tangan dingin,
letterlijk: koude hand van Mal. tangan hand + Mal. dingin koud.
tank,
dat velen voor een Engelsche ontleening houden, is een echt Indisch woord.
Baldaeus heeft het reeds in 1672 en nog dagelijks wordt het gebruikt met betrekking
tot de petroleum-verscheping. Prof. Veth zegt enkel, dat het een Hindostani woord
e
is. Prof. Kern gaat echter verder. Volgens hem is het reeds in het begin der 16
e
eeuw (lees eind 15 ) bij Portugeesche schrijvers voorkomende tanque niets anders
dan een Indisch tankh, tanki, tanka, dat ontstaan zal zijn uit het Skr. tatâka, een
F.P.H. Prick van Wely, Viertalig aanvullend hulpwoordenboek voor Groot-Nederland
bijvorm van tadâga, het ons zoo bekende telaga, waterkom, meer. (Zie Ind. Gids
1889, p. 1212).
tawarren,
Mal. tawar = bieden, dingen, verhollandscht.
tegal,
Jav. id.
teiferen,
volgens V.O.W. uit het Portugeesch. Prof. Veth haalt uit Rumphius' Amboinsch
Kruydboek, I, p. 5 aan: ‘De personen die op het tappen van drank uit boomen
afgericht zijn, noemt men hier te lande met een Portugeese naam Tiffadoros en het
werk zelfs tiffar, bij onze Duytsche tijfferen’. Waar dit tiffar vandaan komt, is niet
opgehelderd.
tekoekoer,
Mal. id., vermoedelijk een klanknabootsend woord.
tempajan,
Mal. id., oorspronkelijk Siameesch. Op Singapore heeten deze aarden watervaten
nog altijd Siam jar.
tempo doeloe,
verbinding van het Port. tempo: tijd en het Mal. dehoeloe: eerder, vroeger.
tengkawang,
Mal. id. voor verscheidene Hopeasoorten, gewoonlijk echter toegepast op het daaruit
verkregen plantenvet.
tepekong,
F.P.H. Prick van Wely, Viertalig aanvullend hulpwoordenboek voor Groot-Nederland
eigenlijk Chineesch tapekong = heilig.
terlaloe,
Mal. id. = te, al te, al tee, te erg, van Mal. laloe: voorbij, gepasseerd.
terong,
Mal. teroeng.
thail,
van het Mal. tahil.
tijong,
Mal. tijoeng.
tikar,
Mal. id.
tike,
Chin. id.
F.P.H. Prick van Wely, Viertalig aanvullend hulpwoordenboek voor Groot-Nederland
343
tinka,
Mal. tingkah: gedrag, bijzonder gedrag, in het oog loopende manier, gril, kuur. In
de twee laatste beteekenissen is het in onze taal overgegaan.
tipar,
Jav. id.
tjabe,
Jav. en Mal., is aan het Skr. ontleend. Bij Uhlenbeck vindt men cavi = Pepper chaba.
Merkwaardig genoeg is ook het Jav. maritja, door de soldaten schertsenderwijze
tot ‘Marietje’ verbasterd en door de Hollanders van een oudere generatie tot ritsje(s),
ook al uìt het Skr. afkomstig, nl. marica (man.) = peperplant, marica (onz.) peper.
tjakra tjikri,
Jav. id.
tjambok,
eigenlijk behoorende tot het Hollandsch dialect van Zuid-Afrika, is ook hier in de
laatste jaren voor karwats of hunting-crop in gebruik gekomen. In het Mal. vindt men
tjaboek en tjamboek. Yule en Burnell veronderstellen dan ook, dat het van uit Indië
naar de Kaap is verzeild. Aan Perzischen oorsprong denken zij evenmin als Prof.
Veth, die op dit punt noch met Pijnappel, Roorda, Oosting, Crawfurd of zelfs van
der Tuuk mee wil gaan. In Eng.-Indië is het woord chawbuck geworden.
tjampedak,
Mal. tjempedak.
tjampoer adoek,
Mal. tjampoer: vermengd + Bataviaasch Mal. adoek: roeren, schudden, dus:
mengelmoes, pot-pourri, enz. In de spreektaal hoort men dikwijls zoowel het
werkwoord tjampoeren als adoeken.
F.P.H. Prick van Wely, Viertalig aanvullend hulpwoordenboek voor Groot-Nederland
tjandoe,
Mal. id. Alle woorden voor opium zijn in het Maleisch van vreemden oorsprong, zegt
Dr. van Ronkel in het Tijdschr. van het Bat. Gen. XLVI, atl. 6. Dit is een vanzelf
sprekend feit: het geldt immers een uitheemsch genotmiddel. Behalve Ar. apioen
en het Chin. tengkoh heeft men madat en tjandoe (Ibid.). Volgens Dr. van Ronkel
is dit laatste het Tamil-woord sandu = cement, pleister, zalf, dus in 't algemeen:
taaie, half-vloeibare zeifstandigheid. In het Mal. evenzoo: dik, kleverig vocht en dan
door specialiseering: toebereide opium.
tjankokan,
Mal. tjankok + 't suffix an. Hiervan ook het werkwoord tjankokken voor: marcotteeren.
tjap,
Mal. id., waarschijnlijk Hindostani chhâp. Het thans in Hindostan gebruikte werkwoord
voor ‘drukken’ van boeken is volgens Hobson-Jobson nog chhapna. Het woord
chhap (Eng. chop) heeft in Br.-Indië dezelfde beteekenissen gehad als tjap hier, nl.
zegel, zegelafdruk, merk. Terwijl het daar echter nu in dien zin zelden voorkomt, is
het hier een der meest gebruikte woorden. Het afgeleide verbum tjappen voor
zegelen of stempelen wordt haast niet meer als een onhollandsch woord gevoeld.
tjap diki
komt uit het Chineesch van Amoy: tsáp + dzi + ki letterlijk = tien + twee + stuks,
waarin ki een numeraal partikel is. De beteekenis is dus: (spel van) twaalf kaarten.
tjapoeng,
Bat. Mal. id. = glazenmaker.
tjek,
van 't in 't Mal. overgegane Chineesche woord entjek eigenlijk ‘oom.’
F.P.H. Prick van Wely, Viertalig aanvullend hulpwoordenboek voor Groot-Nederland
344
tjelana monjet,
Mal. tjelana: broek + id. monjet q.v., dus ‘apenbroek.’
tjemara,
o
o
Mal. id. uit het Skr. camara, volgens Uhlenbeck 1 . bos grunniens en 2 . de staart
van dit dier, voor waaier of als versiering gebruikt. In 't Europeesch taalgebruik
o
o
toegepast 1 . op den casuarina en 2 . op de vlecht valsch haar voor den chignon.
tjempaka,
Mal. van het Skr. campaka, volgens Uhlenbeck ‘unerklärt’ in zijn oorsprong.
tjerewet,
Jav. tjrèwèd = veel praats maken.
tjerita,
Mal. id. en tjeritera van het Skr. carita, en caritra, caritra, eigenlijk: gang, gedrag,
daden. In het Mal. is dit opgenomen in de beteekenis van het verhaal (van den gang
van zaken) en zoo is het door de Europeanen overgenomen.
tjermeh,
Jav. en Soendaneesch id.
tjies,
Jav. id.
tjina babi,
Bat. Mal. tjina: Chinees + babi: varken.
F.P.H. Prick van Wely, Viertalig aanvullend hulpwoordenboek voor Groot-Nederland
tjina lowa,
Bat. Mal. tjina: Chinees + lowa: mand, dus de Chinees met de mand (van den
opkooper van ouden rommel).
tjintjangen,
reeds in Hollandsche kranten gebruikt, is het Mal. tjentjang + den werkwoordelijken
uitgang en.
tjitjak,
Bataviasche uitspraak van het Mal. tjetjak, de klanknabootsende naam van het
diertje - vgl. tokè.
tjoba,
Mal. id. vaak gebruikt voor ons: ‘eens’ na bevel of verzoek.
tjoe,
Bataviaasch Mal. id.
toeankoe,
Mal. id., letterlijk: heer-mijn, dus ongeveer: monseigneur.
toedoeng,
Mal. id., eigenlijk: bedekking, (hoofd)deksel.
toekan ajer
van Mal. toekang baas, ambachtsman, bedrevene + Mal. ajar water, dus:
waterdrager.
toeri,
F.P.H. Prick van Wely, Viertalig aanvullend hulpwoordenboek voor Groot-Nederland
Mal. id.
toetoel,
Jav. id. = plek, spikkel. In het Europeesch gebruik afkorting van matjan toetoel =
gevlekte tijger.
toetoepen,
verhollandsching van het Mal. toetoep: sluiten, maar altijd gebruikt in den zin van:
in den doofpot stoppen. Van toetoep heeft men ook nog toetoepan glazendeksel
en toetoepje = jas toetoep: tot aan den hals dicht gesloten jas, waarbij geen boord
gedragen hoeft te worden.
toetoepje,
zie toetoepen .
toewak,
Mal. id.
toewan,
Mal. id.
tokè,
Mal. tokek, klanknabootsende naam van den gekko, q.v.
toko,
volgens Prof. Veth misschien van het Jav. toekoe, in sommige streken bijna als toko
uitgesproken = koopen. Dan zou het dus een afkorting zijn van tokohuis = koophuis,
winkel.
tongkang,
Chineesch id.
F.P.H. Prick van Wely, Viertalig aanvullend hulpwoordenboek voor Groot-Nederland
tongtong,
Mal. id. klanknabootsend.
topeng,
Jav. masker.
toppen
van het Chineesche to-pok of topho = hazardspellen spelen.
toppie,
Mal. topi, hetzelfde woord als het Hindostani topi, waarnaast ook nog top = helm,
hoed. Vroeger heeft men het verhollandscht
F.P.H. Prick van Wely, Viertalig aanvullend hulpwoordenboek voor Groot-Nederland
345
tot topje: Behalve dat gaan zij naakt, alleenlijk dragen zij een topje of klein mutsje
op het hoofd (Stavorinus, Reize, I, 201).
toptafel,
tafel voor het spel to-pok of topho van het Chineesch id. = hazardspellen spelen
(V.O.W.).
toro,
Jav. id., maar in het Europeesch gebruik hebben we te doen met een afkorting van
badjoe toro. Dit toro nu beteekent in het Port. ‘blok’, ‘gevangenis’ en het is dus
mogelijk, dat het badjoe toro oorspronkelijk het hemdachtige gevangeniskleed was.
Reeds adverteert men hier behalve klamboe-goed ook toro-goed.
totok,
Jav. id. Eigenlijk beteekent het: onvermengd, bij uitbreiding: iemand van onvermengd
(Hollandsch) bloed. Men is en blijft totok als men uit Holland is. Daardoor kon het
woord dus zoowel gebruikt worden voor wat men oudtijds noemde ‘baren’, als in
tegenstelling met Euraziaat. Uit de voorliefde die men heeft voor Indische woorden
is het te verklaren, dat het reeds zoo verhollandschte ‘baar’ verdrongen werd. Van
totok zijn afgeleid het znmw. totokker en het bijv. naamw. totoksch.
trang,
Mal. terang helder.
trasi,
Jav. terasi.
trima kassi,
Mal. terima kasih van terima aannemen, ontvangen + kasih van sih liefde,
toegenegenheid, dus: dank je wel (in ironischen zin).
tripang,
F.P.H. Prick van Wely, Viertalig aanvullend hulpwoordenboek voor Groot-Nederland
Jav. id.
troeboek,
Mal. teroeboek.
W.
wadoek,
Jav. id.
wajang,
Jav. id.
wakil,
Mal. id. uit het Arab. wakîl = gevolmachtigde.
walang-sangit,
Jav. walang: sprinkhaan + Jav. sangit.
wankang,
is volgens Prof. Dr. H. Kern een Maleisch-Polynesisch woord. Men vindt wangka =
kano o.a. in de taal van de Fidji-eilanden.
waringin,
is het Mal. beringin, waarvoor men op Java heeft waringin. Een tusschenvorm is
weringa, dat men bij Stavorinus vindt pag. 50 van zijn Reize (1793).
warong,
Jav. waroeng.
F.P.H. Prick van Wely, Viertalig aanvullend hulpwoordenboek voor Groot-Nederland
wedono,
Jav. wadana. Te vergelijken is het Skr. vadana: mond, gezicht, voorste deel, spits.
Wetanger,
volgens V.O.W. niet van wetan, het oosten, maar van orang oetangan, pandeling
(der Compagnie).
widjen,
Jav. id., van widji: zaad (Mal. bidji) + 't suffix an.
Z.
zoeten,
heeft niets te maken met ons zoet. Het is een werkwoord gevormd van het
klanknabootsende zut! Dit is niet de bekende Fransche uitroep, maar het geluid bij
zekere manier van beslissing wie ‘em’ is of wie bij het spelen beginnen mag, enz.
Hierbij geldt de regel, dat van beide partijen de duim den olifant voorstelt, de
wijsvinger den mensch en de pink de mier. De olifant wint
F.P.H. Prick van Wely, Viertalig aanvullend hulpwoordenboek voor Groot-Nederland
346
het van den mensch, de mensch van de mier, maar de mier van den olifant, omdat
ze in zijn neus kan kruipen. De jongens tusschen wie de beslissing vallen moet,
staan met de hand verborgen achter het hoofd tegenover elkaar en onder het maken
van het bovengenoemde geluid laten zij gelijktijdig hun symbolischen vinger zien.
Dit staat dus gelijk met het Hollandsche aftellen, opgooien of strootje trekken.
Eigenaardig is het zeker, dat de Japansche kinderen iets dergelijks doen bij het
pandspel. Dit heet Kîtsune ken. Ik laat hier de beschrijving uit Brownell's The Heart
of Japan, Ch. X volgen: ‘Kitsune ken is a forfeit game for two or for any number of
players. The players use signs for kitsune (fox), teppo (gun), and otoko (man). The
idea of the game is that the man is mightier than the gun, the gun more deadly than
the fox, and the fox more cunning than the man. Hands on the thighs or hips is the
sign for otoko; one hand at the side and the other higher, and in front of the body,
as though aiming a gun, is for teppo; while both hands up, one at each side of the
head like a fox's ears, is kitsune. The players sit facing each other, clap hands, or
chant a line of a song; at the end of this each makes a sign .... Exactly the same in
principle is the forfeit game with one hand, where a closed fist represents a stone,
an open palm a handkerchief, and the first and second fingers extended apart with
the other two fingers and the thumb closed, represent scissors. Stone beats scissors,
handkerchief beats stone, and scissors beat handkerchief.’
zonnehout,
verbastering van Jav. sônô-hout - zie sono kling.
zuurzak,
ofschoon van aanzien een zuiver Nederlandsch woord, is dat in geenen deele. Het
is een verhollandsching van een door Prof. Veth vruchteloos nagespoord woord
soorsak, dat, naar hij vermoedt, uit Hindostan afkomstig moest zijn. Ook Yule en
Burnell weten met hun soursop geen weg, maar vermoeden, dat het uit West-Indië
komt. Het tweede lid der samenstelling, waarmee we bezig zijn, sak, moet een
verbastering zijn van een woord dat in het Malayalam luidt tsjakka, in het Tamil
s'akkei, en dat de naam is van de broodvrucht. Hieruit is voortgekomen het Engelsche
jack en het Portugeesche jaca, waaraan Schouten zijn jaca ontleend heeft, dat in
de volgende passage van zijn Reistogt II, p. 143 voorkomt: ‘Soorsak, de vrucht Jaca
bij de Indianen, en soorsak bij de Nederlanders genoemd... in dezelve zijn... harde
pitten, die gebraden zijnde omtrent eenen smaak hebben als de kastaniën.’
Voor de verklaring van suur, soor, sour gaat Prof. Kern uit van een bericht van
Thunberg in Hobson-Jobson, die, sprekende over den broodvruchtboom, zegt: ‘De
soort welke een kleinere vrucht, zonder zaad, oplevert, vond ik te Colombo, Gale
en verscheiden andere plaatsen. De naam, waaronder die hier eigenlijk bekend
staat, is de Maldivische Sour Sack, en ze is hier minder gewoon dan de andere
(grootere) soort.’
Daar de Zuid-Indische Drawidische naam van de broodvrucht in 't algemeen
teruggevonden wordt, min of meer verbasterd, in jaca,
F.P.H. Prick van Wely, Viertalig aanvullend hulpwoordenboek voor Groot-Nederland
347
jack, sak, mag men veronderstellen dat in suur een Drawidisch woord schuilt voor
‘klein’ of iets dergelijks. Het woord dat aan deze voorwaarde voldoet is volgens Prof.
Kern het Tamil s'iru, klein, gering, minderwaardig. Men moet hierbij in 't oog houden,
dat de i in dit woord als onze u of de Hoogduitsche ü klinkt, en dat de u in den uitgang
zóó kort wordt uitgesproken, dat ze voor een ongeoefend oor nauwelijks hoorbaar
is, nagenoeg overeenkomende met de Fransche e muet. Op deze wijze geeft suur
dus in Hollandsche spelling vrij nauwkeurig het Tamil s'iru weer.
Tot steun van deze verklaring vermeldt Prof. Kern er bij, dat dit s'iru in een zeer
groot aantal plantnamen het eerste bestanddeel vormt. Oorspronkelijk heeft ‘zuurzak’
dus beteekend de ‘kleine nangka’, zooals duidelijk blijkt uit de boven geciteerde
plaats uit Schouten. Ook Rumphius en Valentijn pasten dien naam toe op de nangka
e
of Artocarpus integrifolia, waarin zij nog gevolgd zijn tot aan 't eind der 18 eeuw
bijv. door Stavorinus (1793), die in zijn Reize zegt: ‘De Suursak-boom heeft een
soortgelijke vrucht als de Durioens, maar zulk een walgelijken reuk niet’. Wanneer
de naam overgegaan is op de nangka blanda of wel Anona muricata Dun, die wij
met suiker eten of welker gezeefd vruchtsap met wijn of brandy door ons genoten
wordt, is niet met zekerheid te zeggen.
F.P.H. Prick van Wely, Viertalig aanvullend hulpwoordenboek voor Groot-Nederland

Documents pareils